CConstaterende datPijnacker-Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021 Pijnacker Nootdorp

Raad Besluitvorming 23 december 2021, gemeente Pijnacker-NootdorpBij agendapunt: Integraal huisvestingsplan onderwijs22.055 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021 Pijnacker Nootdorp Gemeente Pijnacker-Nootdorp

Oplegnotitie bij het IHPO Het doel van het Integraal Huisvestingsplan (IHPO) is het geven van een gemeente breed overzicht van alle onderwijshuisvestingsprojecten en de ontwikkelingen die er spelen per school. In het IHPO wordt de onderwijshuisvesting in de drie kernen geanalyseerd en beschreven en worden verwachtingen voor de toekomst benoemd. Daarnaast beschrijven we landelijke ontwikkelingen in de onderwijshuisvesting die van invloed zijn op ons lokaal onderwijshuisvestingsbeleid. Jaarlijks wordt het IHPO geactualiseerd en besproken met de schoolbesturen via het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg) om vervolgens vastgesteld te worden door het college en de raad. Het IHPO is indicatief van aard en kent geen formele grondslag. De aanvragen in het kader van het programma onderwijshuisvesting blijven leidend. Het voorliggende IHPO bevat geen (meerjarige) visie op de 0-12 jarigen. Afhankelijk van de lokale en landelijke ontwikkelingen met betrekking tot de 0-12 jarigen wordt gekeken of en hoe dit in een volgend IHPO plek krijgt. Hetzelfde geldt voor een visie op de onderwerpen: duurzaamheid (BENG/ENG), Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen en ventilatie/Suvis-regeling. Wegens de korte tijdslijn voor het IHPO in 2021, is er voor gekozen om deze onderwerpen niet in deze versie van het IHPO op te nemen. Wij beschouwen dit IHPO dan ook als een groeidocument.

Separaat van het IHPO wordt er nog gewerkt aan een evaluatie van het IKC beleid en de visie op de samenwerking tussen onderwijs en opvang. Dit krijgt geen plek in het IHPO, dat enkel ingaat op de onderwijshuisvestingsgebouwen. De belangrijkste ontwikkelingen die beschreven zijn in dit IHPO zijn: Landelijk •

Verhoging normbedragen VNG. In 2020 heeft de VNG de normbedragen verhoogd om aan te sluiten op de systematiek van de prijsbijstelling en wegens de opname van BENG in het Bouwbesluit. Pijnacker-Nootdorp heeft dit advies van de VNG opgevolgd en besloten om: - De vergoedingen voor nieuwbouw en uitbreiding van scholen en gymnastiekaccommodaties te indexeren met 6,38%; - Ten behoeve van duurzaamheidsmaatregelen de normen te indexeren met 9,6%; - Het bestaande duurzaamheidsbeleid van € 250/m2 voor nieuwbouw en uitbreidingen van onderwijs- en welzijnsaccommodaties per 31 december 2020 te beëindigen; - De vergoeding voor de eerste inrichting school- en gymnastiekaccommodaties te indexeren met 1,57%; - De vergoeding voor exploitatie gymnastiekaccommodaties te indexeren met 1,2%.

Deze indexering geldt alleen voor nieuwe huisvestingsprojecten en lopende projecten die nog niet zijn aanbesteed. De normering voor de vergoedingen worden per 1 januari 2021 geïndexeerd. •

Wet meer ruimte voor nieuwe scholen. Per 1 juni 2021 is de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen in werking getreden. Deze wet maakt het mogelijk om op basis van belangstelling van ouders een school te kunnen stichten en voor bekostiging in aanmerking te brengen. Voorheen kon er alleen een school gesticht worden op basis van een richting, dat is nu veranderd.

1

Lokaal: algemeen •

Toe- en afname leerlingenaantallen in de drie kernen. Per kern zijn er grote verschillen in de leerlingenontwikkeling over de jaren. Zo is er in de kern Pijnacker sprake van een groeiend leerlingenaantal op de meeste scholen door de ontwikkeling van nieuwe wijken die zorgen voor een aanwas aan leerlingen. De kern Nootdorp heeft te maken met een leerlingendaling die, volgens de prognoses, tot 2030 zal aanhouden. Daarna neemt het leerlingenaantal weer langzaam toe. De kern Delfgauw is het meest stabiel van de drie. In Delfgauw zal het leerlingaantal naar verwachting licht gaan dalen de komende jaren en vanaf 2030 weer licht gaan groeien.

Lokaal: per school •

Beatrixschool. De Beatrixschool geeft momenteel gefaseerd uitvoering aan een interne uitbreiding op hun huidige locatie. Het schoolbestuur financiert deze verbouwing eerst voor, waarbij er vanuit de gemeente later bekostiging volgt. Omdat het aantal leerlingen op de Beatrixschool de komende jaren flink groeit en de uitbreiding pas vanaf 2022 gefaseerd klaar is, is er naar verwachting in 2022 tijdelijke huisvesting nodig.

•

Casaschool. De Casaschool is momenteel verspreid over drie locaties, waarvan twee locaties van tijdelijke aard zijn. De spreiding van scholen over meerdere locaties die ver uit elkaar liggen is onwenselijk. Met de realisatie van IKC Casa op de Groen van Prinstererlaan 1 is dit probleem in de toekomst opgelost. De school heeft dan permanente huisvesting op één locatie.

•

Dalton Kindcentrum Pijnacker. Dalton Kindcentrum Pijnacker krijgt de komende jaren volgens de recente prognoses met een flinke groei in hun leerlingenaantal te maken. Het opvangen van het aantal leerlingen in de piekfase, 2022 t/m 2024, is een aandachtspunt.

•

Johannesschool. De Johannesschool heeft momenteel een capaciteit van tien lokalen en een speellokaal. Omdat het leerlingenaantal van de school groeit en de huidige capaciteit op korte termijn niet meer voldoende is, wordt voorzien in uitbreiding van één lokaal onderwijs en één lokaal kinderopvang. Deze uitbreiding kan plaatsvinden in het scholencomplex Koningshof, waar de school gevestigd is, door het vertrek van de Tweemaster begin schooljaar 2021-2022 en de Casaschool begin schooljaar 2024-2025.

•

Waterwilg. Schoolbestuur Lucas Onderwijs wil graag een IKC vormen van de Waterwilg. Op het gebied van buitenschoolse opvang werkt de Waterwilg samen met kinderopvang ZieZoo.

•

Stanislascollege. Het Stanislascollege maakt momenteel gebruik van twee lokalen in De Schatkaart. De Schatkaart wordt in de zomervakantie van 2022 gesloopt. Bekeken wordt of voor het Stanislascollege andere huisvesting voor de twee groepen gevonden moet worden.

•

Prinsenhof. Het huidige gebouw waarin Prinsenhof gehuisvest is, is ongeschikt voor permanente huisvesting van leerlingen van het speciaal basisonderwijs. Daarnaast heeft het gebouw geen uitbreidingsmogelijkheden terwijl verwacht wordt dat het leerlingenaantal van de Prinsenhof zal groeien. Daarom is besloten de Prinsenhof permanent te verhuizen naar scholencomplex Koningshof na vertrek van de Tweemaster en de Casaschool in 2024. In de

2

herfstvakantie van 2021 verhuizen de groepen 1 t/m 5 al, de bovenbouw blijft tot aan 2024 gebruik maken van de eerste verdieping in Het Nest. Financiële gevolgen De belangrijkste financiële consequenties die in dit IHPO benoemd zijn, zijn: •

Uitbreiding Beatrixschool. o Onderwijs: uitbreiding van 7 lokalen, 805 m2 bruto vloeroppervlak. o Kinderopvang: uitbreiding met 1 lokaal kinderopvang, 130 m2 bruto vloeroppervlak. o Budget: € 3.510.865

•

Realisatie IKC Casa. o Onderwijs: 16 groepen, 2.011 m2 bruto vloeroppervlak. o Kinderopvang: 5 groepen, 650 m2 bruto vloeroppervlak. o Budget: € 6.552.404

•

Realisatie vervangende nieuwbouw Mariaschool. o Onderwijs: 5 lokalen, 723 m2 bruto vloeroppervlak. o Kinderopvang: 4 lokalen, 560 m2 bruto vloeroppervlak. o Budget: € 3.526.597

•

Realisatie IKC Schatkaart. o Onderwijs: 8 groepen, 1.105 m2 bruto vloeroppervlak o Kinderopvang: 3 groepen, 390 m2 bruto vloeroppervlak o Budget: € 3.031.064 + € 1.014.000 kinderopvang.

