CConstaterende datPijnacker-Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Voortgangsrapportage Schuldhulpverlening, vroegsignalering en hersteloperatie kinderopvangtoeslagenaffaire

Raad Oordeelvorming 19 januari 2023, gemeente Pijnacker-NootdorpBij agendapunt: Actieplan bestaanszekerheid6.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voortgangsrapportage schuldhulpverlening, vroegsignalering en hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire 2022

December 2022

1

Inhoud 1.

Inleiding................................................................................................................................... 3

2.

Schuldhulpverlening................................................................................................................ 4

3.

Vroegsignalering ................................................................................................................... 12

4.

Hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire ........................................................................ 15

2

1. Inleiding Waarom een voortgangsrapportage? In het najaar van 2021 is het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-2025 door de gemeenteraad vastgesteld. In het beleidsplan zijn de taken van de gemeente beschreven op het gebied van schuldhulpverlening, is de visie op schuldhulpverlening uiteengezet en zijn de uitgangspunten voor het beleid gekozen. We streven naar een samenleving waarin iedereen meedoet. We zijn er voor inwoners met schulden en hen ondersteunen bij het op orde krijgen en houden van hun financiën. Hoewel schuldhulpverlening altijd een actueel maatschappelijk thema is dat onze aandacht verdient, is de inzet op schuldhulpverlening in deze huidige tijd extra urgent. Een groeiende groep mensen maakt zich zorgen over de stijgende kosten voor levensonderhoud, onder andere door de hoge energieprijzen en de hoge inflatie. We krijgen er nieuwe groepen inwoners bij die zorgen hebben om hun financiën. Naast de inwoners die van een laag inkomen moeten rondkomen, zien we dat inwoners die normaal gesproken redelijk goed rond konden komen, steeds meer moeite daarmee krijgen. Dit maakt hen financieel kwetsbaar. Met deze voortgangsrapportage willen we de raad op de hoogte brengen van de huidige cijfers en ontwikkelingen op het gebied van schuldhulpverlening, vroegsignalering en de hersteloperatie kinderopvangtoeslagenaffaire (KOT).

Hiermee geven we tevens uitvoering aan toezegging T.2021.32. Wat komt aan bod in deze voortgangsrapportage? De raad krijgt informatie over: - De recente ontwikkelingen binnen schuldhulpverlening, vroegsignalering en de hersteloperatie KOT; - Inzicht in belangrijke kengetallen op basis waarvan iets gezegd kan worden over de effectiviteit van onze aanpak; - Een update over de laatste stand van zaken voor wat betreft de uitvoering van schuldhulpverlening, vroegsignalering en de hersteloperatie KOT. Leeswijzer Bij het lezen van de voortgangsrapportage en de bijbehorende toelichting is het belangrijk om te weten dat: - Schuldhulpverlening vanaf augustus 2019 weer volledig in uitvoering van de gemeente PijnackerNootdorp zelf was. De jaren daarvoor was dit uitbesteed aan de gemeente Zoetermeer. Dit betekent dat wij geen accurate cijfers hebben van de jaren 2017, 2018 en 2019. - Alle gegevens afkomstig zijn uit de systemen Stratech (Schuldhulpverlening), RIS Inforing (vroegsignalering) en Civision (KOT). Met de systemen Stratech en RIS Inforing zijn we intern aan het kijken hoe we de informatievoorziening beter op orde kunnen krijgen, waardoor het makkelijker wordt om gegevens uit deze systemen te halen. Om deze reden kunnen we – met name in het geval van vroegsignalering – over bepaalde zaken beperkt rapporteren.

- Er wordt in deze voortgangsrapportage gerapporteerd over de jaren 2020, 2021 en 20221.

1

Bij de cijfers van 2022 is aangegeven t/m wanneer ze zijn.

3

2. Schuldhulpverlening Inleiding Sinds augustus 2019 voert Pijnacker-Nootdorp volledig zelf de schuldhulpverlening (SHV) uit. Dit betekent dat de SHV binnen de gemeente geprofessionaliseerd is door een compleet team voor SHV in te richten, systemen aan te schaffen en het NVVK lidmaatschap te behalen. In het verleden werd de uitvoering van de SHV door de gemeente Zoetermeer gedaan, waarmee onze gemeente een realisatieovereenkomst had gesloten. In die periode vond de (voor)intake bij onze gemeente plaats, waarna de inwoners werden doorverwezen naar Zoetermeer voor een schuldhulpverleningstraject. Eind 2018 zijn we begonnen een stuk van de aanmelding zelf te doen. Gedurende 2019 zijn er, naast de medewerker SHV, nog twee medewerkers in team SHV bijgekomen. Inmiddels bestaat team schuldhulpverlening uit drie vaste regisseurs schuldhulpverlening en een vaste administratief ondersteuner. Stress-sensitief werken Kenmerkend aan onze dienstverlening is dat we stress-sensitief werken. Stress-sensitief werken is een vorm van dienstverlening die aansluit op situaties van aanhoudende stress en schaarste en gericht is op het verminderen van de stress. Rekening houden met het doenvermogen van mensen staat hierbij voorop. We willen dat onze hulpverlening laagdrempelig is en rekening houdt met de mate van zelfredzaamheid en de (mentale) draagkracht van een inwoner.

