Bijlage 5b - Bijlagen bij de toelichting bestemmingsplan Kerkweg, Pijnacker
Tekst van het document
ONTWERP | BESTEMMINGSPLAN
Kerkweg, Pijnacker GEMEENTE PIJNACKER-NOOTDORP Bijlagen bij de toelichting | 05-08-2021
ontwerp | bestemmingsplan Kerkweg, Pijnacker gemeente Pijnacker-Nootdorp status: ontwerp datum: 05-08-2021 IMRO-IDN: NL.IMRO.1926.bp000200129-4001
Opgesteld door:
od205 | bestemmingsplan Kerkweg, Pijnacker
Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
Quickscan bedrijven en milieuzonering
7
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
19
Bijlage 3
Bodemonderzoek
85
Bijlage 4
Archeologisch onderzoek
231
Bijlage 5
Flora en Fauna onderzoek
257
Bijlage 6
Aerius berekening
287
Bijlage 7
Watersleutel Kerkweg
313
Bijlage 8
Aanmeldnotitie MER
317
Bijlage 9
Participatiedocument Kerkweg
321
Bijlage 10
Nota van beantwoording inspraak- en overlegreacties
347
Bijlage 11
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan
429
3
gemeente Pijnacker-Nootdorp
4
od205 | bestemmingsplan Kerkweg, Pijnacker
Bijlagen bij de toelichting
5
gemeente Pijnacker-Nootdorp
6
od205 | bestemmingsplan Kerkweg, Pijnacker
Bijlage 1
Quickscan bedrijven en milieuzonering
7
ARKEL » Vlietskade 1509 4241 WH Arkel NEER » Steeg 27
od205
6086 EJ Neer
T.a.v. mevrouw E. Reussink
NUENEN »
Schiehavenkade 158-160
Collse Heide 48
3024 EZ ROTTERDAM
5674 VN Nuenen PRINSENBEEK » Groenstraat 27
Per e-mail
:
Elja.reussink@od205.nl
Vestiging, datum
:
Arkel, 22 juni 2020
Ons kenmerk
:
2002/168/RV-01, versie 2
Behandeld door
:
Tessa Aanhane
Telefoonnummer
:
06 57 96 08 47
Gecontroleerd door
:
Joost Welmers
Betreft
:
Quickscan bedrijven en milieuzonering Korteweg/Kerkweg te Pijnacker
4841 BA Prinsenbeek RIJKEVOORT » Veldweg 11 5447 BH Rijkevoort T. 088 44 02 900 E. info@tritium.nl I. www.tritium.nl
Geachte mevrouw Reussink, In onderhavige rapportage wordt het aspect bedrijven en milieuzonering beschouwd ten behoeve van de beoogde woningbouw aan de locaties Korteweg 1-3 en hoek Kerkweg – Adam Pijnackerstraat te Pijnacker. Het betreft percelen met autogarages. In het kader van een goed woon- en leefklimaat wordt ingegaan op het aspect bedrijven en milieuzonering.
Figuur 1: perceel Korteweg 1-3 te Pijnacker (plangebied oranje omlijnd).
2002/168/RV-01, versie 2 pagina 1 van 10
Figuur 2: perceel hoek Kerkweg – Adam Pijnackerstraat te Pijnacker (plangebied oranje omlijnd).
Ligging plangebied De locatie van het plangebied betreft de kadastrale percelen gemeente Pijnacker, sectie C, nummers 6286, 6526 en 6543. Het plangebied gelegen aan Korteweg 1-3 te Pijnacker (nummer 6286) heeft een oppervlakte van circa 1112 m². Het plangebied gesitueerd aan de hoek van Kerkweg - Adam Pijnackerstraat te Pijnacker (nummers 6526 en 6543) heeft een totale oppervlakte van circa 1.803 m². Het plangebied gelegen aan Korteweg 1-3 wordt in dit rapport aangeduid als ‘Plangebied A’. Het perceel gelegen aan de hoek van Kerkweg – Adam Pijnackerstraat wordt als ‘Plangebied B’ aangeduid. Beide plangebieden zijn gelegen in het vigerend bestemmingsplan ‘Kern Pijnacker Zuid / ZuidOost’, onherroepelijk geworden op 18 juli 2012. Beide plangebieden hebben bestemming ‘Bedrijf’. In de huidige situatie zijn op beide locaties autogarages gesitueerd. De functie ‘Wonen’ is niet toegestaan. Voor beide plangebieden geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. De voor ‘Waarde - Archeologie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming van aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden. Uit bovenstaande informatie kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen niet binnen de vigerende bestemming past.
2002/168/RV-01, versie 2 pagina 2 van 10
Beleidskader Elk project dat afwijkt van het geldende bestemmingsplan dient goed onderbouwd te worden. Hierbij dient ook ingegaan te worden op het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten. Functiescheiding en milieuzonering zijn hierbij leidende begrippen. De Vereniging Nederlands Gemeenten (VNG) heeft een handreiking geschreven om duidelijkheid te geven in welke situaties deze begrippen dienen te worden toegepast en van welke richtafstanden dient te worden uitgegaan. De VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering, editie 2009" (verder: VNG-uitgave) geeft op systematische wijze informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala aan bedrijfsactiviteiten. De handreiking is oorspronkelijk bedoeld als hulpmiddel bij de ruimtelijke planvorming. Uit de rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) vloeit voort dat de handreiking als hulpmiddel is erkend. Werking handreiking op hoofdlijnen In de handreiking zijn bedrijven en bedrijfsactiviteiten ingedeeld in typen (milieubelastende) bedrijvigheid, gerangschikt naar SBI-code. Dit betekent dat er is gestandaardiseerd en dat is uitgegaan van gemiddelde situaties. De hieruit voortvloeiende richtafstanden (10 tot 1500 meter) geven een indicatie van de te verwachten milieubelasting.
Deze milieubelasting dient vervolgens te worden afgezet tegen de belasting waarvan in de omgeving al sprake is. Ook dit is gestandaardiseerd, in dit geval in twee omgevingstypen: 'rustige woonwijk/rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. Samengevat dient men als volgt te werk te gaan: 1.
bedrijf(sactiviteit) indelen in een SBI-code;
2.
de hoogste bij de SBI-code behorende richtafstand is bepalend;
3.
bepalen van welke omgevingstype er sprake is;
4.
de richtafstand met 1 stap verlagen indien sprake is van type 'gemengd gebied'.
