CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Quick scan Wet natuurbescherming Geerweg naast nr. 21 Nootdorp

Raad Besluitvorming 24 november 2022, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Verzamelplan 2022-20235.870 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum:

05-07-2022; versie 1 (definitief)

Opdrachtnummer:

153510

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Project:

Opdrachtgever:

nieuwbouw woning, terrein ten oosten van Geerweg 21 te Nootdorp

N.J. Kerklaan Aannemersbedrijf Delftsestraatweg 135 2645 AB Delfgauw

Uitgevoerd: Veldbezoek:

01-06-2022 (dhr. S. van de Langenberg BSc.)

Projectleider:

dhr. drs. M.R. Hanraads

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING................................................................................................................................................... 3 2. BESCHRIJVING OMGEVING EN ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................. 3 2.1 Omgeving ................................................................................................................................................. 3 2.2 Onderzoekslocatie..................................................................................................................................... 3 3. VOORGENOMEN HERONTWIKKELING EN RELEVANTE WETGEVING......................................... 3 3.1 Voorgenomen herontwikkeling ................................................................................................................ 3 3.2 Relevante wetgeving ................................................................................................................................. 4 4. ONDERZOEKSMETHODE ......................................................................................................................... 5 4.1 Soortbescherming .....................................................................................................................................

5 4.2 Gebiedsbescherming en bescherming houtopstanden ............................................................................... 5 5. TE VERWACHTEN EN AANGETROFFEN BESCHERMDE SOORTEN ............................................... 6 5.1 Vaatplanten ............................................................................................................................................... 6 5.2 Grondgebonden zoogdieren ...................................................................................................................... 6 5.3 Vleermuizen .............................................................................................................................................. 6 5.4 Reptielen en amfibieën ............................................................................................................................. 7 5.5 Dagvlinders, libellen en kevers, vissen, kreeftachtigen en weekdieren .................................................... 7 5.6 Vogels ....................................................................................................................................................... 7 6. TOETSING SOORTBESCHERMING .........................................................................................................

8 6.1 Algemeen .................................................................................................................................................. 8 7 TOETSING GEBIEDSBESCHERMING ................................................................................................... 10 7.1 Natura 2000 ............................................................................................................................................ 10 7.2 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................................... 10 8. CONCLUSIE............................................................................................................................................... 11 9. SLOTOPMERKINGEN .............................................................................................................................. 12

BIJLAGEN 1.1 Regionale situatie (niet op schaal) 1.2 Situatietekening (1:500; A4) 1.3 Foto-overzicht 2 Overzichtskaart Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland (NNN) 3 Wettelijk kader 4 Overzicht vrijgestelde soorten beschermingsregime ‘andere soorten’ provincie Zuid-Holland

05-07-2022 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming nieuwbouw woning, terrein ten oosten van Geerweg 21 te Nootdorp

153510 Pagina 2

1.

INLEIDING In opdracht van N.J. Kerklaan Aannemersbedrijf (d.d. 10-05-2022) is door van Dijk geo- en milieutechniek b.v. een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd aangaande het perceel ten oosten van Geerweg 21 te Nootdorp. Het onderzoek is in combinatie uitgevoerd met een verkennend bodemonderzoek waarvan de gegevens separaat worden gerapporteerd. Aanleiding voor het uitvoeren van een quickscan Wet natuurbescherming betreft de voorziene nieuwbouw van een woning op het momenteel onbebouwd perceel. Op basis van een literatuuronderzoek, een veldbezoek en expertkennis wordt de voorgenomen herontwikkeling getoetst aan de vigerende natuurbeschermingswetgeving. Inzake de uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming is tussen van Dijk geo- en milieutechniek b.v. en de opdrachtgever op geen enkele juridische, financiële, personele of andere wijze een relatie die de onafhankelijkheid van het resultaat heeft kunnen beïnvloeden.

2.

BESCHRIJVING OMGEVING EN ONDERZOEKSLOCATIE

2.1

Omgeving Het onderhavige perceel (gemeente Nootdorp, sectie C, nr. 6236 {ontstaan na splitsing van nr. 4130}), met een oppervlakte van 270 m2, is gelegen in het buitengebied van Nootdorp. Ten noorden sluit de locatie aan aan de waterrijke woonwijk Achter het Raadhuis en ten zuiden aan enkele woonpercelen en verruigt terrein. Ten zuidwesten ligt natuur- en recreatiegebied Dobbeplas. De ligging van de onderzoekslocatie is globaal aangeduid op een topografische kaart, die is opgenomen als Bijlage 1.1.

2.2

Onderzoekslocatie Het perceel bestaat momenteel volledig uit onverharde en verruigde tuingrond met aan de noordzijde een geëutrofieerde sloot met steile begroeide oevers. De zuidzijde sluit aan aan de openbare weg en de west- en oostzijde aan woonpercelen. De situatietekening van de onderzoekslocatie is opgenomen als Bijlage 1.2; een foto-overzicht als Bijlage 1.3.

3.