Als dat dus betekent dat we iemand moeten nabellen, omdat deze persoon niet verschijnt op een afspraak, dan doen we dat, vanuit het inzicht en de overtuiging dat we mensen waar mogelijk moeten ondersteunen en door die ondersteuning mensen in staat gaan stellen het op een gegeven moment zelfstandig te kunnen. Desalniettemin verwachten we een inspanningsverplichting van de cliënt en dit is, naast andere verplichtingen die we verwachten, vastgelegd in de beleidsregels gemeentelijke schuldhulpverlening. Integrale aanpak We gaan bij de schuldhulpverlening altijd uit van een integrale aanpak. Een integrale aanpak betekent dat er niet alleen oog is voor de financiële problemen, maar dat we alle sociaalmaatschappelijke problemen in beeld brengen. In onze integrale aanpak werken we domein overstijgend: we werken samen met verschillende afdelingen binnen de gemeente en externe partijen om te komen tot een duurzaam resultaat. Doordat schulden vaak niet op zichzelf staan, maar samengaan met problemen op ander leefgebieden, heeft het beleidsterrein van schuldhulpverlening raakvlakken met het armoede/minimabeleid en het gezondheidsbeleid binnen de gemeente. We kijken daarom breed naar elke casus en werken op verschillende terreinen met elkaar samen, zowel intern binnen de gemeentelijke organisatie als daarbuiten met onze partners in het veld.

Afhankelijk van de aard van de problemen, ondersteunen verschillende professionals en vrijwilligers de betreffende inwoner. Als er meerdere hulpverleners betrokken zijn, wordt de coördinatie van de ondersteuning bij één hulpverlener belegd. Het doel van de integrale aanpak is om te komen tot een duurzaam resultaat. De cliënt in staat stellen weer zelfredzaam te zijn en te kunnen participeren in de samenleving staat daarbij centraal.

4

Recente ontwikkelingen De afgelopen jaren hebben we te maken gehad met veel ingrijpende gebeurtenissen: de covid-19 pandemie, de oorlog in Oekraïne, het stijgen van de gasprijzen, energieprijzen en de kosten van de boodschappen enzovoort. Deze gebeurtenissen kunnen ervoor zorgen dat sommige inwoners in een (financieel) kwetsbare positie terecht komen. Financiën vormen een belangrijk onderdeel van bestaanszekerheid. Overheden hebben een belangrijke rol op het gebied van bestaanszekerheid. Dit kunnen we herleiden uit de Grondwet artikel 20: ‘De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid’. De gemeentelijke taken zijn belegd in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Als inwoners bestaansonzeker zijn, dan hebben zij te weinig financiële middelen om hun basisvoorzieningen te bekostigen. Bij het contact dat het team schuldhulpverlening met onze inwoners heeft zien we deze onzekerheid terug. Het valt op dat inwoners eerder aan de bel trekken, nog voordat er sprake is van een (problematische) schuld. Inwoners ervaren veel stress over hun geldzaken, maken zich zorgen over de stijgende kosten en of hun begroting wel sluitend blijft. Het is positief dat inwoners de gemeente in een vroegtijdig stadium benaderen.

Voor inwoners die in een schuldhulpverleningstraject zitten, is het soms moeilijk voor de schuldhulpverleners om de budgetplannen stabiel te krijgen en te houden. Het aantal hulpvragen neemt sinds de zomer toe, evenals de complexiteit van de hulpvraag. De verwachting is dat deze stijging zich de komende tijd zal doorzetten. Netwerk Preventie, Schuldhulpverlening en Nazorg Omdat we het belang (h)erkennen van preventie en inzien dat we onze ketenpartners hard nodig hebben, is in onze gemeente sinds 2019 een Netwerk Preventie, Schuldhulpverlening en Nazorg opgezet met financiële steun van Fonds 1818. Aan dit netwerk- dat gecoördineerd wordt door SWOP- nemen de volgende partijen deel: Humanitas, Schuldhulpmaatje, SBJ SamenSterk!, Bibliotheek Oostland, gro-up (jongerenwerk), GGZ- Delfland, Voedselbank Delft, KerkenZorg en team SHV. Vanuit de verschillende overleggen binnen het Netwerk Preventie, Schuldhulpverlening en Nazorg Pijnacker-Nootdorp zijn er regelmatig signalen onder de verschillende partners dat de kennis rondom bepaalde specifieke doelgroepen groter zou mogen zijn. Vrijwilligers en professionals lopen juist met deze doelgroepen soms tegen, onnodige, muren aan. Daarnaast was er een wens om meer bekendheid te krijgen en te geven aan het preventieve werk van de verschillende organisaties.

Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden voor trainingen als grip op geld, inzet van de formulierenbrigade of ondersteuning van het Informatiepunt Digitale Overheid. Om deze muren te verkleinen of zelfs helemaal weg te halen en ontmoeting en kennismaking te faciliteren, is het idee ontstaan een workshopdag voor alle organisaties (vrijwilligers en professionals) te organiseren. In november 2021 is er tijdens de Week van het Geld een workshopdag georganiseerd. Inhoudelijk werd tijdens deze bijeenkomst gesproken over vroegsignalering, begeleiding van inwoners met een lage verstandelijke beperking met financiële problemen en begeleiding van inwoners met GGZ- klachten en financiële problemen. Ieder jaar in maart vindt de Week van het Geld plaats, daar doen de ketenpartners actief aan mee. In 2022 was er bijvoorbeeld een workshop Levenstestament door notaris Kouwenhoven georganiseerd door de SWOP en de opening van een weggeef- kastje door GGZ Delfland en Bibliotheek Oostland. Verder lag in 2022 de focus op het realiseren van een aparte website waarop alle informatie omtrent geldzaken, administratie, schuldenproblematiek en bijpassend hulpaanbod op B1-niveau uiteen wordt gezet. Het streven is dat deze website begin januari live gaat. Tot slot heeft het jongerenwerk (gro-up) haar campagne ’18 en dan?’ uitgebreid met een oudercomponent.

Naast dat jongeren een brief ontvangen als ze 18 jaar worden met daarin informatie over hun nieuwe financiële situatie, ontvangen ook ouders een brief met informatie over praktische zaken en

5

opvoedtips. Voor 2023 wordt nog gekeken wat, naast de inzet in de Week van het Geld en het organiseren van een workshopdag, de focus gaat worden.

