Bijlage Regels
Tekst van het document
Oude Polder - Dierenpension
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 2 van 45
Inhoudsopgave
Regels
5
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
6 6 12
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf Artikel 4 Groen Artikel 5 Waarde - Ecologie
13 13 16 19
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Artikel 7 Algemene bouwregels Artikel 8 Algemene gebruiksregels Artikel 9 Algemene aanduidingsregels Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Artikel 11 Algemene procedureregels Artikel 12 Overige regels
21 21 22 23 24 25 26 27
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
28 28 29
Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Nota Parkeernormen 2021
31 32
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 3 van 45
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 4 van 45
Regels
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 5 van 45
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 1.1
Begrippen
plan
het bestemmingsplan Oude Polder - Dierenpension van de gemeente Pijnacker-Nootdorp; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1926.bp000200130-3001 met de bijbehorende regels; 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
afhankelijke woonruimte
het niet tot het hoofdgebouw behorende bebouwing laten bewonen door één of meer personen die ondersteuning of verzorging kunnen krijgen van het in het bijbehorende hoofdgebouw woonachtige huishouden; 1.6
ander bouwwerk
een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.7
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.8
bebouwingspercentage
een met een maatvoeringsaanduiding in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat het gedeelte van het bestemmingsvlak of bouwvlak aangeeft dat mag worden bebouwd; 1.9
bed-and-breakfastvoorziening
een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als toeristisch-recreatieve activiteit, ondergeschikt aan de woonfunctie. Onder een bed-and-breakfastvoorziening wordt niet verstaan overnachting noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of seizoensgebonden arbeid;
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 6 van 45
1.10
bedrijf
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen, opslaan, distribueren en verhandelen van goederen, waarbij de eventuele kantoorfunctie en/of detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt, niet-zelfstandig onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de ter plaatse uitgeoefende hoofdactiviteiten; 1.11
belemmeringenstrook
een in het Besluit externe veiligheid buisleidingen vastgelegde strook die uit het oogpunt van externe veiligheid en de leveringszekerheid gereserveerd is voor werkzaamheden van de leidingexploitant; 1.12
beroep en/of bedrijf aan huis
het in de woning en bijbehorende bouwwerken uitsluitend door de bewoners van de betreffende woning uitoefenen van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 zoals genoemd in de bijbehorende Staat van Bedrijfsactiviteiten en die geen horeca of detailhandel zijn, en/of het beroepsmatig uitoefenen van activiteiten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, maatschappelijk of daarmee gelijk te stellen gebied alsmede zakelijke dienstverlening en een bed-and-breakfastvoorziening. De bedrijfsactiviteiten dienen plaats te vinden met behoud van de woonfunctie en daaraan qua oppervlakte ondergeschikt te zijn; 1.13
bedrijfsgebouw
een gebouw ten dienste van en behorende bij een bedrijf, instelling of voorziening, niet zijnde een bedrijfs- of andere woning; 1.14
bedrijfsvloeroppervlak
de brutovloeroppervlakte, gemeten conform NEN 2580, van bedrijfs-, kantoor- en andere dienstruimten, uitgezonderd parkeergarages en fietsenstallingen; 1.15
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, kennelijk slechts bestemd voor één persoon of gezin, van wie huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of terrein, noodzakelijk is; 1.16
beschermde groei- en verblijfplaats
een verblijfplaats van plant- en diersoorten, waar bij verstoring, vernietiging en soortgelijke activiteiten de verbodsbepalingen in de Wet Natuurbescherming worden overtreden; 1.17
bestaand bouwwerk
bebouwing, situatie, maat, zoals dat bestaat of rechtens mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan;
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 7 van 45
1.18
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.19
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.20
bijbehorend bouwwerk
een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.21
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.22
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.23
bouwlaag
een voor verblijf geschikt deel van een gebouw, gelegen tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en dak); 1.24
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolgde de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.25
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.26
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan; 1.27
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond; 1.28
brutovloeroppervlakte
de vloeroppervlakte, gemeten conform NEN 2580, van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw;
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 8 van 45
1.29
dakkapel
een uitspringend dakvenster, aangebracht op het hellende dakvlak en aan alle zijden omgeven door het betreffende dakvlak; 1.30
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. In dit plan worden een horecabedrijf alsmede het uitsluitend via internet aanbieden van diensten en producten, waarbij geen verkoopruimte voor rechtstreekse verkoop aanwezig is en geen aflevering ter plaatse aan consumenten plaatsvindt, niet als detailhandel aangemerkt; 1.31
ecologisch netwerk
een netwerk van leefgebieden en verbindingszones ten behoeve van de duurzame instandhouding van populaties van plant- en diersoorten; 1.32
ecologische waarden
de aan een gebied toegekende waarden die verband houden met de samenhang van dieren en planten en hun leefomgeving en/of tussen dieren en planten onderling; 1.33
erker
een ruimte op de begane grond in een gebouw die buiten de gevel van het gebouw uitsteekt; 1.34
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.35
gevoelige bestemming
Als gevoelige bestemmingen worden aangemerkt woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen met het daarbij behorende tuinen/erven en buitenruimten zoals speelplaatsen bij een school. 1.36
hondenschool
een voorziening waar honden worden opgevoed, getraind en gesocialiseerd onder begeleiding van een daartoe bevoegde instructeur, inclusief de daarvoor benodigde binnen- en buitenruimten. 1.37
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 9 van 45
1.38
huishouden
een persoon of groep van personen waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid; 1.39
kantoor
een gebouw of een deel van een gebouw waarin overwegend kantoorwerkzaamheden plaatsvinden; 1.40
kantine
een gebouw of ruimte in een gebouw ten dienste van de op het perceel gelegen bestemming voor het nuttigen van maaltijden en overige consumpties door de gebruikers van de bestemming; 1.41
nachtperiode
de periode tussen 20.00 en 06.00 uur; 1.42
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de distributie van gas, water, warmte, elektra en de telecommunicatie; 1.43
peil
het punt waarvan uit de hoogte van bouwwerken (of onderdelen) wordt gemeten: a.