Gemotiveerd toepassen Soms is niet geheel duidelijk in welke categorie een bepaalde situatie valt. Ook kan een feitelijke situatie significant verschillen als gevolg van specifieke bedrijfsprocessen, hinderbeperkende maatregelen, de concrete inrichting van het bedrijf en/of de geldende milieuvergunning. De daadwerkelijke milieubelasting kan in dat geval aanzienlijk afwijken van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het bepalen van de standaard richtafstanden. Dit is de reden dat de Afdeling heeft bepaald dat de richtafstanden niet zondermeer overgenomen mogen worden: er dient te worden gemotiveerd waarom welke afstanden gelden (ofwel waarom een situatie in een bepaalde categorie valt) en waarom hier (eventueel) van kan worden afgeweken. Voor een onderzoek naar de milieuzonering kan daarom concreet en gedetailleerd onderzoek naar de feitelijke milieubelasting zinvol of noodzakelijk zijn. De handreiking bevat hiervoor een aantal stappenplannen. 'rustige woonwijk/rustig buitengebied' of 'gemengd gebied' In een intensief gebruikt gebied met veel functies en "bedrijvigheid" wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. Dit heeft onder andere te maken met acceptatie, gewenning en achtergrondbelasting.
2002/168/RV-01, versie 2 pagina 3 van 10
De VNG-uitgave hanteert twee omgevingstypes: 1. 'rustige woonwijk en rustig buitengebied' “Een rustige woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.” 2. 'gemengd gebied' “Een gemengd gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” Bij het bepalen van het van toepassing zijnde omgevingstype moet niet gekeken worden naar de locatie zelf, maar naar het (soort) gebied waarin de locatie ligt.
De richtafstanden van zowel een 'rustige woonwijk' als van 'gemengd gebied' zijn in navolgende tabel 1 weergegeven. Tabel 1: Richtafstanden en omgevingstype Milieucategorie
Richtafstanden omgevingstype
Richtafstand omgevingstype
'rustige woonwijk en rustig buitengebied'
'gemengd gebied'
1
10 meter
0 meter
2
30 meter
10 meter
3.1
50 meter
30 meter
3.2
100 meter
50 meter
4.1
200 meter
100 meter
4.2
300 meter
200 meter
5.1
500 meter
300 meter
5.2
700 meter
500 meter
5.3
1000 meter
700 meter
6
1500 meter
1000 meter
Wijze van meten van de richtafstanden De richtafstand geldt in eerste instantie vanaf de grens van het perceel waarop een milieubelastende bestemming c.q. functie rust tot de grens van het perceel waarop een woning (milieugevoelige bestemming) volgens het bestemmingsplan mogelijk is. Wanneer deze afstand niet toereikend is, wordt gekeken naar de maximale bouwmogelijkheden. Inventarisatie en toetsing Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Kern Pijnacker Zuid / Zuid - Oost’, onherroepelijk geworden sinds 18 juli 2012.
2002/168/RV-01, versie 2 pagina 4 van 10
Figuur 3: uitsnede plankaart (plangebieden rood omlijnd).
Op de uitsnede in bovenstaande figuur 3 zijn verschillende functies afgebeeld die mogelijk van invloed zijn op het plangebied. De donkerpaarse kleur geeft de bestemming ‘Bedrijf’ aan. De bruinoranje gekleurde aanduiding geeft de bestemming ‘Maatschappelijk’ aan. De groene kleur geeft bestemming ‘Tuin’ weer. De bestemming ‘Detailhandel’ wordt aangeduid met roze. De lichtpaarse kleur geeft de bestemming ‘Kantoor’ weer. Ten slotte geeft de geel gekleurde aanduiding een woonbestemming aan. De omgeving van het plangebied wordt in de huidige situatie gekenmerkt door bedrijfs- en woonfuncties die naast elkaar zijn gelegen. Op basis hiervan kunnen de richtafstanden aangehouden worden behorende bij het omgevingstype ‘Gemengd gebied’. Bedrijven/ functies relevant voor het plangebied Om te beginnen wordt gekeken naar het vigerende bestemmingsplan ‘Kern Pijnacker Zuid / ZuidOost’, onherroepelijk geworden op 18 juli 2012. De functies die relevant zijn voor de twee plangebieden worden weergeven in figuur 4 (genummerd van 1 t/m 7). Vervolgens wordt bestemmingsplan ‘Duurzame Glastuinbouwgebieden’ in acht genomen omdat de twee plangebieden naast dit bestemmingsplan zijn gelegen. In figuur 5 worden derhalve eveneens relevante functies aangeduid voor de twee plangebieden. De bestaande bedrijven worden in de bestemming ‘Bedrijf’ opgenomen.
Binnen deze bestemming zijn bedrijven in milieucategorie 1 en 2 toegestaan. Dit houdt in dat bedrijfsactiviteiten binnen deze
2002/168/RV-01, versie 2 pagina 5 van 10
categorieën kunnen uitwisselen. Bij bedrijven met een hogere milieucategorie wordt de categorie ter plaatse van een aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3’ aangegeven.
Figuur 4: bestemmingsplan ‘Kern Pijnacker Zuid / Zuid-Oost’ (genummerde bedrijven / functies relevant voor de plangebieden).
1. Kerkweg 35A - Bedrijf Op de locatie Kerkweg 35A zijn bedrijven tot en met milieucategorie 3 toegestaan. In de bestaande situatie is op de desbetreffende locatie ‘Tegelzettersbedrijf Th. vd. Helm’ (milieucategorie 1) gesitueerd. Plangebied A is op circa 102 meter afstand gelegen van het tegelzettersbedrijf. Plangebied B bevindt zich op 12 meter afstand van het bedrijfsperceel. Hiermee wordt voldaan aan de aan te houden richtafstanden voor milieucategorie 1. Plangebied B is omsloten door de bestemming ‘Wonen’. Tevens dient er in het kader van een meldings- c.q. vergunningsplicht bij eventuele nieuwe bedrijfsfuncties in een hogere milieucategorie onderzoek te worden verricht naar deze eventuele milieuhinder op omliggende woningen. Hierdoor is een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd ter plaatse van de beoogde ontwikkeling. Een eventueel nieuw bedrijf met een hogere milieucategorie zal echter nooit milieutechnisch ingeperkt worden door het planvoornemen, aangezien het perceel in de huidige situatie reeds vrijwel volledig wordt omsloten door woonfuncties.
2002/168/RV-01, versie 2 pagina 6 van 10
2. Europalaan 19 - Bedrijf Het perceel gesitueerd aan de Europalaan 19 is bestemd voor bedrijvigheid. Ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’ zijn bedrijven in milieucategorie 1 of 2, deel uitmakende van de bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten toegestaan. Vervolgens worden ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3’ bedrijven in milieucategorie 1, 2, 3.1 en 3.2, deel uitmakende van de bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten toegestaan. Echter heeft het desbetreffende perceel geen aanduiding. Zoals uit de toelichting van het bestemmingsplan is op te maken, is bedoeld dat binnen de percelen met de bestemming ‘Bedrijf’ zonder aanduiding, bedrijven in milieucategorie 1 en 2, deel uitmakende van de bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. Op dit moment is op de desbetreffende locatie ‘Dierenartsenpraktijk Hogendoorn’ met een bijbehorend speelterrein voor honden (Paws in Balance) gelegen. Bovendien is een dogwash, trimsalon, kattenzorghotel en konijnen- en knaagdierenopvang gesitueerd aan Europalaan 19. Verder is op het perceel een buitenruimte terug te vinden waar dieren worden opgevangen, een opslagruimte voor diverse materialen en een detailhandel waar spullen voor katten en honden worden verkocht. De dierenartspraktijk valt in milieucategorie 1.