Cijfers Algemeen Tabel 1. Algemene cijfers schuldhulpverlening

Schuldhulpverlening Aanmeldingen Intake Informatie & advies Eenmalig contact Budgetcoaching Verwijzing naar derden Stabilisatie Minnelijke schuldregeling nieuw Minnelijke schuldregeling lopend Afgifte WSNP Budgetbeheer nieuw Budgetbeheer lopend

2020 108 79 15 2 5 8 29 15

2021 84 68 25 17 1 6 32 21

2022* 89 72 22 24 2 13 29 14

101

86

62

2 7 21

1 4 23

1 6 21

*Stand van zaken per 21-11-2022

In bovenstaande tabel zijn de algemene cijfers voor schuldhulpverlening weergegeven voor de jaren 2020, 2021 en 2022. Een aantal belangrijke interpretaties bij de cijfers: • Het valt op dat het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening over de jaren 2021 en 2022 is afgenomen ten opzichte van 2020, maar er wel een stijging te zien is tussen 2021 en 2022. Ook is er de afgelopen jaren vaker eenmalig contact geweest. Eenmalig contact valt niet onder een aanmelding voor schuldhulpverlening. Dit betreft contact met inwoners waarbij het contact uiteindelijk niet leidt tot een aanmelding voor schuldhulpverlening. De stijging in eenmalig contact komt enerzijds doordat we dat nu beter registreren dan voorgaande jaren. Voorheen registreerden we inwoners die zich aanmelden voor schuldhulpverlening, maar waar we vervolgens geen contact meer mee kregen of inwoners die na afsluiting van de schuldhulpverlening contact opnamen met een vraag, als aanmelding. Omdat dit niet de lading dekt, zijn we dit vanaf 2021 gaan registreren als eenmalig contact. Anderzijds komt dit doordat dit jaar meer inwoners in een vroeg stadium aan de bel trokken over hun financiële situatie met de vraag of schuldhulpverlening even kon meekijken naar de financiën. In sommige gevallen leidt eenmalig contact tot een doorverwijzing naar het voorliggende veld.

In zo’n geval wordt dit geregistreerd onder doorverwijzing en niet onder eenmalig contact. • Ook is te zien in de tabel dat de lopende minnelijke schuldregelingen dalen. De reden hiervoor is dat team schuldhulpverlening zoveel als mogelijk probeert in te zetten op saneringskredieten. Een saneringskrediet wordt ingezet als de verwachte afloscapaciteit van een inwoner gedurende een schuldregeling niet wijzigt. Er wordt dan een krediet ter hoogte van de afloscapaciteit versterkt door de kredietbank. Hierdoor kunnen alle schuldeisers meteen hun schuld afschrijven. Saneringskredieten hebben een aantal voordelen: o Ze hebben een kortere doorlooptijd. Een schuldbemiddeling heeft een looptijd van drie jaar, terwijl een saneringskrediet direct wordt afgesloten als de schuldregeling geslaagd is. 6

o Na verstrekking van het krediet hebben schuldeisers meteen hun geld en hoeven zij niet drie jaar de schuld aan te houden. o De inwoner heeft meer rust, omdat er nog maar een openstaande vordering is, namelijk het krediet. o Bij saneringskredieten hoeft de schuldhulpverlener niet jaarlijks een hercontrole uit te voeren, hierdoor is er meer tijd voor begeleiding van de cliënten. Dat we in staat zijn meer saneringskredieten af te sluiten, is dus een positieve ontwikkeling. • Sinds augustus 2022 zijn negen ondernemers/zzp-ers doorverwezen naar het Regionaal Bureau Zelfstandigen (RBZ). Elke verwijzing loopt via een beschikking voor informatie en advies. • De samenwerking met het voorliggende veld – Humanitas en Schuldhulpmaatje – is intensief. De lijnen zijn kort en de doorverwijzing is warm. In 2022 is er relatief veel doorverwezen naar het voorliggende veld. Een doorverwijzing naar het voorliggende veld gaat vaak om casuïstiek waarbij er inzicht in de financiën gecreëerd moet worden door een overzicht te maken van de inkomsten en uitgaven en budgetcoaching. De goede samenwerking met het voorliggend veld, verklaart ook de terugloop in projecten budgetcoaching. Waar mogelijk, wordt dit doorgezet naar voorliggend veld. Daarnaast gaat het ook regelmatig om cliënten die begeleiding nodig hebben bij het aanleveren van de documenten voor de aanvraag schuldhulpverlening.

In de tabel hieronder is te zien hoeveel verwijzingen er zijn, uitgesplitst naar organisatie. Ook vinden inwoners zelf of via andere organisaties hun weg naar deze organisaties voor ondersteuning. Het valt op dat er minder directe doorverwijzingen zijn naar Humanitas. Een reden hiervoor is dat Humanitas de afgelopen tijd iets meer op de achtergrond actief is geweest, terwijl Schuldhulpmaatje zich actiever heeft gepositioneerd om doorverwijzingen te ontvangen. Hierdoor zijn de lijnen met Schuldhulpmaatje korter. In het netwerk preventie, schuldhulpverlening en nazorg is Humanitas wel erg actief en de instroom van deelnemers komt daarmee vanuit de algemene doorverwijzing en andere kanalen. In 2021 heeft Humanitas begeleiding gegeven aan 57 deelnemers en Schuldhulpmaatje aan 42 deelnemers. Jaartal2 Verwijzingen

2020 2021 2022*

8 6 13

naar naar Algemeen; Humanitas Schuldhulpmaatje Humanitas en SHM 1 5 2 1 4 1 0 13 0

*Stand van zaken per 8-12-2022

• De meest ingezette producten zijn informatie & advies en stabilisatie. Informatie & advies betreft een kortlopende oplossingsrichting waarbij mensen geholpen worden om zelfstandig weer hun eigen financiën te regelen. Bijvoorbeeld inwoners die bellen, omdat ze zich zorgen maken om hun financiën, maar waarbij er nog geen sprake is van een (problematische) schuld. In zo’n geval kijkt de schuldhulpverlener kortdurend mee naar de financiële situatie en wordt een inwoner, indien gewenst, doorverwezen naar het voorliggende veld. Een ander voorbeeld is als een inwoner wel een problematische schuld heeft, maar het eerst zelf wil proberen op te lossen. In de stabilisatiefase worden de inkomsten en uitgaven in evenwicht gebracht, zodat iemand daarna in een schuldregeling kan starten.