•

Realisatie nieuwbouw Vlinderboom. o Onderwijs: 15 lokalen, 2.005 m2 bruto vloeroppervlak o Kinderopvang: 4 lokalen, 460 m2 bruto vloeroppervlak o Budget: € 5.365.079 + €1.290.891 kinderopvang.

•

Realisatie IKC Regenboog. o Onderwijs: 12 groepen, 1.590 m2 bruto vloeroppervlak o Kinderopvang: 3 groepen, 390 m2 bruto vloeroppervlak o Budget: € 5.350.337

Op blz 61 van het IHPO is een tabel weergegeven met daarin de details van alle onderwijshuisvestingsprojecten. Op blz 64 is een financieel overzicht weergegeven met daarin alle financiële details wat betreft de onderwijshuisvestingsprojecten en de aanvragen voor het programma onderwijshuisvesting 2022 voor wat betreft de investeringen in gebouwen.

3

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding .............................................................................................................. 6 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................. 6 1.2 Bestaande documenten ............................................................................................................ 6 1.3 Doel van het IHPO ..................................................................................................................... 7 1.4 Groeidocument ......................................................................................................................... 8 1.5 Juridische grondslag van het IHPO ............................................................................................ 8 1.6 Kaders van het IHPO ................................................................................................................. 8 1.7 Uitgangspunten IHPO................................................................................................................ 9 1.8 Leeswijzer................................................................................................................................ 10 Hoofdstuk 2. Ontwikkelingen in de onderwijshuisvesting ........................................................

11 2.1 Duurzaamheid ......................................................................................................................... 11 2.1.2 Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen (SUVIS) regeling................................................. 11 2.2 Verhoging normbedragen VNG............................................................................................... 12 2.3 Wet meer ruimte voor nieuwe scholen .................................................................................. 12 2.4 Leerlingenprognoses en verwachtingen voor de toekomst in Pijnacker-Nootdorp ............... 13 Hoofdstuk 3. Huisvesting in Pijnacker ..................................................................................... 21 3.1 Ackerweide.............................................................................................................................. 21 3.2 Beatrixschool........................................................................................................................... 22 3.3 Casa ......................................................................................................................................... 25 3.4 De Bonte Tol............................................................................................................................

27 3.5 Dalton Kindcentrum Pijnacker (voorheen De Tweemaster) ................................................... 28 3.6 De Keizerskroon ...................................................................................................................... 30 3.7 Johannesschool ....................................................................................................................... 31 3.8 Josephschool ........................................................................................................................... 33 3.9 Mariaschool............................................................................................................................. 34 3.10 Schatkaart ............................................................................................................................. 36 3.11 Vlinderboom ......................................................................................................................... 38 Hoofdstuk 4. Huisvesting in Nootdorp..................................................................................... 40 4.1 Kindcentrum Regenboog ........................................................................................................ 40 4.2 Openbare Basisschool De Winde ............................................................................................

42 4.3 Rooms Katholieke Basisschool De Waterwilg ......................................................................... 43 4.4 Sint Jozef Basisschool .............................................................................................................. 44 Hoofdstuk 5. Huisvesting in Delfgauw ..................................................................................... 47 5.1 Openbare Basisschool De Meander ........................................................................................ 47 4

5.2 Rooms Katholieke Basisschool Het Spectrum ............................................................................. 48 5.3 De Triangel .............................................................................................................................. 49 Hoofdstuk 6. Voortgezet onderwijs en speciaal (basis) onderwijs ............................................ 52 6.1 Stanislascollege ....................................................................................................................... 52 6.2 Prinsenhof ............................................................................................................................... 53 6.3 ’t Kraaienest ............................................................................................................................ 55 Hoofdstuk 7. Prioritering 2021 + conclusies ............................................................................. 58 7.1 Algemeen: onze grootste opgaven ......................................................................................... 58 7.2 Specifiek per school: prioritering ............................................................................................ 60 7.3 Project overzicht en financieel overzicht IHPO ....................................................................... 61

5

Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Onderwijshuisvesting is een dynamisch beleidsterrein. Scholen zijn continu in ontwikkeling om in te spelen op en zich aan te passen aan de ontwikkelingen in de samenleving. Dat vraagt wat van de onderwijshuisvesting, denk bijvoorbeeld aan een groeiend of dalend leerlingaantal, nieuwe onderwijsconcepten en duurzaamheidseisen. Wettelijk is vastgelegd dat de gemeente een zorgplicht heeft op het gebied van onderwijshuisvesting voor primair en voortgezet (speciaal) onderwijs. Dat betekent dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het bekostigen van nieuwbouw en uitbreiding, waarvoor zij middelen ontvangen via de Algemene Uitkering. Het is aan schoolbesturen om zorg te dragen voor het onderhoud van hun gebouwen en de exploitatie. Een goede samenwerking tussen de gemeente en de schoolbesturen is wenselijk: ze hebben gezamenlijk elk hun eigen verantwoordelijkheden en gedeelde belangen op het gebied van onderwijshuisvesting. Om de samenwerking tussen gemeenten en schoolbesturen te versterken en de taakverdeling van beide partijen beter te kunnen coördineren, heeft minister Slob bepaald dat gemeenten een wettelijke opdracht krijgen tot het vaststellen van een meerjarig Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHPO)1.

Het doel van het IHPO is om het huisvestingsbeleid en het daarbij behorende investeringsprogramma vast te leggen voor vier jaar, met een doorkijk van ten minste twaalf jaar na deze periode. Schoolbesturen zijn op hun beurt verplicht een meerjarig onderhoudsplan (MJOP) op te stellen op basis van een bouwkundige inspectie. Zowel het IHPO als het MJOP wordt in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) besproken. In dit document doen wij een eerste stap tot het komen van een IHPO en nemen wij u mee in hoe wij het IHPO voor ons zien. 1.2 Bestaande documenten In december 2014 is vanuit de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) door de betrokken schoolbesturen en kinderopvangorganisaties de wens uitgesproken om een visie uit te werken op de onderwijshuisvesting en de samenwerking tussen het onderwijs en de kinderopvang. Deze wens heeft geleid tot twee trajecten: 1. Het ontwikkelen van een visie op de inhoudelijke samenwerking tussen onderwijs en opvang en wat daarvoor nodig is in het licht van integrale kindcentra (IKC) 2. Een visie op de huisvesting onderwijs voor de korte en langere termijn Punt 1 is uitgewerkt in het document ‘Visie op samenwerking onderwijs en opvang PijnackerNootdorp’, dat is vastgesteld door de raad in 2016.

In het visiedocument is de gezamenlijke ambitie van de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties uitgewerkt, namelijk de ambitie om alle scholen en kinderopvang toe te laten groeien naar een Integraal Kindcentrum (IKC). Deze ambitie is inhoudsgedreven en niet huisvesting gedreven. Dat betekent dat er nog wel autonoom gehuisveste vormen van opvang aanwezig kunnen of mogen zijn, maar dat de samenwerking tussen onderwijs en opvang belangrijk geacht wordt. Het is de ambitie te zorgen voor een doorlopende leerlijn en zorg voor de kinderen. Punt 2 is uitgewerkt in het document ‘Strategisch Huisvestingsplan Primair Onderwijs te Pijnacker-Nootdorp’ dat is vastgesteld door de raad in 2016. In het strategisch huisvestingsplan is de bestaande onderwijshuisvesting (leerlingenprognoses, spreiding scholen, 1

Kamerbrief 9 juli 2020: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/07/09/beleidsreactie-onderzoeksrapportonderwijshuisvesting-en-het-verhuistraject-voor-de-europese-school-bergen

6

gebouwgegevens, capaciteit) van de drie kernen beschreven en zijn wensen, knelpunten en behoeften voor de toekomst uitgewerkt. Deze analyses en planvorming zijn uitgewerkt in een IKC Uitvoeringsprogramma 2018 – 2024, waarin op basis van het visiedocument en het strategisch huisvestingsplan de onderwijshuisvestingsplannen voor de toekomst zijn vastgelegd en worden vertaald naar de uitvoering. Het doel van het uitvoeringsprogramma is het geven van een integraal gemeentebreed overzicht van alle (deel-)plannen uit het strategisch huisvestingsplan. Het betreft de ontwikkeling van reguliere basisscholen en kinderopvang tot IKC’s en de gevolgen hiervan voor de huisvesting. De plannen zijn definitief gemaakt en formeel bekrachtigd in overeenkomsten met de betreffende schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. 1.3 Doel van het IHPO Met bovengenoemde documenten beschikken we in Pijnacker-Nootdorp feitelijk al over een IHPO. Het strategisch huisvestingsplan geeft een doorkijk tot het jaar 2024. Dit document – het huidige IHPO – vervangt het strategisch huisvestingsplan en het IKC uitvoeringsprogramma 2018 – 2024 en bouwt voort op wat eerder in die documenten is uitgewerkt. Het IHPO vervangt niet het visiedocument ‘Visie op samenwerking onderwijs en opvang Pijnacker-Nootdorp’, dit document blijft bestaan. Het huidige IHPO betreft een actualisatie van de onderwijshuisvestingsplannen.

