Bijlage - Kaderstellende notitie Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen
Tekst van het document
Kaderstellende notitie Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen Concept versie 10 mei 2022
KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA GROEN IN EN OM DE KERNEN
Zaaknummer: 1334348 Verantwoordelijke afdeling: Beleid Beleidsprogramma: Groen, Water en Recreatie Portefeuillehouder: P. Hennevanger; mede-portefeuillehouder I. Jense Opdrachtgever: Directieteam Projectleider: S. Tichelaar Versie: 3 mei 2022
2
KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA GROEN IN EN OM DE KERNEN
Waar gaat deze kaderstellende notitie over? Deze kaderstellende notitie bevat de inhoudelijke en procesmatige kaders die de raad meegeeft aan het college voor het opstellen van het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen. Hiermee bepaalt de raad onder andere de inhoudelijke doelen, de reikwijdte, de omgang met participatie, en de opzet van dit omgevingsprogramma. Het omgevingsprogramma is één van de kerninstrumenten In de Omgevingswet. Hierin kunnen overheden beleid en maatregelen opstellen om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken. Het omgevingsprogramma is een beleidskader en werkt de Omgevingsvisie uit in tactisch en uitvoerend beleid en maatregelen. Verder geeft het omgevingsprogramma input voor het omgevingsplan. De ingangsdatum van de Omgevingswet is 1 januari 2023. Met het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen willen we alvast ervaring opdoen met dit nieuwe instrument. Het is daarom een pilot bij de implementatie van de Omgevingswet. Tijdens en na het proces van opstellen van het document willen we de raad betrekken bij het evalueren van de gevolgde werkwijze en van het instrument zelf. Op 25 november 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie ‘Pijnacker-Nootdorp 2050: verbonden met elkaar’ vastgesteld. Dit vormt de inhoudelijke basis voor het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen.
Met deze kaderstellende notitie nemen wij de eerste stap richting een nieuw beleidskader voor natuur, recreatie, landschap openbaar groen en dierenwelzijn in Pijnacker-Nootdorp.
Wat is een omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen en waarom maken we die? Bij de vaststelling van de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp gaf de raad aan dat het opstellen van een omgevingsprogramma voor natuur en recreatie prioriteit moet krijgen. Het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen is daarom het eerste omgevingsprogramma bij de uitvoering van de Omgevingsvisie. Het omgevingsprogramma werkt de doelen en ambities van de Omgevingsvisie voor natuur en landschap, recreatie, en dierenwelzijn uit. Het gaat daarbij om zowel het groen in de kernen en andere bebouwde gebieden, als om het groen in het buitengebied van de gemeente. Het Omgevingsprogramma vervangt ook enkele beheerplannen en sectorale beleidsnota’s, waaronder het gemeentelijk natuurplan Natuur op de Kaart en de Nota Dierenwelzijn. Deze nota’s zijn ook toe aan actualisatie. Het Omgevingsprogramma bevat kaders voor beheer, gebiedsontwikkeling, en geeft input voor het omgevingsplan /bestemmingsplan. We willen hiermee verbinding leggen tussen beleid, uitvoering, beheer en regelgeving.
AANLEIDING
DOEL
RESULTAAT
1.
1. 2.
Kaderstelling Op basis van uitgewerkte doelen en analyse formuleren van beleidsuitgangspunten en beleidsregels.
2. 3.
4.
5.
Implementatie van de Omgevingswet. Uitvoering van de Omgevingsvisie. Ambitie voor onderscheidend groen in het buitengebied en in de kernen. Noodzaak actualiseren bestaand beleid voor natuur en recreatie. Maatschappelijke behoefte aan groene ambities.
3.
4. 5.
Uitwerken Omgevingsvisie; Burgerparticipatie goed borgen. Bijdragen aan een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving; Bijdragen aan integraal handelen interne organisatie; Bijdragen aan het ontwikkelen van het kerninstrument omgevingsprogramma.
Maatregelen Aansluiten bij de behoefte van inwoners en gericht op versterking de groene kwaliteit. Resultaatgericht Basis voor uitvoering, gebiedsontwikkeling, beheer en Omgevingsplan.
