Bijlage - Integraal Huisvestingsplan Kindcentra Kindcentra 2023
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan Kindcentra 2023 Pijnacker Nootdorp Gemeente Pijnacker-Nootdorp
Oplegnotitie bij het IHPK Het doel van dit Integraal Huisvestingsplan Kindcentra (IHPK) is het geven van een gemeentebreed overzicht van alle onderwijshuisvestingsprojecten en de ontwikkelingen die er spelen per school. In het IHPK wordt de onderwijshuisvesting in de drie kernen geanalyseerd en beschreven en worden verwachtingen voor de toekomst benoemd. Daarnaast worden landelijke ontwikkelingen in de onderwijshuisvesting die van invloed zijn op het lokaal onderwijshuisvestingsbeleid beschreven. In 2022 is het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs1 van 2021 geactualiseerd en is een rondje langs de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties gemaakt om hun visie en ambities op het gebied van onderwijshuisvesting en de ontwikkeling van de 0-12 jarigen op te halen. In oktober 2022 is de conceptversie via het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg) besproken met de bestuurders van het onderwijs en de kinderopvang, om vervolgens vastgesteld te worden door het college en de raad. Het IHPK is indicatief van aard en kent geen formele grondslag. De aanvragen in het kader van het programma onderwijshuisvesting blijven leidend. Separaat van het IHPK wordt er nog gewerkt aan een eindevaluatie van het IKC beleid met een voorstel voor actualisatie van het pedagogisch beleid. Dit komt in hoofdlijnen aan bod in het IHPK, voor het deel dat betrekking heeft op onderwijshuisvesting.
De belangrijkste ontwikkelingen die beschreven zijn in dit IHPK zijn: Landelijk •
Verhoging normbedragen VNG n.a.v. stijgende bouwkosten. In 2022 heeft de VNG de normbedragen verhoogd om aan te sluiten op de systematiek van de prijsbijstelling. Pijnacker-Nootdorp heeft dit advies van de VNG opgevolgd en besloten om: - De vergoedingen voor nieuwbouw en uitbreiding van scholen en gymnastiekaccommodaties te indexeren met 5,49%; - De vergoeding voor de eerste inrichting school- en gymnastiekaccommodaties te indexeren met 14,62%; - De vergoeding voor materiele instandhouding van gymnastiekaccommodaties te indexeren met 11,70%.
Deze indexering geldt alleen voor nieuwe huisvestingsprojecten en lopende projecten die nog niet zijn aanbesteed. Wet meer ruimte voor nieuwe scholen. Per 1 juni 2021 is de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen in werking getreden. Deze wet maakt het mogelijk om op basis van belangstelling van ouders een school te kunnen stichten en voor bekostiging in aanmerking te brengen. Voorheen kon er alleen een school gesticht worden op basis van een richting, dat is nu veranderd. In 2021 zijn er voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp drie initiatieven ingediend voor een nieuwe school. Deze initiatieven hebben allen echter niet het benodigde aantal handtekeningen behaald. Voor de nieuwe aanvraagronde in 2022 zijn voor Pijnacker-Nootdorp geen initiatieven ingediend.
1
In 2022 is besloten de naam van dit document te wijzigen naar Integraal Huisvestingsplan Kindcentra. De geactualiseerde versie draagt daarom de titel Integraal Huisvestingsplan Kindcentra 2023.
1
Lokaal: algemeen •
Toe- en afname leerlingenaantallen in de drie kernen. Per kern zijn er grote verschillen in de leerlingenontwikkeling over de jaren. Zo is er in de kern Pijnacker sprake van een groeiend leerlingenaantal op de meeste scholen door de ontwikkeling van nieuwe wijken die zorgen voor een aanwas aan leerlingen. De kern Nootdorp heeft te maken met een leerlingendaling die, volgens de prognoses, tot 2030 zal aanhouden. Daarna neemt het leerlingenaantal weer langzaam toe. De kern Delfgauw is het meest stabiel van de drie. In Delfgauw zal het leerlingaantal naar verwachting licht gaan dalen de komende jaren en vanaf 2030 weer licht gaan groeien.
Lokaal: per school • Beatrixschool De Beatrixschool geeft momenteel gefaseerd uitvoering aan een interne uitbreiding op hun huidige locatie. Het schoolbestuur financiert de eerste fase van de uitbreiding eerst voor, waarbij er vanuit de gemeente later bekostiging volgt. Fase twee en drie bekostigt de gemeente rechtstreeks. Omdat de werkzaamheden aan de uitbreiding gevolgen hebben voor het gebruik van de school, moet er rekening gehouden worden met de huisvesting van een aantal groepen tijdens de bouw. In de kerstvakantie 2023/2024 zullen er groepen moeten verhuizen. Dit is een aandachtpunt. Mogelijk is huisvesting in leegkomende ruimten in Tolhek een oplossing. •
Casaschool
De Casaschool is momenteel verspreid over drie locaties, waarvan twee locaties van tijdelijke aard zijn. De spreiding van scholen over meerdere locaties die ver uit elkaar liggen is onwenselijk. Met de realisatie van IKC Casa op de Groen van Prinstererlaan 1 is dit probleem in de toekomst opgelost. De school heeft dan permanente huisvesting op één locatie. • Dalton Kindcentrum Pijnacker Dalton Kindcentrum Pijnacker krijgt de komende jaren volgens de recente prognoses met een flinke groei in hun leerlingenaantal te maken. Het opvangen van het aantal leerlingen in de piekfase, t/m 2026, is een aandachtspunt. • Johannesschool De Johannesschool heeft momenteel een capaciteit van tien lokalen en een speellokaal. Omdat uit voorgaande prognoses bleek dat het leerlingenaantal van de Johannesschool groeit en de huidige capaciteit op korte termijn niet meer voldoende was, is besloten te voorzien in uitbreiding met één lokaal onderwijs en één lokaal kinderopvang. Ook worden er twee lokalen kinderopvang gerenoveerd. Deze uitbreiding kan plaatsvinden in het scholencomplex Koningshof, waar de school gevestigd is, door het vertrek van de Tweemaster (nu Dalton KC) begin schooljaar 2021-2022 en de Casaschool begin schooljaar 2024-2025.
2
• Mariaschool In 2022 is aanbesteding voor de nieuwbouw ter vervanging van de tijdelijke lokalen niet gelukt. Naar aanleiding daarvan is besloten het ontwerp aan te passen en dat plan uit te werken tot een definitief ontwerp. Het nieuwe ontwerp is compacter, één laags en sluit aan aan de bestaande bouw. Er is geen verbouwing voor nodig. Start van de bouw is voorzien in 2023. • Prinsenhof Het huidige gebouw waarin Prinsenhof gehuisvest is, is ongeschikt voor permanente huisvesting van leerlingen van het speciaal basisonderwijs. Daarnaast heeft het gebouw geen uitbreidingsmogelijkheden, maar heeft het schoolbestuur wel de wens om uit te breiden met een groep cluster 4 leerlingen. Daarom is besloten de Prinsenhof permanent te verhuizen naar scholencomplex Koningshof na vertrek van de Casaschool in 2024. In de herfstvakantie van 2021 zijn de groepen 1 t/m 5 al verhuisd, de bovenbouw blijft tot aan 2024 gebruik maken van de eerste verdieping in Het Nest. Financiële gevolgen De belangrijkste financiële consequenties die in dit IHPK benoemd zijn, zijn: •
Uitbreiding Beatrixschool. o Onderwijs: uitbreiding van 7 lokalen, 805 m2 bruto vloeroppervlak. o Kinderopvang: uitbreiding met 1 lokaal kinderopvang, 130 m2 bruto vloeroppervlak. o Budget: € 3.510.865 (2021) → € 3.683.599 (2022, hoger vanwege indexering)
•
Realisatie IKC Casa. o Onderwijs: 16 groepen, 2.011 m2 bruto vloeroppervlak. o Kinderopvang: 5 groepen, 650 m2 bruto vloeroppervlak. o Budget: € 9.902.7552 (2022)
•
Realisatie vervangende nieuwbouw Mariaschool. o Onderwijs: 5 lokalen, 723 m2 bruto vloeroppervlak. o Kinderopvang: 4 lokalen, 560 m2 bruto vloeroppervlak. o Budget: € 3.526.597 (2021) → € 3.692.002 (2022, hoger vanwege indexering)
•
Realisatie IKC Schatkaart. o Onderwijs: 8 groepen, 1.105 m2 bruto vloeroppervlak o Kinderopvang: 3 groepen, 390 m2 bruto vloeroppervlak o Budget: € 9.902.7553 (2022)
•
Realisatie nieuwbouw Vlinderboom. o Onderwijs: 17 lokalen, 2.005 m2 bruto vloeroppervlak o Kinderopvang: 4 lokalen, 460 m2 bruto vloeroppervlak
2
Dit bedrag is het bedrag voor het gehele project: IKC Casa en IKC Schatkaart. Een uitsplitsing van het bedrag per IKC is helaas niet mogelijk, omdat beide IKC’s samen in één gebouw gehuisvest worden en een aantal kostenposten gezamenlijk zijn genomen. 3 Idem voetnoot 1.