2

Een kanttekening bij deze tabel is dat ook de verwijzingen voor Schuldhulpmaatje en Humanitas sinds augustus 2022 beter worden bijgehouden. Er is daardoor kans dat er verwijzingen missen over de jaren 2020, 2021 en eerste helft 2022.

7

Specifiek Tabel 2. Gemiddelde schuldbedrag per leeftijdsgroep over de jaren 2020, 2021 en 2022

Leeftijdsgroep

Gemiddelde schuldbedrag in 2020

Gemiddelde schuldbedrag in 2021

Gemiddelde schuldbedrag in 2022*

0-25 jaar 26-45 jaar 46-65 jaar 66 jaar en ouder

€ 15.065 € 32.336 € 68.277 € 125.603

€ 20.074 € 36.232 € 65.661 € 173.481

€ 31.389 € 41.098 € 67.122 € 307.977

*Tot en met peildatum 21-11-2022 Tabel 3. Aantal mensen per leeftijdsgroep actief in een schuldhulpverleningstraject in 2020

Leeftijdsgroep (tijdens instroom) < 18 jaar 18 – 25 jaar 26 – 45 jaar 46 – 65 jaar > 66 jaar

Aantal mensen met een actief SHV traject in 2020 1 24 152 86 12

Tabel 4. Aantal mensen per leeftijdsgroep actief in een schuldhulpverleningstraject in 2021

Leeftijdsgroep (tijdens instroom) < 18 jaar 18 – 25 jaar 26 – 45 jaar 46 – 65 jaar > 66 jaar

Aantal mensen met een actief SHV traject in 2021 0 25 106 73 8

Tabel 5. Aantal mensen per leeftijdsgroep actief in een schuldhulpverleningstraject in 2022

Leeftijdsgroep (tijdens instroom) < 18 jaar 18 – 25 jaar 26 – 45 jaar 46 – 65 jaar > 66 jaar

Aantal mensen met een actief SHV traject in 2022* 0 20 101 76 9

*Tot en met peildatum 27-11-2022

8

Tabel 6. Procentuele toe- en afname van het schuldbedrag per leeftijdsgroep

Leeftijdsgroep (tijdens instroom) 0 – 25 jaar 26 – 45 jaar 46 – 65 jaar > 66 jaar

∆ 2020 - 2021 + 33,3% + 12% - 3,8% + 38,1 %

∆ 2021 - 2022 + 56% + 13,4% + 2,2% + 77,5%

In tabel 2 is per leeftijdscategorie het gemiddelde schuldbedrag weergegeven. In tabel 3, 4 en 5 zijn de aantallen mensen per leeftijdsgroep met een actief schuldhulpverleningstraject in een bepaald jaar weergegeven. In tabel 6 is de procentuele toe- en afname per jaar van het schuldbedrag per leeftijdsgroep weergegeven. Uit de tabellen blijkt dat: • In alle jaren het schuldbedrag het hoogst was onder de inwoners van 66 jaar en ouder. Relatief gezien valt op dat deze groep qua aantallen het kleinst is. Dat betekent dat relatief weinig oudere inwoners in een schuldverleningstraject zitten. Het betekent ook dat het schuldbedrag van de inwoners die wel in een schuldhulpverleningstraject zitten relatief hoog is, in vergelijking met de andere leeftijdsgroepen. Een kanttekening hierbij is dat het schuldbedrag een gemiddelde van de leeftijdsgroep betreft. Het blijkt dat het hoge gemiddelde in deze groep wordt veroorzaakt door een paar uitschieters, enkele inwoners die een flink hogere schuld hebben dan de rest. Dit haalt het gemiddelde omhoog. • Relatief gezien de inwoners tussen de 26 – 45 jaar het meest vertegenwoordigd zijn binnen schuldhulpverlening. Het schuldbedrag per persoon zal naar verwachting in deze leeftijdscategorie ook lager zijn. • Over de jaren het gemiddelde schuldbedrag per leeftijdscategorie hoger is geworden.

Met name onder de leeftijdsgroep 66 jaar en ouder is er een flinke toename te zien, vooral tussen 2021 en 2022. Zoals eerder benoemd zitten er in deze groep een paar inwoners met een flink hoge schuld die het gemiddelde omhoog halen. Dit betreffen met name hypotheekschulden, terugvorderingen sociaal domein (uitkeringen) en aanslag inkomstenbelasting. Ter illustratie: één inwoner in deze groep had een schuld van € 448.067. Deze inwoner telde in 2020, 2021 en 2022 mee in de berekening van het gemiddelde schuldbedrag. In 2022 is deze schuld afbetaald door inzet van een saneringskrediet. Na drie jaar aflossen naar capaciteit is de rest kwijtgescholden. Vanaf 2019 was deze persoon bekend bij schuldhulpverlening. • We in alle jaren één jongere van 17 jaar in een schuldhulpverleningstraject hebben gehad. Deze jongere werd in 2021 18 jaar, waardoor deze persoon onder de leeftijdsgroep 18 – 25 jaar is gaan vallen. Relatief gezien is het aantal jongeren in een schuldhulpverleningstraject kleiner.