Wat is onze ambitie in de Omgevingsvisie? De Omgevingsvisie bevat doelen en ambities voor de lange termijn (2050) voor de gehele fysieke leefomgeving). Er zijn vier ontwikkelingslijnen opgenomen, waaronder de ontwikkelingslijn ‘Onderscheidend groen’. Daarnaast zijn gebiedsprofielen opgenomen, waaronder ‘natuur- en recreatielandschap’, ‘agrarisch veenweidelandschap’, en ‘natuurlandschap’. De volgende ambities en doelen zijn in Omgevingsvisie opgenomen:
3
KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA GROEN IN EN OM DE KERNEN
(Openbaar) Groen in de kernen • Voldoende groen per wijk; • Mogelijkheden voor ontmoeten in het groen; • Rondje van 20-30 minuten in de wijk; • Gevarieerde beplanting passend bij de wijk; • Bomen voor schaduwrijke plekken en CO2; • Meer ruimte voor (regen)water in de wijk; • Beplanting aantrekkelijk voor vogels, vlinders en bijen; • Ecologisch beheerd lokaal natuurnetwerk; • Ruimte voor bewegen. Groen om de kernen (groene buitengebied) • Behoud groene contour; • Beweegvriendelijke ruimte; • Afwisselend landschap; • Verbetering ecosysteem; • Waterstanden aanpassen voor biodiversiteit; • Mogelijkheden voor recreatie en ontmoeting; • Beplanting aantrekkelijk voor vogels, vlinders en bijen; • Ecologisch beheerd natuurnetwerk (NNN + lokaal); • In verbinding met de kernen en de regio; • Verbreding agrarische bedrijfsvoering; • Omgaan met recreatiedruk (zonering).
Wat is de reikwijdte van het Omgevingsprogramma? Het Omgevingsprogramma vervangt de volgende bestaande beleids- en beheerdocumenten: • Natuur op de Kaart; • Beleids- en beheerplan Openbaar Groen 2019-2022; Investeren in Groen; • Ruiterpadenplan; • Speelruimteplan; • Nota Dierenwelzijn.
Regulier onderhoud groen en spelen De exploitatiebudgetten in de begroting voor het regulier onderhoud van groen- en speelvoorzieningen brengen wij niet onder in het Omgevingsprogramma Groen. Deze kosten gelden als een niet te vermijden verplichting en worden overeenkomstig artikel 20 van de Financiële verordening 2021 in een beheerplan vierjaarlijks geactualiseerd. Het Omgevingsprogramma Groen richt zich op (nieuwe) bestuurlijke keuzes bij de ambities en doelen uit de Omgevingsvisie voor meer kwaliteit van het groen.
Groen in en om de Kernen is een thematisch omgevingsprogramma en omvat beleid voor de volgende onderwerpen: • Natuur (ecologie) en landschap Dit omvat aspecten zoals het lokaal en bovenlokaal natuurnetwerk, natuurinclusief beheer van de openbare ruimte. • Bomen • Recreatie en bewegen Dit omvat aspecten zoals recreatief gebruik van de groengebieden voor specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld wandel-, ruiter, en fietsroutenetwerk, trimmen, vissen, mountainbiken, kano, etc.), en speelvoorzieningen in de openbare ruimte. • Honden Dit omvat aspecten zoals uitrenplekken, en losloopgebieden. • Faunabeheer (o.a. ganzen, predatoren) overlast en doelsoorten • Dierenwelzijn
4
KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA GROEN IN EN OM DE KERNEN • Landbouwbeleid (niet zijnde glastuinbouw); Dit omvat aspecten zoals verbrede bedrijfsvoering, landschapsbeheer. Naast het lokale beleid nemen wij ook input mee vanuit de regionale samenwerking, zoals de Visie Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland (mei 2021), en vanuit de samenleving, zoals de Gebiedsvisie Buytenhout-West (sep. 2019) en het burgerinitiatief ‘Visie op het groen in het buitengebied’. Deze thema’s en aspecten kunnen ook allerlei relaties hebben met andere thema’s, zoals klimaatadaptatie, gezondheid en mobiliteit. Een samenhangende benadering is daarbij van belang. We maken niet alleen een afweging bij de opgaven voor natuur en recreatie, maar kijken ook naar de belangen van andere thema’s, zoals de energietransitie en de woningbouwopgave. We gebruiken het kompas uit de Omgevingsvisie als basis om deze integraliteit te bewaken. We willen hiermee tegenstrijdig beleid voorkomen, en kansen benutten voor andere thema’s.