VOORGENOMEN HERONTWIKKELING EN RELEVANTE WETGEVING

3.1

Voorgenomen herontwikkeling In de nabije toekomst is ter plaatse de nieuwbouw van een woning waarbij de verruigde tuindelen zullen worden gecultiveerd. De noordelijk aangelegen sloot blijft ongemoeid. De toekomstige situatie is weergegeven op de situatietekening (zie Bijlage 1.2).

05-07-2022 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming nieuwbouw woning, terrein ten oosten van Geerweg 21 te Nootdorp

153510 Pagina 3

3.2

Relevante wetgeving De voorgenomen herontwikkeling dient getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming (2017). Deze wet vervangt en bouwt voort op drie wetten, gericht op soortbescherming (Flora- en Faunawet), gebiedsbescherming (Natuurbeschermingswet 1998) en de bescherming van houtopstanden (Boswet). In deze paragraaf is een beknopte beschrijving opgenomen van de natuurbeschermingswetgeving waaraan de voorziene herontwikkeling moet worden getoetst. In Bijlage 3 is een uitgebreidere beschrijving opgenomen. Voor de Wet natuurbescherming is de provincie het bevoegd gezag met betrekking tot de handhaving en het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen. Soortbescherming Vanuit de soortbescherming wordt een aantal dier- en plantensoorten streng beschermd. Al het handelen dat schadelijk is voor deze soorten is in beginsel verboden. Hierbij gaat het niet enkel om het doden of verstoren van individuen van deze soorten, maar tevens om vernietiging of verstoring van essentiële onderdelen van hun functionele leefomgeving (bijvoorbeeld voortplantings- en verblijfplaatsen). De streng beschermde soorten staan vermeld in drie onderdelen van de Wet natuurbescherming: - Vogelrichtlijn (artikel 3.1), - Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5), - Lijst nationaal beschermde dier- en plantensoorten (artikel 3.10).

Voor deze soorten geldt geen vrijstelling in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling. Uitzondering hierop betreft een aantal soorten van de ‘lijst nationaal beschermde dier- en plantensoorten’, waarvoor elke provincie afzonderlijk een soortenlijst heeft opgesteld. Desbetreffende lijst voor de provincie ZuidHolland is opgenomen in Bijlage 4. Tevens geldt voor alle in het wild levende planten en dieren een zorgplicht: schadelijke handelingen zoals het doden of opzettelijk verstoren van wilde dieren en het uitgraven, plukken en vernietigen van groeiplaatsen van planten is in principe verboden. Dit houdt in dat eenieder zorg dient te dragen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving en dus niet enkel voor de eerder besproken streng beschermde soorten. Gebiedsbescherming Het doel van de gebiedsbescherming is het behouden van terreinen en wateren met bijzondere natuuren landschapswaarden. Indien het plangebied nabij een dergelijk gebied is gelegen, dient vastgesteld te worden of de voorziene herontwikkeling mogelijk een effect heeft op de beschermde natuur. De beschermde gebieden in kwestie vormen samen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen het NNN liggen gebieden die onderdeel uitmaken van een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, de Natura 2000-gebieden, waarvoor strengere beschermingseisen gelden.

Bescherming houtopstanden Het doel van de bescherming van houtopstanden is het in stand houden van het areaal aan bos en houtopstanden. Onder een houtopstand wordt in de Wet natuurbescherming een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend bedoeld, gelegen buiten de bebouwde kom met een minimale oppervlakte van tien are, of bestaande uit een rijbeplanting van meer dan twintig bomen gerekend over het totaal aantal rijen. Bomen in een tuin vallen per definitie niet onder de houtopstanden.

05-07-2022 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming nieuwbouw woning, terrein ten oosten van Geerweg 21 te Nootdorp

153510 Pagina 4

Sommige gemeenten hebben de bescherming van hun bomenbestand verder vastgelegd in een boomverordening. Hierin wordt soms een andere definitie voor een houtopstand gehanteerd en staan regels over herplanting of compensatie bij kap. Derhalve kan het voorkomen dat er, ondanks dat er volgens de Wet natuurbescherming geen vergunningsplicht is, toch een vergunning noodzakelijk is. Deze kan worden aangevraagd bij de gemeente. Dit rapport richt zich op houtopstanden zoals deze worden gedefinieerd in de Wet natuurbescherming.

4.

ONDERZOEKSMETHODE

4.1

Soortbescherming Literatuuronderzoek Op basis van verspreidingsgegevens wordt bepaald welke streng beschermde soorten in en/of nabij het plangebied zijn waargenomen. De gebruikte verspreidingsgegevens zijn afkomstig van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en andere gerenommeerde bronnen, zoals Soortenbank, Floron, Zoogdiervereniging, Vlinderstichting, Ravon en Sovon. Veldbezoek Op 01-06-2022 is door een ecoloog (dhr. S. van de Langenberg BSc.) een veldbezoek uitgevoerd. Tijdens het veldbezoek is bepaald of binnen dan wel direct nabij onderhavig plangebied biotopen aanwezig zijn die geschikt zijn voor streng beschermde soorten welke op basis van het literatuuronderzoek in de directe omgeving van het plangebied worden verwacht. Tevens is de onderzoekslocatie globaal geïnventariseerd op het voorkomen van levende organismen of sporen (zoals resten, uitwerpselen of nesten) van streng beschermde flora en fauna. Vanwege het veldbezoek in de maand juni sluit het niet aantreffen van individuen en/of sporen van beschermde soorten de aanwezigheid van deze soorten niet direct uit. Voor enkele soorten, zoals trekvogels en éénjarige planten, geldt dat deze seizoensgebonden zijn en derhalve niet jaarrond kunnen worden aangetroffen. Tijdens het veldbezoek wordt daarom tevens gekeken naar de aanwezigheid van specifiek habitat van beschermde soorten.

