CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7. Participatieverslag

Raad Oordeelvorming 15 januari 2026, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 16309765.161 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatieverslag

Cultuurnota 2026 September t/m november 2025

Inhoudsopgave

1.

INLEIDING

3

2. DOEL, DOELGROEP EN DATA

4

2.1. Doel 2.2. Doelgroep 2.3. Data 2.4 – Vervolgstappen

4 4 4 4

3. COMMUNICATIEMIDDELEN

5

4. PARTICIPATIE-ACTIVITEITEN

7

4.1 – FYSIEKE BIJEENKOMSTEN

7

5.1 – RESULTATEN KWANTITATIEVE VRAGENLIJST INWONERS (VIA INVIOR)

8

5.2 – RESULTATEN KWALITATIEVE VRAGENLIJST CULTURELE PARTNERS (VIA DENKMEE)

10

5.3 - RESULTATEN ANALYSE CULTURELE DOELGROEPEN IN PIJNACKER-NOOTDORP

13

6 – VERWERKING ONDERZOEKSRESULTTEN

16

7. CONCLUSIE EN DANKWOORD

18

`

pagina 2/18

1. Inleiding Voor de voorbereiding van de Cultuurnota 2026 en de Uitvoeringsagenda 2026–2030 heeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp op verschillende manieren inwoners, culturele partners en experts betrokken. Dit participatieverslag beschrijft hoe dat is gebeurd, welke onderzoeken zijn uitgevoerd en welke inzichten dat heeft opgeleverd voor het nieuwe cultuurbeleid. Centraal staan drie onderzoeken die elkaar inhoudelijk aanvullen: 1. een representatief inwonersonderzoek kunst en cultuur onder ruim zevenhonderd inwoners, uitgevoerd door onderzoeksbureau Invior; 2. een Culturele Doelgroepenanalyse voor de hele gemeente en de afzonderlijke kernen, uitgevoerd door R2Research in samenwerking met Kunstgebouw; 3. een vragenlijst voor culturele partners en stakeholders via het participatieplatform DenkMee, waarin verenigingen, instellingen en makers hun reactie gaven op de visie, ambities en zeven strategische thema’s van de Cultuurnota 2026. In dit verslag wordt per onderzoek toegelicht wat de opzet was, welke groepen zijn bereikt en welke hoofdconclusies naar voren kwamen. Vervolgens wordt beschreven hoe deze inzichten zijn betrokken bij de inhoudelijke keuzes in de Cultuurnota en de Uitvoeringsagenda.

De drie onderliggende onderzoeksrapporten – het inwonersonderzoek, de Culturele Doelgroepenanalyse en de rapportage van de vragenlijst culturele partners – worden als bijlage meegezonden met de stukken die de gemeenteraad ontvangt samen met de Cultuurnota 2026 en de Uitvoeringsagenda 2026–2030. Naar verwachting worden deze documenten medio december openbaar gepubliceerd via de raadsagenda op de website van de gemeente. Tot die tijd zijn de rapporten op aanvraag beschikbaar via s.ruggenberg@pijnackernootdorp.nl. Daarnaast is een deel van de informatie ook breder toegankelijk. Het Culturele Doelgroepenmodel is publiek beschikbaar via de website van Kunstgebouw. Via het dashboard Cultureel Zuid-Holland in Kaart is gratis al veel te ontdekken over de culturele doelgroepen in Pijnacker-Nootdorp en de provincie: niet zo diepgaand en specifiek als de maatwerkrapportage die voor dit traject is opgesteld, maar inhoudelijk zeer waardevol als naslagwerk. Voor het inwonersonderzoek heeft Invior op verzoek van de gemeente bovendien een online dashboard ingericht, waarin iedere belangstellende de resultaten kan verkennen en kan filteren op kenmerken als leeftijd, geslacht en woonplaats binnen de gemeente. Zo zijn bijvoorbeeld verschillen zichtbaar te maken tussen respondenten uit Delfgauw, Nootdorp en Pijnacker.

Dit participatieverslag maakt inzichtelijk hoe al deze bronnen samen de basis vormen onder de gekozen richting van de Cultuurnota 2026.

pagina 3/18

2. Doel, doelgroep en data 2.1. Doel We vinden het belangrijk dat het cultuurbeleid zo goed mogelijk aansluit bij de wensen en behoeften uit de samenleving. Door te horen wat er bij inwoners en culturele partners leeft en welke wensen en ideeën zij hebben, kunnen wij onze cultuurnota versterken. De gemeenteraad verzocht daarna in de motie “Verfijning Cultuurnota” om representatief onderzoek dat als basis zou dienen voor visie en beleid

2.2. Doelgroep De participatie richtte zich op: - De inwoners van de gemeente. - Respresentativiteit via TIP Burgerpanel - Jongeren en jeugd - Winkelend publiek - De gebruikers van culturele activiteiten. - Culturele partners in de gemeente, veelal de aanbieders van culturele activiteiten.

