CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Kadernota 2021

Raad Oordeelvorming 1 juli 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: b. Kadernota 202126.785 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Kadernota Begroting

Planning & Control-cyclus

Jaarrekening

rin

e nak ko or

gsa gen

Bedr

d

o da c

ijf s p la n D

T

Kadernota 2021 Verantwoord ambitieus

ge

oe

lij n

ra

o Ui

tv

ad

Ho

fd

ll e

Najaarsnota

Inhoudsopgave 3 1. Inleiding 8 2. Financieel kader 10 3. Financiele actualisatie meerjarenperspectief 10 16

3.1. De exploitatie in meerjarenperspectief 2021-2025 3.2. Mutaties per programma

19 4. Ontwikkeling vermogenspositie 19 19 22

4.1. Vermogenspositie per januari 2021 4.2. Actualisatie vermogenspositie (algemene reserve) 4.3. Overzicht mutaties reserves en voorzieningen

25 5. Ontwikkeling schuldpositie 25 26

5.1. Kasstromen 5.2. Schuldontwikkeling

27 6. Programma's 29 35 39 41 43 47 51 55 57

Ruimte en wonen Economie en glastuinbouw Mobiliteit Groen en recreatie Onderwijs Collectieve voorzieningen Individuele voorzieningen Veiligheid en duurzaamheid Bestuur en dienstverlening

59 7. Paragrafen 61 61

7.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 7.2. Sociaal Domein

64 8. Bijlagen 64 68

2

8.1. Investeringsplanning 8.2. Reserves en voorzieningen

1. Inleiding 1.1 De begrotingscyclus De uitvoeringsagenda bepaalt vier jaar lang de richting voor de begrotingscyclus met elk jaar een kadernota, een programmabegroting, een najaarsnota en een programmarekening (jaarstukken). Jaarlijks geeft de kadernota het financieel perspectief aan voor het komend begrotingsjaar en de jaren daarna, hetgeen wordt uitgewerkt in de (meerjaren)programmabegroting. In de najaarsnota en de jaarstukken legt het college verantwoording af over het financieel beheer en het beleid dat is gevoerd. In onderstaande figuur is de planningen controlcyclus weergegeven.

Kadernota 2021 De Kadernota 2021 heeft ten eerste tot doel de lopende Begroting 2021 te actualiseren. Daarnaast wordt het financieel perspectief geschetst voor het begrotingsjaar 2022 en de jaren daarna. We leggen verantwoording af in de kadernota door per programma te rapporteren over de voortgang en de uitvoering van het voorgenomen beleid.

1.2 Thema verantwoord ambitieus Wij zijn in de laatste fase van de uitvoering van de uitvoeringsagenda 2018 - 2022 ‘Verder in verbinding’. Vanuit de midterm review zijn ambities herijkt waaruit blijkt wat we het komende jaar doen om verder invulling te geven aan het raadsbrede hoofdlijnenakkoord. Het resterende deel van deze bestuursperiode zal met name worden gebruikt voor de implementatie van het nieuwe beleid en de realisatie van de maatregelen uit de diverse uitvoeringsprogramma’s. Naast de realisatie van onze ambities zijn de uitdagingen om financieel gezond te blijven en in verbinding te zijn met inwoners, organisaties en ondernemers. ‘In verbinding’ was en is voor raad en college het centrale thema in deze bestuursperiode, waarmee bedoeld wordt dat de inwoners, organisaties/ verenigingen, ondernemers en raad vanuit diverse participatietrajecten en dialogen betrokken worden. Er zijn diverse ontwikkelingen die ertoe leiden dat het thema voor deze kadernota ‘verantwoord ambitieus’ is.

Covid-19 Eén van die ontwikkelingen is het uitbreken van het Covid-19 virus en de gevolgen daarvan voor ons als gemeente. Om de verspreiding van Covid-19 tegen te gaan en om ondersteuning te bieden aan inwoners, ondernemers en organisaties hebben we sinds het uitbreken in 2020 verschillende maatregelen en acties ondernomen op verschillende terreinen. We hebben een impactanalyse verricht. Eén van de conclusies was dat het door ons vastgestelde beleid weinig bijstelling behoeft. Daarnaast hebben we een aan aantal acties ondernomen op inhoudelijke onderwerpen, zoals ondernemers & zelfstandigen, onderwijs & kinderopvang,

3

cultuur, welzijn & sport, het sociaal domein, openbare orde & veiligheid, bedrijfsvoering en communicatie. De (verwachte) financiële gevolgen zijn in de meeste gevallen nog onduidelijk. Bijvoorbeeld omdat de effecten op de langere termijn van invloed zijn op de financiële risico’s of omdat lokale kosten samenhangen met landelijke regelingen die nog volop in ontwikkeling zijn. Wel is duidelijk dat de financiële gevolgen verschillend van aard zijn. Rond de compensatieregelingen en dekking van extra kosten zijn er nog onbekendheden waardoor er financiële onzekerheid ontstaat terwijl er juist behoefte is aan rust en stabiliteit. De VNG is met de rijksoverheid in gesprek over compensatie. Het kabinet heeft toegezegd gemeenten tegemoet te komen, voor een groot deel is dat inmiddels gebeurd maar of dit voldoende is voor de komende tijd is nog onduidelijk. Naast de ontwikkelingen rondom Covid-19 spelen enkele andere ontwikkelingen een rol die van invloed zijn op deze kadernota.

Financiële huishouding In de afgelopen periode zien we een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op onze financiële huishouding. In het financieel perspectief van deze kadernota is dit uitgewerkt. Aan de hand van een aantal "hoofdthema’s" gaan we kort in op de belangrijkste ontwikkelingen.

Algemene uitkering De algemene uitkering uit het Gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente en staat onder druk. Een belangrijk maatstafgegeven is het aantal jongeren. Ondanks dat de aantallen woningen en inwoners in onze gemeente toenemen, blijft het aantal jongeren gelijk of wordt het zelfs minder. Dit is een landelijke trend die ook in Pijnacker-Nootdorp zichtbaar is. De jaarlijkse toename van de inkomsten algemene uitkering is daardoor kleiner geworden. Het Rijk is van plan om per 2023 de verdeling van het gemeentefonds te herzien, ingegeven door de ervaren huidige scheefgroei tussen gemeenten aan inkomsten algemene uitkering. Zoals ook bij het raadsvoorstel Investerings- en financieringsplan 2020-2025 is aangegeven, leidt het voorstel van de herverdeling van het gemeentefonds zoals voorgelegd aan de ROB voor onze gemeente tot een nadeliger financieel beeld. Aangezien de uitkomsten zeker nog niet vast staan nemen we dit nog niet in de meerjarenraming op maar al wel als onderdeel van onze risicoparagraaf.

Woningbouwprognoses Er zijn enkele woningbouwlocaties in ontwikkeling zoals Pijnacker-Zuid en AckersWoude. Daarnaast zijn enkele nieuwe locaties in ontwikkeling genomen zoals Hart van Nootdorp, Stanislas I, Tuindershof, de Scheg en de Centrumlijn. De komende jaren nadert de geplande woningbouw haar voltooiing. Hierdoor zal de groei van de algemene uitkering en OZB-opbrengsten afvlakken. Tot en met 2025 verwachten wij echter nog gemiddeld circa 400 woningen te bouwen. De financiële gevolgen voor onze begroting zijn hierdoor nog beperkt.

Sociaal domein Vanaf 2015 is onze gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet. Sindsdien worden wij geconfronteerd met stijgende zorgkosten in het Sociaal Domein. De tabel hieronder laat de toename van de kosten op de onderdelen Wmo en Jeugd zien. Binnen de Wmo is er op Huishoudelijke Hulp en voorzieningen sprake van een percentuele stijging van 63% en op Wmo begeleiding zelfs 100%. De kosten voor de uitvoering van de Jeugdwet zijn sinds de decentralisatie in 2015 toegenomen met 41%. Kostenverloop Sociaal Domein 2015-2020: Bedragen in € 1 mln.

Jaarrekening

Programmakosten

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Jeugdzorg

12,0

12,9

12,6

14,7

15,2

16,2

WMO

5,3

4,8

5,8

6,6

8.1

8,9

Participatie

2,0

2,4

1,0

0,9

1,3

0,7

Totaal programmakosten (excl BUIG)

19,3

20,2

19,4

22,3

24,5

25,8

Ook de prognoses voor de komende jaren zijn niet positief. Daarom is bij het opstellen van de Kadernota 2020 aangegeven dat maatregelen getroffen moeten worden om kosten te beheersen voor het sociaal domein (interventieplan). Hierdoor kon een sluitende begroting worden gepresenteerd. Hoewel de stijging deels door

4

autonome en externe ontwikkelingen wordt veroorzaakt zien wij mogelijkheden om het kostenverloop te beïnvloeden en een kwaliteitsslag te maken. Hierbij kijken we niet alleen naar het aanbod en samenwerking met zorgaanbieders, het (preventieve) aanbod en samenwerking met maatschappelijke partners maar ook naar onze eigen organisatie. Voor 2021 heeft het rijk ruim 600 miljoen euro extra toegezegd ter compensatie van de toenemende kosten voor de jeugdzorg voor de gemeenten en voor het oplossen van enkele knelpunten, zoals lange wachtlijsten. In de meicirculaire zal duidelijk worden wat dit betekent voor onze gemeente. Voor 2022 heeft het demissionaire kabinet geen besluit genomen.

