CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

Raad Besluitvorming 24 februari 2022, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan7.821 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SOORTGERICHT ONDERZOEK NAAR VLEERMUIZEN EN VOGELS SCHOLENGEMEENSCHAP

M I L I E U B E H E E R

TE PIJNACKER-NOORD

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

1

SOORTGERICHT ONDERZOEK NAAR VLEERMUIZEN EN VOGELS SCHOLENGEMEENSCHAP TE PIJNACKER-NOORD

Colofon

Opdrachtgever:

Gemeente Pijnacker-Nootdorp Postbus 1 2640 AA Pijnacker

Adviesbureau:

VanderHelm Milieubeheer B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 010 -249 24 60 info@vdhelm.nl www.vdhelm.nl

Projectfoto's:

Dhr. J. van Bussel

Wijze van citeren:

VanderHelm Milieubeheer B.V. (2021). PYPY20210260 soortgericht onderzoek scholengemeenschap Pijnacker-Noord, d.d. 9-11-2021.

© VanderHelm Milieubeheer B.V.

Verantwoording

Projectcode:

PYPY20210260

Status / versie

Definitief, versie 1

Datum

9 november 2021

Auteur

Dhr. J. van Bussel

Kwaliteitscontrole

Mevr. J. van de Poel MSc.

Vrijgave

Mevr. M. Kortlever-Boer MSc.

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

2

INHOUDSOPGAVE 1 PROJECTBESCHRIJVING ...................................................................................................................................... 4 1.1 HUIDIGE SITUATIE ..................................................................................................................................................... 4 1.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE EN WERKZAAMHEDEN ............................................................................................................... 5 2 SOORTGERICHT ONDERZOEK VLEERMUIZEN ...................................................................................................... 6 2.1 METHODE............................................................................................................................................................... 6 2.2 RESULTATEN EN INTERPRETATIE ................................................................................................................................... 8 2.3 TOETSING WERKZAAMHEDEN ......................................................................................................................................

9 3 SOORTGERICHT ONDERZOEK VOGELS ...............................................................................................................10 3.1 METHODE............................................................................................................................................................. 10 3.2 RESULTATEN EN INTERPRETATIE ................................................................................................................................. 12 3.3 TOETSING WERKZAAMHEDEN .................................................................................................................................... 13 4 CONCLUSIE ........................................................................................................................................................14 REFERENTIELIJST ..................................................................................................................................................15

BIJLAGEN 1. Kwaliteitsborging 2. Regionale situatiekaart projectgebied 3. Wettelijke en bestuurlijke kaders natuurbescherming 4. Weersomstandigheden tijdens veldbezoeken 5. Tijden zonsopkomst- en ondergang 6. Waarnemingen vleermuizen tijdens veldbezoeken 7. Waarnemingen vogels tijdens veldbezoeken

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

3

1 PROJECTBESCHRIJVING VanderHelm Milieubeheer B.V. te Berkel en Rodenrijs heeft van gemeente Pijnacker-Nootdorp opdracht gekregen voor het uitvoeren van een soortgericht onderzoek naar vleermuizen en vogels met een jaarrond beschermd nest uit categorie 4, ter plaatse van de scholengemeenschap te Pijnacker-Noord. De gegevens van het projectgebied staan weergegeven in tabel 1 en de projectbegrenzing is weergegeven in afbeelding 1. De aanleiding tot het uitvoeren van dit onderzoek zijn de voorgenomen sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden binnen het projectgebied en de Wet natuurbescherming. Het doel van het onderzoek is het aantonen dan wel uitsluiten van beschermde elementen van voornoemde soorten binnen het projectgebied. Tabel 1: Gegevens projectgebied Projectgebied: Straat: Plaats: Gemeente: Provincie:

Scholencentrum Pijnacker-Noord Groen van Prinstererlaan, Meidoornlaan, Park Berkenoord, Acacialaan Pijnacker Pijnacker-Nootdorp Zuid-Holland

Afbeelding 1: Begrenzing projectgebied met een rode lijn (Bron: Google Maps).

1.1 HUIDIGE SITUATIE Het projectgebied (gegevens projectgebied staan weergegeven in tabel 1) bestaat uit Octantschool ”de Schatkaart” en bijbehorend schoolplein. De school betreft een enkellaags gebouw met een plat dak, gevels die grotendeels uit ramen bestaan (beginnend op kniehoogte) en bakstenen gevels, waarvan slechts één met open stootvoegen. Het schoolplein is grotendeels betegeld, maar er zijn ook enkele bomen en diverse struiken aanwezig. De afscheiding van het schoolplein bestaat uit een hek aan de noord- en westkant met diverse struiken en fietsenstallingen aan de oostzijde. Verder zijn aanwezig een grasveld langs de school, een braakliggend opslagterrein en een klein bosje. Aan de randen van het projectgebied staan diverse bomen. De zuidkant van het projectgebied wordt begrensd door een watergang die een ecologisch waardevolle zone betreft door de aanwezigheid van een amfibieëntunnel, takkenrillen en een zwak aflopend talud aan één zijde. Deze zone is geen onderdeel van natuurnetwerk Pijnacker.

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

4

De omgeving van het projectgebied bestaat uit de bebouwde kom van Pijnacker. Verder ten noorden liggen het Bieslandse Bos, de Dobbeplas en het Balijbos. Verder ten oosten ligt deels poldergebied en deels glastuinbouwgebied. Verder naar het zuiden ligt de Zuidpolder van Delfgauw en Berkel en Rodenrijs. Verder naar het oosten ligt voornamelijk glastuinbouwgebied en Delfgauw. De begrenzing van het projectgebied wordt weergegeven in afbeelding 1. Voor de regionale ligging van het projectgebied wordt verwezen naar bijlage 2.

