Bijlage. Stappenplan integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers
Tekst van het document
Stappenplan integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers
Inleiding Op 1 januari 2024 is de nieuwe ‘Gedragscode integriteit volksvertegenwoordigers gemeente Pijnacker-Nootdorp’ in werking getreden. Aanvullend op dit gedragsprotocol is dit stappenplan opgesteld, waar in artikel 8 van de gedragscode naar verwezen wordt. Het stappenplan schetst de vier fases die doorlopen worden bij een (mogelijke) overtreding van het gedragsprotocol. Het stappenplan is primair bedoeld als leidraad voor alle (buiten)raadsleden die twijfelen over een eigen handeling of een handeling van een collega (buiten)raadslid en zich afvragen hoe hiermee om te gaan. Daarnaast wordt in dit stappenplan ook beschreven welke rollen de diverse betrokkenen hebben bij een overtreding van de gedragscode integriteit. De burgemeester speelt hierin een belangrijke rol omdat hij conform artikel 170 lid 2 van de Gemeentewet de bestuurlijke integriteit dient te bevorderen. De gedragscode integriteit en het stappenplan vormen gezamenlijk de basis voor het behandelen van integriteitsvraagstukken binnen de gemeenteraad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Beide documenten zijn openbaar en inzichtelijk voor derden. Daarnaast ontvangen alle (buiten)raadsleden bij hun aantreden een exemplaar van de gedragscode integriteit en het stappenplan. Integriteit zal altijd onderwerp van gesprek blijven.
De gedragscode integriteit en het stappenplan zullen worden geëvalueerd en waar nodig worden bijgesteld. Dit met als doel om goed en betrouwbaar bestuur te blijven bevorderen.
Fase 1 Bespreken en Melden Ieder (buiten)raadslid kan in zijn werk te maken krijgen met de vraag “is deze handeling geoorloofd?”. Handel ik in strijd met de gedragscode integriteit? Of heeft een collega een grens overschreden? Het is belangrijk dat een (buiten)raadslid advies in kan winnen en vertrouwelijk zijn twijfels en vragen kan bespreken. In het geval van (buiten)raadsleden kan er vertrouwelijk gesproken worden met de griffier (de griffier kan eventueel de vertrouwenspersoon integriteit raadplegen en zich intern en/of extern laten adviseren). Het onderwerp integriteit is gevoelig, kan veel emoties oproepen en schade veroorzaken bij betrokkenen. Daarom is (vertrouwelijk) in gesprek gaan en het inwinnen van advies zo belangrijk. Het moet de eerste stap zijn bij integriteitsvraagstukken en voorkomen dat raadsleden vroegtijdig en onterecht door de media in verband worden gebracht met een integriteitsschending. In de fase Bespreken en Melden maken we onderscheid tussen twee soorten handelingen. Een voorgenomen handeling en een reeds uitgevoerde handeling. Deze handelingen kunnen betrekking hebben op het (buiten)raadslid zelf (uitgewerkt onder 1.1) of op een handeling van een collega (buiten)raadslid (uitgewerkt onder 1.2).
In onderstaand stappenplan wordt uiteen gezet hoe een (buiten)raadslid dient te handelen wanneer hij/zij zelf twijfelt aan een (voorgenomen of uitgevoerde) handeling van zichzelf of een collega (buiten)raadslid.
1.1 Eigen handelen A. Situatie: Een (buiten)raadslid twijfelt over een eigen nog uit te voeren handeling. Stap 1: Het (buiten)raadslid gaat met de griffier in gesprek en vraagt advies: is deze handeling in strijd met de gedragscode? Er zijn drie conclusies mogelijk:
1. De griffier en het (buiten)raadslid concluderen gezamenlijk dat de voorgenomen handeling niet in strijd is met de gedragscode. De zaak is hiermee afgedaan. 2. De griffier en het (buiten)raadslid concluderen gezamenlijk dat de voorgenomen handeling wel in strijd is met de gedragscode. Het (buiten)raadslid ziet af van de voorgenomen handeling. De zaak is hiermee afgedaan. 3. Het (buiten)raadslid en de griffier komen er gezamenlijk niet uit. Dit kan komen door een verschil van inzicht of er blijft twijfel bestaan over de voorgenomen handeling. Als dit het geval is volgt stap 2. Stap 2: De griffier en het (buiten)raadslid gaan samen naar de burgemeester. De burgemeester formuleert (eventueel na raadpleging van de vertrouwenspersoon integriteit of andere interne en/of externe deskundigen) een advies. Op basis van dit advies zijn er twee conclusies mogelijk: 1. Het (buiten)raadslid volgt dit advies op. De zaak is hiermee afgedaan. 2. Het (buiten) raadslid volgt het advies niet op. Als dit het geval is volgt stap 3. Stap 3: Het (buiten)raadslid meldt, eventueel met een tussenstap aan het presidium, aan de gemeenteraad dat hij/zij met de griffier en de burgemeester heeft gesproken over een voorgenomen handeling die (mogelijk) in strijd is met de gedragscode, hierover advies heeft gekregen van de burgemeester maar hiervan afwijkt.
