CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Gemeenschappelijke regeling VRH 2025

Raad Besluitvorming 17 oktober 2024, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 15328453.852 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2025 De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer; Gelet op het bepaalde in: de Wet veiligheidsregio’s; de Tijdelijke wet ambulancezorg; de Wet toelating zorginstellingen; de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet; overwegende: dat zij op grond van artikel 8 en 9 en de bijlage van de Wet veiligheidsregio’s zijn aangewezen om tezamen een veiligheidsregio te vormen; dat de huidige gemeenschappelijke regeling 2016 met het oog op de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Wet veiligheidsregio’s en de overgang van de meldkamer ambulancezorg naar de gemeente Den Haag de inwerkingtreding van de Wet publieke gezondheid en de Tijdelijke wet ambulancezorg aanpassing behoeft; BESLUITEN: dat de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2016 met ingang van 1 april 2025 wordt gewijzigd in de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2025, die luidt als volgt:

HOOFDSTUK I. Algemeen Artikel 1. Begripsbepalingen Onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s wordt in deze gemeenschappelijke regeling verstaan onder: a. de regeling: de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2025; b. de gemeenten: één van de in artikel 2, derde lid, genoemde gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, PijnackerNootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer; 1

c. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland; d. colleges: colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten; e. raden: de gemeenteraden van de gemeenten; f. De veiligheidsregio: de Veiligheidsregio Haaglanden; g. veiligheidsdirectie: de multidisciplinaire directie als bedoeld in artikel 19 21; h. de Brandweerkamer: door de Vereniging van Nederlands Gemeenten ingestelde kamer die tot doel heeft het collectief werkgeverschap van veiligheidsregio’s te organiseren en van daaruit het overleg met de vakorganisaties vorm te geven. h. wet: Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 2. Instelling, plaats van vestiging en belang 1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam als bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s ingesteld, genaamd Veiligheidsregio Haaglanden. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd in Den Haag. 3. De veiligheidsregio behartigt de regionale belangen van de gemeenten op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, en geneeskundige hulpverlening.

HOOFDSTUK II. Taak van de veiligheidsregio Artikel 3. Overdracht taken en bevoegdheden 1. Aan het algemeen bestuur worden de taken overgedragen genoemd in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s. 2. De colleges kunnen, afzonderlijk of tezamen, andere taken of bevoegdheden opdragen of overdragen aan het bestuur van de veiligheidsregio, voor zover deze taken binnen het belang van de regeling vallen, als omschreven in artikel 2, lid 3. Het Algemeen Bestuur moet instemmen met deze aanvullende overdracht of opdracht van taken en bevoegdheden.

HOOFDSTUK III. Algemeen bestuur Artikel 4: Taakverdeling 1. Het Algemeen Bestuur wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter, een portefeuillehouder Financiën en een portefeuillehouder Personeelszaken aan.

Artikel 4. Vergaderingen algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste vier maal. Indien de voorzitter dan wel enig ander lid daarom verzoekt zal een extra vergadering worden georganiseerd. 2

2. Voor de vergaderingen van het algemeen bestuur roept de voorzitter de leden spoedeisende gevallen daargelaten - ten minste tien dagen voor het houden van de vergadering door middel van een schriftelijke kennisgeving op. In deze kennisgeving zijn de punten vermeld, die ter vergadering zullen worden behandeld. De daarbij behorende bescheiden zullen zoveel mogelijk worden toe gezonden. 3. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur. 4. De leden van de veiligheidsdirectie wonen nemen als adviseur deel aan de vergaderingen van het algemeen bestuur bij. Zij hebben geen stemrecht. 5. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Indien de voorzitter dan wel enig ander lid het nodig oordeelt, dient het algemeen bestuur te besluiten of zal worden vergaderd met gesloten deuren. 6. Het algemeen bestuur kan besluiten tot het houden van themabijeenkomsten. In deze bijeenkomsten vindt discussie plaats tussen de leden van het algemeen bestuur over nader te bepalen thema’s. Deze bijeenkomsten hebben een besloten karakter en er worden geen besluiten genomen. 7. Het Algemeen Bestuur kan, in aanvulling op het bepaalde in artikel 4, besluiten een van zijn leden aan te wijzen als bestuurlijk portefeuillehouder. Het vervullen van een combinatie van portefeuilles is mogelijk.