1.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE EN WERKZAAMHEDEN Op de projectlocatie wordt de huidige bebouwing gesloopt en een nieuw scholencomplex gerealiseerd. De locatie van het nieuw te bouwen pand (concept) is weergegeven in afbeelding 2. Hiervoor worden diverse bomen gekapt, welke exact gekapt moeten worden is niet bekend. De bomen aan de randen van de watergang blijven hoogstwaarschijnlijk behouden. De planning van de werkzaamheden is om in 2023 te starten met de sloop van het huidige schoolgebouw en de realisatie van het nieuwe scholencentrum. Op voorhand worden alle benodigde plannen gemaakt en vergunningstrajecten in gang gezet.

Afbeelding 2: concept bouwvlak weergegeven met een zwarte lijn.

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

5

2 SOORTGERICHT ONDERZOEK VLEERMUIZEN Op basis van de eerder uitgevoerde ecologische quickscan (VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk PYPY20210062, d.d. 15-02-2021) ter plaatse van de locatie scholengemeenschap te Pijnacker-Noord wordt geconcludeerd dat zwaarder beschermde elementen van vleermuizen worden verwacht. Deze zijn opgenomen in tabel 2. De voor vleermuizen geschikte locaties die zijn voortgekomen uit het veldbezoek van de ecologische quickscan zijn weergegeven in afbeelding 3. Tabel 2: verwachte beschermde elementen per vleermuissoort Type verblijfplaats Soort

Zomer-

Kraam

Paar

Massawinter

Vliegroute (niet essentieel)

Foerageergebied (niet essentieel)

Gewone dwergvleermuis

Ja*

Nee

Ja*

Nee

Ja

Ja

Laatvlieger

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

Rosse vleermuis

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

Ruige dwergvleermuis

Ja*

Nee

Ja*

Nee

Ja

Ja

Watervleermuis

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

*zowel in het schoolgebouw als de bomen met holten.

Afbeelding 3: de locaties met mogelijkheden die kunnen dienen als verblijfplaats voor vleermuizen. Met gele lijnen zijn de gevels aangegeven die een voor vleermuizen geschikte dakrand bevatten, de gele cirkel geeft de enige gevel met open stootvoegen weer en de blauwe cirkels zijn bomen met holten.

2.1 METHODE Het onderzoek naar beschermde elementen van vleermuizen is gebaseerd op de ethische code van het Netwerk Groene Bureaus - Branchevereniging voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging (juni 2008 en februari 2010), het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (2017), Kennisdocument Ruige Dwergvleermuis (2017) en uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021 (2020).

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

6

De bezoeken zijn met behulp van een batdetector (Pettersson D240X) en zaklampen uitgevoerd, zodat zowel zicht- als geluidswaarnemingen gedaan konden worden. Tijdens enkele bezoeken is gebruik gemaakt van een warmte camera om de omvang van het baltsterritorium exact in beeld te brengen. Daarnaast is gebruik gemaakt van de opnamefunctie op de batdetector (met behulp van Edirol opname apparatuur) om waarnemingen terug te luisteren en te analyseren met behulp van het programma BatSound. Alle bezoeken zijn in verband met de veiligheid en grootte van het projectgebied uitgevoerd met een team van minimaal twee personen. De inventarisaties zijn uitgevoerd bij goede weersomstandigheden, conform het vleermuisprotocol 2021. In tabel 3 staan de data van de veldbezoeken ten behoeve van het soortgericht onderzoek naar vleermuizen weergegeven, evenals de tijden waarbinnen het veldbezoek is uitgevoerd en de onderzochte elementen. De weersomstandigheden van de betreffende data staan weergegeven in bijlage 4. Voor zonsopkomst- en ondergangstijden wordt verwezen naar bijlage 5. Tabel 2: Data en tijden van veldbezoeken ten behoeve van het soortgericht onderzoek naar vleermuizen. Datum Tijd Element Veldwerkers 21-04-2021 04:33 – 06:33 Zomer GD, RD Dhr. ing. N. Alderliesten Dhr. ing. B. van Berkel 26-05-2021 03:32 – 05:32 Zomer GD, RD Dhr. ing. S. van Bekkum Mevr. I.

Buth 23-08-2021 21:47 – 23:47 Paar GD, RD Dhr. J. van Bussel Dhr. J. van der Beek 14-09-2021 00:00 – 02:15 Paar GD, RD Dhr. J. van Bussel Dhr. J. van der Beek (deels) Dhr. B. ing. van Berkel (deels)

Ten behoeve van het vaststellen dan wel uitsluiten van zomer-, paar- en winterverblijfplaatsen en van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis is de hierna beschreven werkwijze gehanteerd. 2.1.1 ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN In de periode van 15 april tot en met 15 augustus zijn twee veldbezoeken uitgevoerd ten behoeve van het vaststellen dan wel uitsluiten van zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Hierbij lagen er minimaal 20 dagen tussen het eerste en het laatste veldbezoek. Beide bezoeken zijn uitgevoerd in de ochtend om zwermende en/of invliegende vleermuizen rond het gebouw en de bomen vast te stellen. Een uitvliegende, invliegende of zwermende vleermuis wijst op de aanwezigheid van een voortplantings- of rustplaats in het gebouw of de boom. Tijdens de onderzoeken in de ochtend is het gehele projectgebied onderzocht door 2 personen, waarbij beide ecologen rond hebben gelopen door het projectgebied. Vleermuizen zwermen een korte tijd voorafgaand aan het invliegen. Door het zwermen voorafgaand aan het invliegen en de hoeveelheid personen kon alles goed worden overzien. 2.1.2 PAARVERBLIJFPLAATSEN Ten behoeve van het vaststellen van de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen zijn vanaf 15 augustus tot 1 oktober twee bezoeken in de avond/nacht uitgevoerd. Hierbij is gelet op baltsende vleermuizen.

Een paarverblijfplaats kan op twee manieren worden vastgesteld. Indien de baltsende vleermuis de paarverblijfplaats daadwerkelijk invliegt kan de locatie van de paarverblijfplaats worden vastgesteld. Indien deze niet kon worden vastgesteld is aangenomen dat de paarverblijfplaats zich in het baltsterritorium bevindt. De avondbezoeken zijn uitgevoerd met 2 personen verdeeld over het projectgebied. Vleermuizen baltsen een groot gedeelte van de avond en door met 2 personen te inventariseren zijn geen baltsende vleermuizen gemist.

