CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 6a bestemmingsplan verzamelplan PijNo 22-23-Toelichting

Raad Besluitvorming 21 december 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 146840513.310 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze cultuurhistorische kenmerken en waarden vormen de input bij processen van culturele planologie. In de CHA heeft het plangebied een redelijk tot grote kans op archeologische sporen. Aan deze kans is een onderzoeksplicht verbonden. Archeologiebeleid Pijnacker-Nootdorp De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft haar archeologiebeleid verwoord in de nota 'Pijnacker-Nootdorp; Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart' uit 2009. Op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart heeft het plangebied deels een hoge archeologische verwachting, een middelhoge archeologische verwachting en deels een onbekende archeologische verwachting.

datum referentie

23 oktober 2023 220763_AdB_RAP_0001_v6.0

P 27/38

Ter bescherming van de archeologische waarden kunnen burgemeesters en wethouders, als daar op basis van een archeologisch onderzoek aanleiding toe bestaat, voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Dit kan in de vorm van het treffen van technische maatregelen, het doen van een opgraving of archeologische begeleiding van werkzaamheden. Daarnaast is een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden opgenomen. Per dubbelbestemming gelden ondergrenzen voor wat betreft de oppervlakte en diepte van de verstoring. Beoordeling In de volgende tabel is een overzicht opgenomen met de dubbelbestemmingen die in voorliggend bestemmingsplan voorkomen. Per dubbelbestemming is aangegeven wat de ondergrenzen voor de oppervlakte en diepte van de verstoring zijn. Indien deze grenzen niet worden overschreden, dan is er geen onderzoek noodzakelijk. Dubbelbestemming Waarde- Archeologie - 2

Ondergrens oppervlakte 200 m2

Ondergrens diepte

Locaties

0,3 meter

A, B, D, G

Bij de toekomstige ontwikkelingen zal op een aantal percelen binnen onderhavig bestemmingsplan rekening moeten worden gehouden met een redelijke tot grote trefkans op archeologische sporen. In de regels is daarom een regeling opgenomen, waarbij de voorwaarden staan aangegeven wanneer een verkennend archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Op basis van het archeologisch onderzoek zal bepaald worden of nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Boezemweg 18 Op dit moment ligt er geen archeologische dubbelbestemming op de planlocatie aan de Boezemweg. Met onderhavig bestemmingsplan komt er een beschermende regeling te liggen. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning moet archeologisch onderzoek worden verricht wanneer er gegraven wordt. Wilgenweg 82 Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een passende bestemming voor de opstallen binnen het plangebied. Er worden geen nieuwe opstallen gerealiseerd waardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de ter plaatse geldende archeologische dubbelbestemming. Er hoeft geen verder onderzoek te worden verricht. Zuideindseweg 78 De beoogde ontwikkeling betreft het verplaatsen van de woonbestemming. Er worden verder geen bodemingrepen gedaan en de ter plaatse geldende dubbelbestemming wordt overgenomen. Er hoeft geen verder archeologisch onderzoek te worden verricht. Geerweg 13 en 21 Voor deze locaties is een archeologisch onderzoek uitgevoerd.

Het onderzoek is opgenomen als bijlage 6 behorende bij deze toelichting. Uit het onderzoek blijkt dat er geen archeologische vondsten te verwachten zijn. Nader onderzoek wordt niet nodig geacht. Industrieweg 12 De aanpassing van de bestemming brengt geen bodemingrepen met zich mee. Er zijn derhalve geen archeologische waarden in het geding. Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk.

datum referentie

23 oktober 2023 220763_AdB_RAP_0001_v6.0

P 28/38

Conclusie In overeenstemming met de resultaten uit het archeologisch onderzoek zijn er geen archeologische en cultuurhistorische waarden binnen de plangebieden. Archeologie en cultuurhistorie vormt dan ook geen belemmering voor beoogde ontwikkelingen. 5.6

Ecologie

5.6.1

Natuurgebieden

Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb) is een wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur. De Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari 2017 en vervangt daarmee het voorheen geldende wettelijke stelsel voor de natuurbescherming, zoals neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet regelt ten eerste de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en planten- en diersoorten. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. In de Wet natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG, 30 november 2009) en Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG, 21 mei 1992) als uitgangspunt genomen. De gebiedsbescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in hoofdstuk 2 van de Wnb en richt zich onder meer op het verminderen van de depositie van stikstof op de Natura 2000-gebieden en het versterken van de natuur. Op 1 januari 2017 is de ‘Wet natuurbescherming’ in werking getreden. De ‘Boswet’, de ‘Flora en faunawet’ en de ‘Natuurbeschermingswet 1998’ zijn per die datum ingetrokken. De Wet natuurbescherming vormt het voornaamste beleidsmatige toetsingskader op het gebied van de soortenbescherming en gebiedsbescherming.