Artikel 5. Besloten vergadering In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan niet worden beraadslaagd, noch een besluit worden genomen terzake van: a. de vaststelling en wijziging van de begroting; b. de vaststelling van de rekening; c. het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen; d. de gevolgen van het toetreden tot, het uittreden uit, of het wijzigen of opheffen van de regeling; e. het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling; f. e. het oprichten van of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelneming daaraan. g. het aangaan van geldleningen, het uitlenen van gelden en het waarborgen van geldelijke verplichtingen door anderen aan te gaan; h. het geheel of gedeeltelijk vervreemden en het bezwaren van een onroerende zaak; i. het doen van een uitgaaf voordat de begroting of de begrotingswijziging waarbij deze uitgaaf is geraamd, is goedgekeurd.

Artikel 6. Stemverhouding 1. Er is sprake van een gewogen stemverhouding. Het nemen van besluiten door het algemeen bestuur vindt plaats volgens de volgende stemverdeling: a. leden uit gemeenten < 30.000 inwoners: 1 stem; b. leden uit gemeenten > 30.000 tot 90.000 inwoners: 2 stemmen; 3

c. leden uit gemeenten > 90.000 tot 150.000 inwoners: 3 stemmen; d. leden uit gemeenten > 150.000 tot 300.000 inwoners: 4 stemmen; e. leden uit gemeenten > 300.000 inwoners: 5 stemmen. 2. Voor de vaststelling van het aantal inwoners van de betrokken gemeente(n) wordt uitgegaan van de per 1 januari van het voorafgaande jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.

Artikel 7. Quorum 1.

2.

De vergadering van het algemeen bestuur vindt alleen doorgang indien blijkt uit de presentielijst, dat meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is opgekomen, die ten minste meer dan de helft van de uit te brengen stemmen vertegenwoordigen. Wanneer hieraan niet is voldaan wordt een nieuwe vergadering belegd., tenzij alle aanwezige leden er -op voorstel van de Voorzitter- mee instemmen dat de vergadering doorgang vindt. Bij toepassing van de tweede zin van het eerste lid, is besluitvorming eerst tot stand gekomen indien de benodigde meerderheid van het aantal zitting hebbende leden achteraf schriftelijk instemt met het verslag c.q. de standpuntbepaling van de aanwezige leden in de eerstbedoelde vergadering. Zo dit niet het geval is, worden de desbetreffende voorstellen opnieuw ter besluitvorming voorgelegd aan het Algemeen Bestuur in de eerstvolgende vergadering.

Artikel 8. Oprichten en deelnemen in privaatrechtelijke rechtspersonen. Het algemeen bestuur is bevoegd om stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen op te richten en daarin deel te nemen.

Artikel 9. Zienswijzen Het algemeen bestuur kan besluiten de raden de mogelijkheid te bieden om een schriftelijke zienswijze te geven over haar voorgenomen besluiten.

Artikel 10. Participatie Mogelijkheden voor inspraak en participatie worden vastgelegd in het reglement van orde van het algemeen bestuur.

4

HOOFDSTUK IV. Dagelijks bestuur Artikel 11. Samenstelling 1. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een dagelijks bestuur aan dat tenminste bestaat uit de voorzitter, de portefeuillehouder financiën en de portefeuillehouder personeelszaken. 2. Het portefeuillehouderschap als bedoeld in het eerste lid en het plaatsvervangend voorzitterschap worden beëindigd: a. op verzoek van de functionaris zelf; b. bij het einde van het lidmaatschap van het algemeen bestuur; na een besluit daartoe van het algemeen bestuur.