Echter komt de dierenartspraktijk niet voor in de bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen bij het bestemmingsplan. In beginsel is een dierenartspraktijk niet toegestaan op desbetreffende locatie, maar de burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen voor deze bedrijfsactiviteit. ‘Paws in Balance’ kan worden gerekend tot een hondendressuurterrein. Het is een afgesloten speelterrein waar je tegen een kleine vergoeding je hond kan laten bewegen in parcoursvorm. Volgens de website van Dierenartsenpraktijk Hoogendoorn is ‘Paws in Balance’ niet alleen overdag geopend, maar ook enkele dagen (ma, woe en vrij) van 8.30 uur tot 19.30 uur. Een hondendressuurterrein valt in milieucategorie 3.1. In beginsel is een hondendressuurterrein niet toegestaan aan de Europalaan 19 aangezien het een milieucategorie 3.1 bedrijf betreft op basis van de VNG-uitgave. Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om onder voorwaarden bedrijven in milieucategorie 3.1 zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten toe te staan. Echter moet worden gesteld dat een hondendressuurterrein niet is opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Binnenplanse ontheffing door de burgemeester en wethouders is daarmee niet mogelijk. Plangebied A is op circa 15 meter afstand gelegen van het speelterrein. Plangebied B is op circa 105 meter afstand gevestigd van het hondendressuurterrein.
Plangebied A voldoet niet aan de richtafstand van 50 meter, wanneer bedrijven tot en met milieucategorie 3.1 zouden zijn toegestaan, is nader onderzoek noodzakelijk. Het dierenpension behoort tot milieucategorie 3.2, deel uitmakende van de bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten. De aan te houden richtafstand wordt in dit geval in twijfel getrokken. De vraag kan worden gesteld of het dierenpension daadwerkelijk valt in milieucategorie 3.2 omdat op desbetreffende locatie enkel katten, konijnen en knaagdieren worden opgevangen. Er is geen sprake van een opvang voor honden en daarmee (vrijwel) geen relevante geluidproductie (het maatgevende milieuaspect ten aanzien van een dierenpension).
2002/168/RV-01, versie 2 pagina 7 van 10
Geconcludeerd moet worden dat een deel van de aanwezige bedrijven niet bij recht zijn toegestaan binnen het vigerende bestemmingsplan. De eerdergenoemde bedrijven zijn zonder ontheffing van de burgemeester en wethouders niet toegestaan binnen het vigerende bestemmingsplan. Voor het hondendressuurterrein is nader onderzoek nodig op het gebied van geluid om te achterhalen of enerzijds de aanwezige bedrijven en anderzijds de beoogde woningen ruimtelijk inpasbaar zijn. 3. Europalaan 23 - Bedrijf Op deze locatie zijn bedrijven tot en met milieucategorie 2 toegestaan. Momenteel is aan Europalaan 23 ‘EVO informatietechnologie B.V.’ (milieucategorie 1) gevestigd. Plangebied A is op circa 25 meter afstand van het bedrijfsperceel gelegen. Plangebied B is nog verder verwijderd van het bedrijfsperceel, namelijk 140 meter. Hiermee wordt in beide gevallen voldaan aan de aan te houden richtafstand. 4. Julianastraat 47A - Bedrijf Op deze locatie zijn dezelfde milieucategorieën toegestaan als genoemd bij Europalaan 19 en 23. In de bestaande situatie is op desbetreffende locatie een nutsvoorziening (milieucategorie 2) gelegen. Plangebied A is op circa 153 meter afstand verwijderd van de nutsvoorziening. Plangebied B is nog verder gelegen van de nutsvoorziening, namelijk 185 meter. Beide plangebieden voldoen derhalve aan de richtafstand van 10 meter. 5.
Korteweg 4 – Detailhandel Op 10 meter afstand van plangebied A en op 40 meter afstand van plangebied B is een locatie gelegen die bestemd is voor ‘Detailhandel’. De voor ‘Detailhandel’ aangewezen gronden zijn bestemd voor detailhandel, ter plaatse van de aanduiding "verkooppunt motorbrandstoffen zonder LPG" voor een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder LPG, en bijbehorende parkeervoorzieningen, tuinen en andere voorzieningen, zoals een kantine. Op dit moment is op de desbetreffende locatie supermarkt ‘Lidl’ met bijbehorend parkeerterrein (milieucategorie 1) gesitueerd. Plangebied A en B voldoen in dit geval aan de aan te houden richtafstand. Het autoverkeer (goederen en personen) van en naar de supermarkt heeft een aanzienlijk potentieel om geluidsoverlast te veroorzaken voor het beoogde planvoornemen. Geluidsoverlast kan de gezondheid en het woongenot schaden. Derhalve wordt geadviseerd om alsnog een akoestisch onderzoek uit te voeren om enerzijds aan te tonen dat ter plaatse van de nieuwe woningen een akoestisch goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd en anderzijds dat onderhavige Lidl akoestisch gezien niet belemmerd wordt in haar functioneren. De rekenresultaten uit het akoestisch onderzoek dienen hierbij te worden getoetst conform het betreffende stappenplan uit de VNG-uitgave. 6.
Julianastraat 47 - Maatschappelijk Op 150 meter afstand van plangebied A en op 155 meter afstand van plangebied B is een locatie gelegen die bestemd is voor ‘Maatschappelijk’. Momenteel is op het desbetreffende perceel ‘Bibliotheek Oostland’ (milieucategorie 1) gevestigd. Plangebied A en B voldoen aan de aan te houden richtafstand.
2002/168/RV-01, versie 2 pagina 8 van 10
7. Korteweg 5A – Kantoor De locatie Korteweg 5A heeft bestemming ‘Kantoor’. De voor ‘Kantoor’ aangewezen gronden zijn bestemd voor kantoren en bijbehorende parkeer- en fietsvoorzieningen, tuinen en andere voorzieningen, zoals een kantine. Op dit moment is op de desbetreffende locatie ‘Stichting kabeltelevisie Pijnacker’ (milieucategorie 1) gesitueerd. Plangebied A grenst aan het perceel van Korteweg 5A. Plangebied B is gesitueerd op circa 85 meter van het desbetreffende perceel. In beide gevallen wordt voldaan aan de richtafstanden.
Figuur 5: bestemmingsplan ‘Duurzame Glastuinbouwgebieden’ (genummerde bedrijven / functies relevant voor de plangebieden).
