CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage beantwoording Kaderstellende notitie Omgevingsprogramma leefkwaliteit - Advies m.b.t. proces en inhoud van het Omgevingsprogramma

Raad Oordeelvorming 19 juni 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen3.934 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies m.b.t. proces en inhoud van het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit Milieuplatform Pijnacker-Nootdorp 25 november 2024

Vraagstelling Het College van B&W van Pijnacker-Nootdorp is voornemens een Omgevingsprogramma Leefkwaliteit uit te werken. Dit betreft een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie op de onderwerpen milieu en veiligheid en een actualisatie van bestaand regionaal en lokaal beleid op deze onderwerpen. Volgens de huidige planning zal de Kaderstellende Notitie voor dit Omgevingsprogramma eind Q1 2025 in de Gemeenteraad worden besproken. Ten behoeve van de opstelling van deze notitie heeft het College aan het Milieuplatform de volgende vragen voorgelegd m.b.t. proces en inhoud van het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit: • • • •

Heeft het Milieuplatform adviezen met betrekking tot begrenzing van het Omgevingsprogramma (welke deelonderwerpen wel/niet in het programma)? Heeft het Milieuplatform adviezen over de inhoud (beleid 10 jaar, uitvoeringsmaatregelen 5 jaar)? Welke partijen moeten betrokken worden bij het opstellen van het Omgevingsprogramma? Welke deelonderwerpen zouden volgens het Milieuplatform prioriteit moeten krijgen (max. 5)?

Beschikbare informatie Het Milieuplatform beschikt over de volgende, door de gemeente beschikbaar gestelde informatie: • •

De presentatie “Omgevingsprogramma Leefkwaliteit voor Milieuplatform 14-10-2024”, zoals per mail gedeeld op 9 oktober 2024; Een mondelinge toelichting op de presentatie door Gerald Stam tijdens de vergadering van het Milieuplatform op 14 oktober 2024.

Algemene vragen en overwegingen •

•

De term “leefkwaliteit” als titel voor dit Omgevingsprogramma is wat verwarrend. Wanneer men “Leefkwaliteit” interpreteert als “kwaliteit van het leven” in de gemeente Pijnacker-Nootdorp dan denkt men aan veel meer aspecten dan alleen milieu en (externe) veiligheid. Dan kan het ook gaan over bijvoorbeeld ontplooiingsmogelijkheden, prettig wonen, het niveau van voorzieningen en sociale cohesie, aspecten die juist veelal in andere thematische omgevingsprogramma’s worden behandeld. Een titel als “Kwaliteit van de leefomgeving” is al specifieker, al kunnen daar ook aspecten van ruimtelijke inrichting, voorzieningen, recreatiemogelijkheden, e.d. in worden begrepen. Afhankelijk van de uiteindelijk door het College te bepalen afbakening van het programma is een meer prozaïsche en pragmatische titel als “Milieu en (externe) veiligheid” duidelijker. Omdat de thema’s van de verschillende programma’s elkaar beïnvloeden, is er onvermijdelijk enige overlap tussen de verschillende themagerichte omgevingsprogramma’s. Het is echter onnodig verwarrend, bijv. voor partijen die betrokken worden bij de participatie, als de titels meer overlap suggereren dan nodig is. Hoewel in de aangeleverde presentatie wel enige informatie wordt gegeven over welk bestaand beleid onderdeel wordt van het nieuwe Omgevingsprogramma Leefkwaliteit, ontbreekt het ons 1

aan een voldoende helder overzicht. Dit geldt ook voor andere (voorgenomen) omgevingsprogramma’s. We bevelen aan om een matrix op te stellen waarmee duidelijk wordt aangegeven welke bestaande beleidsdocumenten op zullen gaan in welke omgevingsprogramma’s (en ook welke niet).