ICT We zien in de laatste tijd een toename van de uitgaven op het terrein van ICT. Dit is zowel lokaal als landelijk de trend. Dat komt deels door COVID-19 waardoor een versnelling is ontstaan in de digitalisering en het faciliteren van thuiswerken met de daarbij behorende thuiswerkplekken. Daarnaast werken we steeds meer vanuit de Cloud. Ook hebben we te maken met scherpere eisen vanuit wet- en regelgeving en langere ontwikkeltijd bij leveranciers. Al deze ontwikkelingen hebben een kostenverhogend effect. Adequate digitale veiligheid wordt met een toename van digitaal werken steeds belangrijker. Daardoor vraagt cybersecurity extra aandacht, inzet en middelen voor de komende jaren. Zoals bekend heeft informatie – data een toenemend belangrijke rol in bij het werk van de gemeente omdat steeds meer informatie wordt uitgewisseld met andere organisaties waardoor het aantal koppelingen tussen applicaties en infrastructuur toenemen. De noodzaak van deze koppelingen worden zichtbaar in opgaven zoals de Omgevingswet.

Stedin In onze meerjarenbegroting is een structureel bedrag opgenomen voor de dividend-opbrengsten van Stedin van € 600.000. Stedin heeft bekend gemaakt dat de dividend uitkering voor 2021 en 2022 wordt aangepast vanwege de lagere winst door hogere investeringen en achterblijvende opbrengsten. Dit betekent concreet dat we in 2021 € 167.400 en in 2022 € 550.000 minder ontvangen. De verwachting is dat we structureel ook minder inkomsten zullen gaan ontvangen. In het meerjarenperspectief houden we dan ook rekening met een halvering van deze inkomsten. Afhankelijk van het aantal preferente aandelen dat wij in 2021 zullen aankopen zal het verwachte dividend in de meerjarenraming met meer zekerheid kunnen worden opgenomen.

Overige ontwikkelingen (in- en extern) Het past in onze bestuurs- en organisatiecultuur om verantwoord met de financiële mogelijkheden om te gaan. In deze kadernota hebben we een aantal autonome ontwikkelingen en voorstellen voor aanvullend beleid voor de jaarschijf 2021 verwerkt. Met deze voorstellen zetten we in op onze ambities en doen we wat afgesproken is. We investeren in de samenleving en leggen een solide basis voor de komende jaren.

Omgevingswet De Omgevingswet treedt naar verwachting in werking per januari 2022. Zodra de wet ingaat moeten gemeenten in de geest van wet handelen en zijn nieuwe regels van toepassing. Zo dient er bijvoorbeeld gewerkt te worden met nieuwe digitale systemen die aansluiten op de landelijke voorziening. Om de dienstverlening aan bedrijven en inwoners te kunnen bieden per 1 januari worden voorbereidingen getroffen hoewel de wet nog steeds niet is aangenomen. De strategische kaders voor het ruimtelijk beleid worden in 2021 vastgelegd in de nieuwe Omgevingsvisie (met bijbehorend planMER). Deze visie wordt na een zorgvuldig participatietraject eind 2021 vastgesteld. Deze strategische kaders moeten vervolgens nader vertaald worden in Omgevingsprogramma’s. Hiervoor lopen een aantal pilots. Aangezien de omgevingsvisie (net als een structuurvisie) een vormvrij document is, is er veel ruimte om reeds nu al te voldoen aan de eisen van de Omgevingswet. Omdat de Omgevingswet nog niet in werking is betekent dat ook dat nog niet alle keuzes zijn gemaakt over de inzet, het gebruik en de structuur van de omgevingsprogramma’s en/of het omgevingsplan. De omgevingsvisie doet aanbevelingen die bij de uitwerking van deze instrumenten meegenomen kunnen worden. Daarnaast is in de omgevingsvisie een hoofdstuk opgenomen over kostenverhaal, wat later kan worden uitgewerkt in een Nota Kostenverhaal.

Gemeenten staan voor een financiële opgave om de nieuwe wet te implementeren zonder financiële compensatie vanuit het rijk. In het verleden zijn er bestuurlijke afspraken gemaakt over een beleids- en budget neutrale implementatie. Nu de voorbereidingen in volle gang zijn wordt de omvang van de financiële opgave

5

steeds duidelijker. De VNG is hierover met het rijk in gesprek en er lopen onderzoeken naar de implementatiekosten en lange termijn financiële effecten van de nieuwe wet.

Investerings- en financieringsplan 2020-2025 Het investeringsplan 2020-2025 is overeenkomstig het raadsbesluit verwerkt in deze kadernota en heeft geresulteerd in het vrijspelen van (afgerond) € 1,6 miljoen structurele begrotingsruimte. Dit bedrag is gelabeld als stelpost ‘Eneco-gelden’ en vindt u terug onderaan paragraaf ‘De exploitatie in meerjarenperspectief 2021-2025’ (2.1). In paragraaf ‘Actualisatie vermogenspositie’ (3.2) zijn de mutaties tussen algemene reserve en bestemmingsreserves opgenomen.

Conclusie Vanwege onze ambities, de genoemde ontwikkelingen, het meerjarenperspectief en de aanwezige risico’s worden in de begroting 2022 voorstellen gedaan om de begroting 2022 en verder sluitend te maken. Dat maakt dat we uit blijven gaan van het realiseren van de voorgenomen ambities, maar altijd op een wijze die financieel verantwoord is.

Leeswijzer Hoofdstuk 2 schetst het financieel kader dat als uitgangspunt dient bij het opstellen van de Begroting 2022. Hoofdstuk 3 geeft een samenvatting van het financieel perspectief. Hoofdstuk 4 gaat in op de ontwikkeling van de vermogenspositie door een actualisatie van de huidige vermogenspositie op basis van de Jaarrekening 2020, de verwachte ontwikkelingen in de grondexploitaties en overige mutaties in de weerstandscapaciteit. In hoofdstuk 5 wordt de ontwikkeling van de schuldpositie weergegeven. Hoofdstuk 6 geeft tot slot per programma de voortgang van het hoofdlijnenakkoord aan. Hierin worden tevens de belangrijkste of grootste financiële afwijkingen toegelicht. In de stand van zaken van de uitvoeringsagenda wordt het zogenaamde ‘verkeerslichtenmodel’ toegepast. Iedere actie krijgt dus 1 van de 5 onderstaande kleuren mee. De verklaring van de kleuren is als volgt. blauw: gerealiseerd/vervallen/afgedaan groen: loopt conform planning geel: vertraagd (door externe oorzaken), maar geen risico oranje: vraagt aandacht rood: crisis

Gevraagd besluit Het college stelt de raad voor: 1. de Kadernota 2021 en de geactualiseerde investeringsplanning vast te stellen; 2. de mutaties: 1. 2021 vast te stellen via een begrotingswijziging; 2. 2022-2025 te verwerken in de concept-Programmabegroting 2022-2025; 3. in de algemene reserve en bestemmingsreserves vast te stellen; 3. de volgende bestemmingsreserves aan te maken: 1. kapitaallasten IKC's; 2. kapitaallasten Sporthallen; 3. kapitaallasten CulturA, Dorpsstraat 7 Nootdorp; 4. kapitaallasten Begraafplaats Sint Janshof; 5. kapitaallasten Asfaltering; 4. een afweging te maken over de inzet van de stelpostuitvoeringsagenda 2018-2022 voor de posten nieuw beleid; 5. (bij akkoord met de uitvoering van het onder punt 4 voorgestelde nieuw beleid) een voorziening 'Onderhoud Metropolitane Fietsroute' in te stellen en hieraan € 2.615.000 toe te voegen ten laste van de algemene reserve; 6. (bij akkoord met de uitvoering van het onder punt4 voorgestelde nieuw beleid) eenmalig budget beschikbaar te stellen van € 1.020.000 ten laste van de algemene reserve ter dekking van de bijdrage aan de gemeente Delft in het fietsviaduct over de A13;

6

7.

7

voor het onderzoek naar het Sociaal Cultureel Centrum een voorbereidingsbudget van € 470.000 beschikbaar te stellen en dit te dekken uit de algemene reserve (€ 381.000) en de bestemmingsreserve cultuur (€ 89.000).

2. Financieel kader Bij het opstellen van het meerjarenperspectief is het belangrijk om de diverse uitgangspunten te benoemen en vast te leggen. Deze uitgangspunten vormen de basis voor het meerjarenperspectief. Deze kadernota houdt voor de jaren 2021-2025 vooralsnog rekening met de volgende uitgangspunten. Aantallen per 1-1

2021

Woningen

2022

2023

2024

2025

21.773

22.173

22.573

22.973

400

400

400

400

400

Inwoners

55.702

56.702

57.702

58.702

59.702

Groei inwoners

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1,8%

1,8%

1,8%

1,7%

Groei woningen *

Areaaluitbreiding (t.o.v. voorgaande jaar)

23.373

* Bovenstaande groei is gebaseerd op de verkoopprognoses uit de geactualiseerde gemeentelijke grondexploitaties per 1 januari 2021 en particuliere initiatieven.