Het strategisch huisvestingsplan vormt het vertrekpunt en de basis voor de uitwerking van het IHPO. We hanteren dezelfde uitgangspunten en gaan, net als in het strategisch huisvestingsplan, de onderwijshuisvesting in de drie kernen beschrijven, analyseren en mogelijke verwachtingen voor de toekomst benoemen. We beogen met het IHPO dus deels dezelfde ambities te realiseren als in het strategisch huisvestingsplan. Dat wil zeggen dat we gemeente breed een overzicht geven van alle onderwijshuisvestingsprojecten en de ontwikkelingen die er spelen per school of IKC. Dit meerjarige IHPO is daarnaast ook bedoeld als houvast bij onderwijshuisvestingsprojecten. We spreken van een meerjarig IHPO, omdat we voornemens zijn jaarlijks een geactualiseerd IHPO te bespreken tijdens het OOGO met de schoolbesturen en daarna te laten vaststellen door het college en de raad. In het geactualiseerde IHPO gaan we: -

-

Per jaar duidelijkheid geven over welke onderwijshuisvestingsprojecten er in dat jaar spelen en welke we nieuw gaan oppakken. Per jaar op basis van recente leerlingenprognoses kijken: o Bij nieuwe projecten: wat de omvang wordt van een school/kinderopvang in m2 en het bijbehorende budget o Bij bestaande projecten: of de vastgestelde omvang en het bijbehorende budget nog toereikend zijn, vanwege eventuele indexeringen Ieder jaar de aanvragen voor het programma onderwijshuisvesting opnemen.

Dit geeft ons houvast in de zin dat we de kaders van de onderwijshuisvestingsprojecten van een betreffend jaar voor een jaar bevriezen. Zowel de gemeente als de schoolbesturen hebben hierdoor duidelijkheid over de omvang van een project en de financiën, waardoor discussies voorkomen worden. Er dient echter opgemerkt te worden dat schoolbesturen altijd een spoedverzoek om huisvesting in kunnen dienen mits zij kunnen aantonen daar recht op te hebben. Vanuit de wettelijke huisvestingsplicht van de gemeente moet de gemeente in zo’n geval haar vastgestelde kaders loslaten en voorzien in waar het schoolbestuur recht op heeft. Door de ontwikkeling van de leerlingaantallen in beeld te brengen willen we door het IHPO zoveel mogelijk voorkomen dat dergelijke (spoed)aanvragen worden gedaan.

7

1.4 Groeidocument Het huidige IHPO betreft een groeidocument. Met deze versie wordt een voorschot genomen op de wettelijke taak die gemeenten binnenkort krijgen om een IHPO vast te stellen. Een wetsvoorstel hiervoor wordt momenteel voorbereid en naar verwachting in het najaar naar de Tweede Kamer gestuurd. De nieuwe wet zou in 2023 in kunnen gaan. Omdat het huidige IHPO dus een aanzet betreft, is dit document een ‘groeidocument’. Voor deze versie is er daarom bewust voor gekozen geen (meerjarige) visie op te nemen op de onderwerpen: 0-12 jarigen, duurzaamheid (ENG/BENG), Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen en ventilatie/Suvis-regeling. Afhankelijk van de landelijke en lokale ontwikkelingen met betrekking tot deze onderwerpen wordt gekeken hoe dit in een volgende versie van het IHPO plek kan krijgen. Een rondje langs de schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties maakt dan ook onderdeel uit van het nieuwe IHPO. 1.5 Juridische grondslag van het IHPO Zoals eerder beschreven vormt het strategisch huisvestingsplan het vertrekpunt voor dit IHPO. Het strategisch huisvestingsplan wordt stap voor stap uitgevoerd middels de jaarlijkse aanvragen voor bekostiging voor onderwijshuisvestiging. Om dit proces te faciliteren heeft de gemeente in aanvulling op het strategisch huisvestingsplan een bijbehorend uitvoeringsprogramma opgesteld: het IKC uitvoeringsprogramma 2018-2024.

In het uitvoeringsprogramma wordt de vastgestelde visie naar de uitvoering vertaald en verder geconcretiseerd en up-to-date gehouden naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen. In het uitvoeringsprogramma zijn afspraken vastgelegd met betrokkenen (gemeente, schoolbesturen, kinderopvanginstellingen) en zijn plannen voor IKC-vorming verder uitgewerkt. Omdat het strategisch huisvestingsplan geen formele grondslag heeft, is de beschikking in het kader van de onderwijshuisvesting leidend. De plannen die zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma worden – voor zover nog actueel – verder overgenomen, bij/uitgewerkt en vormgegeven in dit huidige IHPO. Omdat in dit IHPO nog geen visie wordt beschreven op de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang, houden we voor dit IHPO het huidige visiedocument 'visie op samenwerking onderwijs & opvang Pijnacker-Nootdorp' nog aan. Iedere gemeente mag zelf de inhoud en de functie van het IHPO bepalen. Dat betekent dat iedere gemeente zelf bepaalt welke juridische grondslag zij geeft aan het IHPO. Er kan bijvoorbeeld voor gekozen worden om geen jaarlijkse aanvragen meer te doen, omdat het IHPO, tezamen met een convenant tussen partijen, als bindend beschouwd wordt. In Pijnacker-Nootdorp kiezen we ervoor dit IHPO als indicatief te beschouwen.

Dat betekent dat er nog steeds jaarlijkse aanvragen gedaan worden en de lokale verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Pijnacker-Nootdorp 2015 het uitgangpunt blijft. Het IHPO geeft een doorkijk naar de verwachtingen op de korte en lange termijn en probeert waar mogelijk de kaders van de onderwijshuisvestingsprojecten vast te leggen. Omdat onderwijshuisvesting echter een dynamisch beleidsterrein is en lokale ontwikkelingen er vaak voor zorgen dat bijstelling nodig is, hanteren we nog het aanvragen systeem voor het programma onderwijshuisvesting. Op die manier kan er, indien nodig, nog worden afgeweken van het IHPO.

1.6 Kaders van het IHPO Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Pijnacker-Nootdorp 2015 De rechten en plichten met betrekking tot de onderwijshuisvesting zijn vastgelegd in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Pijnacker-Nootdorp 2015. Deze verordening regelt hoe 8

schoolbesturen bekostiging van voorzieningen kunnen aanvragen, wat de omvang daarvan is in oppervlakte en de financiële vergoeding. Jaarlijks dienen schoolbesturen een aanvraag in voor het programma voorzieningen huisvesting onderwijs. Deze aanvragen kunnen gaan over nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting, etc. De gemeente toetst de aanvraag aan de verordening en kent op basis daarvan de aanvraag toe of wijst hem af. Deze manier van werken is ad hoc en voorziet niet in een langetermijnperspectief. Met het IHPO willen we hier wel in voorzien. Het IHPO zal in het OOGO besproken worden en daarna worden vastgesteld door het college en de raad. De budgettaire consequenties zullen verwerkt worden in de begroting. De verordening hanteert voor de omvang het criterium vierkante meter bruto vloeroppervlak (m2 bvo). In de praktijk blijkt dit voor de beeldvorming een lastige eenheid. Vandaar dat in dit document ook wel de eenheid “groepslokaal” en “groep” wordt gebruikt. Bijvoorbeeld: Een school met 200 leerlingen heeft recht op 1206 m2 bvo, wat overeenkomt met (afgerond) negen groepen/lokalen. Leerlingenprognoses van Pronexus Ten behoeve van ons gemeentelijk onderwijshuisvestingsbeleid worden prognoses opgesteld van de leerlingaantallen in Pijnacker-Nootdorp. Deze prognoses worden voor ons gemaakt door Pronexus.