3
o
•
Budget: € 5.365.079 + €1.290.891 kinderopvang (2021) → € 7.071.863 (2022, hoger vanwege indexering)
Realisatie IKC Regenboog. o Onderwijs: 12 groepen, 1.590 m2 bruto vloeroppervlak o Kinderopvang: 3 groepen, 390 m2 bruto vloeroppervlak o Budget: € 5.350.337 (2021) → € 5.595.124 (2022, hoger vanwege indexering)
Op blz. 76 t/m 78 van het IHPK is een tabel weergegeven met daarin de details van alle onderwijshuisvestingsprojecten. Op blz. 79 en 80 is een financieel overzicht weergegeven met daarin alle financiële details wat betreft de onderwijshuisvestingsprojecten en de aanvragen voor het programma onderwijshuisvesting 2023 voor wat betreft de investeringen in gebouwen.
4
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding .............................................................................................................. 7 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................. 7 1.2 Bestaande documenten ........................................................................................................... 7 1.3 Doel van het IHPK ..................................................................................................................... 8 1.4 Groeidocument......................................................................................................................... 8 1.5 Juridische grondslag van het IHPK ........................................................................................... 9 1.6 Kaders van het IHPK ................................................................................................................. 9 1.7 Uitgangspunten IHPK ............................................................................................................. 10 1.8 Leeswijzer ............................................................................................................................... 10 Hoofdstuk 2. Visie en beleidsambities .....................................................................................
12 2.1 Visie op samenwerking onderwijs en opvang ....................................................................... 12 2.2 Huisvesting onderwijs en opvang .......................................................................................... 14 2.3 Beleidsambities ...................................................................................................................... 15 Hoofdstuk 3. Ontwikkelingen in de onderwijshuisvesting ........................................................ 17 3.1 Bewegingsonderwijs .............................................................................................................. 17 3.2 Duurzaamheid ........................................................................................................................ 19 3.3 Ventilatie ................................................................................................................................ 20 3.4 Verhoging normbedragen VNG n.a.v. stijgende bouwkosten .............................................. 21 3.5 Wet meer ruimte voor nieuwe scholen................................................................................. 22 3.6 Leerlingenprognoses en verwachtingen voor de toekomst in Pijnacker-Nootdorp ............ 23 Hoofdstuk 4. Huisvesting in Pijnacker .....................................................................................
32 4.1 Ackerweide ............................................................................................................................. 32 4.2 Beatrixschool .......................................................................................................................... 33 4.3 Casa ......................................................................................................................................... 36 4.4 De Bonte Tol ........................................................................................................................... 39 4.5 Dalton Kindcentrum Pijnacker (voorheen De Tweemaster) ................................................. 40 4.6 De Keizerskroon...................................................................................................................... 42 4.7 Johannesschool ...................................................................................................................... 44 4.8 Josephschool .......................................................................................................................... 45 4.9 Mariaschool ............................................................................................................................
47 4.10 Schatkaart ............................................................................................................................. 49 4.11 Vlinderboom ......................................................................................................................... 51 Hoofdstuk 5. Huisvesting in Nootdorp..................................................................................... 54 5.1 Kindcentrum Regenboog........................................................................................................ 54 5
5.2 Openbare Basisschool De Winde / Omnia ............................................................................ 56 5.3 Rooms Katholieke Basisschool De Waterwilg ....................................................................... 57 5.4 Sint Jozefschool ...................................................................................................................... 59 Hoofdstuk 6. Huisvesting in Delfgauw ..................................................................................... 61 6.1 Openbare Basisschool De Meander....................................................................................... 61 6.2 Rooms Katholieke Basisschool Het Spectrum ................................................................. 62 6.3 De Triangel .............................................................................................................................. 63 Hoofdstuk 7. Voortgezet onderwijs en speciaal (basis) onderwijs ............................................ 66 7.1 Stanislascollege ...................................................................................................................... 66 7.2 Prinsenhof...............................................................................................................................
67 7.3 ’t Kraaienest............................................................................................................................ 70 Hoofdstuk 8. Prioritering 2023 + conclusies ............................................................................. 72 8.1 Algemeen: onze grootste opgaven ........................................................................................ 72 8.2 Specifiek per school: prioritering ........................................................................................... 74 8.3 Project overzicht en financieel overzicht IHPK ...................................................................... 75
6
Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Onderwijshuisvesting is een dynamisch beleidsterrein. Scholen zijn continu in ontwikkeling om in te spelen op en zich aan te passen aan de ontwikkelingen in de samenleving. Dat vraagt wat van de onderwijshuisvesting, denk bijvoorbeeld aan een groeiend of dalend leerlingaantal, nieuwe onderwijsconcepten en duurzaamheidseisen. Wettelijk is vastgelegd dat de gemeente een zorgplicht heeft op het gebied van onderwijshuisvesting voor primair en voortgezet (speciaal) onderwijs. Dat betekent dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het bekostigen van nieuwbouw en uitbreiding, waarvoor zij middelen ontvangen via de Algemene Uitkering. Het is aan schoolbesturen om zorg te dragen voor het onderhoud van hun gebouwen en de exploitatie. Een goede samenwerking tussen de gemeente en de schoolbesturen is wenselijk: ze hebben gezamenlijk elk hun eigen verantwoordelijkheden en gedeelde belangen op het gebied van onderwijshuisvesting. Om de samenwerking tussen gemeenten en schoolbesturen te versterken en de taakverdeling van beide partijen beter te kunnen coördineren, heeft toenmalig minister Slob bepaald dat gemeenten een wettelijke opdracht krijgen tot het vaststellen van een meerjarig Integraal Huisvestingsplan4.
Het doel van het Integraal Huisvestingsplan is om het huisvestingsbeleid en het daarbij behorende investeringsprogramma vast te leggen voor vier jaar, met een doorkijk van ten minste twaalf jaar na deze periode. Schoolbesturen zijn op hun beurt verplicht een meerjarig onderhoudsplan (MJOP) op te stellen op basis van een bouwkundige inspectie. Het Integraal Huisvestingsplan Kindcentra (IHPK) van Pijnacker-Nootdorp wordt in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) besproken. In dit document wordt het IHPK voor Pijnacker-Nootdorp uitgewerkt. 1.2 Bestaande documenten In december 2014 is vanuit de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) door de betrokken schoolbesturen en kinderopvangorganisaties de wens uitgesproken om een visie uit te werken op de onderwijshuisvesting en de samenwerking tussen het onderwijs en de kinderopvang. Deze wens heeft geleid tot twee trajecten: 1. Het ontwikkelen van een visie op de inhoudelijke samenwerking tussen onderwijs en opvang en wat daarvoor nodig is in het licht van integrale kindcentra (IKC) 2. Een visie op de huisvesting onderwijs voor de korte en langere termijn Punt 1 is uitgewerkt in het document ‘Visie op samenwerking onderwijs en opvang PijnackerNootdorp’, dat is vastgesteld door de raad in 2016.
