CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage- Concept Investerings- en financieringsplan 2020-2025

Raad Besluitvorming 25 maart 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Investerings- en financieringsplan 2020-20255.186 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept Investerings- en financieringsplan 20202025

Inhoudsopgave Inhoudsopgave............................................................................................................................... 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 3 1. Huidige financiële situatie ........................................................................................................ 4 2. Kaders en uitgangspunten........................................................................................................ 6 2.1

Inzet Algemene reserve ................................................................................................ 6

2.2

Aflossen van langlopende schulden ............................................................................. 7

2.3

Vrijspelen exploitatieruimte door inzet reserves kapitaallasten .................................. 8

2.4

Maximaal bedrag exploitatieruimte en looptijd........................................................... 9

2.5

Reservering toekomstige investeringen vanuit Uitvoeringsagenda ........................... 10

2.6

Eindstand .................................................................................................................... 12

3. Overige aandachtspunten ...................................................................................................... 13 4. Investerings- en financieringsplan 2020-2025 ....................................................................... 15 4.1

Financieel perspectief Investerings- en financieringsplan 2021-2025 ....................... 15

4.2

Kaders en uitgangspunten Investerings- en financieringsplan 2020-2025................. 15

4.3

Vervolg........................................................................................................................ 15

pagina 2/17

Inleiding Op 17 december 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met het proces ‘Investeringsschema 2020-2030’ (zaaknummer 1203645). Het besluit luidt als volgt: 1. het college opdracht te geven een voorstel uit te werken, inclusief kaders en uitgangspunten over de mogelijkheid om investeringen met een lange levensduur te financieren vanuit de algemene reserve door middel van bestemmingsreserves, met daarin onder andere: a. mogelijk toekomstige investeringen die nog kunnen voortvloeien uit het Hoofdlijnenakkoord 2018-2022 en de (bijgewerkte) Uitvoeringsagenda 2018-2022 waarover de raad nog separaat moet besluiten; b. investeringen waarover al wel besluiten zijn genomen en begroot in de Programmabegroting, maar waarvan de kaptaallasten nu nog worden gedekt vanuit de exploitatie; 2. het college opdracht te geven dit in de vorm van een concept-investeringsplan 2020-2030 tijdig aan de raad aan te bieden zodat, indien van toepassing de eerste uitkomsten verwerkt kunnen worden in de Kadernota 2021. Raad en college willen behoedzaam en verantwoord met gemeenschapsgeld omgaan. ‘Financieel gezond’ is net als ‘Verder in verbinding’ niet voor niets een gedeelde beleidsrandvoorwaarde in zowel het raadsbrede Hoofdlijnenakkoord als de Uitvoeringsagenda van het college.

Om een financieel gezonde gemeente te blijven is één van de afspraken tussen raad (Hoofdlijnenakkoord 2018-2022) en college (Uitvoeringsagenda 2018-2022) een financiële planning voor de lange termijn. Dit document bevat deze financiële planning in de vorm van een investerings- en financieringsplan. De horizon ligt hierbij aan het eind van 2025. Dit is ook in de naamgeving van dit document verwerkt. Bij het opstellen van het investeringsplan is gebleken dat onder andere de keuzes die zijn gemaakt in het Hoofdlijnenakkoord en de Uitvoeringsagenda 2018-2022 voldoende zekerheid vormen voor een tijdshorizon tot en met 2025. Het is aan de nieuw gekozen raad om na 2022 op basis van de dan geldende omstandigheden keuzes te verwerken in een al dan niet bijgesteld investerings- en financieringsplan. Het concept Investerings- en financieringsplan biedt een afwegingskader voor de wijze waarop met investeringen omgegaan kan worden. Dit betekent dat investeringen te alle tijden afgewogen dienen te worden ongeacht de hoogte van de reserves. In deze notitie wordt aan de hand van een aantal elementen vorm en inhoud gegeven aan het investerings- en financieringsplan door eerst een beeld te schetsen van de huidige financiële situatie (1), gevolgd door een voorzet voor mogelijke kaders en uitgangspunten (2) en tot slot de concrete uitwerking en betekenis daarvan (3).

Nadat dit plan door de raad is vastgesteld, zal de financiële vertaling worden voorgelegd aan de raad in de Kadernota 2021. Bij het vaststellen van de Kadernota 2021 geeft de raad het college de uitgangspunten mee voor het opstellen van de programmabegroting 2022-2025, waarna definitieve besluitvorming door de raad plaatsvindt.