Het veldbezoek betreft een oriënterende inspectie. Benadrukt wordt dat dit geen volledige inventarisatie betreft. Het onderzoek geeft een verwachting van het al dan niet voorkomen van beschermde soorten in het plangebied. Toetsing Op basis van literatuur en ecologische deskundigheid wordt afgewogen of de voorziene ruimtelijke ingrepen mogelijkerwijs significant negatieve effecten hebben op het voorkomen van streng beschermde soorten. Wanneer dergelijke effecten niet vallen uit te sluiten zal geadviseerd worden over benodigd vervolgonderzoek.

4.2

Gebiedsbescherming en bescherming houtopstanden Met behulp van Atlas Leefomgeving wordt vastgesteld wat de afstand is van de onderzoekslocatie tot de dichtstbij gelegen Natura 2000 en NNN-gebieden. Op basis van de afstand tot de gebieden en de aard van de herontwikkeling wordt afgewogen of er mogelijk sprake is van significante aantasting of vermindering van het oppervlak of van de samenhang binnen de gebieden. Indien dit niet uit te sluiten valt zal advies worden gedaan over benodigd vervolgonderzoek.

05-07-2022 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming nieuwbouw woning, terrein ten oosten van Geerweg 21 te Nootdorp

153510 Pagina 5

Op basis van het veldbezoek is bepaald dat er ter plaatse van de onderzoekslocatie geen sprake is van een houtopstand. Verdere toetsing aan de bescherming van houtopstanden wordt derhalve achterwege gelaten.

5.

TE VERWACHTEN EN AANGETROFFEN BESCHERMDE SOORTEN In onderstaande paragrafen 5.1 t/m 5.6 worden per soortgroep de resultaten van het literatuuronderzoek en veldbezoek beschreven.

5.1

Vaatplanten Op basis van verspreidingsgegevens komen de streng beschermde bokkenorchis, groot spiegelklokje, kluwenklokje en schubvaren voor in de omgeving van het plangebied. Tijdens het bezoek zijn voornamelijk algemene plantensoorten waargenomen (zoals smeerwortel, braam, kleefkruid, kruipende boterbloem en grote brandnetel). Er zijn geen exemplaren of resten van streng beschermde vaatplanten aangetroffen. Bovengenoemde beschermde plantensoorten komen voor in kalkrijke of voedselarme systemen (zoals graanakkers, ruderale plaatsen, oude stadsmuren of schraalgraslanden). Deze habitattypen zijn binnen de onderzoekslocatie niet voorhanden, waardoor beschermde plantensoorten hier niet verwacht worden.

5.2

Grondgebonden zoogdieren Op basis van verspreidingsgegevens komen de streng beschermde boommarter, steenmarter en bever voor in de omgeving van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen individuen, holen en/of sporen van streng beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen. In verband met de afwezigheid van voldoende rustige schuilplaatsen (zoals verlaten zolders, houtstapels of andere ruimtes) en verstoring door relatief veel menselijke activiteit (tuin) kan het voorkomen van genoemde soorten in het plangebied redelijkerwijs worden uitgesloten.

5.3

Vleermuizen In Nederland komen rond de achttien vleermuissoorten voor die allen streng beschermd zijn. Bomen en gebouwen zijn essentiële elementen voor vliegroutes, foerageergebied en/of als verblijfplaats. Op basis van verspreidingsdata komen diverse soorten vleermuizen voor in de omgeving van het plangebied. Foerageergebied en vliegroutes De locatie bestaat uit open terrein gecombineerd met enkele bomen en open water (kleine sloot) in de directe omgeving en wordt derhalve geschikt geacht als jachtterrein (foerageergebied) voor vleermuizen. De bomen maken tevens mogelijk onderdeel uit van vliegroutes. Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holtes in bomen (voornamelijk oude spechtengaten) en ruimtes in gebouwen zoals in spouwmuren, in ruimtes tussen dakbedekking en het dakbeschot, achter vensterluiken en in andere ruimtes die bereikbaar zijn door openingen (kieren, scheuren etc.) in

05-07-2022 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming nieuwbouw woning, terrein ten oosten van Geerweg 21 te Nootdorp

153510 Pagina 6

het bouwwerk. Door het jaar heen worden verblijfplaatsen op verschillende manieren gebruikt. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen, waarbij vleermuizen andere eisen stellen aan ieder type verblijfplaats (Vleermuiswerkgroep Nederland). Op de locatie ontbreekt het aan geschikte bomen (geen holtes aanwezig) en ontbreekt het aan bebouwing. Hierdoor kan het voorkomen van winter-, kraam-, zomer-, en/of paarverblijfplaatsen voor vleermuizen binnen het plangebied worden uitgesloten. 5.4