Ons Advies Adviezen met betrekking tot begrenzing van het Omgevingsprogramma •

•

•

Het Milieuplatform heeft de indruk dat er geen onderwerpen vergeten zijn bij de scoping van het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit. Wel staan er enkele onderwerpen op de lijst die wat ons betreft niet (of niet per se) thuishoren in dit programma. Het Milieuplatform adviseert om het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit te begrenzen op klassieke thema’s m.b.t. milieu en externe veiligheid volgens definities zoals die ook in conventionele beleidsprogramma’s op deze thema’s worden gehanteerd. Daarmee is het programma breed genoeg. Dat betekent dat de belangrijkste onderwerpen zouden moeten zijn: o Luchtkwaliteit o Waterkwaliteit o Bodemkwaliteit o Licht/donker (lichthinder) o Geluid o Geur o Afval o Milieuzonering o Externe veiligheid M.n. het deelthema veiligheid kan in de context van dit programma breder of smaller geïnterpreteerd worden. Het Milieuplatform adviseert om in het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit te focussen op externe veiligheid. o Sociale veiligheid (o.a. in relatie tot criminaliteit) lijkt ons beter te passen in het Omgevingsprogramma Hechte samenleving. Onder de term sociale veiligheid wordt verstaan de bescherming of het zich beschermd voelen tegen gevaar dat veroorzaakt wordt door of dreigt van de kant van menselijk handelen in de openbare ruimte.

De laatste jaren is er een verbreding van het begrip sociale veiligheid te zien in termen van de afwezigheid van gedragingen (m.n. door burgers) die hinder, overlast of gevoelens van onbehagen opleveren voor medeburgers. Beleid voor sociale veiligheid is voornamelijk de verantwoordelijkheid van gemeenten, politie en welzijnsorganisaties. o Aspecten als de (sociale) veiligheid van de fysieke leefomgeving / openbare ruimte, en fysieke veiligheid, zoals technische en brandveiligheid van gebouwen en voorzieningen, passen beter in thematische programma’s die gericht zijn op de gebouwde omgeving, omdat deze programma’s beleid en voorschriften bevatten die direct aangrijpen op kwaliteiten van de gebouwde omgeving die deze veiligheidsaspecten beïnvloeden. o Fysieke veiligheid betreft het werkveld dat met name is gericht op rampenbestrijding en crisisbeheersing. Fysieke veiligheid is in de huidige situatie belegd bij de primaire hulpverleningsdiensten (brandweer, GHOR en politie) en de coördinerende Veiligheidsregio’s. Er is daarmee een relatie met externe veiligheid, maar de vraag is of beleid m.b.t. het optreden van hulpdiensten bij externe veiligheidsincidenten geregeld moet worden in hetzelfde beleidsdocument als beleid m.b.t. de eisen die worden gesteld aan activiteiten die potentieel gevaar voor de externe veiligheid opleveren. 2

Adviezen over de inhoud van het Omgevingsprogramma M.b.t. de Kaderstellende notitie • Het Milieuplatform adviseert om in de Kaderstellende notitie niet alleen aan te geven waar het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit wel en niet over gaat, maar om voor zover mogelijk ook al aan te geven wat de ambities op hoofdlijnen zijn voor de verschillende thema’s binnen het programma. • In dat kader adviseren we het College om zoveel mogelijk de lat hoger te leggen dan het voldoen aan wettelijke eisen en normen. Dit is in lijn met ons advies m.b.t. de plandrempel geluid. Nu of op korte termijn geldende normen voor bijv. luchtkwaliteit zijn geen eindpunt maar een tussenstap op weg naar een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Het Omgevingsprogramma dient dus niet enkel gericht te zijn op het halen van de in de planperiode geldende normen, maar moet ook ontwikkelingen in gang zetten die er voor zorgen dat verdere verbeteringen voorbij de planperiode gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast is het belangrijk dat het College uitstraalt niet alleen aan normen te willen voldoen omdat dat moet, maar dat het de oprechte lange-termijnambitie heeft om de gemeente zo schoon, veilig en duurzaam te maken dat de negatieve effecten van milieu en veiligheid op mens en natuur verwaarloosbaar worden.