b. 1.44
de hoogte van de kruin van de weg: in geval van een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan die weg grenst en de onderzijde van de hoofdtoegang op maximaal 0,25 m boven of onder de hoogte van de kruin is gelegen; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein bij voltooiing van de bouw; plaatsgebonden risico
risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is; 1.45
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.46
raamprostitutie
een prostitutiebedrijf, waarbij prostituees zich aanbieden aan het publiek door zich opvallend aan een raam aan de straat te vertonen;
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 10 van 45
1.47
seksinrichting
een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht; onder een hiervoor bedoelde inrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf en raamprostitutiebedrijf; 1.48
straatmeubilair
alle bij het openbaar gebied behorende en ten dienste van dat gebied en aangrenzende bestemmingen staande bouwwerken, zoals verkeersgeleiders, verkeers-, verwijs- en informatieborden, lichtmasten, zitbanken en bloembakken, abri's, beeldende kunstwerken, speeltoestellen en -objecten, draagconstructies voor reclame, kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen (waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen), onder- en bovengrondse afvalinzamelingsvoorzieningen, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen, regelinstallaties, geluidwerende voorzieningen en fietsenstallingen en -rekken. 1.49
verbeelding
de visuele weergave van een bestemmingsplan. Onder het begrip 'verbeelding' wordt zowel de analoge als de digitale wijze verstaan; 1.50
voorgevel
de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel; 1.51
voorgevelrooilijn
De op de verbeelding als zodanig aangegeven lijn die buitenwerks loopt waar de voorgevel van een gebouw zich bevindt of dient te bevinden en/of de denkbeeldige lijn in het verlengde van die lijn; 1.52
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 11 van 45
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
Algemeen
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1.1
de b ouwhoogte van een b ouwwerk
vanaf het peil tot het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, zonnepanelen, dakkapellen en naar de aard en/of omvang daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.1.2
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.1.3
de goothoogte van een b ouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van dakkapellen;
2.1.4
de inhoud van een b ouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
2.1.5
de oppervlakte van een b ouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 12 van 45
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 3.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
bedrijven die hierna in de tabel zijn aangegeven, ter plaatse van de daarbij aangegeven aanduiding:
Ter plaatse van de aanduiding
Bedrijf m et SBI-code
Milieucategorie
dierenpension
Dierenasiel- en pension: SBI-2008 6909 A
3.2
b. c. d. e. f. g. h.
i.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - dierenpension' is tevens een hondenschool toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', ten hoogste één bedrijfswoning met inbegrip van een beroep en/of bedrijf aan huis; bij een bedrijf behorende kantoorruimten tot een maximum van 50% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, en in ieder geval niet meer dan 130 m²; bij het bedrijf behorende wegen met bijbehorende paden en bermen; groen-, parkeer- en overige voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen behorende bij een bedrijf en een kantine; watergangen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals bruggen en duikers; verkoop via internet van diensten en producten, waarbij ter plaatse geen uitstallings- en verkoopruimte aanwezig is voor rechtstreekse verkoop en geen aflevering aan consumenten plaatsvindt; geluidwerende voorzieningen.
een en ander met uitzondering van: j.
detailhandel.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Toegestane b ouwwerken
Op en in de gronden als bedoeld in artikel 3.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c.
hoofdgebouwen, niet zijnde bedrijfs- of andere woningen; ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' uitsluitend één bedrijfswoning; bergingen en fietsenstallingen
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 13 van 45
d.
andere bouwwerken.
3.2.2
Bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 3.2.1 gelden de volgende bepalingen: a. b.
c. d.
e.
hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; de goot- en bouwhoogte van gebouwen als bedoeld in sublid 3.2.1 mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' is aangegeven; de inhoud van een bedrijfswoning inclusief de daarbij behorende bouwwerken, mag niet meer dan 750 m³ bedragen; bij elke bedrijfsvestiging mag de gezamenlijke brutovloeroppervlakte van kantoorruimten behorende bij het bedrijf, niet meer dan 50% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte bedragen, en in ieder geval niet meer dan 130 m²; de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:
Bouwwerken
Max. bouwhoogte
luifels, vlaggen- en andere masten
8m
erf- of perceelafscheidingen op of rond een terrein met daarop een gebouw
2m
geluidsw erende voorzieningen
4m
overige andere bouw w erken
3m
f.
bergingen en fietsenstallingen mogen buiten bouwvlakken worden gebouwd, tot bij elk bedrijf maximaal 1 gebouw met een oppervlakte van maximaal 50 m² en tot een maximale bouwhoogte van 3 m;
3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig geb ruik
a. b. c. d.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - dierenpension' mogen overdag niet meer dan 108 honden verblijven; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - dierenpension' mogen in de nachtperiode niet meer dan 54 honden verblijven; het is niet toegestaan gronden en opstallen te gebruiken voor detailhandel; het is niet toegestaan de bedrijfswoning te gebruiken voor bedrijfsmatige doeleinden.
3.3.2 a.