Wat is de opzet van het Omgevingsprogramma? Het Omgevingsprogramma wordt een intern en extern toegankelijk en vindbaar product. Het is een uitvoeringsgericht document dat bruikbaar is voor uitvoering, beheer, gebruik, en voor het opstellen van regels in het omgevingsplan /bestemmingsplan. • Ruimtelijke analyse, met een structuurkaart: wat hebben we nu aan groen in de gemeente? o Dit omvat ook toetsing van het huidige beheer: (deelgebieden buitengebied + beheer openbaar groen in de kernen) • Uitgewerkte, hanteerbare doelen • Visiekaart: waar willen de komende tien jaar naar toe (10 jaar) o De elementen op deze visiekaart vraagt om actieve inzet van de gemeente. o Vormt de basis voor maatregelen o Is een onderlegger voor het beheer o Is input voor het omgevingsplan /bestemmingsplan. • Menukaart, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt welke keuzes we kunnen maken voor de ambities met de ontwikkeling en het beheer van het openbaar groen. • Kaderstellende beleidsuitgangspunten • Kansenkaart o De elementen op deze kaart pakken we niet direct op, maar gebruiken we als ergens de kans zich voordoet. De gemeente is hierbij dus reactief.
• Uitvoeringsplan voor een periode van vijf jaar, dat omvat: o Concrete maatregelen voor de korte termijn (twee jaar) o Maatregelen nader te onderzoeken (twee tot vijf jaar) o Maatregelen voor de lange termijn (kansen) o Aandacht voor de benodigde samenwerking o De financiële gevolgen o Een kaart die de maatregelen visualiseert. • Samenhangende benadering staat centraal o De samenhang met andere beleidsterreinen wordt gedurende het proces bewaakt. Zoals bijvoorbeeld de klimaatadaptatie, de energietransitie, mobiliteit en gezondheid.
Monitoring en evaluatie In het Omgevingsprogramma nemen we een systematiek op voor monitoring en evaluatie. Hiervoor sluiten we aan bij de PlanMER van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie en de PlanMER hebben een horizon van 30 jaar. Voor het Omgevingsprogramma gaan we uit van een horizon van 10 jaar voor doelstellingen En een horizon van vijf jaar voor middelen en maatregelen. Voor de systematiek leggen wij ook de relatie met de Planning & Controlcyclus van de programmabegroting.
5
KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA GROEN IN EN OM DE KERNEN
Hoe komt het Omgevingsprogramma tot stand? De gemeente heeft de ambitie om in verbinding te zijn met de samenleving. Met participatie willen wij de belangen en inbreng van inwoners, organisaties en ondernemers meewegen. Dit vraagt om keuzes over de rol van de gemeente (raad en college), de mate van participatie en de vorm van het participatieproces.
De rol van de gemeente:
Interactie met de raad:
Interactie samenleving:
Het omgevingsprogramma is alleen bindend voor de gemeente. Het geeft met kader stellend beleid en maatregelen aan hoe de gemeente haar ambitie wil bereiken. Het college stelt het Omgevingsprogramma vast, en is eigenaar van het participatieproces. De gemeente heeft een regisserende rol (zie bijlage 1).
Het college wil de raad optimaal betrekken bij de totstandkoming van het Omgevingsprogramma. De raad geeft vooraf sturing via deze kader stellende notitie. De raad besluit via de P&C cyclus over de financiële gevolgen. Ook stelt de raad het Omgevingsplan vast, en bepaalt hiermee de juridische doorwerking van het Omgevingsprogramma. Gedurende het proces is de raad betrokken bij de participatie als toehoorder, en krijgt hij gelegenheid om invloed uit te oefenen op het eindresultaat.
We gaan in gesprek met de samenleving en creëren daar waar mogelijk samen delen van het Omgevingsprogramma. Ieder naar eigen kennis en vermogen. De rol van de doelgroepen is meedenken. Met vertegenwoordigers van belangengroepen, samenwerkingspartners, en terreinbeheerders gaan we werken aan de analyse en dataverzameling, de visievorming en maatregelen. Van hen willen wij rekening houden met hun verwachtingen en leren van hun ervaringen en aanbevelingen. De tussenresultaten willen wij terugleggen. Alle inwoners en betrokken partijen kunnen reageren op het eindresultaat via een formele inspraakprocedure.
Gedurende het proces organiseren wij ook een dialoog tussen college en raad over de ervaringen met dit nieuwe Omgevingswet-instrument (pilot). Dit biedt de gelegenheid om kennis en informatie te delen en bevordert participatie.