Juist die expliciete ambitie kan er toe bijdragen dat er meer draagvlak ontstaat voor zaken die op korte termijn om uiteenlopende redenen niet gerealiseerd kunnen worden. o De in de Omgevingswet opgenomen nieuwe bevoegdheid voor decentrale overheden om lokale omgevingswaarden voor luchtkwaliteit, waterkwaliteit en zwemwaterkwaliteit te stellen maakt het voor gemeenten mogelijk om lokaal meer ambitie vast te leggen dan vereist is om landelijke normen te halen. In het licht van bovenstaande staat het Milieuplatform positief tegenover het voornemen van het College om bij de ontwikkeling van het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit het definiëren en gebruiken van omgevingswaarden te overwegen. Daarbij is het helder dat dit alleen mogelijk is voor aspecten van leefkwaliteit waar de gemeente zelf voldoende invloed op heeft. Onderzoek naar het potentieel van lokale maatregelen is dus belangrijk om de keuze voor het wel / niet hanteren van omgevingswaarden te kunnen onderbouwen. • We adviseren om deze lange-termijnambitie samen te vatten in een aansprekend motto bij het omgevingsprogramma. Deze kernachtige samenvatting geeft in tekst de ‘stip op de horizon’ weer. Omdat we nu nog niet weten wat de exacte titel en inhoud van het omgevingsprogramma worden en niet op de hoogte zijn van het ambitieniveau, kunnen we nog geen suggestie doen voor dit motto. M.b.t.

luchtkwaliteit • Pijnacker-Nootdorp heeft het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend. In dat akkoord hebben Rijk, provincies en deelnemende gemeenten afgesproken samen te streven naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. We adviseren het College om het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit concreet te maken wat die doelstelling betekent voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp, zowel wat betreft concrete doelen m.b.t. milieufactoren die de gezondheid van inwoners beïnvloeden als wat betreft beleid voor verbetering op deze factoren. Het is van belang om daarbij te beseffen dat het voldoen aan wettelijke normen voor bijvoorbeeld luchtkwaliteit niet voldoende hoeft te zijn voor het bereiken van 50% gezondheidswinst. • Een andere afspraak uit het Schone Lucht Akkoord is dat partijen toewerken naar de WHOadvieswaarden in 2030. De advieswaarden uit 2005 zijn daarbij volgens het akkoord uitgangspunt. Deze advieswaarden zijn voor PM10 en PM2,5 significant lager dan de huidige EU3

•

•

•

•

grenswaarden voor concentraties van luchtverontreinigende stoffen. Op 14 oktober 2024 heeft de Europese Raad een nieuwe Europese richtlijn voor luchtkwaliteit aangenomen. Vanaf 2030 gelden er strengere eisen voor o.a. fijnstof en stikstofdioxide. Voor PM2,5 en PM10 komen de nieuwe normen overeen met het streefdoel voor 2030 van het Schone Lucht Akkoord. Voor NO2 is er een extra inspanning nodig. De ambitie van de Europese Commissie is dat in 2050 wordt voldaan aan nieuwe, in 2021 vastgestelde WHO-advieswaarden, in lijn met de visie 'Zero Pollution' die de EU heeft geformuleerd. Deze advieswaarden zijn voor NO2 en PM2,5 nog weer een factor twee lager dan de nieuwe EU grenswaarden. In het licht van bovenstaande en gegeven de looptijd van het Omgevingsprogramma (10 jaar) adviseert het Milieuplatform om voor luchtkwaliteit ambities te formuleren die verder gaan dan de nieuwe EU grenswaarden voor 2030. Daarbij zijn we ons er van bewust dat het grootste deel van de concentratie van luchtverontreinigende stoffen in onze gemeente niet afkomstig is van bronnen binnen de gemeente. Omdat het echter zeer waarschijnlijk is dat de toekomstige normen niet gehaald kunnen worden met alleen bronbeleid op Europees en nationaal niveau, is het van belang om ook maximaal bij te dragen via maatregelen op lokaal niveau.