pagina 3/17

1. Huidige financiële situatie De gemeente Pijnacker-Nootdorp stond er aan het begin van deze bestuursperiode in 2018 financieel goed voor. En ook de Jaarrekening 2019 liet een positief resultaat van € 2,7 miljoen zien. In 2020 is bovendien de opbrengst ontvangen van de verkoop van de aandelen Eneco (€ 85,4 miljoen). Hoewel de Programmabegroting 2021 voor alle jaren een positief saldo laat zien, blijven onzekerheden boven ons hoofd hangen zoals de tekorten in het Sociaal domein, gevolgen vanwege de Omgevingswet, het verminderde dividend van Stedin, het herverdelingseffect van de algemene uitkering vanuit het Gemeentefonds en niet in de laatste plaats de mogelijke financiële gevolgen van de coronacrisis. Ook de uitkomsten van de september- en decembercirculaire leiden tot een negatieve bijstelling van het meerjarenperspectief. Het meerjarenperspectief ziet er na verwerking van de september- en decembercirculaire als volgt uit: Tabel 1: Actualisatie begrotingssaldo meerjarig Omschrijving (bedragen x € 1)

2021

2022

2023

2024

2025

Saldo Programmabegroting 2021

459.302

399.522

320.962

241.140

152.890

Septembercirculaire 2020

106.181

-490.175

-675.167

-555.453

-600.000

Decembercirculaire 2020 (exclusief Corona middelen)

0

0

0

0

0

Stelpost Algemene Uitkering

200.000

600.000

600.000

600.000

600.000

Totaal

765.483

509.347

245.795

285.687

152.890

De algemene reserve heeft de afgelopen jaren een forse groei laten zien. Winstnemingen uit grondexploitaties, de boekwinst op de verkoop van de aandelen Eneco en positieve resultaatbestemmingen zijn hier de grootste oorzaken van. De belangrijkste functie van de algemene reserve is die van weerstandsvermogen. Door de groei van deze reserve nam ook de weerstandsratio toe tot een niveau van >10 (uitstekend). Door het surplus aan vermogen en ‘beperkte’ begrotingsruimte wordt door de raad steeds nadrukkelijker naar een “maximum” weerstandsratio gevraagd. Op die manier kan het surplus ingezet worden voor bijvoorbeeld de uitvoering van de bestuurlijke agenda 2018-2022. Structurele lasten opvangen met incidenteel geld: Programmabegroting 2021 Tijdens het opstellen van de Programmabegroting 2021 werden we onder andere geconfronteerd met hogere prognoses voor het Sociaal domein en de negatieve gevolgen vanuit de meicirculaire in latere jaren. Deze waren dusdanig groot dat het positieve begrotingssaldo vanuit de Kadernota 2020 omsloeg in een tekort. Ter voorkoming hiervan is een financieel-technische maatregel getroffen door fictief de bestaande langlopende leningen bij de BNG te herfinancieren.

Voor deze fictieve besparing (als gevolg van een lager rentepercentage) is eenmalig een bestemmingsreserve gevormd ten laste van de algemene reserve en jaarlijks valt vanuit deze gevormde bestemmingsreserve een deel vrij. Op deze wijze is er weer een meerjarig positief begrotingssaldo. Als gevolg van de septembercirculaire is dit positieve meerjarenbegrotingssaldo alsnog omgeslagen naar een negatief meerjarenbegrotings-saldo. In de Kadernota 2021 zal dit verwerkt worden en zullen er richtingen bepaald worden om dit in evenwicht te brengen. In dat licht is het van belang om te weten welke stelposten er in de begroting 2021 zijn opgenomen. Tabel 2: Opgenomen stelposten in de begroting Omschrijving (bedragen x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

2025

Stelpost Algemene Uitkering

200

600

600

600

600

Stelpost Uitvoeringsagenda (resterend saldo)

96

170

170

170

170

Totaal

296

770

770

770

770

pagina 4/17

Toelichting: In de begroting 2021-2024 is een stelpost opgenomen voor het opvangen van tegenvallers in de algemene uitkering. Door het inzetten van de stelpost n.a.v. de uitkomsten van de september- en decembercirculaire kunnen de werkelijke negatieve bijstellingen in de AU worden opgevangen (zie tabel 1). Het restant van de stelpost Uitvoeringsagenda zou kunnen worden ingezet voor de aanvullende keuzes voor de toekomstige investeringen uit de Uitvoeringsagenda 2018-2022.

pagina 5/17

2. Kaders en uitgangspunten Welk kader of welke kaders en uitgangspunten zijn leidend bij het inzetten van incidenteel geld naar structureel geld? De mogelijke kaders en uitgangspunten die hierbij leidend kunnen zijn, zijn als volgt: 1. Welk bedrag van de algemene reserve kan worden inzet? 2. Welk bedrag reserveren voor het aflossen van langlopende schulden? 3. Welk bedrag aan exploitatieruimte wordt vrijgespeeld door reserves kapitaallasten? 4. Welk bedrag aan exploitatieruimte wordt vrijgespeeld en voor hoeveel jaren? 5. Welk bedrag reserveren voor toekomstige investeringen vanuit Uitvoeringsagenda? De hieronder uitgewerkte kaders zijn gebaseerd op het creëren van maximale financiële speelruimte en daarmee maximaal effect op het financiële meerjarenperspectief. Aan de hand van de geformuleerde vragen wordt stapsgewijs inzichtelijk gemaakt welke keuzes gemaakt kunnen worden en wat daarvan de effecten zijn. 2.1 Inzet Algemene reserve Een belangrijk kader dat vooraf gesteld moet worden is wat het maximaal in te zetten deel van de algemene reserve mag zijn. Dit kan bepaald worden door een minimumbedrag van de algemene reserve vast te stellen of door deze afhankelijk te laten zijn van de punten 2 en 3 en het benodigde te onttrekken ongeacht de uiteindelijke eindstand van de algemene reserve.