9

Op wijkniveau Tabel 7. Aantal actieve schuldhulpverleningstrajecten in 20223

Wijken in Pijnacker

Pijnacker Totaal Ackerswoude

Aantal cliënten bekend bij SHV 116 3

Keijzershof Boszoom Keijzershof Eilanden Keijzershof Erven Klapwijk Koningshof

11

Pijnacker Noord Pijnacker Oost

31

Pijnacker Centrum / Dorp Tolhek

19

1 28 9 1

1

Wijken in Nootdorp

Nootdorp Totaal ‘s-Gravenhout

Aantal cliënten bekend bij SHV 114

Wijken in Delfgauw

4

4

Delfgauw Totaal

Aantal cliënten bekend bij SHV 39

Achter het Raadhuis Buitengebied Nootdorp De Venen Centrum

7

Emerald Centrum Emerald Noord

1

Emerald Zuid

17

49

1

De Venen Oost De Venen / Crayenburch Nootdorp Centrum/West Vrouwtjeslant/ Nieuweveen

6 17

Noordpolder Delfgauw Oud-Delfgauw

4

13

14 16

12

In tabel 7 zijn het aantal cliënten met een actief schuldhulpverleningstraject in 2022 per wijk in Pijnacker, Nootdorp en Delfgauw weergegeven. Voor deze indeling zijn we afhankelijk van de wijken die gespecificeerd staan in Stratech. Deze indeling komt niet overeen met de CBS indeling, waardoor de nieuwbouw in Tuindershof en De Scheg in de tabel ontbreekt. Vermoedelijk zijn deze gebieden meegenomen onder Pijnacker Oost en Zuidpolder Oude Leede. In het cirkeldiagram hieronder is de verdeling per kern procentueel weergegeven:

3

Peildatum 8-12-2022. Dit betekent dat een inwoner niet per se in 2022 aangemeld hoeft te zijn voor schuldhulpverlening, maar dat dit ook in eerdere jaren kan zijn gebeurd. In de tabel worden trajecten weergegeven die nog actief zijn in 2022. Een traject kan meerdere jaren doorlopen. Nazorg valt ook onder een traject.

10

Figuur 1. Procentuele verdeling per kern van het aantal cliënten met een actief traject in 2022.

Uit de tabel en figuur 1 blijkt dat inwoners woonachtig in Pijnacker en Nootdorp het meest vertegenwoordigd zijn binnen schuldhulpverlening. In Pijnacker zijn dat met name inwoners uit de wijken Pijnacker Noord en Keijzershof Erven, in Nootdorp met name inwoners uit de wijk De Venen Centrum. Voor Delfgauw springt Emerald Zuid er iets meer uit ten opzichte van de andere wijken. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat er in deze wijken relatief veel sociale woningbouw staat. Samenvattend In 2022 was het voornemen om onze dataregistratie beter op orde te krijgen. Hier zijn goede stappen in gemaakt en ook voor 2023 blijft dit een aandachtspunt, voor zowel schuldhulpverlening als vroegsignalering. De interne samenwerking met de WMO, het kernteam en participatie stond goed en deze korte lijnen hebben we in 2022 weer goed benut. Ook de samenwerking met de ketenpartners is verder verstevigd in 2022. Zo is er o.a. nauw contact met de woningcorporaties Rondom Wonen en Staedion. Deze samenwerking draagt bij aan het voorkomen van ontruimingen. In de meeste gevallen in 2022 was het dan ook het geval dat een aangemelde ontruiming niet doorging. Ondanks het toenemend aantal hulpvragen en de complexiteit van de hulpvraag, zijn de schuldhulpverleners tot op heden in staat dit op te pakken, in samenwerking met het voorliggende veld.

De verwachting is wel dat de toename voorlopig nog zal doorzetten. Ook vanuit vroegsignalering wordt er meer doorverwezen naar schuldhulpverlening. Om te bepalen wat dat betekent voor de caseload bij schuldhulpverlening, blijven we een vinger aan de pols houden om op tijd de inzet op schuldhulpverlening te versterken. In het actieplan bestaanszekerheid wordt dit punt meegenomen.

11

3. Vroegsignalering Inleiding Per 1 januari 2021 heeft de gemeente de wettelijke taak gekregen om vroegsignalering in te zetten. Vroegsignalering is het in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld brengen van inwoners met financiële problemen om vroegtijdige hulpverlening mogelijk te maken door gebruik te maken van daadwerkelijke signalen en outreachende hulpverlening. Outreachende hulpverlening betekent dat er proactief contact wordt gelegd met inwoners die mogelijk hulp nodig hebben, maar zelf nog geen hulpvraag formuleren en dus niet zelf naar de hulpverlening toekomen. Op basis van signalen worden inwoners (persoonlijk) benaderd. Om deze wettelijke taak te kunnen uitvoeren, hebben we afspraken gemaakt met verschillende zorg-, energie-, waterbedrijven en woningcorporaties die zijn vastgelegd in een convenant. Deze partijen leveren bij ons hun signalen van betalingsachterstanden aan. Recente ontwikkelingen Via een convenant van de NVVK hebben wij onze afspraken met de vaste lasten partners vastgelegd. Dit gebeurt digitaal door middel van het NVVK Vroegsignaleringsportaal. Opvallend is dat wij de afgelopen maanden meerdere verzoeken van diverse particuliere woningcorporaties hebben gehad om ook met hen het convenant te ondertekenen. Na ondertekening kunnen zij namelijk ook hun signalen bij ons aanleveren.

In tegenstelling tot eerdere jaren zien we dan ook een toename in het aantal signalen van woningcorporaties. Een zorgelijke ontwikkeling, omdat bekend is dat mensen vaak als allerlaatste hun huur niet meer betalen. Over deze casussen hebben wij nauw contact met de woningcorporaties. Cijfers Tabel 8. Het gemiddeld aantal meldingen van vaste lasten partners per maand en recidive signalen*

2020 2021 2022*

Gemiddeld aantal meldingen per maand totaal 185 133 115

Recidive signalen 15 42* 69

*Peildatum 8-12-2022. Een recidive signalen zijn signalen die door verschillende vaste lasten partners in minstens één van de voorgaande zes maanden ook al zijn aangeleverd.