Het doel van de prognoses is het verkrijgen van inzicht in het toekomstig verloop van het aantal leerlingen. De prognoses beslaan een lange termijn periode en lopen tot 2040. De prognoses worden uitgewerkt volgens een rekenmodel. In het rekenmodel zitten veel parameters en variabelen aan gegevens. Enkele voorbeelden hiervan zijn: -

Aantal inwoners Aantal kinderen in bepaalde leeftijdscategorieën Aantal bestaande woningen + geplande woningen Aantal personen per woning (gemiddeld) Aantal geboortes Historische gegevens van scholen en hun leerlingenstromen (belangstellingspercentages per soort onderwijs, identiteit etc.) Aannames met betrekking tot belangstellingspercentage voor de nieuwe scholen/wijken

Omdat een aantal variabelen lastig is om nauwkeurig te bepalen, zijn de prognoses nooit een exacte voorspelling van de werkelijkheid. De prognoses zijn echter wel betrouwbaar als de gegevens die in de modellen doorwerken ongeveer gelijk blijven. Op basis van ervaringen van de afgelopen vijfentwintig jaar blijkt dat de prognoses voor onze gemeente betrouwbaar zijn geweest.

1.7 Uitgangspunten IHPO De gemeente is verantwoordelijk voor de onderwijshuisvesting De gemeente is financier van de onderwijshuisvesting en verhuurder voor peuterspeelzaalwerk en VVE, en vaak ook voor de kinderopvang. Gezamenlijk met de schoolbesturen willen we ons inzetten voor goede huisvesting van alle leerlingen in goede gebouwen, waarbij de voorkeur is dat scholen unilocaties hebben en leegstand wordt voorkomen. Gebruikte cijfers Bij de totstandkoming van dit IHPO zijn de meest actuele leerlingenprognoses van Pronexus gebruikt die bekend waren per maart 2021. Jaarlijks vindt er een actualisatie van de prognoses plaats. Alle

9

conclusies en aanbevelingen zijn op basis van deze cijfers gedaan en zijn onder voorbehoud van de werkelijke groei in leerlingenaantal en de daaruit voortkomende ruimtebehoefte in de toekomst. 1.8 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op een aantal ontwikkelingen die relevant zijn voor de onderwijshuisvesting. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 worden opeenvolgend alle scholen / IKC’s in Pijnacker-Nootdorp besproken per kern en wordt beschreven wat er op basis van de prognoses geconcludeerd kan worden over de huisvesting. Het kan voorkomen dat scholen / IKC’s bestaan uit een hoofdlocatie en een dislocatie. In zo’n geval zullen de hoofd- en dislocatie apart van elkaar besproken worden onder de betreffende kern. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het voortgezet en speciaal (basis) onderwijs. In hoofdstuk 7 wordt de prioritering voor 2021 besproken en volgen de conclusies.

10

Hoofdstuk 2. Ontwikkelingen in de onderwijshuisvesting Met dit IHPO willen we inzichtelijk maken welke ontwikkelingen de komende tijd spelen voor en bij de scholen / IKC’s in de gemeente. In dit hoofdstuk zetten we de belangrijkste landelijke ontwikkelingen uiteen die van invloed zijn op ons lokaal onderwijshuisvestingsbeleid. 2.1 Duurzaamheid Het in 2019 aangenomen nationale klimaatakkoord stelt de onderwijshuisvesting voor een grote opgave. In het klimaatakkoord is de ambitie opgenomen om te komen tot een CO2-reductie van 49% in 2030 en een energieneutraal gebouwde omgeving, waaronder het onderwijsvastgoed, te bewerkstelligen in 2050. Het Ministerie van OCW heeft daarnaast de ambitie uitgesproken dat alle primair onderwijs en voortgezet onderwijs scholen in 2040 energieneutraal zijn. Deze besluiten maken dat aanpassingen aan schoolgebouwen nodig zijn. In 2020 heeft het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in opdracht van het ministerie van OCW onderzoek gedaan naar de kwaliteit van onderwijshuisvesting in het primair en voortgezet onderwijs. Kwaliteitsverbetering van het onderwijsvastgoed kan bijdragen aan het terugdringen van het energiegebruik en de CO2-uitstoot. De energetische staat van een schoolgebouw maakt samen met de leeftijd van het gebouw en de kwaliteit van het binnenklimaat onderdeel uit van de technische kwaliteitsaspecten van een school.

De technische kwaliteitsaspecten bepalen de grootte van het kwaliteitsverbeteringsvraagstuk. Uit het onderzoek van het EIB blijkt dat een groot deel van de scholen in Nederland weinig energiezuinig is en een slecht binnenklimaat heeft. Vanuit de wet- en regelgeving worden er eisen gesteld aan de energetische staat en de kwaliteit van het binnenklimaat van onderwijsinstellingen. Uit een inventarisatie naar de ventilatie op scholen in Pijnacker-Nootdorp blijkt dat de meeste scholen in onze gemeente voldoen aan de ventilatie eisen uit het Bouwbesluit van 2012. De raad is in juli 2021 geïnformeerd over stand van zaken door middel van een informatienota. Per 1 januari 2021 is in het bouwbesluit opgenomen dat alle nieuw te bouwen gebouwen vanaf die datum moeten voldoen aan de Bijna Energieneutrale Gebouw eisen (BENG). Daarmee worden strengere eisen gesteld om zo het energiegebruik van gebouwen te verlagen. Ook het renoveren van gebouwen wordt nu opgenomen in de wet en valt onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Dit houdt in dat na veertig jaar, de levensduur van een gebouw, er omvangrijk groot onderhoud, ofwel renovatie, moet plaatsvinden. 2.1.2 Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen (SUVIS) regeling Om scholen te stimuleren het binnenklimaat in hun schoolgebouwen te verbeteren, heeft het kabinet de Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen (SUVIS) regeling gemaakt.

De regeling richt zich met name op het financieren van de bouw- en installatiekosten om een schoolgebouw te laten voldoen aan de ventilatie eisen. De regeling is bedoeld voor bestaande schoolgebouwen, niet voor nieuwbouw. Daarnaast moet een project in het kader van de SUVIS regeling, indien deze maatregelen nog niet getroffen zijn, omvatten dat in iedere onderwijsruimte in het schoolgebouw kooldioxidemeters aanwezig zijn. De kooldioxidemeters moeten voorzien zijn van monitoring waarvan de gegevens tenminste een jaar beschikbaar blijven. Daarnaast moet er in het schoolgebouw een

11

energieregistratie- en bewakingssysteem met rapportagefunctie per dag, week en jaar aangebracht worden. Voor de uitvoering van de regeling is € 100 miljoen beschikbaar gesteld. Via de SUVIS-regeling financiert het Rijk maximaal 30% van de totale kosten voor het verbeteren van de ventilatie. Voor de overige 70% is in principe de gebouweigenaar (= schoolbestuur) verantwoordelijk. Gemeenten en schoolbesturen kunnen gezamenlijk bekijken hoe deze investering gedaan kan worden. Een eventuele SUVIS aanvraag wordt, op verzoek van het schoolbestuur, ingediend door de gemeente. 2.2 Verhoging normbedragen VNG De gemeente is verantwoordelijk voor het financieren van onderwijshuisvesting. De manier waarop de budgetten die de gemeente beschikbaar stelt aan de schoolbesturen tot stand komen, zijn vastgelegd in de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Pijnacker-Nootdorp 2015 en zijn gebaseerd op de normvergoeding van de VNG. In 2018 heeft de VNG gemeenten geadviseerd de normbedragen voor onderwijshuisvesting eenmalig te verhogen met 40%. Aanleiding hiervan waren de stijgende bouwkosten voor nieuwbouw waar in de VNG-normbedragen geen rekening mee gehouden werd. Als reactie op de werkelijke kostenontwikkeling is daarom besloten de normbedragen eenmalig op te hogen. In 2019 zijn de normbedragen opnieuw geïndexeerd en verhoogd.

