Bijlage 8 - Nota van Beantwoording zienswijzen incl Staat van Wijzigingen (geanonimiseerd) Gewijzigde versie beschikbaar hieronder
Tekst van het document
Betrokkene stelt dat het nu lijkt of bewoners van een wijk met een goede score, worden gestraft voor het fijne woon- en leefklimaat waar ze zelf voor zorgen. k. Betrokkene merkt op dat de voorwaarden voor voldoende stallingsmogelijkheden en parkeerplaatsen zowel in de fysieke leefbaarheidstoets staan als bij de algemene leefbaarheidstoets. Dit lijkt dubbel te staan. l. De huis- en leefregels die zijn opgesteld bij de algemene leefbaarheidstoets zijn mooi. Maar betrokkene vraagt zich af hoe dit na het verkrijgen van een vergunning gecontroleerd wordt. De verwachting is dat het klagen over overtreding van deze regels straks het nieuwe normaal is. Het verkameren van een woning in een woonwijk met veel jonge gezinnen zou niet mogelijk moeten zijn. Voorgesteld wordt om verkamering alleen buiten de woonwijken toe te staan. m. Betrokkene stelt een aantal vragen over de voorschriften en voorwaarden rondom goed verhuurderschap. - Hoe goed worden de voorschriften nageleefd, nu en in de toekomst? - Wie ziet er op toe dat daadwerkelijk aan deze punten wordt voldaan? - Wat gebeurd er als er overlast is van bepaalde bewoners en er ‘nieuwe bewoners’ geplaatst worden, begin je dan weer opnieuw? Nota van Beantwoording Zienswijzen Beleidsnota / HVV / Parapluplan (NIET-geanonimiseerd)
21
n.
Betrokkene heeft weinig vertrouwen dat overlast van verkamering beperkt wordt met deze voorschriften rondom goed verhuurderschap. Zij hebben recent ervaring met een verkamerde woning. Betrokkene stoort zich aan de afwijkende leefritmes en geluid op ongebruikelijke tijden. Er is al wat overlast geweest en na een tweede keer klagen bij deze contactpersoon werd aangegeven, dat betrokkene vooral bij de bewoners zelf moesten aanbellen. Betrokkene voelt zich onprettig en onveilig in hun eigen woonomgeving (slapeloze nachten). Ook indien alle voorschriften worden nageleefd dan ervaart betrokkene toch echt overlast.
Beantwoording gemeente a.
b.
c.
d.
e.
f.
g.
h.
In deze beantwoording wordt alleen ingegaan op de zorgen, vragen en bedenkingen op de beleidsnota. Betrokkene beschrijft een concrete situatie waarvoor een verzoek tot handhaving is ingediend. Dit verzoek is in middels in behandeling genomen. Dit valt buiten de reikwijdte van deze beantwoording. Voor wat betreft het voorstel om de beleidsnota niet vast te stellen, merken wij op dat daarmee niet wordt bereikt dat er geen zicht meer is op legalisatie. In de meeste van de geldende bestemmingsplannen is opgenomen dat woningen bewoond mogen worden door één huishouden. Het college heeft, op basis van de zogenoemde kruimelgevallenregeling uit de Wabo, de wettelijke bevoegdheid om ontheffing te verlenen van het bestemmingsplan om gebruik van een woning door meer dan één huishouden toe te staan. Wanneer er een verzoek wordt ingediend voor verkamering of splitsing van een woning beoordeelt het college deze individuele casus of ze aan verkamering of splitsing medewerking wil verlenen, of niet. Er is hiervoor -tot nu toe- geen eenduidig toetsingskader beschikbaar. Met de beleidsnota hebben we een kader geformuleerd waarin we beschrijven welke voorwaarden we (tenminste) stellen bij een verzoek om verkamering of woningsplitsing. Door de beleidsnota creëren we duidelijkheid vooraf naar zowel de (potentiële) aanvragers als de (potentiële) omwonenden.
Betrokkene merkt terecht op dat bij grote woningen een relatief groot aantal personen gehuisvest kan worden. Het stellen van een maximum aantal bewoners per woning doet slechts in beperkte mate recht aan de relatie tussen het aantal bewoners en de grootte van de woning. Daarom kiezen wij ervoor om het minimum aantal vierkante meters per bewoner te vergoten. Voorgesteld wordt om het minimum van 12 m² te verdubbelen naar 24 m². De eisen omtrent bouwkwaliteit staan beschreven in het Bouwbesluit. Door naar deze regelgeving te verwijzen moet altijd worden voldaan aan de meest actuele eisen die daaraan gesteld worden. Dit wordt gecontroleerd op het moment dat de vergunning wordt verleend en mogelijk na realisatie, net als bij vergunningen voor andere werkzaamheden. Het is niet haalbaar om voor alle vergunning die de gemeente verleend periodiek te controleren of deze nog steeds correct worden nageleefd. Zaken als geluidsoverlast zijn vaak heel persoonlijk. Waar de één last van heeft, merkt de ander niet op of stoort zich daar niet aan. De normen zijn landelijk vastgesteld en houden rekening met geluidwering tussen ruimten op zowel hetzelfde perceel als naastgelegen percelen. Dit is te vinden in hoofdstuk 3 van het Bouwbesluit In de Nota parkeernormen staat ook bij kamerverhuur een parkeernorm beschreven.