In het visiedocument is de gezamenlijke ambitie van de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties uitgewerkt, namelijk de ambitie om alle scholen en kinderopvang toe te laten groeien naar een Integraal Kindcentrum (IKC). Deze ambitie is inhoudsgedreven en niet huisvesting gedreven. Dat betekent dat er nog wel autonoom gehuisveste vormen van opvang aanwezig kunnen of mogen zijn, maar dat de samenwerking tussen onderwijs en opvang belangrijk geacht wordt. Het is de ambitie te zorgen voor een doorlopende leerlijn en zorg voor de kinderen. Punt 2 is uitgewerkt in het document ‘Strategisch Huisvestingsplan Primair Onderwijs te Pijnacker-Nootdorp’ dat is vastgesteld door de raad in 2016. In het strategisch huisvestingsplan is de bestaande onderwijshuisvesting (leerlingenprognoses, spreiding scholen, gebouwgegevens, capaciteit) van de drie kernen beschreven en zijn wensen, knelpunten en 4
Kamerbrief 9 juli 2020: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/07/09/beleidsreactie-onderzoeksrapportonderwijshuisvesting-en-het-verhuistraject-voor-de-europese-school-bergen
7
behoeften voor de toekomst uitgewerkt. Deze analyses en planvorming zijn uitgewerkt in een IKC Uitvoeringsprogramma 2018 – 2024, waarin op basis van het visiedocument en het strategisch huisvestingsplan de onderwijshuisvestingsplannen voor de toekomst zijn vastgelegd en worden vertaald naar de uitvoering. Het doel van het uitvoeringsprogramma is het geven van een integraal gemeentebreed overzicht van alle (deel-)plannen uit het strategisch huisvestingsplan. Het betreft de ontwikkeling van reguliere basisscholen en kinderopvang tot IKC’s en de gevolgen hiervan voor de huisvesting. De plannen zijn definitief gemaakt en formeel bekrachtigd in overeenkomsten met de betreffende schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. 1.3 Doel van het IHPK Met bovengenoemde documenten beschikken we in Pijnacker-Nootdorp feitelijk al over een IHPK. Het strategisch huisvestingsplan geeft een doorkijk tot het jaar 2024. Dit document – het huidige IHPK – vervangt het strategisch huisvestingsplan en het IKC uitvoeringsprogramma 2018 – 2024 en bouwt voort op en actualiseert wat eerder in die documenten is uitgewerkt. Het IHPK vervangt niet het visiedocument ‘Visie op samenwerking onderwijs en opvang Pijnacker-Nootdorp’, dit document blijft bestaan.
Net als in het strategisch huisvestingsplan geven we in het IHP gemeente breed een overzicht van alle onderwijshuisvestingsprojecten en de ontwikkelingen die er spelen per school of IKC. Dit meerjarige IHPK is daarnaast ook bedoeld als houvast bij onderwijshuisvestingsprojecten. We spreken van een meerjarig IHPK, omdat we voornemens zijn het IHP eens in de zoveel jaar te actualiseren en opnieuw te bespreken tijdens het OOGO met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties en daarna te laten vaststellen door het college en de raad. We actualiseren het bestaande IHPK door in een nieuw IHPK: -
-
Duidelijkheid te geven over welke onderwijshuisvestingsprojecten er momenteel spelen en welke we nieuw in de toekomst gaan oppakken. Op basis van recente leerlingenprognoses te beoordelen: o Bij nieuwe projecten: wat de omvang wordt van een school/kinderopvang in m2 en het bijbehorende budget o Bij bestaande projecten: of de vastgestelde omvang en het bijbehorende budget nog toereikend zijn, vanwege eventuele indexeringen De aanvragen voor het dan geldende programma onderwijshuisvesting op te nemen.
Dit geeft ons houvast in de zin dat we de kaders van de onderwijshuisvestingsprojecten van een betreffend jaar voor een jaar vaststellen. Zowel de gemeente als de schoolbesturen hebben hierdoor duidelijkheid over de omvang van een project en de financiën, waardoor discussies voorkomen worden. Er dient echter opgemerkt te worden dat schoolbesturen altijd een spoedverzoek om huisvesting in kunnen dienen als zij kunnen aantonen daar recht op te hebben. Vanuit de wettelijke huisvestingsplicht van de gemeente moet de gemeente in zo’n geval haar vastgestelde kaders loslaten en voorzien in waar het schoolbestuur recht op heeft. Door de ontwikkeling van de leerlingaantallen in beeld te brengen willen we door het IHPK zoveel mogelijk voorkomen dat dergelijke (spoed)aanvragen nodig zijn. 1.4 Groeidocument Het IHPK van 2021 betrof een groeidocument. Met het IHPK van 2021 namen we alvast een voorschot op de wettelijke taak die gemeenten krijgen om een IHPK vast te stellen. Een wetsvoorstel hiervoor wordt momenteel voorbereid en moet nog naar de Tweede Kamer gestuurd worden. Ondanks de kamerbrief uit 2020 is er tot op heden nog geen nieuwe informatie bekend over 8
wanneer gemeenten deze wettelijke taak toebedeeld krijgen. De nieuwe wet zou in 2024 in kunnen gaan, maar het zou ook goed kunnen dat dit langer op zich laat wachten. Er was bewust voor gekozen om in het IHPK 2021 nog geen visie op te nemen over de 0-12 jarigen, duurzaamheid, Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen etc. Voor het IHPK van 2023 is dit wel uitgewerkt en is een rondje gemaakt langs de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. In hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 wordt hier op teruggekomen. 1.5 Juridische grondslag van het IHPK Zoals eerder beschreven wordt het strategisch huisvestingsplan geactualiseerd in dit IHPK. Het strategisch huisvestingsplan wordt stap voor stap uitgevoerd middels de jaarlijkse aanvragen voor bekostiging voor onderwijshuisvestiging. Om dit proces te faciliteren heeft de gemeente in aanvulling op het strategisch huisvestingsplan een bijbehorend uitvoeringsprogramma opgesteld: het IKC uitvoeringsprogramma 2018-2024. In het uitvoeringsprogramma wordt de vastgestelde visie naar de uitvoering vertaald en verder geconcretiseerd en up-to-date gehouden naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen. In het uitvoeringsprogramma zijn afspraken vastgelegd met betrokkenen (gemeente, schoolbesturen, kinderopvangorganisaties) en zijn plannen voor IKC-vorming verder uitgewerkt.
Omdat het strategisch huisvestingsplan geen formele grondslag heeft, is de beschikking in het kader van de onderwijshuisvesting leidend. De plannen die zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma worden – voor zover nog actueel – verder overgenomen, bij/uitgewerkt en vormgegeven in dit huidige IHPK. Iedere gemeente mag zelf de inhoud en de functie van het IHPK bepalen. Dat betekent dat iedere gemeente zelf bepaalt welke juridische grondslag zij geeft aan het IHPK. Er kan bijvoorbeeld voor gekozen worden om geen jaarlijkse aanvragen meer te doen, omdat het IHPK, tezamen met een convenant tussen partijen, als bindend beschouwd wordt. In Pijnacker-Nootdorp kiezen we ervoor dit IHPK als indicatief te beschouwen. Dat betekent dat er nog steeds jaarlijkse aanvragen gedaan worden en de lokale verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Pijnacker-Nootdorp 2015 het uitgangpunt blijft. Het IHPK geeft een doorkijk naar de verwachtingen op de korte en lange termijn en probeert waar mogelijk de kaders van de onderwijshuisvestingsprojecten vast te leggen. Omdat onderwijshuisvesting echter een dynamisch beleidsterrein is en lokale ontwikkelingen er vaak voor zorgen dat bijstelling nodig is, hanteren we nog het aanvragen systeem voor het programma onderwijshuisvesting. Op die manier kan er, indien nodig, nog worden afgeweken van het IHPK.