Laat het (buiten)raadslid het na om de gemeenteraad te informeren, dan doet de burgemeester dit. Het is vervolgens aan de gemeenteraad wat zij met de melding doet. B. Situatie: Een (buiten)raadslid twijfelt over een eigen al uitgevoerde handeling. Stap 1: Het (buiten)raadslid gaat met de griffier in gesprek en vraagt advies: Was deze handeling in strijd met de gedragscode? Er zijn drie conclusies mogelijk: 1. De griffier en het (buiten)raadslid concluderen gezamenlijk dat de handeling niet in strijd was met de gedragscode. De zaak is hiermee afgedaan. 2. De griffier en het (buiten)raadslid concluderen gezamenlijk dat de handeling wel in strijd was met de gedragscode. Als dit het geval is volgt stap 3. 3. Het (buiten)raadslid en de griffier komen er niet uit. Dit kan komen door een verschil van inzicht of er blijft twijfel bestaan over de handeling. Als dit het geval is volgt stap 2. Stap 2: De griffier en het (buiten)raadslid gaan samen naar de burgemeester. Op basis van het gesprek zijn er drie conclusies mogelijk: 1. De burgemeester, de griffier en het (buiten)raadslid concluderen gezamenlijk dat de handeling niet in strijd was met de gedragscode. De zaak is hiermee afgedaan. 2. De burgemeester, de griffier en het (buiten)raadslid concluderen gezamenlijk dat er wel sprake is van een schending van de gedragscode. Als dit het geval is volgt stap 3. 3.
Er is geen gedeelde conclusie. De burgemeester besluit of de stap naar fase 2 (Onderzoeken) wordt gezet of dat de zaak is afgedaan. Stap 3: Het (buiten)raadslid informeert de gemeenteraad over de schending van de gedragscode. Indien mogelijk probeert hij/zij de schending ongedaan te maken of de schade te herstellen. Stap 4: De burgemeester beoordeelt de zwaarte van de schending en maakt het zwaarte-oordeel bekend aan de gemeenteraad (zie fase 3: Oordelen en Sanctioneren).
Stap 5: De gemeenteraad velt het eindoordeel en besluit over een eventuele sanctie (zie fase 3: Oordelen en Sanctioneren)
1.2 Handelen van een collega (buiten)raadslid A. Situatie: Een (buiten)raadslid twijfelt over een voorgenomen handeling van een collega (buiten)raadslid. Stap 1: Het (buiten)raadslid bespreekt dit met het collega (buiten)raadslid en verwoordt zijn/haar twijfels over de voorgenomen handeling. Er zijn drie conclusies mogelijk: 1. De (buiten)raadsleden concluderen gezamenlijk dat de voorgenomen handeling niet in strijd is met de gedragscode. De zaak is hiermee afgedaan. 2. De (buiten)raadsleden concluderen gezamenlijk dat de voorgenomen handeling wel in strijd is met de gedragscode. Het (buiten)raadslid ziet af van de voorgenomen handeling. De zaak is hiermee afgedaan. 3. Het gesprek tussen de (buiten)raadsleden leidt niet tot een gedeelde conclusie. Als dit het geval is volgt stap 2. Stap 2: Het (buiten)raadslid dat twijfelt aan de voorgenomen handeling van een collega (buiten)raadslid gaat in gesprek met de griffier en vraagt advies. Eventueel kan de griffier hierbij de vertrouwenspersoon integriteit betrekken. Is de voorgenomen handeling van het collega (buiten)raadslid een schending van de gedragscode? Er zijn drie conclusies mogelijk: 1. De griffier en het (buiten)raadslid concluderen gezamenlijk dat de voorgenomen handeling van het collega (buiten)raadslid niet in strijd is met de gedragscode. De zaak is hiermee afgedaan. 2.