Bij een zelfstandige woning die verkamerd wordt ervan uitgegaan dat 0.7 parkeerplaats nodig is per kamer. Een parkeerplaats binnen 250 meter wordt daarbij als toereikend gezien. De Nota Parkeernormen is een door de raad vastgesteld toetsingskader dat in de hele gemeente van toepassing is. Daarin zijn de stallingsmogelijkheden voor fietsen inderdaad niet optimaal opgenomen. Dit zullen we daarom per aanvraag beoordelen, aan de hand van de specifieke situatie op en rond het perceel. Het gaat bij de voorwaarde of “het pand verkeert in goede staat” om een toets vooraf en mogelijk na realisatie, net als bij vergunningen voor andere werkzaamheden. Het is niet haalbaar om voor alle vergunning die de gemeente verleend periodiek te controleren of deze nog steeds correct worden nageleefd. Er wordt hierbij o.a. gevraagd om een bouwkundig rapport met een beschrijving en een beoordeling van de staat van onderhoud van het gebouw. Om de vergunning te beperken in tijd moet het aannemelijk zijn dat het ook tijdelijk is en de tijdelijkheid moet gebaseerd zijn op ruimtelijke gronden. De behoefte aan huisvesting is niet tijdelijk en het is juridisch niet mogelijk om voor de ene doelgroep (arbeidsmigranten) andere eisen te
Nota van Beantwoording Zienswijzen Beleidsnota / HVV / Parapluplan (NIET-geanonimiseerd)
22
i.
j.
k. l.
stellen dan voor een andere doelgroep (jongeren of ouderen). Indien de afspraken rondom goed verhuurderschap worden nageleefd is er ook geen aanleiding om een tijdelijke vergunning af te geven. De leefbaarheidstoets gaat in op zeven verschillende punten. Bij de afweging om een vergunning toe te kennen wordt er naar deze verschillende punten gekeken. Hierbij is niet van te voren een ondergeschiktheid bepaald. Naast data over leefbaarheid wordt er bijvoorbeeld ook gekeken naar meldingen/klachten van overlast in die wijk/straat. Hierbij wordt ook gesproken met ambtenaren die actief zijn in de betreffende wijk. Hiermee is de beleving vanuit de wijk ook geborgd. De voorwaarde dat er geen leefbaarheidsproblemen zichtbaar moeten zijn is natuurlijk maar één van de criteria waar naar gekeken wordt voor de leefbaarheidstoets. Bij deze toets worden juist ook de ervaringen binnen een wijk, waar bij i. naar gerefereerd wordt, meegenomen. Een woning die al verkamerd is zonder vergunning en die na constatering van de gemeente toch een vergunning wil aanvragen, kan op basis van deze toets ook worden geweigerd. Een terechte opmerking van betrokkene over het dubbel benoemen van dezelfde voorwaarden. Dit leidt tot een wijziging. Betrokkene gaat er per definitie vanuit dat er veel overlast komt na verkamering en dat er veel geklaagd gaat worden.
Deze ervaring hebben wij tot nu toe niet bij de woningen die in onze gemeente tot nu toe verkamerd zijn. En wij hopen met het toevoegen van de voorschriften rondom goed verhuurderschap de kans op overlast juist te voorkomen.
Het samenvoegen, verkameren, vormen en splitsen van woningen komt tegemoet aan een woonbehoefte. In Pijnacker-Nootdorp zijn veel grote eengezinswoningen en weinig kleine woningen waar bijvoorbeeld jongeren kunnen starten. Betrokkene is verder van mening dat verkamering niet mag worden toegestaan in woonwijken. Het wonen vindt in onze gemeente vooral plaats in woonwijken. Het geheel uitsluiten van de woonwijken betekent dat er zeer beperkte mogelijkheden zijn om de woningvoorraad mee te laten bewegen met veranderende behoeftes. m. Tot nu toe zijn er nog geen vergunningen verleend op basis van deze voorschriften. Het is ook lastig te voorspellen hoe de naleving hiervan in de toekomst verloopt. De gemeente maakt afspraken met de verhuurder van de woning. En daarbij wordt ook de buurt betrokken. De gemeente zal dus samen met de verhuurder nazien op de naleving van de voorschriften en is daarbij wel afhankelijk van meldingen uit de buurt. Betrokkene vraagt wat er gebeurd er als er overlast is van bepaalde bewoners en er ‘nieuwe bewoners’ geplaats worden. De vergunning wordt aan de woning gekoppeld en de afspraken worden met de verhuurder gemaakt. Er worden dus geen nieuwe afspraken gemaakt indien er nieuwe huurders komen. Als een verhuurder zich niet houdt aan deze afspraken dan kan uiteindelijk de vergunning weer worden ingetrokken.