Voorwaardelijke verplichting
bij de ontwikkeling van het bebouwd en/of verhard oppervlak binnen de bestemming 'Bedrijf' dient een, met het te onwikkelende deel, evenredige percentage aan oppervlaktewater en/of
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 14 van 45
b.
vasthoudmaatregelen gerealiseerd te worden, voor zover dit niet reeds aanwezig is; het in gebruik nemen van bebouwing binnen de bestemming 'Bedrijf' is slechts toegestaan: 1. indien voldaan wordt aan de watersleutel van het Hoogheemraadschap Delfland of de opvolger daarvan en zolang dit nieuw oppervlaktewater in zijn volle omvang in stand wordt gelaten, of; 2. indien een oplossing wordt toegepast die vanuit waterhuishoudkundig oogpunt gelijkwaardig is.
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 15 van 45
Artikel 4 4.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
groenvoorzieningen; watergangen, ecoducten, faunapassages, bruggen en duikers; extensieve openluchtrecreatie; instandhouding en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; instandhouding en ontwikkeling van watergangen, sloten en andere waterpartijen, en kades; fiets- en voetpaden; ontsluiting ten behoeve an de belendende bedrijfsbestemming; nutsvoorzieningen; buurttuinen; geluidwerende voorzieningen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Toegestane b ouwwerken
Op en in gronden als bedoeld in lid 4.1 mogen uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd.
4.2.2
Bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a.
De bouwhoogte van de hierna genoemde bouwwerken mogen niet meer bedragen dan daarbij is aangegeven:
Bouw w erken
m ax. goothoogte
m ax. bouw hoogte
lichtmasten, verkeerstekens en w egw ijzers
-
6m
geluidsw erende voorzieningen
-
4m
overige andere bouw w erken
planstatus ontwerp
2m
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 16 van 45
4.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.2, ten behoeve van de bouw van gebouwen zoals schuilgelegenheden en bergingen, mits de noodzaak daarvan is aangetoond en de natuur- en landschapswaarden niet worden aangetast, waarbij: a. b.
er maximaal 1 gebouw gerealiseerd wordt met een maximun oppervlakt van dan 30 m². de bouwhoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan 3 m.
4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1
Werken en werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel wordt gewijzigd of het maaiveld zelf met meer dan 0,20 m wordt gewijzigd; het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,50 m onder maaiveld; het aanleggen, dempen of wijzigen (van oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit) van waterlopen, sloten en greppels; het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering; het vellen of rooien van bos en/of het verwijderen van houtopstanden; het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand of dieper dan 0,40 m onder maaiveld wortelend houtgewas met agrarische productiefunctie; het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilranden; het verwijderen van onverharde wegen of paden; het verwijderen, aanleggen en/of verharden van wegen, paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, voor zover groter dan 100 m² per perceel.
4.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 4.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 17 van 45
4.4.3
Toelaatb aarheid
De in lid 4.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de natuur en landschappelijke waarden. Indien de vergunning ziet op een wijziging in de waterhuishouding wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij het Hoogheemraadschap.
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 18 van 45
Artikel 5 5.1
Waarde - Ecologie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a.
b.
instandhouding en ontwikkeling van natuurwaarden, gericht op ontwikkeling en instandhouding van ecologische netwerken, als bedoeld in artikel 1.31, en beschermde groei- en verblijfplaatsen, als bedoeld in artikel 1.16; voorzieningen ten behoeve van en behorende bij de onder a bedoelde doeleinden.
5.2
Bouwregels
In zoverre in afwijking van het overigens in deze regels bepaalde met betrekking tot het bouwen mogen op en in de gronden als bedoeld in lid 5.1, andere bouwwerken ten behoeve van de in dat lid aangegeven doeleinden worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen. 5.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met toepassing van artikel 11 (Algemene procedureregels), nadere eisen te stellen aan de situering van bouwwerken die krachtens de andere bestemmingen van de gronden als bedoeld in lid 5.1, mogen worden gebouwd, ter voorkoming van onevenredige aantasting van de in lid 5.1 bedoelde waarden en belangen. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1
Omgevingsvergunningplicht
Behoudens het bepaalde in lid 5.4.2, is het verboden zonder een omgevingsvergunning op en in de in lid 5.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.
het ontgronden, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; het rooien of aanplanten van bomen of andere houtgewassen; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; het aanleggen van paden; het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere waterpartijen en het aanleggen van drainage; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
5.4.2
Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht
Het in sublid 5.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b.
in het kader van het normale beheer en onderhoud; werken en werkzaamheden waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen vergunning was vereist;
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 19 van 45
2.
5.4.3
is of mag worden begonnen krachtens een verleende vergunning.
Toelaatb aarheid
De werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden als bedoeld in sublid 5.4.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in lid 5.1 bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen: : a. b.
5.5
niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodanig dat de bestemming 'Waarde - Ecologie' naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind, in voorkomend geval uit het plan wordt verwijderd of wordt gewijzigd in de bestemming 'Waarde Archeologie 1', voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 20 van 45
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 21 van 45
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Bestaande afwijkende maatvoering
In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand tot enige grens van bouwwerken, die rechtens, in overeenstemming met het bepaalde in de ter zake geldende wet- en regelgeving tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 22 van 45
Artikel 8 8.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. b. c. d. e.
het gebruik van gronden, gebouwen , bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en het uitoefenen van prostitutie; het gebruik van gebouwen, bouwwerken en onderkomens als belhuis; het gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gericht gebruik en onderhoud; als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, het gebruik van (aangebouwde) bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte.
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 23 van 45
Artikel 9 9.1 a.