Reptielen en amfibieën Op basis van verspreidingsdata komt de streng beschermde rugstreeppad voor in de omgeving van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen reptielen en/of amfibieën binnen het plangebied waargenomen. De rugstreeppad is een soort die voornamelijk voorkomt in open en dynamische gebieden met een pionierskarakter, zoals braakliggende bouwplaatsen, groeves, duinen en uiterwaarden. De soort maakt onder andere van terreinen met een zandige vergraafbare bodem gebruik als winterverblijfplaats. Als voortplantingshabitat wordt gebruik gemaakt van ondiepe (vaak tijdelijke) poeltjes. Nieuw ontstaan geschikt habitat, zoals bouwplaatsen, worden in rap tempo gekoloniseerd mits goed bereikbaar voor een elders reeds gevestigde populatie. Hierbij worden regelmatig afstanden van meer dan 500 m per nacht afgelegd. Barrières voor kolonisatie bestaan onder andere uit drukke wegen en brede watergangen met beschoeide waterkanten (Ravon). Er zijn geen locaties aangetroffen waar deze paddensoort zich kan voortplanten (zoals zeer ondiepe poelen en/of plassen) of waar de soort zich kan ingraven om te overwinteren (vergraafbaar zand). Onderhavig plangebied voldoet in de huidige situatie niet aan de habitat specifieke kenmerken zoals hierboven genoemd, waardoor het voorkomen van deze soort kan worden uitgesloten.

Wanneer er tijdens de werkzaamheden grond en/of zand langdurig braak komt te liggen wordt het plangebied mogelijk wel interessant voor de rugstreeppad om te overwinteren. Tevens kan door bijv. bandensporen, plasvorming ontstaan waar de rugstreeppad zijn eieren in kan afzetten.

5.5

Dagvlinders, libellen en kevers, vissen, kreeftachtigen en weekdieren Op basis van verspreidingsdata komen de streng beschermde grote vos, sierlijke witsnuitlibel en gevlekte witsnuitlibel voor in de omgeving van de planlocatie. Er zijn geen individuen van streng beschermde soorten van in hoofde genoemde soortgroepen waargenomen. Gezien het ontbreken van laagveenmoerassen, vegetatierijke vennen en duinplassen, vochtige en plekken met grote vrijstaande bomen kan het voorkomen van individuen van streng beschermde soorten van in hoofde genoemde soortgroepen in en nabij het plangebied redelijkerwijs worden uitgesloten.

5.6

Vogels Naast algemene vogelsoorten, waarvan de nesten enkel in het broedseizoen beschermd zijn, zijn er ook vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Deze vogelsoorten zijn opgedeeld in vijf categorieën (1 t/m 5). Nesten van vogelsoorten uit de categorieën 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd omdat de vogelsoorten uit deze categorieën het nest buiten het broedseizoen in gebruik nemen als vaste rust- en verblijfplaats, de soort erg honkvast is en afhankelijk is van bebouwing of biotoop, de (fysieke)

05-07-2022 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming nieuwbouw woning, terrein ten oosten van Geerweg 21 te Nootdorp

153510 Pagina 7

voorwaarden voor de nestplaats vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar zijn of omdat de soort niet of nauwelijks in staat is zelf een nest te bouwen. Vogelsoorten uit categorie 5 zijn soorten die weliswaar terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed (of de directe omgeving er van), maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Nesten van vogelsoorten uit de categorie 5 zijn enkel jaarrond beschermd wanneer zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden (zoals onvoldoende alternatieven) dat rechtvaardigen. Daarnaast zijn vanuit de Wet natuurbescherming alle broedvogels, nesten en eieren beschermd. Algemene vogelsoorten Tijdens het veldbezoek zijn turkse tortel en kauw waargenomen rondom het plangebied. Mogelijk broeden genoemde vogelsoorten en andere algemene vogelsoorten in de struiken en/of bomen/bebouwing/hagen/wateren op en/of nabij het plangebied en maken zij gebruik van de locatie als foerageergebied. Vogelsoorten uit categorieën 1 t/m 4 Vogelsoorten uit categorieën 1 t/m 4 die op basis van verspreidingsgegevens in de omgeving van de planlocatie voor komen zijn boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw.

Tijdens het veldbezoek zijn geen individuen, nesten en/of sporen van vogelsoorten uit de categorieën 1 t/m 4 waargenomen binnen het plangebied. Wegens het ontbreken van geschikte nestlocaties (hoge bomen, gebouwen, stromende wateren) kunnen nesten van genoemde soorten binnen onderhavig plangebied worden uitgesloten. Mogelijk maken enkele soorten gebruik van onderhavig plangebied als foerageergebied. Soorten uit categorie 5 Tijdens het veldbezoek zijn geen individuen van vogelsoorten uit de categorie 5 waargenomen. Mogelijk broeden/foerageren vogelsoorten uit de categorie 5, zoals koolmees en pimpelmees, in of nabij het plangebied.

6.

