Bijlage beantwoording aanvullende beeldvormende vraag TROTS - Technisch rapport v- MRDH (geanonimiseerd)
Tekst van het document
totaal aantal
2.875
2.452
2.446
713
711
Tabel 3.6: T-waarden na kalibratie vergelijkingen etmaalperiode
ochtend T < 3,5 3,5 < T < 4,5 T > 4,5 totaal aantal
mvt
auto
vracht
OV
fiets
2.675
94,3%
2.156
94,3%
2.248
99,2%
642
90,2%
620
87,2%
116
4,1%
90
3,9%
16
0,7%
33
4,6%
29
4,1%
47
1,7%
41
1,8%
1
0,0%
37
5,2%
62
8,7%
2.838
2.287
2.265
712
711
Tabel 3.7: T-waarden na kalibratie vergelijkingen ochtendspitsperiode
avond
mvt
auto
vracht
OV
fiets
2.617
92,2%
2.100
91,8%
2.228
99,3%
649
91,2%
646
90,9%
3,5 < T < 4,5
146
5,1%
125
5,5%
14
0,6%
26
3,7%
12
1,7%
T > 4,5
75
2,6%
62
2,7%
1
0,0%
37
5,2%
53
7,5%
T < 3,5
Totaal aantal
2.838
2.287
2.243
712
711
Tabel 3.8: T-waarden na kalibratie vergelijkingen avondspitsperiode
restdag
mvt
auto
vracht
OV
fiets
2.735
96,3%
2.201
96,2%
2.246
98,5%
611
85,9%
650
91,4%
3,5 < T < 4,5
66
2,3%
55
2,4%
31
1,4%
61
8,6%
16
2,3%
T > 4,5
38
1,3%
32
1,4%
4
0,2%
39
5,5%
45
6,3%
T < 3,5
Totaal aantal
2.839
2.288
2.281
711
711
Tabel 3.9: T-waarden na kalibratie vergelijkingen restdagperiode
De normstelling voor de resultaten na kalibratie zijn strenger dan die vóór kalibratie, 90% van de tellingen dient ‘geen relevante afwijking’ te kennen en maximaal 5% van de tellingen mag een ‘relevante afwijking’ hebben. Deze normstelling (85 tot 90%) wordt in Nederland veelal bij verkeersmodelactualisaties gehanteerd. Aan deze normstelling wordt ruimschoots voldaan, in de etmaalperiode scoren de gekalibreerde modaliteiten allemaal boven de 90% ‘geen relevante afwijking’ en nog geen 3% op ‘relevante afwijking’. Daarnaast liggen de afwijkingen voor de beide spitsperioden nu nagenoeg op één lijn. De T-waarden voor het OV- en fietsgebruik kennen, net als bij het auto- en vrachtverkeer, weinig verschil in afwijking tussen
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
80
de dagdelen. Met uitzondering van de ‘fiets-ochtendspits-periode’ voldoen ook de OV- en fietsintensiteiten goed aan de toetsingskaders. 3.2.2
Mobiliteitsniveau en modal split
In het voorgaande is het model voor kalibratie vergeleken met het ODiN en de verkeerstellingen en uiteindelijk gekalibreerd aan de verkeerstellingen. Na kalibratie is vervolgens de wijze van aanpassing in de matrixstructuur gecheckt en heeft wederom een toets aan de verkeerstellingen plaatsgevonden. Daarmee is het gekalibreerde model voor het basisjaar gereed. In deze paragraaf worden enkele grootheden van het gekalibreerde model gepresenteerd, zodat die in een later stadium vergeleken kunnen worden met het prognosejaar en er meer gevoel bij de gemodelleerde stromen ontstaat. In tabel 3.10 is het aantal ritten opgenomen voor de gebieden MRDH intern, MRDH extern uitgaand, MRDH extern inkomend en het totale aantal ritten MRDH gerelateerd aan de bijbehorende ‘modal split’-verdeling. Zichtbaar is dat verreweg het grootste gedeelte van de gemodelleerde ritten bij alle modaliteiten interne ritten zijn binnen de MRDH. Voor het fietsverkeer is dit logischerwijs verreweg de grootste groep vanwege de relatief korte ritlengte. Ook bij auto, OV en vracht zien we echter dat 70% van de ritten intern MRDH-verkeer is. Verder is zichtbaar dat de extern uitgaande en extern ingaande verplaatsingen op etmaalniveau in balans zijn. auto
OV
fiets
vracht
3.064.000
772.000
3.527.000
129.000
MRDH extern uit
444.000
151.000
33.000
38.000
MRDH extern in
422.000
151.000
32.000
39.000
3.931.000
1.074.000
3.592.000
205.000
modal split intern
41,6%
10,5%
47,9%
modal split extern
70,3%
24,5%
5,3%
modal split MRDH gerelateerd
45,7%
12,5%
41,8%
MRDH intern
totaal MRDH gerelateerd
Tabel 3.10: Overzicht mobiliteitsniveau (aantal ritten) per modaliteit en modal split (MRDH gerelateerde verplaatsingen) voor 2020
Opgemerkt moet worden dat in tabel 3.11 en alle hiernavolgende tabellen (ook in de volgende hoofdstukken) bij ‘auto’ het aantal autoritten wordt aangeduid en niet het aantal persoonsverplaatsingen. Bij de eerder gepresenteerde vergelijkingen met ODiN (paragraaf 3.1) worden persoonsverplaatsingen gepresenteerd omdat die output rechtstreeks op dat niveau is afgeleid uit het ritproductie-/zwaartekrachtmodel. Bij de waarden in tabel 3.11 en alle hiernavolgende aantallen kijken we niet meer naar autopersonen, maar naar voertuigen. In deze fase van het modelleerproces zijn de autopersonen reeds verdisconteerd met de bezettingsgraden per voertuig zoals in tabel 2.6 opgenomen.