Algemene aanduidingsregels
Veiligheidszone - magneetveldzone Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - magneetveldzone' mogen de gronden niet bebouwd worden ten behoeve van een gevoelige bestemming.
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 24 van 45
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning in afwijking van het plan verlenen: a.
b. c.
ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes, bewaarplaatsen van huisvuilcontainers, gemalen en transformatorhuisjes, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 3 m en de oppervlakte niet meer dan 30 m² mag bedragen; de bouw van geluidwerende voorzieningen, met een maximale hoogte van 6 m, indien zulks in het kader van de uitvoering van de Wet geluidhinder noodzakelijk is; indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van grens of richting van wegen en paden en ligging van bestemmings-, bouw- en aanduidingsgrenzen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen.
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 25 van 45
Artikel 11
Algemene procedureregels
In de gevallen dat in deze regels toepassing van deze procedurebepalingen is voorgeschreven, gelden de volgende bepalingen: a. b.
c.
d.
het ontwerpbesluit omtrent nadere eisen ligt met bijbehorende stukken gedurende zes weken voor een ieder ter inzage; het bevoegd gezag maakt de terinzagelegging vooraf bekend in één of meer dag-, nieuwsof huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid, alsmede op de gebruikelijke wijze; de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid van belanghebbenden om gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk zienswijzen omtrent het ontwerpbesluit naar voren te brengen bij het bevoegd gezag; burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 26 van 45
Artikel 12 12.1
Overige regels
Waarborging voldoende parkeergelegenheid
Ten behoeve van het voorzien in voldoende parkeergelegenheid gelden de volgende regels: a.
b.
c.
bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of afwijken dient tenminste voldaan te worden aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen 2021 van de gemeente Pijnacker-Nootdorp zoals bijgevoegd als 1; indien het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld onder a gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan wordt gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening gehouden met die wijziging; parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden.
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 27 van 45
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 13 13.1 1.
2.
3.
13.2 1. 2.
3.
4.
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 28 van 45
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Oude Polder - Dierenpension'.
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 29 van 45
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 30 van 45
Bijlagen bij de regels
planstatus ontwerp
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 31 van 45
Bijlage 1
planstatus ontwerp
Nota Parkeernormen 2021
ref erentie bp000200130 / 203755
pagina 32 van 45
Nota
Parkeernormen 2021
Inhoudsopgave Inhoudsopgave.................................................................................................................................. 1 1.
Inleiding..................................................................................................................................... 3 1.1.
Doel van de nota Parkeernormen ................................................................................... 3
2.
Hoogte van de parkeernormen ................................................................................................. 4
3.
Gebruik van de parkeernormen ................................................................................................ 5
4.
5.
3.1.
Kaders .............................................................................................................................. 5
3.2.
Parkeervergunning en aantal parkeerplaatsen ............................................................... 6
Stappenplan .............................................................................................................................. 7 4.1.
Toevoegen nieuwe functie inclusief grootschalige ontwikkelingen ................................ 7
4.2.
Vervanging bestaande functie door andere functie ........................................................ 7
4.3.
Kleine functiewijzigingen ................................................................................................. 8
4.4.
Afrondingen ..................................................................................................................... 8
Hardheidsclausule ex. Artikel 4.84 Awb .................................................................................... 9 5.1.
Toepassen Hardheidsclausule ......................................................................................... 9
Tabel 3 Parkeernormen .................................................................................................................. 10 Tabel 4 Aanwezigheidspercentages ................................................................................................ 12
pagina 2/13
1. Inleiding Het aantal parkeerplaatsen dat ten behoeve van een te ontwikkelen functie of gebied dient te worden gerealiseerd wordt bepaald aan de hand van parkeernormen. Een parkeernorm geeft het aantal parkeerplaatsen bij een functie. De binnen de Gemeente Pijnacker-Nootdorp gebruikte parkeernormen lagen voorheen vast in het Integraal Parkeerbeleidsplan, vastgesteld op 26 oktober 2006, later in de nota Parkeernormen 2012, welke in 2015 is gewijzigd. De voorliggende versie, de nota Parkeernormen 2021, is een technische actualisatie op basis van de laatste kencijfers van het CROW. De nota Parkeernormen 2021 wordt bij het ingaan van de Omgevingswet omgezet in een omgevingsplan (of bij uitstel van deze wet omgezet in een paraplubestemmingsplan). 1.1. Doel van de nota Parkeernormen Het doel van de nota Parkeernormen 2021 is te zorgen dat bij nieuwbouw, inbreiding, uitbreiding of functiewijzigingen van een gebouw of terrein voldoende parkeerruimte op eigen terrein aanwezig is voor de eigen parkeerbehoefte en daarmee parkeeroverlast in de openbare ruimte te voorkomen. Indien niet aan de nota Parkeernormen 2021 wordt voldaan, maar het college wenst alsnog dat het initiatief door kan gaan (en de hardheidsclausule is niet van toepassing), dan is er sprake van afwijking van deze nota en dient het initiatief gemotiveerd aan de raad te worden voorgelegd.