2.3. Data De data van de verschillende activiteiten waren als volgt: • 2 t/m 28 september 2025 Vragenlijst aan inwoners • 10 t/m 27 oktober 2025 Vragenlijst aan culturele partners • 29 oktober 2025 Bijeenkomst resultaten vragenlijst door Invior, resultaten van het onderzoek onder inwoners + gesprek met de culturele sector. CulturA&Zomet presentatie van Kunstgebouw en R2Research over hun analyse van de culturele doelgroepen in Pijnacker-Nootdorp

2.4 – Vervolgstappen De Cultuurnota 2026 wordt binnenkort behandeld door het College van B&W. Als alles volgens plan verloopt wordt het stuk daar akkoord bevonden en ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. De raad wil het stuk in januari 2026 behandelen. Er zijn drie optionele data waarop de gemeenteraad vergadert in januari. Dat zijn donderdag 15, 22 of 29 januari 2026. 9 december / 16 december 2025 - Vaststelling Cultuurnota 2026 en Uitvoeringsagenda 2026-2030 in College van B&W 15 januari / 22 januari / 29 januari 2025 - Behandeling Cultuurnota 2026 door de gemeenteraad.

pagina 4/18

3. Communicatiemiddelen Om inwoners en partners actief te betrekken bij het onderzoek naar kunst en cultuur is gedurende vier weken een brede communicatiecampagne uitgevoerd. De inzet richtte zich op een breed en representatief bereik, laagdrempelige deelname en duidelijke sturing naar de enquête op het DenkMee-platform. Hieronder staat een overzicht van alle ingezette middelen en kanalen. Participatieplatform Op het gemeentelijke DenkMee-platform is een projectpagina ingericht met informatie over het onderzoek, de aanleiding en het proces. Tijdens de looptijd stond hier de enquête open en konden inwoners direct deelnemen. Na afronding wordt via dezelfde pagina terugkoppeling gegeven over de resultaten en de vervolgstappen richting de Cultuurnota 2026–2030. Website van de gemeente Op de gemeentelijke website is wekelijks een nieuwsbericht geplaatst waarin inwoners werden opgeroepen om deel te nemen aan de enquête. Elk bericht verwees rechtstreeks door naar het DenkMee-platform. Digitale nieuwsbrief ‘Gemeenteberichten’ De nieuwsberichten zijn tevens opgenomen in de digitale nieuwsbrief, die wekelijks wordt verzonden aan alle abonnees. Hiermee is een vaste groep betrokken inwoners bereikt, verspreid over alle kernen. Gemeenteberichten in lokale kranten In zowel de Telstar als de Eendracht (de gemeentelijke pagina’s) zijn oproepen geplaatst om de enquête in te vullen.

Door de brede verspreiding van deze kranten zijn ook inwoners bereikt die minder actief zijn op digitale kanalen. Sociale media Via de gemeentelijke Facebook-pagina is gedurende vier weken meerdere malen een oproep geplaatst. Daarnaast is via Facebook en Instagram een betaalde advertentiecampagne gevoerd, met extra intensieve inzet in de laatste week van de looptijd. Ook via LinkedIn is aandacht gevraagd voor de enquête. Deze inzet heeft gezorgd voor extra bereik onder jongere doelgroepen en inwoners die niet vanzelfsprekend gemeentelijke kanalen volgen. Flyers en posters Er zijn 5.000 flyers en 1.000 posters verspreid via een breed netwerk van partners en drukbezochte locaties:  Bibliotheek Oostland  CulturA & Zo  Sporthallen en wijkverenigingen  Horeca en winkelcentra  Gemeentelijke locaties  Cultuur- en erfgoedlocaties tijdens De Verbeelding en Open Monumentendag De flyers bevatten een QR-code naar de enquête en werden zowel binnen als buiten de eigen sector verspreid, waardoor inwoners vanuit diverse achtergronden zijn bereikt.

pagina 5/18

Netwerkverspreiding via partners Om de campagne breder in de samenleving te landen zijn oproepen gedeeld via:  CulturA & Zo  Bibliotheek Oostland  Team4Talent  Wijkverenigingen  Winkeliersnetwerken (o.a. via Almar)  Lokale koren, amateurkunstverenigingen en culturele organisaties Deze partners verspreidden flyers, posters of digitale oproepen via hun eigen netwerken, waarmee groepen inwoners zijn bereikt die doorgaans minder reageren op gemeentelijke communicatie. Media en lokale platforms Naast de gemeente zelf hebben verschillende lokale mediapartners aandacht besteed aan de enquête:  Telstar  NatuurlijkPN.nl  Pijnacker-Nootdorp.tv  FeelGood Radio  AD Delft Hierdoor is extra zichtbaarheid ontstaan buiten de formele communicatiekanalen van de gemeente. Inzet Burgerpanel (Invior) Parallel aan de gemeentelijke campagne heeft onderzoeksbureau Invior de enquête uitgezet onder het eigen, representatieve burgerpanel. 416 panelleden uit een adressenbestand van circa 2.100 inwoners hebben een persoonlijke uitnodiging per e-mail ontvangen. Hiermee is een belangrijke bijdrage geleverd aan de representativiteit van het totaal.

Campagneplanning (4 weken) De communicatiemiddelen zijn gestructureerd ingezet volgens een vierweekse campagne:  Week 36: Kick-off, eerste website- en krantenbericht, start social media en advertentiecampagne  Week 37: Herhaling via alle kanalen, start verspreiding flyers en posters  Week 38: Updatebericht: “Veel inwoners hebben al meegedaan!”  Week 39: Aftelcommunicatie met laatste oproep (“nog 3 dagen”) Monitoring van de campagne Om het effect van de campagne te volgen, zijn gedurende de looptijd de volgende indicatoren gemonitord:  aantal ingevulde enquêtes (streefwaarde 1.000, gerealiseerd 772)  bereik van social media-berichten en advertenties  gebruik van QR-codes op flyers en posters  media-aandacht via lokale platforms

pagina 6/18

4. Participatie-activiteiten Om de mening en ideeën van inwoners op het gebied van cultuur te horen, is gekozen om een vragen te stellen via een online vragenlijst. De vragenlijst was in te vullen in de periode van 2 tot en met 28 september 2025. Inwoners kregen daarmee iets minder dan 4 weken de tijd om de vragenlijst in te vullen. De vragenlijst is uitgezet via de communicatiemiddelen zoals genoemd in hoofdstuk 3.