De griffier en het (buiten)raadslid concluderen gezamenlijk dat de voorgenomen handeling wel in strijd is met de gedragscode. Als dit het geval is volgt stap 3. 3. Het (buiten)raadslid en de griffier komen er niet uit. Dit kan komen door een verschil van inzicht of er blijft twijfel bestaan over de voorgenomen handeling van het collega (buiten)raadslid. Als dit het geval is volgt stap 3. Stap 3: Het (buiten)raadslid wat twijfelt aan de voorgenomen handeling van een collega (buiten)raadslid gaat naar de burgemeester. De burgemeester formuleert (eventueel na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) een advies aan het (buiten)raadslid van wie een voorgenomen handeling vragen heeft opgeroepen en communiceert dit met het betreffende (buiten)raadslid. Op basis van dit advies zijn er twee conclusies mogelijk: 1. Het (buiten)raadslid volgt dit advies op. 2. Het (buiten) raadslid volgt het advies niet op. Als dit het geval is volgt stap 4. Stap 4: Het (buiten)raadslid meldt aan de gemeenteraad dat hij/zij advies van de burgemeester heeft gekregen over een handeling die (mogelijk) in strijd is met de gedragscode en van dit advies afwijkt. Laat het (buiten)raadslid dit na, dan informeert de burgemeester de gemeenteraad. Het is vervolgens aan de gemeenteraad wat zij met de melding doet. B.
Situatie: Een (buiten)raadslid twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een collega (buiten)raadslid. Stap 1: Het (buiten)raadslid dat twijfelt over een handeling van een collega (buiten)raadslid gaat met de griffier in gesprek en vraagt advies: Is deze handeling in strijd met de gedragscode?
Er zijn drie conclusies mogelijk: 1. De griffier en het (buiten)raadslid concluderen gezamenlijk dat de handeling niet in strijd was met de gedragscode. De zaak is hiermee afgedaan. 2. De griffier en het (buiten)raadslid concluderen gezamenlijk dat de handeling wel in strijd was met de gedragscode. Als dit het geval is volgt stap 2. 3. Het (buiten)raadslid en de griffier komen er niet uit. Dit kan komen door een verschil van inzicht of er blijft twijfel bestaan over de handeling. Als dit het geval is volgt stap 2. Stap 2: Het (buiten)raadslid gaat in gesprek met het collega (buiten)raadslid die (mogelijk) gehandeld heeft in strijd met de gedragscode. Tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen (zie kader Aanspreken: wanneer niet?). Er zijn twee conclusies mogelijk: 1. Het (buiten)raadslid erkent dat hij/zij in strijd met de gedragscode heeft gehandeld. Het stappenplan onder 1.1 situatie B is van toepassing. 2. Het (buiten)raadslid erkent niet dat hij/zij in strijd met de gedragscode heeft gehandeld. Als dit het geval is volgt stap 3. Kan het (buiten)raadslid niet met het collega (buiten)raadslid in gesprek dan volgt meteen stap 3. Stap 3: Het (buiten)raadslid wat twijfelt aan de handeling van een collega (buiten)raadslid meldt dit bij de burgemeester. De burgemeester bepaalt of er naar fase 2 (Onderzoeken) wordt overgegaan of dat de zaak is afgedaan.