1.6 Kaders van het IHPK Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Pijnacker-Nootdorp 2015 De rechten en plichten met betrekking tot de onderwijshuisvesting zijn vastgelegd in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Pijnacker-Nootdorp 2015. Deze verordening regelt hoe schoolbesturen bekostiging van voorzieningen kunnen aanvragen, wat de omvang daarvan is in oppervlakte en de financiële vergoeding. Jaarlijks kunnen schoolbesturen een aanvraag indienen voor het programma voorzieningen huisvesting onderwijs. Deze aanvragen kunnen gaan over nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting, etc. De gemeente toetst de aanvraag aan de verordening en kent op basis daarvan de aanvraag toe of wijst hem af. Deze manier van werken is ad hoc en voorziet niet in een langetermijnperspectief. Met het IHPK willen we hier in voorzien. Het IHPK zal in
9
het OOGO besproken worden en daarna worden vastgesteld door het college en de raad. De budgettaire consequenties zullen verwerkt worden in de begroting. De verordening hanteert voor de omvang het criterium vierkante meter bruto vloeroppervlak (m2 bvo). In de praktijk blijkt dit voor de beeldvorming een lastige eenheid. Vandaar dat in dit document ook wel de eenheid “groepslokaal” en “groep” wordt gebruikt. Bijvoorbeeld: Een school met 200 leerlingen heeft recht op 1206 m2 bvo, wat overeenkomt met (afgerond) negen groepen/lokalen. Leerlingenprognoses van Pronexus Ten behoeve van ons gemeentelijk onderwijshuisvestingsbeleid worden prognoses opgesteld van de leerlingaantallen in Pijnacker-Nootdorp. Deze prognoses worden voor ons gemaakt door Pronexus. Het doel van de prognoses is het verkrijgen van inzicht in het toekomstig verloop van het aantal leerlingen. De prognoses beslaan een lange termijn periode en lopen tot 2040. De prognoses worden uitgewerkt volgens een rekenmodel gebaseerd op parameters en variabelen. Enkele voorbeelden hiervan zijn: -
Aantal inwoners Aantal kinderen in bepaalde leeftijdscategorieën Aantal bestaande woningen + geplande woningen Aantal personen per woning (gemiddeld) Aantal geboortes Historische gegevens van scholen en hun leerlingenstromen (belangstellingspercentages per soort onderwijs, identiteit etc.) Aannames met betrekking tot belangstellingspercentage voor de nieuwe scholen/wijken
Omdat een aantal variabelen lastig is om nauwkeurig te bepalen, zijn de prognoses nooit een exacte voorspelling van de werkelijkheid. De prognoses zijn echter wel betrouwbaar als de gegevens die in de modellen doorwerken ongeveer gelijk blijven. Op basis van ervaringen van de afgelopen vijfentwintig jaar blijkt dat de prognoses voor onze gemeente redelijk betrouwbaar zijn geweest. 1.7 Uitgangspunten IHPK De gemeente is verantwoordelijk voor de onderwijshuisvesting De gemeente is financier van de onderwijshuisvesting en verhuurder voor peuterspeelzaalwerk en VVE, en vaak ook voor de kinderopvang. Gezamenlijk met de schoolbesturen willen we ons inzetten voor goede huisvesting van alle leerlingen in goede gebouwen, waarbij de voorkeur is dat scholen unilocaties hebben en leegstand wordt voorkomen. Gebruikte cijfers Bij de totstandkoming van dit IHPK zijn de meest actuele leerlingenprognoses van Pronexus gebruikt die bekend waren per mei 2022. Jaarlijks vindt er een actualisatie van de prognoses plaats. Alle conclusies en aanbevelingen zijn op basis van deze cijfers gedaan en zijn onder voorbehoud van de werkelijke groei in leerlingenaantal en de daaruit voortkomende ruimtebehoefte in de toekomst.
1.8 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de visie en de beleidsambities beschreven, waarna in hoofdstuk 3 wordt ingegaan op een aantal ontwikkelingen die relevant zijn voor de onderwijshuisvesting. In de hoofdstukken 4, 5 en 6 worden opeenvolgend alle scholen / IKC’s in Pijnacker-Nootdorp besproken 10
per kern en wordt beschreven wat er op basis van de prognoses geconcludeerd kan worden over de huisvesting. Het kan voorkomen dat scholen / IKC’s bestaan uit een hoofdlocatie en een dislocatie. In zo’n geval zullen de hoofd- en dislocatie apart van elkaar besproken worden onder de betreffende kern. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op het voortgezet en speciaal (basis) onderwijs. In hoofdstuk 8 wordt de prioritering voor 2023 besproken en volgen de conclusies.
11
Hoofdstuk 2. Visie en beleidsambities In dit hoofdstuk komen de visie en beleidsambities van het IHPK aan bod. Allereerst wordt ingegaan op de visie op de samenwerking onderwijs en opvang, zoals beschreven in het visiedocument ‘Visie op samenwerking onderwijs & opvang Pijnacker-Nootdorp’, dat in 2016 door de raad is vastgesteld. Vervolgens volgt een beschrijving van de beleidsambities van het IHPK, die samen met de besturen van het onderwijs en de kinderopvangorganisaties zijn geformuleerd. Om te kijken waar we nu staan en hoe we nu, op basis van inzichten en ervaringen uit de afgelopen jaren, kijken naar de visie op de samenwerking onderwijs en opvang, is er een IKC tussenbalans sessie georganiseerd en heeft er specifiek voor het IHPK nog een plenaire sessie en rondje langs de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties plaatsgevonden. In dit hoofdstuk wordt alle input verwerkt om de eerder vastgestelde visie verder aan te vullen op basis van voortschrijdend inzicht en de beleidsambities voor dit IHPK te bepalen.
2.1 Visie op samenwerking onderwijs en opvang De visie zoals die is verwoord in het document uit 2016 sluit aan bij de ambitie die is opgenomen in het Raadsakkoord 2022-2026 Pijnacker-Nootdorp: “Samen met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties streeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp naar passende onderwijs- en opvangvoorzieningen waar kinderen, jongeren en volwassenen zich kunnen ontwikkelen.” We willen bereiken dat er basisvoorzieningen zijn, bestaande uit scholen en opvangvoorzieningen, waarbij kinderen en jongeren in hun eigen woon- en leefomgeving zo goed mogelijk tot hun recht komen. Door de krachten en het aanbod van het onderwijs en de kinderopvang te bundelen ontstaan er kansen om beter aan te sluiten op wat ieder kind nodig heeft. We streven naar een doorgaande leerlijn van 0-12 jaar, waarbij een warme overdracht plaatsvindt van (peuter)opvang naar primair basisonderwijs en van primair basisonderwijs naar voortgezet onderwijs. In de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) maken we o.a. afspraken met onze partners over de inhoudelijke samenwerking van het onderwijs en de opvang. In de LEA wordt o.a. ook het streven naar een doorlopende leerlijn en hoe de dag van een kind er, volgens ons, uit zou moet zien (bijvoorbeeld de ‘Rijke Schooldag’), verder geconcretiseerd.