4.1 – Fysieke bijeenkomsten 29 oktober, CulturA & Zo Presentatie door Sven Ruggenberg (projectleider) en Sjoerd Cox (onderzoeksbureau Invior) over de onderzoeksresultaten vanuit de inwonersenquete. .   

Uitgenodigd: 150 partners uit het kunst en cultuurnetwerk Extra uitgenodigd: 150 belangstellenden via TIP Burgelpanel. Aanwezigen: 16

12 november – Raadzaal, gemeentekantoor Verviel vanwege ingelaste raadsvergadering over het Sociaal Cultureel Centrum. Werd verplaatst naar: 25 november – Online via Teams Prresentatie door Nina Nijenhuis (kunstgebouw) en Menno Urbanus (R2Research) over de resultaten van hun culturele doelgroepenanalyse voor onze gemeente. Buurtniveau, kernniveau, gemeentebreed en vergelijking met buurgemeenten (Delft, Lansingerland en LeidschendamVoorburg).  

pagina 7/18

Uitgenodigd: 150 partners uit het kunst en cultuurnetwerk Aanwezigen: 10 (inclusief wethouder van de Gevel en het Cultuurplatform

5.1 – Resultaten kwantitatieve vragenlijst inwoners (via Invior) In september 2025 heeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp een representatief onderzoek uitgevoerd naar de cultuurdeelname, behoeften en wensen van inwoners. Het onderzoek vormt een verplicht onderdeel van de nieuwe Cultuurnota 2026–2030, zoals vastgelegd in de motie Verfijning Cultuurnota (juni 2025). Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau INVIOR en dient als inhoudelijke basis voor de visie, doelstellingen en uitvoeringsagenda van het nieuwe cultuurbeleid. Opzet en verantwoording Het onderzoek bestond uit een online enquête onder volwassen inwoners van Pijnacker-Nootdorp. De vragenlijst omvatte thema’s zoals gebruik van cultuur (actief en bezoek), tevredenheid met voorzieningen, toegankelijkheid, wensen voor de toekomst en randvoorwaarden om deel te nemen aan cultuur. De opzet is afgestemd op de opdracht van de gemeenteraad om de behoeften van inwoners “op representatieve wijze” te inventariseren en te combineren met inzichten uit sectorparticipatie. De steekproefmethode bestond uit twee onderdelen: 1. Panelsteekproef via het gemeentelijk burgerpanel – inwoners met een persoonlijke uitnodiging; dit deel vormt de representatieve basis. 2. Open link voor overige inwoners – toegevoegd om aanvullende perspectieven en verbreding op te halen.

De resultaten zijn gewogen naar leeftijd en geslacht, zodat de totale uitkomsten representatief zijn voor de volwassen bevolking van Pijnacker-Nootdorp. Respons en betrouwbaarheid In totaal vulden 772 inwoners de volledige vragenlijst in:  416 panelleden (respons 19%)  357 open-linkrespondenten Bij deze omvang bedraagt de foutmarge circa 3,6% bij 95% betrouwbaarheid, waardoor de uitkomsten statistisch betrouwbaar en generaliseerbaar zijn. Door de weging zijn eventuele oververtegenwoordigingen (zoals vrouwen en intensief cultuurgebruikers) gecorrigeerd. Samenvatting belangrijkste resultaten Het onderzoek bevestigt dat cultuur breed wordt gewaardeerd en actief wordt gebruikt door inwoners. Slechts een zeer kleine groep (6%) geeft aan niet aan cultuur deel te nemen. Gebruik van cultuur  92% gebruikt cultuur om te ontspannen.  68% vanuit persoonlijke interesse.  46% vanuit creativiteit of inspiratie.  40% voor leren en persoonlijke ontwikkeling. Veel inwoners combineren meerdere motieven. Gebruik binnen en buiten de gemeente  89% maakt zowel binnen als buiten Pijnacker-Nootdorp gebruik van cultuur.  De meest bezochte omliggende steden zijn Den Haag, Delft en Rotterdam. Bezoek aan voorzieningen In het afgelopen jaar bezocht:  61% CulturA & Zo  51% de Bibliotheek  Ca. 33% muziek, cultuur of ontmoetingsactiviteiten in horeca, kerken of wijklocaties

pagina 8/18

Deze voorzieningen worden door een ruime meerderheid (50–86%, afhankelijk van de categorie) als (zeer) belangrijk gekwalificeerd. Bezoek aan cultureel aanbod  Theater- en muziekvoorstellingen zijn het meest bezocht (63%).  Culturele evenementen en festivals scoren eveneens hoog (53%).  Workshops, exposities, erfgoed en cursussen worden in de middenmoot geplaatst, maar wel door brede doelgroepen gebruikt. Waardering en belang Over alle categorieën heen vindt 67–92% van de inwoners het culturele aanbod belangrijk voor de gemeente. Inwoners geven aan dat cultuur bijdraagt aan ontspanning, ontmoeting, ontwikkeling en het aantrekkelijk houden van de gemeente. Toegankelijkheid 41% ervaart geen drempels om deel te nemen aan cultuur. De drempels die wél worden ervaren zijn:  financiële toegankelijkheid,  informatie- en vindbaarheid van aanbod,  beperkte aansluiting van het aanbod bij specifieke interesses,  bereikbaarheid en locatie. Verbeterwensen Inwoners benoemen behoefte aan:  meer zichtbaarheid van aanbod,  verbreding van het culturele aanbod (met name muziek, festivals, theater, workshops),  beter gebruik van lokale voorzieningen,  programmering die aansluit bij verschillende doelgroepen, zoals jongeren, gezinnen en ouderen.

