Bijlage 6 - Memo VT inzet extra middelen versterking lokale teams
Tekst van het document
Memo spelregels bestedingscategorieën VTH Aan Van Betreft Status Datum
DB, AB Serge Urlings, directeur VTH Spelregels bestedingscategorieën VTH Informeren en besluitvorming 25 maart 2021
Inleiding Naar nu blijkt uit de septembercirculaire worden extra middelen verdeeld via het objectief verdeelmodel van de DUVO-middelen. Dit betekent voor de centrumgemeenten Delft en Den Haag samen ca. €3,4 mln. De stuurgroep Huiselijk Geweld (HG) heeft via een memo in het AB van juli 2020 aangegeven ervoor te kiezen de extra middelen van centrumgemeenten Delft en Den Haag volledig aan Veilig Thuis Haaglanden toe te kennen. De stuurgroep HG kiest hiervoor vanwege de jarenlange oplopende gemeentelijke bijdrage aan de begroting van VTH. Omdat ten tijde van de vaststelling van de gewijzigde begroting 2020 en de begroting 2021 er nog geen zekerheid was over de toekenning van de extra Rijksmiddelen, en er een collegebesluit nodig is voor definitieve toekenning aan Veilig Thuis Haaglanden, is niet het hele extra bedrag aan rijksmiddelen opgenomen in de GR-begroting. Voorzichtigheidshalve is een bedrag van €2,3 mln. opgenomen. Met het opnemen van deze extra baten is een stijging van de deelnemersbijdragen ter dekking van de extra kosten als gevolg van de toename van het aantal meldingen (die later dan wellicht weer teruggedraaid zou moeten worden) voorkomen.
Naast de nu extra toegekende structurele rijksmiddelen zijn er in 2021 ook incidenteel extra middelen beschikbaar aangezien de centrumgemeenten Den Haag en Delft hebben besloten om de eerder aan Veilig Thuis toegekende rijksmiddelen in het kader van de aangescherpte meldcode/radarfunctie te verhogen van 80% naar 90% van het beschikbare bedrag, wat een extra incidentele bijdrage aan Veilig Thuis betekent van €0,3 mln. Deze extra bijdrage is nog niet in de GR-begroting verwerkt. Samengevat:
Voor de benutting van de hiervoor benoemde financiële ruimte zijn de volgende bestedingscategorieën geïdentificeerd: Het betreft de volgende bestedingscategorieën voor de incidentele ruimte (in 2021): 1. Kwaliteitsimpuls en versterking staffunctie Veilig Thuis Haaglanden. 2. Vorming van een bestemmingsreserve voor opvangen van schommelingen in uitgaven zodat niet elk financieel effect direct doorwerkt in de aanpassing van de deelnemersbijdragen.
1
3. 4.
Investering versterking met lokale teams. Chatfunctie & vereiste investeringen 2021.
Het betreft de volgende bestedingscategorieën voor de structurele ruimte (ná 2021): 1. Kwaliteitsimpuls en versterking staffunctie Veilig Thuis Haaglanden. 2. Structurele versterking met lokale teams. 3. Chatfunctie & vereiste investeringen. In de Voorjaarbrief zijn deze verschillende bestedingscategorieën verder uitgewerkt.
Voorstel De bestedingscategorieën ‘Kwaliteitsimpuls en versterking staffunctie Veilig Thuis Haaglanden’ en ‘Chatfunctie & vereiste investeringen’ zijn nader gespecificeerd in de Voorjaarsbrief. Voor de bestedingscategorieën ‘Vorming van een bestemmingsreserve’ en ‘Investering versterking met lokale teams’ willen wij het volgende voorstel doen. Vorming van een bestemmingsreserve Zoals in de Voorjaarbrief aangegeven heeft de reservering van de DUVO-middelen als bestemming huiselijk geweld. Voor de komende jaren zijn er voor VTH een aantal risico’s te onderscheiden, gerelateerd aan huiselijk geweld: 1. 2. 3.
Investering Jeugdbeschermingsketen. Ontwikkeling meldingen (stijging). Ontwikkeling organisatie VTH (groei, organisatieadvies, professionalisering, ontwikkeling dashboard - managementinformatie).
De risico’s zoals hierboven beschreven zijn, om verschillende redenen, moeilijk gespecificeerd uit te werken. Het is nog onduidelijk wanneer risico’s zich zullen gaan voordoen, maar we schatten de uitgaven nu als volgt in:
Investering Jeugdbeschermingsketen Ontwikkeling meldingen Ontwikkeling organisatie VTH Totaal
2021 20.000 20.000 20.000 60.000
2022 30.000 30.000 30.000 90.000
2023 30.000 30.000 30.000 90.000
Totaal 80.000 80.000 80.000 240.000
Wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet zal het verder gespecificeerd worden. Het voorstel is om, wanneer één van bovenstaande risico’s zich voordoet, er een plan wordt uitgewerkt, wat ter informatie en besluitvorming wordt voorgelegd aan het AB. De reeds vastgestelde rapportage momenten (4-maands, 8-maands en programmarekening) worden gebruikt om het AB te informeren en besluitvorming te vragen. Na melding aan en instemming door het AB zullen de betreffende kosten aan het eind van het jaar worden verrekend met de in de bestemmingsreserve aanwezige middelen. Voorgesteld wordt om voor de reserve een maximale looptijd aan te houden van drie jaar. Als er aan het einde van de looptijd nog middelen resteren in de reserve dan vallen deze in principe vrij ten gunste van de GR (en worden verrekend met de deelnemersbijdrage). Uiteraard kan het AB op dat moment ook besluiten om de resterende middelen op een andere manier aan te wenden.