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
81
3.2.3
Verkeersprestatie
In tabel 3.11 zijn de voertuig- en reizigerskilometers weergegeven binnen het studiegebied (gemiddelde werkdag, etmaal, 2020). Zichtbaar is dat het autoverkeer voor verreweg de meeste afgelegde kilometers zorgt, gevolgd door OV, fiets en tot slot het vrachtverkeer. De totale reizigerskilometers voor openbaar vervoer worden in tabel 3.11 verder uitgesplitst naar de verschillende systemen binnen het studiegebied. Hier is zichtbaar dat de meeste reizigerskilometers door de trein worden afgewikkeld, gevolgd door de metro, bus en tram als kleinste vervoerswijze. Opgemerkt moet worden dat RandstadRail niet als apart vervoerssysteem in het model is opgenomen. De lijnen tussen Den Haag en Zoetermeer (RR3 en RR4) zijn opgenomen in het metrosysteem. De lijn tussen Rotterdam en Den Haag (lijn E) is ook opgenomen in het metrosysteem. voertuig- en reizigerskilometers (x 1.000.000)
2020
auto
44.4
openbaar vervoer
18.3
fiets
8.3
vrachtauto
4.5
Tabel 3.11: Overzicht voertuig- en reizigerskilometers in miljoenen kilometers
reizigerskilometers (x 1.000.000)
2020
trein
10.3
metro
3.7
bus
2.8
tram
1.4
totaal OV-reizigerskilometers
18.3
Tabel 3.12: Overzicht reizigerskilometers per deelsysteem OV in miljoenen kilometers
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
82
4. Uitgangspunten prognoses 4.1
Prognosescenario’s
De prognosescenario’s zijn opgesteld door ten opzichte van het basisjaar te muteren op de hiernavolgende onderdelen: •
netwerken;
•
sociaal-economische gegevens;
•
beleidsinstellingen;
•
speciale functies, parkeren en parkeertarieven.
In dit hoofdstuk wordt de input voor de prognosescenario’s op de hiervoor genoemde onderdelen besproken.
4.2
Netwerken
De netwerken voor de prognosejaren zijn in de basis afgeleid van het basisjaar 2020. In deze paragraaf gaan we op hoofdlijnen in op de werkwijze en de belangrijkste opgenomen infrastructurele projecten. In bijlage 7 is een volledige lijst met netwerkmutaties voor 2030 en 2040 opgenomen. Gemotoriseerd verkeer Voor het autoverkeer zijn de netwerken vanuit het V-MRDH 2.10 overgenomen als startpunt voor de prognosenetwerken. Hierin waren veel infraplannen al opgenomen en is er ook een aantal toegevoegd of aangepast. De volgende grootschalige infraplannen zijn opgenomen in de prognoses: •
realisatie A16 Rotterdam (eerder genoemd A13/A16);
•
realisatie A24 Blankenburgverbinding;
•
realisatie A4 Passage en Poorten & Inprikkers; (A4 Haaglanden-N14 alleen vanaf 2040);
•
A4 Burgerveen-N14 (van vanaf 2040;
•
A20 Nieuwerkerk-Gouda (alleen vanaf 2040);
•
realisatie RijnlandRoute (Leidse regio);
•
realisatie Rotterdamsebaan (Den Haag);
•
Herinrichting Coolsingel en Hofplein (Rotterdam); reconstructie N213 (Naaldwijk);
•
autoluwe stadsbrug Rotterdam (vanaf 2040);
•
grootschalige uitrol Rotterdam 30 km/h.
De autonetwerken voor 2030 Hoog en Stedelijke Referentie zijn gelijk. De 2040 netwerken (2040 laag 2040 hoog en 2040 Stedelijke referentie) zijn anders dan de 2030 netwerken, maar onderling gelijk. Voor de Blankenburgverbinding is er in 2030 tol meegenomen, voor het modeljaar 2040 is geen tol meegenomen.
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
83
De netwerken zijn op detailniveau door de 23 gemeenten gecontroleerd via een onlinetool. Daarop zijn op een lager detailniveau veel kleine mutaties in de netwerken doorgevoerd, zoals de afwaardering van de buurt- naar woonstraten, nieuwe randwegen om kernen, nieuwe ontsluitingen van woonwijken en dergelijke. Fiets Voor de prognose fietsnetwerken zijn de netwerken van het V-MRDH 2.10 als basis gebruikt. In de prognosenetwerken fiets zijn de volgende grootschalige zaken opgenomen: •
maatregelen sterfietsroute Trekfietstracé (Den Haag);
•
verlengde Velostrada Den Haag;
•
fietsbrug A13 Lansingerland (Delft);
•
fietstunnel Delft Campus (Delft);
•
verscheidene Metropolitane fietsroutes die na 2020 gerealiseerd worden: -
ingevoerd door middel van toevoegen nieuwe modellinks, het compleet maken van routes en/of het verhogen fietssnelheden t.o.v. standaard fietssnelheden);
•
Stadsbrug Rotterdam (vanaf 2040).
Op een hoger detailniveau zijn nog diverse aanpassingen gedaan, veelal op aangeven van de gemeenten. Openbaar vervoer Voor de prognosenetwerken openbaar vervoer zijn de volgende spoorse ontwikkelingen opgenomen. •
Hoekse Lijn ombouw naar metro en koppeling Hoek van Holland Strand;
•
tramlijn 19 naar Delft-TU;
•
spoordienstregeling conform PHS eindbeeld);
•
tram Binckhorst Koningscorridor (vanaf 2040);Stadsbrug met HOV-tramkwaliteit Rotterdam (vanaf 2040);
•
opening station Stadionpark (vanaf 2040);
•
metrofrequentie Rotterdam-Den Haag naar 12x/h en frequentieverhoging lijn C (Capelle-Hoogvliet);
•
versnellen enkele tramlijnen in Den Haag/Rotterdam.