Om aan te sluiten op de systematiek van de prijsbijstelling heeft de VNG de norm voor de bouwkosten in 2020 opnieuw opgehoogd met 6,38%. Daarnaast hoogt de VNG de normbedragen eenmalig op met 9,6% vanwege de opname van BENG in het Bouwbesluit. De exploitatie voor de eerste inrichting en vergoeding voor gymnastiekaccommodaties wordt met 1,57% opgehoogd. Gemeenten zijn verplicht de normering van 6,38% en 1,57% door te voeren, als dit in de verordening staat. Het college heeft ingestemd met het indexeren van de normering voor de vergoedingen van de onderwijshuishuisvesting. De gemeente neemt het advies van de VNG over. Er is het volgende besloten: • • • • •

De vergoedingen voor nieuwbouw en uitbreiding van scholen en gymnastiekaccommodaties te indexeren met 6,38%; Ten behoeve van duurzaamheidsmaatregelen de normen te indexeren met 9,6%; Het bestaande duurzaamheidsbeleid van € 250/m2 voor nieuwbouw en uitbreidingen van onderwijs- en welzijnsaccommodaties per 31 december 2020 te beëindigen; De vergoeding voor de eerste inrichting school- en gymnastiekaccommodaties te indexeren met 1,57%; De vergoeding voor exploitatie gymnastiekaccommodaties te indexeren met 1,2%.

Deze indexering geldt alleen voor nieuwe huisvestingsprojecten en lopende projecten die nog niet zijn aanbesteed. De normering voor de vergoedingen worden per 1 januari 2021 geïndexeerd. 2.3 Wet meer ruimte voor nieuwe scholen Op 1 oktober 2019 is de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen (MRvNS) aangenomen. Deze wet, die per 1 juni 2021 in werking is getreden, maakt het mogelijk om een school te stichten op basis van belangstelling van ouders en leerlingen. Voorheen kon er alleen een nieuwe school gesticht worden als deze aansloot op een erkende geloofs- of levensovertuiging, een zogenaamde richting. Met de komst van de nieuwe wet is dit 12

veranderd. Een school kan nu ook op basis van een onderwijsconcept opgericht worden. Voorafgaand aan de oprichting vindt er een kwaliteitstoets plaats door de Onderwijsinspectie. Indien de kwaliteitscriteria op orde zijn en de school in staat is voldoende leerlingen aan zich te binden, keurt de minister de stichting van de school goed. Dat betekent voor gemeenten dat zij een plicht hebben te voorzien in huisvesting van de school. De verordening regelt dat, indien er sprake is van leegstand, de lege ruimtes eerst gebruikt moeten worden voordat er overgegaan wordt op nieuwbouw. In de praktijk betekent dat dus dat de gemeente geen wettelijke grondslag heeft om voor een school met een nieuw onderwijsconcept een nieuw gebouw te realiseren als er elders in de gemeente nog lege onderwijsruimtes zijn. In de nieuwe wet is vastgelegd dat initiatiefnemers van een nieuwe school verplicht zijn de gemeente, het betreffende samenwerkingsverband passend onderwijs en de andere schoolbesturen in het voedingsgebied uit te nodigen voor een gesprek over hun initiatief. De verplichting is ingesteld om alle betrokken partijen te stimuleren om tot vroegtijdig overleg te komen over het onderwijsaanbod in de regio. Dit stelt partijen in de gelegenheid om samen tot een toekomstbestendig aanbod te komen.

Als na twee jaar blijkt dat de nieuwe school als kwalitatief slecht wordt beoordeeld door de Inspectie van het Onderwijs, kan deze gesloten worden. 2.4 Leerlingenprognoses en verwachtingen voor de toekomst in Pijnacker-Nootdorp Achtergrond De gemeente Pijnacker-Nootdorp bestaat uit drie kernen: Pijnacker, Nootdorp en Delfgauw. In Pijnacker zijn elf basisscholen / Integrale kindcentra (IKC’s) gevestigd, één school voor speciaal basisonderwijs en één school voor het voortgezet onderwijs. De scholen zijn samen van vijf besturen en bestaan uit vier denominaties. In Nootdorp zijn vier basisscholen / IKC’s gevestigd, waarvan twee met twee locaties, van samen drie besturen en drie denominaties. In Delfgauw zijn drie scholen / IKC’s gevestigd, elk met een andere denominatie en bestuur. Binnen de gemeente zijn er zes schoolbesturen actief, variërend van eenpitters2 tot middelgrote en grote besturen die ook buiten de gemeente Pijnacker-Nootdorp actief zijn. De scholen zelf kennen verschillende denominaties (openbaar, katholiek, protestants-christelijk, algemeen bijzonder) en onderwijsconcepten (o.a. Montessori en Dalton). Het scholenaanbod in Pijnacker-Nootdorp is, kortom, erg gevarieerd in verschillende opzichten. In de tabel hieronder is het scholenaanbod geïllustreerd.

2

Eenpitter betekent dat een schoolbestuur slechts één school onder haar hoede heeft.

13

Tabel 1: Denominaties van de scholen in de drie kernen

Denominatie

Pijnacker

Nootdorp

Delfgauw

Openbare scholen

Dalton Kindcentrum Pijnacker De Bonte Tol

Omnia

De Meander

Protestants-christelijke scholen

Beatrixschool

Kindcentrum Regenboog

De Triangel

Josephschool

Sint Jozefschool

Het Spectrum

Johannesschool

De Waterwilg

Vlinderboom Schatkaart Ackerweide Rooms-katholieke scholen

De Keizerskroon Mariaschool Algemeen bijzonder onderwijs

Casa Tweetalige Montessorischool

Speciaal basisonderwijs

SBO De Prinsenhof

Speciaal onderwijs (ZMLK) Voortgezet onderwijs

‘t Kraaienest Stanislascollege

Demografie De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft 55.859 inwoners (CBS, april 2021). De leeftijdscategorieën die het meest vertegenwoordigd zijn in de gemeente zijn de jongeren (14 jaar en jonger) en de 45-64 jarigen. De verwachting is dat de bevolking uiteindelijk groeit naar ongeveer 63.800 inwoners in 2050. De sterkste groei vindt, volgens de bevolkingsprognoses van de Provincie Zuid Holland, plaats onder de ouderen. Het aantal gezinnen in Pijnacker-Nootdorp neemt in de toekomst af in omvang, de groep jongeren blijft redelijk stabiel. Leerlingenprognoses Voor de onderwijshuisvesting betekent dit een daling van het aantal leerlingen in de toekomst, maar per kern zijn er grote verschillen. Zo zijn er in de kern Pijnacker verschillende nieuwe wijken in ontwikkeling die gaan zorgen voor nieuwe aanwas aan leerlingen. In deze kern is er dus meer sprake van een groei van het aantal leerlingen dan bijvoorbeeld in de kernen Nootdorp en Delfgauw. In de

14

tabellen 2, 3 en 4 hieronder wordt per kern gekeken hoe de leerlingenaantallen zich over de jaren ontwikkelen. Indien er sprake is van een daling, is dit in rood weergegeven in de tabellen. Tabel 2a. Leerlingenprognoses PO voor Pijnacker (peildatum maart 2021)3

Wijk in Pijnacker

2021

2025

2030

2035

∆ 2021-2035

Casaschool

320

354

378

3914

+71

Schatkaart

120

138

164

176

+56

Josephschool

181

172

206

221

+40

Pijnacker Centrum

Beatrixschool

285

338

363

374

+89

Koningshof

Johannesschool 203

210

228

236

+33

Prinsenhof

109

123

150

153

+44

Keizerskroon

518

651

682

663

+145

Vlinderboom

282

383

403

393

+111

Ackerweide

340

280

294

308

-32

Bonte Tol

181

206

217

221

+40

Mariaschool

370

374

382

378

+8

Dalton Kindcentrum Pijnacker

121

288

277

247

+126

3.030

3.517

3.744

3.761

+731 (+24,1%)

Pijnacker Noord

Keijzershof

Tolhek/Klapwijk

Ackerswoude

Totaal

Tabel 2b. Leerlingenprognoses VO voor Pijnacker (peildatum maart 2021)

Wijk in Pijnacker

2021

2025

2030

2035

∆ 2021-2035

Pijnacker Noord

Stanislascollege 1399

1463

1373

1354

-45 (-3,2%)

Uit tabel 2a blijkt allereerst dat de meeste PO scholen in Pijnacker te maken hebben met een groei van het aantal leerlingen over de jaren. Slechts één school heeft te maken met een dalend leerlingaantal en dat is de Ackerweide in Tolhek/Klapwijk. Ten tweede blijkt dat er een aantal scholen is dat te maken heeft met ‘piek periodes’ in hun leerlingaantal, bijvoorbeeld de Keizerskroon 3

Voor de kern Pijnacker is SBO Prinsenhof niet weergegeven in de tabel, omdat er slechts voor enkele jaren prognoses beschikbaar zijn (2021, 2025, 2038). Hetzelfde geldt voor ’t Kraaienest in de kern Nootdorp in tabel 3 hieronder. 4 Het college heeft op 23 maart 2020 in overleg met de directie van Casa besloten een maximum aantal leerlingen te hanteren voor de Casaschool. Dit maximum is gesteld op 360 leerlingen.