Aanspreken - wanneer niet? Het kan voorkomen dat er goede redenen zijn om het gesprek met een collega (buiten)raadslid na een mogelijke schending van de gedragscode niet aan te gaan. Voorbeelden hiervan zijn: • Er is een vermoeden van een ernstige schending en er bestaat een risico dat het onderzoek in gevaar zou komen als het (buiten)raadslid wordt aangesproken. • De onderlinge verhoudingen tussen de twee (buiten)raadsleden is dermate slecht dat een gesprek niet mogelijk is. Communicatie: Als een (buiten)raadslid in een persoonlijk gesprek advies krijgt van de burgemeester, kan dit desgewenst door de griffier op schrift worden gesteld en aan het (buiten)raadslid worden verstrekt. Adviezen die worden opgevolgd blijven vertrouwelijk. In principe weten alleen het betrokken (buiten)raadslid, de burgemeester en de griffier ervan. In dit stadium wordt de pers niet geïnformeerd en is het van belang om de groep betrokkenen zo klein mogelijk te houden. Meldingen vanuit de samenleving Het is mogelijk dat er vanuit de samenleving een melding wordt gedaan over een (mogelijke) integriteitsschending van een (buiten)raadslid. Deze melding kan rechtstreeks bij de burgemeester binnenkomen. Als dit het geval is wordt er een vooronderzoek gestart door de burgemeester (fase 2 Onderzoeken). De melder wordt niet in het onderzoek betrokken.
Wel wordt de melder geïnformeerd over wat er met de melding is gedaan. Via de klachtenregeling van de gemeente kunnen ook klachten worden ingediend. Omdat een raadslid een gekozen volksvertegenwoordiger is neemt de gemeente de klacht niet in behandeling. Bij de gemeente kunnen alleen klachten worden ingediend over de gemeenteraad als geheel. (https://www.pijnacker-nootdorp.nl/direct-regelen/melding-of-klacht/klacht-over-het-handelen-vande-gemeente/). Meldingen vanuit ambtenaren
Een ambtenaar die een melding over een (mogelijke) integriteitsschending wil doen gaat hierover, voordat hij/zij zich tot de burgemeester wendt, eerst in gesprek met de gemeentesecretaris. Opzettelijk valse meldingen Wanneer de burgemeester het vermoeden heeft dat er opzettelijk een valse melding wordt gedaan om een (buiten)raadslid in een kwaad daglicht te stellen gaat hij hierover met de melder in gesprek. De burgemeester kan eventueel een onderzoek instellen. Een (buiten)raadslid waartegen een opzettelijke valse melding wordt gedaan kan daarvan aangifte doen bij de politie.
Fase 2 Onderzoeken Wanneer in fase 1 is gebleken dat er mogelijk sprake is van een integriteitsschending welke onderzocht moet worden, treedt fase 2 (Onderzoeken) in werking. De beoordeling van de melding vormt een cruciaal moment. Het is belangrijk dat er een goede afweging wordt gemaakt over de melding. Een formeel, persoonsgericht onderzoek is ingrijpend, zeker voor het (buiten)raadslid waar de melding betrekking op heeft. Er moet dus niet lichtzinnig mee worden omgegaan. Als het onderzoek in zijn geheel wordt doorlopen bestaat dit uit twee delen, het vooronderzoek en het integriteitsonderzoek. In fase 2 Onderzoeken beschrijven we deze twee stappen, stap 1 betreft het vooronderzoek, stap 2 het integriteitsonderzoek. Stap 1 Het vooronderzoek De burgemeester is verantwoordelijk voor het vooronderzoek. Het vooronderzoek richt zich op het bepalen of een melding onderzoekswaardig is. Een melding is onderzoekswaardig als deze: • gaat over een vermoedelijke schending van de gedragscode. • betrouwbaar en concreet is. • onderzoekbaar is. Om vast te stellen of een melding hieraan voldoet doorloopt de burgemeester de volgende stappen: 1. De burgemeester gaat in gesprek met de melder (dit kan zowel een (buiten)raadslid, een inwoner of een ambtenaar zijn). 2. De burgemeester brengt de feitelijke situatie in kaart. 3.