Beoordeling Alle locaties liggen buiten de begrenzing van het NNN. De locaties zijn op een dergelijke afstand gelegen, dat er van een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNN-gebied geen sprake is. Tevens betreft het relatief beperkte ingrepen. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied Meijendel & Berkheide is met ruim 8 kilometer op relatief grote afstand gelegen. Gezien deze afstand en de beperkte aard van de ingrepen valt een significant negatief effect niet te verwachten. Voor de ontwikkeling Boezemweg 18 kan de emissie van stikstof mogelijk een negatief effect hebben op het Natura 2000 gebied Meijendel & Berkheide als gevolg van de Porthos uitspraak en het daarmee komen te vervallen van de bouwvrijstelling. Om dit uit te kunnen sluiten is een AERIUS-berekening uitgevoerd. De resultaten van deze berekening zijn bij deze toelichting gevoegd. Uit de berekening blijkt dat significante negatieve effecten uitgesloten kunnen worden. Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de vereisten van de Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming.

5.6.2

Flora en fauna

datum referentie

23 oktober 2023 220763_AdB_RAP_0001_v6.0

P 29/38

Toetsingskader Het beschermingsregime betreffende soorten (flora en fauna) is opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wnb. De verbodsbepalingen zijn hierbij afhankelijk gesteld van de soort (en daarmee de opname van die soort op de diverse lijsten) en de voorgenomen handelingen. Bovendien is een algemeen geldende zorgplicht opgenomen om handelingen achterwege te laten of maatregelen te treffen, om te voorkomen dat nadelige gevolgen ontstaan voor in het wild levende dieren en planten. Conform de Wet natuurbescherming is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde soorten binnen het plangebied. Vanuit die kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wnb. Conform vaste jurisprudentie kan een plan worden vastgesteld indien aannemelijk wordt gemaakt dat het aspect flora en fauna niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Beoordeling Boezemweg 18 Door EcologieWerkt is ter hoogte van het plangebied ecologisch onderzoek uitgevoerd. De onderzoeksrapportage is opgenomen in de bijlage. Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Een ontheffing van de Wet natuurbescherming evenmin. Wilgenweg 82 Onderhavig planvoornemen voorziet in het legaliseren en herbestemmen van de verschillende functies en opstallen die aanwezig zijn ter hoogte van het plangebied. Hierbij worden geen nieuwe gebouwen gebouwd en wordt er ook niet gesloopt. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming evenmin. Zuideindseweg 78 Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de ontwikkeling mogelijk is, mits voorkomen wordt dat de rugstreeppad het gebied waarbinnen deze ontwikkeling plaatsvindt, koloniseert. Daartoe worden aanbevelingen gedaan. De initiatiefnemer zal de aanbevolen maatregelen moeten treffen of in de fasering rekening moeten houden met dit aspect. Geerweg 13, 21 Voor de locatie Geerweg 13 is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Het betreffende onderzoek is als bijlage aan de toelichting gevoegd. Uit het rapport volgt dat nader onderzoek niet nodig is. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met eventuele werkzaamheden aan de sloot in verband met de aanwezigheid van de waterspitsmuis. Verder geldt de algemene zorgplicht voor broedvogels.

Het advies om de werkzaamheden tussen zonopkomst en zonondergang te verrichten in verband met overvliegende en/of foeragerende vleermuizen zal worden opgevolgd. Ook voor de Geerweg 21 is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Deze is eveneens opgenomen in de bijlage. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient voorkomen te worden dat er langdurig aanwezige ondiepe plassen op het terrein ontstaan. Ook kale gronden of grond- en/of zandhopen moeten voorkomen worden. Hiermee wordt voorkomen dat de gronden dat de rugstreeppad zich vestigt. Verder geldt de algemene zorgplicht voor broedvogels. Het advies om de werkzaamheden tussen zonopkomst en zonondergang te verrichten in verband met overvliegende en/of foeragerende vleermuizen zal worden opgevolgd.

datum referentie

23 oktober 2023 220763_AdB_RAP_0001_v6.0

P 30/38

Industrieweg 12 De aanpassing van de bestemming heeft geen gevolgen voor de ter plaatse eventueel aanwezige ecologische waarden. Onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de vereisten van de Wet natuurbescherming ten aanzien van flora en fauna.