15

en de Vlinderboom in Keijzershof, de Beatrixschool in het centrum van Pijnacker en de Tweemaster in Ackerswoude. Concluderend kan op basis van tabel 2a gezegd worden dat het leerlingenaantal in de kern Pijnacker met name in de komende jaren, 2020-2025, erg groeit op de meeste scholen. Een verklaring daarvoor is de aanbouw van nieuwbouwwijken in Pijnacker. Als gevolg hiervan zijn er op korte termijn meer (nieuwe) lokalen nodig. In tabel 2b is het VO afgebeeld. Daarin is te zien dat het Stanislascollege in Pijnacker Noord in de toekomst te maken krijgt met een dalend leerlingenaantal. In tabel 3 zijn de cijfers voor Nootdorp afgebeeld. Tabel 3. Leerlingenprognoses voor Nootdorp (peildatum maart 2021)

Nootdorp

2021

2025

2030

2035

∆ 2021-2035

Jozefschool

522

420

424

449

-73

Regenboog

278

262

276

294

+16

Waterwilg

651

592

616

661

+10

Omnia

214

159

170

182

-32

1.665

1.433

1.486

1.586

-79 (-4,7%)

Totaal

De cijfers in de tabel van Nootdorp laten voor de komende vier jaren een daling zien. Deze daling doet zich bij alle vier de scholen voor. Daarna stabiliseert het aantal leerlingen bij de Jozefschool. Voor de Winde geldt min of meer hetzelfde. De verwachting voor de Regenboog en de Waterwilg is dat het leerlingenaantal na 2025 stijgt en licht uitkomt boven het huidige aantal leerlingen. Voor de gehele kern Nootdorp geldt voor de periode 2021 – 2035 een stabiel aantal leerlingen. In tabel 4 zijn de cijfers voor Delfgauw afgebeeld. Tabel 4. Leerlingenprognoses voor Delfgauw (peildatum maart 2021)

Delfgauw

Totaal

2021

2025

2030

2035

∆ 2021-2035

Meander

323

298

309

334

+11

Spectrum

183

145

150

162

-21

Triangel

292

293

304

328

+36

798

736

763

824

+26 (3%)

Uit de cijfers in tabel 4 blijkt dat de situatie in Delfgauw over het algemeen stabiel is. Er is geen sprake van een grote toe- of afname in het leerlingenaantal op de scholen. Specifieker gekeken laten de prognoses zien dat de Meander en Het Spectrum de komende jaren, 2021-2025, te maken krijgen met dalingen in hun leerlingenaantal. De dalende trend in de kern Delfgauw buigt vanaf 2025 echter om naar een kleine groei per jaar in leerlingenaantallen voor alle drie de scholen. 16

De trends uit de drie tabellen zijn grafisch afgebeeld in figuur 1 hieronder. In de figuur is te zien dat de kern Pijnacker tot 2025 te maken krijgt met een forse stijging in leerlingenaantal, vervolgens een lichte groei tot 2030, waarna het leerlingenaantal licht gaat dalen. Voor Nootdorp is een duidelijke daling te zien voor de komende jaren, waarbij het leerlingenaantal in 2030 weer langzaamaan opkruipt. Delfgauw is het meest stabiel van de drie kernen. In Delfgauw zal het leerlingaantal naar verwachting licht gaan dalen de komende jaren en vanaf 2030 weer licht gaan groeien.

4000 3500

Aantal leerlingen

3000 2500 2000

Pijnacker

1500

Nootdorp Delfgauw

1000 500 0 2020

2025

2030

2035

2040

2045

Verwacht leerlingaantal per jaar Figuur 1. Aantal leerlingen per kern, prognoses 2021

Verwachte kansen en knelpunten Van de drie kernen is de kern Pijnacker het grootst. In deze kern staan de meeste woningen en schoolgebouwen. Qua leerlingenprognoses laat deze kern ook de grootste ontwikkeling zien. In de toekomst worden de volgende kansen en knelpunten ervaren op het gebied van onderwijshuisvesting: 1. Woningbouwopgave De gemeente verwacht een woningbouwopgave van drie- tot vierduizend woningen. Het is nog niet bekend wanneer, waar (en of) de verwachte woningbouwopgave wordt gerealiseerd. De fasering vindt plaats na de realisatie van de al geplande groei van tweeduizend woningen die naar verwachting rond 2025 gerealiseerd zijn. Dit aantal woningen betekent dat er ongeveer duizend leerlingen structureel voor het basisonderwijs zullen moeten worden gehuisvest in de toekomst. In de piekfase moet er zelfs rekening gehouden worden met 1.400 leerlingen. Dat zijn drie à vier zelfstandige basisscholen. In de IKC ontwikkeling moet hier rekening mee gehouden worden. Wanneer duidelijk is of en hoeveel woningen er gerealiseerd gaan worden, wordt dit opgenomen in de woningbouwplanning en in de leerlingenprognoses. Op basis daarvan kunnen we zien wat deze ontwikkeling van de onderwijshuisvesting zal vragen.

17

Voor de huidige woningbouwopgave zijn er voldoende lokalen beschikbaar. Met het oog op de toekomstige woningbouwopgave van vierduizend woningen zijn de bestaande gebouwen en de reeds geplande uitbreidingen naar verwachting niet toereikend om in de vraag te kunnen voorzien. 2. Nieuwe wet: Meer Ruimte Voor Nieuwe Scholen De bestaande schoolbesturen kunnen aanvragen voor het stichten van nieuwe scholen bij het Ministerie van OCW indienen. De gemeente is verantwoordelijk voor de huisvesting. Het kan ook gebeuren dat er zich een nieuw schoolbestuur aandient. De Wet Meer Ruimte Voor Nieuwe Scholen biedt de mogelijkheid om op basis van een onderwijskundige grondslag nieuwe scholen te stichten. Naast het primair onderwijs komt ook de huisvesting van het voortgezet onderwijs onder druk te staan. Momenteel is het aanbod toereikend, maar door de woningbouwopgave zullen er extra kinderen komen. Deze kinderen groeien op en gaan uiteindelijk naar het voortgezet onderwijs. Dat kan betekenen dat er een school voor voortgezet onderwijs moet worden gerealiseerd in de toekomst of een dependance van een bestaande school. Het is echter nu nog niet te voorspellen wat deze ontwikkeling concreet gaat betekenen voor het voortgezet onderwijs in de toekomst. 3. Onderwijs en kinderopvang Op dit moment heeft de gemeente het zogenaamde IKC beleid.