pagina 3/13
2. Hoogte van de parkeernormen De parkeernormen in deze nota zijn gebaseerd op de parkeerkencijfers van het CROW (Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, 2018). De kencijfers van het CROW zijn nagenoeg de enige kencijfers die landelijk door verkeerskundigen worden gebruikt en die met enige regelmaat worden herzien op basis van parkeeronderzoeken voor de diverse functies. De cijfers hebben daardoor een hoge betrouwbaarheid. Het CROW hanteert verschillende klassen voor de stedelijkheidsgraad van de gemeente. De Gemeente Pijnacker-Nootdorp is ingedeeld in ‘matig stedelijk’. Het CROW gebruikt verder parkeerkencijfers en bandbreedtes voor verschillende gebiedstyperingen. Voor de Gemeente Pijnacker-Nootdorp is in het Parkeerbeleidsplan 2006 bepaald dat de hele gemeente in ‘rest bebouwde kom’ valt. De reden om van het gemiddelde kencijfer uit te gaan en binnen de gemeente niet verder onderscheid te maken in gebiedstyperingen is dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp een relatief hoog autobezit kent. Er is echter geen reden om als gemeente midden in de Randstad met een zekere mate van verstedelijking en redelijk openbaar vervoer, maar ook met veel buitengebied, het hoogste of het laagste kencijfer als norm te hanteren. De parkeernormen zijn in de tabel 3 opgenomen. Minder realiseren dan de vaste norm mag uitsluitend bij toepassing van de hardheidsclausule.
Deze nota Parkeernormen 2021 is de tweede wijziging van de nota Parkeernormen 2012 en is, inclusief de opgenomen tabellen, gebaseerd op het Integraal Parkeerbeleidsplan, vastgesteld door de raad op 26 oktober 2006. Een wijziging van deze normen dient ook vastgesteld te worden door de raad.
pagina 4/13
3. Gebruik van de parkeernormen 3.1. Kaders Ten aanzien van het gebruik van de parkeernormering zijn de volgende kaders aangegeven: Parkeernormen worden in nieuwe situaties toegepast, evenals bij verbouw en functiewijzigingen. De parkeercapaciteit moet voldoen aan de parkeernorm en parkeerplaatsen moeten op eigen terrein of binnen het te ontwikkelen plangebied worden aangelegd. De in tabel 3 aangegeven parkeeraantallen voor bezoekers dienen openbaar toegankelijk te zijn. Het goed kunnen parkeren bij de woonfunctie is van belang. Het streven daarbij is onder normale omstandigheden binnen circa 2 à 3 minuten lopen van de voordeur (ca. 250 meter). Voor diverse parkeervoorzieningen op eigen terrein dienen berekeningsaantallen uit tabel 1 en de afmetingen uit tabel 2 worden gehanteerd. Bedacht moet worden dat het hanteren van deze berekeningsaantallen een zeker risico met zich meebrengt: als bewoners de eigen parkeerplaats (tuinparkeerplaats/carport/ garage/oprit) niet als zodanig gebruiken, dan ontstaan parkeertekorten. De gemeente zal indien parkeerproblemen gemeld worden moeten onderzoeken op het kunnen gebruiken van de eigen parkeerplaats van bewoners, om daarmee een goede parkeerbalans te behouden of te herstellen.
Om vooraf problemen te voorkomen dient te worden gesteld dat bewoners van een koop- of huurwoningen verplicht een parkeerplaats in het complex zelf huren of kopen, zodat extra parkeerdruk in de omgeving wordt voorkomen. Tabel 1 Berekeningsaantallen per type parkeervoorziening Parkeervoorziening Enkele oprit zonder garage/carport Enkele oprit met garage/carport Lange oprit zonder garage/carport Lange oprit met garage/carport Dubbele oprit zonder garage/carport Dubbele oprit met garage/carport Carport zonder oprit, bij woning Garage zonder oprit, bij woning Garage/carport zonder oprit, niet bij woning Gezamenlijk parkeerterrein of -garage in of bij wooncomplex
Berekeningsaantal per eenheid 0,8 1,0 1,0 1,3 1,7 1,8 0,8 0,4 0,5 1,0
Tabel 2 Afmetingen parkeervoorziening bij een woning Minimale lengte Minimale breedte Enkele oprit 6,00 meter 2,50 meter* Lange oprit 10,00 meter 2,50 meter* Dubbele oprit 6,00 meter 4,50 meter* Ruimte in enkele garage/carport 6,00 meter 2,50 meter* Ruimte in dubbele garage/carport 6,00 meter 2,50 meter* Enkele garagedeur 2,40 meter Dubbele garagedeur 4,40 meter * Indien een oprit de enige toegang naar de voordeur en/of stallingsmogelijkheid voor fietsen is dan moet deze oprit 0,8 meter breder zijn dan hier aangegeven. Afmetingen overige parkeervoorzieningen Een gezamenlijk parkeerterrein of parkeergarage dient volgens NEN 2443:2013 te worden gerealiseerd. Langsparkeerplaatsen 5,50 meter lang (indien niet grenzend aan parkeerplaats aan de voor en achterkant dan 6,00 meter lang ) en minimaal 2,00 meter breed, extra uitstapstrook van 0,50 indien geen voetpad of trottoir aanwezig pagina 5/13
-
Insteekparkeerplaatsen (haaksparkeren) 5,00 meter lang en 2,50 meter breed (eerste en laatste extra uitstapstrook van 0,5 meter) Gehandicaptenparkeerplaats langsparkeren 3,50 meter bij 7,50 meter Gehandicaptenparkeerplaats insteekparkeren 3,50 meter bij 5,00 meter (achterzijde grenzend aan voetpad anders 6,50 meter)
3.2. Parkeervergunning en aantal parkeerplaatsen Bij de uitgifte van parkeervergunningen wordt het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein in mindering gebracht op het aantal vergunningen dat uitgegeven kan worden. Op deze wijze wordt de beschikbare parkeercapaciteit zowel op eigen terrein maximaal benut en wordt de capaciteit op maaiveld uitsluitend gebruikt door voertuigen die niet op eigen terrein geparkeerd kunnen worden. Door de kadastrale koppeling kan door de gemeente snel worden gecontroleerd of het perceel beschikt over eigen parkeerplaatsen of niet.