De burgemeester onderzoekt of er aanvullende informatie beschikbaar is die de melding onderbouwt. 4. De burgemeester loopt relevante wet- en regelgeving na om te bepalen of de handeling waarover de melding gaat hiermee in strijd is. De burgemeester nodigt het (buiten)raadslid waarop de melding betrekking heeft uit voor een gesprek, tenzij de burgemeester de afweging maakt dat het spreken van het betreffende (buiten)raadslid nadelig kan zijn voor een mogelijk vervolgonderzoek. De burgemeester kan zich bij het doen van het vooronderzoek om te bepalen of de melding onderzoekswaardig is laten ondersteunen door deskundigen. Dit kunnen zowel deskundigen zijn uit de ambtelijke organisatie (bijvoorbeeld de vertrouwenspersoon integriteit, griffier, juristen of adviseurs) als externe deskundigen. De adviezen die de burgemeester ontvangt van deskundigen worden op schrift gesteld. De burgemeester gebruikt deze adviezen om tot een conclusie te komen in het vooronderzoek naar de onderzoekwaardigheid van de melding. De burgemeester kan op basis van het vooronderzoek vijf conclusies trekken:
1. Er is onvoldoende grond voor een verdenking. De melding heeft geen betrekking op de gedragscode en/of is niet in strijd met de wet. De melding is onvoldoende betrouwbaar, niet concreet genoeg of de melding is niet onderzoekbaar. Daarmee is de zaak afgedaan. 2. Het (buiten)raadslid waarop het onderzoek betrekking heeft, heeft de schending van de gedragscode erkend. De feiten zijn bekend en verder onderzoek is niet nodig. In dit geval volgt fase 3 Oordelen en Sanctioneren. 3. Er is grond voor verdenking maar het (buiten)raadslid waar de melding betrekking op heeft erkent de schending van de gedragscode niet. Daarom is er verder onderzoek nodig. De burgemeester start een integriteitsonderzoek op en informeert het betreffende (buiten)raadslid hierover. 4. Er is grond voor verdenking en de melding heeft betrekking op een ernstige schending. De burgemeester heeft in een eerder stadium besloten om het (buiten)raadslid waarop de melding betrekking heeft hierover niet te informeren omdat dit het onderzoek in gevaar zou kunnen brengen. De burgemeester start een integriteitsonderzoek (zie stap 2) zonder het (buiten)raadslid waarop de melding betrekking heeft hierover te informeren. 5. De melding heeft (mogelijk) betrekking op een strafbaar feit. De burgemeester kan besluiten aangifte te doen bij de politie.
Gaat de melding over een (mogelijk) ambtsmisdrijf dan zal de burgemeester aangifte bij de politie doen omdat hij hiertoe verplicht is. Stap 2 Het integriteitsonderzoek Wanneer de burgemeester op basis van het vooronderzoek heeft vastgesteld dat de melding verder onderzocht moet worden start hij een integriteitsonderzoek op. De burgemeester legt alle betrokkenen bij het integriteitsonderzoek geheimhouding op, conform hoofdstuk Va van de Gemeentewet. Het is in het vervolg voor betrokkenen niet toegestaan om te praten over alles waar het integriteitsonderzoek betrekking op heeft. Onderzoeksopzet De burgemeester stelt de onderzoeksopzet op. Daarin vermeldt hij de volgende zaken: • De onderzoeksvraag of -vragen. • De wet- en regelgeving waaraan het handelen moet worden getoetst. • De termijn waarbinnen het onderzoek moet worden afgerond. Uitvoering onderzoek De burgemeester is eindverantwoordelijk voor het integriteitsonderzoek. Het onderzoek laat hij echter uitvoeren door onderzoekers vanuit de gemeentelijke organisatie of een gecertificeerd extern onderzoeksbureau. In het laatste geval vraagt de burgemeester aan het onderzoeksbureau om een opdrachtbevestiging waarin ten minste vermeld wordt welke onderzoeksmethoden er worden gebruikt, wat de onderzoeksplanning is en wat de kosten van het onderzoek zijn.