Uit tabel 8 blijkt dat met name het aantal recidive signalen flink is toegenomen in 2022. Hieruit kunnen we concluderen dat inwoners langer in de schulden blijven en opnieuw te maken krijgen met betalingsachterstanden. Een kanttekening bij deze tabel is dat de signalen geen unieke signalen betreffen. Het kan dus voorkomen dat een inwoner bijvoorbeeld een betalingsachterstand heeft op zowel energie als water. Dit signaal wordt dan twee keer geteld.

12

Tabel 9. Aantal binnengekomen betalingsachterstanden per maand in 2020 gegroepeerd per vaste lasten partner

Melder Woningcorp. Energiebedr. Waterleverc. Zorgverzekr. Totaal

Maand Jan 8 14 65 42 129

2021 Feb 12 20 61 40 133

Maart 10 17 29 45 101

April 12 11 90 36 149

Mei 9 11 61 49 130

Juni 6 14 41 31 92

Juli 12 15 93 42 162

Aug 23 10 0 51 84

Sept 9 18 41 48 116

Okt 12 15 104 64 195

Nov 10 12 88 48 158

Dec 7 8 94 34 143

Tot. 130 165 767 530 1592

NB: We zijn in maart 2020 officieel gestart met vroegsignalering.

Tabel 10. Aantal binnengekomen betalingsachterstanden per maand in 2021 gegroepeerd per vaste lasten partner

Melder Woningcorp. Energiebedr. Waterleverc. Zorgverzekr. Totaal

Maand Jan 0 0 0 2 2

2020 Feb 0 14 0 8 22

Maart 0 21 46 40 107

April 0 25 117 89 231

Mei 4 34 69 41 148

Juni 0 21 67 59 147

Juli 1 19 476 48 544

Aug 0 27 75 115 217

Sept 0 20 52 142 214

Okt 1 16 95 75 187

Nov 1 13 102 68 184

Dec 3 19 137 61 220

Tot. 10 229 1236 748 2223

Tabel 11. Aantal binnengekomen betalingsachterstanden per maand in 2022 gegroepeerd per vaste lasten partner

Melder Woningcorp. Energiebedr. Waterleverc. Zorgverzekr. Totaal

Maand Jan 5 14 190 29 238

2022 Feb 8 37 73 27 145

Maart 9 19 19 76 123

April 9 12 41 48 110

Mei 5 21 63 55 144

Juni 8 17 5 51 81

Juli 13 15 8 49 85

Aug 9 6 16 54 85

Sept 17 14 9 46 86

Okt 18 12 7 39 76

Nov 19 12 8 47 86

Dec 3 2 0 0 5

Tot. 123 181 439 521 1264

*Peildatum 8-12-2022

In de tabellen 9, 10 en 11 wordt voor de jaren 2020, 2021 en 2022 het aantal binnengekomen betalingsachterstanden per maand weergegeven per vaste lasten partner. Het valt op dat: • Het aanmelden van signalen door woningcorporaties in 2020 nog op gang moest komen. Aanlevering gebeurde toen met name per e-mail, waardoor deze cijfers niet in het systeem zijn weergegeven. • In 2020 en 2021 het grootste aantal signalen zijn afgegeven door waterleveranciers. Een verklaring hiervoor is dat het niet betalen van je waterrekening niet direct gevolgen heeft. Bovendien geldt voor waterleveranciers – net als voor de andere vaste lasten partners – dat eerst aan een aantal wettelijke verplichtingen voldaan moet zijn voordat overgegaan mag worden tot afsluiting. Waarom we in 2022 minder signalen van waterleveranciers hebben gekregen weten we niet, wel is onlangs duidelijk geworden dat de vastgelegde afspraken met energie- en drinkwaterbedrijven onbedoeld belemmerend werkten. Daarom heeft de NVVK onlangs in overleg met deze partijen besloten de termijnen in de overeenkomst te herzien. Dat betekent dat energie- en drinkwaterbedrijven vanaf begin december signalen mogen versturen bij een achterstand vanaf 30 dagen. Voorheen was deze termijn voor energiebedrijven 50-100 dagen en voor drinkwaterbedrijven 30-100 dagen.

Door het loslaten van de maximumtermijn krijgen drinkwaterbedrijven meer gelegenheid om de vereiste sociale incassostappen (zoals huisbezoek) pas in te zetten als het bedrag wat hoger opgelopen is en het doorgeven van een signaal proportioneel is. 13

• In 2021 en 2022 het aantal signalen van woningcorporaties is toegenomen. Omdat vaste lasten partners pas aan het einde van de maand hun signalen naar ons toesturen, wordt het getal bij december 2022 nog hoger. • Er in de zomermaanden, met name in 2020, een piek te zien is in het aantal signalen. Dit zijn de seizoensinvloeden. Veel bedrijven sturen rond die periode de eindafrekening. Een algemene kanttekening bij de cijfers is dat schuldeisers door de huidige ontwikkelingen meer dan hiervoor bereid zijn om tot een oplossing te komen. Zij benaderen de inwoners zelf actiever om tot een betalingsregeling te komen. Samenvattend In 2022 lag de focus bij vroegsignalering op het zorgen dat signalen van vaste lasten partners op de goede plek binnenkomen via het systeem en niet via een Excel-bestand per mail. Dit gaat nu al geruime tijd goed. Verder is de samenwerking met team schuldhulpverlening vanuit vroegsignalering nauwer geworden. Dat heeft erin geresulteerd dat er vaker is doorverwezen vanuit vroegsignalering naar schuldhulpverlening. Sinds vroegsignalering in 2021 een wettelijke taak is geworden, zetten we als gemeente goede stappen in de uitvoering. Omdat de huidige capaciteit op vroegsignalering beperkt is, moeten er keuzes gemaakt worden in welke signalen opgepakt worden. Hierdoor vinden er vooral huisbezoeken plaats bij inwoners met betalingsachterstanden op de huur.