TOETSING SOORTBESCHERMING

6.1

Algemeen In dit hoofdstuk worden de effecten (verstoring en/of vernietiging) van de voorgenomen herontwikkeling beschreven op streng beschermde soorten die (mogelijk) voorkomen in en/of nabij het plangebied. Deze effecten kunnen tijdelijk of permanent van aard zijn. Een tijdelijke effect bestaat bijvoorbeeld uit verstoring ten gevolge van geluid, trillingen en licht (bouwlampen) tijdens sloop- en/of nieuwbouwwerkzaamheden. Permanente effecten bestaan bijvoorbeeld uit het verdwijnen dan wel aanbrengen van begroeiing, bebouwing, verlichting, bestrating of tuinen. Aan de hand van deze effecten wordt aangegeven of de Wet natuurbescherming een belemmering vormt voor de voorgenomen werkzaamheden. Voor specifieke situaties zal worden beschreven hoe overtreding van de Wet natuurbescherming kan worden voorkomen. Indien het voorkomen van

05-07-2022 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming nieuwbouw woning, terrein ten oosten van Geerweg 21 te Nootdorp

153510 Pagina 8

overtredingen niet mogelijk is, zal het uitvoeren van een nader onderzoek naar de desbetreffende soort(en) en/of een aanvullend onderzoek gericht op beschermde natuurgebieden worden geadviseerd. Vleermuizen Foerageren en vliegroutes Onderhavig plangebied maakt mogelijk deel uit van foerageergebied van vleermuizen. Met de geplande herinrichting verdwijnt een deel van de bestaande open structuur, waardoor er verlies van foerageergebied is. Echter wordt op basis van het grote aanbod gelijkwaardige foerageer-alternatieven in de directe omgeving niet verwacht dat het plangebied een essentieel onderdeel uitmaakt van het foerageergebied van vleermuizen. De bomen maken mogelijk onderdeel uit van vliegroutes. Echter, omdat er in de directe omgeving van het plangebied voldoende (al dan niet betere) opgaande structuren (in de vorm van bebouwing) aanwezig zijn, zal er geen sprake zijn van significante aantasting van eventuele essentiële vliegroutes. Wel dient er tijdens de werkzaamheden in de actieve periode van vleermuizen (van april/mei tot oktober/november) rekening te worden gehouden met vleermuizen. Vleermuizen kunnen bijvoorbeeld verstoord worden door verlichting. Vleermuizen vliegen en foerageren bij schemer en in het donker. Derhalve zullen werkzaamheden bij daglicht geen verstoring veroorzaken.

Eventueel kunnen werkzaamheden ook bij schemer en in het donker worden uitgevoerd mits de bouwlampen op aangeven van een ecoloog goed worden gericht zodat geen verlichting van de omliggende groenstructuren optreedt. Reptielen en amfibieën Rugstreeppad Om kolonisatie van de rugstreeppad tegen te gaan dient voorkomen te worden dat het terrein langdurig braak komt te liggen. Als dit niet kan worden gegarandeerd dient het terrein te worden afgeschermd (bijv. door plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 cm hoog en minimaal 10 cm ingegraven in de grond) waarmee de toegang voor amfibieën tot het braakliggende terrein wordt voorkomen. Vogels Foerageren Onderhavig plangebied maakt mogelijk deel uit van foerageergebied van algemene vogelsoorten en vogelsoorten uit de categorieën 1 t/m 5. Met de geplande herinrichting verdwijnt een deel van de aanwezige groenstructuur, waardoor er verlies van foerageergebied is. Echter wordt gezien de beperkte omvang van het plangebied en de gelijkwaardige foerageeralternatieven in de directe omgeving aangenomen dat het plangebied geen essentieel onderdeel uitmaakt van het foerageergebied van algemene vogelsoorten en soorten uit de categorieën 1 t/m 5. Broeden algemene vogelsoorten en vogelsoorten uit de categorie 5 Mogelijk broeden binnen of nabij het plangebied algemene vogelsoorten en vogelsoorten uit de categorie 5.

Voor algemene soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Voor de soorten uit de categorie 5 die binnen het plangebied kunnen voorkomen geldt dat er geen sprake is van een afnemende trend in het voorkomen (sovon.nl). Voorts blijven na de herinrichting nog

05-07-2022 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming nieuwbouw woning, terrein ten oosten van Geerweg 21 te Nootdorp

153510 Pagina 9

voldoende alternatieven voor genoemde soorten over in de directe omgeving van het plangebied. Er is dan ook geen sprake van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden voor vogelsoorten uit categorie 5. Alle vogels Vanuit de Wet natuurbescherming zijn alle broedvogels, nesten en eieren beschermd. Indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd worden mogelijk nesten verstoord of vernietigd. Derhalve dient rekening te worden gehouden met broedvogels in het algemeen. Geadviseerd wordt met de start van de werkzaamheden buiten het reguliere broedseizoen met voorkeur in de winter aan te vangen. De meeste vogels broeden in de periode van circa 15 maart tot 15 juli. Echter wordt benadrukt dat alle broedvogels beschermd zijn ook als zij buiten het reguliere broedseizoen broeden. Indien de aanvang van de werkzaamheden toch gepland staat tijdens het broedseizoen, dient de planlocatie kort voorafgaand aan de werkzaamheden door een ecoloog gecontroleerd te worden op broedgevallen. Aanwezigheid van eventuele nesten kan er toe leiden dat de werkzaamheden uitgesteld moeten worden tot na het broedseizoen.