Naast de LEA maken we ook afspraken met onze partners over de gezondheid en het welzijn van de kinderen, jongeren en volwassenen in Pijnacker-Nootdorp. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Lokaal Gezondheidsbeleid PijnackerNootdorp 2020-2024, het Lokaal Preventieakkoord Pijnacker-Nootdorp 2021-2023 en het Lokaal Sportakkoord Pijnacker-Nootdorp 2020-20215. Bovengenoemde documenten gaan in op alles wat niet direct met huisvesting te maken heeft, maar waarbij het zorgen voor passende huisvesting uiteindelijk vaak wel een rol speelt. In 2016 is het document ‘Visie op samenwerking onderwijs & opvang Pijnacker-Nootdorp’ vastgesteld, waarin de visie op de inhoudelijke samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang is vastgelegd. De doelstelling die toen is uitgesproken is dat alle onderwijs- en opvangpartners de ambitie hebben om toe te groeien naar 100% integrale kindcentra (IKC’s) in de gemeente. De wens om te komen tot IKC’s komt voort uit de inhoud, en niet vanuit de vorm of huisvesting. Recentelijk heeft er een tussenevaluatie van het IKC-beleid plaatsgevonden. Hieruit bleek dat de visie zoals deze in 2016 verwoord is, nog steeds breed gedeeld wordt door alle betrokken partijen. 5
In 2021 is er een addendum op het Sportakkoord aangenomen: ‘Addendum Lokaal Sportakkoord PijnackerNootdorp 2020-2022’.
12
Naast huisvesting (bij voorkeur) in één gebouw is het noodzakelijk dat er een goede inhoudelijke samenwerking tot stand komt tussen het onderwijs en de kinderopvang. Hier zijn nog verdere stappen in te maken6. De input die is opgehaald bij de tussenbalans gaat verder verwerkt worden in de eindevaluatie van het IKC-beleid. Desondanks gebruiken we deze input, tezamen met de input uit de plenaire sessie en bilaterale gesprekken in het kader van het IHPK, ook voor dit IHPK en stellen we, op basis van voortschrijdend inzicht, de ambities die voortkwamen uit de visie bij. We definiëren de volgende uitgangspunten die wij belangrijk achten voor het IKC-beleid en het huisvestingsbeleid: 1. Huisvesting van onderwijs en kinderopvang in één gebouw heeft de voorkeur, maar is niet noodzakelijk voor inhoudelijke samenwerking. 2. De ‘I’ van integraal in IKC betekent volgens ons: de integrale voorzieningen rondom het kind (0-12 jarige). Hetzij gehuisvest in hetzelfde gebouw, hetzij nabij gehuisvest in de wijk. Wat de gemeente betreft is er nog steeds sprake van een IKC wanneer er een inhoudelijke samenwerking is tussen het onderwijs, de opvang en eventueel ook met andere relevante organisaties, zoals welzijns-, sport en cultuurpartijen. We zien huisvesting in hetzelfde gebouw niet als voorwaarde voor een IKC.
We beschouwen een IKC als wijkvoorziening, waarbij alle voorzieningen rondom het kind in dezelfde wijk georganiseerd zijn. De i van integraliteit duidt dan op de samenhang tussen alle voorzieningen, de inhoudelijke samenwerking onderling, die ook op afstand gerealiseerd kan worden. Idealiter vindt huisvesting in één gebouw plaats, omdat de doorgaande leerlijn dan ook makkelijker gerealiseerd kan worden, maar een vereiste om te kunnen spreken van een IKC of voor de totstandkoming van de samenwerking is het wat ons betreft niet. Wel beschouwen wij het hebben van een gedeelde pedagogische visie van het onderwijs en de kinderopvang als een vereiste voor een succesvol IKC. Eén team of twee teams die nauw met elkaar samenwerken en ruimtes voor zowel medewerkers als onderwijs en opvang met elkaar delen is hierbij essentieel. 3. Onderwijs en opvang zijn complementair aan elkaar: beide zorgen voor ontwikkeling van het kind. Het realiseren van een doorlopende leerlijn wordt beoogd met de samenwerking tussen het onderwijs en de kinderopvang. Naast deze lineaire ontwikkeling, zorgen beide partijen ook elk voor een brede ontwikkeling van het kind. Niet op alle scholen in onze gemeente is het IKC-beleid al goed vormgegeven. Sommige scholen zijn verder in de (inhoudelijke) samenwerking met de kinderopvang dan andere scholen.
We vinden een verdere ontwikkeling en verdieping van de samenwerking tussen het onderwijs en de kinderopvang erg belangrijk. We willen het onderwijs en de kinderopvang stimuleren de samenwerking met elkaar (verder) te versterken. Een goed voorbeeld is het hebben van combinatiebanen, waarbij een medewerker zowel inzetbaar is voor het onderwijs als voor de kinderopvang, maar in dienst is bij één organisatie. Concluderend We werken toe naar een (verdergaande) inhoudelijke samenwerking tussen het onderwijs en de kinderopvang, waarbij gezamenlijk gestreefd wordt naar het realiseren van een doorlopende leerlijn. Dit geven we vorm in de LEA en ons IKC-beleid. We beschouwen een school en kinderopvang als voorzieningen die in een wijk aanwezig zijn en kijken wijkgericht waar in de directe leefomgeving 6
In het IHPK wordt niet inhoudelijk ingegaan op deze stappen. Dit komt te zijner tijd aan bod in de eindevaluatie van het IKC-beleid.
13
kansen liggen. Wanneer de inhoudelijke samenwerking tussen onderwijs en opvang goed staat in een wijk, kijken we voor mogelijkheden om deze samenwerking uit te breiden met andere organisaties die aanwezig zijn in de wijk, zoals welzijn-, sport-, en cultuurpartijen. De stip op de horizon is de realisatie van minimaal één IKC per wijk, waarbij het de voorkeur heeft dat huisvesting in één gebouw plaatsvindt, maar dit is niet noodzakelijk. 2.2 Huisvesting onderwijs en opvang Voor specifiek de huisvesting definiëren we de volgende uitgangspunten die in lijn zijn met onze visie op de samenwerking onderwijs en opvang. 1. We streven naar een zo efficiënt mogelijk gebruik van ruimtes Kinderopvangorganisaties zijn zelf verantwoordelijk voor hun huisvesting. De gemeente heeft hier geen, zoals bij het onderwijs wel het geval is, zorgplicht. We zien hier echter wel een rol voor de gemeente, en daarom hebben we binnen de gemeente de afspraak gemaakt dat de gemeente de ruimte voor de kinderopvang voorfinanciert en de kinderopvang via een kostendekkende huur de gemeentelijke investering weer terugbetaalt. Voor wat betreft de Buitenschoolse Opvang (BSO) geldt dat de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor de organisatie hiervan. In Pijnacker-Nootdorp besteden de schoolbesturen dit uit aan de kinderopvang.
Destijds is met elkaar overeengekomen dat de kinderopvang voor de BSO ook gebruik maakt van de onderwijsruimtes. We stimuleren dus het gezamenlijk gebruik van ruimtes en willen dat de huisvesting het samenwerken ten goede komt. 2. We willen passende huisvesting, passend bij de behoefte van de kinderen, hun ouders en het onderwijs en de kinderopvang De gemeente heeft een zorgplicht op het gebied van onderwijshuisvesting. Dat betekent dat het aan de gemeente is om te voorzien in passende huisvesting voor het onderwijs. Wanneer het leerlingenaantal van een school groeit en niet meer opgelost kan worden binnen de bestaande capaciteit van de school, kijken we naar oplossingen in de nabije omgeving. We willen, conform de verordening, leegstand zoveel als mogelijk voorkomen en doelmatig omgaan met onze onderwijsruimtes. Indien er in de nabije omgeving geen oplossingen zijn, wordt gekeken naar een (kosten)efficiënte oplossing in de vorm van nieuwbouw of uitbreiding. Voor de kinderopvang heeft de gemeente geen wettelijke taak voor wat betreft de huisvesting, behalve het organiseren van plekken voor voorschoolse educatie. De kinderopvang wordt wel betrokken bij plannen voor nieuwbouw en/of renovatie en bij de IKC-vorming. In het kader van de IKC-vorming heeft de gemeente daarom ook besloten de ruimte voor de kinderopvang voor te financieren.