Samen met de schoolbesturen streven we ernaar om onderwijs en kinderopvang zoveel mogelijk bij elkaar te brengen en elkaar te laten versterken. In het document ‘Visie op samenwerking onderwijs & opvang Pijnacker-Nootdorp’ is de visie op de inhoudelijke samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang en wat daarvoor nodig is om te komen tot integrale kindcentra (IKC) vastgelegd. Een IKC (Integraal Kindcentrum) kent een aantal vormen, zoals uiteengezet in het visiedocument: • •

•

•

Stand alone voorzieningen. Hierbij hebben het onderwijs en de kinderopvang elk hun eigen gebouw en eigen autonomie. Multifunctionele accommodatie (MFA). Hierbij zijn het onderwijs en de kinderopvang gehuisvest in hetzelfde gebouw, maar heeft elk nog zijn eigen autonomie. Gehuisvest zijn in hetzelfde gebouw hoeft niet te betekenen dat er ook samenwerking plaatsvindt. Brede School. Er is sprake van een Brede School wanneer een school: o Een bredere maatschappelijke functie heeft dan die van onderwijsgever alleen; o Structurele samenwerking heeft met voorzieningen voor welzijn, kinderopvang, zorg, sport en cultuur; o Samen met die voorzieningen zorgt voor een substantiële verbreding van het aanbod op het gebied van educatie, welzijn, kinderopvang, sport en/of cultuur. Integraal Kindcentrum (IKC). Er is sprake van een IKC als de voorziening: o Gedurende de gehele dag open is; o Onderwijs, kinderopvang, opvoeding, ontspanning en ontwikkeling biedt zodat kinderen er kunnen leren, spelen en ontwikkelen; o Zich kenmerkt door een doorgaande pedagogische leerlijn als gevolg van integratie van onderwijs en opvang; o Operationele aansturing centraal laat plaatsvinden.

In het algemeen wordt gesteld dat een brede school een netwerkorganisatie kan betreffen, waarvan de partners niet per se in één gebouw behoeven te zijn gehuisvest. Een MFA huisvest verschillende organisaties in één gebouw, maar dat wil niet zeggen dat er ook wordt samengewerkt. Een IKC gaat 18

in ieder geval uit van één gebouw5 en samenwerking, maar in de praktijk wil dat niet altijd zeggen dat centraal wordt aangestuurd of het centrum de hele dag open is. De meeste definities gaan uit van een voorziening voor de leeftijd van 0 – 12 jaar. Lokaal kunnen definities verschillend worden ingevuld. Voorts staat in vele definities, en dit geldt ook voor de definitie die Pijnacker-Nootdorp hanteert, dat voor een succesvol IKC gelijkwaardigheid tussen onderwijs en kinderopvang een voorwaarde is. De verwachting is dat op termijn de onderwijswetgeving (wet op het primair onderwijs) en wetgeving rond de kinderopvang (wet kinderopvang) in elkaar worden geschoven. Op dit moment zijn het nog twee gescheiden regelingen, wat voor onder andere de bekostiging de nodige haken en ogen oplevert. Een voorbeeld van de verschillende wettelijke bepalingen is dat basisonderwijs in Nederland in principe gratis is en kinderopvang wordt georganiseerd door marktpartijen. Dat zie je terug in financieringsstromen en ook in toezicht. De Inspectie van het Onderwijs ziet bijvoorbeeld toe op de scholen en de GGD op de kinderopvang. Ook worden aan medewerkers verschillende eisen gesteld en gelden verschillende cao’s voor primair onderwijs en kinderopvang, wat samenwerking bemoeilijkt. De gemeente heeft een huisvestingsplicht voor scholen, niet voor de kinderopvang. Dat doen we op basis van eigen beleid.

De bepalingen en bedragen van onderwijshuisvesting zijn geregeld in de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Pijnacker-Nootdorp 2015, voor de kinderopvang is dit niet het geval. 4. Leeftijd huidige gebouwenvoorraad In de verordening onderwijshuisvesting wordt een permanent gebouw voor zestig jaar geschikt geacht als volwaardige huisvesting voor het onderwijs. Pijnacker-Nootdorp heeft er echter voor gekozen om de grens op veertig jaar te leggen, met als overweging dat gebouwen die al veertig jaar meegaan vaak renovatie of onderhoud nodig hebben. Op zo’n leeftijd moet de afweging worden gemaakt of in plaats van renovatie – waardoor een gebouw nog circa twintig jaar langer meekan –, vervangende nieuwbouw niet een betere optie is. In de tabellen hieronder is het bouwjaar van de huidige gebouwenvoorraad weergegeven per kern, gerangschikt van nieuw naar oud:

5

De definitie in de opsomming hierboven spreekt over een voorziening: in het IHPO wordt aangesloten bij de algemene visie dat dit ook een daadwerkelijk gebouw betreft.

19

Pijnacker Vlinderboom De Keizerskroon Ackerweide De Bonte Tol Mariaschool Beatrixschool Johannesschool De Tweemaster / Prinsenhof Schatkaart Josephschool Casa Tweetalige Montessorischool Dalton Kindcentrum Pijnacker Nootdorp ‘t Kraaienest Sint Jozefschool De Winde / Omnia De Waterwilg Kindcentrum Regenboog

Delfgauw De Meander Het Spectrum De Triangel

Bouwjaar 2013 – hoofdgebouw 2013 – hoofdgebouw 2003 – dislocatie 2003 – hoofdgebouw 2005 – dislocatie 2003 – hoofdgebouw 1993, 1996, 1998 – hoofdgebouw 1991 – hoofdlocatie 1993 – dislocatie 1977 – hoofdgebouw (gerenoveerd in 2015) 1976 – hoofdgebouw 1968 – hoofdgebouw 1965, 1978 – hoofdgebouw 1966 – hoofdgebouw 1966, 1977 – dislocatie 2021 Bouwjaar 2012 – hoofdgebouw 2012 – dislocatie 2011 – hoofdgebouw 2002 – hoofdgebouw 2002 – hoofdgebouw 2004 – dislocatie 1976 – hoofdgebouw 1975 – dislocatie Bouwjaar 2001 – hoofdgebouw 2001 – dislocatie 2001 – hoofdgebouw 2001 – hoofdgebouw

Uit de tabellen blijkt dat in Pijnacker het schoolgebouw van de Casa school al langer meegaat dan veertig jaar. Dat is een van de redenen waarom besloten is over te gaan op nieuwbouw voor de Casa school, wat gerealiseerd gaat worden in het project IKC Casa. Het schoolgebouw aan de Goudenregensingel, de locatie waar Casa tot op heden gehuisvest is, wordt herontwikkeld voor woningbouw. Ook de schoolgebouwen van de Josephschool, Schatkaart, Tweemaster en de Johannesschool zijn al ouder dan veertig jaar. Voor de Tweemaster en de Schatkaart geldt dat er momenteel onderwijshuisvestingsprojecten lopen om nieuwbouw te realiseren. Bij de Johannesschool is in 2015 onderhoud gepleegd aan de binnen- en buitenkant van het gebouw, zodat het gebouw de komende twintig jaar behouden kan blijven. Voor de Josephschool heeft dit onderhoud plaatsgevonden in schooljaar 2012-2013. De gebouwenvoorraad in Pijnacker is, de lopende huisvestingsprojecten meegerekend, in goede staat om nog lange tijd als volwaardige huisvesting voor het onderwijs te dienen. Voor de schoolgebouwen in Nootdorp en Delfgauw geldt hetzelfde. Het enige schoolgebouw in Nootdorp dat aan vervanging toe is, is het gebouw van Kindcentrum Regenboog. In het IKC huisvestingsproject Hart van Nootdorp wordt er nieuwbouw gerealiseerd voor Kindcentrum Regenboog.

Over de toekomst van het huidige schoolgebouw van Kindcentrum Regenboog, schoolgebouw Sytwinde, moet nog worden besloten. 20

Hoofdstuk 3. Huisvesting in Pijnacker 3.1 Ackerweide De Ackerweide is een christelijke basisschool gelegen in de wijk Tolhek. De school is gehuisvest naast basisschool De Bonte Tol. Het schoolgebouw van de Ackerweide bestaat uit vijftien groepen in totaal, negen groepen in het hoofdgebouw en zes groepen in de dependance. Het hoofdgebouw bevat één speellokaal. De Ackerweide werkt op het gebied van kinderopvang samen met kinderopvang SkippyPePijN. Tabel 1. Huisvestingsgegevens van de school Ackerweide

School Bevoegd gezag Adres Bouwjaar Capaciteit Aantal leerlingen (1 okt 2020) Ruimtebehoefte (1 okt 2020) Prognose korte termijn < 5 jaar Prognose lange termijn > 15 jaar Bijzonderheden

Ackerweide Octant Hoofdlocatie: Gantellaan 7 Dislocatie: Gantellaan 9 Hoofdlocatie: 2003 Dislocatie: 2005 Hoofdlocatie: 1.245 m2 bvo Dislocatie: 795 m2 bvo 340 leerlingen 1.910 m2 bvo 280 leerlingen 308 leerlingen N.v.t.