Artikel 12. Vergaderingen van het dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter dan wel één der andere leden het nodig oordeelt. 2. Het Dagelijks Bestuur vergadert volgens een reglement van orde dat ter goedkeuring aan het Algemeen Bestuur zal worden aangeboden. 3. Dit reglement bevat bepalingen over de verplichting van leden van het Dagelijks Bestuur om inlichtingen te verstrekken aan de leden van het Algemeen Bestuur, en de wijze waarop deze inlichtingen verstrekt worden. 4. 2. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar. 5. 3. De commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris wonen de vergaderingen van het dagelijks bestuur bij maar hebben daarin geen stemrecht.

HOOFDSTUK V. Informatie en verantwoording Artikel 13. Verantwoording aan de gemeenteraad Een lid van het algemeen bestuur geeft aan de colleges en gemeenteraden alle inlichtingen die door het betrokken college of de raad, of één of meer leden daarvan, worden verlangd op de in die gemeente gebruikelijke wijze. 2. Een lid van het algemeen bestuur kan door het college en de gemeenteraad, op de in die gemeente gebruikelijke wijze ter verantwoording worden geroepen voor zijn bijdrage in het algemeen bestuur. 1.

Artikel 14. Informatie aan de gemeenteraad Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en de Voorzitter geven aan de gemeenteraden ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen bestuur en de Voorzitter en het dagelijks bestuur verstrekken aan de gemeenteraden alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden worden verlangd. 3. Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde. 1.

5

HOOFDSTUK VI. De Voorzitter Artikel 15. Voorzitter 1. Voor de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur roept de voorzitter de leden - spoedeisende gevallen daargelaten - ten minste tien dagen voor het houden van de vergadering door middel van een schriftelijke kennisgeving op. In deze kennisgeving zijn de punten vermeld, welke ter vergadering zullen worden behandeld. De daarbij behorende bescheiden zullen zoveel mogelijk worden toe gezonden. 2. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en draagt er zorg voor, dat de besluiten van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur naar behoren worden uitgevoerd. 3. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.

HOOFDSTUK VII. Secretaris Artikel 16. Taak secretaris 1. De secretaris is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter in alles wat de hun opgedragen taak aangaat, behulpzaam. 2. De secretaris woont de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur bij. 3. De secretaris ondertekent mede alle stukken, die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.

Artikel 17. Aansturing 1. De secretaris is verantwoording verschuldigd aan het Algemeendagelijks bestuur. 2. Het Algemeen dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat de secretaris. 3. Het Algemeen dagelijks bestuur regelt de vervanging van de secretaris.

HOOFDSTUK VIII. Organisatie Artikel 18. Organisatieonderdelen 1. De veiligheidsregio kent de volgende organisatieonderdelen, functionarissen en samenwerkingsverbanden: a. de regionale brandweer; b. de GHOR c. de gemeenschappelijke meldkamer als bedoeld in artikel 35 van de Wet veiligheidsregio’s. 2. De veiligheidsregio kent de volgende functionarissen: a. de commandant brandweer; 6

b. de directeur publieke gezondheid; c. de directeur van de meldkamer; d. c. de coördinerend functionaris. 3. De veiligheidsregio werkt samen met de politie en de gemeenten in de veiligheidsdirectie. 4. Het Algemeen Bestuur is bevoegd andere organisatieonderdelen in te stellen, andere functionarissen te benoemen en samenwerkingsverbanden aan te gaan.

Artikel 19. Regelen van de organisatie 1. Teneinde een doelmatige taakuitoefening te bevorderen stelt het dagelijks bestuur een organisatieverordening vast die in elk geval bevat: a. de taken, structuur en werkwijze van de ambtelijke organisatie; b. de bevoegdheden van de ambtelijke leiding en de relatie met het bestuur; c. op welke wijze de relatie met de ondernemingsraad wordt vormgegeven; d. op welke wijze de verantwoordelijkheid voor het beheer van de organisatie wordt belegd in de organisatie; e. op welk wijze wordt voldaan aan de eisen die ten aanzien van dit beheer gelden op het gebied van doelmatigheid en rechtmatigheid; f. op welke wijze de verantwoordelijkheid voor het financiële beleid en het personeelsbeleid wordt belegd in de organisatie. 2. In de organisatieverordening wordt voorts in ieder geval opgenomen over de leden van de veiligheidsdirectie ambtelijke leiding op welke wijze zij hun haar taak dienent te verrichten, mede in relatie tot elkaars functies. 3. In de organisatieverordening wordt over de directeur meldkamer tenminste opgenomen op welke wijze hij zijn taak dient te verrichten, mede in relatie tot de functies van de leden van de veiligheidsdirectie.