8. Europalaan 18 - Bedrijf Binnen het bestemmingsplan ‘Duurzame Glastuinbouwgebieden’ is een locatie gelegen die bestemd is voor bedrijvigheid. Op deze locatie is ‘NewCo Ochids B.V.’ (milieucategorie 2) gevestigd. Dit bedrijf kan worden gerekend tot de categorie ‘tuinbouw – kassen zonder verwarming’. Plangebied A is op circa 85 meter afstand van het desbetreffende bedrijf gelegen. Plangebied B is circa 150 meter verwijderd van deze bloemist. Beide plangebieden voldoen hiermee aan de richtafstand. Op de desbetreffende locatie worden enkel bedrijven toegestaan tot en met milieucategorie 2. Dit vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen.
2002/168/RV-01, versie 2 pagina 9 van 10
De overige bedrijven / functies liggen op dermate grote afstand dat deze niet relevant zijn voor het planvoornemen. Conclusie In de directe omgeving zijn verschillende functies gelegen die mogelijk van invloed zijn op de plangebieden. Deze zijn derhalve in deze quickscan beschouwd. De aanwezige bedrijven aan Europalaan 19 zijn niet bij recht toegestaan binnen het vigerende bestemmingsplan. De dierenartspraktijk, hondendressuurterrein en dierenpension zijn zonder ontheffing van de burgemeester en wethouders niet toegestaan binnen het vigerende bestemmingsplan. Voor het hondendressuurterrein is nader onderzoek nodig op het gebied van geluid om te achterhalen of enerzijds het bedrijf en anderzijds de beoogde woningen ruimtelijk inpasbaar zijn. Vervolgens kan worden geconcludeerd dat de plangebieden voldoen aan de aan te houden richtafstanden tot de volgende bestemmingen: Kerkweg 35A, Europalaan 23, Julianastraat 47A, Korteweg 4, Julianastraat 47, Korteweg 5A en Europalaan 18. Wel wordt geadviseerd om voor voornoemde Lidl een akoestisch onderzoek uit te voeren om enerzijds aan te tonen dat ter plaatse van de nieuwe woningen een akoestisch goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd en anderzijds dat deze Lidl akoestisch gezien niet belemmerd wordt in haar functioneren.
De rekenresultaten uit het akoestisch onderzoek dienen hierbij te worden getoetst conform het betreffende stappenplan uit de VNG-uitgave. Plangebied B is omsloten door de bestemming ‘Wonen’. Een eventueel nieuw bedrijf met een hogere milieucategorie die zich mogelijk in de toekomst ooit zal vestigen aan Kerkweg 35A zal milieutechnisch nooit ingeperkt kunnen worden door het planvoornemen. Tevens dient er in het kader van een meldings- c.q. vergunningsplicht onderzoek te worden verricht naar deze eventuele milieuhinder. Hierdoor is een goed woon- en leefklimaat te allen tijde gewaarborgd. Wij gaan ervan uit u hiermee op passende wijze van dienst te zijn geweest. Met vriendelijke groet, Tritium Advies B.V. mw. T.C.A. Aanhane Projectleider Ruimtelijke Ordening Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.
2002/168/RV-01, versie 2 pagina 10 van 10
gemeente Pijnacker-Nootdorp
18
od205 | bestemmingsplan Kerkweg, Pijnacker
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
19
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Korteweg/Kerkweg te Pijnacker (2002/168/RV-02, versie A)
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (toetsing Wet geluidhinder)
in opdracht van od205 Mevrouw J. Gaasbeek Janzen Schiehavenkade 158-160 3024 EZ ROTTERDAM betreffende locatie Korteweg 1-3 en hoek Kerkweg – Adam Pijnackerstraat Pijnacker documentkenmerk 2002/168/RV-02 versie A vestiging Nuenen datum 10 augustus 2020
opgesteld door:
gecontroleerd door:
ir. D.P.M. Jacobs
ir. R.A.C. van de Voort
Projectleider geluid & bouwfysica
Senior projectleider geluid & bouwfysica
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.
Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid
Tritium Advies is gevestigd in:
T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
Arkel >> Neer >> Nuenen >>
I.
www.tritium.nl
Prinsenbeek >> Rijkevoort
KvK-nr.
17108024
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
Inhoudsopgave pagina 1.
Inleiding
1
2.
Uitgangspunten
2
2.1
Locatiegegevens
2
2.2
Gegevens wegverkeer
2
2.3
Modellering
3
3.
Wet- en regelgeving
5
3.1
Berekeningsmethode
5
3.2
Randvoorwaarden Wgh
5
3.2.1 Inleiding
5
3.2.2 Geluidzones
5
3.2.3 Artikel 110g
5
3.2.4 Stedelijk en buitenstedelijk gebied
6
3.2.5 Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012)
6
3.2.6 Normen geluidbelasting
7
3.3
Geluidbeleid gemeente Pijnacker-Nootdorp
8
4.
Rekenresultaten en toetsing
9
4.1
Geluidbelasting wegverkeerslawaai
9
4.2
Overdrachtsmaatregelen
10
4.3
Bronmaatregelen
11
4.4
Geluidbeleid gemeente Pijnacker-Nootdorp
12
4.5
Cumulatieve geluidbelasting
13
4.6
Geluidwering gevels (GA;k)
13
5.
Samenvatting en conclusie
14
Bijlagen aantal pagina's (excl. voorblad) 1.
situatietekeningen plangebieden Korteweg en Kerkweg
2
2.
verkeersgegevens wegverkeer
6
3.
invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai
10
4.
grafische weergave invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai
6
5.
rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer
10
6.
aanvullend onderzoek: scherm
3
7.
aanvullend onderzoek: stiller wegdek
3
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
1. Inleiding In opdracht van od205 is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ontwikkeling aan de locaties Korteweg 1 en 3 en hoek Kerkweg - Adam Pijnackerstraat te Pijnacker. De plangebieden zijn op korte afstand van elkaar gelegen en zijn thans beide in gebruik als garagebedrijf. Op termijn zullen deze bedrijven plaats maken voor woningbouw. Beoogd wordt om 13 appartementen aan de Korteweg en 8 eengezinswoningen op de hoek van de Kerkweg en Adam Pijnackerstraat te realiseren. Het onderzoek dient te worden uitgevoerd ten behoeve van de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. In onderhavige rapportage is deze zogenaamde “Nieuwe situatie” getoetst aan de normstelling van de Wet geluidhinder (verder: Wgh) en is aangegeven wat hiervan de consequenties zijn. Op basis van de resultaten van deze toetsing is vervolgens beoordeeld of voor de nieuwe appartementen en woningen extra geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn. De aspecten spoorweglawaai, luchtverkeerslawaai en industrielawaai zijn in het onderhavige onderzoek niet beschouwd. In verband met wijzigingen na opmerkingen van de gemeente Pijnacker-Nootdorp komt het eerder door ons opgestelde rapport met kenmerk 2002/168/RV-02 d.d. 4 mei 2020 in zijn geheel te vervallen.
pagina 1 van 16
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
2. Uitgangspunten 2.1 Locatiegegevens Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied van Pijnacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp. In bijlage 1 is een planologische verbeelding van het plangebied opgenomen. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de wegen Europalaan en Korteweg. Het plan is tevens gelegen in de nabijheid van diverse 30 km/uur wegen. Dit type weg vormt een afwijkende categorie binnen de Wgh. Formeel kan voor deze wegen geen hogere waarde worden aangevraagd of verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Echter voor de waarborging van een goed akoestisch woon- en leefklimaat dient de geluidbelasting op de gevels van nieuw te bouwen woningen nabij 30 km/uur wegen alsnog te worden bepaald. Derhalve is in het onderhavige akoestisch onderzoek tevens de geluidbelasting ten gevolge van de 30 km/uur wegen Korteweg (30 km/uur gedeelte), Kerkweg en Adam Pijnackerstraat inzichtelijk gemaakt.