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

7

2.1.3 WINTERVERBLIJFPLAATSEN (Individuele) winterverblijfplaatsen Vooralsnog is geen betrouwbare methode beschikbaar om individuele winterverblijfplaatsen vast te stellen in spouwmuren of onder een dak omdat doorgaans niet de hele spouw kan worden overzien met een boomcamera of spiegel. Ter plaatse van onderhavig project zijn individuele winterverblijfplaatsen in bomen niet op voorhand uitgesloten. Van zomerverblijfplaatsen, kraamverblijven en paarverblijfplaatsen mag zekerheidshalve aangenomen worden dat deze ook als winterverblijfplaats gebruikt kunnen worden, zolang de temperatuur niet te laag wordt (vorst) (Bij12, 2017). In onderhavig onderzoek is hier dan ook geen specifiek onderzoek naar verricht en wordt uitgegaan van een mogelijke aanwezigheid van individuele winterverblijfplaatsen indien zomer-, kraam- en of paarverblijfplaatsen zijn aangetroffen in het projectgebied. Bij strenge vorst is het aannemelijk dat gewone dwergvleermuizen verblijven in een massawinterverblijfplaatsen.

2.2 RESULTATEN EN INTERPRETATIE Uit het soortgericht onderzoek blijkt dat in het projectgebied geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Voor de waarnemingen per bezoek wordt verwezen naar bijlage 6. Voor de beschermde elementen van vleermuizen in de omgeving van het projectgebied wordt verwezen naar afbeelding 4.

Afbeelding 4: eindkaart met de aangetroffen beschermde elementen van vleermuizen.

In onderstaande paragraven worden de resultaten van het soortgericht onderzoek naar: 1. zomer- en kraamverblijfplaatsen; 2. paarverblijfplaatsen nader toegelicht. 2.2.1 ZOMERVERBLIJFPLAATSEN Tijdens de veldbezoeken ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van zomerverblijfplaatsen zijn geen zwermende, invliegende of uitvliegende vleermuizen waargenomen binnen het projectgebied. Derhalve wordt geconcludeerd dat geen zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis aanwezig zijn.

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

8

Er zijn wel langsvliegende en foeragerende gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen aangetroffen. Deze hebben echter geen specifieke binding met het projectgebied. Vooral het bomengroepje langs het schoolgebouw en de bomen aan de zuid- en westrand van het projectgebied worden door vleermuizen gebruikt als foerageergebied. 2.2.2 PAARVERBLIJFPLAATSEN Tijdens de veldbezoeken ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van paarverblijfplaatsen zijn geen baltsende vleermuizen waargenomen ter plaatse van het projectgebied. Derhalve wordt geconcludeerd dat geen paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis aanwezig zijn. 2.2.3 OVERIGE WAARNEMINGEN Tijdens het soortgericht onderzoek naar vleermuizen zijn in de directe omgeving van het projectgebied (buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden) 2 paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuizen vastgesteld en één baltsterritorium van een gewone dwergvleermuis. Eén paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis bevindt zich in de zuidgevel van het appartementencomplex aan de Kuyperlaan en de andere op de kopgevel van Magnolialaan 1. Het baltsterritorium van de gewone dwergvleermuis bevindt zich ten zuiden van het projectgebied bij de straat Park Berkenoord.

Tevens zijn enkele foeragerende en overvliegende gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen waargenomen in het projectgebied en de omgeving. Deze vertoonden geen binding met het projectgebied.

2.3 TOETSING WERKZAAMHEDEN Uit het soortgericht onderzoek blijkt dat in het projectgebied geen beschermde elementen van vleermuizen aanwezig zijn. Met betrekking tot vleermuizen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming dan ook geen vervolgstappen noodzakelijk. Wel dient rekening gehouden te worden met de zorgplicht met betrekking tot langsvliegende vleermuizen, bijvoorbeeld door verstoring door verlichting te voorkomen.

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

9

3 SOORTGERICHT ONDERZOEK VOGELS Op basis van de eerder uitgevoerde ecologische quickscan (VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk PYPY20210062, d.d. 15-02-2021) ter plaatse van de scholengemeenschap te Pijnacker Noord wordt geconcludeerd dat de in tabel 4 weergegeven juridisch zwaarder beschermde elementen van vogels worden verwacht. De locaties waar de beschermde elementen worden verwacht zijn weergegeven in afbeelding 5. Tabel 4: verwachte beschermde elementen per vogelsoort, met daarachter aangegeven in welk deel van het onderzoeksgebied de elementen worden verwacht. Soort Verwacht element Locatie verwacht element Ransuil (cat. 4)

Nest

Ter plaatse van de nesten op afbeelding 5.

Sperwer (cat. 4)

Nest

Ter plaatse van de nesten op afbeelding 5.

Afbeelding 5: Resultaten veldbezoek ecologische quickscan met de aangetroffen nesten van ekster en zwarte kraai (oranje cirkels).

3.1 METHODE Het onderzoek naar beschermde elementen van vogels is gebaseerd op de ethische code van het Netwerk Groene Bureaus - Branchevereniging voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging (juni 2008 en februari 2010) en uitgevoerd conform de telrichtlijnen van SOVON. De bezoeken zijn met behulp van een verrekijker uitgevoerd. In verband met de veiligheid zijn de bezoeken ten behoeve van het onderzoek naar ransuil, die in de avond en nacht plaatsvonden, met twee personen uitgevoerd. Door het onderzoek met tenminste 1 ecoloog uit te voeren zijn geen nesten van roofvogels of uilen met nesten in categorie 4 gemist. In tabel 5 staan de data van de veldbezoeken ten behoeve van het soortgericht onderzoek naar vogels weergegeven, evenals de tijden waarbinnen het veldbezoek is uitgevoerd en de onderzochte elementen. De weersomstandigheden van de betreffende data staan weergegeven in bijlage 4. Voor zonsopkomst- en ondergangstijden wordt verwezen naar bijlage 5.