Minimale hoogte van de algemene reserve In de nota Risicomanagement, die in maart 2021 in de raad wordt behandeld, is onderstaande normtabel opgenomen die is ontwikkeld door de universiteit Twente. Tabel 3: Normtabel weerstandsratio waarderingscijfer

ratio weerstandsvermogen

betekenis

A

>2.0

uitstekend

B

1.4 < 2.0

ruim voldoende

C

1.0 < 1.4

voldoende

D

0.8 < 1.0

matig

E

0.6 < 0.8

onvoldoende

F

< 0.6

ruim onvoldoende

In de vastgestelde nota Weerstandsvermogen en risicomanagement is bepaald dat de weerstandsratio in alle jaren van voldoende niveau moet zijn (tussen de 1.0-1.4). Door de huidige stand van de algemene reserve is de ratio weerstandsvermogen gestegen tot boven de 10. Gezien deze achtergrond is het niet vreemd om een minimum ratio weerstandsvermogen aan te houden van 2.0. Hiermee behouden we een financieel gezonde uitgangspositie. De ratio weerstandsvermogen wordt enerzijds bepaald door de hoogte van de algemene reserve en anderzijds door de hoogte van de risico’s zoals deze zijn opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in de diverse P&C producten. Geïnventariseerde risico’s Bij zowel de Jaarstukken als bij de Programmabegroting worden risico’s (uitgebreid) geïnventariseerd. Hieronder is het benodigd weerstandsvermogen weergegeven zoals in de Jaarstukken 2013 tot en met 2019 is opgenomen. Tabel 4: Geïnventariseerd risico’s Bedragen x € 1 mln.

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Benodigd cf. Jaarstukken

15,3

17,3

16,2

14,4

13,6

12,3

9,4

-

-

Benodigd cf. Begroting

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

11,3

10,1

Na een piek in 2014 (grotendeels veroorzaakt door de grondexploitatie Ackerswoude) neemt het benodigd weerstandsvermogen elk jaar af. Ook in de Programmabegroting 2021 wordt deze trend doorgezet (€ 10,1 miljoen) en heeft daarmee een positief effect op de weerstandsratio. pagina 6/17

Uit nadere analyse blijkt dat risico’s redelijk stabiel blijven en dat grote schommelingen worden veroorzaakt door de risico’s in de grondexploitaties in combinatie met de grondposities van de gemeente. Zolang er geen nieuwe crisis ontstaat en dit de woningbouw negatief beïnvloedt zal het benodigd weerstandsvermogen niet substantieel wijzigen. Benodigd weerstandsvermogen Wat betekenen de twee kengetallen, te weten de ratio weerstandsvermogen en de geïnventariseerd risico’s in de Programmabegroting 2021 voor het benodigd weerstandsvermogen? Benodigd weerstandsvermogen = € 10,1 x 2 = € 20,2 (risico inventarisatie x gewenste weerstandsratio) miljoen, af te ronden op een bedrag van € 21 miljoen. Welk bedrag van de algemene reserve kan worden ingezet? Eind 2024 wordt een stand van de algemene reserve verwacht van ruim € 97 miljoen. Hierin zijn reeds vastgestelde onttrekkingen aan de algemene reserve voorzien voor onder andere reserve kapitaallasten voor diverse IKC’s. Toevoegingen zijn ook begroot voor de geprognosticeerde winsten op de grondexploitaties Tuindershof en Pijnacker-Zuid, gecorrigeerd voor te betalen Vennootschapsbelasting. Aangezien de hoogte van de geprognosticeerde winsten op de grondexploitaties onzeker is, is het raadzaam deze niet te betrekken bij het in te zetten deel van de algemene reserve.

Het voordeel van het niet betrekken van deze winsten bij het in te zetten deel van de algemene reserve is dat de daadwerkelijk gerealiseerde winsten alsnog kunnen worden benut voor andere doelen. In de berekeningen worden deze middelen buiten beschouwing gelaten en komen daarmee in de toekomst beschikbaar om in te zetten. Tabel 5: Verloop algemene reserve Maximaal in te zetten deel van de algemene reserve

x € 1 mln

Prognose stand algemene reserve 31 december 2024

97,17

Benodigd weerstandsvermogen (weerstandsratio 2.0 o.b.v. PB2021)

-21,00

Geprognosticeerde winsten grondexploitaties

-12,15

Verwachte indexatie investeringen onderwijshuisvesting (autonome ontwikkeling)

-2,20

Totaal

61,82

Van de beschikbare Algemene reserve van € 97,17 miljoen resteert na deze correcties een bedrag van € 61,82 miljoen.