Artikel 20. Dienstverlening (niet wettelijke taken) De regionale brandweer kan werkzaamheden uitvoeren in het verlengde van de in artikel 25 van de Wet veiligheidsregio’s genoemde taken, voor zover dit niet ten koste gaat van de uitoefening van deze taken. Voor deze dienstverlening is een vergoeding verschuldigd.

Artikel 18: Directeur publieke gezondheid De directeur publieke gezondheid is naast verantwoordelijk voor de leiding van de GHOR als omschreven in artikel 32 van de Wet veiligheidsregio’s, tevens directeur van de Meldkamer voor de ambulancezorg.

HOOFDSTUK IX. De veiligheidsdirectie Artikel 21. Taak veiligheidsdirectie

7

1. De commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid, de coördinerend functionaris, de chef van politie-eenheid Den Haag en eventueel andere door het Algemeen dagelijks bestuur aan te wijzen functionarissen vormen tezamen de veiligheidsdirectie. 2. De veiligheidsdirectie is belast met de multidisciplinaire afstemming en coördinatie van de voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing en fungeert als primair adviesorgaan van het algemeen bestuur dienaangaande. Zij richt zich hierbij in ieder geval op de onderwerpen genoemd in artikel 19 van de Wet veiligheidsregio’s, het beleidsplan bedoeld in artikel 14 van deze wet en het risicoprofiel als bedoeld in artikel 15 van deze wet. 3. Een van de leden van de Veiligheidsdirectie wordt door het Algemeen Bestuur benoemd als directeur Meldkamer. 4. 3. De veiligheidsdirectie kan vertegenwoordigers op directieniveau van onder andere het Openbaar Ministerie, ministerie van Defensie, waterschappen, provincie en Rijkswaterstaat crisispartners uitnodigen om deel te nemen aan haar besprekingen.

HOOFDSTUK X. Commissies Artikel 22. Instelling commissies 1. Het algemeen bestuur kan naast commissies van advies in de zin van artikel 24, van de wet gemeenschappelijke regelingen, commissies in de zin van artikel 24a en 25 van de wet gemeenschappelijke regelingen instellen. 2. Bij het instellen van een commissie worden door het algemeen bestuur naast regels met betrekking tot bevoegdheid en samenstelling ook regels vastgesteld over de werkwijze van de commissie.

Artikel 23. Adviescommissie financiën 1. Het algemeen bestuur stelt Er is een adviescommissie financiën in die tot taak heeft aan de hand van jaarrekening, jaarverslag, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de begroting het algemeen bestuur te adviseren over het financiële beheer en beleid. 2. In deze commissie heeft per gemeente één gemeenteraadslid en één plaatsvervanger zitting, die door de desbetreffende gemeenteraad uit zijn midden worden gekozen. Het algemeen bestuur kan nadere regels stellen ten aanzien van de taken, verantwoordelijkheden en werkwijze van deze commissie. 3. De adviescommissie financiën adviseert het algemeen bestuur over uit te voeren doelmatigheidsonderzoeken.

Artikel 24. Commissie van advies voor de rampenbestrijding 1. Het algemeen bestuur stelt de vaste commissie van advies voor de rampenbestrijding in die haar van advies dient terzake van gemeentelijke processen op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing.

8

2. In deze commissie hebben zitting: a. de gemeentesecretarissen van de gemeenten; b. de coördinerend functionaris zoals genoemd in artikel 15 18, lid 2, onder cd. 3. Het algemeen bestuur kan nadere regels stellen ten aanzien van de werkwijze van de commissie.

