CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Fractie EA beeldvormende vragen Inkoopvisie aanbesteding WMO H5

Raad Beeldvorming 2 december 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Inkoopvisie ondersteuning (Wmo) H5485 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Fractie EA beeldvormende vragen Inkoopvisie aanbesteding WMO H5 Hier vragen over de inkoopvisie:

1. Waarom is dit niet eerder gecommuniceerd richting de ASD zodat er meer tijd was voor een goed gezamenlijk advies? 2. Uitganspunt is eigen netwerk. Wat als er geen netwerk is? 3. De inwoner staat centraal.... Als er een afwijzing is krijgt men dan uitleg waarom en krijgt men handvatten hoe het probleem dan opgelost kan worden? 4. Hoe zorg je dat aanbieders zelf bij lichtere zorg afschalen richting bv SWOP of netwerk? Hoe toets je dit. 5. Er komt meer op het bordje van de consulent die een sleutelrol heeft. Zijn er genoeg consulenten? 6. Ivm wachttijden zou er intern onderzocht worden wat er nodig is. Is hier al duidelijkheid over? 7. Er gaat resultaat gericht gewerkt worden. De Centrale Raad van Beroep heeft zich verschillende keren uitgelaten dat dat niet mag. Hoe gaat u dat "regelen"? 8. 9. Achterliggende tekst: haar uitspraak van 26 mei jl. heeft de Raad zich uitgelaten over de vraag of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert (hierna: ‘het college’) aan de betrokken inwoner de individuele begeleiding mocht toekennen in een te behalen resultaat in plaats van een toekenning in concrete uren. Uit het beleid volgt dat de met betrekking tot de inwoner beoogde resultaten worden gekoppeld aan een bepaald profiel. Dit profiel is opgebouwd uit verschillende categorieën.

Het geselecteerde profiel is opgenomen in het ondersteuningsplan, waarin het college richting geeft aan wat moet gebeuren om de hulpvraag te beantwoorden. De aanbieder werkt vervolgens samen met de inwoner de indicatie uit in activiteiten met de frequentie die de aanbieder zal gaan uitvoeren. Daarbij dient te worden gebleven binnen het financieel kader dat aan het profiel is gekoppeld. Deze werkwijze komt overeen met de werkwijze van resultaatgericht indiceren bij huishoudelijke hulp. De rechtbank in eerste instantie stelt dat met deze werkwijze niet voldoende wordt bepaald wat de inhoud is van de aan inwoner verstrekte maatwerkvoorziening. De rechtbank heeft geoordeeld dat de verstrekte maatwerkvoorziening onvoldoende is geconcretiseerd aangezien de frequentie van de begeleiding wel wordt vastgesteld maar van enige tijdsindicatie geen sprake is. In hoger beroep oordeelt de CRvB dat een dergelijke wijze van het verstrekken van begeleiding ertoe leidt dat een inwoner en een aanbieder niet weten hoeveel hulpverlening het college naar tijdseenheden heeft geïndiceerd. Deze wijze van het verstrekken van begeleiding is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, aldus de CRvB (zie onder meer de uitspraken van de Raad van 18 mei 2016 en 8 oktober 2018).

Waar eerder nog onduidelijkheid bestond over de vraag of de rechtspraak van de CRvB met betrekking tot resultaatgericht indiceren bij huishoudelijke hulp in de Wmo 2015 ook gevolgen heeft voor andere voorzieningen in het sociaal domein is met de onderhavige uitspraak daar nu helderheid over gekomen. Het resultaatgericht indiceren bij individuele begeleiding lijkt met het oog op deze uitspraak juridisch niet langer houdbaar.

Hanneke vd Gevel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10877393/1