Tijdens het onderzoek wordt ten minste het (buiten)raadslid geïnterviewd waarop de melding betrekking heeft. Het onderzoek kan verder bestaan uit: • Het beoordelen van schriftelijke informatie • Het beoordelen van het gebruik van informatie- en communicatiemiddelen • Het beoordelen van de werkomgeving • Het toetsen van informatie aan relevante wet-/regelgeving • Het interviewen van andere betrokkenen Onderzoeksrapport Het uitgevoerde integriteitsonderzoek leidt uiteindelijk tot een rapport. De burgemeester ontvangt dit rapport in concept. Nadat de burgemeester het rapport heeft gelezen legt hij het rapport, om hoor en wederhoor toe te passen, voor aan het (buiten)raadslid waar het integriteitsonderzoek
betrekking op heeft. De op- en aanmerkingen en aanvullingen van het betreffende (buiten)raadslid worden door de burgemeester op schrift gesteld en na controle van het betreffende (buiten)raadslid als bijlage aan het definitieve rapport toegevoegd. Het rapport blijft op dit moment nog geheim. Communicatie over het onderzoek Als de conclusie van het vooronderzoek is dat de melding ongegrond is en er geen sprake is van een schending van de gedragscode blijft het vooronderzoek vertrouwelijk. Alleen de melder, het (buiten)raadslid waarover de melding gaat, de burgemeester, deskundigen die de burgemeester hebben geholpen bij het onderzoek (en eventueel de griffier) zijn van het vooronderzoek en de conclusies op de hoogte. Het vooronderzoek wordt niet in de openbaarheid gebracht en er wordt niet over gecommuniceerd. De burgemeester besluit of er na het vooronderzoek een integriteitsonderzoek wordt opgestart. Het is van belang dat zo min mogelijk mensen hierover worden geïnformeerd om de kans op lekken te voorkomen. De burgemeester kan er wel voor kiezen om, als hij dit noodzakelijk acht, de fractievoorzitters te informeren via het Presidium.
Fase 3 Oordelen en sanctioneren Nadat het integriteitsonderzoek is afgerond gaat de fase van oordelen en sanctioneren in. In deze fase beoordeelt de burgemeester of er op basis van het integriteitsonderzoek een schending van de gedragscode heeft plaatsgevonden en wat de zwaarte van de schending is alvorens de gemeenteraad een oordeel velt. Ook in deze fase worden weer een aantal stappen doorlopen. Stap 1 Beoordeling onderzoeksrapport De burgemeester beoordeelt het definitieve onderzoeksrapport. Op basis van het definitieve onderzoeksrapport kan de burgemeester twee conclusies trekken: • Uit het onderzoek blijkt dat er geen overtreding van de gedragscode is vastgesteld. Situatie A is dan van toepassing. • Uit het onderzoek blijkt dat er wel een overtreding van de gedragscode is vastgesteld. Situatie B is dan van toepassing. Situatie A Als uit het onderzoek blijkt dat de gedragscode niet is overtreden deelt de burgemeester de resultaten in principe alleen met het (buiten)raadslid waar het onderzoek naar is gedaan. Daarnaast informeert de burgemeester de melder, de griffier en de fractievoorzitters via het Presidium. Mocht het (buiten)raadslid de onderzoeksresultaten breder willen delen dan kan dit in overleg met de burgemeester. Situatie B Als uit het onderzoek blijkt dat de gedragscode wel is overtreden bepaalt de burgemeester wat de zwaarte is van de overtreding.
Dit wordt verder beschreven onder stap 2. Stap 2 Bepalen zwaarte overtreding De burgemeester bepaalt de zwaarte van de gemaakte overtreding. De burgemeester stelt eerst de aard van de overtreding en de context waarbinnen de overtreding heeft plaatsgevonden vast. Bij het bepalen van de aard van de overtreding kijkt de burgemeester naar de vraag of de zuiverheid van de besluitvorming in het geding was. Hij kan twee conclusies trekken: • Door de overtreding is de zuiverheid van de besluitvorming in het geding. Dit raakt aan de kerntaak van een (buiten)raadslid en valt onder machtsmisbruik. Dit is o.a. het geval bij belangenverstrengeling, corruptie en het gebruik van vertrouwelijke informatie. Bij deze overtredingen past een zwaardere sanctie.
•
Door de overtreding is de schijn gewekt dat de zuiverheid van de besluitvorming in het geding is. Het (buiten)raadslid heeft dit in onvoldoende mate voorkomen en heeft daardoor het vertrouwen in de politiek geschaad. Dit is o.a. het geval bij onheuse bejegening of intimidatie. Bij deze overtredingen past een lichtere sanctie.
