CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage Was wordt lijst

Raad Besluitvorming 24 juni 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: b. Technische wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning vanwege regiotaxi1.088 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was wordt lijst - Toelichting vierde wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2018 Oude tekst Verordening Artikel 4.11, eerste lid 1. De met ondersteuning bij het zich verplaatsen per vervoermiddel te bereiken resultaten hebben betrekking op het lokaal verplaatsen over 5 OV zones rondom de woning.

Nieuwe tekst Verordening Artikel 4.11, eerste lid 1. De met ondersteuning bij het zich verplaatsen per vervoermiddel te bereiken resultaten hebben betrekking op het lokaal verplaatsen in de eigen woon- en leefomgeving van de cliënt. Onder lokaal verplaatsen wordt verstaan een afstand van maximaal 25 kilometer vanaf het woonadres van de cliënt.

2.

Artikel 4.11, tweede lid 2. Het college hanteert voor het zich lokaal verplaatsen in principe het primaat van de collectieve maatwerkvoorziening zoals collectief vervoer.

Geen wijziging.

3.

Artikel 4.11, derde lid 3. Het college stelt de cliënt een (collectieve) maatwerkvoorziening ter beschikking waarmee participatie mogelijk is over een afstand van 1500 kilometer per jaar oftewel 600 OV-zones.

Artikel 4.11, derde lid 3. Het college stelt de cliënt een (collectieve) maatwerkvoorziening ter beschikking waarmee participatie mogelijk is over een afstand van 2400 kilometer per jaar.

1.

Toelichting Volgens jurisprudentie bedraagt de reikwijdte van het lokaal verplaatsen 15 tot 20 kilometer vanaf het woonadres van de cliënt (zie de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland d.d. 25-072018, ECLI:NLRBNNE:2018:3496 en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam d.d. 20-03-2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2128). Het bovenregionaal vervoer (Valys) is echter pas beschikbaar als cliënten verder reizen dan 25 kilometer vanaf hun woonadres. Door de reikwijdte van het lokaal verplaatsen te verhogen naar maximaal 25 kilometer, sluit het lokaal vervoer aan op het regionaal vervoer.

In de huidige verordening is opgenomen dat 600 zones gelijk is aan 1500 kilometer. Dit is niet juist. Met 1 zone kan 4 kilometer worden gereisd. Dit betekent dat 600 zones gelijk is aan 2400 kilometer.

4.

Artikel 4.11, vierde lid 4. Gebruik van de Regiotaxi buiten het gebied als bedoeld in het eerste lid is geheel voor eigen rekening.

Artikel 4.11, vierde lid 4. Gebruik van een (collectieve) maatwerkvoorziening buiten het gebied als bedoeld in het eerste lid is geheel voor eigen rekening van de cliënt.

5.

Artikel 4.11, vijfde lid 5. Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in het eerste en derde lid.

Geen wijziging.

6.

Artikel 6.3, vierde lid, onderdeel j j. ondersteuning bij het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van maximaal 1500 kilometer per jaar.

Artikel 6.3, vierde lid, onderdeel j j. ondersteuning bij het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel: op basis van de kilometerprijs, berekend volgens de rekentool Grip op geld -wat kost een auto- van het NIBUD uitgaande van de variabele kosten per maand voor een compacte klasse auto, vermenigvuldigd met het aantal benodigde kilometers, uitgaande van maximaal 2400 kilometer per jaar.

Deze bepaling is opgenomen conform de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente PijnakerNootdorp 2020. De kilometerprijs bedraagt volgens de rekentool Grip op geld -wat kost een auto- van het NIBUD 19,6 cent, zie: https://www.nibud.nl/consumenten/watkost-een-auto/

7.

Artikel 7.1, zesde lid, onderdeel a a. voor gebruik van het collectief vervoer is de cliënt per rit een opstaptarief en per gereden zone een ritbijdrage verschuldigd; Artikel 7.1, zesde lid, onderdeel b b. het opstaptarief bedraagt € 0,70 per gereden rit; o Artikel 7.1, zesde lid, onderdeel c c. de cliënt is per gereden zone een ritbijdrage verschuldigd van € 0,70.

Artikel 7.1, zesde lid, onderdeel a a. voor het gebruik van het collectief vervoer is de cliënt per rit een opstaptarief en per gereden kilometer een ritbijdrage verschuldigd; Artikel 7.1, zesde lid, onderdeel b b. het opstaptarief bedraagt € 0,99 per gereden rit; Artikel 7.1, zesde lid, onderdeel c c. de cliënt is per gereden kilometer een ritbijdrage verschuldigd van € 0,17. Artikel 9.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten zijn daaronder begrepen, door:

Uit de aanbesteding Doelgroepenvervoer volgt dat voor de berekening van de eigen bijdrage wordt uitgegaan van kilometers i.p.v. zones. De verhoging van het opstaptarief volgt uit de aanbesteding Doelgroepenvervoer. De wijziging van de ritbijdrage volgt uit de aanbesteding Doelgroepenvervoer.

8. o 9.

10.

Het betreft een tekstuele wijziging. “Regiotaxi” is vervangen door “een (collectieve) maatwerkvoorziening.” Het gebruik van alle soorten vervoersvoorzieningen buiten het gebied als bedoeld in het eerste lid is geheel voor eigen rekening van de cliënt.

Deze bepaling geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, tweede lid, onder c, van de Wmo 2015, dat voorschrijft dat in de verordening in ieder geval wordt bepaald welke eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen en de eisen

a.

Artikel 9.1 Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden

voorzieningen af te stemmen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. voorzieningen af te stemmen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. de inzet van deskundig personeel; e. ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de van toepassing zijnde erkende keurmerken voor de betreffende sector; 2. Het college ziet toe op de naleving van deze eisen door toegangseisen bij contractering en een toegangstoets, toezicht op kwaliteit door de GGD, periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten. Deze kwaliteitseisen behoren volgens de voorzieningenrechter van de Rechtbank Overijssel tot de essentialia van het voorzieningenpakket en kunnen daarom niet door het college worden vastgesteld (zie de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 5 december 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:4583).

Artikel 9.2 Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden

Artikel 9.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning is toegevoegd aan de verordening. Hierdoor wijzigt de nummering van hoofdstuk 9.

In het eerste lid is een aantal voor de hand liggende kwaliteitseisen uitgewerkt. Het in het tweede lid genoemde jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek is verplicht op grond van artikel 2.5.1, eerste lid, van de Wmo 2015. Bij het opstellen van dit artikel is aansluiting gezocht bij de modelverordening van de VNG.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10141677/1