Bijlage Toelichting
Tekst van het document
Het bouwen van woningen komt wel voor op de D-lijst, onder categorie D11.2, ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ Bij een dergelijke activiteit is er sprake van een m.e.r.-beoordelingsplichtig besluit indien de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2000 woningen of meer omvat; 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van een dierenpension met groene voorruimte en blijft daarmee ruimschoots onder de gestelde grenswaarde. Geconcludeerd kan worden dat het plan derhalve niet kaderstellend is voor een m.e.r.-(beoordelings)plichtig besluit. Wat betreft het eerste criterium geldt er derhalve geen plicht tot het opstellen van een MER. Middels de toetsing aan de overige milieuaspecten in dit hoofdstuk heeft een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden. Hieruit zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen gebleken, waaruit bovendien geconcludeerd kan worden dat er geen noodzaak is tot het opstellen van een MER.
Ten aanzien van het tweede criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij onderhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Onderhavige ontwikkeling heeft met zekerheid geen mogelijk significant effect op de Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van het derde criterium geldt dat onderhavige activiteit niet is aangewezen als MER-plichtig op grond van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Conclusie Zoals beschreven is er bij onderhavig plan geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de m.e.r.-procedure o.g.v. het Besluit m.e.r., de Wet natuurbescherming of de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is dus voldaan aan de wettelijke verplichtingen hieromtrent.
datum referentie
18 november 2025 203755_AdB_RAP_0001_v6.0
P 65/71
4
Juridische plantoelichting
4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bespreekt de wijze waarop het ruimtelijk en functioneel beleid voor het plangebied in het bestemmingsplan is vertaald. Bij het opstellen van de juridische regeling heeft het uitgangspunt centraal gestaan dat er een regeling geboden wordt die de ontwikkeling van het plangebied mogelijk maakt. 4.2
Opbouw van de regels
Het bestemmingsplan bestaat uit regels en een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding omvat de gronden die voor de ontwikkeling van het plan van belang zijn. De keuze van de bestemmingen en de situering van de bestemmingsvlakken is gebaseerd op de huidige ruimtelijke situatie en de gewenste functies. Voorts sluit de opzet van de verbeelding aan op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De regels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. De regels bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: • inleidende regels; • bestemmingsregels; • algemene regels; • overgangs- en slotregels. In de toelichting wordt gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Ondanks het feit dat de toelichting geen onderdeel uitmaakt van het juridisch plangedeelte, fungeert de toelichting wel als interpretatiekader voor de uitleg van de regels, indien hierover interpretatieverschillen blijken te bestaan. 4.3
Regels
4.3.1 Hoofdstuk 1 ‘Inleidende regels’ Artikel 1 Begrippen In het eerste artikel, ‘begrippen’, worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsbepalingen zijn opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Voor sommige begrippen worden in de SVBP en Bor omschrijvingen gegeven. Deze zijn overgenomen. Artikel 2 Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen, wordt in de ‘wijze van meten’ uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeeldingen geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de ‘wijze van meten’ worden in de SVBP richtlijnen gegeven die zijn overgenomen in dit plan.
datum referentie
18 november 2025 203755_AdB_RAP_0001_v6.0
P 66/71
4.3.2 Hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ Artikel 3 Bedrijf De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de realisatie van het dierenpension en de bedrijfswoning. Bedrijfsgebouwen mogen worden opgericht binnen het bouwvlak, met in achtneming van de maatvoeringseisen en de toegekende maximale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen. De bedrijfswoning mag worden opgericht ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’. Bij de situering van deze aanduiding is rekening gehouden met de magneetveldzone nabij het plangebied. Bij het positioneren van het bouwvlak is rekening gehouden met omliggende gevoelige functies. Artikel 4 Groen Op de gronden met de bestemming ‘Groen’ is de realisatie van een groenzone mogelijk. De regels maken de inrichting van het plangebied als groene parkzone mogelijk. Binnen deze bestemming is daarnaast de realisatie van een ontsluitingsweg mogelijk. Artikel 5 Waarde – Ecologie De voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van natuurwaarden en het ecologisch netwerk. 4.3.3 Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen.