Nadat de burgemeester de aard van de overtreding heeft bepaald beoordeelt de burgemeester de context waarbinnen de overtreding heeft plaatsgevonden. Zijn er eventueel verzwarende of verzachtende omstandigheden te benoemen waar het (buiten)raadslid een beroep op kan doen? De burgemeester kan hierbij kijken naar: • Erkent het (buiten)raadslid dat hij/zij een overtreding heeft begaan? • Was het (buiten)raadslid naïef? • Heeft het (buiten)raadslid al eerder een (soortgelijke) overtreding begaan? • Is het (buiten)raadslid onder druk gezet? Nadat de burgemeester ook de context heeft meegewogen bepaalt de burgemeester de zwaarte van de overtreding en volgt stap 3. Mocht uit het integriteitsonderzoek blijken dat er (mogelijk) sprake is van een strafbaar feit, dan kan de burgemeester aangifte doen bij de politie. Blijkt uit het onderzoek dat er (mogelijk) sprake is van een ambtsmisdrijf dan zal de burgemeester aangifte bij de politie doen omdat hij hiertoe verplicht is. Stap 3 overleg met het Presidium Als uit het integriteitsonderzoek blijkt dat er sprake is geweest van een overtreding van de gedragscode en de burgemeester zijn zwaarte oordeel heeft bepaald, gaat hij in gesprek met het Presidium omdat het Presidium aanbevelingen aan de gemeenteraad mag doen (zie artikel 2, lid 5 sub a van het Reglement van Orde).
In dit gesprek komen de volgende onderwerpen aan de orde: • Het integriteitsonderzoek, de resultaten en de conclusies; • Het zwaarte-oordeel van de burgemeester; • De manier waarop de onderzoeksresultaten en het zwaarte-oordeel aan de gemeenteraad kunnen worden voorgelegd; • Op welke manier er over het onderzoek, het zwaarte-oordeel en het raadsbesluit over een (eventuele) sanctie naar de inwoners wordt gecommuniceerd. Nadat de burgemeester met het Presidium heeft gesproken volgt stap 4. Stap 4 oordeel en besluit van de gemeenteraad Op basis van het onderzoeksrapport en het zwaarte-oordeel van de burgemeester bepaalt de gemeenteraad of en zo ja welke sanctie er aan het (buiten)raadslid wordt opgelegd. De gemeenteraad vormt zich eerst een oordeel op basis van de voorliggende informatie en besluit daarna over een (eventuele) sanctie. Hierbij vermijdt de gemeenteraad iedere politieke bevangenheid. Sancties De sanctie die de gemeenteraad oplegt moeten proportioneel en subsidiair zijn. Daarbij is het aantal sanctiemogelijkheden beperkt. Het (buiten)raadslid heeft een kiezersmandaat en kan derhalve alleen op basis van artikel 15 Gemeentewet ontslag krijgen. De sancties kunnen in drie categorieën worden ingedeeld: 1. Politieke sancties opgelegd door de gemeenteraad; Hierbij kan gedacht worden aan:
• • • • •
Het corrigerend toespreken van het (buiten)raadslid; Het eisen van publieke excuses; Het indienen van een motie van treurnis of afkeuring; Het ontslaan van het (buiten)raadslid uit een bijkomende functie waarin hij/zij door de gemeenteraad is benoemd; Het schorsen of stopzetten van het raadslidmaatschap conform artikel X1 of X8 van de kieswet.
2. Sancties opgelegd door de eigen fractie; Hierbij kan gedacht worden aan: • Het royeren van het (buiten)raadslid uit de fractie of politieke partij; • Het verwijderen van het (buiten)raadslid uit de fractie. 3. Strafrechtelijke sancties Hierbij kan gedacht worden aan: • Strafrechtelijke vervolging en veroordeling. Communicatie Communicatie vindt pas plaats nadat de gemeenteraad een (eventuele) sanctie heeft opgelegd. Daarna stelt de burgemeester de pers op de hoogte van de kwestie. Tot die tijd mogen betrokkenen (zoals de melder, het (buiten)raadslid waarnaar het onderzoek is ingesteld, leden van het Presidium en de griffier) niet met de pers praten over de kwestie.
Fase 4 Evalueren en leren Nadat de burgemeester het integriteitsonderzoek heeft beoordeeld, de zwaarte van de overtreding heeft vastgesteld, de gemeenteraad een oordeel heeft geveld en (eventueel) een sanctie heeft opgelegd is de melding afgehandeld. Het enige wat dan nog resteert is het proces evalueren en ervan leren. Evaluatie van het proces Wanneer iedereen zich aan de regels houdt krijgt niemand te maken met een overtreding van de gedragscode. Maar toch valt niet uit te sluiten dat (buiten)raadsleden, de griffier en de burgemeester ooit het stappenplan rondom een overtreding van de gedragscode moeten doorlopen. Hoe de uitkomst van de melding ook is: het is altijd goed om een proces te evalueren en daarvan te leren. De impact van een overtreding van de gedragscode kan, zeker voor de direct betrokkenen, zeer groot zijn. De burgemeester zal, nadat de melding is afgehandeld, het voortouw nemen in deze laatste fase. Hij bepaalt, in overleg met betrokkenen, of nazorg is geboden en op welke manier de evaluatie plaats moet vinden.