Dit geeft ook invulling aan de inspanningsverplichting die de gemeente aangegaan is met ondertekening van het SLA. Zoals eerder genoemd kunnen omgevingswaarden worden gebruikt voor de definitie van ambities die verder gaan dan de normen. Gebruik daarvan impliceert echter wel meer dan een inspanningsverplichting. Het verplicht tot monitoren en het nemen van gerichte maatregelen. Een belangrijk aspect om expliciet aandacht aan te besteden is het effect van houtstook op de luchtkwaliteit en de gezondheid van omwonenden. Verschillende Nederlandse gemeenten formuleren daar nu reeds vergaand beleid op. Het Milieuplatform adviseert om ook in onze gemeente beperkingen op te leggen aan houtstook. Zie ook de opmerkingen hierover onder het kopje “M.b.t. geurhinder”. Bij het identificeren van emissiebronnen waar lokaal beleid invloed op heeft, is het verstandig om verder te kijken dan alleen naar verkeer, verwarming van huizen en uitstoot van tuinbouwbedrijven en bedrijven op bedrijventerreinen. In wijken met veel horeca blijken bijvoorbeeld emissies van restaurants ook lokaal tot aantasting van de luchtkwaliteit te kunnen leiden. Dit kan m.n. in de dorpskernen aan de orde zijn, wat feitelijk gebieden zijn met (kleinschalige) functiemenging.

M.b.t. water(kwaliteit) • De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) verplicht EU-lidstaten tot het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater. De EU-lidstaten moeten deze ‘goede toestand’ uiterlijk in 2027 realiseren. Inmiddels is duidelijk dat Nederland in een groot deel van de waterlichamen de normen niet tijdig gaat halen. Hoewel waterkwaliteit primaire beleidsverantwoordelijkheid is van hoogheemraadschappen en provincies, is het in dat licht van groot belang dat ook gemeenten hun rol gaan pakken om te zorgen dat de doelen zo snel mogelijk worden gehaald. De definiëring van een Omgevingsprogramma Leefkwaliteit is dus een uitgelezen kans om expliciet te maken welke rol de gemeente Pijnacker-Nootdorp in dit dossier voor zich ziet, in samenwerking met partijen zoals het Hoogheemraadschap van Delfland, en met welke middelen zij wil bijdragen aan het realiseren van de doelen. • Waterkwaliteit gaat in onze regio m.n. over hoge concentraties nutriënten en de aanwezigheid van een groot aantal verschillende bestrijdingsmiddelen. In onze gemeente is vooral de tuinbouw een belangrijke bron van watervervuiling. Bronbeleid voor deze sector kan worden vastgelegd in

4

•

•

•

•

•

dit omgevingsprogramma, maar ook in het Omgevingsprogramma Glastuinbouw, als onderdeel van beleid voor de verduurzaming van de lokale tuinbouw. Een goede waterkwaliteit is niet alleen belangrijk voor de gezondheid van mensen (direct of bijv. indirect via de bewatering van gewassen), maar vooral ook voor natuur en biodiversiteit. Een belangrijk punt van zorg daarbij is de impact van gewasbeschermingsmiddelen op de insectenstand en de vogelstand. Neonicotinoïden, zoals het inmiddels grotendeels verboden maar nog wel veel in ons oppervlaktewater aangetroffen insecticide Imidacloprid, doden de in het water levende larven van vliegende insecten die belangrijk zijn als voedsel voor opgroeiende weidevogelkuikens. Een belangrijk aandachtspunt m.b.t. waterkwaliteitsbeleid is dus het verminderen van de concentraties van deze stoffen in het oppervlaktewater in onze groene buitengebieden. Dit is extra belangrijk voor de Zuidpolder van Delfgauw waar provincie, gemeente en hoogheemraadschap samenwerken aan de realisatie van een weidevogelkerngebied, en waar schoon water een belangrijke randvoorwaarde is voor succes van het project. Daarbij is het onvoldoende dat per stof aan de geldende norm wordt voldaan. De optelsom van lage concentraties van verschillende stoffen heeft ook merkbare schadelijke effecten.