7

TOETSING GEBIEDSBESCHERMING In dit hoofdstuk wordt de voorziene ruimtelijke ingreep getoetst aan de gebiedsbescherming van Natura-2000 en het NNN. Een kaart van de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van Natura 2000 en het NNN in de omgeving is opgenomen als Bijlage 4.

7.1

Natura 2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Meijendel (10 km). In het beheerplan van dit Natura 2000-gebied zijn diverse doelstellingen opgenomen met betrekking tot specifieke habitattypes (o.a. behoud oppervlakte en kwaliteit of uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit) Activiteiten buiten dit Natura 2000-gebied kunnen de natuurwaarden in het gebied beïnvloeden, waardoor er negatieve gevolgen voor de beschermde Natura 2000 habitattypen en doelsoorten kunnen ontstaan. Dit wordt “externe werking” genoemd. Mogelijke effecten die zich kunnen voordoen door activiteiten buiten de Natura 2000-gebieden zijn chemische effecten (o.a. verzuring en vermesting), fysische effecten (o.a. verdroging en vernatting), mechanische effecten (o.a. verstoring door geluid, licht en trilling) en directe menselijke effecten (toename van betreding en bewuste ingreep soortensamenstelling). De gevoeligheid van habitattypes en doelsoorten voor bovenstaande genoemde effecten kan variëren. Gezien de kleinschalige aard van de voorziene herontwikkeling en de afstand tot het Natura 2000-gebied wordt een negatief effect van de voorgenomen herontwikkeling op de instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura 2000-gebied niet aannemelijk geacht.

7.2

Natuurnetwerk Nederland De onderzoekslocatie ligt op circa 1,5 km ten noorden van het dichtstbijzijnde gedeelte van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit betreft een weilandrijk gebied (polder van Biesland). Een kaart

05-07-2022 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming nieuwbouw woning, terrein ten oosten van Geerweg 21 te Nootdorp

153510 Pagina 10

van de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het NNN in de omgeving is opgenomen als Bijlage 2. Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tussen de planlocatie en het NNN wordt niet aannemelijk geacht dat de voorziene ruimtelijke ingreep zal leiden tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Uit de Geo-atlas van de provincie Zuid-Holland blijkt dat het onderzoeksgebied niet gelegen is in gebieden die door de provincie Zuid-Holland aangewezen zijn als strategische reservering natuur of weidevogelgebied. De genoemde beschermde gebieden vormen geen planologische belemmeringen voor de voorziene werkzaamheden.

8.

CONCLUSIE Aan de hand van de bevindingen van het literatuuronderzoek en het veldbezoek kan worden geconcludeerd dat er binnen de locatie geen sprake is van vaste verblijfplaatsen, jaarrond beschermde nesten of essentieel leefgebied van beschermde soorten. Tevens zijn er vanuit de gebiedsbescherming en de bescherming houtopstanden geen bezwaren tegen de voorziene herontwikkeling. Wel dient voorafgaand aan en tijdens de werkzaamheden rekening te worden gehouden met: • vleermuizen (foerageren en vliegroutes); werkzaamheden in de actieve periode van vleermuizen (van april/mei tot oktober/november) dienen, i.v.m. verstoring door kunstlicht, bij daglicht uitgevoerd te worden. Eventueel kunnen werkzaamheden ook bij schemer en in het donker worden uitgevoerd mits de bouwlampen goed worden gericht zodat geen verlichting van de omliggende structuren optreedt, • rugstreeppad; gedurende het voorplantingsseizoen (globaal van april tot en met juli) dient het ontstaan van langdurig aanwezige ondiepe plassen en poelen (in bijv.

de bandensporen) en kale gronden of grond- en/of zandhopen voorkomen te worden door de plassen en poelen voortijdig te dempen met grond en langdurig aanwezige (ongestoorde) kale gronden/zandhopen voortijdig in te zaaien met een grasmengsel ten einde ingraving voor de winterperiode (van oktober tot april) te voorkomen; toegang tot het braakliggende terrein kan tevens worden voorkomen door het terrein af te schermen (bijv. door plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 cm hoog en minimaal 10 cm ingegraven in de grond), • broedvogels in het algemeen; met de start van de werkzaamheden dient buiten het reguliere broedseizoen (van circa 15 maart tot 15 juli) met voorkeur in de winter te worden aangevangen. Indien de start van de geplande werkzaamheden toch gepland staat tijdens het broedseizoen, dient de planlocatie voorafgaand aan de werkzaamheden door een ecoloog gecontroleerd te worden op broedgevallen. Benadrukt wordt dat ten allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving.

05-07-2022 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming nieuwbouw woning, terrein ten oosten van Geerweg 21 te Nootdorp

153510 Pagina 11

9.