2.2 Gegevens wegverkeer De verkeersgegevens van de bovengenoemde wegen zijn verstrekt door de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Van de wegen zijn prognosegegevens van het jaar 2030 voorhanden. Alle verstrekte verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage 2. De verkeersinvoergegevens inclusief de maximum snelheid en wegdektype worden gepresenteerd in navolgende tabellen 2.1 tot en met 2.6. Tabel 2.1: gegevens wegverkeer Europalaan Europalaan maximum snelheid: 50 km/uur wegdek: dunne deklagen B jaar: 2030
etmaalintensiteit: 9397 mvt. dag
avond
nacht
gemiddeld per uur (%)
5,08
7,75
1,00
lichte mvt. (%)
95,51
97,48
93,90
middelzware mvt. (%)
3,21
1,58
3,66
zware mvt. (%)
1,28
0,95
2,44
Tabel 2.2: gegevens wegverkeer Korteweg (50 km/uur gedeelte vanaf rotonde tot uitrit Lidl) Korteweg (50 km/uur gedeelte vanaf rotonde tot uitrit Lidl) maximum snelheid: 50 km/uur wegdek: asfalt (referentiewegdek) jaar: 2030
etmaalintensiteit: 2642 mvt. dag
avond
nacht
gemiddeld per uur (%)
5,43
8,10
0,31
lichte mvt. (%)
95,14
96,74
85,71
middelzware mvt. (%)
3,78
2,17
14,29
zware mvt. (%)
1,08
1,09
0,00
pagina 2 van 16
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
Tabel 2.3: gegevens wegverkeer Korteweg (50 km/uur gedeelte vanaf uitrit Lidl) Korteweg (50 km/uur gedeelte vanaf uitrit Lidl) maximum snelheid: 50 km/uur wegdek: asfalt (referentiewegdek) jaar: 2030
etmaalintensiteit: 1441 mvt. dag
avond
nacht
gemiddeld per uur (%)
5,48
7,24
0,66
lichte mvt. (%)
91,00
95,45
87,50
middelzware mvt. (%)
7,00
4,55
12,50
zware mvt. (%)
2,00
0,00
0,00
Tabel 2.4: gegevens wegverkeer Korteweg (30 km/uur gedeelte) Korteweg (30 km/uur gedeelte) maximum snelheid: 30 km/uur wegdek: klinkers (elementenverharding in keperverband) jaar: 2030
etmaalintensiteit: 1441 mvt. dag
avond
nacht
gemiddeld per uur (%)
5,48
7,24
0,66
lichte mvt. (%)
91,00
95,45
87,50
middelzware mvt. (%)
7,00
4,55
12,50
zware mvt. (%)
2,00
0,00
0,00
Tabel 2.5: gegevens wegverkeer Kerkweg (meest nabij plangebied gelegen wegvak) Kerkweg (meest nabij plangebied gelegen wegvak) maximum snelheid: 30 km/uur wegdek: klinkers (elementenverharding in keperverband) jaar: 2030
etmaalintensiteit: 325 mvt. dag
avond
nacht
gemiddeld per uur (%)
5,56
6,82
0,76
lichte mvt. (%)
77,27
88,89
50,00
middelzware mvt. (%)
18,18
11,11
50,00
zware mvt. (%)
4,55
0,00
0,00
Tabel 2.6: gegevens wegverkeer Adam Pijnackerstraat Adam Pijnackerstraat maximum snelheid: 30 km/uur wegdek: klinkers (elementenverharding in keperverband) jaar: 2030
etmaalintensiteit: 115 mvt. dag
avond
nacht
gemiddeld per uur (%)
5,56
6,94
0,69
lichte mvt. (%)
100,00
100,00
100,00
middelzware mvt. (%)
0,00
0,00
0,00
zware mvt. (%)
0,00
0,00
0,00
2.3 Modellering De locatie en afmetingen van de beoogde appartementen en woningen zijn gemodelleerd conform de in bijlage 1 opgenomen verbeelding. Als maatgevende toetshoogte voor de begane grond is 1,5 meter boven maaiveld aangehouden. Voor de eerste en tweede verdieping is respectievelijk 4,5 en 7,5 meter gehanteerd. Voor alle punten is gerekend met invallend geluid.
pagina 3 van 16
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
In de berekeningen is als rekenparameter bodemfactor 0,00 (akoestisch hard) aangehouden met uitzondering van de ingevoerde bodemgebieden. De ingevoerde bodemgebieden zijn als akoestisch zacht (bodemfactor 1,00) en akoestisch half hard/zacht (bodemfactor 0,50) gemodelleerd. De akoestisch zachte bodemgebieden betreffen groenvoorzieningen. De akoestisch half harde/zachte bodemgebieden betreffen tuinen. Er zijn geen significante hoogteverschillen in de omgeving aanwezig. Derhalve zijn in het rekenmodel in de omgeving van het plangebied geen hoogteverschillen in het maaiveld opgenomen. Gebouwhoogtes van de bestaande omliggende bebouwing zijn conform de hoogtegegevens uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. Er hoeft ter hoogte van het plangebied geen hellingcorrectie of optrekcorrectie te worden toegepast. Tevens zijn er geen akoestisch relevante kruispunten in de directe omgeving van het bouwplan aanwezig.
pagina 4 van 16
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
3. Wet- en regelgeving 3.1 Berekeningsmethode De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van “Standaardrekenmethode 2” zoals beschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De invoergegevens van het akoestisch model wegverkeerslawaai zijn opgenomen in bijlage 3. Grafische weergaven van deze invoergegevens zijn opgenomen in bijlage 4.
3.2 Randvoorwaarden Wgh 3.2.1 Inleiding De maat voor de geluidbelasting van een weg wordt uitgedrukt in de Lden-waarde. Lden is de geluidbelasting in dB op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.00 - 19.00 uur, van 19.00 - 23.00 uur en van 23.00 - 07.00 uur van een jaar, zoals omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189).