5.7

Akoestiek

Toetsingskader Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (Wgh) dienen bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in art. 3.6 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de waarden als bedoeld in art. 82 t/m 85 van de Wgh in acht te worden genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom een weg als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh en (het betreffende onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor: • de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies zoals genoemd in art. 1 Wgh en art 1.2 Bgh – het Besluit geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012); • de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg; • functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid). De onderzoekszone voor wegen zoals bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh is afhankelijk van de hoeveelheid rijbanen. Onderstaande tabel geeft hier een overzicht van: Stedelijk

Buitenstedelijk

Aantal rijstroken

Aantal meter aan weerszijden van de weg

5 of meer

350 m

600 m

3 of 4

350 m

400 m

1 of 2

200 m

250 m

Tabel 4: onderzoekszone wegen artikel 74 lid 1 Wet geluidhinder.

Artikel 74 lid 2 Wgh regelt dat indien de bovengenoemde ontwikkelingen zijn gelegen binnen een als 'woonerf' aangeduid gebied of in een zone nabij wegen waarvoor een maximum snelheidsregime van 30 km/u geldt, de betreffende waarden niet in acht hoeven te worden genomen. Uit een akoestisch onderzoek moet blijken of, indien sprake is van een van de bovengenoemde ontwikkelingen binnen een zone als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh, deze binnen de waarden valt zoals deze voor diverse typen ontwikkelingen is vastgelegd in de Wgh. De grenswaarde voor de toelaatbare etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting van wegen binnen zones langs wegen is voor woningen 48 dB. In bijzondere gevallen is een hogere waarde mogelijk; Burgemeester en Wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente en onder voorwaarden bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. Voor gebieden binnen of in de nabijheid van natuurgebieden gelden aanvullende regels. In het geval van onderhavige ontwikkeling geldt dat de zorgvoorziening niet vergunnings- of meldingplichtig is volgens wet- en regelgeving omtrent geluid. Wel is het plan pal naast het Natuurnetwerk Brabant gelegen. In de regel dient het Natuurnet-werk Brabant gecompenseerd te worden bij een geluidsbelasting hoger dan 45 dB(A).

datum referentie

23 oktober 2023 220763_AdB_RAP_0001_v6.0

P 31/38

Beoordeling Boezemweg 18 Voor de locatie Boezemweg 18 te Pijnacker geldt dat er geen sprake is van een nieuwe geluidgevoelige bestemming. Er worden enkele gronden toegevoegd aan het bedrijfskavel waardoor er geen extra geluidgevoelige functie mogelijk wordt gemaakt. In het kader van de Wgh is derhalve geen onderzoek noodzakelijk.

Wilgenweg 82 Voor de locatie Wilgenweg 82 te Pijnacker geldt dat er geen sprake is van een nieuwe geluidgevoelige bestemming. Er worden enkele functies en opstallen gelegaliseerd waardoor er geen extra geluidgevoelige functie mogelijk wordt gemaakt. In het kader van de Wgh is derhalve geen onderzoek noodzakelijk. Zuideindseweg 78 Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Daaruit blijkt dat met gebruikmaking van de wettelijke mogelijkheid hogere grenswaarden vast te stellen, dit aspect de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling en daarmee het bestemmingsplan niet in de weg staat. De rapportage van het akoestisch onderzoek is opgenomen in de bijlage. Geerweg 13, 21 Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom, waar de hoogst toelaatbare geluidbelasting 63 dB bedraagt. Uit het onderzoekt blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Molenaar Blonkweg op zijn hoogst 53 dB bedraagt ter plaatse van de achtergevel van de op één na oostelijke woning (1e verdieping). De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt op zes beoordelingspunten overschreden (alleen de 1e verdieping). De hoogst toelaatbare geluidbelasting van 63 dB wordt nergens overschreden.