pagina 6/13
4. Stappenplan 4.1. Toevoegen nieuwe functie inclusief grootschalige ontwikkelingen Bij een nieuwe functie dient de parkeerbehoefte te worden berekend en dienen de berekende plaatsen door de ontwikkelde partij te worden gerealiseerd. De parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de norm uit tabel 3. Alle parkeerplaatsen ten behoeve van het plan worden betaald en gerealiseerd door de ontwikkelende partij. Dit zijn dus de parkeerplaatsen die uiteindelijk op eigen terrein worden gerealiseerd en de eventuele parkeerplaatsen die uiteindelijk in openbaar gebied komen te liggen. De plaatsen in openbaar gebied zijn onder meer bedoeld voor bezoekers, waarbij sprake kan zijn van dubbelgebruik (tabel 4) van parkeerplaatsen door verschillende functies. 4.2. Vervanging bestaande functie door andere functie Bij functiewijziging wordt de parkeersituatie getoetst aan de parkeernorm in het bestemmingsplan als: De functie past binnen het bestemmingsplan, maar de gebruiksfunctie wijzigt en/of er vindt een wijziging van aantal m² bvo of het aantal woningen plaats. De functie niet past binnen het bestemmingsplan: er is een wijziging nodig van het bestemmingsplan waarbij de parkeernorm uit de vigerende nota Parkeernormen wordt gehanteerd. Een eventuele toename van de parkeerbehoefte moet worden opgevangen op eigen terrein, waarbij de parkeernormen worden gehanteerd uit tabel 3.
Bij functiewijziging of sloop van bestaande functies komt de parkeerbehoefte van de nieuwe functie in de plaats van de parkeerbehoefte van de oude functie. De behoefte van de oude functie mag worden afgetrokken van de parkeerbehoefte van de nieuwe functie. Voor een eventuele toename van de parkeerbehoefte moeten de parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Hierbij gelden de volgende kanttekeningen: De parkeerbehoefte van de oude functie is niet altijd bekend, omdat deze lang geleden met oude (meestal lagere) normen is vastgesteld. De oude parkeerbehoefte wordt dan in overleg door de gemeente bepaald. Voor de oude functie worden vaak bestaande parkeerplaatsen (al of niet in het openbaar gebied) gebruikt, die ook door andere te handhaven functies in het gebied worden gebruikt, vaak in dubbelgebruik (tabel 4). Bij het vervangen van een oude door een nieuwe functie moet daarom altijd de parkeerdruk uit de omgeving in beeld zijn om vast te stellen in hoeverre bestaande parkeerplaatsen de druk van de nieuwe functie kunnen opvangen. Bij het bepalen van de behoefte van de nieuwe functie dienen de volgende stappen te worden gevolgd: 1.
Wat is de parkeerbehoefte van de oude functie? Als deze niet meer te achterhalen is wordt de oude parkeerbehoefte in overleg door de gemeente bepaald.
2.
Wat is de parkeerbehoefte van de nieuwe functie? Hiervoor de norm uit de nota Parkeernormen gebruiken die is opgenomen in het bestemmingsplan. Als hierin geen norm is opgenomen geldt de norm uit de bouwverordening.
3.
Is de behoefte van de nieuwe functie groter dan de oude functie, dan moeten deze extra plekken op eigen terrein worden gerealiseerd.
4.
Is de behoefte van de nieuwe functie lager dan de oude functie, dan hoeven in principe geen extra plekken op eigen terrein te worden aangelegd. Als de resterende behoefte voor de nieuwe functie in openbaar gebied moet worden gevonden, dient gekeken te worden of die resterende plekken in openbaar gebied daadwerkelijk aanwezig en beschikbaar zijn. Anders dienen alsnog extra plekken op eigen terrein te worden gerealiseerd. De gemeente
pagina 7/13
houdt zich het recht voor om door de gemeente geïnitieerde projecten voorrang te geven op beschikbare parkeercapaciteit in de openbare ruimte. Het gebruik van dit recht vindt plaats op grond van het gemotiveerd afwegen van de verschillende belangen waarbij het algemene belang voorop staat. 5.
In hoeverre ligt de behoefte van de oude functie die ook voor de nieuwe functie geldt op eigen terrein of in openbaar gebied? Als dit plekken in openbaar gebied zijn dan kunnen zij alleen aan de nieuwe functie worden toegerekend als andere functies in de omgeving deze plekken niet al in gebruik hebben. Anders dienen alsnog extra plekken op eigen terrein te worden gerealiseerd. De parkeerdruk en de mate van dubbelgebruik van functies uit de omgeving dient dus bekend te zijn.
4.3. Kleine functiewijzigingen Bij kleine functiewijzigingen die passen binnen het bestemmingsplan kunnen de volgende stappen worden onderscheiden: 1.
Wat is de parkeerbehoefte na functiewijziging? Hiertoe de parkeerbehoefte uitrekenen aan de hand van de nota Parkeernormen die is opgenomen als bijlage in het bestemmingsplan.
2.
Maak een inschatting van de te verwachten extra parkeerdruk. Op welke momenten treedt die op en om welk soort voertuigen gaat het?
3.