Voor de bepaling van de indexatie worden de volgende indicatoren gebruikt: Indicator prijsstijging

Indicator areaalstijging

Personeels-gerelateerde budgetten

Mutaties ten aanzien van: - CAO - Premies (o.a. pensioen, ziektekosten) - Periodieken

Aantal formatieplaatsen (fte) per 1.000 inwoners

Goederen en diensten

Consumenten Prijs Index (CPI) zoals voorspeld door het Centraal Planbureau

Stijging van het areaal, gebaseerd op de woningbouwprognose

Gemeenschappelijke regelingen

De indexatie voor gemeenschappelijke regelingen is gebaseerd op de regionale Kaderbrief van de Haaglandengemeenten

Stijging van het areaal, gebaseerd op de woningbouwprognose

Subsidies en sociaal domein Gewogen gemiddelde van de Consumenten Prijs Index (1/3 deel) en de stijging van de personeelsbudgetten (2/3 deel)

Stijging van de bijdrage per inwoner, gebaseerd op de woningbouwprognose

Opbrengsten

Stijging van het areaal, gebaseerd op de woningbouwprognose

CBS prijsindex gezinsconsumptie van de maand april

Voor elk van deze indicatoren worden de waardes bepaald, gebaseerd op de meest recente informatie uit interne en externe bronnen (CPB, CBS, VNG, Woningbouwprognoses, Salarisadministratie en de Kaderbrief gemeenschappelijke regelingen). Het betreft de volgende waarden. 2022

2023

2024

2025

CAO, premies en periodieken

2,0%

2,0%

2,0%

2,0%

Consumenten Prijs Index (uitgaven)

1,4%

1,4%

1,4%

1,4%

CBS prijsindex gezinsconsumptie (inkomsten)

1,3%

1,3%

1,3%

1,3%

Prognose groei Woningvoorraad per 1-1-2021

1,8%

1,8%

1,8%

1,7%

Op basis van bovengenoemde waardes worden per budgetsoort de stijgingspercentages bepaald voor de jaren 2022-2025.

Personeel gerelateerde budgetten De huidige Cao liep tot 31 december 2020. Onderhandeling over een nieuwe Cao zijn eind februari opgeschort. Bij het opstellen van deze kadernota is vanuit Cao-perspectief onbekend met welke verhoging rekening moet worden gehouden. De verzekerings- en ABP-premies zorgen al jaren voor een stijgende trend van het P-budget. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met een stijging door jaarlijks toe te kennen periodieken aan medewerkers. Op basis van deze informatie wordt de indexering gehandhaafd op 2%.

Opbrengsten De inkomsten in de gemeentelijke begroting die onderhevig zijn aan indexatie zijn hoofdzakelijk huuropbrengsten. Deze worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de prijsindex voor de gezinsconsumptie van het CBS per april van het voorgaand jaar. Voor 2022 wordt een percentage aangehouden van 1,3%.

8

Goederen en diensten Op 31 maart 2021 maakte het CPB in de maart-prognose bekend dat voor 2022 een inflatie wordt verwacht van 1,4%. Deze prognose wordt overgenomen.

Gemeenschappelijke regelingen In november 2020 is door de Haaglanden-gemeenten een gezamenlijke kaderbrief verzonden naar de grote gemeenschappelijke regelingen. In deze kaderbrief is een indexering opgenomen op basis van de macroeconomische verkenning 2021 (MEV 2021) van 2,9%. Voor 2022 wordt deze prognose overgenomen, vanaf 2023 blijft een percentage van 2% gehandhaafd.

Subsidies en sociaal domein Voor het bepalen van de indexering voor subsidies en sociaal domein wordt uitgegaan van de hierboven genoemde indexering op salarissen (2/3 deel) en overige goederen en diensten (1/3 deel). Voor 2022 bedraagt dit 1,8% Bovenstaande leidt tot de volgende stijgingspercentages voor de verschillende budgetsoorten: Prijsstijging t.o.v. het voorgaande jaar

2022

2023

2024

2025

Personeel gerelateerde budgetten

2,0%

2,0%

2,0%

2,0%

Goederen en diensten (inkomsten)

1,3%

1,3%

1,3%

1,3%

Goederen en diensten (uitgaven)

1,4%

1,4%

1,4%

1,4%

Gemeenschappelijke regelingen

2,9%

2,0%

2,0%

2,0%

Subsidies en sociaal Domein

1,8%

1,8%

1,8%

1,8%

Areaalstijging t.o.v. het voorgaande jaar

2022

2023

2024

2025

Personeel gerelateerde budgetten

1,8%

1,8%

1,8%

1,7%

Goederen en diensten

1,8%

1,8%

1,8%

1,7%

Gemeenschappelijke regelingen

1,8%

1,8%

1,8%

1,7%

Subsidies en sociaal domein

1,8%

1,8%

1,8%

1,7%

Opbrengsten

1,8%

1,8%

1,8%

1,7%

9

3. Financiele actualisatie meerjarenperspectief Het meerjarenperspectief is geactualiseerd op basis van de Jaarrekening 2020, de actualisatie van de grondexploitaties per 1 januari 2021, college- en raadsbesluiten, gemeentefondscirculaires en overige financiële ontwikkelingen.

3.1. De exploitatie in meerjarenperspectief 2021-2025 De mutaties van de Kadernota 2021 bestaan uit de volgende categorieën. Bedragen x € 1.000 (-/- is nadelig)

2021

2022

2023

2024

2025

Saldo primitieve Begroting 2021-2025

459

400

321

241

197

1. Algemene uitkering en accres

-273

-423

-939

-682

1.867

2. Prijs- en areaalindexatie

-

141

268

-16

-2.705

3. Investeringsplanning, renteresultaat & reserves

1.206

86

487

391

188

4. Actualisatie budgetten

-254

-590

-352

-366

-27

5. Sociaal domein

-750

-1.028

-1.028

-1.028

-1.028

6. Nieuw beleid

-139

-27

25

25

-

Saldo Kadernota 2021

249

-1.441

-1.218

-1.435

-1.508

Onderstaand wordt per categorie een toelichting gegeven op de mutaties.

1. Algemene uitkering In deze kadernota zijn de inkomsten uit de algemene uitkering uit het gemeentefonds geactualiseerd. Dit houdt in dat: - per inkomensmaatstaf zoveel mogelijk de definitieve aantallen per 31-12-2020 zijn toegepast; - er voor 2022 en verder is gerekend met aangepaste aantallen, met name vanwege een geactualiseerde woningbouwplanning en een dalende trend in de ontwikkeling van het aantal jongeren. De informatie op basis waarvan de actualisatie is uitgevoerd betreft de aantallen inwoners, jongeren, ouderen, huishoudens, uitkeringsontvangers etc. Op vrijwel alle maatstaven die de inkomsten algemene uitkering bepalen zijn de aantallen lager dan waarmee in de primaire begroting 2021 is gerekend. Een achterblijvend aantal opgeleverde woningen is hiervan de grootste oorzaak. Waar in de primaire begroting rekening werd gehouden met een toename van 438 woningen in 2020 zijn er in 2020 slechts 243 aan de woningvoorraad toegevoegd. Dit vertaalt zich in een lager vertrekpunt voor de inkomsten algemene uitkering 2021 en verder. En omdat er de komende jaren een lager tempo van de uitbreiding van de woningvoorraad wordt verwacht, blijven de inkomsten algemene uitkering die een relatie hebben met de aantallen inwoners en huishoudens ook achter.

De huidige stand van de algemene uitkering in de begroting 2021, inclusief uitkomsten september- en decembercirculaire 2020: Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

2025

Inkomsten AU Begroting 2021

65.916

68.253

70.585

72.429

72.429

Mutatie inkomsten AU a.g.v. sept-/decembercirculaire 2020

423

-471

-660

-550

-550

Actualisatie kadernota 2021

84

67

-263

-126

2.422

66.423

67.849

69.661

71.753

74.301

Inkomsten AU

Over de september- en decembercirculaire bent u geïnformeerd, de mutaties van de actualisatie Kadernota 2021 zijn als volgt te specificeren:

10

Bedragen x € 1.000 1 actualisatie maatstafgegevens

2021

2022

2023

2024

2025

-659

-613

-943

-806

-806

-

-

-

-

2.549

3 stelpost herverdeling gemeentefonds

200

600

600

600

600

4 BCF plafond

80

80

80

80

80

5 corona compensatie 4e pakket

464

-

-

-

-

Mutatie inkomsten AU a.g.v. actualisatie KN2021

84

67

-263

-126

2.422

2 bijtrekken jaarschijf 2025

1 Actualisatie maatstafhoeveelheden De hiervoor beschreven lagere aantallen inwoners, woningen en huishoudens leiden tot een afname van de verwachte inkomsten. Een van de maatstaven in het gemeentefonds die zwaar meeweegt (m.a.w. waar per eenheid een relatief groot bedrag aan inkomsten tegenover staat) is het aantal jongeren. Deze maatstaf komt op verschillende plekken terug als onderwerp op basis waarvan het gemeentefonds wordt verdeeld. De grootste verschillen en de bijbehorende maatstaven staan in de volgende tabel weergegeven. Bedragen x € 1000,-

2021

2022

2023

2024

2025

Inwoners

-117

-218

-247

-277

-277

Inwoners: jongeren jonger dan 18 jaar (vanaf uitkeringsjaar 2019)

-454

-373

-524

-266

-266

Overig

-89

-22

-173

-263

-263

Totaal

-659

-613

-943

-806

-806

2 Bijtrekken jaarschijf 2025 Tot het moment van opstellen van de kadernota is de nieuw te betrekken jaarschijf in de meerjarenraming (in dit geval 2025) een kopie van wat voorheen de laatste jaarschijf was (2024). Waar in de kadernota deze nieuwe jaarschijf betrokken moet worden aan de lastenkant in o.a. de indexeringssystematiek, worden tegelijkertijd de inkomsten algemene uitkering aangepast aan de maatstafgegevens zoals die voor dat jaar verwacht worden.