Waterlichamen in groene gebieden dienen dus zoveel als mogelijk ontkoppeld te worden van waterlichamen waarmee water vanuit tuinbouwgebieden wordt afgevoerd. In het kader van zowel water- als bodemkwaliteit kan het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit aangeven op welke wijze de gemeente invloed kan uitvoeren op de wijze waarop agrarische graslanden binnen de gemeente worden beheerd door eigenaren en pachters. Belangrijke aspecten daarbij zijn het voorkomen van overbemesting en van verdichting van de bodem. Het Milieuplatform beveelt aan om ook beleid te formuleren om de waterkwaliteit van waterlichamen binnen de bebouwde kom te verbeteren. Natuurvriendelijke inrichting en beheer van oevers zijn daar belangrijke onderdelen van alsmede voorkoming van de influx van met nutriënten vervuild water uit hoofdwatergangen. Schoner oppervlaktewater in woonwijken kan overmatige rietgroei voorkomen, hetgeen ook om andere dan ecologische redenen door bewoners gewaardeerd wordt. Een specifiek aandachtspunt in dat kader is de ecologische waterkwaliteit in de Plas van Van Buijsen en de invloed daarop van de TEO-installatie (Thermische Energie uit Oppervlaktewater) die daar recent in gebruik is genomen.

Mocht deze techniek in de toekomst ook op andere oppervlaktewateren in de gemeente worden toegepast, ter ondersteuning van de duurzame verwarming en koeling van woningen / gebouwen met WKO-installaties, dan dient het uitgangspunt te zijn dat de ecologische kwaliteit van die wateren er niet door verslechtert en dat de effecten worden gemonitord om dat zeker te stellen. Een aanvullende dimensie van waterkwaliteit betreft de kwaliteit van zwemwater. De Dobbeplas wordt steeds meer gebruikt voor zwemmen in natuurwater. De waterkwaliteit is daar echter m.n. ’s zomers wel problematisch en vaak te slecht. Het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit kan doelen en maatregelen definiëren om hier verbetering in te brengen.

M.b.t. bodem(kwaliteit) • Voor bodemkwaliteit is het voor het Milieuplatform op dit moment onvoldoende duidelijk of er specifieke aandachtspunten zijn voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp. • Het lijkt in ieder geval belangrijk om snel inzicht te krijgen of en in welke mate er binnen onze grenzen vervuiling is met PFAS. • Een mogelijk relevant punt van aandacht is de bodemkwaliteit in gebieden waar de ruimte-voorruimteregeling wordt toepast om voormalige tuinbouwlocaties om te zetten naar woningbouwlocaties. De grond op deze locaties bevat zeer waarschijnlijk vervuiling met 5

nutriënten en bestrijdingsmiddelen a.g.v. agrarische activiteiten in het recente of langer geleden verleden, die mogelijk ongezond is voor bewoners maar zeker nog lang uitloogt naar het oppervlaktewater. M.b.t. licht/donker (lichthinder) • Voor onze gemeente gaat dit vooral over de hinder voor mens en natuur (m.n. ook weidevogels in groene gebieden nabij tuinbouwlocaties) van assimilatieverlichting in de tuinbouw. Die hinder wordt met name veroorzaakt door een beperkt aantal bedrijven, die moeite hebben om te voldoen aan de geldende wetgeving en waarvoor de gemeente middels maatwerkvergunningen ontheffingen heeft verleend van de wettelijke beperkingen voor lichthinder. Deze vergunningen zijn in de afgelopen jaren regelmatig verlengd op een manier die misschien wel voldoet aan de letter van de wet maar niet aan de geest van de wet. Maatwerkvergunningen zijn bedoeld om bedrijven, die op de ingangsdatum van de wetgeving nog niet kunnen voldoen, meer tijd te geven. Dat betekent dat deze ontheffingen niet tot in het oneindige kunnen worden verlengd.