Maximaal in te zetten deel van de algemene reserve

€ 61 mln

2.2 Aflossen van langlopende schulden De raad heeft in verleden de wens uitgesproken om de schuldenlast (langlopende leningen) van de gemeente te verlagen. Dit is alleen te realiseren als voldoende liquiditeit aanwezig is om de aflossingen van de langlopende leningen te voldoen zonder het aantrekken van nieuwe leningen. Het inzetten van de algemene reserve ten behoeve van het instellen van bestemmingsreserves zelf heeft geen invloed op de liquiditeit. De uitgaven van die investeringen waarvoor reserves kapitaallasten zijn gevormd, zorgen voor een afname van de liquiditeit. Het saldo van de opgenomen langlopende leningen bedraagt per 1 januari 2021 € 107 miljoen en tot en met 2025 wordt hierop € 62 miljoen afgelost waardoor het saldo per 31 december 2025 € 45 miljoen bedraagt. In de Programmabegroting 2021 is rekening gehouden met het aflossen van de langlopende leningen van € 62 miljoen, conform de met de geldverstrekkers overeengekomen termijnen. Als wij onvoldoende middelen hebben en daardoor nieuwe leningen moeten aantrekken heeft dit financiële gevolgen voor het begrotingssaldo. Momenteel zal dit vanwege de zeer lage rentestand van zeer beperkte omvang zijn.

pagina 7/17

Liquiditeit Onderstaand liquiditeitsoverzicht is gebaseerd op geactualiseerde cijfers na de Programmabegroting 2021. Tabel 6: Liquiditeitsoverzicht Liquiditeit per 31/12/2025

x € 1 mln

Saldo Schatkistbankieren per 1 januari 2021

144,00

Aflossingen 2021 tot en met 2025

-62,00

Reeds ontvangen subsidies, waarvoor nog geen investeringsbudget is vastgesteld

-6,00

Verwachte cashflow vanuit de exploitatie (2021-2025)

16,00

Verwachte cashflow vanuit de investeringen en grondexploitaties

-35,00

Verwachte rentelasten

-11,00

Overig (waaronder Vennootschapsbelasting en reserves)

-6,00

Totaal saldo

40,00

Conclusie: Uit bovenstaand liquiditeitsoverzicht blijkt dat de in de Programmabegroting 2021 opgenomen aflossingen van € 45 miljoen in ieder geval kunnen worden voldaan en dat daarna nog € 40 miljoen aan liquiditeit overblijft. Dit betekent dat alle nieuwe investeringen en exploitatielasten, voortvloeiend uit de Uitvoeringsagenda 2018-2022 tot een bedrag van € 40 miljoen kunnen worden betaald zonder dat daar nieuwe langlopende leningen voor moeten worden opgenomen bij een geldverstrekker.

Maximaal in te zetten liquiditeit

€ 40 mln

2.3 Vrijspelen exploitatieruimte door inzet reserves kapitaallasten In de Begroting 2021 zijn de staat van activa en de investeringsplanning opgenomen. De staat van activa bevat alle investeringen die reeds gedaan zijn en waarvan de kapitaallasten al op de begroting drukken. De investeringsplanning bevat de investeringen die nog gerealiseerd moeten worden en waarvan de kapitaallasten de komende jaren ontstaan. Beide staten zijn doorgenomen op basis van de volgende uitgangspunten: afschrijvingstermijn minimaal 30 jaar (behalve asfalt); restant levensduur > 10 jaar (aansluitend op periode 2020-2025). Staat van activa Overzicht van gerealiseerde activa die mogelijk in aanmerking komen voor dekking uit een bestemmingsreserve: Tabel 7: Staat van activa Omschrijving

Boekwaarde per 31-12-20

Afschrijving 2021 693.833

2022 693.833

2023

2024

2025

693.833

693.833

693.833

Scholen

17.937.258

Kinderopvang

1.697.343

70.806

70.806

70.806

70.806

70.806

Binnensport

5.301.182

214.325

214.325

214.325

214.325

214.325

CulturA

1.771.116

63.254

63.254

63.254

63.254

63.254

Begraafplaats

2.955.985

91.373

91.373

91.373

91.373

91.373

Onderbouw kunstgras

1.527.816

74.264

74.264

74.264

74.264

74.264

Asfaltering

1.357.678

392.238

303.283

303.283

170.060

97.164

Totaal

32.548.378

1.600.093

1.511.138

1.511.138

1.377.915

1.305.019

Hoewel de investeringen in asfalt (voor 2017) niet passen binnen de gedachtelijn van deze notitie, aangezien de restant levensduur korter is dan 10 jaar, wordt toch voorgesteld deze mee te nemen, aangezien de gemaakte kosten voor asfaltering vanaf 2017 ten laste van de onderhoudsvoorziening worden gebracht, dit conform regelgeving BBV per 2017.