Conclusie Het onderzoek laat zien dat cultuur breed wordt gewaardeerd, veel wordt gebruikt en door inwoners wordt gezien als een belangrijke basisvoorziening. De resultaten tonen tegelijkertijd waar kansen liggen om het aanbod toegankelijker, zichtbaarder en diverser te maken. Deze inzichten zijn verwerkt in de doelstellingen en keuzes in de Cultuurnota 2026–2030 en vormen een onderbouwde basis voor toekomstige investeringen, samenwerking en programmering binnen de gemeente.

pagina 9/18

5.2 – Resultaten kwalitatieve vragenlijst culturele partners (via DenkMee) In het najaar van 2025 is een vragenlijst uitgezet onder culturele partners, makers, verenigingen, stichtingen en individuele kunstenaars in Pijnacker-Nootdorp. Via het DenkMee-platform konden zij anoniem, individueel en onafhankelijk reageren op de visie, ambities en zeven strategische thema’s die de basis vormden voor de Cultuurnota 2026. In totaal vulden 21 organisaties en makers de vragenlijst volledig in. De antwoorden bieden een waardevolle weergave van hoe de sector zelf de stand van cultuur ziet, welke behoeften zij heeft en waar kansen en knelpunten liggen. 1. Profiel van de respondenten De deelnemers vertegenwoordigen een breed spectrum van de lokale cultuursector:  Verenigingen / koren / orkesten – 33%  Individuele kunstenaars en makers – 33%  Stichtingen en culturele instellingen – 29%  Vrijwilligersorganisaties – 10%  Overige culturele of hybride initiatieven – 14% Zij zijn actief in alle drie de kernen:  Pijnacker (81%),  Nootdorp (57%),  Delfgauw (43%). Samen vertegenwoordigen zij een groot deel van de lokale culturele infrastructuur: muziekverenigingen, docenten, dansstudio’s, beeldend kunstenaars, culturele stichtingen, erfgoedorganisaties, festivals, educatieve aanbieders en initiatieven zoals De Verbeelding en Bibliotheek Oostland. 2.

Steun voor de visie en ambities van de Cultuurnota Bijna unanieme steun voor de visie  95% van de culturele partners is het eens met de visie zoals voorgelegd.  Er is waardering voor de erkenning van cultuur als verrijking voor de samenleving, een bron van ontwikkeling, ontmoeting en cohesie, en een basisvoorziening. Zij onderschrijven het belang van een cultuurbeleid dat verbindt, toegankelijk is en ruimte laat voor eigen initiatief. Kritische kanttekeningen Partners noemen enkele inhoudelijke aandachtspunten:  De visie voelt te abstract, behoefte aan meer concreetheid.  De definitie van cultuur zou explicieter mogen.  Kunst moet niet uitsluitend instrumenteel worden benaderd; de intrinsieke waarde verdient een volwaardige plek.  Inclusie en diversiteit vragen om actieve uitnodiging, niet alleen intenties. 3. Wat partners belangrijk vinden in de visie Respondenten benadrukken vooral:  Cultuur als basisvoorziening voor alle inwoners.  Toegankelijkheid, ongeacht inkomen, beperking, afkomst of leeftijd.  Het belang van jeugd, educatie en talentontwikkeling.  Eerlijke beloning en toepassing van de Fair Practice Code.  Een sterk lokaal cultureel ecosysteem dat samenwerkt, zichtbaar is en continuïteit kent. 4. Wat partners missen in de visie Partners benoemen zeven terugkerende punten: 1. De visie is te abstract; behoefte aan concreet handelingsperspectief.

pagina 10/18

2. 3. 4. 5. 6. 7.

Onduidelijkheid over de rol van de gemeente als partner, facilitator en verantwoordelijke. Meer aandacht voor diversiteit, spreiding en zichtbaarheid van cultuur in alle kernen. Cultuur verdient realistische financiering; dit is onvoldoende expliciet benoemd. Cultuur draagt sterk bij aan mentale gezondheid en welzijn – dit ontbreekt. Ruimte voor autonomie van kunst: cultuur is niet alleen een middel voor andere beleidsdoelen. Meer aandacht voor erfgoed, identiteit en verandering door de tijd.

5. Belangrijkste bijdrage van cultuur volgens de sector Partners zien cultuur als een krachtige maatschappelijke motor die:  Mensen verbindt en gemeenschapsvorming versterkt;  Bijdraagt aan mentale gezondheid, welzijn en ontspanning;  Een plek voor ontmoeting en sociale betrokkenheid biedt;  Talenten laat groeien en persoonlijke ontwikkeling ondersteunt;  Het lokale erfgoed en de identiteit van de gemeente zichtbaar houdt;  De leefbaarheid van kernen versterkt. Tegelijk waarschuwt men dat cultuur niet te veel moet worden “opgehangen” aan sociale doelen alleen. Kunst heeft ook vrijheid nodig. 6. Wat de sector nodig heeft om bij te dragen De antwoorden zijn unaniem in toon en urgentie. De sector vraagt vooral om: 1. Ruimte  Ateliers, expositieruimtes, concertplekken en betaalbare les- en repetitieruimtes.  Snelle realisatie van het Sociaal Cultureel Centrum Pijnacker (SCC).  Een betere balans tussen vraag en beschikbaarheid van culturele plekken. 2. Financiering  Meer structurele ondersteuning voor kunstenaars en verenigingen.  Betaalbaarheid van lesruimtes en studio’s.  Toegang tot fondsen voor jeugd, talentontwikkeling en kwetsbare groepen. 3. Concrete waardering  Zichtbaarheid van het lokale werk.  Ondersteuning bij promotie en organisatie.  Eerlijke beloning en professionalisering. 4. Heldere organisatie en daadkracht  Minder bureaucratie, meer uitvoering.