Dat staat los van de huurders die in de woning zitten. n. Vervelend om te horen dat betrokkene op dit moment deze overlast van de buren ervaart. Op het moment van schrijven is bij de gemeente inmiddels een vergunning aangevraagd en verleend voor de verkamering van deze woning. Daarnaast is er een handhavingsverzoek ingediend voor deze woning. De afhandeling valt buiten de scope van de voorliggende documenten. De zienswijze geeft aanleiding voor het aanbrengen van de navolgende wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan / verordening /beleidsnota. - Op pagina 6 van de beleidsnota wordt in de tekst bij punt 1 van de fysieke leefbaarheidstoets de minimale gebruiksoppervlakte per bewoner gewijzigd van 12 m² naar 24 m². - Ook op pagina 6 worden bij de fysieke leefbaarheidstoets de voorwaarden voor “voldoende parkeerplekken” en “stallingsmogelijkheden” weggehaald. Dit staat namelijk ook al benoemd bij de algemene leefbaarheidstoets.
Nota van Beantwoording Zienswijzen Beleidsnota / HVV / Parapluplan (NIET-geanonimiseerd)
23
Hoofdstuk 3: de zienswijzen op de beleidsnota Huisvesting Arbeidsmigranten 3.1 relatie met de beleidsnota Huisvesting Arbeidsmigranten In juni 2022 heeft de gemeenteraad de beleidsnota Huisvesting Arbeidsmigranten vastgesteld. Deze beleidsnota alleen gaat over het eventueel gebruiken van, bijvoorbeeld, commerciële en maatschappelijke, leegstaande panden en over het realiseren van nieuwe, specifiek op deze doelgroep gerichte, (grootschaligere) huisvesting. Het gebruik van bestaande bedrijfswoningen wordt niet in de beleidsnota Huisvesting Arbeidsmigranten geregeld, maar via de nu voor liggende stukken. Dit is weergegeven in de onderstaande figuur.
Waar staan de regels?
Nieuwbouw en/of Wat willen we bereiken?
leegstaande panden
Beleidsnota Huisvesting Arbeidsmigranten
Passende huisvesting voor arbeidsmigranten Gebruik bestaande (bedrijfs)woningen
Beleidsnota Woningvoorraad
1e herziening Huisvestingsverordening Pijnacker-Nootdorp 2019
Parapluplan 2022 (bestemmingsplan)
Een aantal van de zienswijze die zijn ingediend op het ontwerp van de beleidsnota Huisvesting Arbeidsmigranten had echter betrekking op de nu aan de orde zijnde Beleidsnota, 1e herziening van de Huisvestingsverordening en het Parapluplan. Op deze aspecten van de zienswijze is daarom verwezen naar de nu voorliggende stukken wat in de beantwoording als volgt is gedaan: De criteria en voorwaarden voor het verkameren van een (bedrijfs)woning worden beschreven en vastgelegd in de beleidsnota Woningvoorraad, de eerste herziening van de Huisvestingsverordening en het Parapluplan 2022. Naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen is gekozen om in de beleidsnota huisvesting arbeidsmigranten de uitgebreide beschrijving van deze voorwaarden te beperken en hiervoor te verwijzen naar deze drie nota’s. Hiermee wordt gezorgd dat dit beleid (en eventuele wijzigingen) maar op één plek wordt geregeld. Het punt van betrokkene gaat over deze criteria. Dit aspect van de zienswijze zal dan ook (ambtshalve) worden beantwoord en meegewogen bij de vaststelling van deze drie documenten. Dit zal na de zomer van 2022 plaatsvinden. Betrokkene wordt over de behandeling van deze nota’s en de beantwoording van de zienswijze op de hoogte gehouden. Daarom worden de betreffende delen uit deze zienswijzen hier ingevoegd en van een beantwoording voorzien.
3.2 beantwoording per zienswijze Hieronder wordt eerst een overzicht gegeven van de zienswijzen die zijn ontvangen en de datum waarop ze zijn ontvangen. Alleen op de voorliggende stukken betrekking hebbende delen van de zienswijzen worden Nota van Beantwoording Zienswijzen Beleidsnota / HVV / Parapluplan (NIET-geanonimiseerd)
24
samengevat en voorzien van een beantwoording. De conclusie geeft aan of er wijzigingen zijn ten opzichte van het ontwerp van één van de documenten als gevolg van de ingediende zienswijze.
1.
2.
3.
4.