Het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen raakt onderwerpen die gaan over de gehele gemeente en heeft doorwerking op beheer, ontwikkeling, en regelgeving. Dit raakt al onze inwoners. Voor onderwerpen zoals natuur, recreatie en dierenwelzijn bestaat in onze gemeente een grote betrokkenheid van diverse doelgroepen. Wij willen dan ook dat deze partijen zich betrokken voelen bij het opstellen van het Omgevingsprogramma. Uiteindelijk bepalen raad en college wat wordt gedaan met de inbreng vanuit de participatie, en de belangenafweging daarbij. Het Omgevingsprogramma gaat over de inzet en verantwoordelijkheid van de gemeente zelf. Het is voor andere betrokkenen geen bindend document. Het doel van de participatie is om een beter beleidsproduct te maken, met draagvlak en betrokkenheid van de doelgroepen bij de uitvoering ervan. Dat doen wij door: • meningen, kennis en inhoud op te halen vanuit verschillende hoeken uit de samenleving. Van de milieuverenigingen en bewegingen, organisaties en de inwoners zelf. Daarnaast zijn interne collega’s en samenwerkingspartijen een belangrijke doelgroep, omdat we met hun input het beleid zo kunnen vormgeven dat zij het kunnen toepassen. • zicht te krijgen op de belangen van de diverse partijen, zodat we deze beter kunnen duiden en zien waar kansen liggen of waar het schuurt. Dit betekent ruimte voor de dialoog.
• belangen goed kunnen prioriteren en afwegen, zodat we de juiste keuzes in ambities en maatregelen kunnen maken die passen bij wat we als samenleving willen. • de samenwerking met professionele partijen, zoals Staatsbosbeheer etc., te verbeteren. De uitvoering van het beleid kunnen we immers alleen samen doen. Voor de participatie gebruiken wij de opbrengst van het participatieproces van de Omgevingsvisie. Daar is veel opgehaald als het gaat over het groen in de kernen en in het buitengebied. De Omgevingsvisie is het vertrekpunt en ligt vast.
6
KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA GROEN IN EN OM DE KERNEN
We stellen op hoofdlijnen en per stap het volgende participatieproces voor, gekoppeld aan tussenproducten en het eindproduct. De precieze vorm van de participatie werken wij later uit conform de kaders van deze notitie. 1: DATAVERZAMELING
2. WAARDECREATIE
Naast data brengen we de relevante
We halen bij de samenleving op welk
3. OMGEVINGSPROGRAMMA SAMENSTELLEN
informatie in beeld. We inventariseren
beeld zij hebben van het groen in onze
De resultaten vanuit de eerste twee
de huidige situatie.
gemeente (nu en in de toekomst). Het
fases vormen belangrijke bouwstenen
We stellen een concept ruimtelijke
is een dialoog met ruimte voor
voor het maken van tussenproducten,
structuurkaart op. We maken een
discussie en inbreng. We vragen naar
zoals de visiekaart, de kansenkaart en
eerste analyse.
wensen, verwachtingen en informatie.
de menukaart. Dit resultaat leggen we
We onderzoeken de relaties met
We toetsen ons resultaat van onze
voor aan de samenleving met een
andere beleidsterreinen vanuit de
dataverzameling. We vragen ook waar
tweede participatieronde. Het gaat om
uitgangspunten van de
bij de doelgroepen de prioriteiten
meedenken met ruimte voor
Omgevingsvisie.
liggen. Uiteindelijk zullen ook keuzes
consultatie aan het college. We hebben
gemaakt moeten worden. We werken
ook aandacht voor andere
aan hanteerbare doelstellingen.
beleidsthema’s (integrale benadering).
4. ONTWERP
5. VASTSTELLING
6. AAN DE SLAG!
De opbrengst van de participatie
De eventuele inspraakreacties worden
In deze fase zorgen we voor borging
verwerken we in een Ontwerp
beantwoord en verwerkt in het
van het Omgevingsprogramma,
Omgevingsprogramma. Als
Omgevingsprogramma. Hierna volgt de
waaronder in de uitvoering, het beheer
procesverantwoordelijke maakt het
besluitvorming van het college over de
en het Omgevingsplan.
college de belangenafweging. Over het
vaststelling. De raad wordt hierover
resultaat, inclusief de opbrengst van
geïnformeerd. Bij financiële gevolgen
de participatie, consulteren we de
wordt dit voorgesteld aan de raad via
raad. Hierna is het aan het college om
de kadernota. Ook de insprekers
het Ontwerp vrij te geven voor de
worden geïnformeerd, naast
inspraak.
communicatie richting alle doelgroepen en inwoners.