3 Stelpost herverdeling gemeentefonds Er is op het moment sprake van een herverdeling van het gemeentefonds. De afgelopen tijd is onderzocht of er tegenover onderling vergelijkbare uitgaven van gemeenten ook evenredig vergelijkbare inkomsten staan. Reden hiervoor is het gegeven dat er tussen gemeenten een scheefgroei is ontstaan tussen de inkomsten uit het gemeentefonds en de meest noodzakelijke kosten waarvoor elke gemeente staat. Aan de hand van dit onderzoek is een nieuw verdeelmodel ontwikkeld dat als doel heeft om elke gemeente in staat te stellen om een gelijkwaardig niveau van voorzieningen te kunnen bieden. Omdat geen twee gemeenten gelijk zijn, brengt een nieuw verdeelmodel ook scheve uitkomsten met zich mee. In ons geval vermoedelijk een negatieve uitkomst. Vooruitlopend hierop is er in de Begroting 2021 een stelpost opgenomen in de vorm van een negatieve inkomst. Deze negatieve stelpost is nu verwijderd omdat wordt afgeraden om op grond van de kennis van nu bij voorbaat een beslag te leggen op de begrotingsruimte. Tegenover de afname van de inkomsten door de effecten van een herverdeling kan bijvoorbeeld ook een toename komen te staan door een totale volumeverhoging van het gemeentefonds.

4 BCF plafond Gemeenten mogen een inkomst uit de ruimte onder het BCF plafond ramen op basis van de laatst gerealiseerde uitkering uit deze ruimte. In september 2020 is de BCF ruimte over 2019 afgerekend voor € 280.000. Op basis hiervan is geraamde inkomst uit de ruimte onder het BCF plafond met € 80.000 verhoogd naar € 280.000 in 2021 en verder.

5 Corona compensatie/vierde pakket Eind maart zijn gemeenten geïnformeerd over een vierde pakket voor corona compensatie. Met éénmalige bedragen worden gemeenten gecompenseerd voor de financiële gevolgen van de volgende onderwerpen:

11

vierde pakket corona compensatie maart 2021

x € 1.000

Perspectief jeugd en jongeren 2020

51

Perspectief jeugd en jongeren 2021

47

Jongerenwerk

34

Mentale ondersteuning 2021

28

Activiteiten en ontmoetingen

19

Bijzondere bijstand (TONK) 2021

73

Afvalverwerking

81

Bestrijden eenzaamheid ouderen 2021

89

Extra begeleiding kwetsbare groepen

77

Mutaties voorschoolse voorziening peuters

15

Totaal vierde pakket

515

Inkomst AU met betrekking tot 2020

-51

Effect op inkomst AU 2021

464

Het totaal van het vierde pakket bedraagt € 515.000. Hiervan heeft € 51.000 nog betrekking op 2020. De inkomsten worden toegevoegd aan de bestemmingsreserve 'gevolgen corona'. Van deze mutaties op de inkomsten is een aantal posten ingezet of gereserveerd binnen de begroting. Wat resteert zijn de gevolgen voor het begrotingssaldo in de kadernota. Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

2025

Mutatie inkomsten AU a.g.v. septembercirculaire

143

-471

-660

-550

Af: diverse reserveringen septembercirculaire

-37

-19

-15

-5

-550 -5

Mutatie inkomsten AU a.g.v. actualisatie KN2021

84

67

-263

-126

2.422

Af: diverse reserveringen decembercirc./actualisatie

-464

-

-

-

-

gevolgen kadernota saldo

-273

-423

-939

-682

1.867

Op het moment van opstellen van deze kadernota zijn de uitkomsten van de meicirculaire nog niet bekend.

2. Prijs- en areaalindexatie Vanaf 2022 wordt een inflatiecorrectie toegepast van 1,4%. De areaalindex is gebaseerd op de actualisatie van de woningbouwprognose per 1 januari 2021. In 2025 was nog geen indexatie opgenomen, dit veroorzaakt een groot nadeel. Dit wordt grotendeels gecompenseerd door de groei van de algemene uitkering. Een nadere toelichting is te vinden in hoofdstuk 2, het financieel kader. Dit heeft het volgende effect op het begrotingssaldo: Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

2025

Indexering prijs

-

-22

26

74

Indexering areaal

-

163

242

-90

-1.345 -1.360

Totaal

-

141

268

-16

-2.705

3. Investeringsplanning, renteresultaat en reserves Actualisatie van de grondexploitaties De cijfers voor de grondexploitaties zijn bijgesteld op basis van de actualisatie per 1 januari 2021. De toe te rekenen rente (rekenrente) aan de geactiveerde investeringen is, als gevolg van een gemiddeld lagere rentevergoeding over langlopende opgenomen geldleningen, verlaagd van 1,5% naar 0,685%. Hierdoor kan conform wetgeving minder rente doorberekend worden aan de grondexploitaties en kostendekkende producten zoals het taakveld riolering. Dit resulteert voor de gemeentelijk begroting in een nadeel.

Actualisatie van de staat van activa en investeringsplanning De actualisatie van de staat van activa en investeringsplanning laat een voordeel zien. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door de verwerking van het Investerings- en financieringsplan 2020-2025. Dit voordeel is gereserveerd als stelpost Enecogelden. Het resterend voordeel wordt grotendeels veroorzaakt doordat geplande investeringen zijn doorgeschoven in tijd bij de Najaarsnota 2020 en Kadernota 2021 of niet zijn afgerond in 2020 (jaarrekening restantbudgetten € 13 mln). Dit levert in 2021 een voordeel op.

12

Vrijgespeelde begrotingsruimte met Enecogelden Het raadsbesluit 'Investerings- en financieringsplan 2020-2025' is in deze kadernota verwerkt. De vrijgespeelde begrotingsruimte is opgenomen als 'stelpost Enecogelden'. In hoofdstuk vier is een specificatie opgenomen van de ingestelde bestemmingsreserves. Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

2025

Actualisatie grondexploitaties

-246

-179

-30

-99

-57

Actualisatie staat van activa en investeringsplanning

3.034

1.875

2.183

2.204

1.919

Vrijgespeelde begrotingsruimte met Enecogelden

-1.582

-1.609

-1.667

-1.714

-1.674

Totaal

1.206

87

486

391

188

4. Actualisatie budgetten Onderstaand zijn de overige wijzigingen van budgetten weergegeven. Het betreft voornamelijk mutaties die het gevolg zijn van externe oorzaken die onontkoombaar zijn.

Dividend Stedin De dividenduitkering over 2020 ligt € 167.400 lager dan begroot. De prognose is dat het resultaat van Stedin de komende jaren zal dalen en daarmee ook de dividenduitkering. Voor 2022 is deze bijgesteld naar € 50.000. Dit onder andere als gevolg van het zoeken naar kapitaal door Stedin om de investeringen in het netwerk te kunnen financieren. Voorgesteld wordt om daarom de dividenduitkering met ingang van 2023 te verlagen naar € 300.000.

Wandelbos onderhoud en beheer Van de provincie zijn het Wandelbos en de kade Rietmolen overgenomen in eigendom en beheer. De afkoopsom van € 1,5 miljoen die hiervoor ontvangen is wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Voor het dagelijks beheer en onderhoud wordt budget van € 95.000 in de begroting opgenomen.

Formatieplaats klantmanager Voor de begeleiding van de ondertussengroep, het uitvoeren van de taakstelling te huisvesten statushouders 2021 en de voorbereiding op de Wet inburgering is er binnen het team participatie één aanvullende formatie klantmanager nodig. Hiervoor is incidenteel dekking van € 75.000 in deze Kadernota opgenomen. De structurele dekking voor 2022 en verder moet bij de Begroting 2022 worden afgewogen.

Verlenging Rotterdampas De samenwerking met de Rotterdampas is voor één jaar verlengd. Bij de Begroting 2022 wordt besloten over voortzetten vanaf 2022.

Uitbreiding onderwijshuisvesting Kraaienest De uitbreiding van onderwijshuisvesting bij het Kraaienest is nog niet gerealiseerd. Hierdoor is de huurvergoeding voor deze nieuwbouw nog niet verschuldigd.

Huurovereenkomst Delftsestraatweg 72 Vanaf 2020 is een huurovereenkomst en vestiging huurafhankelijk recht van opstal overeengekomen voor een tankstation aan de Delftsestraatweg 72.