Spoornetwerk Voor het spoornetwerk is het zogeheten ‘6Basis’-netwerk opgenomen. Dit is een doorontwikkeling van het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) en is opgesteld in het kader van Toekomstbeeld OV. Dit '6Basis'-netwerk betreft het referentiespoornetwerk voor de lange termijn in Nederland, en is ook gehanteerd in de Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA 2021). De volgende aanpassingen in het spoornetwerk gerelateerd aan de MRDH zijn opgenomen en zijn onveranderd gebleven aan V-MRDH 2.10: •
De extra IC’s Nijmegen - Utrecht - Schiphol - Leiden gaan niet meer naar Den Haag Centraal, maar door over de Oude Lijn naar Den Haag Laan van NOI - Den Haag HS Delft - Schiedam Centrum - Rotterdam Centraal. Leiden - Den Haag CS blijft daarmee 4x/h IC (i.p.v. 6x/h), Leiden - Den Haag HS e.v. wordt daarmee 6x/h (i.p.v. 4x/h).
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
84
•
Frequentieverhoging Breda - Rotterdam - Schiphol - Amsterdam Zuid van 2x/h naar 5x/h.
•
Andere doorkoppelingen te Schiphol (hogesnelheidstreinen richting Almere, Leiden Schiphol richting Utrecht).
•
Vervallen IC Dordrecht - Breda.
Busnetwerk •
R-net-lijnen Westland en Delft-Zoetermeer.
•
HOV Ridderkerk-Rotterdam.
•
Strekken buslijn door Maastunnel (Zuidplein-CS).
•
Versnellen buslijnen Algeracorridor en Spijkenisse.
4.3
Sociaal-economische gegevens
Een belangrijke bron van input voor de prognosejaren zijn de sociaal-economische gegevens. Het verzamelen van de groei op zonaal niveau is een omvangrijk proces waarbij alle betrokkenen aan deze actualisering hebben bijgedragen. Achtereenvolgens beschrijven we hier het proces voor het studiegebied en het invloeds-/buitengebied. 4.3.1
Studiegebied
Binnen eerdere actualiseringstrajecten is gebleken dat het lastig is om duidelijkheid en overeenstemming te verkrijgen tussen de verschillende actoren over de op te nemen ontwikkelingen. Er is gekozen voor een transparante aanpak waarbinnen de ontwikkelingen tussen het basisjaar 2020 en de prognosejaren zijn geïnventariseerd met behulp van een OmniTRANS Next Analytics-map waarvoor alle ontwikkelingen in de vorm van een opmerking aangeleverd konden worden. De gemeenten konden per ontwikkeling een opmerking plaatsen in een zone op de kaart, deze komt dan op de kaart te staan als een vlaggetje. Uitgangspunt was dat alle gemeenten zich in de aanpak konden vinden. Draagvlak is daarbij als belangrijker beschouwd dan volledige afstemming op de provinciale of WLOscenario’s. Het traject van het inventariseren van de ontwikkelingen tot het vaststellen van de SEG voor het studiegebied is hierna beschreven. Inventarisatie De gemeenten zijn op basis van vooraf gecommuniceerde richtlijnen gevraagd om per scenario zelf een inschatting te maken van de groei in woningen, arbeidsplaatsen en extra ritten. Dit is per plan aangeleverd in de OmniTRANS Next Analytics-map waarbij de gemeenten is gevraagd verschillende velden in te vullen: •
plannaam, toelichting (eventueel) en locatie (modelzone) van de ontwikkeling;
•
percentage ontwikkeld in 2030;
•
renovatie/transformatiegebied?;
•
planstatus (hard/zacht);
•
aantallen eengezinswoningen/appartementen/vinex nieuwbouw/studentenwoningen;
•
aantal m2 bvo arbeidsplaatsen (detail/industrie/rest, kantoor/gemengd bedrijventerrein/ supermarktfunctie/agrarisch/distributiecentrum);
•
toegevoegd aantal parkeerplaatsen;
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
85
•
geplande speciale voorziening, keuze uit: attractiepark, centra, bioscoop en theater, bouwmarkten, dierenpark, fastfoodrestaurant, gezondheidszorg, hoofdcentra, hotel, in-/ outdoor sport- en spelhal, onderwijsinstelling, supermarkt, zwembad en wellnesscentra.