Naam indiener
Datum ontvangst
Zienswijze gericht op:
Glastuinbouw Nederland Louis Pasteurlaan 6 2719 EE Zoetermeer Bewonersvereniging Oude Leede p/a/ Oude Leedeweg 40 2641 NM Pijnacker R. Drost Hof van Wassenaer 52 2631 XH Nootdorp M. Dekker en J. Dekker Hof van Wassenaer 53 2631 XH Nootdorp
18 februari 2022
Beleidsnota en bestemmingsplan
24 februari 2022
Beleidsnota en bestemmingsplan
1 maart 2022
Beleidsnota en bestemmingsplan
4 maart 2022
Beleidsnota en bestemmingsplan
Nota van Beantwoording Zienswijzen Beleidsnota / HVV / Parapluplan (NIET-geanonimiseerd)
25
1
Ontvangen op: Ontvangen van:
Betreft:
18 februari 2022 Glastuinbouw Nederland Louis Pasteurlaan 6 2719 EE Zoetermeer Diversen
Ingediende zienswijze Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a. Betrokkene vindt de voorwaarde dat er binnen een straal van 50 meter vanaf de bedrijfswoning geen andere (bedrijfs-) woning mag worden omgezet voor kamergewijze bewoning te streng. Verzocht wordt om deze te verlagen naar 30 meter. De woning mag namelijk alleen bewoond worden door medewerkers van het bedrijf waartoe de woning behoort. Dit geeft volgens betrokkene een rem op de mogelijke overlast en daarom kan een beperkte afstand gelden. Reactie gemeente a. Wij begrijpen de wens van betrokkene, maar hechten er toch aan om de afstand van 50 meter aan te houden. Vanuit een goede ruimtelijke ordening, waarbij de ruimte voor innovatie, ontwikkeling en herstructurering van de sector enerzijds wordt beoogd en een goed woon- en leefklimaat anderzijds, blijven wij deze afstand van belang van vinden. Aanvullend merken wij op dat bij vaststelling van de Nota Woningvoorraad een aantal aanpassingen wordt doorgevoerd waarmee onderscheid is gemaakt tussen burgerwoningen en bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied. Bovendien wordt verduidelijkt dat de eerste bedrijfswoning altijd overeenkomstig het bestemmingsplan gebruikt dient te blijven worden.
Alleen voor de tweede (derde of vierde etc.) bedrijfswoning zien wij mogelijkheden om ontheffing te verlenen van de eis dat een huishouden gevestigd moet worden in de bedrijfswoning. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding voor het aanbrengen van wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan / verordening /beleidsnota.
Nota van Beantwoording Zienswijzen Beleidsnota / HVV / Parapluplan (NIET-geanonimiseerd)
26
2
Ontvangen op: Ontvangen van:
Betreft:
24 februari 2022 Bewonersvereniging Oude Leede p/a/ Oude Leedeweg 40 2641 NM Pijnacker Verkamering in het buitengebied
Ingediende zienswijze Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a. Betrokkene vindt de voorwaarde dat er binnen een straal van 50 meter vanaf de bedrijfswoning geen andere (bedrijfs-) woning mag worden omgezet voor kamergewijze bewoning niet passend is voor een gebied als Oude Leede. Gesteld wordt dat de meeste bedrijfswoningen in Oude Leede standaard al meer dan 50 meter van naastgelegen (bedrijfs-)woningen zijn gesitueerd. Volgens deze regel voldoet bijna heel de Oude Leede aan deze regel. Betrokkene ziet graag dat er een hogere afstandsnorm gehanteerd wordt, bijvoorbeeld 250 meter Reactie gemeente a. Betrokkene merkt terecht op dat de afstanden in het buitengebied veel groter zijn dan binnen de bebouwde kom. Dit is aanleiding om onderscheid te maken tussen het glastuinbouwgebied, de bebouwde kom en het buitengebied bij de algemene leefbaarheidstoets. In lijn met het voorstel van betrokkene wordt de afstand tussen woningen die verkamerd of toeristisch verhuurd zouden kunnen worden in het buitengebied vergroot naar 250 meter. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat in de stukken ook geborgd wordt dat het splitsen van (bedrijfs)woningen in het buitengebied ongewenst is, omdat we zeer terughoudend zijn met het toevoegen van woningen in het buitengebied. Dit vanwege de unieke kwaliteiten (zoals openheid) van het buitengebied voor mensen, planten en dieren
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding voor het aanbrengen van de navolgende wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan / verordening /beleidsnota: - Bij punt 2 van de algemene leefbaarheidstoets wordt toegevoegd dat de afstand tussen woningen die verkamerd of toeristisch verhuurd zouden kunnen worden in het buitengebied 250 meter dient te zijn in plaats van de 50 meter die van toepassing is en blijft in de bebouwde kom en de glastuinbouwgebieden.