3.2.2 Geluidzones Volgens de Wgh hebben wegen een zone die zich aan weerszijden van de weg uitstrekt vanaf de as van de weg (art. 74 Wgh). Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten de zones worden geen eisen gesteld. Een weg is niet zoneplichtig indien er sprake is van: •
ligging binnen een woonerf;
•
een maximum snelheid van 30 km/uur.
In tabel 3.1 is de breedte van de geluidzones weergegeven. Tabel 3.1: breedte van de geluidzones langs wegen soort gebied stedelijk
buitenstedelijk
aantal rijstroken
breedte geluidzone (m)
1 of 2
200
3 of meer
350
1 of 2
250
3 of 4
400
5 of meer
600
3.2.3 Artikel 110g Onze Minister stelt regels op grond waarvan telkens voor een bepaalde periode, al naar gelang de geluidproductie van motorvoertuigen in de betrokken periode hoger ligt dan voor de toekomst
pagina 5 van 16
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
redelijkerwijs is te verwachten, bij de berekening en meting van de geluidbelasting op de gevel van woningen of op andere geluidgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidgevoelige terreinen op het resultaat een door hem bepaalde aftrek van niet meer dan 5 dB wordt toegepast. Conform artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 bedraagt voornoemde aftrek:
a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wgh 56 dB is;
b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wgh 57 dB is;
c. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden;
d. 5 dB voor de overige wegen; e. 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wgh. De voornoemde aftrek van 5 dB voor overige wegen is tevens gehanteerd voor de 30 km/uur wegen Korteweg, Kerkweg en Adam Pijnackerstraat. Uit technische overwegingen zijn er geen argumenten waarom de aftrek bij 30 km/uur lager zou zijn dan bij 50 km/uur. De meest logische werkwijze is derhalve om aan te sluiten bij de aftrek zoals die voor 50 km/uur wegen bestaat.
3.2.4 Stedelijk en buitenstedelijk gebied Binnen de Wgh is de toetsing van de geluidbelasting afhankelijk gesteld van de ligging van het bouwplan. Volgens artikel 1 van de Wgh wordt onderscheiden: •
Stedelijk gebied:
het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII van de Wgh, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
•
Buitenstedelijk gebied:
het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor toepassing van de hoofdstukken VI en VII, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
3.2.5 Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012) Binnen het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is middels artikel 3.5 de mogelijkheid geboden om voor wegen met een snelheidsregime van 70 km/uur of meer rekening te houden met de toekomstige effecten van Europees bronbeleid. Artikel 3.5 schrijft hierover het volgende: •
bij de berekening van het equivalent geluidniveau vanwege een weg wordt, voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt, 2 dB in mindering gebracht op de wegdekcorrectie bepaald overeenkomstig bijlage III bij deze regeling of als het wegdek bestaat uit dicht asfaltbeton, in afwijking van het
pagina 6 van 16
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
gestelde in paragraaf 1.5 en 2.4.2 van bijlage III een wegdekcorrectie van 2 dB in rekening gebracht; •
in afwijking van het eerste lid wordt 1 dB in mindering gebracht voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en het wegdek bestaat uit een elementenverharding of een van de volgende wegdektypen: a.
Zeer Open Asfalt Beton;
b.
tweelaags Zeer Open Asfalt Beton, met uitzondering van tweelaags Zeer Open Asfalt
c.
uitgeborsteld beton;
Beton fijn; d.
geoptimaliseerd uitgeborsteld beton;
e.
oppervlakbewerking.
3.2.6 Normen geluidbelasting Artikel 82 tot en met 85 van de Wgh geven nadere uitleg met betrekking tot de geluidbelasting in zogenaamde “Nieuwe situaties” (er dient een ruimtelijke procedure te worden gevolgd). De zogenaamde voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB. Is de geluidbelasting lager dan 48 dB dan legt de Wgh geen restricties op aan het onderhavige plan. Wordt deze voorkeursgrenswaarde overschreden dan kan door de gemeente een hogere waarde worden vastgesteld. Indien de geluidbelasting lager is dan de maximale ontheffingswaarde, kan de gemeente ontheffing verlenen indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB onvoldoende doeltreffend zijn dan wel op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. In navolgende tabellen 3.2 en 3.3 worden de normen uit de Wgh weergegeven. Tabel 3.2: normen geluidbelasting in stedelijk gebied normen voor nog niet-geprojecteerde woningen in een stedelijk gebied voorkeursgrenswaarde
48 dB
maximale ontheffingswaarde
63 dB
maximale ontheffingswaarde; vervangende nieuwbouw
68 dB
Tabel 3.3: normen geluidbelasting in buitenstedelijk gebied normen voor nog niet-geprojecteerde woningen in een buitenstedelijk gebied voorkeursgrenswaarde
48 dB
maximale ontheffingswaarde
53 dB
maximale ontheffingswaarde; agrarische bedrijfswoning
58 dB
maximale ontheffingswaarde; vervangende nieuwbouw, buiten de bebouwde kom
58 dB
maximale ontheffingswaarde; vervangende nieuwbouw gelegen binnen de bebouwde kom, binnen de zone langs
63 dB
een autoweg of autosnelweg
De locatie in onderhavig onderzoek is gelegen in het stedelijk gebied en betreft de nieuwbouw van appartementen en woningen. Derhalve bedraagt de maximale ontheffingswaarde 63 dB.
pagina 7 van 16
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
3.3 Geluidbeleid gemeente Pijnacker-Nootdorp Ten behoeve van het akoestisch onderzoek is tevens rekening gehouden met het document “Nota Hogere Grenswaarden Gemeente Pijnacker-Nootdorp” d.d. 30 maart 2010 van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft het geluidbeleid gebiedsgericht ontwikkeld. Voor verschillende gebieden worden geluidambities vastgelegd. Binnen de gemeente worden zes gebiedtypen onderscheiden, namelijk: Stromingszone, Centrum stedelijk, Woongebied, Glastuinbouw, Buitengebied, Bedrijventerrein. De appartementen aan de Korteweg bevinden zich conform opgave van de gemeente Pijnacker-Nootdorp in het gebied dat wordt getypeerd als “Centrum stedelijk”. Dit vanwege de sterke functiemenging. Voor dit gebied geldt voor wegverkeerslawaai als ambitieniveau een geluidklasse van 44 t/m 48 dB “redelijk rustig” met een bovengrens van 53 t/m 58 dB “zeer onrustig”. De woningen op de hoek van de wegen Kerkweg en Adam Pijnackerstraat bevinden zich in het gebied dat wordt getypeerd als “Woongebied”. Voor dit gebied geldt voor wegverkeerslawaai als ambitieniveau een geluidklasse van 44 t/m 48 dB “redelijk rustig” met een bovengrens van 49 t/m 53 dB “onrustig”. Conform bovengenoemd beleidsstuk kan er pas een hogere waarde worden verleend als voldaan wordt aan de hoofdcriteria uit de Wet geluidhinder.