Het onderwijs is vrij om zelf te bepalen met welke kinderopvangorganisatie zij samenwerken. Verder vinden we het belangrijk dat de huisvesting aantrekkelijk is, voor zowel de ouders, kinderen als de medewerkers. Hier zetten we ons voor in door gebouwen toekomstbestendig te houden en te bouwen. 3. Leegstand biedt kansen om integrale voorzieningen te realiseren Wanneer er door krimp van het leerlingenaantal leegstand in schoolgebouwen ontstaat, en deze ruimte niet voor het onderwijs beschikbaar hoeft te blijven, ontstaan er mogelijkheden voor andere voorzieningen om intrede te doen in het schoolgebouw. Door te kijken naar de behoefte per wijk, kunnen we hier afgewogen keuzes in maken.
14
Concluderend We vinden het belangrijk dat de gebouwen in onze gemeente toekomstbestendig zijn en voorzien in de behoeftes van de ouders, kinderen en medewerkers. Het moet een aantrekkelijke plek zijn om naartoe te gaan. Daarnaast willen we dat de gebouwen, indien mogelijk, multifunctioneel gebruikt worden, zodat we doelmatig en zo efficiënt mogelijk met ruimtes omgaan. Dat betekent dat ruimtes door meerdere partijen gedeeld worden en dat we bij leegstand kijken welke kansen dat biedt voor het realiseren van integrale voorzieningen. 2.3 Beleidsambities De hierboven beschreven visie en uitgangspunten leiden tot de volgende beleidsambities voor dit IHPK: 1. We spannen ons in om (wijk)gericht of eventueel kerngericht brede maatschappelijke wijkvoorzieningen te realiseren, waarbij de voorzieningen onderwijs en kinderopvang de basis vormen. Als de basis op orde is, kijken we naar samenwerkingsmogelijkheden met welzijn-, sport- en cultuurvoorzieningen, mogelijke partners hierbij zijn SBJ Samen Sterk, sportverenigingen en de bibliotheek. 2. We zetten ons in voor duurzame (IKC) gebouwen. Dat betekent dat de (IKC) gebouwen beschikken over een goed binnenklimaat, goed geïsoleerd zijn en voldoen aan de ventilatieeisen uit het geldende Bouwbesluit. De gemeente faciliteert de schoolbesturen hierin.
Aan de hand van de BENG normen en eisen uit het geldende Bouwbesluit bepalen we welk kwaliteitsniveau we hanteren voor de gebouwen. De gebouwen voldoen aan de kwaliteitseisen en wetgeving van het onderwijs en de kinderopvang. 3. We stimuleren multifunctioneel gebruik van gebouwen en leggen, indien nodig, afspraken hierover vast met het onderwijs, de kinderopvangorganisaties en eventueel andere partijen. Bovengenoemde beleidsambities leiden tot de volgende verwachtingen die we hebben van het veld: -
-
Het onderwijs spant zich in om gezamenlijk gebruik van ruimtes met de kinderopvang mogelijk te maken. Dat betekent dat BSO buiten schooltijd ook gebruik kan maken van ruimtes van de basisschool. IKC’s worden als één organisatie aangestuurd. Dat wil zeggen dat er dagelijks afstemming plaatsvindt tussen basisonderwijs en kinderopvang over aanbod van voorzieningen. Het onderwijs en de kinderopvangorganisaties spannen zich in voor een gedeelde pedagogische visie op het kind en doorlopende lijnen. Het onderwijs en de kinderopvangorganisaties dragen de IKC-gedachte uit op de locaties waar zij actief zijn. Dat houdt o.a. in dat partijen en medewerkers zich inspannen om de samenwerking met elkaar (verder) te ontwikkelen en te verdiepen.
Monitoring voortgang beleidsambities Om te monitoren waar we staan met onze beleidsambities, gebruiken we verschillende instrumenten.
15
➢ Ambitie 1. Het realiseren van brede maatschappelijke wijkvoorzieningen, waarbij de voorzieningen onderwijs en kinderopvang de basis vormen. Voor dit IHPK hebben we per school in beeld gebracht waar samenwerkingskansen liggen in de wijk. In de hoofdstukken 4, 5, en 6 zijn deze terug te vinden in de tabel met de huisvestingsgegevens. Aan de hand van dit overzicht kijken we samen met de partners waar kansen voor samenwerking liggen, afhankelijk van de ambities van de betreffende (integrale) kindcentra. Als basis geldt dat de samenwerking tussen het onderwijs en de kinderopvang goed moet staan. Daarna kan naar verbreding met andere partners gekeken worden. ➢ Ambitie 2. De gemeente streeft naar duurzame (IKC) gebouwen. Om te beoordelen hoe het gesteld is met de kwaliteit van de (IKC) gebouwen, is besloten om voor ieder (IKC) gebouw dat ouder is dan dertig jaar een technische schouw te laten uitvoeren. In de technische schouw wordt gekeken naar de aspecten: bouwkundige staat, onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, veiligheid, exploitatie, uitstraling en duurzaamheid. Op basis van deze criteria bepalen we wanneer er (naar schatting) een vervangingsopgave is (d.m.v. renovatie of nieuwbouw).
Voor dit IHPK is er een technische schouw uitgevoerd op het gebouw van de Beatrixschool (bouwjaar 1991, 31 jaar oud), de Prinsenhof in Koningshof (bouwjaar 1977, 45 jaar oud) en de Josephschool (bouwjaar 1965, 57 jaar oud). De bevindingen uit de technische schouw zijn beschreven in hoofdstuk 4. Omdat de schoolbesturen primair verantwoordelijk zijn voor het behoud van de gebouwen en het onderhouden daarvan tot aan de levensduur, kiezen wij ervoor alleen de gebouwen die ouder zijn dan 30 jaar te onderwerpen aan de technische schouw. Scholen die te maken hebben met een herschikking of teruggang in leerlingen waardoor het gebouw wordt onttrokken aan de onderwijsbestemming, komen niet in aanmerking voor een technische schouw. Hetzelfde geldt voor tijdelijke gebouwen die gebruikt worden voor het onderwijs en de opvang. ➢ Ambitie 3. Gebouwen in de gemeente worden multifunctioneel gebruikt. Om overzicht te houden over de bezetting van de (IKC) gebouwen, wordt bijgehouden hoeveel lokalen iedere school in gebruik heeft, zowel op de hoofd- als dislocatie. Door dit schematisch per wijk bij te houden, hebben we een overzicht van waar kansen ontstaan voor medegebruik. Daarnaast moedigen we als gemeente multifunctioneel gebruik aan door dit als wens onder de aandacht te brengen van de partners.
16
Hoofdstuk 3. Ontwikkelingen in de onderwijshuisvesting Met dit IHPK willen we inzichtelijk maken welke ontwikkelingen de komende tijd spelen voor en bij de scholen / IKC’s in de gemeente. In dit hoofdstuk zetten we de belangrijkste landelijke ontwikkelingen uiteen die van invloed zijn op ons lokaal onderwijshuisvestingsbeleid. Per ontwikkeling geven we aan hoe we hiermee omgaan. 3.1 Bewegingsonderwijs Wet- en regelgeving De gemeente is verantwoordelijk voor voorzieningen voor het bewegingsonderwijs. De grondslag hiervoor is vastgelegd in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs PN 2015; bijlage III, deel B 2, lokalen bewegingsonderwijs: 1. De ruimtebehoefte van een lokaal bewegingsonderwijs wordt vastgesteld: a. voor een school voor basisonderwijs, op 1,5 klokuur per week per groep leerlingen zes jaar en ouder; b. voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, op 2,25 klokuur per week per groep leerlingen zes jaar en ouder, en c. als het schoolgebouw niet beschikt over een speellokaal, op 3,75 klokuur per week voor de leerlingen vier en vijf jaar. 2. Bij een school voor voortgezet onderwijs wordt de ruimtebehoefte bepaald op basis van het aantal lestijden bewegingsonderwijs (berekening hiervoor is terug te vinden in de Verordening).