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

10

Tabel 5: Data en tijden van veldbezoeken ten behoeve van het soortgericht onderzoek naar vogels. Datum Tijd Soort(en) Veldwerkers 08-03-2021 19:00 – 21:00 Ransuil Dhr. J. van Bussel Dhr. A. Dingley 23-03-2021 13:30 – 15:30 Sperwer Dhr. J. van Bussel 07-04-2021 13:00 – 15:00 Sperwer Dhr. ing. B. van Berkel 28-04-2021 12:00 – 14:00 Sperwer Dhr. ing. S. van Bekkum 04-05-2021 20:07 – 22:07 Ransuil Dhr. ing. N. Alderliesten Dhr. N.N.P. Korevaar BSc. 12-05-2021 13:00 – 15:00 Sperwer Dhr. ing. S. van Bekkum 26-05-2021 00:00 – 02:00 Ransuil Dhr. ing. S. van Bekkum Mevr. I. Buth

Ten behoeve van het vaststellen dan wel uitsluiten van nesten en rustplaatsen van de ransuil en sperwer is de hierna beschreven werkwijze gehanteerd. 3.1.1 SPERWER (CATEGORIE 4) Het onderzoek naar nesten van sperwer is gebaseerd op de SOVON territoriumkartering BMP. In totaal zijn 4 bezoeken gebracht: op 23 maart 2021, 7 april 2021, 28 april 2021 en 12 mei 2021. Tijdens deze bezoeken is gelet op één of meer van de volgende waarnemingen, wat duidt op een aanwezige nestlocatie:  een territoriaal individu of;  een paartje bij een potentiële nestplaats of;  roepende jongen, of;  plukresten, krijtstrepen (poepsporen) en braakballen, of;  paring, overdracht van voedsel, of ander gedrag waaruit geconcludeerd kan worden dat er nesten aanwezig moeten zijn. Tijdens het onderzoek is het aantal broedparen en de locaties van de nesten vastgesteld. 3.1.2 RANSUIL (CATEGORIE 4) Het onderzoek naar nesten van ransuil is gebaseerd op de richtlijnen zoals gesteld door SOVON. Om de aanwezigheid van nestplaatsen van de ransuil aan te tonen of te kunnen uitsluiten zijn drie veldbezoeken uitgevoerd. Tijdens het bezoek op 8 maart 2021 is vooral gelet op baltsgeluiden. Om baltsgeluid uit te lokken werd een lokroep afgespeeld. Bij reactie werd het afspelen direct gestopt. Het veldbezoek op 4 mei 2021 vond plaats vanaf een uur voor zonsondergang tot een uur na zonsondergang.

Tijdens dit bezoek werd bij daglicht gezocht naar sporen van aanwezigheid (poep, braakballen, staart of oorpluimen die uit het nest steken) en werd in de schemering gepost om uitvliegende dieren die van het nest kwamen vast te stellen. Het veldbezoek op 26 mei 2021 vond plaats in de nacht. Tijdens dit bezoek werd vooral gelet op aanwezigheid van bedelende jongen en braakballen. Met behulp van dit onderzoek is het aantal nesten en de functie van de omgeving voor de ransuil in kaart gebracht.

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

11

3.2 RESULTATEN EN INTERPRETATIE Uit het soortgericht onderzoek blijkt dat in het projectgebied geen jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig zijn. De eindkaart met resultaten van het onderzoek naar vogels met een jaarrond beschermd nest is weergegeven in afbeelding 6. Voor de waarnemingen per bezoek wordt verwezen naar bijlage 7.

Afbeelding 6: eindkaart met de resultaten van het onderzoek naar vogels (alleen vogels uit categorie 5, algemene broedvogels staan niet op deze kaart weergegeven).

In onderstaande paragraven worden de resultaten van het soortgericht onderzoek naar: 1. sperwer (categorie 4) 2. ransuil (categorie 4) nader toegelicht. 3.2.1 SPERWER Tijdens de veldbezoeken ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van nesten van de sperwer zijn geen waarnemingen gedaan van sperwers in het projectgebied. Slechts tijdens één veldbezoek, op 23 maart 2021, is in de woonwijk ten westen van het projectgebied een jagende sperwer waargenomen. Deze had geen binding met het projectgebied. Ook zijn geen krijtstrepen (poepsporen) waargenomen, of braakballen gevonden, die wijzen op de aanwezigheid van een sperwer in het projectgebied. Derhalve kunnen nesten van de sperwer binnen het projectgebied worden uitgesloten. 3.2.2 RANSUIL Tijdens de veldbezoeken ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van nesten van de ransuil zijn geen waarnemingen gedaan van ransuilen in het projectgebied. Ook zijn geen krijtstrepen (poepsporen) waargenomen, of braakballen gevonden die wijzen op de aanwezigheid van een ransuilen in het projectgebied. Derhalve kunnen nesten van de ransuil binnen het projectgebied worden uitgesloten.

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

12

3.2.3 OVERIGE WAARNEMINGEN Tijdens het soortgericht onderzoek naar vogels zijn ook nesten van andere vogels (categorie 5 met voldoende alternatief) vastgesteld. Dit waren een koolmees broedend in een boomholte en een koolmees broedend in een nestkast (afbeelding 7). Daarnaast is een nestindicerende zwarte kraai waargenomen die een nieuw nest aan het maken was. Deze is echter niet tot broeden gekomen in het projectgebied.

Afbeelding 7: nestkast die in 2021 gebruikt is als broedlocatie van de koolmees (cat. 5). Foto: J. van Bussel tijdens veldbezoek van de ecologische quickscan op 27 januari 2021.

3.3 TOETSING WERKZAAMHEDEN Uit het soortgericht onderzoek blijkt dat er in het projectgebied geen nesten of rustplaatsen van zwaarder beschermde vogels (met nesten uit categorie 4) aanwezig zijn. Indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen (dit loopt globaal van maart tot en met augustus) worden uitgevoerd zijn dan ook geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming, wat betreft vogels.