Actualisatie OZB-opbrengsten De OZB opbrengsten zijn geactualiseerd. Als gevolg van een bijgestelde nieuwbouwprognose van 438 naar 400 woningen resulteert dit in een nadeel. De positieve mutatie in jaarschijf 2025 wordt veroorzaakt doordat deze tot het moment van opstellen van de kadernota een kopie van wat voorheen de laatste jaarschijf was (2024). In deze kadernota wordt deze betrokken in de indexeringen van o.a. het areaal.

Nieuw contract mobiele telefonie Met de huidige leverancier van mobiele telefonie is een nieuw contract afgesloten. Dit levert een voordeel op van € 78.000 op jaarbasis.

13

Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

2025

Dividend Stedin

-167

-550

-300

-300

-300

Wandelbos onderhoud en beheer

-95

-95

-95

-95

-95

Formatieplaats klantmanager

-75

-

-

-

-

Verlenging Rotterdampas

-60

-

-

-

-

Uitbreiding onderwijshuisvesting Kraaienest

66

-

-

-

-

Huurovereenkomst Delftsestaatweg 72

35

35

35

35

35 315

Actualisatie OZB-opbrengsten

-

-1

-10

-24

Nieuw contract mobiele telefonie

39

78

78

78

78

Overige mutaties (< € 25.000)

3

-57

-60

-60

-60

-254

-590

-352

-366

-27

Totaal

5. Sociaal domein De budgetten voor Jeugd en Wmo zijn in deze kadernota conform de t-1 systematiek afgestemd op de realisatie in 2020. Hierop is een taakstelling in mindering gebracht als resultaat van de uitwerking van de interventiemaatregelen die zijn voorgesteld. Het jaar 2021 is het eerste jaar waarin de gestelde taakstelling in het sociaal domein ingevuld moet worden. De ontwikkeling van het cliëntenbestand in de bijstand en de gepubliceerde Rijksbijdrage 2021 vormen aanleiding om op het BUIG budget rekening te houden met een overschot. Het effect van de bovenstaande ontwikkelingen op het saldo van de Kadernota 2021: Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

2025

T-1 jeugd

-1.753

-2.253

-2.253

-2.253

-2.253

T-1 Wmo

-370

-370

-370

-370

-370

Resultaat interventiemaatregelen

750

1.250

1.250

1.250

1.250

Overschot Rijksbijdrage BUIG

345

345

345

345

345

Inzet reserve SD

278

-

-

-

-

Totaal

-750

-1.028

-1.028

-1.028

-1.028

6. Nieuw beleid ter afweging Onderstaand zijn de posten nieuw beleid weergegeven. Ter dekking is het restant van de stelpost Uitvoeringsagenda 2018-2022 ingezet.

Aanleg Metropolitane fietsroute Door de MRDH is de aanleg van de Metropolitane fietsroutes (MFR) Den Haag-Pijnacker en Delft-Oude LeedeRotterdam geagendeerd. Deze routes worden samen met de betrokken gemeenten en de Metropoolregio aangelegd. Het doel is om woon-werkverkeer per fiets te stimuleren en CO2-uitstoot te verminderen door de bereikbaarheid van de regio te verbeteren. De gemeente Pijnacker-Nootdorp draagt 30% van de totale kosten voor aanleg van de fietsroutes en de Metropoolregio 70%. Indien u instemt met dit voorstel investeert Pijnacker-Nootdorp € 582.000 in de jaren 2022 t/m 2025 en dient ten laste van de algemene reserve € 3.635.000 beschikbaar gesteld te worden. Hiervan zal € 2.615.000 gestort worden in een nieuw te vormen voorziening 'onderhoud MFR'. De resterende € 1.020.000 wordt als bijdrage aan de gemeente Delft betaald voor de aanleg van een fietsviaduct over de A13.

Programma Water en Klimaat 2021-2024 In vervolg op het Waterklimaatplan “Helder over Water en Klimaat 2017-2020 is, in samenwerking met het Hoogheemraadschap van Delfland, een Programma Water en Klimaat 2021-2024 opgesteld. Het doel is om in 2050 zoveel mogelijk voorbereid te zijn op extremer weer als gevolg van klimaatverandering. De komende jaren wordt ingezet op het vasthouden van neerslag waar het valt. In totaal wordt een bedrag van € 900.000 geïnvesteerd in de jaren 2022 t/m 2024. Daarnaast wordt € 178.000 ter beschikking gesteld als eenmalig budget voor de uitvoering van maatregelen verspreid over de gehele looptijd van het programma.

14

Voortzetten week van de mantelzorg Vanaf 2017 wordt de Week van de Mantelzorg georganiseerd. Het benodigd budget is tot nu toe incidenteel beschikbaar gesteld. Op basis van de ervaringen van het organiseren van de Week van de Mantelzorg de afgelopen vier jaar is voor de organisatie naar verwachting € 30.000 benodigd. Ter afweging wordt voorgelegd dit vanaf 2021 structureel In de begroting op te nemen.

Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie Het budget voor kinderopvang op grond van Sociaal Medische Indicatie is al jaren niet toereikend. Omdat op voorhand niet is te voorspellen hoe groot de behoefte aan SMI is in een jaar, wordt al jaren een systematiek toegepast, waarbij het begrote bedrag wordt gecorrigeerd bij de najaarsnota naar de werkelijke kosten. Op basis van deze ervaringscijfers wordt voorgesteld het budget structureel met € 69.000 te verhogen. Bedragen x € 1.000

2021

Aanleg Metropolitane fietsroute

2022

2023

2024

2025

-

-

-10

-10

-26

Programma Water en Klimaat 2021-2024

-40

-98

-36

-36

-45

Voortzetten week van de mantelzorg

-30

-30

-30

-30

-30

Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie

-69

-69

-69

-69

-69

Inzet stelpost uitvoeringsagenda 2018-2022

-

170

170

170

170

-139

-27

25

25

0

Totaal

Samenvattend ziet het begrotingssaldo er na actualisatie als volgt uit: Bedragen x € 1.000 Saldo Kadernota 2021

2021

2022

2023

2024

2025

-1.441

-1.218

-1.435

-1.508

249

Stelposten Binnen de meerjarenbegroting zijn de volgende stelposten beschikbaar.

Stelpost uitvoeringsagenda 2018-2022 Tijdens deze raadsperiode is de stelpost Uitvoeringsagenda ingesteld. In onderstaand overzicht is de inzet daarvan weergegeven. Het resterend budget van € 170.000 vanaf 2022 is ingezet ter dekking van de onder punt 6 genoemde voorstellen nieuw beleid. De stelpost uitvoeringsagenda 2018-2022 wordt hiermee afgesloten. Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

2025

Stelpost Uitvoeringsagenda 2018-2022

500

500

500

500

500

Lastenverlichting (BG20: amendement afvalstoffenheffing en motie belastingverlaging)

-200

-200

-200

-200

-200

Uitvoering Cultuurnota Verbinding door cultuur

-120

-120

-120

-120

-120

Evaluatie Nota dierenwelzijn 2016 Wild- en Vogelopvang

-10

-10

-10

-10

-10

Projectplan werkboek Oostland

-97

-

-

-

-

Economische visie

-73

-

-

-

-

Voorstellen nieuw beleid

-

-170

-170

-170

-170

Nog beschikbaar

0

0

0

0

0

Stelpost Enecogelden Het raadsbesluit 'Investerings- en financieringsplan 2020-2025 is in deze kadernota verwerkt. Dit levert onderstaande stelpost 'Enecogelden' op. De mutaties in de reserves als gevolg van dit besluit worden toegelicht in paragraaf 3.2. Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