Ruimtebehoefte en capaciteit primair onderwijs (PO) Per schooljaar 2023/2024 zijn basisscholen verplicht om leerlingen van zes jaar en ouder (= groep 3) twee lesuren van 45 minuten (= 1,5 klokuur) bewegingsonderwijs aan te bieden. Voor speciaal basisonderwijs gaat het om drie lesuren van 45 minuten (= 2,25 klokuur). De (theoretische) ruimtebehoefte wordt bepaald aan de hand van het aantal groepen 3 t/m 8. Deze behoefte blijkt uit de prognoses PO van april 2022. Aantal klokuren bewegingsonderwijs 2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Pijnacker
147
153 160,5
165
171
174 175,5 176,5
178
Nootdorp7
64,5
63
60
58,5
57
57
57
58,5
61,5
Delfgauw
31,5
31,5
31,5
30
30
30
31,5
31,5
31,5
7 (V)SO ’t Kraaienest beschikt over een eigen sportvoorziening op het terrein van Ipse de Bruggen en is in het bovenstaande
overzicht niet meegenomen.
17
Capaciteit voorzieningen bewegingsonderwijs Per voorziening geldt een capaciteit van 26 klokuren per zaaldeel/per week (Handboek huisvesting bewegingsonderwijs KVLO 2019). Kern
Voorziening
zaaldelen klokuren
Gymnastieklokaal Pijnacker Goudenregensingel
1
26
Sportbox Ackerswoude
1
26
Sportzaal Gantellaan
1
26
Sportzaal Het Baken
2
52
Sporthal Het Nest
2
52
Subtotaal Pijnacker
7
182
Nootdorp Sportzaal Jan Janssen
2
52
Sporthal 's Gravenhout
2
52
Subtotaal Nootdorp
4
104
Delfgauw Sporthal Emerald
3
78
Totaal
14
364
Delfgauw
Nootdorp
Pijnacker
Capaciteit versus behoefte 2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Capaciteit
182
182
182
208
208
208
208
208
208
Behoefte
147
153 160,5
165
171
174 175,5 176,5
178
Verschil
35
29
21,5
43
37
34
32,5
31,5
30
Capaciteit
104
104
104
104
104
104
104
104
104
Behoefte
64,5
63
60
58,5
57
57
57
58,5
61,5
Verschil
39,5
41
44
45,5
47
47
47
45,5
42,5
Capaciteit
78
78
78
78
78
78
78
78
78
Behoefte
31,5
31,5
31,5
30
30
30
31,5
31,5
31,5
Verschil
46,5
46,5
46,5
48
48
48
46,5
46,5
46,5
18
Resumerend Er is voldoende capaciteit om aan de verplichting van 1,5 klokuur bewegingsonderwijs per groep leerlingen vanaf zes jaar te voldoen. Wel zijn er per kern en/of per wijk verschillen. Het is mogelijk dat scholen hierdoor niet de sportvoorziening toegewezen krijgen die hun voorkeur (i.v.m. afstand en bereikbaarheid) heeft. Enkele scholen in Pijnacker Zuid ervaren knelpunten bij de verdeling en toewijzing van de sportaccommodaties. Wij zijn over deze knelpunten met de scholen in overleg. Uren in de sportvoorzieningen die ‘over’ blijven mogen door de scholen ingevuld worden. Opmerkingen - Onderdeel van de KC-ontwikkeling aan de Groen van Prinstererlaan in Pijnacker Noord is de realisatie van een voorziening voor het bewegingsonderwijs. Deze voorziening bestaat uit één zaaldeel en wordt bij aanvang schooljaar 2024/2025 opgeleverd. Met de oplevering van deze voorziening neemt het totaal aantal beschikbare klokuren bewegingsonderwijs per schooljaar 2024/2025 met 26 toe. - In de eerste helft van 2024 wordt (naar verwachting) de nieuwe Jan Janssen sporthal opgeleverd. Deze nieuwe sporthal bestaat uit twee zaaldelen. Het aantal beschikbare klokuren blijft 52. Ruimtebehoefte en capaciteit voortgezet onderwijs (VO) VO school Stanislas College Pijnacker heeft de volgende ruimtebehoefte (prognoses 2019):
Klokuren
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
109
109
108
106
104
103
102
101
100
Sporthal De Viergang wordt uitsluitend gebruikt voor de sportlessen van het Stanislas College. Voor het VO geldt een capaciteit van 40 klokuren per zaaldeel/per week (Handboek huisvesting bewegingsonderwijs KVLO 2019). Sporthal De Viergang heeft een capaciteit van 120 lesuren van 50 minuten (drie zaaldelen x 40 klokuren). 3.2 Duurzaamheid Het in 2019 aangenomen nationale klimaatakkoord stelt de onderwijshuisvesting voor een grote opgave. In het klimaatakkoord is de ambitie opgenomen om te komen tot een CO2-reductie van 49% in 2030 en een energieneutraal gebouwde omgeving, waaronder het onderwijsvastgoed, te bewerkstelligen in 2050. Het Ministerie van OCW heeft daarnaast de ambitie uitgesproken dat alle primair onderwijs en voortgezet onderwijs scholen in 2040 energieneutraal zijn. Deze besluiten maken dat aanpassingen aan schoolgebouwen nodig zijn. In 2020 heeft het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in opdracht van het ministerie van OCW onderzoek gedaan naar de kwaliteit van onderwijshuisvesting in het primair en voortgezet onderwijs. Kwaliteitsverbetering van het onderwijsvastgoed kan bijdragen aan het terugdringen van het energiegebruik en de CO2-uitstoot. De energetische staat van een schoolgebouw maakt samen met de leeftijd van het gebouw en de kwaliteit van het binnenklimaat onderdeel uit van de technische kwaliteitsaspecten van een school.
De technische kwaliteitsaspecten bepalen de grootte van het kwaliteitsverbeteringsvraagstuk.
19
Uit het onderzoek van het EIB blijkt dat een groot deel van de scholen in Nederland weinig energiezuinig is en een slecht binnenklimaat heeft. Vanuit de wet- en regelgeving worden er eisen gesteld aan de energetische staat en de kwaliteit van het binnenklimaat van onderwijsinstellingen. Uit een inventarisatie naar de ventilatie op scholen in Pijnacker-Nootdorp blijkt dat de meeste scholen in onze gemeente voldoen aan de ventilatie eisen uit het Bouwbesluit van 2012. De raad is in juli 2021 geïnformeerd over stand van zaken door middel van een informatienota. Per 1 januari 2021 is in het bouwbesluit opgenomen dat alle nieuw te bouwen gebouwen vanaf die datum moeten voldoen aan de Bijna Energieneutrale Gebouw eisen (BENG). Daarmee worden strengere eisen gesteld om zo het energiegebruik van gebouwen te verlagen. Ook het renoveren van gebouwen wordt nu opgenomen in de wet en valt onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Dit houdt in dat na veertig jaar, de levensduur van een gebouw, er omvangrijk groot onderhoud, ofwel renovatie, moet plaatsvinden. Hoe gaan we hiermee om? Duurzaamheid is een maatschappelijk relevant thema. Het gaat niet alleen over het energieverbruik van gebouwen, maar dient breder bekeken te worden.
Duurzaamheid heeft onder andere betrekking op een goed en gezond binnenklimaat, de onderwijskundige functionaliteit van een gebouw en of het gebouw passend en toegankelijk is voor de gebruikers. We vinden het belangrijk dat de (IKC) gebouwen in onze gemeente van kwalitatief goede aard zijn. Dat betekent dat de (IKC) gebouwen beschikken over een goed binnenklimaat, goed geïsoleerd zijn en voldoen aan de ventilatie-eisen uit het geldende Bouwbesluit. Om te beoordelen hoe het gesteld is met de kwaliteit van de (IKC) gebouwen, is besloten om voor ieder (IKC) gebouw dat ouder is dan dertig jaar een technische schouw te laten uitvoeren. Omdat de schoolbesturen primair verantwoordelijk zijn voor het behoud van de gebouwen en het onderhouden daarvan tot aan de levensduur, kiezen wij ervoor alleen de gebouwen die ouder zijn dan dertig jaar te onderwerpen aan de technische schouw8. In afwachting van het Rijksbeleid houden we voor de (IKC) gebouwen qua energieverbruik niveau BENG aan. Bovendien moedigen we schoolbesturen aan in initiatieven op het gebied van groene daken en pleinen. Een aandachtspunt voor een volgend IHPK zijn onze ambities met betrekking tot het gasloos krijgen van schoolgebouwen voor 2050. Het beleid hierop is nog in ontwikkeling. Wel is het zo dat we relatief veel oude gebouwen afstoten en vervangen voor nieuwbouw.