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

13

4 CONCLUSIE Ter plaatse van de scholengemeenschap te Pijnacker-Noord is een soortgericht onderzoek naar vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten uit categorie 4 uitgevoerd. Ter plaatse van het projectgebied is men voornemens in de toekomst herontwikkelingswerkzaamheden uit te voeren. Het doel van het onderzoek is het uitsluiten dan wel aantonen van nesten, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van voornoemde soorten in het projectgebied. Vervolgens is bepaald of door de werkzaamheden sprake kan zijn van het overtreden van de Wet natuurbescherming en welke vervolgstappen mogelijk noodzakelijk zijn. Op basis van het soortgericht onderzoek is het volgende geconcludeerd: Tabel 3: Conclusies soortgericht onderzoek. Soort(groep)

Conclusie

Vleermuizen

In het projectgebied zijn geen verblijfplaatsen of andere beschermde elementen van vleermuizen aangetroffen.

Sperwer (cat. 4)

In het projectgebied zijn geen nesten van de sperwer aangetroffen.

Ransuil (cat. 4)

In het projectgebied zijn geen nesten van de ransuil aangetroffen.

Overige waarnemingen

In het projectgebied zijn twee nesten van de koolmees (cat. 5) aangetroffen. Hiervoor geldt dezelfde bescherming als voor algemene broedvogels doordat voldoende alternatief in de omgeving aanwezig is. In het projectgebied kunnen tijdens het broedseizoen nesten of rustplaatsen van algemene broedvogels aanwezig zijn. In de uitgevoerde ecologische quickscan (VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk PYPY20210062, d.d. 15-02-2021) is reeds geadviseerd op welke manier hier rekening mee gehouden dient te worden gedurende de werkzaamheden. Dit geldt ook voor langsvliegende vleermuizen, algemene en/of vrijgestelde grondgebonden zoogdieren en amfibieën.

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

14

REFERENTIELIJST -

Bij12 (2017) Kennisdocument Gewone Dwergvleermuis Bij12 (2017) Kennisdocument Ruige Dwergvleermuis Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI). Weeroverzichten Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (1979). Vogelrichtlijn. 79/409/EEG. Provincie Zuid-Holland (2016). Besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 9 november 2016, tot vaststelling van de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland, met nummer 6949 Provincie Zuid-Holland (2016), Interactieve atlassen en kaarten. https://www.zuidholland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ Rijksoverheid (2012). Versie 0.4. Memorie van toelichting bij het voorstel van wet met regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming) Rijksoverheid (2016). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. Stb-2016-34 ISSN 0920 – 2064 ’s-Gravenhage 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de Natuur (Wet natuurbescherming). VanderHelm Milieubeheer B.V., ecologische quickscan scholengemeenschap Pijnacker Noord, kenmerk: PYPY20210062, d.d. 15-02-2021.

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

15

BIJLAGE 1: KWALITEITSBORGING EN VERANTWOORDING DESKUNDIGHEID De uitvoerend ecologen voldoen aan ten minste één van de door het Ministerie van Economische Zaken genoemde voorwaarden en zijn daarmee gekwalificeerd als deskundige. Deze voorwaarden zijn vermeld in Box 1. Box 1: Voorwaarden voor deskundigheid, Ministerie van Economische Zaken. Het Ministerie verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige: ▪ op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of ▪ op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of ▪ als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals de Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS

Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied); en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of soortenbescherming.

VOLLEDIGHEID ONDERZOEK De ecologische quickscan betreft een onderzoek naar onder andere de (mogelijk) aanwezige beschermde flora en fauna in en nabij het projectgebied. Het onderzoek is gebaseerd op een bureaustudie en een éénmalig veldbezoek. Voor een volledige inventarisatie van alle aanwezige flora en fauna ter plaatse van het projectgebied dient een soortgericht onderzoekt te worden uitgevoerd wat veelal gebonden is aan bepaalde perioden in het jaar. Uit een soortgericht onderzoek kan naar voren komen dat beschermde soorten aanwezig zijn en dat daarop een negatief effect ontstaat. Mitigerende en/of compenserende maatregelen zijn dan nodig en mogelijk dient een ontheffing te worden aangevraagd om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Deze vervolgstappen zijn geen onderdeel van de ecologische quickscan. KWALITEITSBORGING VanderHelm Milieubeheer B.V. is lid van het ‘Netwerk Groene Bureaus (NGB) - Brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging’. De werkzaamheden die door VanderHelm Milieubeheer B.V. worden uitgevoerd, zijn gebaseerd op de door de NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). VanderHelm Milieubeheer B.V. is VCA** (versie 2008/05) gecertificeerd. Onderhavig project is uitgevoerd in overeenstemming met het kwaliteitssysteem van VanderHelm Milieubeheer B.V. VERANTWOORDING VanderHelm Milieubeheer B.V.

is een onafhankelijk adviesbureau en verklaart hierbij geen financiële of juridische belangen te hebben bij de uitkomst van het gevoerde onderzoek.

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

Bijlage

BIJLAGE 2: REGIONALE SITUATIEKAART PROJECTGEBIED

= Projectgebied Bron: OpenStreetMap

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

Bijlage

BIJLAGE 3: WETTELIJKE EN BESTUURLIJKE KADERS NATUURBESCHERMING In Nederland wordt de bescherming van natuur geregeld met behulp van de Wet natuurbescherming. Onder de Wet natuurbescherming valt de bescherming van enerzijds in het wild levende dieren (fauna) en planten (flora) en anderzijds de gebiedsbescherming en de bescherming van houtopstanden. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de vigerende wet- en regelgeving inzake de Wet natuurbescherming. WET NATUURBESCHERMING (01-01-2017) De Wet natuurbescherming is een samenkomst van drie voormalige natuurwetten: De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Onder de Wet natuurbescherming valt nu de soortenbescherming en de gebiedsbescherming. SOORTENBESCHERMING (FLORA EN FAUNA) De Wet natuurbescherming beschermd kwetsbare en zeldzame flora en fauna. De wet geldt daar waar beschermde soorten voorkomen. Daarbij is het niet van belang of dat specifieke gebied ook wettelijk beschermd wordt. De beschermde soorten zijn onderverdeeld in Europees- en Nationaal beschermde dieren plantensoorten. Afhankelijk van de beschermde status van een soort dient bij de aantasting van exemplaren of nesten, voortplantings- of rustplaatsen van deze soort, bij activiteiten die de verbodsbepalingen overtreden, een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.