2025

Stelpost Enecogelden

1.582

1.609

1.667

1.714

1.674

Nog beschikbaar

1.582

1.609

1.667

1.714

1.674

15

3.2. Mutaties per programma Bedragen x € 1.000

2021 primair

mutaties

actueel

lasten Prog. 1 ruimte en wonen

-47.083

6.990

-40.093

Prog. 2 economie en glastuinbouw

-6.034

-3.036

-9.070

Prog. 3 mobiliteit

-6.472

281

-6.191

Prog. 4 groen en recreatie

-5.017

-63

-5.080

Prog. 5 onderwijs

-5.790

-7

-5.797

Prog. 6 collectieve voorzieningen

-15.524

-762

-16.286

Prog. 7 individuele voorzieningen

-30.349

-1.423

-31.772

Prog. 8 veiligheid en duurzaamheid

-19.100

-649

-19.749

Prog. 9 bestuur en bedrijfsvoering

-4.832

-340

-5.172

-140.201

991

-139.210

Prog. 10 algemene dekkingsmiddelen

-6.033

-2.277

-8.310

overhead

-13.741

-1.714

-15.455

subtotaal programma's

heffing VpB

-

-

-

-202

-

-202

resultaat voor bestemming

-160.177

-3.000

-163.177

dotaties reserves

-16.334

-51.705

-68.039

Totaal saldo van lasten inclusief dotaties reserves

-176.511

-54.705

-231.216

Prog. 1 ruimte en wonen

48.888

-10.207

38.681

Prog. 2 economie en glastuinbouw

5.921

3.041

8.962

Prog. 3 mobiliteit

151

0

151

Prog. 4 groen en recreatie

343

1.498

1841

bedrag onvoorzien

baten

Prog. 5 onderwijs

883

100

983

1.363

16

1.379

Prog. 7 individuele voorzieningen

7.915

137

8.052

Prog. 8 veiligheid en duurzaamheid

14.535

552

15.087

Prog. 6 collectieve voorzieningen

Prog. 9 bestuur en bedrijfsvoering subtotaal programma's

805

-14

791

80.804

-4.877

75.927

Prog. 10 algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

77.971

3.523

81.494

resultaat voor bestemming

158.775

-1.354

157.421

onttrekkingen reserves

18.196

55.849

74.044

Totaal saldo van baten inclusief onttrekkingen reserves

176.971

54.495

231.465

459

-211

249

BEGROTINGSSALDO NA BESTEMMING

16

Bedragen x € 1.000

2022 primair

2023

mutaties

actueel

primair

mutaties

actueel -13.783

lasten Prog. 1 ruimte en wonen

-40.558

8.550

-32.008

-9.999

-3.784

Prog. 2 economie en glastuinbouw

-5.371

-1.294

-6.665

-3.022

-2.035

-5.057

Prog. 3 mobiliteit

-6.349

-552

-6.901

-6.419

-466

-6.885

Prog. 4 groen en recreatie

-5.056

-107

-5.163

-5.063

-101

-5.164

Prog. 5 onderwijs

-6.021

-183

-6.204

-6.554

-234

-6.788

Prog. 6 collectieve voorzieningen

-15.474

-259

-15.733

-15.522

-203

-15.725

Prog. 7 individuele voorzieningen

-29.556

-1.222

-30.778

-29.557

-1.067

-30.624

Prog. 8 veiligheid en duurzaamheid

-18.964

-40

-19.004

-19.065

-40

-19.105

Prog. 9 bestuur en bedrijfsvoering

-4.808

-2

-4.810

-4.798

-12

-4.810

-132.157

4.891

-127.266

-99.999

-7.944

-107.943

subtotaal programma's Prog. 10 algemene dekkingsmiddelen

-9.619

-2.032

-11.651

-11.397

-2.832

-14.229

overhead

-13.666

-2.477

-16.143

-13.631

-2.192

-15.823

heffing VpB

-

-

-

-

-

-202

-

-202

-202

-

-202

resultaat voor bestemming

-155.644

382

-155.262

-125.229

-12.968

-138.197

dotaties reserves

-11.993

2.221

-9.772

-2.095

-2.511

-4.606

Totaal saldo van lasten inclusief dotaties reserves

-167.637

2.603

-165.034

-127.324

-15.479

-142.803

Prog. 1 ruimte en wonen

43.210

-8.557

34.653

10.420

5.058

15.478

Prog. 2 economie en glastuinbouw

6.699

599

7.298

2.995

3.169

6.164

Prog. 3 mobiliteit

151

0

151

151

0

151

Prog. 4 groen en recreatie

316

0

316

316

0

316

bedrag onvoorzien

baten

Prog. 5 onderwijs

995

100

1.095

1.155

100

1.255

1.219

0

1.219

1.219

0

1.219

Prog. 7 individuele voorzieningen

7.915

71

7.986

7.913

71

7.984

Prog. 8 veiligheid en duurzaamheid

14.840

0

14.840

14.942

0

14.942

Prog. 6 collectieve voorzieningen

805

-14

791

805

-14

791

subtotaal programma's

Prog. 9 bestuur en bedrijfsvoering

76.150

-7.802

68.348

39.916

8.383

48.299

Prog. 10 algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

80.524

2.753

83.277

83.682

2.777

86.459

resultaat voor bestemming

156.674

-5.049

151.625

123.598

11.160

134.758

onttrekkingen reserves

11.363

605

11.968

4.048

2.779

6.827

Totaal saldo van baten inclusief onttrekkingen reserves

168.037

-4.444

163.593

127.646

13.939

141.585

400

-1.841

-1.441

321

-1.540

-1.218

BEGROTINGSSALDO NA BESTEMMING

17

Bedragen x € 1.000

2024 primair

2025

mutaties

actueel

primair

mutaties

actueel -15.874

lasten Prog. 1 ruimte en wonen

-13.080

5.698

-7.382

-13.080

-2.794

Prog. 2 economie en glastuinbouw

-3.069

726

-2.343

-3.069

696

-2.373

Prog. 3 mobiliteit

-6.255

-176

-6.431

-6.255

-164

-6.419

Prog. 4 groen en recreatie

-5.065

-101

-5.166

-5.065

-116

-5.181

Prog. 5 onderwijs

-7.084

-275

-7.359

-7.084

-777

-7.861

Prog. 6 collectieve voorzieningen

-15.554

-246

-15.800

-15.554

-252

-15.806

Prog. 7 individuele voorzieningen

-29.556

-1.068

-30.624

-29.556

-1.068

-30.624

Prog. 8 veiligheid en duurzaamheid

-19.169

-40

-19.209

-19.169

-98

-19.267

Prog. 9 bestuur en bedrijfsvoering

-4.745

-1

-4.746

-4.745

-1

-4.746

-103.577

4.516

-99.061

-103.577

-4.574

-108.151

subtotaal programma's Prog. 10 algemene dekkingsmiddelen

-14.503

-2.647

-17.150

-14.503

-4.914

-19.417

overhead

-13.465

-2.242

-15.707

-13.465

-2.326

-15.791

-

-

-

-

-

-202

-

-202

-202

-

-202

-131.747

-373

-132.120

-131.747

-11.814

-143.561

-4.053

286

-3.767

-4.053

1.999

-2.054

-135.800

-87

-135.887

-135.800

-9.815

-145.615

Prog. 1 ruimte en wonen

15.459

-6.119

9.340

15.459

652

16.111

Prog. 2 economie en glastuinbouw

3.041

-697

2.344

3.041

-659

2.382

Prog. 3 mobiliteit

151

0

151

151

0

151

Prog. 4 groen en recreatie

316

0

316

316

0

316

Prog. 5 onderwijs

1.203

100

1.303

1.203

100

1.303

Prog. 6 collectieve voorzieningen

1.173

0

1.173

1.173

0

1.173

Prog. 7 individuele voorzieningen

7.913

71

7.984

7.913

71

7.984

Prog. 8 veiligheid en duurzaamheid

15.045

0

15.045

15.045

0

15.045

heffing VpB bedrag onvoorzien resultaat voor bestemming dotaties reserves Totaal saldo van lasten inclusief dotaties reserves baten

805

-14

791

805

-14

791

subtotaal programma's

Prog. 9 bestuur en bedrijfsvoering

45.106

-6.658

38.448

45.106

150

45.256

Prog. 10 algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

86.578

3.208

89.786

86.578

6.183

92.761

resultaat voor bestemming

131.684

-3.450

128.234

131.684

6.333

138.017

4.354

1.864

6.218

4.354

1.735

6.089

136.038

-1.586

134.452

136.038

8.068

144.106

241

-1.673

-1.435

241

-1.746

-1.508

onttrekkingen reserves Totaal saldo van baten inclusief onttrekkingen reserves BEGROTINGSSALDO NA BESTEMMING

Gezien de uitgebreide toelichting in dit hoofdstuk wordt in de afzonderlijke programma’s geen toelichting geven op de mutaties.

18

4. Ontwikkeling vermogenspositie 4.1. Vermogenspositie per januari 2021 De ontwikkeling van de vermogenspositie bestaat uit een actualisatie van de huidige vermogenspositie op basis van de Jaarrekening 2020, de verwachte ontwikkelingen in de grondexploitaties en de investeringsplanning, alsmede enkele andere mutaties in het vrij beschikbare vermogen. Beschikbare weerstandscapaciteit (bedragen x € 1.000) Weerstand

Capaciteit

Algemene reserve per 1-1-2021

105.679

Resultaat Jaarrekening 2020

3.722

Ten laste van de algemene reserve gebrachte bestemmingen

-1.235

Onvoorzien 2021

202

Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

108.368

Benodigde weerstandscapaciteit o.b.v. Jaarrekening 2020

10.893

Beschikbaar vermogen per 1 januari 2021

97.475

In bovenstaande tabel is het jaarrekeningresultaat 2020 opgenomen zoals bekend bij het opstellen van de kadernota.

De weerstandsratio is bepaald op basis van de normtabel van de Universiteit Twente. Per 1 januari 2021 bedraagt deze 10,04 en wordt daarmee beoordeeld als ‘uitstekend’. Ten opzichte van de jaarrekening is de weerstandsratio licht gedaald. Oorzaak hiervoor zijn de toevoeging van de post onvoorzien 2020 en de onttrokken resultaatbestemmingen.

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

=

108.368 10.893

= 9,94

4.2. Actualisatie vermogenspositie (algemene reserve) Mutaties weerstandscapaciteit exclusief grondexploitaties Er worden de volgende mutaties in de algemene reserve verwacht die van invloed zijn op de beschikbare weerstandscapaciteit.