De opgegeven aantallen woningen en vierkante meters oppervlakten zijn automatisch met standaardfactoren omgerekend naar respectievelijk inwoners en arbeidsplaatsen (zie de tabellen 4.1 en 4.2). De aangeleverde hoeveelheid m2 speciale functie is omgerekend naar het aantal multimodale ritten per werkdag (zie tabel 4.3). Deze ritten worden vervolgens verdeeld over de dagdelen, 80% van de ritten komt terecht in de restdag en in beide spitsen 10%. De modal split van deze ritten is gelijk aan de modal split van de zone waar deze ritten bijgeplaatst worden. Een aantal gemeentes heeft de data niet via OmniTRANS Next Analytics aangeleverd. De redenen hiervoor liepen uiteen, dit kwam doordat ze het moeilijk vonden om het in toe voeren of doordat het om erg veel data ging waardoor de invoer een tijdrovende klus zou zijn. Deze gemeenten hebben de plannen in een Excelbestand aangeleverd waarin ook voorkwam dat de gemeenten al direct het aantal arbeidsplaatsen aangaven. Hierdoor is het verwerken van de los aangeleverde data net op een andere manier verlopen voordat alle data zijn samengevoegd. type woning
woningbezetting
eengezinswoning
2,3
appartement
1,8
VINEX-nieuwbouw
3,0
studentenwoning
1
Tabel 4.1: Type woning en woningbezetting
type arbeidsplaats
arbeidsplaatsen per 10.000 m2
kantoor/rest
500
detail
125
industrie
150
gemengd terrein
200
supermarkt
150
agrarisch
5
distributiecentrum
200
Tabel 4.2: Type arbeidsplaats en aantal per 10.000 m2
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
86
speciale functie
verkeersgeneratie per m2 bvo werkdag
attractie- en pretpark
0,13
(wijk)centra
0,52
bioscoop en theater
0,94
bouwmarkten/tuincentra/groothandel
0,61
dierenpark
0,13
fastfoodrestaurant
0,13
gezondheidszorg
0,81
hoofdcentra
0,62
hotel
0,04
indoor sport- en spelhal
0,21
onderwijsinstelling
0,57
outdoor sport en spel
0,43
supermarkt
1,79
zwembad en wellnesscentra
0,10
Tabel 4.3: Type speciale functies en aantal multimodale ritten per werkdag met opgegeven m2
Controleslag De aangeleverde opmerkingen zijn doorgenomen en waar nodig gecorrigeerd of aangevuld. Gemeentetotalen zijn gemaakt en besproken met het V-MRDH, zo kon er makkelijk gekeken worden of er nog ergens grote projecten misten. Waar nodig is er contact opgenomen met de gemeenten voor een dubbelcheck. Bijstelling en afleiden De data zijn vervolgens omgezet naar de invoer SEG voor de verschillende scenario’s. Deze zijn meermaals met de werkgroep van de MRDH doorgenomen en zo zijn er waar nodig correctiefactoren bepaald aan de hand van de NRM-data. Een deel van de SEG is op gemeenteniveau gecorrigeerd aan de hand van de trend van NRM. Voor de inwoners is een correctie gedaan op gemeenteniveau aan de hand van de woningbezettingstrend in het NRM op de huidige woningbezetting. Op basis hiervan zijn vervolgens de beroepsbevolking, inwoners 00 tot 11 jaar en inwoners 00 tot 34 jaar afgeleid. Hierin is de verhouding van het V-MRDH in 2020 en de trend van het NRM meegenomen. De groei in het aantal leerlingplaatsen per gemeente is vervolgens ook bepaald aan de hand van de groei in leerlingplaatsen in het NRM (Nederlands regionaal Model) ten opzichte van het aantal inwoners (zie gebruikte formules in het schema hieronder). Per gemeente is het aantal leerlingplaatsen voor de prognosescenario’s bepaald aan de hand van groei in inwoners en de trend van NRM.
Hiermee is een groeifactor per gemeente bepaald waarmee alle bestaande leerlingplaatsen in 2020 zijn vermenigvuldigd. We gaan hier dus uit van een groei van alle bestaande scholen in 2020. De gemeente Rotterdam en Pijnacker-Nootdorp zijn hierin een uitzondering, deze gemeenten hebben het aantal leerlingplaatsen per zone voor prognoses zelf al aangeleverd. De groei van de arbeidsplaatsen is ook naast het NRM gehouden, er is voor gekozen om deze niet te corrigeren.
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
87
In figuur 4.1 is aangegeven hoe de correctiefactoren zijn bepaald voor 2040 WLO hoog. Voor de andere scenario’s is dit op een identieke manier gegaan, alleen is er voor 2030 een correctie van 10/12 gebruikt in plaats van 20/22 om te corrigeren voor het feit dat NRM een ander basis heeft dan het V-MRDH.
Figuur 4.1: Stroomschema corrigeren en afleiden SEG aan de hand van NRM
Het proces heeft een voor het studiegebied breedgedragen prognoseset opgeleverd, waarvan de totalen zijn weergegeven in tabel 4.4.
arbeidsplaatsen
arbeidsplaatsen, groei
woningen
woningen, groei
inwoners
inwoners, groei
2020
1.136.534
100
2.385.748
100
1.049.092
100
2030 hoog
1.308.995
1,15
2.698.197
1,13
1.186.800
1,13
2040 laag
1.288.466
1,13
2.725.960
1,14
1.195.521
1,14
2040 hoog
1.384.906
1,22
2.858.759
1,20
1.252.556
1,19
Tabel 4.4: SEG MRDH per planjaar
De geïndiceerde groeicijfers zijn ook weergegeven in figuur 4.2. De SEG groeien van 2020 naar de WLO hoog scenario’s op dezelfde manier, de woningen groeien een paar procent meer dan de inwoners en arbeidsplaatsen. Voor 2040 WLO laag geldt dat er een stuk minder woningen bij komen dan voor de WLO hoog scenario’s. De groei in het aantal woningen
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
88
inwoners en arbeidsplaatsen is dan wel groter dan de groei aan woningen. Deze verschillen komen door het verschil in woningbezetting tussen de WLO hoog en WLO laag scenario’s uit het NRM. De SEG van stedelijke referentie zijn in 2030 en 2040 gelijk aan WLO hoog.
Groei SEG studiegebied 1,24
1,22
1,22
1,20
1,20 1,18 1,16 1,14
1,15
1,13
1,13
1,19
1,14
1,13
1,14
1,12 1,10 1,08 1,06 woningen, index
2030hoog
inwoners, index
2040laag
arbeidsplaatsen, index
2040hoog
Figuur 4.2: Geïndiceerde groei SEG MRDH per planjaar
In de hiernavolgende tabellen 4.5 tot en met 4.7 zijn de uitgebreide waarden voor alle inliggende gemeenten opgenomen voor de jaren 2020, 2030 hoog, 2040 laag en 2040 hoog.