De Geluidbelasting van de Oudeweg bedraagt op zijn hoogst 44 dB waardoor er nergens overschrijding plaatsvindt. Een hogere waarde zal nodig zijn voor alle te realiseren woningen vanwege het geluid afkomstig van de Molenaar Blonkweg. Het verlenen van hogere waarden wordt, op basis van de gehanteerde uitgangspunten in het akoestisch onderzoek, mogelijk geacht. Hier dient bij de planuitwerking nader invulling aan te worden gegeven. De gecumuleerde geluidbelasting bij de geplande woningen bedraagt ten hoogste 58 dB ter plaatse van de achtergevel van de op één na oostelijke woning (1e verdieping). De vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k bedraagt dan maximaal 58 – 33 = 25 dB. Het bevoegd gezag zal bepalen of er nader onderzoek naar de gevelwering dient te worden gedaan. Industrieweg 12 Uit akoestisch onderzoek zal moeten blijken wat de akoestische situatie ter plaatse is en of eventueel hogere grenswaarden vastgesteld dienen te worden. Conclusie Uit de akoestische onderzoeken blijkt dat er ter hoogte van de plangebieden geen belemmeringen ontstaan. Het aspect ‘Geluid’ vormt dan ook geen belemmering voor beoogde ontwikkelingen.

datum referentie

23 oktober 2023 220763_AdB_RAP_0001_v6.0

P 32/38

5.8

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en milieugevoelige bestemmingen (zoals zorgvoorzieningen) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. Op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' (hierna: VNG-brochure) wordt onder milieugevoelige functies verstaan: woningen, woongebieden, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie. Sommige functies kunnen zowel milieubelastend als milieugevoelig zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen en scholen). Beoordeling Boezemweg 18 Onderhavig planvoornemen voorziet in het opnemen van het bedrijfsperceel en enkele gronden aan de zuidzijde. Hierbij wordt een recreatieve functie omgezet in een bedrijfsfunctie. De bedrijfsfunctie is in het huidige bestemmingsplan toegestaan en de bedrijfsvoering zal niet veranderen. Milieuzonering speelt derhalve geen rol voor deze locaties. Wilgenweg 82 Onderhavig planvoornemen voorziet in het legaliseren van de functies en opstallen binnen het plangebied. Er vindt geen verandering in de bedrijfsvoering plaats. Het bedrijfsperceel zal niet verder uitbreiden. Aan de oostzijde van Wilgenweg 82 staan meerdere woningen.

Vergroten van het bedrijfsperceel zal invloed hebben op de milieucirkel van het bedrijf richting deze woningen. De afstand wordt kleiner dan planologisch aanvaardbaar. De gronden zullen worden voorzien van een passende bestemming waarbinnen de verschillende functies als toegestaan gebruik zullen worden aangeduid. Milieuzonering speelt derhalve geen rol voor deze locaties. Zuideindseweg 78 De woning schuift op in noordelijke richting. Hierdoor komt de nieuwe woning iets dichter bij het agrarisch bouwvlak van Zuideindseweg 55. Op dit bedrijf worden paarden en melkrundvee gehouden. Het agrarische bedrijf dient in de huidige situatie te voldoen aan de normen uit het activiteiten besluit. Het plangebied is gelegen buiten de bebouwde kom. Voor zowel de paarden als het rundvee zijn geen geurnormen vastgesteld waardoor de vaste afstanden vanuit het activiteitenbesluit gelden. De aan te houden afstand voor de paarden en rundvee bedraagt 50 meter vanaf de stal en de mestplaat. Het plangebied ligt nu op 68 meter van het agrarisch bedrijf (vanaf agrarisch bouwvlak naar de noordelijke punt van de woonbestemming). De nieuwe woonbestemming blijft buiten de vaste afstand van 50 meter. Hiermee blijft de woning op voldoende afstand van het agrarisch bedrijf. Tevens wordt de woning straks tenminste 15 meter van de weg gebouwd.

Geerweg 13, 21 Onderhavig planvoornemen maakt de bouw van nieuwe woningen mogelijk. Ter plaatse van de locaties waar de nieuwe woningen gebouwd zouden moeten worden, worden bouwvlakken opgenomen waardoor de bouw van de woningen mogelijk wordt. De bestaande woonbestemming blijft behouden. Verder zijn er in de omgeving enkel woonbestemmingen en speelt milieuzonering derhalve geen rol. Industrieweg 12 De ontwikkeling betreft de aanpassing van de bestemming van bedrijfswoning naar burgerwoning. Hiermee vinden er geen fysieke veranderingen plaats ten opzichte van de huidige situatie. Hiermee is er geen nader onderzoek benodigd naar bedrijf en milieuzonering.

datum referentie

23 oktober 2023 220763_AdB_RAP_0001_v6.0

P 33/38

Conclusie Het aspect ‘bedrijf en milieuzonering’ vormt geen belemmering voor beoogde ontwikkelingen.

