Bijlage 6. kaderbrief Haaglandengemeenten ODH begroting 2027
Tekst van het document
Onderwerp: Kaderbrief begroting 2027 gemeenschappelijke regelingen
Geacht bestuur, Hierbij ontvangt u de Kaderbrief begroting 2027 van de gemeenten in de regio Haaglanden, waarin de (financiële) uitgangspunten voor de gemeenschappelijke regelingen (GR-en) zijn opgenomen. De besturen van GR-en ontvangen deze kaderbrief elk jaar voorafgaand aan een nieuwe begrotingscyclus. De kaderbrief richt zich op de financieel-technische en beheersmatige randvoorwaarden voor de begroting en de verantwoording. Ook gaat deze brief in op enkele procesafspraken die de colleges met uw willen maken. De beleidsmatige kaderstelling binnen de GR is de bevoegdheid van de bestuurders en is niet opgenomen in deze brief. Ingekort De Kaderbrief 2027 is ten opzichte van de Kaderbrief 2026 ingekort. De reden hiervoor is dat de leesbaarheid verbetert en de kernboodschap sneller en duidelijker overkomt. De focus in de brief ligt op de indexering en de invulling van de financiële taakstelling van de kaderbrief voor 2026. De onderwerpen die in eerdere Kaderbrieven aan de orde zijn gekomen, worden niet expliciet in deze Kaderbrief beschreven. Desalniettemin verwachten de deelnemende Haaglanden-gemeenten dat de GR-en de relevante onderdelen1 uit de eerdere Kaderbrieven op een zorgvuldige en eenduidige wijze in de begroting opnemen. Doel van deze Kaderbrief is een eenduidige benadering vanuit de deelnemende gemeenten van de begroting 2027 van GR-en.
Deze brief gaat nader in op: 1. Indexering 2. Hoogte weerstandscapaciteit 3. Tussentijdse afstemming
Zie Kaderbrief 2026, het gaat hier om onder andere de invulling van de risicoparagraaf, maatschappelijk verantwoord inkopen, informatiebeveiliging en informatievoorziening. 1
De gemeenten in Haaglanden blijven voor financiële uitdagingen staan, onder meer door de korting van het Rijk op het gemeentefonds. Hierdoor blijven de komende jaren lastige financiële afwegingen noodzakelijk. In de vorige Kaderbrief is daarom een verlaging van de gemeentelijke bijdrage met 6,2% aangekondigd, gelijk aan het percentage dat de gemeenten zelf achteruit zouden gaan in inkomsten uit het Gemeentefonds. Een aantal gemeenschappelijke regelingen heeft inmiddels stappen gezet om hieraan invulling te geven, terwijl andere GR-en hier nog niet of slechts gedeeltelijk aan hebben voldaan. Wij vragen de GR-en om kritisch te blijven op de balans tussen de gemeentelijke bijdragen en de uit te voeren taken. Wanneer GR-en namelijk niet aansluiten op de budgettaire realiteit waar gemeenten mee te maken hebben, ontstaat er extra druk op de taken die gemeenten rechtstreeks bekostigd uit hun begroting zelf uitvoeren. De financiële perspectieven van gemeenten zien er met name voor 2028 en verder opnieuw somber uit. Voor de bestuurlijke afwegingen richting toekomstbestendige, structureel sluitende meerjarenbegrotingen is meer gezamenlijk inzicht nodig, bijvoorbeeld in de verhouding tussen de taken die bij een GR zijn belegd en de middelen die daarvoor worden ingezet.
In overleg met de kring van gemeentesecretarissen zal er door de wethouders financiën een uitgewerkt voorstel aan de colleges worden voorgelegd voor een aanpak om dit inzicht te genereren. Op basis daarvan kan het gesprek binnen de colleges en besturen van de GR-en worden gevoerd over de te nemen maatregelen. Doel is om samen te komen tot meer inzicht én meer grip op de financiële opgaven waar wij gezamenlijk voor staan. Betrek onderstaande kaders bij de opstelling van uw begroting voor 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 (hierna: begroting). Als u meent dat een kader niet haalbaar is, verzoeken wij u dit tijdig en onderbouwd te bespreken in de bestuursvergadering van uw GR. Uw bestuur kan de uitkomst van de bespreking dan opnemen in de aanbiedingsbrief bij de begroting naar de deelnemende gemeenten. Hierbij geldt het principe “pas toe of leg uit”. 1. Indexering Door het toepassen van loon- en prijsindexering op de begroting van de GR-en wordt de begroting aangepast aan het (verwachte) inflatieniveau. Voor de wijze waarop de GR-en geïndexeerd worden, sluiten de gemeenten zo veel als mogelijk aan bij de wijze waarop gemeenten door het Rijk geïndexeerd worden. Het Rijk baseert de indexering op haar beurt weer op de inflatieprognoses van het CPB. De indexering richt zich op de begroting 2027. De systematiek is hetzelfde als in de kaderbrief van vorig jaar.