Nota van Beantwoording Zienswijzen Beleidsnota / HVV / Parapluplan (NIET-geanonimiseerd)
27
3
Ontvangen op: Ontvangen van:
Betreft:
01 maart 2022 R. Drost Hof van Wassenaer 52 2631XH Nootdorp Verkamering in een woonwijk
Ingediende zienswijze Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a. Het gebied "Hof van Wassenaer" is qua opzet volgens betrokkene niet toereikend voor het opnemen van arbeidsmigranten, vanwege het grote afnamerisico van de sociale cohesie en het nadelige effect op het woon- en leefklimaat. Reactie gemeente a. De nu ter vaststelling voorliggende beleidsnota, 1e herziening van de Huisvestingsverordening en het Parapluplan bieden een samenhangend stelsel van volkshuisvestelijke en ruimtelijke afwegingen waarmee een aanvraag voor het, in het door betrokkene aangehaalde geval, verkamering van een woning kan worden beoordeeld. Wij zijn van mening dat wij binnen de juridische mogelijkheden die ons ter beschikking staan voldoende waarborgen hebben opgenomen voor de borging van een goed woon- en leefklimaat. Graag maken wij betrokkene in dit kader attent op de uitgebreide beschrijving in paragraaf 2.2 van de beleidsnota. Hierin zijn diverse wijzigingen opgenomen ten opzichte van het ontwerp van de beleidsnota. Overigens geldt voor de casus aan het Hof van Wassenaar dat hiervoor reeds een verzoek om handhaving, alsmede een verzoek om legalisering zijn ingediend en in behandeling genomen. De afhandeling hiervan valt buiten deze nota van beantwoording.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding voor het aanbrengen van de navolgende wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan / verordening /beleidsnota.
Nota van Beantwoording Zienswijzen Beleidsnota / HVV / Parapluplan (NIET-geanonimiseerd)
28
4
Ontvangen op: Ontvangen van:
Betreft:
04 maart 2022 M. Dekker en J. Dekker Hof van Wassenaer 53 Nootdorp Verkamering in een woonwijk
Ingediende zienswijze Door betrokkene worden de volgende punten naar voren gebracht: a. Betrokkene heeft een aantal vragen en aanvullingen rondom de beperkingen die gesteld worden in de beleidsnota aan het maximum aantal personen. Er wordt in de nota rekening gehouden met de oppervlakte (12 m² gebruiksoppervlakte per bewoner) en het aantal kamers van de woning. Uitgangspunt is dat ter waarborging van de privacy er per kamer in principe één persoon wordt gehuisvest. In geval van partners geldt een maximum van twee personen. Betrokkene stelt de volgende vragen: 1. Opgemerkt wordt door betrokkene dat volgens de voorgestelde regels er nu 9 personen gehuisvest kunnen worden bij hun buren. Binnen een woonwijk is een maximum van 4 arbeidsmigranten in een woning eigenlijk het maximale aantal. Dit omdat een hoger aantal een te groot impact heeft op de buurt /en buren. Ook een aantal andere gemeente stellen een limiet aan het maximum aantal personen. Verzocht wordt om deze voorwaarde over te nemen. 2. Betrokkene vraagt of een slaapkamer een minimale grootte moet hebben als deze gedeeld wordt door 2 personen (partners). Geldt hier dan 24m² of is dit dezelfde norm als bij 1 persoon: 12m²?
Reactie gemeente a. Als eerste wordt opgemerkt dat een zienswijze op een drietal algemene stukken niet bedoeld is om een concrete casus te behandelen en te beoordelen. De vragen van betrokkene kunnen echter goed veralgemeniseerd en beantwoord worden. Bovendien sluit de reactie aan op de door betrokkene ingediende zienswijze (nummer 5). Wellicht ten overvloede willen wij graag reageren op de door betrokkene naar voren gebrachte punten. a.
b.
c.
Het aantal m² per persoon Wij hebben, mede naar aanleiding van de zienswijzen heroverwogen wat de minimale gebruiksoppervlakte per persoon zou moeten zijn bij, in dit geval, verkamering van een woning. We beogen, binnen de ons ter beschikking staande juridische ruimte, om voor de bewoners en de omwonende een goed woon- en leefklimaat te borgen. Mede daarom stellen we bij vaststelling van de nota voor om het aantal vierkante meters per persoon te verdubbelen van 12 m² naar 24 m². Dit betekent dat er minder mensen per woning kunnen worden gevestigd. Maximum aantal bewoners per woning Betrokkene doet het voorstel om niet alleen een minimaal aantal m² gebruiksoppervlakte per persoon te eisen, maar ook een maximaal aantal bewoners per woning. Wij hebben gekeken in hoeverre op grond van een goede ruimtelijke ordening dit mogelijk is en zijn van mening dat de suggestie van betrokkene haalbaar is en een goede toevoeging. Wij stellen daarom het maximaal aantal bewoners op 6. Wanneer een woning kleiner is dan is waarschijnlijk het aantal m² maatgevend. Bij grotere woningen zal het maximaal aantal bewoners maatgevend zijn. Aantal m² slaapkamer per persoon bij partners Het aantal m² gaat niet enkel over de slaapkamer, maar over het gebruiksoppervlak. Dat behelst meer dan alleen de slaapkamer, maar heeft ook betrekking op de overige ruimten.