Bestaat de mogelijkheid om op eigen terrein deze parkeerdruk op te vangen? o Zo ja, dan zijn er geen belemmeringen. o Zo nee of slechts gedeeltelijk, dan moet de inschatting worden gemaakt of door dubbelgebruik van bestaande parkeerplaatsen geen parkeeroverlast van de functiewijziging is te verwachten. Bij dubbelgebruik vormen aanwezigheidspercentages die zijn opgenomen in tabel 4 een hulpmiddel. o Als er geen overlast is te verwachten, dan zijn er geen belemmeringen, behalve dan dat de gemeente een beperking kan stellen aan het aantal vrije openbare plaatsen (door het hanteren van het maximale kencijfer voorzien van een aannemelijke onderbouwing) voor die nieuwe functie. Dit laatste biedt de mogelijkheid om ook aan anderen die op een later tijdstip een functiewijziging aanvragen, kans te bieden op beschikbare openbare parkeerplaatsen. Het is belangrijk om bij de vergunning aan te geven welke parkeerafspraken er zijn gemaakt. o Indien er wel parkeeroverlast te verwachten is, dan wordt de aanvraag afgewezen.
4.4. Afrondingen Onderaan de streep is er meestal bij de berekening van de parkeerbehoefte een cijfer achter de komma. Deze wordt naar boven afgerond. Volgt uit de berekening dat er 15,1 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd dan is de eis 16 parkeerplaatsen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de waarde van type parkeerplaats volgens tabel 1. Er is één uitzondering op deze regel. Bij een enkel vrijstaand koop- of huurhuis met daarbij een dubbele oprit met garage of met carport mag naar beneden worden afgerond onder de volgende voorwaarden: Er is sprake van een initiatief voor één enkel huis. Dit initiatief maakt geen onderdeel uit van een groter plan. Een voorbeeld van een groter plan is de situatie waarin een ontwikkelaar diverse bij elkaar gelegen kavels verkoopt of heeft verkocht voor zelfbouw. Doel van deze regel is dat uit meerdere kleine ontwikkelingen geen opeenstapeling van afrondingen naar beneden volgt en dus dat een gezamenlijk tekort aan parkeerplaatsen wordt voorkomen.
pagina 8/13
5. Hardheidsclausule ex. Artikel 4.84 Awb 5.1. Toepassen Hardheidsclausule Het college handelt overeenkomstig de nota Parkeernormen, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze nota Parkeernormen te dienen doelen. Bovendien dient de toepassing van de hardheidsclausule zo beperkt mogelijk te worden gehouden en een algemeen belang te dienen.
pagina 9/13
Tabel 3 Parkeernormen (deel 1 van 2) Wonen
per woning
waarvan bezoekers
opmerkingen
koop
huis, vrijstaand
2,2
0,3
koop
huis, twee onder een kap
2,1
0,3
koop
huis, tussen/hoek
1,9
0,3
koop
appartement, duur
2,0
0,3
vanaf NHG-grens
koop
appartement midden tot NHG grens
1,8
0,3
tot NHG-grens
koop
Appartement goedkoop
1,6
0,3
tot € 200.000 (uit Nota Grondprijzen)
huur
huis, vrije sector
1,9
0,3
hoger dan huurtoeslaggrens (vanaf € 752,33*)
huur
Huis/appartement, sociale huur
1,2**
0,3
tot en met huurtoeslaggrens (tot en met € 752,33*)
huur
appartement, duur
1,8
0,3
hoger dan € 975,92 (gebaseerd op HVO Den Haag*)
huur
appartement, goedkoop/midden
1,4
0,3
tot en met € 975,92 (gebaseerd op HVO Den Haag*)
koop\huur
woning kleiner dan 65m2 gbo
1,2**
0,3
gbo: gebruiksoppervlak
kamerverhuur
zelfstandig/niet student
0,7
0,2
kamerverhuur
niet zelfstandig/student
0,25
0,2
* Deze bedragen worden geïndexeerd in overeenstemming met de indexeringsmethode van de doelgroepgrens in de Wet op de huurtoeslag. ** Een ontwikkelende partij mag per sociale huurwoning (tot en met huurtoeslaggrens) en kleine woning (kleiner dan 65m2 gbo) een norm van 1,05 parkeerplaats gebruiken als daarbovenop 0,15 normplaats in ruimte gereserveerd wordt middels groeninrichting om eventuele groei in autobezit in de toekomst op te kunnen vangen. Indien noodzakelijk binnen vijf jaar na realisatie van het bouwplan worden de kosten verhaald op de ontwikkelende partij, tenzij anders afgesproken.