5.9

Externe veiligheid

Toetsingskader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied ,gelijktijdig, overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De orientatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Het groepsrisico is niet ruimtelijk weer te geven met contouren, maar wordt uitgedrukt in een grafiek waarin de groepsgrootte van aantallen slachtoffers wordt uitgezet tegen de cumulatieve kans dat een dergelijke groep slachtoffer wordt van een ongeval: de Fn-curve. Beoordeling Om te bepalen of er in de directe omgeving risicobronnen zijn gelegen waarop het Bevi van toepassing is, is de signaleringskaart geraadpleegd. Boezemweg 18 Ter hoogte van het plangebied is 1 risicobron gelegen, te weten een vuurwerkopslag aan de Boezemweg. Het betreft Haokan Fireworks.

Het planvoornemen betreft opnemen van het huidige bedrijfsperceel en de gronden gelegen aan de zuidzijde van de Boezemweg. Hiermee vindt er geen verandering in de bedrijfsvoering plaats en zal het risico ten opzichte van de huidige situatie niet veranderen.

datum referentie

23 oktober 2023 220763_AdB_RAP_0001_v6.0

P 34/38

Wilgenweg 82 Het plangebied aan de Wilgenweg 82 is gelegen binnen de effectzone van een buisleiding, zoals weergeven op onderstaande figuur. Het betreft een pijpleiding van defensie. Het planvoornemen voorziet in het legaliseren van de huidige functies en opstallen. Het betreffen geen gevoelige functies en het risico neemt niet toe met onderhavige wijziging. Het groepsrisico hoeft daarom niet verantwoord te worden.

Figuur 7: Uitsnede signaleringskaart EV. Het plangebied wordt bij benadering met de gele ster aangeduid

Zuideindseweg 78 Het planvoornemen betreft de herbouw van een woning en het verleggen van de woonbestemming. Hiermee vindt er geen wijziging in het risico plaats. Tevens zijn er in de omgeving geen risicobronnen aanwezig. Externe veiligheid vormt hiermee geen belemmering. Geerweg 13, 21 Het planvoornemen betreft de realisatie van nieuwe woningen. Hiervoor worden er nieuwe bouwvlakken ter hoogte van het plangebied. Ter hoogte van het plangebied ligt 1 risicobron te weten een buisleiding (W-539-05). Echter, het plangebied ligt op ca. 850 meter en daarmee vormt de buisleiding geen risico. Industrieweg 12 Het planvoornemen betreft het omzetten van een bedrijfswoning naar een woonbestemming. Hiermee wordt er een gevoelige functie toegevoegd. In de omgeving liggen 2 risicobronnen, te weten een vuurwerkopslag (300 meter) en buisleiding W-539-05 (480 meter). De risicobronnen liggen op voldoende afstand en vormen daarmee geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

datum referentie

23 oktober 2023 220763_AdB_RAP_0001_v6.0

P 35/38

5.10 Luchtkwaliteit Toetsingskader Op basis van hoofdstuk 5, titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer dient onderzoek naar luchtkwaliteit te worden uitgevoerd. De titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit (Wlk). De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Op grond van de Wet mogen nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de normen (grenswaarden) die aan een aantal verontreinigende stoffen zijn gesteld. Met betrekking tot luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: • • •

•

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een plan leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een plan draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging (meer dan 3%) ten opzichte van de grenswaarde (een grenswaarde van 3% staat gelijk aan de bouw van circa 1.500 woningen of 100.000 m2 kantoorruimte met één ontsluitingsweg); een plan past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), of binnen een regionaal programma van maatregelen.

Naast de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de luchtkwaliteit, moet worden bezien of er voor de te realiseren woningen voldaan kan worden aan een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit. Om te bepalen of de plaatselijke luchtkwaliteit voldoet aan de normen voor een goed woon- en leefklimaat is gebruik gemaakt van de RIVM kaarten welke weergeven staan op www.atlasleefomgeving.nl. Indien uit de monitoring blijkt dat de doelstellingen van het NSL niet worden gehaald, kunnen extra maatregelen worden getroffen. Beoordeling De ontwikkelingen, waarbij onder andere een vijftal woningen worden mogelijk gemaakt, zijn dusdanig beperkt van omvang dat er ruimschoots onder de aantallen gebleven wordt zoals genoemd in de 'Regeling niet in betekende mate bijdragen' (NIBM). Via de NSL-Monitoringstool zijn de concentraties ter plaatse van het plangebied voor de jaren 2018, 2020 en 2030 afgelezen. In de verkeersmodellen die gebruikt worden bij de NSL-monitoringstool is de verkeersgeneratie in de omgeving reeds opgenomen in het model voor de jaren 2020 en 2030. Er zijn derhalve geen aanpassingen doorgevoerd aan de data afkomstig uit de NSL-rekentool. NO2 Uit de resultaten blijkt dat de concentraties voor NO2 in alle gevallen ver onder de grenswaarden zitten voor 2020 en 2030. In geen van de gevallen wordt de jaargemiddelde grenswaarde overschreden.