Bij opeenvolgende verlengingen moet de vergunningverlener op zijn minst steeds strenger van de vergunningvrager eisen dat hij a) bewijst waarom hij nog niet aan de wet kan voldoen, b) een plan heeft over hoe hij aan het eind van de vergunningperiode wel aan de wet kan voldoen en c) in de tussentijd aantoonbaar alles wat redelijkerwijs wel kan inzet om al zoveel mogelijk aan de eisen van de wet tegemoet te komen. Het Milieuplatform adviseert om deze maatwerkvergunningen zo snel mogelijk te beëindigen. M.b.t. geluid • Het Milieuplatform heeft op 6 maart 2024 een advies uitgebracht over de nieuwe plandrempel geluid voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Uit het recent ter inzage gelegde Concept Actieplan geluid 2024-2029 begrijpen wij dat het College ons advies voor een ambitieuze plandrempel heeft overgenomen. We gaan er van uit dat deze plandrempel en het beleid om de komende jaren op zoveel mogelijk plekken aan die plandrempel te gaan voldoen onderdeel worden van het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit. M.b.t. geur • Er zijn het Milieuplatform op dit moment geen specifieke knelpunten m.b.t. geur(hinder) in onze gemeente bekend. Het participatietraject kan worden gebruikt om op te halen waar burgers welke geurhinder ervaren. • Rook van open haarden, hout- en pelletkachels, vuurkorven en barbecues veroorzaakt op veel plaatsen overlast voor buren / omwonenden.

Dit is voor een deel geurhinder en deels een luchtkwaliteitsprobleem (zie ook onder “M.b.t. luchtkwaliteit”). De rook bevat veel fijnstof en kankerverwekkende stoffen (PAK’s) en verergert gezondheidsklachten bij mensen met een longziekte. Er zijn veel manieren waarop mensen de overlast van houtstook en barbecues kunnen verminderen en de uitstoot van schadelijke stoffen kunnen beperken. De gemeente kan hier actief over communiceren. Verschillende Nederlandse gemeenten formuleren nu reeds vergaand beleid op houtstook. Het Milieuplatform adviseert om ook in onze gemeente beperkingen op te leggen aan houtstook. M.b.t. afval • Onder afvalbeleid dient niet alleen beleid voor het afval van burgers, zoals nu verzameld en verwerkt door Avalex, te worden verstaan maar ook beleid voor het afval van bedrijven in de gemeente.

6

•

•

•

Een belangrijk aandachtspunt in de context van afvalbeleid is zwerfvuil. Mede in dat licht vragen we extra aandacht voor de locaties van afvalcontainers i.r.t. beleving van de omgeving, omdat er op een aantal locaties veel afval naast de containers wordt gedumpt. Afvalbeleid en beleid voor circulariteit zijn nauw met elkaar verbonden. Voor de korte termijn is een belangrijk thema op welke wijze in de gemeente afval het beste gescheiden kan worden. Op langere termijn is circulariteit nauw verbonden met een brede definitie van duurzaamheid. Het is het Milieuplatform niet bekend onder welk omgevingsprogramma het thema circulariteit valt. Als dat niet valt onder het thematische omgevingsprogramma m.b.t. energie/duurzaamheid (Omgevingsprogramma Warmte/Energie genoemd in het nieuwe energietransitieplan), dan bevelen we aan het in het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit op te nemen onder het onderwerp “afval”. M.n. voor bedrijven geldt dat de hoeveelheid afval die ze produceren en de mate waarin dit kan worden hergebruikt of gerecycled veel meer wordt bepaald door inkoop en productie dan door handelingen in de afvalfase zelf. Voor de tuinbouw kan aandacht voor deze aspecten in dit programma worden opgenomen of in het Omgevingsprogramma Glastuinbouw.

M.b.t. milieuzonering • Milieuzonering zien wij als een uitwerking van beleid gericht op milieu en externe veiligheid m.b.t. de vestiging van bedrijven op verschillende locaties in de gemeente. Vanwege het integrale karakter van beleid in de context van de Omgevingswet is het goed om milieuzonering te regelen in een omgevingsprogramma dat ook over milieukwaliteit van de leefomgeving gaat. • De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) ontwikkelde een nieuwe manier voor milieuzonering van activiteiten in het omgevingsplan, onder de titel 'Milieuzonering nieuwe stijl'. M.b.t. externe veiligheid: • Voor externe veiligheid is het voor het Milieuplatform op dit moment onvoldoende duidelijk of er specifieke aandachtspunten zijn voor de Pijnacker-Nootdorp. We hebben daarom geen specifieke adviezen. • De vestiging van het OPCW op bedrijventerrein Heron brengt vanzelfsprekend zeer specifieke externe veiligheidsrisico’s en aspecten met zich mee. Het Milieuplatform heeft begrepen dat die geregeld zijn in specifiek beleid voor deze vestiging waarvan de inhoud confidentieel is. In principe zou hiervoor dus geen apart beleid hoeven worden opgenomen in het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit. Wel bevelen we aan om expliciet aandacht te besteden aan dat en hoe externe veiligheidsissues voor deze locatie geregeld zijn. M.b.t.