Werken
per 100 m2 bvo
aandeel bezoekers
opmerkingen
kantoor
zonder baliefunctie
2,05
0,05
kantoor
met baliefunctie
2,85
0,2
2,35
0,05
excl. vrachtwagenparkeren
1,1
0,05
excl. vrachtwagenparkeren
arbeidsintensief/bezoekersextensief, industrie, laboratorium, werkplaats arbeidsextensief/bezoekersextensief, loods, opslag, transportbedrijf gelijke mix arbeidsextensief/intensief, geen baliefunctie
bedrijf bedrijf bedrijfsverzamelgebouw
Winkelen
parkeerplaats (geheel of gedeeltelijk) voor overheaddeur telt mee als 0,4 parkeerplaats
1,85
per 100 m2 bvo
aandeel bezoekers
opmerkingen wvo: winkelvloeroppervlak
buurtsupermarkt
kleiner dan 600 m2 wvo
3,5
0,89
fullservice-supermarkt
tussen 1000 en 2000 m2 wvo
5,2
0,93
grote supermarkt
tussen 2500 en 4000 m2 wvo
7,7
0,84
groothandel
specialist, voor pashouders
5,9
0,8
groothandel
algemeen, voor pashouders
6,4
0,8
wijkcentrum
klein
4,5
0,76
met buurtsupermarkt
wijkcentrum
gemiddeld
5,1
0,79
met minimaal 1 fullservice-supermarkt
wijkcentrum
groot
5,7
0,81
met minimaal 1 grote supermarkt
dorpscentrum
Ackershof en Parade
3,7
0,72
weekmarkt
bij klein wijkcentrum
0,2
0,85
kringloopwinkel
groot volume
1,85
0,89
woonwarenhuis/woonwinkel
1,85
0,91
bouwmarkt
2,35
0,87
tuin, groencentrum
2,55
0,89
pagina 10/13
1 m kraam is 6 m2 bvo
inclusief buitenruimte
Tabel 3 Parkeernormen (deel 2 van 2) Sport, cultuur, ontspanning
per 100 m2 bvo **
aandeel bezoekers
bibliotheek
1,2
0,97
theater
9,8
0,87
dansstudio
5,5
0,93
sportschool/fitnessstudio
gericht op fitnessapparaten
4,8
0,87
fitnesscentrum
inclusief groepslessen
6,3
0,9
wellnesscentrum
9,3
0,99
sauna
6,6
0,99
sporthal
2,85
0,96
sportzaal
2,75
0,94
tennishal
0,5
0,87
zwembad
11,5
0,97
indoorspeeltuin
tot 2000 m2
4,7
0,97
indoorspeeltuin
tot 3500 m2
opmerkingen 100 zitplaatsen is 300 m2 bvo
per 100 m2 bassin
5,6
0,98
volkstuin
1,35
1
per 10 tuinen
museum
1,1
0,95
zeer globaal
sportveld
20
0,95
per hectare netto terrein, zeer globaal
kinderboerderij
4,7
0,97
zeer globaal
manege
0,5
0,9
per box
0,3
0,9
per box
aandeel bezoekers
opmerkingen
paardenhouderij
geen paardrijles
** tenzij anders aangegeven bij opmerkingen Horeca en (verblijfs)recreatie hotel 1 ster ***
2,4
0,77
per 10 kamers
hotel 2 sterren ***
4,05
0,8
per 10 kamers
hotel 3 sterren ***
5
0,77
per 10 kamers
café/bar/cafetaria
6
0,9
per 100 m2 bvo, zeer globaal
Restaurant
13
0,8
per 100 m2 bvo, zeer globaal
*** In Nederland geldt voor hotels de Nederlandse Hotel Classificatie. De hier genoemde sterren verwijzen hiernaar.
Gezondheidszorg en
aandeel bezoekers
(sociale) voorzieningen huisartsenpraktijk
2,85
0,57
per behandelkamer
apotheek
3,15
0,45
per apotheek
fysiotherapiepraktijk
1,75
0,57
per behandelkamer
consultatiebureau
1,85
0,5
per behandelkamer
tandartsenpraktijk
2,35
0,47
per behandelkamer
verschillende soorten zorg onder een dak 2,15
0,55
per behandelkamer
gezondheidscentrum religiegebouw
0,15
verpleeg- en verzorgingstehuis
0,6
per zitplaats, zeer globaal 0,6
per wooneenheid, zeer globaal
aandeel bezoekers
Onderwijs kinderdagverblijf/crèche
1,4
basisonderwijs
0,75
middelbare school
4,9
0
per 100 m2 bvo, excl. halen en brengen**** per klaslokaal, excl. halen en brengen****
0,11
per 100 leerlingen
**** Om de benodigde voorzieningen voor het halen en brengen van kinderen in deze functies te bepalen, dient gebruik te worden gemaakt van de rekenmodule van het CROW.
pagina 11/13
Tabel 4 Aanwezigheidspercentages woningen bewoners
Werkdag ochtend
Werkdag middag
Werkdag avond
Werkdag nacht
Koop avond 1)
Zaterdag middag
Zaterdag avond
Zondag middag
50%
50%
90%
100%
80%
60%
80%
70%
woningen bezoekers
10%
20%
80%
0%
70%
60%
80%
70%
kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
0%
5%
0%
0%
0%
commerciële dienstverlening
100%
100%
5%
0%
75%
0% 2)
0%
0%
detailhandel
30%
60%
10%
0%
75%
100%
0% 3)
0% 4)
grootschalige detailhandel
30%
60%
70%
0%
80%
100%
0% 3)
0% 4)
supermarkt
30%
60%
40%
0%
80%
100%
40%
0%
sportfuncties binnen
50%
50%
100%
0%
100%
100%
100%
75%
sportfuncties buiten
25%
25%
50%
0%
50%
100%
25%
100%
bioscoop/theater/podium/enzovoort
5%
25%
90%
0%
90%
40%
100%
40%
sociaal medisch: arts/therapeut/consultatiebureau
100%
75%
10%
0%
10%
10%
10%
10%
verpleeghuis/verzorgingstehuis
100%
100%
50%
25%
50%
100%
100%
100%
ziekenhuis: patiënten inclusief bezoekers
60%
100%
60%
5%
60%
60%
60%
60%
ziekenhuis medewerkers
75%
100%
40%
25%
40%
40%
40%
40%
dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
avondonderwijs
0%
0%
100%
0%
100%
0%
0%
0%
1) Indien sprake van een traditionele koopavond 2) Indien op zaterdag open: 100% 3) Indien 's avonds open: 70% 4) Indien koopzondag: 100%
pagina 12/13
pagina 13/13