19

Omschrijving (€ x 1.000)

2021

2022

2023

2024

2025

1. Exploitatiesubsidie stichting Cultuur & Zo

-140

-

-

-

-

-

-3.900

-

-

-

3. Uitbreiding Stanislascollege

-2.389

-

-

-

-

4. Haalbaarheidsonderzoek

-80

-

-

-

-

5. Indexering normen onderwijshuisvesting

-1.882

-720

-

-

-

6. Vorming reserve Casaschool en IKC Pijnacker Noord

-10.822

-

-

-

-

6. Casaschool: Interne kosten en procesbegeleiding

-330

-

-

-

-

7. Advies rotondes

-100

-

-

-

-

8. Programma Water & Klimaat 2021-2024

-130

-

-

-

-

-45.790

-

-

-

-

10. Vennootschapsbelasting

-926

-1.255

-1.118

-908

-480

11. Kunstgras SV Nootdorp

-300

-

-

-

-

12. Geschillenoplossing

-225

-

-

-

-

-

-9

-343

-60

-120

14. Saldo exploitatie overig gemeentelijk vastgoed

133

133

133

133

133

15. Vergoeding Wandelbos en de kade Rietmolen

1.428

-

-

-

-

249

-1.441

-1.218

-1.435

-1.508

-61.304

-7.192

-2.546

-2.270

-1.975

2. Nieuwbouw Regenboog school

9. Investerings- en financieringsplan 2020-2025

13. Kapitaallasten investeringsplanning

16. Saldo Kadernota 2021 Totaal

Toelichting: 1.

Exploitatiesubsidie stichting Cultuur & Zo De meerkosten van € 140.000 per jaar die ontstaan als gevolg van de nieuwe overeenkomst met de stichting Cultuur & Zo voor de exploitatie van CulturA worden de eerste 2 ½ jaar bekostigd uit de algemene reserve. Vanaf 2022 komen deze ten laste van het begrotingssaldo.

2.

Nieuwbouw Regenboogschool Voor de nieuwbouw van de Regenboog school is een bestemmingsreserve gevormd ter dekking van de kapitaallasten van € 3,9 mln. ten laste van de algemene reserve.

3.

Uitbreiding Stanislascollege Prognoses laten zien dat er structureel meer leerlingen op de school worden verwacht dan de bestaande gebouw kan huisvesten. Voor de uitbreiding van het Stanislascollege is een bedrag benodigd van € 2.388.958 ter dekking van de afschrijvingslasten. Dit wordt gedekt uit de algemene reserve.

4.

Haalbaarheidsonderzoek verlengde Komkommerweg Uit de algemene reserve wordt een bedrag onttrokken van € 80.000 ter dekking van de kosten van het haalbaarheidsonderzoek.

5.

Indexering normen onderwijshuisvesting De investeringsbudgetten voor onderwijshuisvesting en welzijnsaccommodatie zijn in lijn met de VNG-norm met 6,38% geïndexeerd. Dit heeft tot gevolg dat de betrokken bestemmingsreserves die beschikbaar zijn ter dekking van de afschrijvingslasten eveneens verhoogd moeten worden. Hiervoor wordt € 1.881.573 ten laste van de algemene reserve gebracht in 2021 en € 720.394 in 2022.

6.

Vorming bestemmingsreserve 'reserve Casaschool en IKC Pijnacker' Een reserve is gevormd voor de bouw van IKC Pijnacker Noord en de Casaschool ter dekking van de afschrijvingslasten. Deze wordt gevoed vanuit de algemene reserve voor een bedrag van € 10.821.575. Daarnaast wordt € 330.000 beschikbaar gesteld vanuit de algemene reserve voor procesbegeleiding en aanpassing van het bestemmingsplan.

7.

Advies rotondes Om de verkeersveiligheid op rotondes te verbeteren is € 100.000 beschikbaar gesteld voor kleinschalige maatregelen. Dit wordt gedekt uit de algemene reserve.

8.

Programma Water en Klimaat 2021-2024 In samenwerking met het Hoogheemraadschap van Delfland gaan wij de bewustwording van inwoners en bedrijven vergroten. Om de waterkwaliteit te verbeteren wil de gemeente de komende 4 jaar inzetten op het verwijderen van kroos en bladeren en een pilot uitvoeren om de watergang (extra) te baggeren uit waterkwaliteitsoogpunt. Ten laste van de algemene reserve wordt € 130.000 gedoteerd in de voorziening baggerwerken.

9.

Investerings- en financieringsplan 2020-2025 Er zijn zes reserves gevormd voor een bedrag van € 45.790.237, ten laste van de algemene reserve, ter dekking van de afschrijvingslasten van materiele vaste activa.

10. Vennootschapsbelasting Er wordt een hogere winst verwacht op de grondexploitatie hierover wordt 25% vennootschapsbelasting geheven. 11. Kunstgras SV Nootdorp Ter dekking van de kapitaalasten van het nieuwe kunstgrasveld op sportcomplex ’s Gravenhout wordt € 300.000 gestort in de bestemmingsreserve “Kapitaallasten onderbouw kunstgrasvelden”. Dit wordt gedekt uit de algemene reserve. 12. Geschillenoplossing Uitkering naar aanleiding van een geschil zoals gemeld in informatienota met berichtnummer 1102870. 13. Kapitaallasten investeringsplanning In de investeringsplanning zijn nieuwe investeringen opgenomen voor herstructurering van de Katwijkerlaan en voorbereiding van het Sociaal Cutureel Centrum. De kapitaallasten hiervan zijn voorlopig gedekt uit de algemene reserve. Na besluitvorming van deze kadernota zal een aparte bestemmingsreserve worden gevormd en het benodigd vermogen hierin worden gestort.

20

14. Saldo exploitatie overig gemeentelijk vastgoed Na een periode waarin kosten voor renovatie en inrichting zijn gemaakt gemeentelijk vastgoed, volgt een aantal jaren waarin de huuropbrengsten de kosten van beheer overstijgen. Zowel de dekking van de kosten als de storting van het jaarlijkse exploitatieoverschot verloopt via de algemene reserve. 15. Vergoeding Wandelbos en de kade Rietmolen De gemeente gaat vanaf 2022 zorgen voor het beheer van het gebied Wandelbos en de kade Rietmolen. De afkoopsom bedraagt € 1.427.940 en wordt toegevoegd aan de algemene reserve. 16. Saldo Kadernota 2021 Dit betreft het vrij beschikbaar begrotingssaldo na vaststelling van de Kadernota 2021.

Mutaties weerstandscapaciteit naar aanleiding van de actualisatie grondexploitaties De actualisatie van de grondexploitaties per 1 januari 2021 levert voor de Kadernota 2021 het volgende beeld op voor wat betreft de verwachte winstuitnames, rente op de strategische grondvoorraad en de dotatie voor de te verwachten verliezen op nadelige complexen. Omschrijving (€ x 1.000)

2021

2022

2023

2024

2025

1. Rente strategisch grondvoorraad

-157

-513

-157

-157

-157

2. Verhogen van de voorziening nadelige complexen

-2.158

-193

-178

-181

-185

3. Verwachte winstuitnames grondexploitaties

3.705

5.019

4.473

3.436

1.921

Totaal

1.390

4.313

4.138

3.098

1.579

Toelichting: 1.

Rente strategische grondvoorraad De strategische grondvoorraad is onder de post 'materiële vaste activa' verantwoord, de boekwaarde van deze post bedraagt ruim € 9 miljoen. Aan deze boekwaarde wordt jaarlijks rente toegerekend. Omdat de boekwaarde van de strategische grondvoorraad niet hoger mag zijn dan het vastgesteld bedrag van de getaxeerde marktwaarde worden de jaarlijkse rentelasten bekostigd uit de algemene reserve.

2.

Verhogen van de voorziening nadelige complexen Gebruikelijk is om deze mutatie te verrekenen met de algemene reserve. Het gevolg is dat de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening nadelige complexen wordt onttrokken uit de algemene reserve. In 2021 wordt een extra dotatie van € 2 miljoen gedaan door de inbreng van deverliesgevende grondexploitatie 'Hart van Nootdorp'.

3.

Verwachte winstuitnames grondexploitaties De grondexploitaties zijn per 1 januari 2021 geactualiseerd. De geprognotiseerde winsten zijn in de algemene reserve opgenomen.