 Gemeente als actieve en betrouwbare partner.  Duidelijkheid over rollen, processen en samenwerking. 7. Thema’s uit de Cultuurnota die het belangrijkst worden gevonden Uit de prioritering blijkt: 1. Culturele infrastructuur (voorzieningen en ruimtes) – 57% 2. Cultuureducatie en talentontwikkeling – 48% 3. Eigen kracht, impact en ondernemerschap – 43% 4. Zichtbaarheid en participatie – 38% 5. Samenwerking en maatschappelijke impact – 33% 6. Toegankelijkheid, inclusie en diversiteit – 29% 7. Cultureel erfgoed en identiteit – 14% 8. Samenwerking en maatschappelijke impact Samenwerking  76% van de respondenten werkt samen met andere culturele of maatschappelijke partijen.  Men wil vooral méér samenwerken met: o scholen en kinderopvang, o andere kunstenaars en makers,

pagina 11/18

o o o

maatschappelijke partners (jeugdhulp, vluchtelingenwerk, zorg), ondernemers en winkeliers, initiatieven rond gedeeld ruimtegebruik.

Maatschappelijke impact Partners leveren een brede bijdrage aan:  Inclusiviteit en toegankelijkheid (gratis activiteiten, aanbod voor kwetsbare groepen).  Bestrijding van eenzaamheid (groepen, lessen, repetities).  Ondersteuning van taal, educatie en ontwikkeling (o.a. via bibliotheek, muziekeducatie).  Verbinding tussen inwoners, generaties en culturen.  Welzijnsverhoging via muziek, kunst en creatieve activiteiten. 9. Uitdagingen waar de sector tegenaan loopt Financiële onzekerheid  Onvoldoende structurele middelen.  Moeite met aanvragen, sponsoring en continuïteit. Ruimtegebrek  Tekort aan betaalbare ateliers, expositieruimtes en leslocaties.  Gebrek aan een centrale kunstplek. Vrijwilligers en opvolging  Minder aanwas van nieuwe leden en vrijwilligers.  Onzekerheid over voortbestaan van verenigingen. Zichtbaarheid  Moeite om activiteiten onder de aandacht te krijgen.  Ontbreken van een centraal digitaal platform. Organisatorische complexiteit  Veel bureaucratie, weinig doorpakken.  Samenwerking gaat niet altijd vanzelf. 10. Verwachtingen van de gemeente Respondenten verwachten van de gemeente:  Actieve ondersteuning in plaats van reactieve houding.  Realistische financiële middelen en toegang tot subsidies.  Betaalbare ruimte en goede voorzieningen.  Minder bureaucratie; duidelijkere loketten en snellere procedures.

 Respect voor de waarde van kunst en kunstenaarschap.  Durf om te investeren in nieuwe vormen, zoals een gemeentelijk kunstenaar.  Een centrale plek voor informatievoorziening en publieksbereik. 11. Wat partners zelf bijdragen Organisaties en makers geven aan dat zij:  Concerten, exposities, lessen, workshops en buurtactiviteiten organiseren.  Samenwerken met scholen, verenigingen en maatschappelijke partners.  Tijd investeren, vrijwilligers mobiliseren en langdurig betrokken zijn.  Creativiteit, expertise en energie inbrengen om cultuur zichtbaar en levendig te houden. 12. Wensbeeld voor 2030 De meest genoemde wensen voor de toekomst zijn:  Een nieuw Sociaal Cultureel Centrum Pijnacker (SCC) dat daadwerkelijk geopend is en volop bruist.  Een centraal gecoördineerd cultuuraanbod (overkoepelend orgaan of platform).  Professionele expositieruimtes en meer zichtbaarheid voor beeldende kunst.  Betaalbare muzieklessen en ondersteuning van docentennetwerken.

pagina 12/18

 

Grotere waardering en herkenning voor kunstenaars en amateurs. Versterking van erfgoed, monumenten en lokale identiteit.

Samenvattend De culturele partners in Pijnacker-Nootdorp onderschrijven de visie van de gemeente, maar benadrukken dat ruimte, financiering, regie en duidelijkheid cruciaal zijn om de ambities waar te maken. Zij vragen om een betrouwbare, faciliterende en daadkrachtige gemeente, en bieden zelf een rijk palet aan culturele en maatschappelijke waarde terug. Dit participatie-onderdeel vormt daarmee een belangrijke onderbouwing onder de keuzes, prioriteiten en accenten in de Cultuurnota 2026.