pagina 8/17

Vastgestelde investeringsplanning Programmabegroting 2021 Overzicht van nog te realiseren activa die mogelijk in aanmerking komen voor dekking uit een bestemmingsreserve en waarvan door de raad al wel de budgetten zijn toegekend: Tabel 8: Nog te realiseren activa Omschrijving

Investering

Afschrijving 2022

2023

2024

2025

Scholen

4.086.931

2021 0

42.706

53.800

102.173

102.173

Kinderopvang

4.030.080

0

35.631

79.045

100.752

100.752

Binnensport

3.497.000

0

0

0

87.425

87.425

Onderbouw kunstgras Totaal

508.200

14.117

14.117

14.117

14.117

14.117

12.122.211

14.117

92.454

146.962

304.467

304.467

Samenvattend: Door het inzetten van € 44,67 miljoen wordt € 1,6 miljoen vrijgespeeld in de meerjarige exploitatie: Tabel 9: Samenvattend overzicht Omschrijving

Stand Alg. reserve

Vrijval in de exploitatie 2021

2022

2023

2024

2025

1.600.093

1.511.138

1.511.138

1.377.915

1.305.020

Stand medio 2025

61.820.000

Bestaande activa

-32.548.378

Investeringsplanning

-12.112.211

14.117

92.453

146.961

304.467

304.467

Stand/ saldo

17.159.411

1.614.210

1.603.591

1.658.099

1.682.382

1.609.487

2.4 Maximaal bedrag exploitatieruimte en looptijd Wat betekenen de keuzes van de onderdelen één, twee en drie voor de exploitatie, liquiditeit en de algemene reserve? In onderdeel drie is de vrijvallende meerjarige exploitatieruimte berekend. Deze bedraagt de komende vijf jaren ongeveer € 1,6 miljoen. In onderstaande berekening wordt er voor gekozen om twee stelposten te benoemen, de stelpost Risico autonome ontwikkelingen en de stelpost Herverdelingseffect Gemeentefonds. Aan de hand van ervaringen in het verleden is een stelpost voor risico’s en autonome ontwikkelingen reëel. Ook is inmiddels duidelijk dat de effecten van de herverdeling van het gemeentefonds voor onze gemeente een nadelig effect zal hebben op onze begroting. In hoofdstuk 3 wordt dit nader toegelicht. De gevolgen voor de meerjarenbegroting zien er dan als volgt uit: Tabel 10: Meerjarig begrotingssaldo Omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

Saldo Programmabegroting 2021

459.302

399.522

320.962

241.140

152.890

Septembercirculaire 2020 Decembercirculaire 2020 (exclusief Corona middelen) Inzet stelpost Algemene uitkering

106.181

-490.175

-675.167

-555.453

-600.000

0

0

0

0

0

200.000

600.000

600.000

600.000

600.000

Subtotaal

765.483

509.347

245.795

285.687

152.890

Vrijgespeelde exploitatieruimte

1.614.210

1.603.591

1.658.099

1.682.382

1.609.487

Stelpost Risico autonome ontwikkelingen Stelpost Risico herverdeling Gemeentefonds Beschikbaar begrotingssaldo

-400.000

-400.000

-400.000

-400.000

-400.000

-800.000

-800.000

-800.000

-800.000

-800.000

1.179.693

912.938

703.894

768.069

562.377

pagina 9/17

Conclusie Met de vastgestelde Programmabegroting 2021 als uitgangspunt en tot en met 2025, dus inclusief investeringen, rente, afschrijvingen, aflossingen, cashflow etc., maar zonder rekening te houden met winsten uit de grondexploitatie: Wordt voor € 45 miljoen aan reserves afschrijvingen gevormd ten laste van de Algemene reserve; Worden de langlopende leningen afgelost voor € 62 miljoen tot een bedrag van € 45 miljoen; Wordt de bij de Programmabegroting 2021 opgenomen stelpost Algemene uitkering volledig ingezet; Wordt voor de meerjarenbegroting € 1.600.000 vrijgespeeld voor de exploitatie waardoor een positieve exploitatie ontstaat; Wordt structureel € 400.000 toegevoegd aan de stelpost risico autonome ontwikkelingen; Wordt structureel € 800.000 toegevoegd aan de stelpost Herverdelingseffect Gemeentefonds; Is er een positief banksaldo van € 40 miljoen; Is vanuit de Algemene reserve nog € 17,15 miljoen vrij besteedbaar. De punten één tot en met vier, verwerkt in één tabel: Tabel 11: Conclusies investerings- en financieringsplan Omschrijving

Stand

Liquiditeit

Verloop exploitatie

(bedragen x € 1.000)

Alg. reserve

Saldo per 01-01-2021

97.170

144.000

459

400

321

241

153

Mutaties 2021-2025

-35.350

-104.000

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0

n.v.t.