Partners kunnen een slaapkamer delen, maar dan nog moet er voor 2 personen minimaal 48 m² gebruiksoppervlakte aanwezig zijn.
Conclusie Nota van Beantwoording Zienswijzen Beleidsnota / HVV / Parapluplan (NIET-geanonimiseerd)
29
De zienswijze geeft aanleiding voor het aanbrengen van de navolgende wijziging ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan / verordening /beleidsnota: Op pagina 6 van de beleidsnota wordt in de tekst bij punt 1 van de fysieke leefbaarheidstoets de minimale gebruiksoppervlakte per bewoner gewijzigd van 12 m² naar 24 m².
Nota van Beantwoording Zienswijzen Beleidsnota / HVV / Parapluplan (NIET-geanonimiseerd)
30
Hoofdstuk 4: Staat van Wijzigingen
A. Staat van Wijzigingen beleidsnota Woningvoorraad: pagina
wijziging
Algemeen Kleine tekstuele aanpassingen en verbeteringen van feitelijke onjuistheden en opsommingen. 3
9
Inleiding aangepast aan nieuwe inzichten als gevolg van de vaststelling van de Nota Arbeidsmigranten en het ingewonnen juridisch advies. Eerste hoofdstuk aangepast aan nieuwe inzichten als gevolg van de vaststelling van de Nota Arbeidsmigranten en het ingewonnen juridisch advies. Het tweede hoofdstuk aangepast aan het ingewonnen juridisch advies en een duidelijk onderscheid gemaakt tussen overwegingen met betrekking tot volkshuisvesting enerzijds en overwegingen ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening anderzijds. Het vierde hoofdstuk aangepast aan nieuwe inzichten als gevolg van de vaststelling van de Nota Arbeidsmigranten en het ingewonnen juridisch advies. Bij punt 1 van de fysieke leefbaarheidstoets wordt de minimale gebruiksoppervlakte per bewoner gewijzigd van 12 m² naar 24 m². Bij punt 1 van de fysieke leefbaarheidstoets wordt een maximaal aantal van zes bewoners per woning toegevoegd. Bij de fysieke leefbaarheidstoets op pagina 7 worden de voorwaarden voor “voldoende parkeerplekken” en “stallingsmogelijkheden” weggehaald. De verwijzing naar het Bouwbesluit onder voorwaarde 2 en 3 wordt gewijzigd naar op het tijdstip van de vergunningaanvraag geldende wet- en regelgeving.
Paragraaf 2.2.2 over fysieke leefbaarheid begint met een uitleg van de overwegingen omtrent algemene leefbaarheid en een toelichting op het verschil tussen de bebouwde kom, het buitengebied en het glastuinbouwgebied. Dit werkt door de omschrijving van de algemene leefbaarheidstoets op pagina 9. Bij punt 2 van de algemene leefbaarheidstoets wordt toegevoegd dat de afstand tussen woningen die verkamerd of toeristisch verhuurd zouden kunnen worden in het buitengebied 250 meter dient te zijn in plaats van de 50 meter die van toepassing is en blijft in de bebouwde kom en de glastuinbouwgebieden. Toegevoegd wordt een punt 3 waarin de voorwaarden voor bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied nader worden uitgewerkt. In de eerste alinea van paragraaf 2.2.3 wordt de tekst dat de voorwaarden voor goed verhuurderschap waar nodig worden verbonden aan de vergunning gewijzigd in dat deze altijd als voorwaarde aan de vergunning worden verbonden Het woord verhuurder in de eerste zin van paragraaf 2.3 wordt vervangen door ‘vergunninghouder’. Aan punt 3 wordt toegevoegd dat bewoners ingeschreven kunnen staan in de BRP of het RNI.
9
Het woord eigenaar/verhuurder in punt 4 wordt vervangen door ‘vergunninghouder’
9
Het woord eigenaar/verhuurder in punt 5 wordt vervangen door ‘vergunninghouder’
9
Het woord verhuurder in punt 6 wordt vervangen door ‘vergunninghouder’
11 e.v.
Per paragraaf wordt duidelijk gemaakt of de overwegingen zijn gebaseerd op volkshuishuisvesting en/of op een goede ruimtelijke ordening. In paragraaf 4.3 wordt het woord meestal verwijderd, omdat met het Parapluplan 2022 de regels over bewoning door één huishouden overal gelijk zijn geworden. In paragraaf 4.4 toegevoegd dat in het buitengebied geen medewerking wordt verleend aan het vormen (ofwel splitsen) van woningen, omdat dit in strijd is met het gemeentelijk beleid om terughoudend om te gaan met het toevoegen van bebouwing in het algemeen en woningen in het bijzonder. Ook in het glastuinbouwgebied en op de werklocaties zullen we geen medewerking verlenen aan deze manier van verandering van de woningvoorraad.