5.3 - Resultaten analyse Culturele Doelgroepen in Pijnacker-Nootdorp In het kader van de Cultuurnota 2026–2030 heeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp in 2025 een uitgebreide Culturele Doelgroepenanalyse laten uitvoeren door R2Research, in samenwerking met Kunstgebouw ZuidHolland. Dit onderzoek geeft een datagedreven beeld van de culturele voorkeuren, demografie en cultuurdeelname van inwoners. De analyse maakt zichtbaar hoe verschillende doelgroepen in de gemeente zijn verdeeld, hoe zij zich verhouden tot omliggende gemeenten en welke groepen kansrijk zijn voor (meer) cultuurparticipatie. Deze informatie vormt een essentiële basis voor strategische keuzes in de cultuurnota, zoals publieksbereik, programmering, toegankelijkheid, wijkgericht werken en samenwerking met lokale instellingen. 2. Onderzoeksverantwoording 2.1 Het Culturele Doelgroepenmodel De analyse is gebaseerd op het Culturele Doelgroepenmodel (CDM), ontwikkeld door Rotterdam Festivals. Het model deelt alle Nederlandse huishoudens in op basis van meer dan 300 variabelen, waaronder:  demografie (leeftijd, gezinssamenstelling),  sociaaleconomische positie,  type woning en woonomgeving,  cultuurdeelname en voorkeuren,  mediagedrag en vrijetijdsbesteding. Nederland telt 11 Culturele Doelgroepen, verdeeld over drie hoofdgroepen: intensief, medium en licht cultuurgebruik.

Deze indeling laat zien hoe vaak en waarom inwoners cultuur bezoeken en welk type aanbod hen aanspreekt. Elke doelgroep heeft een herkenbaar profiel en persona. 2.2 Analyse op gemeenteniveau en buurtniveau Het onderzoek maakt gebruik van een postcode-analyse van álle huishoudens in Pijnacker-Nootdorp. Kunstgebouw heeft de gebiedsprofielen ontwikkeld; R2Research heeft de data geanalyseerd en vertaald naar patronen op:  Gemeenteniveau  Kernniveau (Pijnacker, Nootdorp, Delfgauw)  Zeven buurteclusters  Vergelijking met Zuid-Holland  Vergelijking met buurtgemeenten: Delf, Lansingerland en Leidschendam-Voorburg De analyse is uitgevoerd volgens de richtlijnen van het Data & Insights Network (D&IN) en vormt een betrouwbare weergave van de culturele samenstelling van de gemeente. 3. Het Culturele Doelgroepenmodel: de 11 doelgroepen In het model worden de drie hoofdgroepen als volgt onderverdeeld: Intensieve cultuurgebruikers Bezoeken vaak cultuur, breed georiënteerd, hoog cultureel bewustzijn.  Culturele Alleseters

pagina 13/18

  

Kindrijke Cultuurvreters Weelderige Cultuurminnaars Klassieke Cultuurliefhebbers

Medium cultuurgebruikers Gemiddelde deelname; cultuur is één van meerdere vrijetijdsbestedingen.  Startende Cultuurspeurders  Actieve Vermaakvangers  Proevende Buitenwijkers Lichte cultuurgebruikers Bezoeken weinig cultuur of alleen laagdrempelig aanbod.  Nieuwsgierige Toekomstgrijpers  Flanerende Plezierzoekers  Sociale Cultuurhoppers  Lokale Vrijetijdsgenieters De brochure toont uitgebreide persona’s en visualisaties van deze doelgroepen. 4. Hoofdpatronen in Pijnacker-Nootdorp 4.1 Verdeling over intensief – medium – licht Pijnacker-Nootdorp onderscheidt zich duidelijk van Zuid-Holland: Hoofdgroep Pijnacker-Nootdorp Zuid-Holland Intensief

51%

32%

Medium

28%

28%

Licht 23% 42% De gemeente huisvest dus vrijwel twee keer zoveel intensieve cultuurgebruikers als het provinciale gemiddelde. Dat betekent dat er een sterke basis is voor cultureel bezoek, programmering en publieksontwikkeling. 5. Grootste doelgroepen in Pijnacker-Nootdorp 1. Klassieke Cultuurliefhebbers (23%) De grootste groep in de gemeente. Profiel: 55+, vaak 60–80; alleenstaand of samenwonend; bovenmodaal; geïnteresseerd in klassieke muziek, theater, literatuur en kwalitatief aanbod. Deze groep is sterk aanwezig in Pijnacker 1, Nootdorp 2 en Delfgauw 1. 2. Weelderige Cultuurminnaars (12%) 45–70 jaar; welvarend; cultuurbezoek maakt deel uit van een avond uit; gevoelig voor kwaliteit, sfeer en beleving. Zeer kansrijk om nieuw bezoek te trekken. 3. Proevende Buitenwijkers (12%) Breed georiënteerde gezinnen, middeninkomens, voorkeur voor betaalbare en toegankelijke activiteiten. Veel aanwezig in Emerald, Tolhek, Klapwijk, Tuindershof. 4. Actieve Vermaakvangers (12%) Gezinnen en actieve volwassenen die houden van lichte cultuur: muziek, festivals, familieactiviteiten.Belangrijk voor evenementen, laagdrempelige programmering en community-activiteiten.

Jongere doelgroepen ontbreken vrijwel  Startende Cultuurspeurders (18–25 jaar) – klein aandeel  Nieuwsgierige Toekomstgrijpers (studenten/stedelijke jongeren) – 0% in alle buurten Dit geeft aan dat er weinig jongvolwassenen wonen en dat programmalijnen voor jongeren extra inspanning vragen.