106

-490

-675

-555

-600

0

0

0

0

0

0

0

Septembercirculaire 2020 Decembercirculaire 2020 (exclusief Corona middelen) Inzet stelpost AU

2021

2022

2023

2024

2025

0

0

200

600

600

600

600

Bestaande activa

-32.548

n.v.t.

1.600

1.511

1.511

1377

1.305

Investeringsplanning Stelpost Risico autonome ontwikkelingen Stelpost Risico herverdeling Gemeentefonds Totaal

-12.122

n.v.t.

14

92

147

304

304

0

0

-400

-400

-400

-400

-400

0

n.v.t.

-800

-800

-800

-800

-800

17.150

40.000

1.179

913

704

767

562

2.5 Reservering toekomstige investeringen vanuit Uitvoeringsagenda Het kader is hierbij gegeven in het voorgaande overzicht. Er is € 40 miljoen aan liquiditeit beschikbaar, een restant Algemene reserve van € 16.98 miljoen en structureel een begrotingsoverschot. In het voorstel Investeringsschema aan de raad (zaaknummer 1203645) is een aantal investeringen uit de Uitvoeringsagenda 2018-2022 benoemd waarover door de raad nog geen besluit is genomen. Bij de actualisatie van de Uitvoeringsagenda 2018-2022 naar aanleiding van de Midtermreview is dit ook opgenomen. Onderstaand wordt hiervan per investering de stand van zaken weergegeven. Tabel 12: Investeringen voortvloeiend uit raadsprogramma Nummer

Omschrijving (bedragen x € 1)

Investering

Exploitatielasten

1.1

IKC-uitvoeringsprogramma 2018-2024

Reeds in PB 2021

Reeds in PB 2021

1.2

Implementatie resultaten onderzoek VO en SO

Reeds in PB 2021

Reeds in PB 2021

2.2

Resultaten onderzoek Cultuurhuis

7.000.000

336.500

5.5

Omgevingswet

9.3

Verlengde Komkommerweg

12.2

Implementatie RES

12.3

Realisatie energietransitie

pagina 10/17

600.000

-

3.000.000

-

-

-

Niet bekend

Niet bekend

Toelichting per speerpunt: 1.1 Realisatie onderdelen IKC-uitvoeringsprogramma 2018-2024 Alle investeringen zijn opgenomen in de begroting 2021. Jaarlijks worden deze verhoogd met de indexering conform de geldende verordening zoals voorgesteld door de VNG. 1.2 Implementatie resultaten onderzoek voortgezet en speciaal (basis) onderwijs Nieuw onderzoek naar Voortgezet Onderwijs wijst uit dat de noodzaak voor VMBO er niet meer is en uitbreiding Stanislas is al voorzien. Voor herhuisvesting Speciaal Onderwijs kan mogelijk gebruik worden gemaakt van reeds bestaande lokalen. Dit wordt pas concreet in 2024. Hiervoor is al een investeringsbudget voor renovatie opgenomen. 2.2 Implementatie resultaten accommodatie- en locatieonderzoek cultuurhuis Er wordt gewerkt aan een voorstel waarin wordt uitgegaan van een benodigd investeringsbudget van € 7 miljoen en jaarlijkse exploitatielasten van € 337.000. 5.5 Vaststelling en uitvoering van Omgevingswet Vorig jaar is geïnventariseerd dat er voor 2020 en 2021 € 1.6 miljoen nodig was. Het college heeft voorlopig € 1 miljoen beschikbaar gesteld. Deze maand wordt gestart met een inventarisatie van de kosten voor 2021 en 2022. 9.3 Implementatie resultaten haalbaarheidsonderzoek verlengde Komkommerweg De verwachte kosten voor verwerving, aanleg en plankosten ligt tussen de € 2,5 en € 3,5 miljoen.

De grootste onzekerheid is de hoogte van de verwervingskosten. In dit document is uitgegaan van € 3 miljoen. 12.2& 12.3 Implementatie RES en realisatie energie-transitieplannen In 2021 wordt de RES (bijvoorbeeld warmtenet) en ons energie-transitieplan afgerond, daarmee staat de richting van de energietransitie voor de komende jaren. Dat betekent dat de realisatie/implementatie gaat starten. Op dat moment zal een inschatting van de kosten gemaakt kunnen worden.

pagina 11/17

2.6 Eindstand In de volgende tabel is het totaaloverzicht opgenomen waarin alle mogelijke keuzes zijn verwerkt. Tabel 13: Totaaloverzicht Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Stand Alg. reserve

Liquiditeit

Saldo per 01-01-2021

97.170

144.000

459

400

321

241

153

Mutaties 2021-2025

-35.350

-104.000

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Septembercirculaire

0

n.v.t.

106

-490

-675

-555

-600

Decembercirculaire (exclusief Corona middelen)

0

0

0

0

0

0

0

Inzet stelpost Algemene uitkering

0

0

200

600

600

600

600

Bestaande activa

-32.548

n.v.t.