SLOTOPMERKINGEN Er is gestreefd naar het verkrijgen van een goede inschatting van het voorkomen van beschermde soorten in het plangebied. Echter kan op basis van de bevinding en resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming niet worden uitgesloten dat er binnen het plangebied incidenteel streng beschermde soorten voorkomen die redelijkerwijs niet op de onderzoekslocatie worden verwacht. Wellicht ten overvloede wordt er op gewezen dat de uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming een momentopname is. Hierdoor zijn de waarnemingen tijdens het veldwerk beperkt houdbaar (3 tot 5 jaar; afhankelijk van het beschermingsregime van de betreffende soort). In vertrouwen u hiermede van dienst te zijn geweest, verblijven wij, hoogachtend, van Dijk geo- en milieutechniek b.v.

dhr. drs. M.R. Hanraads (directeur)

05-07-2022 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming nieuwbouw woning, terrein ten oosten van Geerweg 21 te Nootdorp

153510 Pagina 12

Bijlage 1

1.1 Regionale situatie 1.2 Situatietekening 1.3 Foto-overzicht

REGIONALE SITUATIE

Deze kaart is noordelijk georiënteerd

Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM De Meern

Legenda onderzoekslocatie

Bijlage 1.1

Project:

Tel. : 030 - 666 1746 E-mail : teken@vandijktech.nl

nieuwbouw woning, terrein ten oosten van Geerweg 21

Plaats: Opdrachtnr.: Schaal: Datum:

Nootdorp 153510 niet op schaal juli 2022

Mo

lonk rB a a len

weg

r

eg

r k

erw Ge

31

29

r

r

32

k

2 k

28

1 3

4 26

k r

24 21

1 22

k

r

19 k

k

20 Legenda:

k r

18

16

14 eg rw

onderzoekslocatie foto

0

5

10

15

Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30, 3454 PM DE MEERN

20

25

30

Tel. : 030 - 666 17 46 E-mail : info@vandijktech.nl

Project: nieuwbouw woning, Geerweg 21 te Nootdorp Gewijzigd: 30-06-2022 AD Opdrachtnr.: 153510 Gewijzigd: Schaal: 1:500 (A4) Gewijzigd: Datum: 13-05-2022 Controle: Getek.: A.Demir

FOTOREPORTAGE Foto 1

tuin

Foto 2

tuin

Foto 3 tuin

Foto 4

tuin

Foto 5 aangrenzende sloot met steile begroeide oevers

Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM DE MEERN

Project:

Bijlage 1.3

Tel. : 030 - 666 17 46 Fax : 030 - 666 48 54 E-mail : teken@vandijktech.nl

Nieuwbouw woning, Terrein ten oosten van Geerweg 21

Plaats: Opdrachtnr.: Datum: Volgnummer:

Nootdorp 153510 juli ’22 1/1

Bijlage 2

Natura 2000-gebieden & Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Natura 2000 en NNN-gebieden rondom het plangebied

Meijendel & Berkheide (10 km)

Deze kaart is noordelijk georiënteerd bron: Atlas Leefomgeving

Legenda

Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM De Meern

Natura-2000 gebied

Project:

NNN-gebied

Plaats: Opdrachtnr.: Schaal: Datum:

onderzoekslocatie

Tel. : 030 - 666 1746 E-mail : teken@vandijktech.nl

Nieuwbouw woning, Terrein ten oosten van Geerweg 21 Nootdorp 153510 niet op schaal juli ’22

Bijlage 3

Wettelijk kader

NATUURBESCHERMINGSWETGEVING

Algemeen De natuurwetgeving in Nederland bestaat uit drie onderdelen, te weten soortbescherming (voormalige Flora- en faunawet), gebiedsbescherming (voormalige Natuurbeschermingswet 1998) en bescherming van houtopstanden (de voormalige Boswet) die per 1 januari 2017 allen vallen onder de nieuwe Wet Natuurbescherming. Soortbescherming De Wet Natuurbescherming beschermt een groot aantal in Nederland voorkomende wilde dier- en plantensoorten. Het uitgangspunt van de soortenbescherming is 'Nee, tenzij'. Dit houdt in dat alles wat schadelijk is voor bedreigde soorten in beginsel verboden is. Met behulp van een ontheffing of vrijstelling kan van dit verbod worden afgeweken. Onderstaand zijn de verbodsbepalingen opgesomd. De Wet Natuurbescherming verdeelt soorten over drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten (incl. Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn) en andere soorten. Soorten Vogelrichtlijn Hier onder vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Voor activiteiten zoals ruimtelijke ontwikkelingen of het bestendig beheren of onderhouden van watergangen, bermen, natuurterreinen en dergelijke zijn geen provinciale vrijstellingen mogelijk. Art. 3.1: Verboden m.b.t. van nature in Nederland in het wild levende vogels 1.

levende vogels opzettelijk te doden of te vangen 2. nesten, rustplaatsen en eieren opzettelijk te vernielen of te beschadigen of nesten van vogels weg te nemen. 3. Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Vogels opzettelijk te verstoren. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Soorten Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Voor activiteiten als ruimtelijke ontwikkelingen of het bestendig beheren of onderhouden van watergangen, bermen, natuurterreinen en dergelijke zijn geen provinciale vrijstellingen mogelijk. Art. 3.5: Verboden ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn 1. Het is verboden in het wild levende dieren van deze soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoelt in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen

5.