Van vroegsignalering gaat een sterke preventieve werking uit. We krijgen inwoners eerder in beeld, ook inwoners die nog niet bij ons bekend waren. Hierdoor zijn we in staat in een vroeg stadium deze inwoner door te geleiden naar hulp. Dit voorkomt nog verder oplopende schulden. In het actieplan bestaanszekerheid is voorgesteld om de inzet op vroegsignalering te versterken, zodat er meer signalen met een huisbezoek opgepakt kunnen worden.

14

4. Hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire Inleiding In 2020 hebben gemeenten er een nieuwe taak bij gekregen van het Rijk naar aanleiding van de kinderopvangtoeslagenaffaire (KOT). De VNG en het Rijk zijn overeengekomen dat de gemeenten getroffen ouders maatwerk gaan bieden op basis van hun hulpvraag. De gemeente is verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning voor hulpvragen op de vijf leefgebieden: huisvesting, inkomen, financiën, zorg en gezin. Dit is vastgesteld in samenwerkingsafspraken tussen de VNG en de Belastingdienst/Toeslagen. Voor deze nieuwe taak hebben wij een steunpunt ingericht binnen de gemeente, het Steunpunt Gedupeerden Pijnacker-Nootdorp. Recente ontwikkelingen Binnen de hersteloperatie heeft de gemeente de volgende rollen: 1. Gemachtigde. De gemeente is gemachtigd om namens de Belastingdienst contact met gedupeerden op te nemen die voor 01-09-2021 via het portaal van de Belastingdienst als zelfmelder bekend waren. 2. Ondersteuner. De gemeente biedt zowel voor de (mogelijk) gedupeerden die via het machtigingsbesluit bij de gemeente bekend zijn als voor (mogelijk) gedupeerden die zich na 0109-2021 zelf melden bij de gemeente, ondersteuning op de vijf leefgebieden. 3. Schuldeiser van gemeentelijke vorderingen. Dwangincasso kan op allerlei verschillende plekken binnen de organisatie plaatsvinden.

Denk hierbij aan de gemeentebelastingen, maar ook invordering vanuit de Participatiewet of wegens het niet betalen van leges of marktgelden. Vanuit deze rol geven wij uitvoering aan het amendement Lodders en van Weyenberg, welke een afkoelingsperiode (zgn. moratorium) introduceerde voor gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Hiertoe is – anticiperend op de verzamelwet hersteloperatie toeslagen van 01-01-2022 – op 29 juni 2021 een collegebesluit genomen, op basis waarvan vanaf dat moment gestart is met de uitvoering van het moratorium en de (ambtshalve) kwijtschelding van publieke schulden voor erkend gedupeerden. 4. Schuldhulpverlener. Lopende geslaagde schuldregelingen (schuldbemiddeling) dienen door de gemeente afgehandeld te worden middels een verzoek tot uitbetaling van 100% van de private schulden door de Belastingdienst. Bovenstaande rollen zijn in te delen in twee opdrachten: 1. Ondersteuning: Om te herstellen wat er in het verleden mis is gegaan, krijgen gedupeerden na erkenning een compensatie van de Belastingdienst. Maar vaak is er ook nog andere hulp nodig. Voor veel gedupeerden hebben de problemen zich in de afgelopen jaren opgestapeld. Er zijn aanvullende problemen ontstaan rondom huisvesting, schulden / financiën, inkomen / dagbesteding, zorg en de opvoeding van kinderen.

Gemeenten hebben daarom de opdracht gekregen de (mogelijk) gedupeerde ouders te ondersteunen bij het op orde krijgen van hun financiën én een nieuwe start mogelijk te maken. Concreet betekent dit dat gemeenten hulp moeten bieden aan gedupeerde ouders op vijf leefgebieden: financiën, wonen, problemen in de gezinssituatie, gezondheid en werk / dagbesteding. Die hulp is altijd gericht op herstel, en het (weer) oppakken van het normale (gezins-)leven. 15

2. Moratorium en kwijtschelding: Uitvoering van het moratorium en de (ambtshalve) kwijtschelding van publieke schulden voor erkend gedupeerden en hun toeslagpartners. Kindregeling Bij het herstel van de problemen met de kinderopvangtoeslag gaat het vaak over ouders. Maar ook kinderen en jongeren zijn gedupeerd. Daarom heeft de Rijksoverheid per november de kindregeling gepubliceerd. Voor kinderen van erkend gedupeerde ouders is er een geldbedrag, ondersteuning vanuit de eigen gemeente en is er hulp voor hun persoonlijke ontwikkeling beschikbaar. Naast het ondersteunen van de gedupeerde ouders, krijgen gemeenten ook de taak gedupeerde kinderen te ondersteunen op de vijf leefgebieden: financiën, wonen, werk/dagbesteding, gezondheid en gezin. Anders dan voor gedupeerde ouders, is er vanuit de kindregeling geen recht op een brede schuldenaanpak. Dat betekent dat schulden dus niet worden kwijtgescholden en deze groep in reguliere schuldhulpverleningstrajecten geholpen dient te worden. De kindregeling is bedoeld als steun in de rug, zodat ook de kinderen hun herstel kunnen inzetten. Kinderen krijgen een brief met daarin informatie over de kindregeling en de uitbetaling van het geldbedrag. Per leeftijdsgroep is er een geldbedrag vastgesteld. De leeftijd van een kind op 1 juli 2023 bepaalt in welke leeftijdsgroep het kind valt.