De burgemeester heeft hierin verschillende mogelijkheden: • Een (formele) schriftelijke evaluatie • Een evaluatiegesprek met het (buiten)raadslid die een overtreding heeft begaan • Een evaluatiegesprek met alle betrokkenen bij het proces Evaluatie van de gedragscode integriteit en het stappenplan Het is belangrijk om het onderwerp integriteit met elkaar te blijven bespreken. De gedragscode integriteit en het bijbehorende stappenplan zijn documenten die regelmatig opnieuw bekeken en beoordeeld moeten worden.
Eenmaal per raadsperiode maakt de griffier in samenspraak met de burgemeester een (geanonimiseerd) overzicht van de overtredingen van de gedragscode integriteit waar melding van is gemaakt en de lessen die zijn getrokken uit adviezen (van interne als externe deskundigen), voor- en integriteitsonderzoeken. Dit overzicht wordt gedeeld met de gemeenteraad. Daarnaast wordt het document “gedragscode integriteit” en het bijbehorende stappenplan eenmaal per raadsperiode (vier jaar) geëvalueerd door de burgemeester, de griffier en de fractievoorzitters in het Presidium. Waar nodig wordt het document en het bijbehorende stappenplan op basis van de evaluatie bijgesteld en aan de gemeenteraad voorgelegd.
Rollen en taken belanghebbenden In het proces rondom (mogelijke) overtredingen van de gedragscode integriteit zijn diverse personen betrokken. In dit overzicht wordt weergegeven welke taken en bevoegdheden zij in dit proces hebben. De Burgemeester • Is eindverantwoordelijk voor het bevorderen van de bestuurlijke integriteit. • Geeft advies als de griffier en een (buiten)raadslid het niet een zijn of een (voorgenomen) handeling in strijd is met de gedragscode. • Doet een vooronderzoek, wanneer er een vermoeden is of een melding binnenkomt van een overtreding van de gedragscode. • Geeft opdracht tot het doen van een integriteitsonderzoek als het vooronderzoek hierom vraagt. • Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek en bespreekt deze met het betreffende (buiten)raadslid. • Stelt de zwaarte van de overtreding vast. • Informeert de fractievoorzitters over de uitkomsten van een integriteitsonderzoek en zijn zwaarte-oordeel. • Legt de onderzoeksresultaten en het zwaarte-oordeel voor aan de gemeenteraad. • Doet bij strafbare feiten aangifte bij de politie. De burgemeester kan bij het geven van advies en het doen van het vooronderzoek de hulp inroepen van interne of externe deskundigen. De Vertrouwenspersoon integriteit • Adviseert op verzoek de burgemeester bij integriteitsvraagstukken. • Adviseert op verzoek de griffier bij integriteitsvraagstukken.
• Adviseert de griffier indien twee (buiten)raadsleden het niet eens zijn of een handeling in strijd is met de gedragscode. • Ondersteunt op verzoek de burgemeester bij het vooronderzoek naar een integriteitsmelding. De Griffier • Is het eerste aanspreekpunt voor (buiten)raadsleden met vragen over integriteitsvraagstukken. • Voert (vertrouwelijke) gesprekken met (buiten)raadsleden over integriteitsvraagstukken. Is • Gaat in gesprek met een (buiten)raadslid en de burgemeester wanneer er geen overeenstemming over de (voorgenomen) handeling van een (buiten)raadslid is.
•
Kan op verzoek van de burgemeester informatie verstrekken voor het vooronderzoek naar een (mogelijke) overtreding van de gedragscode.
De Gemeenteraad • Kan een sanctie opleggen aan een (buiten)raadslid als het integriteitsonderzoek uitwijst dat er een overtreding van de gedragscode is begaan.