Het is verboden planten van deze soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Naast de bescherming van vogels middels de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn is door de RVO een aanvullend beschermingsregime opgesteld. Binnen dit beschermingsregime geldt voor alle broedvogels een gelijke bescherming. Hierdoor is het vaak noodzakelijk dat werkzaamheden buiten het broedseizoen (over het algemeen van 15 maart tot 15 juli) worden uitgevoerd. Ook vogels die buiten het reguliere broedseizoen broeden zijn beschermd. Aanvullend zijn van een aantal vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd. Deze vogelsoorten zijn ingedeeld in de volgende vijf categorieën: 1. 2.

3.

4. 5.

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

De nesten van vogelsoorten opgenomen in categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd; de nesten van vogelsoorten uit categorie 5 zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Om te bepalen of er voldoende alternatieven zijn kan een inventarisatie of omgevingscheck te worden uitgevoerd. Voor de aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten wordt verwezen naar de website van de RvO (www.rvo.nl). Soorten van de lijst ‘andere soorten’ Onder dit beschermingsregime vallen de nationaal beschermde soorten als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Elke provincie geeft middels een vrijstellingsverordening aan welke soorten uit artikel 3.10 binnen de betreffende gemeente een vrijstelling genieten voor het verrichten van handelingen in het kader van ruimtelijke ingrepen, bestendig beheer en bestendig gebruik. De lijst met beschermde soorten binnen dit beschermingsregime is dus per provincie verschillend. Art 3.10: Verboden ten aanzien van de soorten van de lijst ‘andere soorten’. Het wetsontwerp bestaat uit twee lijsten waarvan één met diersoorten (bijlage; onderdeel A) en één met plantensoorten (bijlage; onderdeel B). 1. Het is verboden om in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet opzettelijk te doden of te vangen. 2.

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te vernielen. 3. Het is verboden vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De beschermingsregimes met de daarin beschreven beschermde soorten van de Wet Natuurbescherming zijn te vinden op de website van de RvO (www.rvo.nl). Daarnaast geldt de zorgplicht voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving. Voor nadere informatie met betrekking tot de Wet Natuurbescherming wordt verwezen naar de website van de RvO (www.rvo.nl). Gebiedsbescherming Met behulp van de Wet Natuurbescherming (de voormalige Natuurbeschermingswet 1998) worden Natura 2000-gebieden (habitat- en vogelrichtlijngebieden) beschermd. Voor Natura 2000-gebieden gelden algemene en gebiedsspecifieke doelstellingen. Verder zijn gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuur Netwerk Nederland (NNN; voormalige EHS) planologisch beschermd. Deze wettelijke bescherming van het NNN verloopt niet via de natuurwetgeving maar via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). In of in de nabijheid van de beschermde gebieden zijn handelingen verboden die de waarden, kenmerken of functies van het gebied kunnen aantasten. Voor nadere informatie met betrekking tot gebiedsbescherming wordt verwezen naar de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl).

Bescherming van houtopstanden Vanuit de Wet Natuurbescherming (de voormalige Boswet) geldt dat het vellen van een (deel van een) houtopstand van te voren gemeld moet worden. Na het vellen geldt de plicht om hetzelfde areaal te herplanten. Provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. De herplantplicht vervalt voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000doel.

Bijlage 4

Vrijgestelde soorten beschermingsregime ‘andere soorten' provincie Zuid-Holland

Vrijgestelde soorten beschermingsregime ‘andere soorten’ Provincie Zuid-Holland Soortgroep

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Amfibieën

bruine kikker

Rana temporaria

Amfibieën

gewone pad

Bufo bufo

Amfibieën

kleine watersalamander

Lissotriton vulgaris

Amfibieën

meerkikker

Pelophylax ridibundus

Amfibieën

middelste groene kikker/bastaardkikker

Pelophylax kl. esculentus

Zoogdieren-landzoogdieren

aardmuis

Microtus agrestis

Zoogdieren-landzoogdieren

bosmuis

Apodemus sylvaticus

Zoogdieren-landzoogdieren

bunzing

Mustela putorius

Zoogdieren-landzoogdieren

dwergmuis

Micromys minutus

Zoogdieren-landzoogdieren

dwergspitsmuis

Sorex minutus

Zoogdieren-landzoogdieren

egel

Erinaceus europeus

Zoogdieren-landzoogdieren

gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Zoogdieren-landzoogdieren

haas

Lepus europeus

Zoogdieren-landzoogdieren

hermelijn

Mustela erminea

Zoogdieren-landzoogdieren

huisspitsmuis

Crocidura russula

Zoogdieren-landzoogdieren

konijn

Oryctolagus cuniculus

Zoogdieren-landzoogdieren

ree

Capreolus capreolus

Zoogdieren-landzoogdieren

rosse woelmuis

Clethrionomys glareolus

Zoogdieren-landzoogdieren

veldmuis

Microtus arvalis

Zoogdieren-landzoogdieren

vos

Vulpes vulpes

Zoogdieren-landzoogdieren

wezel

Mustela nivalis

Zoogdieren-landzoogdieren

woelrat

Arvicola terrestris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11960460/1