1.600

1.511

1.511

1377

1.305

Investeringsplanning

-12.122

n.v.t.

14

92

147

304

304

Stelpost Risico autonome ontwikkelingen

0

0

-400

-400

-400

-400

-400

Stelpost Risico herverdeling Gemeentefonds

0

n.v.t.

-800

-800

-800

-800

-800

Subtotaal

17.150

40.000

1.179

913

704

767

562

Toekomstige investeringen Uitvoeringsagenda

-10.600

-10.600

0

-337

-337

-337

-337

Restant stelpost Uitvoeringsagenda

Stand/ saldo

pagina 12/17

Verloop exploitatie 2022 2023 2024

2021

2025

0

0

96

170

170

170

170

6.550

29.400

1.275

746

537

600

395

3. Overige aandachtspunten Bij het financiële perspectief is het van belang om een aantal aandachtspunten te benoemen. Het betreft hier onzekerheden, risico’s, maar ook concrete onderwerpen, die nog niet in het financiële perspectief zitten gezien het feit dat de definitieve besluitvorming dan wel definitieve financiële effect nog niet is verwerkt. Herverdeling gemeentefonds per 1 januari 2023 Op 2 februari 2021 heeft het ministerie van BZK een adviesaanvraag over herijking en een nieuw verdeelmodel voor het gemeentefonds bij de Raad voor het Openbaar Bestuur ingediend. De berekening van het voorlopige effect van de nieuwe verdeling van de algemene uitkering is op de website van Rijksoverheid gepubliceerd. Daaruit blijkt dat onze gemeente volgens het huidige voorstel een nadeelgemeente wordt met een nadeel van circa € 48 per inwoner. Het voorstel is het nieuwe verdeelmodel op 1 januari 2023 te laten in gaan. Bij herverdelingen als deze wordt het verschil met maximaal € 15 per inwoner per jaar ingevoerd. Na die ingroeiperiode heeft dit voorstel bij het huidige inwonertal structureel € 2,7 mln. lagere inkomsten als gevolg waar geen afname van taken tegenover staat. Zoals beschreven betreft het een voorlopig voorstel. Na de consultatie bij ROB volgt een advies van de VNG en moet een nieuw kabinet er een besluit over nemen.

Overname beheer wandelbos van provincie en gronden Zuidpolder Delfgauw Op korte termijn zal een voorstel worden gedaan om het wandelbos bij de Laakweg in beheer over te nemen van de provincie Zuid Holland. Als gevolg hiervan zal van de provincie een afkoopsom worden ontvangen (circa € 1,4 miljoen). De afkoopsom zal worden toegevoegd aan de algemene reserve en in de begroting wordt jaarlijks een onderhoudsbudget opgenomen van ongeveer € 100.000. De financiële verwerking vindt dus overeenkomstig de posten hierboven plaats. Als onderdeel van het weidevogelproject Zuidpolder van Delfgauw (uitvoeringsagenda 10.1) zal de provincie Zuid-Holland mogelijk gronden overdoen aan de gemeente. Een eventuele overnamesom, beheervergoeding en mogelijke toekomstige pachtinkomsten worden nader uitgewerkt en aan de raad voorgelegd. Hazepad Op de waterkering ligt het fietspad Hazepad, waarvoor de Gemeente onderhoudsplichtig is. Bij het opstellen van het Beheerplan wegen 2018-2022 was de kwaliteit van het fietspad nog in orde. Er zijn geen middelen gereserveerd voor de vervanging van het fietspad. Metropolitane fietsroutes Den Haag-Pijnacker en Delft-Oude Leede-Rotterdam Op dit moment is een collegevoorstel in voorbereiding over deze fietsroutes. De voorliggende plannen vragen een forse financiële bijdrage van de gemeente Pijnacker-Nootdorp.

In het voorstel zal aan de raad gevraagd worden hierover bij de Kadernota 2021 een afweging te maken. In dit voorstel is tevens een fietsviaduct over de A13 opgenomen. De investering hiervoor voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp bedraagt circa € 1 miljoen. Stedin Netbeheer B.V. De kapitaalbehoefte van Stedin Groep zal zich op basis van de huidige inzichten vooral voordoen in de nieuwe reguleringsperiode 2022-2026, waarvoor de ACM de toegestane kapitaalvergoeding in 2021 zal vaststellen. Het gaat om een kapitaalvraag via uitgifte van cumulatief preferente aandelen (dit is nog niet concreet). Het rendementspercentage is nog niet bekend maar zal naar verwachting rond de 3% bedragen. Wanneer een formeel verzoek vanuit Stedin Groep komt is nog niet bekend. Het verzoek zal aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Daarnaast heeft Stedin het signaal afgegeven dat de reguliere dividend uitkering mogelijk onder druk zal komen te staan. 213a onderzoek Investeringsbudgetten Op 27 oktober 2020 is het 213a-onderzoeksverslag Investeringsbudgetten door het college vastgesteld waarin in het besluit is opgenomen om de daarin opgenomen conclusies en aanbevelingen te betrekken bij het op te stellen investeringsschema. Het betreft hier met name pagina 13/17

de aanbeveling om een lager percentage aan geraamde investeringen op te nemen dan is begroot, waardoor in de begroting wordt geanticipeerd op projecten die vertragen of uitvallen. Vanwege het risico op begrotingsonrechtmatigheid is de afweging gemaakt om deze aanbeveling niet mee te nemen. Wel leidt het dekken van kapitaallasten uit bestemmingsreserves tot een aanzienlijke verlaging van schommelingen in het begrotingssaldo als gevolg van vertraging in de realisatie van investeringen.

