CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 6 - Advies ASD inz. regiovisie jeugdhulp

Raad Oordeelvorming 7 oktober 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Regiovisie jeugdhulp Haaglanden 2021-20261.600 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan het College van Burgemeester en Wethouders Pijnacker-Nootdorp Postbus 1 2640 AA Pijnacker Pijnacker, 27 mei 2021 Betreft advies van de Adviesraad Sociaal Domein m.b.t. de regiovisie jeugdhulp. Geacht College, Recent ontvingen wij bovengenoemde regiovisie voor de gemeenten in de regio Haaglanden. U vraagt ons over deze regiovisie advies uit te brengen. De adviseringsprocedure bij de regiovisie is op een wat andere wijze ingericht dan gebruikelijk. Aangezien het om een visie op de jeugdhulp voor de hele H10 regio gaat, is vanuit het voorzittersoverleg Adviesraden Sociaal Domein het initiatief genomen voor een regionaal advies. De regiovisie is op 22 maart en 19 april aan de orde geweest in het regionaal overleg. Op 22 maart is de visie toegelicht en op 19 april is het concept advies met inbreng vanuit alle adviesraden besproken. Tussen beide regionale bijeenkomsten in heeft Brenda Verhoek tijdens de ASD vergadering van 13 april een mondelinge toelichting verzorgd, waarna wij onze aandachtspunten voor het regionaal advies hebben besproken en later ingebracht in het regionaal overleg. Wij hebben ervoor gekozen om het regionaal opgestelde advies integraal over te nemen. Dit advies onderstreept het belang dat wij samen met de andere adviesraden hechten aan een gezamenlijke visie op de jeugdhulp.

In ons advies treft u daarom integraal het regionaal opgestelde advies, met inbreng vanuit èn onderschreven door alle adviesraden in de H10 gemeenten. Dit gezamenlijke advies vindt u onder de punten 1 t/m 5. Aansluitend voegen we enkele aandachtspunten toe, die we vanuit onze ASD extra willen benadrukken. 1. Goed voorstel, op de uitvoering komt het aan Alle H10 adviesraden zijn blij dat er een concept-regiovisie ligt waardoor we kunnen verwachten dat de H10 gemeenten vanuit een gemeenschappelijke visie gaan opereren. Het concept is naar onze mening goed doordacht en geschreven in heldere en toegankelijke taal. Het gaat in dit voorstel om een inhoudelijke doorontwikkeling van de jeugdhulp, die moet bijdragen aan transformatie, kwaliteitsverbetering en kostenreductie. We steunen de uitgangspunten van het gedachtengoed van Positieve Gezondheid: “Met die bredere benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren.” We zien in de visie mooie doelen en ambities geformuleerd, maar hebben nog wel vragen en zorgen over hoe de uitvoering eruit komt te zien. Wij kunnen ons voorstellen dat de uitvoering in dit stadium nog niet verder geconcretiseerd is, maar worden graag betrokken als hier stappen in gezet worden.

Een cruciale vraag is of met meer preventie en goede nazorg gaat lukken om de instroom in jeugdhulp te verminderen en de positieve uitstroom te vergroten. We vinden het belangrijk dat het proces goed gevolgd wordt vanuit de verschillende perspectieven, waarbij betrokkenen zoals ouders, jongeren en verwijzers gehoord worden. Graag geven wij nog een aantal adviezen.

2

2. Toegankelijkheid, samenspel lokaal en regionaal, en goede monitoring essentieel Het realiseren van tijdige en passende hulp hangt in hoge mate af van het bereik, de toegankelijkheid en de kwaliteit van de lokale voorzieningen en de afstemming tussen lokaal en regionaal. Op de uitvoeringspraktijk komt het straks aan en nog lang niet overal is die goed op orde. Zo zouden wij bijvoorbeeld graag zien dat de H10 een actieve rol vervult in het op peil krijgen en houden van de toegankelijkheid en het bieden van kwaliteit op lokaal niveau. Dat kan door de verschillende praktijken te vergelijken en te bevorderen dat gemeenten (als het gaat om de primaire toegang) en de regio (als het bijvoorbeeld gaat om specialistische hulp) van elkaar leren om hun eigen praktijk te verbeteren. Verder constateren wij dat onafhankelijke cliëntondersteuning in de gemeenten nog niet altijd goed geregeld is, waardoor het moeilijk voor jongeren en ouders is om de juiste hulp te vinden. Ook hier verwachten wij aandacht voor in de H10. Daarnaast is bijvoorbeeld de vraag wie en hoe bepaald wordt welke kwetsbare kinderen voorrang zouden moeten krijgen in de hulpverlening in relatie tot de vraag welke kansen(on)gelijkheid men voor ogen heeft. Het is goed kennis, ervaringen, succesfactoren en praktijkvoorbeelden te delen (best practices), om data te verzamelen, te monitoren en te analyseren.

(Kwalitatieve) Informatie over de uitvoeringspraktijk zal belangrijk blijken. Dit draagt bij aan een weldoordachte beleids- en praktijkontwikkeling binnen Haaglanden. Daarbij is het goed om te letten op de regionale financiële solidariteit zodat er meer grip en sturing komt op de kosten. De geformeerde ambtelijke werkgroep die de ontwikkelingen gaat volgen zou vanuit alle hier genoemde perspectieven een belangrijke rol in haar opdracht moeten krijgen. 3. Vertrouwen als uitgangspunt met tijdige en passende hulp voorwaardelijk Het realiseren van tijdige en passende hulp is afhankelijk van de inrichting van de processen. Hoe worden wachtlijsten beslecht? Hoe voorkomen we dat door (meer) bureaucratie, het langer duurt voordat daadwerkelijk hulp geboden wordt? Wij vragen ons af of de inrichting van systeem en processen in Haaglanden het realiseren van snelle en passende hulp daadwerkelijk bevordert. De inkoopdocumenten, waarin het gaat over resultaatmeting en resultaatsturing, profiel-intensiteit combinaties enzovoort, stellen ons op dit punt niet gerust. Wij adviseren u de processen vanuit het licht van ‘tijdige en passende hulp’ nog eens goed onder de loep te nemen. Daarbij is een overweging om, waar dit nog niet het geval is, uit te gaan van vertrouwen in zowel de professionals, de ouders als de jongeren.