Belangrijk voor de toekenning hiervan is de status, maar ook of de duurzame instandhouding van de populatie wel of niet in het geding is. Indien geen verbodsbepalingen worden overtreden kan mogelijk worden volstaan met een mitigatieplan. Europees beschermde dier- en plantensoorten Deze soorten betreffen in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern, bijlage I bij het Verdrag van Bonn en vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern, bijlage I bij het Verdrag van Bonn Voor deze soorten dienen in het geval van ruimtelijke ontwikkeling mitigerende maatregelen opgesteld te worden die ervoor zorgen dat de functionaliteit van de nesten, voortplantings- of rustplaatsen gegarandeerd wordt. Tevens kunnen werkzaamheden, onder voorwaarden, worden uitgevoerd volgens een goedgekeurde gedragscode. Wanneer dit niet mogelijk is kan, indien de volgende belangen aan de orde zijn: bescherming van flora en fauna, dwingende redenen van groot openbaar belang of volksgezondheid of openbare veiligheid, een ontheffing aangevraagd worden.

Vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn Voor vogels dienen in het geval van ruimtelijke ontwikkeling mitigerende maatregelen opgesteld te worden die ervoor zorgen dat de functionaliteit van de nesten en rustplaatsen gegarandeerd wordt. Tevens kunnen werkzaamheden, onder voorwaarden, worden uitgevoerd volgens een goedgekeurde gedragscode. Wanneer dit niet mogelijk is kan, indien de volgende belangen aan de orde zijn: bescherming van flora en fauna, veiligheid van het luchtverkeer of volksgezondheid of openbare veiligheid, een ontheffing aangevraagd worden. Nationaal beschermde dier- en plantensoorten Deze soorten betreffen in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij de Wet natuurbescherming.

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

Bijlage

Vrijstelling Middels een vrijstellingsregeling kan in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling vrijstelling verleend worden voor nationaal beschermde dier- en plantensoorten. Derhalve hoeft voor deze soorten geen ontheffing te worden aangevraagd. Voor deze soorten blijft wel de algemene zorgplicht van kracht. Per provincie wordt een vrijstellingslijst opgesteld. Elke provincie kan ervoor kiezen om verschillende soorten vrij te stellen. Per project zal gekeken moeten worden welke dier- en plantensoorten in de betreffende provincie zijn vrijgesteld. Voor soorten die niet zijn vrijgesteld dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde gedragscode, of dient bij de aantasting van exemplaren nesten, voortplantings- of rustplaatsen van deze soort bij activiteiten die de verbodsbepalingen overtreden, een ontheffing op de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Verboden handelingen Naast de zorgplicht zijn een aantal verboden handelingen opgenomen. Deze worden hieronder weergegeven. Artikel 3.1 Vogelrichtlijn 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3.

Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.5 Habitatrichtlijn 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.10 Nationaal beschermde dier- en plantensoorten 1.

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen;

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

Bijlage

c.

ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Gedragscode Voor zowel Europees als nationaal beschermde soorten geldt dat werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden volgens een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. De betreffende gedragscode moet voor de werkzaamheden en soort(groep) geschreven en beschikbaar zijn.

Dit geldt indien de werkzaamheden plaatsvinden in het kader van: - een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of –bermen, of in het kader van natuurbeheer; - een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; - een bestendig gebruik, of - een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling. Werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd onder een gedragscode, mits de functionaliteit van de nesten, voortplantings- of rustplaatsen van de soorten behouden blijft. Zorgplicht De zorgplicht valt onder zowel de soortenbescherming (dier- en plantensoorten) als de gebiedsbescherming. Onderstaand worden de maatregelen met betrekking tot zorgvuldig handelen weergegeven, zoals opgenomen artikel 1.11 en artikel 3.31, lid 3, van de Wet natuurbescherming. Artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura-2000 gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura-2000 gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a.

dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. Artikel 3.31, lid 3, van de Wet natuurbescherming 3. Van zorgvuldig handelen is in elk geval sprake, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er worden slechts handelingen verricht waarvan geen wezenlijke invloed uitgaat op de soorten, bedoeld in het tweede lid, en b. ingeval handelingen worden verricht die invloed hebben op dieren wordt voorafgaand en tijdens de handelingen in redelijkheid alles verricht of gelaten om te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken dat: i. dieren als bedoeld in artikel 3.1, 3.5, eerste lid, of 3.10, eerste lid, worden gedood; ii. nesten van vogels worden vernield, beschadigd of weggenomen, rustplaatsen van PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

Bijlage

c.

vogels worden vernield of beschadigd, dan wel voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de in artikel 3.5, eerste lid, of artikel 3.10, eerste lid, bedoelde dieren worden beschadigd of vernield, en iii. eieren van dieren als bedoeld in artikel 3.1, 3.5, eerste lid, of 3.10, eerste lid, worden vernield, of ingeval handelingen worden verricht die invloed hebben op planten van soorten als bedoeld in artikel 3.5, vijfde lid, of 3.10, eerste lid, wordt voorafgaand aan en tijdens de handelingen in redelijkheid alles verricht of gelaten om te voorkomen dat deze planten worden geplukt, afgesneden, ontworteld of vernield.

GEBIEDSBESCHERMING Onder de gebiedsbescherming vallen de Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland, Beschermde Natuurmonumenten, gebieden ter uitvoering van verdragen en andere internationale verplichtingen (zoals wetlands) en houtopstanden. Natura2000 Natura 2000-gebieden zijn gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn. Voor elk Natura2000-gebied wordt door de betreffende provincie een beheerplan opgesteld, waarin de nodige instandhoudingsmaatregelen zijn opgenomen. Artikel 2.7, lid 2, van de Wet natuurbescherming stelt over Natura2000-gebieden het volgende: ‘ Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.’ De toetsing betreft het vaststellen of het projectgebied in of in de omgeving van een beschermd natuurgebied gelegen is en of er sprake is van een negatief effect op de beschermde natuurwaarden. Als dit niet het geval is dan is verder onderzoek niet nodig.