Er wordt teruggekeken naar kinderen geboren na 1 januari 1984. De bedragen per leeftijd zijn als volgt: Leeftijd kind/jongere op 1 juli 2023

Geldbedrag

0 t/m 5 jaar

€ 2.000

6 t/m 11 jaar

€ 4.000

12 t/m 14 jaar

€ 6.000

15 t/m 17 jaar

€ 8.000

18 jaar en ouder

€ 10.000

Gemeenten mogen niet proactief contact opnemen met gedupeerde kinderen. Zij moeten zich zelf melden bij de gemeente voor ondersteuning. Tot nu toe zijn er 73, 18+ kinderen bij ons bekend. Met een gerichte communicatieaanpak op deze doelgroep gaan wij kenbaar maken dat gedupeerde kinderen welkom zijn bij de gemeente voor ondersteuning. We trekken hierin samen op met het jongerenwerk (gro-up). In de cijfers hieronder maken we onderscheid tussen de verschillende opdrachten binnen de hersteloperatie voor gedupeerde ouders. Cijfers ondersteuningsopdracht Tabel 1. Aantal gedupeerden bekend bij steunpunt

Aantal gedupeerden bekend bij het steunpunt

2020 29

2021 167

2022 (tot nu toe) 176*

16

*Dit betreffen (mogelijk) gedupeerden die bij het steunpunt bekend zijn (via het portaal en door zelfmelding). Van 72 inwoners weten we dat zij als daadwerkelijk gedupeerd zijn aangemerkt (dat zouden er meer kunnen zijn, veel inwoners wachten nog op uitslag van de integrale toets). Van 3 inwoners weten we dat ze definitief niet als gedupeerde erkend zijn. Tabel 2. Stand van zaken ondersteuning 2021

Aantal actieve dossiers (begeleiding lopende) Aantal afgeronde dossiers na begeleiding Aantal mensen dat heeft aangegeven op dit moment geen behoefte te hebben aan hulp Aantal mensen dat niet meer woonachtig is in onze gemeente of overleden

Stand van zaken per dec 2021* 13 2 13

Onbekend

*In de zomer van 2021 is het Steunpunt van start gegaan. Omdat we toen nog in de opstartfase zaten van onze dienstverlening en bezig waren met de inrichting van het steunpunt waren de acties in 2021 nog veelal ad hoc. In 2021 hebben alle gedupeerden die bij ons bekend waren een brief ontvangen met daarin de aankondiging dat de gemeente binnenkort telefonisch contact opneemt. Verder stond 2021 in het teken van informatie vergaren, het voeren van eerste gesprekken met gedupeerden, opstellen van plannen van aanpak, het werkproces in kaart brengen, het bestendigen van de nauwe samenwerking met andere afdelingen, het volgen van alle ontwikkelingen, het opstellen van een communicatieaanpak, het uitwisselingen met andere gemeenten etc.

Tabel 3. Stand van zaken ondersteuning 2022

Aantal actieve dossiers (begeleiding lopende) Aantal afgeronde dossiers na begeleiding Aantal mensen dat heeft aangegeven op dit moment geen behoefte te hebben aan hulp Aantal mensen dat niet meer woonachtig is in onze gemeente of is overleden

Stand van zaken per sept 2022 50 7 75

6

17

Uit tabel 3 blijkt dat we in 2022 veel gedupeerden hebben bereikt. Een groot aantal van hen wenst ondersteuning van de gemeente. De ondersteuningsvragen zijn erg verschillend. Wat opvalt is dat: - Nagenoeg alle gedupeerden die we tot nu toe gesproken hebben, vragen en/of problemen hebben op het leefgebied financiën; - Er sprake is van veelal complexe problematiek, inclusief ernstige psychische- en gezondheidsklachten; - Er een groot wantrouwen is jegens de overheid; - Praktische hulp voorop komt (stress-sensitief dienstverlenen), daarna is er ruimte voor de ‘stip op de horizon’. Verder hebben de steunpuntmedewerkers in vele casussen al mooie successen bereikt en gedupeerden weer perspectief voor de toekomst gegeven. Zo zijn er voorbeelden van gedupeerden die weer een opleiding zijn gaan volgen, gedupeerden die een eigen onderneming zijn gestart en gedupeerden voor wie we op huisvestingsvlak een verandering hebben kunnen realiseren. Verdere inspanningen op het gebied van ondersteuning Naast de ondersteuning aan de gedupeerden, zijn we de afgelopen tijd druk bezig geweest met: - De uitvoering van het communicatieplan. Er zijn flyers en posters over het steunpunt verspreid onder alle maatschappelijke partners.

We hebben een webpagina ingericht op de gemeentelijke website, geadverteerd op A2 borden langs de weg en een animatievideo laten ontwikkelen; - Het organiseren van lotgenotencontact; - Het doen van voordeurbezoeken bij gedupeerden met wie het nog niet gelukt is om op andere manieren contact te krijgen. En hebben we o.a. bereikt dat: - Gedupeerden proactief benaderd worden om ondersteuning aan te bieden; - Er een volledig ingericht proces en toegang is tot de dienstverlening / ondersteuning; - Er beleidsregels zijn op de hardheidsclausule van de huisvestingsverordening. Om gedupeerden met een huisvestingsvraagstuk te kunnen ondersteunen, hebben we beleidsregels opgesteld op de hardheidsclausule. Deze hardheidsclausule is bedoeld voor incidentele, zeer uitzonderlijke en schrijnende gevallen waarin de urgentieregeling geen oplossing biedt. In de KOT-affaire gaat het om meerdere uitzonderlijke gevallen. Er was daarom behoefte aan richtlijnen over de wijze waarop het college gebruik maakt van zijn bevoegdheid tot het toepassen van de hardheidsclausule ten aanzien van hen die als gevolg van de KOT-affaire huisvestingsproblemen hebben.

18

Cijfers moratorium en kwijtschelding opdracht - Tot op heden hebben vijf erkend gedupeerden kwijtschelding verkregen voor vorderingen met betrekking tot sociale zaken; - In totaal kregen vier gedupeerden kwijtschelding gemeentelijke heffingen - Er zijn momenteel geen (mogelijk) gedupeerden met een moratorium (vervallen per mei 2022), voor drie belastingschuldigen passen we een vrijwillig moratorium toe. Samenvattend De uitvoering van de gemeentelijke hersteloperatie staat goed. Het steunpunt is volledig ingericht, inclusief de personele inzet en de werkprocessen. We zijn in staat te anticiperen op nieuwe opdrachten, zoals de kindregeling. De respons vanuit de gedupeerden op de ontvangen ondersteuning is positief.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12239724/2