3.3 Ventilatie In 2021 is er veel ingezet op het verbeteren van de ventilatie in scholen. Het kabinet kwam met de Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen (SUVIS) regeling om scholen te stimuleren het binnenklimaat in hun gebouwen te verbeteren. De regeling richtte zich met name op het financieren van de bouw- en installatiekosten om een schoolgebouw te laten voldoen aan de ventilatie eisen. De regeling was bedoeld voor bestaande schoolgebouwen, niet voor nieuwbouw. De SUVIS-regeling liep tot 30 april 2022 en is volledig uitgeput. Op verzoek van schoolbesturen Octant (Beatrixschool en Ackerweide) en SGH (Meander) hebben wij een SUVIS-aanvraag ingediend. Deze zijn alle drie toegekend. Voor de uitvoering van de SUVIS-regeling was € 100 miljoen beschikbaar gesteld. Via de SUVISregeling financierde het Rijk maximaal 30% van de totale kosten voor het verbeteren van de ventilatie. Voor de overige 70% was in principe de gebouweigenaar (= schoolbestuur) 8
Het staat schoolbesturen vrij eerder een technische schouw te laten uitvoeren. Voor de gemeentelijke taak houden wij een grens van dertig jaar aan.
20
verantwoordelijk. Gemeenten en schoolbesturen bekeken gezamenlijk hoe deze investering gedaan kon worden. Een eventuele SUVIS aanvraag werd, op verzoek van het schoolbestuur, ingediend door de gemeente. Omdat ventilatie een urgent thema is, heeft het Rijk in 2022 besloten dat scholen extra geld en ondersteuning krijgen voor de aanschaf van CO2-meters. Het Rijk stelt € 140 miljoen beschikbaar voor de uitwerking van de Maatwerkregeling Ventilatie op Scholen, als opvolging van de Suvisregeling. Schoolbesturen ontvangen uit deze regeling maximaal 60% financiering vanuit het Rijk voor de meest urgente gevallen, ten behoeve van ventilatiemaatregelen en flankerend energiebesparende maatregelen. De Maatwerkregeling ventilatie op scholen is een subsidie aan bevoegde gezagsorganen. Het is een regeling met een ‘basis’ met standaard cofinanciering vanuit het Rijk ter hoogte van 30% (voor de meer financieel draagkrachtige schoolbesturen en gemeenten), die daarnaast via het ‘vangnet’ 60% Rijksbijdrage biedt voor de meest urgente gevallen op basis van aanvullende voorwaarden (voor de groep schoolbesturen met de meest urgente problematiek, maar met te weinig financiële draagkracht). In zowel de ‘basis’ als het ‘vangnet’ wordt het gemaximeerde bedrag (op basis van leerlingstaffels) per aanvraag losgelaten.
Met de Maatwerkregeling wordt beoogd het knelpunt van cofinanciering dat speelde in de SUVIS-regeling op te lossen en de financiële drempel om een aanvraag in te dienen te verlagen. Hoe gaan we hiermee om? Door ontoereikende middelen voor huisvesting in zowel het gemeentefonds als de lumpsum, waren – en zijn – wij niet in staat bij te dragen aan ventilatieregelingen met cofinanciering. Wel heeft ventilatie ook onze nadrukkelijke aandacht en volgen we landelijke initiatieven op het gebied van ventilatie, zoals het landelijke onderzoek van de TU Eindhoven naar luchtzuivering in scholen in Nederland. Daarnaast denken we mee met de schoolbesturen en communiceren we mogelijkheden voor ondersteuning en financiering. 3.4 Verhoging normbedragen VNG n.a.v. stijgende bouwkosten De gemeente is verantwoordelijk voor het financieren van onderwijshuisvesting. De manier waarop de budgetten die de gemeente beschikbaar stelt aan de schoolbesturen tot stand komen, zijn vastgelegd in de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Pijnacker-Nootdorp 2015 en zijn gebaseerd op de normvergoeding van de VNG. De normbedragen van de VNG zijn bedoeld als realistische weergave van de werkelijke kosten. De realiteit is dat dit helaas de laatste jaren niet meer het geval is. Zo blijkt uit recente marktverkenningen in lopende projecten.
In 2018 heeft de VNG gemeenten geadviseerd de normbedragen voor onderwijshuisvesting eenmalig te verhogen met 40%. Aanleiding hiervan waren de stijgende bouwkosten voor nieuwbouw waar in de VNG-normbedragen geen rekening mee gehouden werd. Als reactie op de werkelijke kostenontwikkeling heeft de raad van Pijnacker-Nootdorp daarom besloten de normbedragen eenmalig op te hogen. In 2019 zijn de normbedragen opnieuw geïndexeerd en verhoogd. Om aan te sluiten op de systematiek van de prijsbijstelling heeft de VNG de norm voor de bouwkosten in 2020 opnieuw opgehoogd met 6,38%. Daarnaast heeft de VNG de normbedragen eenmalig opgehoogd met 9,6% vanwege de opname van BENG in het Bouwbesluit. De exploitatie voor de eerste inrichting en vergoeding voor gymnastiekaccommodaties werd in 2021 met 1,57% opgehoogd.
21
In 2021 heeft de raad ingestemd met het indexeren van de normering voor de vergoedingen van de onderwijshuishuisvesting. De gemeente neemt het advies van de VNG over. Er is het volgende besloten: • • • • •
De vergoedingen voor nieuwbouw en uitbreiding van scholen en gymnastiekaccommodaties te indexeren met 6,38%; Ten behoeve van duurzaamheidsmaatregelen de normen te indexeren met 9,6%; Het bestaande duurzaamheidsbeleid van € 250/m2 voor nieuwbouw en uitbreidingen van onderwijs- en welzijnsaccommodaties per 31 december 2020 te beëindigen; De vergoeding voor de eerste inrichting school- en gymnastiekaccommodaties te indexeren met 1,57%; De vergoeding voor exploitatie gymnastiekaccommodaties te indexeren met 1,2%.
Deze indexering geldt alleen voor nieuwe huisvestingsprojecten en lopende projecten die nog niet zijn aanbesteed. De normering voor de vergoedingen zijn per 1 januari 2022 opnieuw geïndexeerd. De Rijksbekostiging naar de gemeenten houdt geen rekening met de indexering. De algemene uitkering wordt hier niet op aangepast. Hoe gaan we hiermee om? De coronacrisis en de huidige ontwikkelingen in Oekraïne hebben ook hun doorwerking op de onderwijshuisvesting. De bouwprijzen zijn flink gestegen, waardoor het voor gemeenten steeds moeilijker wordt om zonder budgetoverschrijdingen uit een aanbesteding te komen. Het is moeilijk anticiperen hierop, omdat het vooralsnog onduidelijk is wat de gevolgen op lange termijn gaan zijn. Op basis van marktverkenningen maken we actuele en reële schattingen binnen de diverse projecten. 3.5 Wet meer ruimte voor nieuwe scholen Op 1 oktober 2019 is de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen (MRvNS) aangenomen. Deze wet, die per 1 juni 2021 in werking is getreden, maakt het mogelijk om een school te stichten op basis van belangstelling van ouders en leerlingen. Voorheen kon er alleen een nieuwe school gesticht worden als deze aansloot op een erkende geloofs- of levensovertuiging, een zogenaamde richting. Met de komst van de nieuwe wet is dit veranderd. Een school kan nu ook op basis van een onderwijsconcept opgericht worden.