pagina 14/18

6. Verschillen tussen kernen en buurten Delfgauw 1 (Oud-/Noord-/Zuidpolder)  Hoog aandeel intensief (56%)  Vooral Klassieke Cultuurliefhebbers en Weelderige Cultuurminnaars Delfgauw 2 (Emerald/Ruyven)  Meer medium groepen  Veel Proevende Buitenwijkers en Actieve Vermaakvangers Nootdorp 2 (Centrum, West, Nieuweveen, buitengebied):  Hoogste aandeel intensieve gebruikers (57%)  Sterke culturele basis, traditioneel publiek Nootdorp 1 (De Venen)  Mix van intensief, medium en licht Pijnacker 2 (Tuindershof, Koningshof, Klapwijk, Ackerswoude)  Sterk vertegenwoordigde gezinsgerichte doelgroepen  Veel Actieve Vermaakvangers en Proevende Buitenwijkers Pijnacker 3 (Keijzershof, Tolhek)  Lichtste wijk (35% lichte gebruikers)  Veel Lokale Vrijetijdsgenieters en Flanerende Plezierzoekers Pijnacker 1 (Centrum/Noord/De Scheg/Oost)  Veel Klassieke Cultuurliefhebbers  Hoge mate van intensief cultuurgebruik 7. Vergelijking met omliggende gemeenten Lansingerland  Zeer vergelijkbaar profiel  Vergelijkbare percentages intensief/medium/licht → Strategisch relevant voor regionale samenwerking en publieksmobiliteit. Leidschendam-Voorburg  Meer lichte doelgroepen  Meer jongere stedelijke leefstijlen → Kansrijk voor het aantrekken van bezoekers voor festivals en evenementen.

Delft  Heel andere samenstelling: meer studenten en jongvolwassenen  Veel Startende Cultuurspeurders en Toekomstgrijpers → Kansrijk voor samenwerking rond jeugd, innovatie, jongerencultuur. 8. Kansrijke doelgroepen voor beleid en programmering   

Klassieke Cultuurliefhebbers – Verdiepen Weelderige Cultuurminnaars – Verbreden Lokale Vrijetijdsgenieters – Verbreden

pagina 15/18

6 – Verwerking onderzoeksresultten De drie onderzoeken zijn niet losstaande producten, maar vormen samen de inhoudelijke onderbouwing van de Cultuurnota 2026 en de Uitvoeringsagenda 2026–2030. In dit hoofdstuk wordt toegelicht hoe de belangrijkste bevindingen zijn verwerkt in de visie, de ambities en de zeven strategische thema’s. 6.1 Samenbrengen van de drie onderzoeksbronnen De resultaten van de onderzoeken zijn in drie stappen verwerkt: 1. Analyse per onderzoek o Het inwonersonderzoek gaf een breed en representatief beeld van cultuurdeelname, behoeften en ervaren drempels. o De Culturele Doelgroepenanalyse liet zien welke typen cultuurbezoekers in de gemeente wonen, hoe die over kernen en wijken zijn verdeeld en welke doelgroepen kansrijk zijn om (meer) te bereiken. o De vragenlijst voor culturele partners maakte zichtbaar welke thema’s leven bij verenigingen, instellingen en makers, welke knelpunten zij ervaren en wat zij van de gemeente verwachten. 2. Thema- en trendanalyse Per onderzoek zijn de uitkomsten gekoppeld aan de zeven strategische thema’s uit de Cultuurnota. Daarin is gekeken naar terugkerende patronen, maar juist ook naar geluiden die afweken of extra accenten vroegen (bijvoorbeeld de nadruk op ruimtenood, de zorg over financiële continuïteit en de oproep om de intrinsieke waarde van kunst te bewaken). 3.

Doorvertaling naar beleid en uitvoering Op basis van deze analyse zijn waar nodig de visie, ambities en doelstellingen aangescherpt en is per thema benoemd welke opgaven prioriteit krijgen in de uitvoeringsagenda. Daarbij is steeds een afweging gemaakt tussen wenselijkheid, haalbaarheid (financieel en organisatorisch) en samenhang met andere beleidsvelden. 6.2 Rol van het inwonersonderzoek Het inwonersonderzoek heeft vooral bijgedragen aan:  het bevestigen van het brede draagvlak voor cultuur als basisvoorziening;  het zichtbaar maken van het belang van bibliotheek, CulturA & Zo en lokale evenementen als dagelijkse culturele infrastructuur;  het aanwijzen van prioritaire thema’s zoals toegankelijkheid, betaalbaarheid, informatie & zichtbaarheid, jongerenaanbod en wijkgericht werken;  het onderbouwen van de keuze om cultuur expliciet te verbinden met ontmoeting, welzijn en talentontwikkeling. Deze inzichten zijn direct terug te zien in de formulering van de hoofdambitie (cultuur dichtbij, voor iedereen) en in de doelstellingen onder de thema’s Toegankelijkheid, inclusie en diversiteit, Zichtbaarheid en participatie en Culturele infrastructuur. Ook de keuze om in de uitvoeringsagenda nadrukkelijk aandacht te besteden aan communicatie, publieksbereik en wijkgerichte programmering komt voort uit dit onderzoek.

De online dashboardvariant van het onderzoek, die Invior voor de gemeente heeft ingericht, maakt het mogelijk om ook in de toekomst bij nieuwe vragen of beleidswijzigingen gericht terug te grijpen op de uitkomsten. Door te kunnen filteren op leeftijd, geslacht en kern (Pijnacker, Nootdorp, Delfgauw) kan de gemeente fijnmazig blijven kijken naar verschillen tussen groepen inwoners en daar het beleid waar nodig op aanpassen. 6.3 Rol van de Culturele Doelgroepenanalyse De Culturele Doelgroepenanalyse van R2Research en Kunstgebouw heeft vooral geholpen om de verschillen tussen kernen en buurten en tussen doelgroepen scherp in beeld te krijgen. Belangrijke toepassingen in de nota zijn:  het expliciet benoemen van een aantal kansrijke doelgroepen (zoals Klassieke Cultuurliefhebbers, Weelderige Cultuurminnaars en Lokale Vrijetijdsgenieters);  het onderbouwen van de keuze om cultuurbeleid wijkgericht en doelgroepgericht vorm te geven;

pagina 16/18

 

het verbinden van culturele ambities aan demografische ontwikkelingen (vergrijzing, gezinswijken, ontbrekende jongvolwassen doelgroepen); het versterken van het thema Samenwerking en maatschappelijke impact, doordat duidelijk wordt welke doelgroepen vooral via cultuur bereikt kunnen worden.