Verder worden de volgende subcriteria bij het verzoek om een hogere waarde tot en met geluidklasse van 49 t/m 53 dB “onrustig” bij de afweging betrokken: •
indien mogelijk moet de afstand tussen de geluidbron en de nieuwe geluidgevoelige bestemming worden vergroot;
•
indien mogelijk moeten bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere wegdektypen) getroffen worden;
•
indien mogelijk moeten overdrachtsmaatregelen worden getroffen;
•
het stedenbouwkundig ontwerp dient zodanig vorm te worden gegeven dat zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat;
•
bij woningen/appartementen dient de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied;
•
de woning dient tenminste één geluidluwe gevel te bezitten;
•
bij nieuwe geluidgevoelige bestemmingen in de geluidklasse “onrustig” dient bij een aanvraag om bouwvergunning een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het bouwbesluit waarbij voor de geluidbelasting wordt uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting indien daar sprake van is.
De volgende subcriteria worden, naast de bovengenoemde, bij het verzoek om een hogere waarde tot en met geluidklasse van 53 t/m 58 dB “zeer onrustig” bij de afweging betrokken: •
het geluidsaspect dient vanaf het eerste ontwerp-stadium te worden betrokken;
•
bij appartementen en seniorenwoningen dient minimaal 1 verblijfsruimte aan de geluidsluwe zijde (gevel met een geluidsbelasting kleiner of gelijk aan de voorkeursgrenswaarde Wgh) te worden gesitueerd; bij éénsgezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan de geluidsluwe zijde of tenminste de woon- en hoofdslaapkamer aan de geluidluwe zijde.
pagina 8 van 16
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
4. Rekenresultaten en toetsing 4.1 Geluidbelasting wegverkeerslawaai In de navolgende tabellen 4.1 tot en met 4.5 zijn per bron de berekeningsresultaten van de toetspunten samengevat weergegeven. De volledige rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 5. Tabel 4.1: geluidbelasting t.g.v. het wegverkeer op de Europalaan toetspunt
t01
toetshoogte
geluidbelasting incl.
voorkeurs-
maximale
(m)
artikel 110g Wgh
grenswaarde
ontheffingswaarde
(dB)
(dB)
(dB)
48
63
alle
≤48
1,5 en 4,5
≤48
7,5
49
1,5
≤48
4,5
50
7,5
52
1,5 en 4,5
≤48
7,5
50
alle
≤48
t02
t03
t04
t05 t/m t21
Tabel 4.2: geluidbelasting t.g.v. het wegverkeer op de Korteweg (50 km/uur gedeelte) toetspunt
toetshoogte
geluidbelasting incl.
voorkeurs-
maximale
(m)
artikel 110g Wgh
grenswaarde
ontheffingswaarde
(dB)
(dB)
(dB)
48
63
1,5 en 4,5
54
7,5
53
1,5 en 4,5
55
7,5
54
1,5
50
4,5
51
7,5
50
alle
≤48
t01
t02
t03
t04 t/m t21
Tabel 4.3: geluidbelasting t.g.v. het wegverkeer op de Korteweg (30 km/uur gedeelte) toetspunt
toetshoogte
geluidbelasting incl.
richtwaarde1
maximale
(m)
artikel 110g Wgh
(dB)
ontheffingswaarde
(dB) alle
1
alle
≤48
(dB) 48
n.v.t.
Voor 30 km/uur wegen is een voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder niet aan de orde. In het kader van een
goede ruimtelijk ordening wordt de bijbehorende waarde van 48 dB als richtwaarde beschouwd.
pagina 9 van 16
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
Tabel 4.4: geluidbelasting t.g.v. het wegverkeer op de Kerkweg (30 km/uur) toetspunt
toetshoogte
geluidbelasting incl.
richtwaarde2
maximale
(m)
artikel 110g Wgh
(dB)
ontheffingswaarde
(dB) t01 t/m t16
alle
≤48
t17 en t18
alle
51
t19 t/m t21
alle
≤48
(dB)
48
n.v.t.
Tabel 4.5: geluidbelasting t.g.v. het wegverkeer op de Adam Pijnackerstraat (30 km/uur) toetspunt
toetshoogte
geluidbelasting incl.
richtwaarde2
maximale
(m)
artikel 110g Wgh
(dB)
ontheffingswaarde
(dB) alle
alle
≤48
(dB) 48
n.v.t.
Voor de 30 km/uur weg Adam Pijnackerstraat en het gedeelte van de Korteweg met een snelheidsregime van 30 km/uur geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Voor de 30 km/uur weg Kerkweg geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen op de hoek van de Kerkweg en Adam Pijnackerstraat de richtwaarde met maximaal 3 dB overschrijdt. Aangezien deze weg niet gezoneerd is, is een procedure hogere waarde voor deze appartementen niet aan de orde. Echter, in het kader van een goed woon- en leefklimaat is voor deze weg tevens inzichtelijk gemaakt of het mogelijk is om bron- en overdrachtsmaatregelen te treffen. Tevens is deze weg getoetst aan het hogere waarde beleid van de gemeente PijnackerNootdorp. Voor de gezoneerde wegen Europalaan en het gedeelte van de Korteweg met een snelheidsregime van 50 km/uur geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe appartementen aan de Korteweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt nergens overschreden.
Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet.
4.2 Overdrachtsmaatregelen Bij overdrachtsmaatregelen wordt bekeken of de geluidoverdracht tussen geluidbron en ontvanger kan worden belemmerd. Het aanleggen van een geluidscherm gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van de Kerkweg, Europalaan en het gedeelte van de Korteweg met een snelheidsregime van 50 km/uur tot de richtwaarde c.q. voorkeursgrenswaarde van 48 dB ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Om doelmatig te zijn dient het scherm namelijk dicht bij de bron of dicht bij de ontvanger te worden geplaatst. Tevens dient het scherm relatief hoog te zijn om doelmatig te zijn voor de 1e en 2e verdieping. Het aanleggen van een geluidscherm ontmoet bovendien overwegende bezwaren
2
Voor 30 km/uur wegen is een voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder niet aan de orde. In het kader van een
goede ruimtelijk ordening wordt de bijbehorende waarde van 48 dB als richtwaarde beschouwd.
pagina 10 van 16
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
van financiële aard. De kosten van een geluidscherm bedragen circa € 400,-/m2 zodat het vanuit financieel oogpunt niet realistisch is dat het bouwplan deze extra kosten kan dragen. Bij een hoogte van 8 meter en een lengte van circa 45 meter resulteert dit voor de Europalaan en het gedeelte van de Korteweg met een snelheidsregime van 50 km/uur reeds in een extra uitgave van circa € 144.000,-. Bij een hoogte van 4 meter en een lengte van circa 26 meter resulteert dit voor de Kerkweg in een extra uitgave van circa € 42.000,-. Voor het aanleggen van een geluidwal (in plaats van een geluidscherm) gelden dezelfde overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke en financiële aard. Een andere mogelijke overdrachtsmaatregel is normaal gesproken het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger. In de onderhavige situatie is echter al sprake van een afstand van circa 48, 8 en 9 meter tot de wegas van respectievelijk de Europalaan, de Korteweg en de Kerkweg. Aangezien een verdubbeling van deze afstand slechts 3 dB reductie oplevert, is het vergroten van deze afstand niet erg doeltreffend als maatregel.