Met wie stellen we het Omgevingsprogramma op? Het opstellen van het Omgevingsprogramma doen we niet alleen, maar samen met de samenleving. De volgende doelgroepen willen wij betrekken: Belangengroepen Natuur- en milieuorganisaties, zoals de NMP. Burgerinitiatief ‘Visie op het groen in het buitengebied’ Vertegenwoordigers van recreanten (fietsers, ruiters, wandelaars, vissers, etc.) Bewoners /wijkverenigingen Scholen Advies- en gebruikersplatforms, zoals het Milieuplatform en Gebruikersplatform Groenzoom Belangenbehartigers van ondernemers horeca en recreatie
Uitvoerders Terreinbeheerders Beheerders van routes Marketingorganisaties Faunabeheerorganisaties Wildopvang Dierenambulance
7
Overheidspartijen Provincie Zuid-Holland Hoogheemraadschap van Delfland Buurgemeenten Landschapstafel Bijzonder Provinciaal Landschap MiddenDelfland Gebiedstafel Buytenhout
KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA GROEN IN EN OM DE KERNEN
Wat is de planning? Het proces bestaat uit drie grote stappen te weten de voorbereiding, het ontwerp en de vaststelling. De fases lopen in elkaar over. We starten met het verzamelen van de data en feiten. Schematisch ziet de planning er als volgt uit.
PLANNING OMGEVINGSPROGRAMMA FASE 1
FASE 2
FASE 3
FASE 4
FASE 5
FASE 6
Dataverzameling
Waardecreatie
Omgevingsprogramma samenstellen
Ontwerp
Vaststelling
Aan de slag!
juni-juli 2022
mei-juni 2022
juli-dec. 2022
jan.-apr. 2022
apr.-sep. 2023
vanaf sep. 2023
Pilot implementatie Omgevingswet Het omgevingsprogramma is een nieuw instrument in de Omgevingswet, waarmee wij nog ervaring moeten opdoen. Het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen willen wij daarom als pilot oppakken. Belangrijke doelen van de wet zijn integraliteit en betere betrokkenheid van burgers. Met het Omgevingsprogramma willen we meer samenhang van beleid, ontwikkeling en beheer. Het kent daarom een ander werkproces en inhoudelijke opzet. Dit kan gevolgen hebben voor de inzet van middelen (geld, capaciteit), de doorlooptijd, de draagvlak in de samenleving, en de rol van de gemeente. Het omgevingsprogramma vervangt in de situatie van de Omgevingswet beleidsplannen en beheerplannen voor de fysieke leefomgeving. Het gaat dus niet per se om extra inzet van middelen. De actualisatie van ons beleidsplan Natuur op de Kaart zou bijvoorbeeld ook inzet van geld en capaciteit vragen. De verwachting is wel dat de komende jaren extra inzet nodig is om het instrument omgevingsprogramma te ontwikkelen. Na de implementatiefase is de verwachting dat er juist minder inzet nodig is, wanneer het vooral gaat om het actualiseren van dit beleid. De pilot willen wij op deze punten monitoren en evalueren. Hiermee kunnen wij het instrument verder ontwikkelen. Hierover willen ook in gesprek met de raad. De wijze waarop verloopt via de implementatie van de Omgevingswet.
Bij de evaluatie nemen wij deze aspecten mee: • • • • • • • • •
Het werkproces, met aspecten als de doorlooptijd, en de rolverdeling college-raad. Relatie met de P&C cyclus (omgang met de financiële gevolgen, doelenboom, sturingsinformatie) Relatie met de huidige beheerplannen De omgang met de burgerparticipatie. De integraliteit (relatie met omgevingsvisie en omgevingsplan, relatie met andere beleidsthema’s en gebieden, relatie beheer-ontwikkeling-beheer, lokaal-bovenlokaal). Integratie van het sociale domein in de fysieke leefomgeving. Vindbaarheid en toegankelijkheid van het eindproduct. Doeltreffendheid: is het product uitvoerbaar en goed in de organisatie geland. Doelmatigheid: de benodigde inzet voor het opstellen van het omgevingsprogramma in verhouding tot het beoogde doel (inclusief de houdbaarheid van het product).
Borging Wanneer het Omgevingsprogramma is vastgesteld borgen wij de uitvoering hiervan, door: - archivering en publicatie; - inregelen van het uitvoeringsplan en beheer; - leggen van de relatie met omgevingsplan /bestemmingsplan; - inregelen van de monitoring en evaluatie.
8
KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA GROEN IN EN OM DE KERNEN
Bijlage 1 rollen voor passende interactie
9
KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA GROEN IN EN OM DE KERNEN
10