Hoofdstuk XI. Advies over geneeskundige hulpverlening Artikel 23. Advies over geneeskundige hulpverlening Het Algemeen Bestuur kan het Algemeen Bestuur van GGD Haaglanden om advies vragen terzake van de taken van de GHOR.

HOOFDSTUK XII. Personeel Artikel 24. Personeel Vervallen

HOOFDSTUK XIII. Financiële bepalingen Artikel 25. Begroting 1. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks een begroting van baten en lasten voor het volgende kalenderjaar vast. De artikelen 34 tot en met 35 van de wet zijn hierbij van toepassing. Het Dagelijks Bestuur maakt elk jaar een ontwerpbegroting van baten en lasten voor het volgende kalenderjaar, alsmede voor de aansluitende periode van drie jaar een ontwerpmeerjarenbegroting. De ontwerpbegroting en de ontwerpmeerjarenbegroting zijn zodanig ingericht dat daaruit blijkt welke baten en lasten verband houden met de taken van de veiligheidsregio. 2. Voor 15 april van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting geldt, zendt het Dagelijks Bestuur, de ontwerpbegroting en de ontwerpmeerjarenbegroting, vergezeld van een voorlopige jaarrekening en de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan elk van de gemeenteraden toe. 3. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld om binnen 8 weken na verzending van de ontwerpen hun eventuele zienswijze over de ontwerpbegroting schriftelijk ter kennis te brengen van het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden.

Het Algemeen Bestuur betrekt deze eventuele zienswijzen van de gemeenteraden bij de vaststelling van de begroting en de meerjarenbegroting. 4. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling doch in ieder geval voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten ter beoordeling en aan de gemeenteraden ter kennisneming. 5. Het Dagelijks Bestuur deelt de beslissing van Gedeputeerde Staten inzake de beoordeling van de begrotingen zo spoedig mogelijk mede aan de gemeenteraden. 9

6. 2. Met uitzondering van de data, c.q. termijnen, is De voorschriften uit artikel 35 van de wet in de vorige lieden beschreven procedure zijn ook van toepassing op besluiten van het algemeen bestuur tot wijziging van de begroting c.q. meerjarenbegroting. 7. De raden van de deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de vastgestelde begroting en/of begrotingswijzigingen één op één worden verwerkt in de gemeentelijke begroting.

Artikel 26. Rekening 1. Het algemeen bestuur stelt de rekening over het voorgaande kalenderjaar voor 15 juli van het daarop volgende jaar vast. 2. Het dagelijks bestuur zendt een afschrift van de door het algemeen bestuur vastgestelde rekening binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de rekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten.

Artikel 27. Baten en lasten 1. De baten van de gemeenschappelijke regeling bestaan uit de navolgende componenten: a. een bijdrage van het Rijk; b. subsidies en specifieke projectbaten; c. een bijdrage van de Regionale Ambulancevoorziening Haaglanden aan de ambulancezorgtaak van de Meldkamer Ambulancezorg; d. c. een bijdrage van de deelnemende gemeenten; e. d. overige baten. 2. De lasten van de veiligheidsregio vloeien voort uit haar taken op grond van de Wet veiligheidsregio’s en de door de colleges opgedragen taken als bedoeld in artikel 3, tweede lid van deze regeling. In de begroting wordt gespecificeerd welke lasten door welke baten worden gedekt. 3. De gemeenten betalen een maal per half jaar een voorschot op de hun verschuldigde bijdragen. 4. De gemeenten waarborgen de betaling van rente en aflossing van de door de gemeenschappelijke regeling gesloten geldleningen volgens door het algemeen bestuur vast te stellen regels. Indien geldschieters dit wensen, doen de gemeenten hierbij afstand van de voorrechten welke de wet gemeenschappelijke regelingen aan borgen toelaat.

Artikel 28. Financiële voorschriften 1. Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast terzake van het geldelijk beheer, de financiële administratie en de verzekering van eigendommen. 2. Het dagelijks bestuur sluit een verzekering met betrekking tot wettelijke aansprakelijkheid.