Artikel 7 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is een regeling opgenomen ten aanzien van bestaande afwijkende maatvoeringen. Artikel 8 Algemene gebruiksregels In dit artikel is het strijdig gebruik bepaalt. Artikel 9 Algemene aanduidingsregels Binnen het plangebied ligt een magneetveldzone. Met het opnemen van de aanduiding 'veiligheidszone magneetveldzone' is gewaarborgd dat binnen deze zone geen gevoelige functies worden gerealiseerd. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels De algemene afwijkingsregels bieden de mogelijkheid om, onder voorwaarden, af te wijken van de voorgeschreven maatvoeringseisen. Artikel 11 Overige regels In dit artikel wordt de gemeentelijke vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren van toepassing verklaard als voorwaarde voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen of afwijken.
datum referentie
18 november 2025 203755_AdB_RAP_0001_v6.0
P 67/71
4.3.4 Hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’ Dit hoofdstuk omvat twee artikelen: Artikel 12 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig bij een omgevingsvergunning worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan. Artikel 13 Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Regels van het bestemmingsplan ‘Oude Polder Dierenpension’.
datum referentie
18 november 2025 203755_AdB_RAP_0001_v6.0
P 68/71
5
Economische uitvoerbaarheid
5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Er wordt nader ingegaan op de grondexploitatie en de koppeling met het exploitatieplan. 5.2
Toepassing Grondexploitatiewet
De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van een of meer woningen en de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. 5.3
Economische uitvoerbaarheid
In het onderhavige geval is de gemeente zelf eigenaar van alle gronden binnen onderhavig plangebied. De exploitatie is op deze manier verzekerd.
datum referentie
18 november 2025 203755_AdB_RAP_0001_v6.0
P 69/71
6
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.1
Vooroverleg en inspraak
Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Daarnaast heeft de gemeente de het voorontwerpbestemmingsplan voor inspraak ter inzage gelegd vanaf 14 januari 2021, gedurende een periode van zes weken. Dit inspraakmoment maakt geen onderdeel uit van de ‘formele’ procedure uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De resultaten van het gevoerde vooroverleg zijn verwerkt in onderhavig plan. Als bijlage 12 is de Nota van beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties opgenomen. In deze nota zijn alle ingekomen vooroverleg- en inspraakreacties samengevat en voorzien van een gemeentelijk antwoord. In het hoofdstuk Staat van wijzigingen is aangeven tot welke aanpassingen de ingebrachte reacties hebben geleid.
6.2
Zienswijzen
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerp bestemmingsplan heeft in dit kader gedurende een periode van zes weken ter visie gelegen. Gedurende deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. Alle zienswijzen zijn toegevoegd als bijlage 11 bij deze toelichting. De ingebrachte zienswijzen zijn behandeld in een zienswijzenota. Deze is toegevoegd als bijlage 12 bij deze toelichting. In deze zienswijzen nota zijn de wijzigingen ten opzichte van het ontwerp verwoord en de resultaten van de tervisielegging zijn verwerkt in onderhavige toelichting.
datum referentie
18 november 2025 203755_AdB_RAP_0001_v6.0
P 70/71
datum referentie
18 november 2025 203755_AdB_RAP_0001_v6.0
P 71/71
Bijlage 1 Beeldkwaliteitsprofielen
Bijlage 2 Visie ontwikkeling
Bijlage 3 Verkennend (water)bodemonderzoek
Bijlage 4 Watersleutel
Bijlage 5 Archeologisch onderzoek
Bijlage 6 Aerius-berekening
Bijlage 7 Quickscan flora en fauna
Bijlage 8 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 1 Magneetberekening
Bijlage 9 Magneetveldberekening
Bijlage 10 Akoestisch onderzoek industrielawaai