2
Structurele versterking met lokale teams. Het versterken van de lokale teams heeft als resultaat dat lichtere meldingen rondom huiselijk geweld lokaal kunnen worden opgepakt en de complexere meldingen door de lokale teams, in samenwerking met de keten worden opgepakt. Investeren in lokale teams is van belang. Een stevig lokaal team, waarin verschillende expertises zijn geborgd, maakt dat betrokkenen (burgers) sneller een passend ondersteuningsaanbod krijgen. Dit leidt tot verbetering van de doorlooptijden en vermindering van de wachtlijsten. Voor 2021 gaat het voor de structurele versterking met lokale teams om een bedrag van €1.527.000. Vanaf 2022 jaarlijks om €467.000.
Iedere gemeente heeft haar eigen beleidsvrijheid hoe deze middelen in te zetten, mits ze worden ingezet voor het versterken van de lokale teams om huiselijk geweld tegen te gaan. Omdat de financiële ruimte in 2021 hoog is, is het voorstel om in bepaalde gevallen, zoals de versterking van de lokale teams, de investering te spreiden over meerdere jaren. Concreet zal het deel dat niet in het jaar besteed wordt, worden opgenomen in de bestemmingsreserve voor besteding in volgende jaren. Het voorstel is om in september 2021 voor iedere gemeente de onderbouwing te ontvangen over hoe zij voor 2021, 2022 en 2023 van plan zijn de toegekende middelen in te zetten. Het AB is het gremium waar de wethouders, schriftelijk, toelichten en verantwoorden hoe zij de toegekende middelen hebben besteed en wat is bereikt, in relatie tot de zelfscan 1. Bij de jaarrekening is er, door deze methode, daardoor nooit een resultaat op deze post, want het gerealiseerde bedrag is gelijk aan het begrote bedrag. Onder- of overbesteding zal optreden bij de deelnemers en niet bij de GR. Vanuit zowel de FWG als het AAC wordt het risico benoemd dat er aan gemeenten gelden worden overgemaakt voor investering in de lokale teams, welke niet volledig worden benut. Het vormen van een reserve binnen de gemeente om deze gelden in opvolgende jaren uit te geven is niet bij alle gemeenten zondermeer mogelijk.
Het risico speelt dat vanwege spelregels binnen de gemeenten niet benutte gelden weg kunnen lekken naar de Algemene Reserve van de gemeente.
1
Naast het herijken van de samenwerkingsafspraken wordt momenteel de zelfscan aan de hand van het kwaliteitskader ‘Werken aan veiligheid voor lokale (wijk)teams’ uitgevoerd binnen de regio Haaglanden. De zelfscan in combinatie met de ketenmonitor die door Veilig Thuis is ontwikkeld biedt handvatten voor de doorontwikkeling van de aanpak huiselijk geweld in de regio Haaglanden. De zelfscan wordt uitgevoerd door de gemeenten. De resultaten, analyse en conclusies worden in 2021 verwacht. Aan de hand van de uitkomsten van de zelfscan kunnen er nadere afspraken gemaakt worden over de wijze waarop de lokale teams en Veilig Thuis de (lokale) aanpak ten aanzien van huiselijk geweld verder vormgeven.
3
Ons voorstel is om als volgt om te gaan met het deel van de DUVO-middelen dat is toegekend aan de bestedingscategorie ‘Investering versterking met lokale teams’. Jaarlijks worden door de GR-controller, per gemeente, op begrotingsbasis, de bijdragen voor de investeringen in de lokale teams bepaald. De verdeling van de middelen wordt gedaan op basis van het inwoneraantal. Voor het uitkeren van de middelen kan iedere gemeente kiezen uit 2 opties: 1. wanneer bij een eventueel overschot het vormen van een reserve zondermeer mogelijk is, worden de middelen in totaal direct uitgekeerd aan de gemeente, waarbij eventuele overschotten in de hiervoor bestemde reserve vallen. 2. wanneer bij een eventuele overschot het vormen van een reserve niet zondermeer mogelijk is, worden de middelen in reserve gezet bij de GR en middels bevoorschotting en declaratie door de gemeenten, naar rato, uit worden geput. Mede daarom is het belangrijk om op voorhand goede afspraken te maken tussen de gemeenten, zodat de middelen ook volledig terecht komen op de plek waarvoor ze zijn bedoeld: investering versterking met lokale teams.
4