Ontwikkelingen Ackerweide De leerlingenprognoses laten zien dat de school in de toekomst te maken krijgt met een dalend aantal leerlingen. De Ackerweide maakt momenteel gebruik van een tijdelijke dislocatie op het aangrenzende perceel. De verwachting is dat de Ackerweide in de toekomst minder lokalen in gebruik neemt van deze tijdelijke locatie door de krimp in het aantal leerlingen. In 2020 viel het leerlingenaantal namelijk met dertien leerlingen lager uit dan verwacht op basis van de prognoses. De Ackerweide heeft vanaf 2024 tot tenminste 2030 volgens de prognoses voldoende aan twaalf groepslokalen, daarna groeit hun behoefte met één lokaal uit naar dertien groepslokalen tot aan 2040. Op het gebied van kinderopvang werkt de Ackerweide samen met kinderopvang SkippyPePijN. Het is de intentie om in schooljaar 2021-2022 een kindcentrum te realiseren, waarbij het onderwijs en de opvang nog beter op elkaar zijn afgestemd. Er zijn momenteel nog geen concrete plannen voor het vormen van een IKC, de gemeente gaat hierover in gesprek met schoolbestuur Octant. Ruimtebehoefte op basis van de prognoses De Ackerweide heeft de grootste toevoer van leerlingen uit de eigen wijk, Tolhek. Ook trekt de school leerlingen uit de wijken Klapwijk, Ackerswoude en Keijzershof. Op termijn laten de prognoses zien dat het leerlingenaantal van de school gaat dalen.

21

Aanvragen programma onderwijshuisvesting 2022 Niet van toepassing. Conclusie De Ackerweide is aan het krimpen, een trend die zich in de toekomst doorzet. Momenteel bestaat de school uit twee gebouwen: een hoofdgebouw met negen lokalen en een dependance van tijdelijke bouwaard waarin zes lokalen gebruikt worden. Het leerlingenaantal per 1 oktober 2020 en de verwachte groei binnen vijf jaar laten zien dat de school in de toekomst haar leerlingen grotendeels kan huisvesten in het hoofdgebouw. Naar verwachting heeft de school behoefte aan rond dertien lokalen de komende twee jaar, dalend naar een behoefte van twaalf lokalen over de jaren 2024 t/m 2030. Vanaf 2031 is de verwachting dat er behoefte ontstaat naar een dertiende lokaal. De vraag van de school kan worden opgevangen door naast de lokalen in het hoofdgebouw ook gebruik te blijven maken van een aantal lokalen in het tijdelijke gebouw. Jaartal 2020 2025 2035

Aantal leerlingen 340 280 308

Benodigd aantal m2 1.910 m2 1.608 m2 1.749 m2

Huidige m2 2.040 m2 (H+D) 2.040 m2 (H+D) 2.040 m2 (H+D)

Aandachtspunt Geen. 3.2 Beatrixschool De Beatrixschool is een protestants-christelijke basisschool in het centrum van Pijnacker. De aanwas van leerlingen komt veelal uit het centrum en Ackerswoude, maar ook uit de wijken Klapwijk, Tolhek, Koningshof en Pijnacker-Noord. De verwachting is dat er op termijn ook leerlingen uit Tuindershof naar de school komen. Het schoolgebouw van de Beatrixschool beschikt over zeven lokalen in hun hoofdgebouw en vier lokalen in het tijdelijke gebouw bij de school. De school heeft één speellokaal. De kinderopvang is momenteel gehuisvest op een aparte locatie in de buurt van de school.

22

Tabel 2. Huisvestingsgegevens van de Beatrixschool

School Bevoegd gezag Adres Bouwjaar Capaciteit Aantal leerlingen (1 okt 2020) Ruimtebehoefte (1 okt 2020) Prognose korte termijn < 5 jaar Prognose lange termijn > 15 jaar Bijzonderheden

Beatrixschool Octant Hoofdlocatie: Julianalaan 2 Dislocatie: Julianalaan 2 Hoofdlocatie: 1991 Dislocatie: 1993 Hoofdlocatie: 1.102 m2 Dislocatie: 300 m2 285 leerlingen 1.634 m2 bvo 338 leerlingen 374 leerlingen Tijdelijke bouw bij de school is al ruim 20 jaar oud

Ontwikkelingen Beatrixschool De Beatrixschool heeft volgens recente prognoses te maken met reële groei van hun leerlingaantal in de komende jaren. De groei in leerlingaantal voorspelt een behoefte aan dertien/veertien lokalen in de nabije toekomst, oplopend naar zestien lokalen vanaf 2031. Er is behoefte aan kinderopvang bestaande uit een omvang van drie tot vier groepen. In het strategisch huisvestingsplan was vastgelegd in 2016 dat de Beatrixschool met 1 lokaal onderwijs en 2 lokalen kinderdagverblijf uitgebreid werd, in totaal een realisatie van 8 lokalen onderwijs en 3 lokalen kinderdagverblijf. Op 24 januari 2019 heeft de gemeenteraad met het IKC uitvoeringsplan echter besloten de Beatrixschool uit te breiden met 7 lokalen onderwijs en 1 lokaal kinderopvang. In 2019 heeft er een locatiestudie plaatsgevonden waarin de mogelijkheden voor uitbreiding van de Beatrixschool zijn onderzocht. Schoolbestuur en directie hebben een voorkeur om de totale uitbreiding (gefaseerd) te realiseren op de bestaande locatie van de huidige school. In de uitbreiding wordt de kinderopvang meegenomen. Omdat de uitbreiding op de bestaande locatie gerealiseerd wordt, is dit niet eenvoudig. Daarom vindt de uitbreiding plaats in drie fasen: -

1e fase: interne (bouwkundige) aanpassing op de 1e verdieping. 2e fase: uitbreiding met twee lokalen onder de punt van de centrale entree 3e fase: realisatie lokalen op de plek waar nu de tijdelijke lokalen staan

Uit de prognoses blijkt nu dat 8 lokalen, waar destijds het IKC uitvoeringsplan op was gebaseerd, nu is teruggelopen naar 6 lokalen. Naar verwachting zal met de uitbreiding van de 2e fase in 2022 begonnen worden. Het schoolbestuur heeft een aanvraag voor bekostiging ingediend voor de eerste fase voor het programma 2022. De omvang van de volgende twee fasen zal beoordeeld worden op het moment van een aanvraag voor een volgend programma. De details van de uitbreiding zijn als volgt:

23

• • •

Er wordt uitgebreid met 7 lokalen onderwijs. Dit komt overeen met 805 m2 bruto vloeroppervlak. Er wordt uitgebreid met 1 lokaal kinderopvang. Dit komt overeen met 130 m2 bruto vloeroppervlak. Hiervoor is een budget begroot van € 3.510.865

Ruimtebehoefte op basis van de prognoses De prognoses voor de Beatrixschool laten zien dat de Beatrixschool met flinke groei te maken krijgt in de toekomst. De groei wordt deels verklaard door nieuwe aanwas aan leerlingen door de bouw van de nieuwe wijk Tuindershof en deels door het wegwerken van de wachtlijst. Volgens de prognoses zal de school over vijf jaar naar verwachting ongeveer 338 leerlingen hebben. Op de lange termijn, in 2035, is volgens de telling dit leerlingaantal gegroeid tot 374 leerlingen. Aanvragen programma onderwijshuisvesting 2022 Het schoolbestuur heeft voor het programma onderwijshuisvesting 2022 drie aanvragen ingediend. De eerste aanvraag betreft een aanvraag voor uitbreiding van het schoolgebouw met twee lokalen (fase 2). Deze aanvraag is toegekend. De tweede aanvraag betreft een aanvraag voor uitbreiding eerste inrichting voor een extra groep. Deze aanvraag is niet toegekend, omdat de school op basis van haar huidige vierkante meters nog voldoende is ingericht. De derde aanvraag betreft uitbreiding van het schoolgebouw met één tijdelijk lokaal. Deze aanvraag is toegekend. Conclusie De Beatrixschool groeit de komende jaren flink. Het huidige gebouw voorziet niet in voldoende lokalen om de groei in leerlingen te kunnen opvangen. Daarom is besloten om uit te breiden op de bestaande locatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10809450/1