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
89
2030 woningen
2040
2040
2020
hoog
groei
laag
groei
hoog
groei
‘s-Gravenhage
268.047
305.491
1,14
297.743
1,11
317.812
1,19
Wassenaar
11.476
12.284
1,07
11.712
1,02
12.298
1,07
Leidschendam-Voorburg
36.709
40.965
1,12
39.562
1,08
41.662
1,13
Zoetermeer
55.903
66.144
1,18
60.383
1,08
66.144
1,18
Pijnacker-Nootdorp
21.503
24.321
1,13
24.721
1,15
27.371
1,27
Delft
58.802
70.384
1,20
63.911
1,09
76.268
1,30
Rijswijk
26.429
34.949
1,32
34.001
1,29
37.610
1,42
Midden-Delfland
7.828
8.544
1,09
8.539
1,09
8.544
1,09
Westland
46.310
53.022
1,14
53.647
1,16
55.647
1,20
Schiedam
37.498
47.273
1,26
42.334
1,13
48.171
1,28
Nissewaard
39.109
42.353
1,08
40.851
1,04
43.865
1,12
Albrandswaard
10.499
11.917
1,14
11.215
1,07
11.917
1,14
Barendrecht
19.278
23.052
1,20
20.299
1,05
23.823
1,24
Ridderkerk
20.801
22.809
1,10
22.168
1,07
22.911
1,10
Krimpen aan den IJssel
12.403
12.937
1,04
12.686
1,02
12.937
1,04
Capelle aan den IJssel
31.330
38.165
1,22
38.945
1,24
39.581
1,26
Lansingerland
23.783
34.248
1,44
30.176
1,27
34.398
1,45
Maassluis
14.979
19.063
1,27
18.394
1,23
19.294
1,29
Brielle
7.760
9.197
1,19
9.197
1,19
9.197
1,19
Westvoorne
6.662
6.662
1,00
6.662
1,00
6.662
1,00
Vlaardingen
34.620
38.688
1,12
38.863
1,12
38.863
1,12
Hellevoetsluis
17.466
18.372
1,05
17.991
1,03
19.744
1,13
Rotterdam
327.339
368.155
1,12
384.466
1,17
410.187
1,25
MRDH
1.136.534
1.308.995
1,15
1.288.466
1,13
1.384.906
1,22
buitengebied
6.849.347
7.600.725
1,11
7.690.538
1,12
7.950.452
1,16
Tabel 4.5: Ontwikkeling woningen vanaf basisjaar 2020
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
90
2030 inwoners
2040
2040
2020
hoog
groei
laag
groei
hoog
groei
‘s-Gravenhage
544.920
613.924
1,13
609.819
1,12
648.703
1,19
Wassenaar
26.212
27.034
1,03
26.999
1,03
27.220
1,04
Leidschendam-Voorburg
76.517
85.807
1,12
85.432
1,12
88.324
1,15
Zoetermeer
125.080
141.979
1,14
137.569
1,10
137.001
1,10
Pijnacker-Nootdorp
55.305
59.748
1,08
60.773
1,10
69.942
1,26
Delft
103.319
122.261
1,18
117.310
1,14
132.907
1,29
Rijswijk
54.395
73.014
1,34
72.443
1,33
77.809
1,43
Midden-Delfland
19.354
20.441
1,06
20.955
1,08
19.594
1,01
Westland
110.053
125.420
1,14
130.414
1,19
132.808
1,21
Schiedam
78.602
97.042
1,23
87.731
1,12
97.961
1,25
Nissewaard
86.447
90.385
1,05
90.440
1,05
93.917
1,09
Albrandswaard
25.375
28.131
1,11
26.969
1,06
27.917
1,10
Barendrecht
48.738
58.014
1,19
52.034
1,07
59.805
1,23
Ridderkerk
46.187
50.838
1,10
49.881
1,08
51.525
1,12
Krimpen aan den IJssel
29.509
30.321
1,03
32.032
1,09
29.563
1,00
Capelle aan den IJssel
66.977
80.731
1,21
84.256
1,26
82.528
1,23
Lansingerland
62.198
87.480
1,41
74.978
1,21
88.092
1,42
Maassluis
33.143
40.724
1,23
41.414
1,25
40.108
1,21
Brielle
17.096
19.478
1,14
19.958
1,17
19.313
1,13
Westvoorne
14.721
14.568
0,99
15.124
1,03
13.996
0,95
Vlaardingen
73.263
81.391
1,11
84.406
1,15
81.880
1,12
Hellevoetsluis
38.826
39.855
1,03
40.205
1,04
41.807
1,08
Rotterdam
649.511
709.611
1,09
764.818
1,18
796.039
1,23
MRDH
2.385.748
2.698.197
1,13
2.725.960
1,14
2.858.759
1,20
buitengebied
14.992.022
15.987.609
1,07
16.560.434
1,10
16.655.318
1,11
Tabel 4.6: Ontwikkeling inwoners vanaf 2020
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
91
2030
2040
2040
arbeidsplaatsen
2020
hoog
groei
laag
groei
hoog
groei
‘s-Gravenhage
247.926
279.232
1,13
279.206
1,13
296.466
1,20
Wassenaar
8.960
8.849
0,99
8.960
1,00
8.849
0,99
Leidschendam-Voorburg
17.485
19.335
1,11
18.934
1,08
19.682
1,13
Zoetermeer
46.111
52.300
1,13
46.111
1,00
56.859
1,23
Pijnacker-Nootdorp
15.094
16.625
1,10
16.738
1,11
16.828
1,11
Delft
50.318
57.318
1,14
58.258
1,16
67.989
1,35
Rijswijk
30.968
32.203
1,04
32.194
1,04
31.547
1,02
Midden-Delfland
6.529
13.484
2,07
13.359
2,05
13.486
2,07
Westland
58.421
60.122
1,03
61.925
1,06
61.925
1,06
Schiedam
32.671
39.531
1,21
32.671
1,00
39.531
1,21
Nissewaard
20.170
20.165
1,00
20.166
1,00
20.338
1,01
Albrandswaard
9.191
9.520
1,04
9.520
1,04
9.520
1,04
Barendrecht
25.107
27.107
1,08
25.857
1,03
27.357
1,09
Ridderkerk
19.499
25.601
1,31
25.601
1,31
25.603
1,31
Krimpen aan den IJssel
8.547
8.547
1,00
8.547
1,00
8.547
1,00
Capelle aan den IJssel
32.162
35.272
1,10
35.441
1,10
36.045
1,12
Lansingerland
23.969
45.633
1,90
38.023
1,59
45.633
1,90
Maassluis
6.894
6.935
1,01
6.999
1,02
6.927
1,00
Brielle
5.264
5.441
1,03
5.441
1,03
5.441
1,03
Westvoorne
3.399
3.399
1,00
3.399
1,00
3.399
1,00
Vlaardingen
19.748
23.445
1,19
24.057
1,22
24.057
1,22
Hellevoetsluis
9.018
21.940
2,43
19.526
2,17
21.939
2,43
Rotterdam
351.641
374.796
1,07
404.588
1,15
404.588
1,15
MRDH
1.049.092
1.186.800
1,13
1.195.521
1,14
1.252.556
1,19
buitengebied
6.642.392
8.044.361
1,21
7.752.393
1,17
8.051.171
1,21
Tabel 4.7: Ontwikkeling arbeidsplaatsen
4.3.2
Invloeds- en buitengebied
De data buiten het studiegebied komen in het basisjaar deels vanuit het NRM en deels vanuit CBS/PZH-data (voor de verfijnde delen in Zuid-Holland). Voor de prognoses zal daarom gewerkt worden met groeifactoren uit het NRM: 1.