vuurwerk • Vuurwerk is een onderwerp dat raakt aan verschillende aspecten van het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit. Uit de Publieke raadpleging onder de inwoners van Pijnacker-Nootdorp over vuurwerk (31 januari 2020) blijkt dat de ervaren overlast door burgers vooral gaat over geluidsoverlast voor mensen (85%), maar ook over afval en rommel op straat (56%) en overlast voor (huis)dieren (55%). Daarnaast veroorzaakt vuurwerk rond de jaarwisseling een verslechtering van de luchtkwaliteit en kunnen de ongelukken met vuurwerk als een veiligheidsissue gezien worden. • Uit de aan het Milieuplatform verstrekte informatie is niet duidelijk of vuurwerk ook onder het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit valt. Het Milieuplatform adviseert het College om expliciet aan te geven of dit wel of niet het geval is, en om in dat laatste geval aan te geven in welk omgevingsprogramma er wel beleid voor wordt geformuleerd. 7

•

We gaan er van uit dat het College het VNG-standpunt deelt dat pleit voor een algeheel vuurwerkverbod. Zolang dat niet landelijk geregeld is, kunnen gemeenten volgens de VNG zelf ook regulerende bepalingen opnemen in de APV.

Participatie •

•

•

Partijen die volgens het Milieuplatform betrokken zouden moeten worden bij het opstellen van het Omgevingsprogramma zijn: o partijen die bron zijn van emissies naar de leefomgeving of activiteiten uitvoeren die een risico vormen in de context van externe veiligheid; o alle stakeholders die een inspanning moeten leveren voor de realisatie van de doelen van het programma; o vertegenwoordigers van stakeholders die profiteren van de realisatie van de doelen van het programma; o naast vertegenwoordigers van bedrijven en inwoners ook partijen die natuur- en milieubelangen vertegenwoordigen. M.n. voor thema’s waar beleving een belangrijk aspect is, zoals licht-, geluid- en geurhinder, is het van belang om in het participatietraject informatie op te halen waarmee een objectief beeld van deze beleving kan worden verkregen. We stellen voor om in het participatietraject vooral ook dilemma’s voor te leggen i.p.v. alleen open vragen te stellen over problemen en ambitieniveaus. Daarmee worden stakeholders bewuster gemaakt van eventuele trade-offs in de door het College te maken keuzes en wordt de consent voor deze keuzes versterkt.

Prioriteiten •

•

Uit de mondelinge toelichting hebben we begrepen dat er op dit moment nog geen informatie beschikbaar is over de stand van zaken m.b.t. verschillende milieu- en veiligheidsthema’s waarop het Omgevingsprogramma betrekking heeft en de technische en wettelijke mogelijkheden om op gemeentelijk niveau op die thema’s verbeteringen te realiseren. Het verzamelen van deze informatie is fase 1 van het project voor opstelling van het Omgevingsprogramma. Dergelijke informatie is echter wel van groot belang om de prioriteiten voor het programma vast te kunnen stellen. We hebben uit de mondelinge toelichting begrepen dat het College wel voornemens is om via een opdracht aan een extern bureau al begin 2025 met fase 1 te willen starten. We adviseren het College om de (evt. voorlopige) resultaten van dit onderzoek samen met de Kaderstellende Notitie voor te leggen aan de Gemeenteraad zodat de resultaten kunnen worden meegewogen in het raadsbesluit daarover. Als dat niet mogelijk blijkt, dan is het raadzaam de resultaten breed te delen in het kader van het participatietraject. Het Milieuplatform ziet de volgende thema’s als prioritair: o waterkwaliteit o luchtkwaliteit o geluidhinder

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15677494/1