4 6
11 7 7 7 7 7
9
9 9
9
11 11
Nota van Beantwoording Zienswijzen Beleidsnota / HVV / Parapluplan (NIET-geanonimiseerd)
31
15
18
Als bijlage 2 bij de beleidsnota Woningvoorraad wordt een kaart toegevoegd. Daarin staat welke delen van de gemeente worden aangemerkt als respectievelijk de bebouwde kom, het buitengebied en de glastuinbouwgebieden. Aan de bijlage waarin schaarste staat beschreven wordt een uitleg gevoegd waarom we de onderbouwing voor alle kernen gelijk trekken. De volgende tekst is toegevoegd: Uit recente jurisprudentie over de schaarste in Rotterdam blijkt dat er ook aandacht moet zijn voor eventuele verschillen tussen wijken/stadsdelen: “De rechtbank merkt op dat in een grote gemeente als Rotterdam aanzienlijke verschillen per wijk kunnen voorkomen”. Wijken in Rotterdam zijn qua omvang te vergelijken met de drie kernen in onze gemeente. Uit de onderzoeken voor onze Woonvisie blijkt dat zowel de opbouw van de woningvoorraad als de opbouw van de bevolking van deze drie kernen sterk op elkaar lijken. Daarom wordt in de onderbouwing onze gemeente geen onderscheid naar kernen of wijken gemaakt. De NHG-grens zoals deze in 2022 is vastgesteld is toegevoegd.
18
De cijfers over het actuele woningaanbod zijn aangepast naar augustus 2022.
15
B. Staat van Wijzigingen 1e herziening Huisvestingsverordening: pagina
wijziging
Algemeen Kleine tekstuele aanpassingen en verbeteringen van feitelijke onjuistheden en opsommingen. 13 13 52
23
In artikel 5:4 wordt aan de weigeringsgrond onder e. het omgevingsplan toegevoegd zodat deze bepalingen straks ook van toepassing zijn als de Omgevingswet in werking treedt. In artikel 5:11 wordt aan de weigeringsgrond onder d. het omgevingsplan toegevoegd zodat deze bepalingen straks ook van toepassing zijn als de Omgevingswet in werking treedt. Aan de bijlage waarin schaarste staat beschreven wordt een uitleg gevoegd waarom we de onderbouwing voor alle kernen gelijk trekken. De volgende tekst is toegevoegd: Uit recente jurisprudentie over de schaarste in Rotterdam blijkt dat er ook aandacht moet zijn voor eventuele verschillen tussen wijken/stadsdelen: “De rechtbank merkt op dat in een grote gemeente als Rotterdam aanzienlijke verschillen per wijk kunnen voorkomen”. Wijken in Rotterdam zijn qua omvang te vergelijken met de drie kernen in onze gemeente. Uit de onderzoeken voor onze Woonvisie blijkt dat zowel de opbouw van de woningvoorraad als de opbouw van de bevolking van deze drie kernen sterk op elkaar lijken. Daarom wordt in de onderbouwing onze gemeente geen onderscheid naar kernen of wijken gemaakt. In de toelichting op de 1e herziening van de Huisvestingsverordening wordt de tekst over Artikel 5:3, lid 1, onder b en e zijnde: Het gaat hier bij de voorwaarden en voorschriften als bedoeld onder b om een fysieke en een algemene leefbaarheidstoets.
Bij de voorwaarden en voorschriften als bedoeld onder e gaat het om een toets op goed verhuurderschap. Deze voorwaarden en voorschriften staan verder beschreven in de beleidsnota woningvoorraad verwijderd, omdat dit verwijst naar de ruimtelijke afweging. Dit staat al beschreven in de Beleidsnota Woningvoorraad
C. Staat van Wijzigingen bestemmingsplan: TOELICHTING Paragraaf 7.1
De tekst van deze paragraaf wordt aangepast aan de gevoerde communicatie.