In de eerste plaats is per NRM-jaar een conversie gemaakt van de NRM-zones buiten de MRDH naar de MRDH-gebiedsindeling.
2.
Bij de NRM-SEG zijn groeifactoren bepaald tussen 2018 en 2030 hoog, 2018 en 2040 laag en 2018 en 2040 hoog. Met behulp van de in stap 1 bepaalde conversie zijn deze groeifactoren toegepast op de SEG van het basisjaar MRDH voor het invloeds- en buitengebied. Daarbij is rekening gehouden met een aangepaste interpolatiefactor om het verschil tussen het basisjaar NRM (2018) en het V-MRDH 3.0 (2020) te kunnen overbruggen. Zodoende is de groei van de SEG in het NRM geconverteerd naar het MRDH-model.
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
92
Daarbij worden groeifactoren toegepast op de volgende variabelen:
3.
•
huishoudens;
•
inwoners;
•
arbeidsplaatsen detail;
•
arbeidsplaatsen industrie;
•
arbeidsplaatsen rest;
•
arbeidsplaatsen totaal;
•
leerlingplaatsen0011;
•
leerlingplaatsen12eo.
Om extra pendel te voorkomen, wordt gecorrigeerd op de verhouding tussen studie- en buiten-/invloedsgebied. Daarbij wordt de groei in het buitengebied gecorrigeerd zodat deze in totaal voor het studie- en buitengebied weer overeenkomt met het NRM.
4.
De afhankelijke variabelen inw0034, bbv en inw0011 worden opnieuw bepaald op basis van de aangepaste inwoners met de verhoudingen die vanuit het basisjaar gelden.
5.
Om scheefheid tussen inw0011, inw0034 (ten opzichte van leerlingplaatsen) en bbv (ten opzichte van arbeidsplaatsen) te voorkomen, worden deze voor het buitengebied gecorrigeerd. Daarbij kennen de categorieën inw0011 en inw0034 dezelfde verhouding als leerlingplaatsen ten opzichte van 2020 en bbv kent dezelfde verhouding als arbeidsplaatsen totaal ten opzichte van 2020.
6.
Als laatste stap wordt de groei van het aantal huishoudens, inwoners, leerlingplaatsen0011, leerlingplaatsen 12eo, arbeidsplaatsen detail, arbeidsplaatsen industrie, arbeidsplaatsen rest en arbeidsplaatsen totaal geschaald op de groeifactor inwoners + arbeidsplaatsen van het V-MRDH ten opzichte van het NRM.
4.4
Beleidsinstellingen en modelparameters
De aangepaste netwerken zorgen in de prognoses voor een wijziging van de weerstandsmatrices per modaliteit. De aangepaste ruimtelijke ontwikkelingen zorgen voor een verandering in de ritproductie en -attractie per gebied. De derde component bij de opstelling van prognoses betreft wijzigingen in de beleidsuitgangspunten en de modelparameters die onder andere van invloed zijn op de weging van de weerstandsmatrices per modaliteit. Om de prognoses beter aan te sluiten op de nieuwste trends, is besloten de beleidsinstellingen en modelparameters voor de prognosejaren aan te passen. De voormalige ‘hoog’-prognoses zijn verrijkt om zo de mobiliteitstrends in beperkte mate mee te kunnen modelleren. Daarnaast zijn de zogenoemde ‘stedelijke referenties’ opgesteld. In de laatstgenoemde zijn meer beleidsconsistente mobiliteitstransitiemaatregelen opgenomen. In tabel 4.8 is een totaaloverzicht van de beleidsinstellingen en modelparameters per modeljaar weergegeven. De verschillende onderdelen worden in deze paragraaf nader toegelicht.