HOOFDSTUK XIVI. Archiefbescheiden en klachtenbehandeling Artikel 29. Archief 10

1. Het dagelijks Algemeen bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen ingesteld bij de gemeenschappelijke regeling, overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen regeling, welke aan gedeputeerde staten moet worden medegedeeld. 2. De commandant brandweer en de directeur publieke gezondheid zijn met inachtneming van het terzake bepaalde in de organisatieverordening belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Den Haag. 3. De archivaris van de gemeente Den Haag oefent toezicht uit op het in het tweede derde lid van dit artikel genoemde beheer. 4. Als archiefbewaarplaats in de zin van artikel 12 van de Archiefwet 1995 wordt de archiefbewaarplaats van de gemeente Den Haag aangewezen. 5. Na opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de in het derde eerste lid bedoelde archiefbescheiden door het Algemeen dagelijks bestuur overgebracht naar de archiefbewaarplaats . 6. De in het vijfde lid van dit artikel bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente Den Haag. 7. Bij overbrenging van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats stelt het algemeen bestuur zonodig beperkingen aan de openbaarheid. als bedoeld in artikel 15, lid 1 van de Archiefwet 1995.

Artikel 30. Behandeling van klachten 1. Het algemeen bestuur stelt nadere regels vast over de behandeling van klachten over gedragingen van personen werkzaam bij de Veiligheidsregio draagt zorg voor een behoorlijke behandeling van klachten. 2. De Nationale ombudsman functioneert als externe klachtinstantie voor de veiligheidsregio als bedoeld in titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van klachten die worden afgehandeld conform de Wet klachtrecht cliënten zorgsector.

HOOFDSTUK XIII. Inwerkingtreding, toetreding en uittreding Artikel 31. Toe- en uittreding 1. Toetreding van gemeenten tot de regeling is mogelijk overeenkomstig de bepalingen van de Wet indien de bijlage bij artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s daartoe noopt. 2. Uittreding uit de gemeenschappelijke regeling is niet mogelijk, tenzij indien de bijlage bij een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s, daartoe noopt tot uittreding van een of meer bestuursorganen. 3. Het college dat moet uittreden, doet een verzoek hiertoe aan de voorzitter. De voorzitter zendt het verzoek onverwijld aan het algemeen bestuur. 4. Het uittredende college en het dagelijks bestuur doen gezamenlijk een voorstel voor de gevolgen van de uittreding. Het voorstel bevat in elk geval de vergoeding van de berekenbare kosten die rechtstreeks het gevolg zijn van de uittreding en de gevolgen voor het vermogen. Het voorstel wordt onverwijld aan het algemeen bestuur gezonden.

11

5. De uittreding vindt plaats nadat de colleges in meerderheid hebben ingestemd met het voorstel inzake de gevolgen en daarmee de uittreding zelf, waarbij in elk geval het uittredende college moet instemmen. Artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is van overeenkomstige toepassing. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de gevolgen van uittreding en daarmee de uittreding zelf, wordt het geschil voorgelegd aan gedeputeerde staten, overeenkomstig artikel 28 van de wet. gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 32. Evaluatie, wijziging of opheffing 1. Het algemeen bestuur kan besluiten tot evaluatie van deze regeling. 2. Een voorstel aan de besturen van de gemeenten tot wijziging van deze regeling kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door de bestuursorganen van ten minste vijf van de gemeenten, zulks onverminderd de ter zake van toepassing zijnde bepalingen in de Wet. 3. Een besluit tot wijziging van deze regeling dient met instemming van de colleges en raden van alle gemeenten te worden genomen. 4. Ingeval van opheffing, stelt het algemeen bestuur, de colleges van burgemeester en wethouders gehoord, een liquidatieplan vast en regelt onder goedkeuring van gedeputeerde staten de vereffening van het vermogen.

Artikel 33. Intrekking De Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2016 wordt ingetrokken.

Artikel 33. Inwerkingtreding en bekendmaking 1. Deze regeling geldt voor onbepaalde tijd. 2. De gewijzigde regeling treedt in werking op 1 april 2025.

Artikel 34. Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2025”.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14558337/2