Indien er wel sprake is van een effect op beschermde natuurwaarden is een aanvullende toetsing noodzakelijk, waarbij wordt vastgesteld in hoeverre er sprake is van een negatief effect. Natuurnetwerk Nederland Het beschermingsregime voor gebieden die vallen onder het NNN vloeit voort uit het Natuurbeleidsplan uit 1991 en de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Het is in de Nota Ruimte op nationaal niveau en vervolgens door de provincies op provinciaal niveau nader uitgewerkt. Bescherming van deze gebieden is op planologische basis en er wordt van uitgegaan van het "Nee, tenzij‟-regime en compensatiebeginsel. Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op behoud en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden. Daarom geldt in het NNN het "nee, tenzij‟- regime. Indien een voorgenomen ingreep de "nee, tenzij‟-afweging met positief gevolg doorloopt kan de ingreep plaatsvinden, mits de eventuele nadelige gevolgen worden gemitigeerd en resterende schade wordt gecompenseerd. Indien een voorgenomen ingreep niet voldoet aan de voorwaarden uit het "nee, tenzij‟-regime dan kan de ingreep niet plaatsvinden.

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

Bijlage

Houtopstanden Onder de Wet natuurbescherming (houtopstanden) vallen: - alleen bossen die buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. De gemeente stelt de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ bij besluit vast. Deze grenzen kunnen afwijken van de ‘bebouwde kom Verkeerswet’. Het besluit wordt door de provincie goedgekeurd. Wanneer voor het uitvoeren van werkzaamheden houtopstanden zoals hierboven beschreven gekapt moeten worden geldt een meldings- en herplantplicht. De kapmelding is geen kapvergunning. In sommige gemeenten is een kapvergunning vereist, die door de gemeente wordt afgegeven. Voordat gekapt wordt, is het raadzaam bij de gemeente na te vragen of een vergunning vereist is. Als dat zo is, moet die apart worden aangevraagd. Gemeenten leggen in de bomenverordening vast welke bomen zonder vergunning mogen worden gekapt en voor welke bomen een meldings- of vergunningsplicht geldt. Binnen drie jaar nadat een bos is gekapt, moet het worden herplant. Deze termijn van drie jaar geldt ook als het bos door een calamiteit (brand, storm, ziekten of plagen) verloren gaat. Na drie jaar moet er een geslaagde herbebossing zijn uitgevoerd. Een herbeplanting die niet goed is aangeslagen moet, binnen 3 jaar na kap, worden ingeboet.

In de Wet natuurbescherming zijn verboden handelingen ten aanzien van houtopstanden opgenomen in artikel 4.2. Deze worden hieronder weergegeven. Artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming 1. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. 2. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen over de melding, bedoeld in het eerste lid. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op: a. de gegevens die bij de melding worden verstrekt; b. de termijn waarbinnen de melding wordt gedaan, en c. de wijze waarop de melding wordt gedaan. 3. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden. De meldings- en herplantplicht is niet van toepassing: indien houtopstanden worden geveld ter uitvoering van instandhoudingsmaatregelen of ten behoeve van Natura2000-gebieden. - voor het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. In uitzonderingsgevallen kan een kapverbod worden opgelegd als het natuur- en landschapsschoon ernstig geschaad dreigt te worden door de voorgenomen kap.

In de praktijk gebeurt dit nagenoeg nooit. Er moet sprake zijn van opstanden of lanen van een uitzonderlijke natuurwaarde of landschappelijke waarde.

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

Bijlage

BIJLAGE 4: WEERSOMSTANDIGHEDEN TIJDENS VELDBEZOEKEN

Datum

Temperatuur (°C)

Overheersende windrichting –kracht

Bewolking

Min. Max. 08-03-2021 1,3 8,4 WZW – 2 Geheel bewolkt 23-03-2021 2,8 10,7 ZW – 3 Zwaar bewolkt 07-04-2021 1,1 7,3 WNW – 4 Geheel bewolkt 21-04-2021 3,7 13,4 N–3 Bewolkt 28-04-2021 2,5 16,1 NO – 3 Zwaar bewolkt 04-05-2021 6,1 12,0 WZW – 5 Geheel bewolkt 12-05-2021 6,8 17,3 W–2 Zwaar bewolkt 26-05-2021 7,6 13,4 W–4 Geheel bewolkt 23-08-2021 15,3 22,3 NNO – 3 Half bewolkt 14-09-2021 12,4 22,2 ZW – 3 Bewolkt Weersomstandigheden ter plaatse van het dichtstbijzijnde weerstation (Rotterdam). Bron: KNMI * op het moment van het veldbezoek was het droog

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

Neerslag (mm) 2,3* 0,0 7,0* 0,0 <0,05* 4,6* 2,2* 2,1* 0,0 0,0

Bijlage

BIJLAGE 5: TIJDENS ZONSOPKOMST EN ZONSONDERGANG

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

Bijlage

BIJLAGE 6: WAARNEMINGEN VLEERMUIZEN TIJDENS VELDBEZOEKEN

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

Bijlage

Bijlage: Vleermuizen veldbezoek 21-04-2021 (ochtend) Legenda

Waarnemingen: soort, gedrag (aantal dieren) gewone dwergvleermuis, foeragerend

gewone dwergvleermuis, overvliegend Projectbegrenzing

1

1

1

1

1

5

Schaal: 0

VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs

1:1,250

Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.

80M

Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: PYPY20210260 Formaat: A4 Esri Nederland, Community Map Contributors Soortgericht onderzoek Scholencentrum Pijnacker-Noord

Bijlage: Vleermuizen veldbezoek 26-05-2021 (ochtend) Legenda

Waarnemingen: soort, gedrag (aantal dieren) gewone dwergvleermuis, foeragerend

gewone dwergvleermuis, overvliegend ruige dwergvleermuis, overvliegend

1

Projectbegrenzing

1

1

2

2 1 1

Schaal: 0

VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs

1:1,250

Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.