Deze analyse is bovendien een instrument voor de langere termijn. Omdat het Culturele Doelgroepenmodel via Kunstgebouw en het dashboard Cultureel Zuid-Holland in Kaart publiek toegankelijk is, kunnen gemeente en partners ook buiten dit traject blijven werken met de inzichten uit het model. Het maatwerkrapport dat specifiek voor Pijnacker-Nootdorp is gemaakt gaat veel verder de diepte in dan het openbare dashboard, maar ook met de gratis beschikbare informatie kunnen instellingen, verenigingen en initiatiefnemers al veel leren over hun (potentiële) publiek. 6.4 Rol van de vragenlijst culturele partners De DenkMee-vragenlijst onder culturele partners en stakeholders heeft vooral bijgedragen aan:  het toetsen van de visie en ambities bij de sector (bijna unanieme steun, met goede suggesties voor aanscherping);  het concreet maken van de opgaven rond culturele infrastructuur, ruimtenood, financiële positie en vrijwilligers/ledenwerving;  het prioriteren van de zeven strategische thema’s vanuit het perspectief van de sector (o.a. extra nadruk op infrastructuur, educatie en talentontwikkeling en eigen kracht/ondernemerschap);  het aanscherpen van de rolopvatting van de gemeente als faciliterende en betrouwbare partner, in plaats van uitsluitend subsidieverstrekker.

Deze input is gebruikt om de beschrijving van de zeven thema’s te verfijnen, om knelpunten expliciet te benoemen in de situatie- en probleemanalyses en om in de uitvoeringsagenda acties op te nemen die direct aansluiten bij de vraag van de sector (bijvoorbeeld rond ruimtegebruik, samenwerking, zichtbaarheid en professionalisering). 6.5 Weging, keuzes en beperkingen Niet alle wensen en suggesties uit de onderzoeken kunnen binnen de huidige financiële en organisatorische kaders worden gerealiseerd. In de verdere uitwerking is daarom:  een afweging gemaakt tussen korte en lange termijn;  onderscheid gemaakt tussen direct uitvoerbare acties en ontwikkelrichtingen of onderzoeksopgaven;  gekeken naar samenloop met andere beleidsvelden (sociaal domein, jeugd, erfgoed, ruimte, sport). Minderheidsstandpunten of kritische signalen zijn niet genegeerd, maar waar mogelijk benoemd als aandachtspunt voor de uitvoering, als risico of als thema voor verdere dialoog. Zo ontstaat een cultuurbeleid dat stevig leunt op onderzoek, maar niet mechanisch alle uitkomsten één-op-één overneemt.

pagina 17/18

7. Conclusie en dankwoord Met de drie onderzoeken – het inwonersonderzoek, de Culturele Doelgroepenanalyse en de vragenlijst voor culturele partners – beschikt de gemeente Pijnacker-Nootdorp over een ongebruikelijk rijk en veelzijdig beeld van cultuur in de gemeente. Inwoners, verenigingen, instellingen, makers en experts hebben laten zien dat cultuur breed wordt gewaardeerd, intensief wordt gebruikt en tegelijk op sommige punten kwetsbaar is. Ruimte, zichtbaarheid, financiële continuïteit en samenwerking komen in alle bronnen naar voren als cruciale voorwaarden voor een sterk cultureel klimaat. De Cultuurnota 2026 en de Uitvoeringsagenda 2026–2030 bouwen voort op deze inzichten. De gekozen visie, ambities en zeven strategische thema’s zijn nadrukkelijk gevoed door wat inwoners en partners hebben ingebracht. Daarmee is het nieuwe cultuurbeleid geen papieren constructie, maar een volgende stap in een proces dat samen met de samenleving is vormgegeven. Ter borging van transparantie en herbruikbaarheid worden de drie onderzoeksrapporten als bijlagen meegezonden met de stukken die de gemeenteraad ontvangt samen met de Cultuurnota 2026 en de Uitvoeringsagenda 2026–2030. Naar verwachting worden deze documenten medio december openbaar gepubliceerd via de agenda van de gemeenteraad. Tot dat moment zijn de rapporten op aanvraag beschikbaar via s.ruggenberg@pijnacker-nootdorp.nl.

Daarnaast blijven belangrijke delen van de informatie, zoals het Culturele Doelgroepenmodel via Kunstgebouw en het dashboard Cultureel Zuid-Holland in Kaart, voor iedereen toegankelijk. Ook het online dashboard van Invior, waarin de resultaten van het inwonersonderzoek per leeftijdsgroep, geslacht en kern (Pijnacker, Nootdorp en Delfgauw) kunnen worden gefilterd, biedt blijvende mogelijkheden om de uitkomsten verder te verkennen. De gemeente spreekt nadrukkelijk haar dank uit aan alle inwoners, verenigingen, koren, orkesten, kunstenaars, docenten, instellingen en vrijwilligers die hebben meegedacht, meegedaan of hun tijd hebben gegeven om een vragenlijst in te vullen. Dankzij hun bijdrage kan de gemeente de komende jaren gericht investeren in een levendig, inclusief en toekomstbestendig cultureel leven in PijnackerNootdorp.

pagina 18/18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16482051/2