Dat betekent dat op basis van de MEV die zijn gepubliceerd in september 2025 de indexering voor de begroting 2027 bepaald wordt. Bij de kaderbrief van 2028 wordt dit geactualiseerd, op basis van de MEV van 2026 en in het jaar zelf worden de percentages definitief vastgezet op basis van het CEP. Dit laatste sluit aan bij het moment waarop het Rijk de indexeringspercentages die zij aan gemeenten geven
vastzet. Dat betekent dat er in elke kaderbrief drie bijstellingen gedaan worden. De indexering van het lopende jaar wordt definitief, de indexering van het eerstvolgende jaar wordt geactualiseerd en de indexering van het begrotingsjaar wordt voor het eerst opgevoerd. Schematisch ziet dit er als volgt uit:
Bron
Status
Jaar
CEP 2025
Definitief
indexering 2025
MEV 2026 (publicatie 2025)
Actualisatie
indexering 2026
MEV 2026 (publicatie 2025)
Eerste raming
indexering 2027
Indexering begroting 2027 De bovenstaande systematiek resulteert voor deze kaderbrief in de onderstaande percentages:
Bron
Jaar
Loonvoet (60%
IMOC (20%)
IBOI (20%)
Gewogen Gemiddelde
Was vorige kaderbrief
Correctie
CEP25
2025
6,0%
2,9%
3,3%
4,8%
4,7%
0,1%
MEV26
2026
2,9%
2,4%
2,5%
2,7%
2,1%
0,6%
MEV26
2027
3,5%
2,3%
2,5%
3,1% Index begroting 2027:
3,1% 3,8%
In de begroting 2027 mogen de GR-en uitgaan van een indexeringspercentage van 3,8%. In deze uiteindelijke indexering is een nacalculatie 2025 opgenomen. 2. Risico’s en weerstandscapaciteit Conform de eerdere kaders verwachten we ook in uw komende begrotingen een goed onderbouwde risicoparagraaf aan te treffen. Een transparant en goed risicobeeld en een effectief risicomanagement zijn speerpunten van de deelnemende gemeenten. Dit is een belangrijke voorwaarde voor een goede besturing van de GR, het borgen van de continuïteit van de GR en duurzame waardecreatie door de GR. Het uitgangspunt blijft dat een (geprognotiseerde) weerstandscapaciteit groter dan 1,0 voor een GR niet nodig is. In dat geval stort u het teveel aan weerstandscapaciteit af naar de deelnemende gemeenten. Indien de GR toch een hogere weerstandscapaciteit noodzakelijk vindt, dan moet de GR met een voorstel met een gedegen onderbouwing indienen.
3. Tussentijdse afstemming Net als vorig jaar brengt het opstellen van de begroting en de verwachtingen die de gemeenten daarbij hebben uitdagingen met zich mee. De Haaglanden gemeenten willen graag met u meedenken over het uitvoeren van de kaderbrief. De komende periode nemen de controllers van de Haaglanden gemeenten op ambtelijk niveau contact met u op. Tijdens dit overleg wordt er gesproken over de voortgang en mogelijke belemmeringen in de uitvoering van deze brief. Het is van belang dat dit het overlegproces op tijd wordt gestart, zodat de GR-en de wenselijkheid en haalbaarheid de scenario’s beter kunnen inschatten en de impact op de dienstverlening aan inwoners zo beperkt mogelijk houden. Zodoende kan er in uw bestuursvergadering een beter gedragen besluitvorming plaatsvinden. Voor nadere informatie over deze brief kunt u terecht bij de voorzitter van het Controllersoverleg Haaglanden, dhr. H.M. Schippers van de gemeente Zoetermeer (0634612430 e-mail: h.m.schippers@zoetermeer.nl).
Hoogachtend, Namens de colleges van Burgemeester en Wethouders van: Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer
drs. J. Iedema Wethouder Financiën gemeente Zoetermeer Voorzitter overleg wethouders Financiën Haaglandengemeenten