Ambtshalve wijzigingen Sinds de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan wordt het Parapluplan 2022 gebruikt bij de beoordeling van aanvragen omgevingsvergunning. Hierbij is gebleken dat het wenselijk is om het plan op onderdelen aan te scherpen c.q. explicieter te maken. Het betreft de volgende wijzigingen. Nota van Beantwoording Zienswijzen Beleidsnota / HVV / Parapluplan (NIET-geanonimiseerd)
32
TOELICHTING Algemeen Paragraaf 5.3
Paragraaf 7.2 Paragraaf 7.3
REGELS Artikel 1
Artikel 1
Artikel 1
Artikel 1
Kleine tekstuele aanpassingen en verbeteringen van feitelijke onjuistheden en opsommingen. Bij toelichting op planregel 6 wordt toegevoegd: “De hierbij opgenomen ontheffingsmogelijkheid is bedoeld om juridisch uitvoering te kunnen geven aan de zogenoemde hardheidsclausule uit de Nota Parkeernormen.” Hier wordt toegevoegd: Geen van de vooroverlegpartners heeft aangegeven opmerkingen te hebben bij het Parapluplan. Hier wordt toegevoegd dat op het plan zienswijzen zijn ingediend. Deze worden inhoudelijk behandeld in een separate “Nota beantwoording zienswijzen” die wordt gevoegd bij het bestemmingsplan.
Aan de lijst onderliggende bestemmingsplannen (1.16) worden toegevoegd: - Correctieve herziening verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020-2021; - Tweede partiële herziening Keijzershof 2018. De definitie van verkamering (artikel 1.21) wordt gewijzigd in: verkameren : het gebruiken of laten gebruiken van een (gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan ten behoeve van kamergewijze bewoning. Hieronder wordt tevens verstaan het toevoegen van onzelfstandige woonruimten aan bestaande situaties van kamergewijze bewoning. Toegevoegd wordt de definitie van kamergewijze bewoning : het (laten) bewonen van een (deel van een) gebouw waarin zich 3 of meer onzelfstandige woonruimten bevinden en/of dat wordt bewoond door drie of meer personen die geen gezamenlijke huishouding voeren. Toegevoegd wordt de definitie van een hoeksituatie : situatie waarbij het erf minimaal aan twee zijden naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd is én waarvan de grenzen met dat openbaar toegankelijk gebied elkaar snijden. Aan de onderliggende bestemmingsplannen worden de volgende definities toegevoegd:
Artikel 4 (tussengevoegd - 'huishouden': een persoon of groep van personen waarbij sprake is van continuïteit in de artikel) samenstelling en onderlinge verbondenheid - 'wonen': gehuisvest zijn in een woning - 'woning': een complex van aaneengesloten ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden Artikel 6
Artikel 6.2
Toegevoegd wordt: “In aanvulling op de regels in onderliggende bestemmingsplannen geldt: “Indien de planregels in een onderliggend bestemmingsplan een maximale bouwhoogte voor bijbehorende bouwwerken bij een woning hanteren van 3 meter of minder, dan geldt hiervoor in de plaats dat de maximale hoogte mag zijn: 30 centimeter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van de woning.” Dit artikel wordt alleen van toepassing verklaart op het nieuwe werkingsgebied “Bouwregels bijbehorende bouwwerken”. De opgenomen regeling wordt vervangen door de onderstaande regeling (de onderstreepte zinsdelen zijn nieuw/gewijzigd ten opzichte van de oorspronkelijke regeling). 1. De bouw van een niet op de grond staande uitbreiding van een hoofdgebouw, voor zover gepland binnen het bouwvlak en onder voorwaarde dat het hoofdgebouw ook na realisatie van de uitbreiding blijft voldoen aan de maximale maatvoeringseisen zoals omschreven in het onderliggende bestemmingsplan'.
Nota van Beantwoording Zienswijzen Beleidsnota / HVV / Parapluplan (NIET-geanonimiseerd)
33
2. Voor woningen waar geen sprake is van een hoeksituatie geldt dat de bouw van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan in het achtererfgebied is toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. het bouwwerk dient functioneel ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw; b. voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het hoofdgebouw, niet hoger dan: - 5 m; - 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; - het hoofdgebouw; c. voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw: - indien hoger dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; d. op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; e. de ligging van een verblijfsgebied, in geval van meer dan een bouwlaag, uitsluitend op de eerste bouwlaag; f. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; g.
de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan: - in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; - in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan - 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; - in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2. Artikel 7
Toegevoegd wordt als strijdig gebruik: het veranderen van het gebruik van een woning door middel van het onttrekken, samenvoegen, verkameren, vormen, splitsen dan wel toeristisch te verhuren.
VERBEELDING Toegevoegd wordt een werkingsgebied voor artikel 5.2 “Bouwregels bijbehorende bouwwerken”. Deze omvat: 1. Het werkingsgebied van het “Parapluplan bestemmingsplan implementatie standaardregels”, met uitzondering van het Gooland in Nootdorp. 2. Het werkingsgebied van het bestemmingsplan “Keijzershof 2018”; 3. Het werkingsgebied van het bestemmingsplan “Tuindershof 2019”; 4. Het werkingsgebied van het bestemmingsplan “De Scheg”; 5. Het werkingsgebied van het bestemmingsplan “Centrum Pijnacker 2018”
Nota van Beantwoording Zienswijzen Beleidsnota / HVV / Parapluplan (NIET-geanonimiseerd)
34