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
93
2020
2030 WLO hoog
2030 stedelijke referentie
2040 WLO laag
2040 WLO hoog
2040 stedelijke referentie
1. Autokosten
100
94,4
100
97,9
88,4
100
2. OV- en fietskosten
100
100
100
100
100
100
3. Aandeel e-bike <2,5 km
5,30%
6,10%
6,10%
6,80%
6,80%
6,80%
2,5-7,5 km
10,60%
12,20%
12,20%
13,60%
13,60%
13,60%
> 7,5 km
26,50%
30,50%
30,50%
34,10%
34,10%
34,10%
opgave werkgroep
opgave werkgroep
opgave werkgroep
opgave werkgroep
opgave werkgroep
opgave werkgroep
-
3
3
3
3
3
-
variabel naar stedelijkheidsklasse (zie onderstaande tabel)
idem
idem
idem
idem
Erasmusbrug
-
10%
10%
10%
10%
10%
Maastunnel
-
25%
25%
25%
25%
25%
Willemsbrug
-
25%
25%
25%
25%
25%
-
variabel naar stedelijkheidsklasse (zie onderstaande tabel)
idem
idem
idem
idem
-
-7,5%
-7,5%
-7,5%
-7,5%
-7,5%
-
-7,5%
-7,5%
-7,5%
-7,5%
-7,5%
4. Betaald parkeren 5. Zoektijd parkeren (in minuten) Schieoevers Delft
6. Index VoT OV * 7. Verhoging fietssnelheid t.o.v. 2020
8. Index VoT Fiets *
9. Thuiswerkcorrectie woon-werk (alleen voor arbeidsplaatsen 'rest') zakelijk (alleen voor arbeidsplaatsen 'rest') onderwijs
-
overig
-2,5%
-2,5%
-2,5%
-2,5%
-2,5%
5% extra
5% extra
5% extra
5% extra
5% extra
12,8 cent per km
12,8 cent per km
12,8 cent per km
12,8 cent per km
12,8 cent per km
10. Vrachtwagenheffing * prijs per km
-
correctiefactor kilometerprijs tbv toedeling
-
0,10
0,10
0,10
0,10
0,10
-
HavenRtd, Rest MRDH en Rest Nederland met aparte correctiefactoren overig (uitlopers in Nederland) -0,4%
idem
idem
idem
idem
Kiltunnel
Kiltunnel
Kiltunnel
Kiltunnel
Kiltunnel
Kiltunnel
Maasdeltatunnel
Maasdeltatunnel
Geen tol, wel vrachtheffing Maasdeltatunnel
Geen tol, wel vrachtheffing Maasdeltatunnel
Geen tol, wel vrachtheffing Maasdeltatunnel
-
6,0%
6,0%
6,0%
6,0%
6,0%
-
0,9%
0,9%
0,9%
0,9%
0,9%
8.500.000
8.500.000
8.500.000
9.100.000
9.100.000
S5 = gelijk aan autonome groei S6 = dalende trend 8% tov autonome groei 2030 h S1 t/m 4 = gelijk aan WLO HOOG
S5 = helft van de groei aantal Stedref 2040auto's per HH NRM 2040 l, S6 = gelijk aan autonome groei 2040 l S1 t/m S4 = herverdelen totale autonome groei 2040 l
S5 = helft van de groei aantal auto's per HH NRM 2040 h, S6 = gelijk aan autonome groei 2040 h S1 t/m S4 = herverdelen totale autonome groei 2040 h
S5 = gelijk aan autonome groei S6 = dalende trend 8% tov autonome groei 2040 h S1 t/m 4 = gelijk aan WLO HOOG
matrixcorrecties
11. Tol
12. ZE-zones afname vrachtritten van en naar ZE -zones afname autoritten van en naar ZE-zones 13. Autobezit grootte wagenpark NL
onderverdeling wagenpark
7.500.000
S5 = helft van de groei aantal auto's per HH NRM 2030 h, S6 = gelijk aan autonome groei 2030 h S1 t/m S4 = herverdelen totale autonome groei 2030 h
Tabel 4.8: Totaaloverzicht van de beleidsinstellingen en modelparameters per modeljaar
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
94
4.4.1
Aanpassing autokosten en BTM
In het V-MRDH zijn de autokosten weergegeven als een index ten opzichte van het basisjaar (waarbij de indexwaarde van het basisjaar gelijk is aan 100). In de basis zijn de parameters overgenomen uit het NRM2022 en gecorrigeerd voor het verschil in basisjaar. Het verschil in basisjaar is uitgevoerd door tussen 2018 en 2030 lineair te interpoleren en zodoende de indexwaarde ten opzichte van 2020 te bepalen. Verder zijn de volgende aanpassingen ten opzichte van het NRM gedaan: •
daling autokosten vanuit het NRM wordt slechts voor 40% meegenomen, om beter aan te sluiten op de modeltechniek van het MRDH-model;
•
index BTM in alle jaren gelijkgesteld aan trein (=100) om het regionale OV niet te benadelen ten opzichte van de trein.