Het principe zou moeten zijn dat zo snel mogelijk gestart wordt met de hulp die door professionals in samenspraak met ouders en jongeren nodig geacht wordt, en dat de formele toewijzing en financiering aan de achterkant geregeld wordt. 4. Ervaringsdeskundigen, jongeren en gezin goed betrekken en één regievoerder Jongeren hebben in gesprek met de H10 een aantal adviezen gegeven die wij graag ondersteunen. Wij lezen met hen eigenlijk nog weinig over innovatie en transformatie. Thuiszitters en de aanpak van de meest kwetsbare kinderen kan beter in beeld komen en uitgewerkt worden. Ook kan er naar ons en hun idee nog meer genormaliseerd worden. Waarbij het belangrijk is transparantie te verschaffen over hoe dat normaliseren gedefinieerd en uitgevoerd wordt. Wij ondersteunen in het bijzonder het belang dat voor jongeren die jeugdhulp krijgen onderwijs op hun eigen niveau gerealiseerd wordt. Daarnaast zijn we het met de jongeren eens dat aandacht nodig is Voor goede nazorg en dus het pas loslaten zodra de jongeren op eigen benen kunnen staan. Dat wil zeggen: niet stoppen van de hulp bij 18 jaar maar pas als de ‘Big 5’ gerealiseerd zijn. Verder zijn ook wij van mening dat bij het verkennen van de hulpvraag en het opstellen van een plan de focus altijd op het hele gezin (bredere context) rondom het kind/de jongere gericht moet zijn.

Een brede, integrale aanpak met inzet van meerdere partijen mag niet tot verwarring leiden bij jongeren en gezinnen. Om dat te voorkómen adviseren wij één regievoerder aan te wijzen die aanspreekpunt is voor een gezin/jongere en zorgt voor overzicht, een integraal plan en goed contact tussen partijen. Overwogen dient te worden of de rol van contactpersoon/regievoerder vervuld kan worden door iemand die dicht bij de jongere/het gezin staat, bijvoorbeeld een familielid.

3

In aansluiting hierop adviseren wij, samen met Jong Doet mee, de inzet van ervaringsdeskundigen en mensen uit het eigen netwerk waar mogelijk, met als veelbelovend voorbeeld de ‘JIM-aanpak’. In algemene zin is ons advies: geef jongeren en ouders een centrale plaats, ook bij de uitvoering van het hulpplan. Betrek hen ook bij het door-ontwikkelen van het richtinggevend kader en de kwaliteitsmetingen. 5. Eén overheid die tijdig, adequaat op kwaliteit gericht, handelt. Kernpunt van ons advies luidt: kijk en denk vanuit het gezin/de jongere met de hulpvraag, organiseer integraal de hulp die nodig is om hen heen. We ondersteunen de lijn om op preventie in te zetten en om onnodig problematiseren en diagnosticeren tegen te gaan. Maar wij vragen u dringend te bewaken dat kostenreductie en regelingen niet de boventoon gaan voeren. We vragen hierbij speciale aandacht voor gezinnen en jongeren waar levens breed en soms levenslang zorg nodig is. De overweging tot bijvoorbeeld overheveling van de zorg naar de WLZ dient uit te gaan van de vraag hoe de zorg voor een jongere het beste geregeld kan worden, niet van kostenbeheersing. Aandachtspunten vanuit de ASD P-N Aan dit gezamenlijke advies willen wij nog het volgende toevoegen: Naar onze mening is in de notitie normaliseren en de-medicaliseren al een belangrijke route aangegeven om in een vroegtijdig stadium passende hulp te organiseren.

Terugbrengen van het aantal plaatsingen in zwaardere zorg is alleen kansrijk als de inzet op preventie en lichte zorg succesvol is. Daarnaast blijft er zorg over de positieve uitstroom. Hoe komen cliënten uit de zwaardere hulpverlening? Er zijn nu wachtlijsten (en te weinig zorg) voor de huidige cliënten. Hoe gaan we dan zorgdragen dat cliënten ook weer kunnen doorstromen naar lichtere zorg? Als we willen dat de uitstroom uit de zwaardere zorg bevorderd wordt, moet er ook plaats zijn voor die cliënten. In de regiovisie wordt beschreven dat het streven is om grotere opvangplekken om te zetten naar kleinschalige voorzieningen. Wij ondersteunen deze visie en zouden het een goede zaak vinden als er in onze gemeente dan ook zo’n kleinschalige voorziening beschikbaar komt. Vanuit de gedachte dat opvang ‘zo thuis mogelijk’ moet plaatsvinden, zouden wij als gemeente Pijnacker-Nootdorp de verantwoordelijkheid moeten nemen om dit type voorzieningen aan te bieden, zodat onze inwoners ‘zo thuis mogelijk’ zorg kunnen ontvangen. Met vriendelijke groet, Namens de Adviesraad Sociaal Domein Pijnacker-Nootdorp

Piet van Adrichem voorzitter Adviesraad Sociaal Domein c.c. Gemeente Pijnacker-Nootdorp, mevr. M. Hartland, mevr. B. Verhoek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10595621/1