Samenvatting en conclusie Onderstaand zijn alle mutaties die gevolgen hebben voor het weerstandsvermogen samengevat. Omschrijving (x € 1.000) Mutaties exclusief grondexploitaties Mutaties actualisatie grondexploitatie Totaal ten gunste/laste van het weerstandsvermogen

2021

2022

2023

2024

2025

-61.304

-7.192

-2.546

-2.270

-1.975

1.390

4.313

4.138

3.098

1.579

-59.914

-2.879

1.592

828

-396

De beschikbare weerstandscapaciteit per 1 januari 2021 bedraagt € 108,3 miljoen. In onderstaande tabel wordt het verloop weergegeven na bovenstaande actualisatie. Het benodigd weerstandsvermogen is bij de Jaarrekening 2020 berekend op € 10,8 miljoen. Dit betekent dat de weerstandsratio in de periode 2021-2025 volgens de normtabel wordt gekwalificeerd als uitstekend. Omschrijving (x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

2025

Beschikbare weerstandscapaciteit per 1 januari

108.368

48.454

45.575

47.167

47.995

Verwachte mutaties

-59.914

-2.879

1.592

828

-396

Beschikbaar weerstandscapaciteit per 31 december

48.454

45.575

47.167

47.995

47.599

Benodigd weerstandscapaciteit conform Kadernota 2021

10.893

10.893

10.893

10.893

10.893

4,45

4,18

4,33

4,41

4,37

Ratio weerstandsvermogen per 31 december

21

4.3. Overzicht mutaties reserves en voorzieningen Ten behoeve van een evenwichtige bedrijfsvoering is het gebruik van reserves en voorzieningen noodzakelijk. In de beleidsnota Reserves en voorzieningen worden hierover vierjaarlijks voorwaarden vastgelegd. Op grond van artikel 13 van de Financiële verordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2017 wordt jaarlijks als onderdeel van de kadernota een bijgesteld overzicht van reserves en voorzieningen met toelichting opgenomen. In deze toelichting wordt ingegaan op de vorming en besteding van bestemmingsreserves en voorzieningen. De mutaties in de algemene reserve zijn reeds toegelicht bij de actualisatie van de vermogenspositie in paragraaf 3.2.

Reserve: 1.

Dotatie aan de bestemmingsreserve 'Stanislascollege' Voor de uitbreiding van het Stanislascollege is € 2.932.328 budget benodigd ter dekking van de kapitaallasten. Deze wordt gevoed vanuit de algemene reserve.

2.

Dotatie aan de bestemmingsreserve ‘Sociaal Domein’ Voor de uitvoering van het plan “Werken, werken aan en meedoen” was een voorlopig participatiebudget beschikbaar gesteld van € 225.000. Het definitief budget bedraagt € 118.558, het resterend bedrag van € 106.442 vloeit terug naar de reserve Sociaal Domein.

3.

Dotatie bestemmingsreserve 'Ruyven Noord Beheer' Voor het beheer en onderhoud van recreatiegebied Ruyven Noord is een afkoopsom ontvangen van de provincie van € 239.700.

4.

Dotatie aan de bestemmingsreserves ‘Scholen Ackerswoude en Keijzershof’, ‘Regenboog school’, 'Stanislascollege', 'Casaschool en IKC Pijnacker-Noord' De normen voor onderwijshuisvesting en welzijnsaccommodatie zijn geïndexeerd met 6,38%. Dit heeft tot gevolg dat de bestemmingsreserves die beschikbaar zijn voor de afschrijvingslasten van de scholen Ackerswoude, Keijzershof, Regenboog, Stanislas, Casaschool en IKC Pijnacker- Noord verhoogd moeten worden. Hiervoor wordt € 1.881.573 ten laste van de algemene reserve gebracht in 2021 en € 720.394 in 2022.

5.

Dotatie aan de bestemmingsreserve ‘Financiële gevolgen Corona’ De gemeenten worden gecompenseerd voor de financiële gevolgen van Corona. De corona compensatie voor het derde pakket bedraagt € 279.581 en het vierde pakket bedraagt € 515.000. Daarnaast is een tegemoetkoming verhuurders sportaccommodaties ontvangen van € 120.000.

6.

Dotatie aan de bestemmingsreserve ‘Kapitaallasten IKC"s’ Uit het raadsbesluit 'Investerings- en financieringsplan 2020-2025' worden de kapitaallasten van IKC's gedekt uit de algemene reserve. De onttrekking aan de algemene reserve bedraagt € 28.245.672.

7.

Dotatie aan de bestemmingsreserve 'Kapitaallasten Sporthallen' Uit het raadsbesluit 'Investerings- en financieringsplan 2020-2025' worden de kapitaallasten van de sporthallen gedekt uit de algemene reserve. De onttrekking aan de algemene reserve bedraagt € 9.484.781.

8.

Dotatie aan de bestemmingsreserve "Kapitaallasten onderbouw kunstgrasvelden' Uit het raadsbesluit 'Investerings- en financieringsplan 2020-2025' worden de kapitaallasten van de kunstgrasvelden gedekt uit de algemene reserve. De onttrekking aan de algemene reserve bedraagt € 1.975.004.

9.

Dotatie aan de bestemmingsreserve 'Kapitaallasten CulturA Dorpsstraat 7 Nootdorp' Uit het raadsbesluit 'Investerings- en financieringsplan 2020-2025' worden de kapitaallasten van CulturA gedekt uit de algemene reserve. De onttrekking aan de algemene reserve bedraagt € 1.771.116.

22

10.

Dotatie aan de bestemmingsreserve 'Kapitaallasten Begraafplaats Sint Janshof Uit het raadsbesluit 'Investerings- en financieringsplan 2020-2025' worden de kapitaallasten van het begraafplaats Sint Janshof gedekt uit de algemene reserve. De onttrekking aan de algemene reserve bedraagt € 2.955.986.

11.

Dotatie aan de bestemmingsreserve 'Kapitaallasten Asfaltering' Uit het raadsbesluit 'Investerings- en financieringsplan 2020-2025' worden de kapitaallasten van de asfaltering gedekt uit de algemene reserve. De onttrekking aan de algemene reserve bedraagt € 1.357.678.

12.

Onttrekking aan bestemmingsreserve 'Kapitaallasten Ruyven Zuid Polder' Voor het beheer en onderhoud van recreatiegebied Ruyven Noord beheer is een afkoopsom ontvangen van de provincie van € 239.700 in 2020. Deze had toegevoegd moeten worden aan bestemmingsreserve Ruyven Noord beheer.

13.

Onttrekking aan bestemmingsreserve 'Bedrijfsvoering' De ambitie om Cloudoplossingen in te zetten resulteert in hogere gebruikskosten. Omdat we hierin afhankelijk zijn van de mogelijkheden bij leveranciers neemt een totale overgang nog lange tijd in beslag wat ook gepaard gaat met extra kosten. Er vindt een onttrekking plaats van € 458.478 aan de reserve Bedrijfsvoering. Daarnaast vindt in 2021 vanuit de reserve Bedrijfsvoering voor € 200.000 onttrekkingen plaats in verband met bedrijfsvoering gerelateerde zaken.

14.

Onttrekking aan bestemmingsreserve ‘Sociaal Domein’ In 2021 en 2022 vinden onderstaande onttrekkingen plaats.

Onttrekkingen aan reserve Sociaal Domein

2021

2022

Inzet op participatie/re-integratie

225.000

154.796

Inzet op voorbereidings- en uitvoeringskosten Interventiemaatregelen SD

152.500

70.000

Inzet op aanpassing SD-budgetten o.b.v. realisatie 2020 (t-1 systematiek)

278.000

0

Inzet t.b.v. woningaanpassing i.h.k.v. de Wmo

27.000

0

Inzet als dekking bij incidentele personele knelpunten

159.000

0

Totaal

841.500

224.796

15.

Onttrekking aan bestemmingsreserve 'Huisvesting statushouders' Voor het uitvoeren van het plan rondom de Wet Inburgering en het begeleiden van de ondertussengroep wordt € 95.893 onttrokken aan de reserve 'Huisvesting statushouders'.

16.

Onttrekking aan bestemmingsreserve ‘Werkbudget energie-neutrale gemeente’ De gemeente wil, samen met burgers, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, een Energietransitieplan vaststellen dat haalbaar en betaalbaar is en op een breed draagvlak kan rekenen om zodoende onze klimaatdoelen te realiseren. Een bedrag van € 309.000 wordt hiervoor ingezet vanuit de bestemmingsreserve ‘Werkbudget energie-neutrale gemeente’.

17.

Onttrekking aan bestemmingsreserve ‘Implementatie Omgevingswet’ Uit deze reserve wordt € 548.156 onttrokken voor de voorbereiding en uitvoering van de Omgevingswet.

18.

Onttrekking aan bestemmingsreserve 'Financiële gevolgen Corona' In 2021 vinden onderstaande onttrekkingen plaats.

23

Onttrekkingen aan reserve 'Financiële gevolgen Corona' Inzet personeel

2021 79.717

Zelfstandigen SHV en RBZ

30.000

Culturele veld

130.000

Ondersteuning winkelcentra

73.976

TONK Q1-2021

71.500

Ondersteuning horeca P-N

10.000

Innovatiefonds Corona cultuur

97.000

Sport, cultuur en economie

312.431

Totaal

804.624

Voorziening: 1.

Dotatie aan voorziening 'Openbaar groen' Vanuit de provincie is een eenmalige bijdrage verstrekt van € 70.000 voor de uitvoering van het Bosherstelplan.

2.

Onttrekking aan voorziening 'Baggerwerken' Om de waterkwaliteit te verbeteren wil de gemeente de komende 4 jaar inzetten op het verwijderen van kroos en bladeren en een pilot uitvoeren om de watergang (extra) te baggeren uit waterkwaliteitsoogpunt. In 2021 vindt een onttrekking plaats van € 40.000.

3.

Onttrekking aan de voorziening ‘FLO Brandweer’ Door gewijzigde regelgeving wordt de vergoeding voor flexibel leeftijdsontslag (FLO) versneld uitgekeerd.

Een volledig overzicht van alle reserves en voorzieningen treft u aan in bijlage 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10170643/1