Wanneer de index op de brandstofkosten uit het NRM wordt overgenomen en omgerekend naar het MRDH-model zou deze uitkomen op 75,8. Andersom gepresenteerd levert een dergelijke waarde in het verkeersmodel een afname van de weerstandskosten autoverkeer met 24,2% op. De resultante is dat het autoverkeer verreweg de sterkst groeiende modaliteit wordt in het verkeersmodel en ook de uitkomsten uit het NRM overstijgt. De werkgroep heeft vastgesteld dit beeld niet realistisch en in overeenstemming met de gemeten trends te vinden. Een gevoeligheidsanalyse met het V-MRDH 1.0 heeft aangetoond dat het meenemen van een kleiner aandeel van de dalende brandstofprijsindex in het V-MRDH tot betere vergelijkbare resultaten met het NRM leidt. Op basis van deze gevoeligheidsanalyse en expert judgement is 40% van het effect van de NRM-brandstofprijsindex mee te nemen. Verder is geconstateerd dat in het NRM de index voor de trein op 100 staat en voor BTM op 104. Omdat in de MRDH een sterke uitwisseling tussen met name RandstadRail en de trein kan optreden, zien we door toepassing van deze paramaters inderdaad een relatief sterke verschuiving optreden. In de praktijk wordt dit niet reëel verondersteld. Daarmee is ook de index voor BTM in het MRDH-model op 100 gezet. Tabel 4.9 toont de uiteindelijk gebruikte waarden. 2030
2030
2040
2040
2040
WLO
stedelijke
WLO
WLO
stedelijke
2020
hoog
referentie
laag
hoog
referentie
7,50
8,55
8,54
8,47
9,14
9,12
100
94,4
100
97,9
88,4
100
BTM-tarief
100
100
100
100
100
100
treintarief woon-werk
100
100
100
100
100
100
treintarief overig
100
100
100
100
100
100
aantal auto's in Nederland (in miljoen) brandstofkosten (brandstofprijs x efficiency)
Tabel 4.9: Geïndiceerde beleidsinstellingen auto en OV per modeljaar
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
95
4.4.2
Autobezit
Vanuit het NRM2023 is informatie over de groei van het wagenpark richting de prognoses af te leiden. Hierin zit wel een verschil in het basisjaar ten opzichte van het V-MRDH en de definitie van particulier en zakelijk autobezit. Verondersteld is dat dit hiaat afkomstig is door het zakelijke autobezit, dat niet opgenomen is in het V-MRDH. In figuur 4.3 staat de informatie vanuit het NRM2023 weergegeven. HH 2018 2020 2030H 2030 StedRef 2040L 2040H 2040 StedRef
7.924.747 8.075.659 9.115.481 9.115.481 8.403.591 9.584.776 9.584.776
Wagenpark NL Groei wagenpark NL 8.530.638 8.737.762 10.070.000 10.070.000 9.132.000 10.809.000 10.809.000
Auto's per hh Groei % aantal auto's per HH 1,0765 1,0820 1,15 1,1047 2,1% 1,15 1,1047 2,1% 1,05 1,0867 0,4% 1,24 1,1277 4,2% 1,24 1,1277 4,2%
Figuur 4.3: Inventarisatie wagenpark NRM2023
Figuur 4.3 geeft inzicht in de totale groei van het wagenpark in Nederland. Binnen het VMRDH 3.0 is differentiatie van de ontwikkeling van het autobezit naar stedelijkheidsgraad doorgevoerd. Dat de ontwikkeling van het autobezit per stedelijkheidsgraad anders is, blijkt uit historische trendanalyses van de gemeente Rotterdam. (bron: CVS papers Binnensteden zijn anders 2022, Puylaart, Clerx en Veurink en Tijd voor nieuwe scenario's voor mobiliteit, 2023, Clerx) Hierbij zijn andere doelwaarden (targets) per stedelijkheidsgraad meegegeven, deze zijn als volgt beschreven: WLO hoog en laag: 1.
Totaal wagenpark op basis van groei prognosejaar t.o.v. 2020 vanuit NRM2023.
2.
Stedelijkheidsgraad 5: de groei van het autobezit groeit met de helft van de snelheid van het NRM2023.
3.
Stedelijkheidsgraad 6: percentage autobezit blijft gelijk. Alleen autonome groei op basis van huishoudens.
4.
Restgroei totaal aantal auto’s herverdelen over de stedelijkheidsgraden 0 t/m 4. De herverdeling vindt ook plaats over het buitengebied.
5.
Het totaal is hierdoor weer gelijk aan het NRM.
Stedelijke referentie: 1.
Totaal wagenpark op basis van groei prognosejaar t.o.v. 2020 vanuit NRM2023.
2.
Stedelijkheidsgraden 0 t/m 4 gelijkstellen aan NRM WLO hoog.
3.
Stedelijkheidsgraad 5: percentage autobezit blijft gelijk. Alleen autonome groei op basis van huishoudens.
4.
Stedelijkheidsgraad 6: dalende trend van autobezit van 8%, die wordt versterkt door de prognosetermijn van 20 jaar in plaats van 22 jaar (verschil basisjaren NRM-V-MRDH). Het totaal is gelijk aan WLO hoog, V-MRDH 3.0 en NRM.
In de figuren 4.4 tot 4.8 zijn de uiteindelijke doelwaarden (targets) per stedelijkheidsgraad opgenomen.
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
96
2030H
Stedelijkheidsgraad
HH
Auto's
Auto's per hh (gem)
0 1 2 3 4 5 6
7.601.009 34.087 94.539 150.704 226.387 510.818 292.176
7.522.028 41.761 106.399 161.172 215.424 356.583 144.810
Totaal
8.909.720
8.548.178
0,99 1,23 1,13 1,07 0,95 0,70 0,50 0,96
Figuur 4.4: Overzicht targets autobezit per stedelijkheidsgraad 2030 WLO hoog
2030Stedref
Stedelijkheidsgraad
HH
Auto's
0 1 2 3 4 5 6
7.601.009 34.087 94.539 150.704 226.387 510.818 292.176
7.522.028 41.761 106.399 161.172 215.424 352.877 138.886
Totaal
8.909.720
8.538.548
Auto's per hh (gem) 0,99 1,23 1,13 1,07 0,95 0,69 0,48 0,96
Figuur 4.5: Overzicht targets autobezit per stedelijkheidsgraad 2030 stedelijke referentie
2040L
Stedelijkheidsgraad
HH
Auto's
0 1 2 3 4 5 6
7.690.538 33.403 92.750 148.970 216.524 503.792 293.027
7.480.119 40.065 102.825 156.484 203.680 349.148 141.685
Totaal
8.979.004
8.474.006
Auto's per hh (gem) 0,97 1,20 1,11 1,05 0,94 0,69 0,48 0,94
Figuur 4.6: Overzicht targets autobezit per stedelijkheidsgraad 2040 WLO laag
2040H
Stedelijkheidsgraad
HH
Auto's
0 1 2 3 4 5 6
7.951.020 34.064 94.543 150.437 227.776 537.121 340.397
8.049.374 42.866 109.182 165.948 223.806 381.815 170.123
Totaal
9.335.358
9.143.114
Auto's per hh (gem) 1,01 1,26 1,15 1,10 0,98 0,71 0,50 0,98
Figuur 4.7: Overzicht targets autobezit per stedelijkheidsgraad 2040 WLO hoog
Verkeersmodel MRDH 3.0 - 22 december 2023
97