80M

Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: PYPY20210260 Formaat: A4 Esri Nederland, Community Map Contributors Soortgericht onderzoek Scholencentrum Pijnacker-Noord

Bijlage: Vleermuizen veldbezoek 23-08-2021 (avond) Legenda

Waarnemingen: soort, gedrag (aantal dieren)

1

gewone dwergvleermuis, baltsend

gewone dwergvleermuis, foeragerend

ruige dwergvleermuis, baltsend (vliegend) ruige dwergvleermuis, foeragerend

ruige dwergvleermuis, overvliegend

gewone dwergvleermuis, baltsterritorium

1

Projectbegrenzing

1

1

1 1 1

Schaal: 0

1

1 1

1

VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs

1:3,500 200M

Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.

1

Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: PYPY20210260 Formaat: A4 Esri Nederland, Community Map Contributors Soortgericht onderzoek Scholencentrum Pijnacker-Noord

Bijlage: Vleermuizen veldbezoek 14-09-2021 (middernacht) Legenda

Waarnemingen: soort, gedrag (aantal dieren) gewone dwergvleermuis, baltsend

1

gewone dwergvleermuis, foeragerend

gewone dwergvleermuis, overvliegend

ruige dwergvleermuis, paarverblijfplaats ruige dwergvleermuis, foeragerend

gewone dwergvleermuis, baltsterritorium Projectbegrenzing

1 1

1 1

1

1

Schaal: 0

1:3,000 160M

Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.

VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs

Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: PYPY20210260 Formaat: A4 Esri Nederland, Community Map Contributors Soortgericht onderzoek Scholencentrum Pijnacker-Noord

BIJLAGE 7: WAARNEMINGEN VOGELS TIJDENS VELDBEZOEKEN

PYPY20210260 - Soortgericht onderzoek Scholengemeenschap Pijnacker-Noord

Bijlage

Bijlage: Ransuil veldbezoek 08-03-2021 (avond) Legenda

Soort, gedrag (aantal dieren) Ekster, onbezet nest Zwarte kraai, onbezet nest Projectbegrenzing

Schaal: 0

VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs

1:1,000 40M

Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.

Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: PYPY20210260 Formaat: A4 Esri Nederland, Community Map Contributors Soortgericht onderzoek Scholencentrum Pijnacker-Noord

Bijlage: Ransuil veldbezoek 04-05-2021 (avond) Legenda

Soort, gedrag (aantal dieren)

Koolmees, bezet nest Koolmees, bezet nest (in nestkast) Houtduif, bezet nest Ekster, onbezet nest Zwarte kraai, onbezet nest Grote bonte specht, ter plaatse Projectbegrenzing

1

1

1 1 1

Schaal: 0

1

VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs

1:1,500 80M

Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.

Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: PYPY20210260 Formaat: A4 Esri Nederland, Community Map Contributors Soortgericht onderzoek Scholencentrum Pijnacker-Noord

Bijlage: Ransuil veldbezoek 26-05-2021 (ochtend) Legenda

Soort, gedrag (aantal dieren)

Koolmees, bezet nest Koolmees, bezet nest (in nestkast) Ekster, onbezet nest Zwarte kraai, onbezet nest Projectbegrenzing

1

Schaal: 0

VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs

1:1,500 80M

Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.

Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: PYPY20210260 Formaat: A4 Esri Nederland, Community Map Contributors Soortgericht onderzoek Scholencentrum Pijnacker-Noord

Bijlage: Sperwer veldbezoek 23-03-2021 Legenda

Soort, gedrag (aantal dieren)

Zwarte kraai, nestindicerend Meerkoet, bezet nest Sperwer, overvliegend (vrouw) Ekster, onbezet nest Zwarte kraai, onbezet nest Zwarte kraai, bezet nest (nieuw 2021)

1

Projectbegrenzing

1

1 1

Schaal: 0

1

VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs

1:2,750 160M

Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.

Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: PYPY20210260 Formaat: A4 Esri Nederland, Community Map Contributors Soortgericht onderzoek Scholencentrum Pijnacker-Noord

Bijlage: Sperwer veldbezoek 07-04-2021 Legenda

Soort, gedrag (aantal dieren) Houtduif, bezet nest Boomkruiper, ter plaatse Meerkoet, bezet nest Ekster, onbezet nest Zwarte kraai, onbezet nest Projectbegrenzing

1

1 1

1

1

Schaal: 0

1:1,000 40M

Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.

VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs

Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: PYPY20210260 Formaat: A4 Esri Nederland, Community Map Contributors Soortgericht onderzoek Scholencentrum Pijnacker-Noord

Bijlage: Sperwer veldbezoek 28-04-2021 Legenda

Soort, gedrag (aantal dieren)

Koolmees, bezet nest (in nestkast) Houtduif, bezet nest Meerkoet, bezet nest Ekster, onbezet nest Zwarte kraai, onbezet nest Projectbegrenzing

1

1

1

1

Schaal: 0

1

VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs

1:1,500 80M

Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.

Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: PYPY20210260 Formaat: A4 Esri Nederland, Community Map Contributors Soortgericht onderzoek Scholencentrum Pijnacker-Noord

Bijlage: Sperwer veldbezoek 12-05-2021 Legenda

Soort, gedrag (aantal dieren)

Koolmees, bezet nest Koolmees, bezet nest (in nestkast) Houtduif, bezet nest Ekster, onbezet nest Zwarte kraai, onbezet nest Grote bonte specht, ter plaatse

1

Projectbegrenzing

1

1 1 1

Schaal: 0

1

VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs

1:1,500 80M

Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.

Tel: 010-249 24 60 E-mail: hmb@vdhelm.nl Fax: 010-249 24 70 www.vdhelm.nl Projectcode: PYPY20210260 Formaat: A4 Esri Nederland, Community Map Contributors Soortgericht onderzoek Scholencentrum Pijnacker-Noord

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11067394/1