De waarde is het hoogste ter plaatse van de Stationsstraat in Pijnacker en bedraagt in 2020 18,9 µg/m3. Hiermee wordt de grenswaarde van 40 µg/m3 niet overschreden. PM10 Uit de resultaten blijkt dat de concentraties voor PM10 in 2020 en 2030 ver onder de grenswaarden blijven. Ter plaatse van de plangebieden is de concentratie PM10 in 2030 kleiner dan de concentratie in 2018. De hoogste waarde in 2020 is ter plaatse van de Stationsstraat in Pijnacker en bedraagt 17 µg/m3. Er wordt voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 (40 µg/m3). De wereldgezondsheidsorganisatie (WHO) beoogt een

datum referentie

23 oktober 2023 220763_AdB_RAP_0001_v6.0

P 36/38

advieswaarde van een jaargemiddelde waarde van 20 µg/m3. In 2020 en 2030 nemen de concentraties af tot ver onder de advieswaarde. PM2,5 Uit de resultaten blijkt dat dat de concentraties PM2,5 licht afnemen. De hoogste waarde is ter plaatse van de Stationsstraat in Pijnacker en bedraagt 9,1 µg/m3. De jaargemiddelde grenswaarde (25 µg/m3) wordt in geen geval overschreden. Ook de jaargemiddelde richtwaarde voor 2020 (20 µg/m3) wordt in geen geval overschreden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling. Binnen het besluitgebied is sprake van een goed woon- en leefklimaat. 5.11 Verkeer en parkeren De voorgenomen ontwikkelingen betreffen kleinschalige ontwikkelingen, die in een enkel geval betrekking hebben op de realisatie van een beperkt aantal woningen. Deze ontwikkelingen brengen geen noemenswaardige toename van het aantal verkeersbewegingen met zich mee. Parkeren wordt in beginsel overal op eigen terrein opgevangen. Met betrekking tot de aspecten verkeer en parkeren zijn geen problemen te verwachten.

datum referentie

23 oktober 2023 220763_AdB_RAP_0001_v6.0

P 37/38

6

Uitvoerbaarheid

6.1

Algemeen

De gemeente Pijnacker-Nootdorp wil middels haar beleid ruimte bieden en uitnodigen om te ondernemen en de woonomgeving te verbeteren, om zodoende samen invulling te geven aan de ruimte binnen de gemeente. Door ruimte te bieden voor de ontwikkelingen die dit verzamelplan mogelijk maakt, wordt hieraan concreet invulling gegeven 6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De aanvraag om een omgevingsvergunning ziet op het opheffen van het strijdig planologisch gebruik. Op de onderhavige aanvraag is ex artikel 3.10 lid 1, onder a Wabo de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Dit houdt in dat de omgevingsvergunning overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht (afdeling 3.4) gedurende zes weken ter inzage zal liggen en worden toegestuurd aan overleginstanties. Tijdens deze periode wordt de mogelijkheid geboden voor het indienen van zienswijzen. Voor de locaties Geerweg 13 en 21 is een buurtparticipatie traject doorlopen. De verslagen daarvan zijn als bijlage bij deze toelichting opgenomen. In de bijlage is de nota van beantwoording inspraak en vooroverlegreacties opgenomen. In dit document wordt ingegaan op de ingebrachte inspraak- en vooroverlegreacties. In het document worden de ingebrachte punten voorzien van een reactie en waar nodig is het bestemmingsplan aangepast. 6.3

Economische uitvoerbaarheid

Er wordt een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten waarin afspraken worden gemaakt over de voorgenomen ontwikkeling, alsmede alle financiële kaders waaronder mogelijke planschade, de exploitatiebijdrage en de daadwerkelijke investeringskosten van de beoogde ontwikkelingen. Op basis van deze overeenkomst wordt het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar geacht. Het kostenverhaal zal geen belemmering vormen voor uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan.

datum referentie

23 oktober 2023 220763_AdB_RAP_0001_v6.0

P 38/38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13471755/1