pagina 14/17

4. Investerings- en financieringsplan 2020-2025 4.1 Financieel perspectief Investerings- en financieringsplan 2021-2025 De eindstand in paragraaf 2.7 houdt nog geen rekening met de in hoofdstuk 3 opgenomen aandachtspunten. In dit hoofdstuk schetsen we het financiële beeld zoals dat er uit zou komen te zien. Tabel 14: Totaaloverzicht inclusief overige aandachtspunten Omschrijving

Stand

(bedragen x € 1.000)

Alg. reserve

Eindstand investeringsplan 20202025 Toekomstige investeringen Uitvoeringsagenda Restant stelpost Uitvoeringsagenda

Liquiditeit

Verloop exploitatie 2021

2022

1.179

913

704

767

562

-10.600

-10.600

-

-337

-337

-337

-337

0

0

96

170

170

170

170

-35

-35

-35

-3.635

2.915

29.400

1.275

746

-10

-10

-26

-835

-1.665

-2.500

800

800

800

457

-310

-1.366

4.2 Kaders en uitgangspunten Investerings- en financieringsplan 2020-2025 In het Investerings- en financieringsplan 2020-2025 worden de volgende kaders en uitgangspunten voor het omzetten van incidenteel geld naar structureel geld gedurende de periode 2021-2025 voorgesteld: a. voor het bepalen van het weerstandsvermogen wordt uitgegaan van een weerstandsratio van 2.0; b. voor de investeringen wordt maximaal € 62 miljoen uit de algemene reserve ingezet, waarvan voor € 45 miljoen aan reserves afschrijvingen wordt gevormd ten laste van de Algemene reserve; c. investeringen die hiervoor in aanmerking komen hebben: • een afschrijvingstermijn van minimaal 30 jaar (behalve asfalt); • een restant levensduur > 10 jaar (aansluitend op periode 2020-2025); • aanvullende complementaire kosten worden gedekt uit de reguliere exploitatie; d. toekomstige winsten uit de grondexploitaties worden toegevoegd aan de Algemene reserve en worden nu buiten beschouwing gelaten; e. langlopende leningen worden afgelost voor € 61 miljoen tot een bedrag van € 45 miljoen; f.

€ 1,6 miljoen exploitatieruimte wordt vrijgespeeld in de meerjarige exploitatie door dekking van in totaal € 44,67 miljoen gerealiseerde activa en nog niet gerealiseerde activa uit bestemmingsreserves: • structureel wordt hiervan € 400.000 toegevoegd aan de stelpost risico autonome ontwikkelingen; • structureel wordt hiervan € 800.000 toegevoegd aan de stelpost Herverdelingseffect Gemeentefonds; g. de bij de Programmabegroting 2021 opgenomen stelpost Algemene uitkering wordt volledig ingezet; h. vanuit de Algemene reserve is nog € 17,15 miljoen vrij besteedbaar voor toekomstige investeringen vanuit de Uitvoeringsagenda 2018-2022. 4.3 Vervolg De in deze notitie voorgestelde kaders- en uitgangspunten zijn richtinggevend en bieden daarmee een afwegingskader voor de wijze waarop met investeringen omgegaan kan worden. Dit betekent dat investeringen te allen tijde afgewogen dienen te worden ongeacht de hoogte van de reserves. De uitkomsten van de discussie in de raad worden verwerkt in de Kadernota 2021 en vervolgens in de programmabegroting 2022. Uit het totaaloverzicht, waarin ook de aandachtspunten zijn verwerkt (tabel 14) blijkt dat vanaf 2024 sprake is van een structureel tekort. Gezien de geschetste onzekerheden is het lastig om hierop te anticiperen. Zodra er meer pagina 15/17

2025

40.000

Herverdeling gemeentefonds Inzet stelpost Risico herverdeling Gemeentefonds Totaal

2024

17.150

Hazepad Metropolitane fietspaden

2023

duidelijkheid bestaat over de gevolgen worden deze in het meerjarenperspectief verwerkt. Nadere afspraken over het sluitend maken van het meerjarenperspectief zouden in de meerjarenraming van de programmabegroting 2022-2026 dan wel uiterlijk in het overdrachtsdocument t.b.v. de nieuwe raadsperiode vorm en inhoud moeten krijgen.

pagina 16/17

pagina 17/17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9776971/1