4.3 Bronmaatregelen Bij maatregelen aan de geluidbron wordt bekeken of het geluidniveau van de veroorzaker van het geluid kan worden gereduceerd. Er twee oorzaken van geluidproductie, namelijk de mechanische geluiden van de automobielen en het geluid dat de banden op het wegdek maken. Mogelijke maatregelen zijn stillere voertuigen, verlaging van de maximum snelheid of een geluidreducerend wegdek. •
stillere voertuigen: een vermindering van mechanische geluiden kan alleen plaatsvinden door
•
verlaging van de maximum snelheid: op een verlaging van het snelheidsregime op een weg kan
•
geluidreducerend wegdek: een vermindering van het geluid dat de banden op het wegdek
de ontwikkeling van nieuwe technieken en is zodoende niet realistisch; de initiatiefnemer van het bouwplan geen invloed uitoefenen; veroorzaken is te realiseren door het toepassen van een geluidreducerend wegdek. De rekenresultaten na toepassing van een stiller wegdek (dunne deklagen B) op de Korteweg en de Kerkweg zijn in bijlage 7 opgenomen. Uit de rekenresultaten blijkt dat na toepassing van deze bronmaatregel de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen met respectievelijk circa 3 en 6 dB afneemt. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde voor de Korteweg nog altijd overschreden. Derhalve is deze maatregel niet erg doeltreffend. Voor de Kerkweg geldt dat de richtwaarde van 48 dB niet langer overschreden wordt. Het toepassen van dit type wegdek is echter niet wenselijk vanwege wringend verkeer, onder andere vanwege de uitrit van de Lidl. Daarbij ontmoet het toepassen van een stiller wegdek overwegende bezwaren van financiële aard. Vanuit financieel oogpunt is het namelijk niet realistisch dat het bouwplan de extra kosten van € 300,- per strekkende meter kan dragen. Bij een lengte van 80 meter resulteert dit voor zowel de Korteweg als de Kerkweg in een extra uitgave van circa € 24.000,-. Conform opgave van de gemeente Pijnacker-Nootdorp wordt de Europalaan in de toekomst reeds van stiller asfalt voorzien.
pagina 11 van 16
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
4.4 Geluidbeleid gemeente Pijnacker-Nootdorp Ten behoeve van het akoestisch onderzoek is tevens rekening gehouden met het document “Nota Hogere Grenswaarden Gemeente Pijnacker-Nootdorp” d.d. 30 maart 2010 van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De nieuwe appartementen aan de Korteweg bevinden zich in “Centrum stedelijk” gebied. Derhalve geldt voor wegverkeerslawaai een maximale ontheffingswaarde van 58 dB. De hoogste geluidbelasting op de gevels van de appartementen bedraagt 55 dB. Derhalve wordt de maximale ontheffingswaarde niet overschreden. Om een hogere waarde te kunnen verlenen worden tevens de subcriteria zoals genoemd in het document “Nota hogere grenswaarden” d.d. 30 maart 2010 van de gemeente Pijnacker-Nootdorp bij de afweging betrokken. 13 appartementen aan de Korteweg Het toepassen van overdrachtsmaatregelen en bronmaatregelen is in de voorgaande paragrafen besproken. De 13 appartementen aan de Korteweg schermen het achterliggende gebied af. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting op de noord-, west- en een gedeelte van de oostgevel de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. Derhalve beschikt niet ieder appartement zondermeer over een geluidluwe gevel.
Bij de uitwerking van plattegronden dient derhalve rekening gehouden te worden met de eis van een geluidluwe gevel voor de appartementen welke niet beschikken over een verblijfsruimte aan de oostelijke en/of zuidelijke gevel van het appartementengebouw. Tevens dient rekening te worden gehouden met de buitenruimte van deze appartementen, de geluidbelasting mag de ambitiewaarde van maximaal 48 dB niet overschrijden. Dit is enkel het geval ter plaatse van de buitenruimte aan de zuidzijde van de appartementen. Voor de appartementen aan de Korteweg is een onderzoek naar de geluidwering van de gevels nodig om vervolgens te kunnen voldoen aan de binnenwaarde conform het bouwbesluit. Het geluidsaspect is vanaf het eerste ontwerp-stadium betrokken. Bij de appartementen dient minimaal één verblijfsruimte aan de geluidluwe zijde te worden gesitueerd. Een geluidluwe gevel en buitenruimte kunnen bijvoorbeeld worden gerealiseerd door het toepassen van loggia’s met een voldoende hoge (nader te bepalen), geluidafschermende borstwering. Een alternatief is het toepassen van een SilentAir gevelscherm ter plaatse van gevelopeningen van minimaal 1 verblijfsruimte van de betreffende appartementen. 8 eengezinswoningen aan de Kerkweg Het toepassen van overdrachtsmaatregelen en bronmaatregelen is in de voorgaande paragrafen besproken. De woningen aan de Kerkweg schermen het achterliggende gebied af.
Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting op de oostgevel de richtwaarde van 48 dB overschrijdt. De plattegronden van de woningen zijn nog niet bekend. Echter, de woningen aan de Kerkweg betreffen eengezinswoningen. Derhalve kan ervan uitgegaan worden dat het doorzonwoningen zijn met verblijfsruimtes aan de geluidonbelaste achtergevel. Tevens beschikt iedere woning over een geluidluwe buitenruimte, gelegen aan de achtergevel. Voor de woningen welke direct aan de Kerkweg zijn gelegen, wordt in het kader van een goed woon- en leefklimaat een onderzoek naar de geluidwering van de gevels geadviseerd om vervolgens te allen tijde te kunnen voldoen aan de binnenwaarde conform het bouwbesluit. Het geluidsaspect is vanaf het eerste ontwerp-stadium betrokken.
pagina 12 van 16
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
4.5 Cumulatieve geluidbelasting Ten behoeve van de procedure hogere waarde dient conform artikel 110f Wgh de cumulatieve geluidbelasting te worden bepaald, indien sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron. Allereerst dient vastgesteld te worden of sprake is van een relevante blootstelling door verschillende geluidbronnen. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die te onderscheiden bronnen wordt overschreden. Conform de Wgh dienen voor de cumulatie de zoneplichtige wegen en spoorwegen en de geluidbelasting ten gevolge van industrie en/of luchtvaart meegenomen te worden. De cumulatieve geluidbelasting dient bepaald te worden conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (bijlage I, hoofdstuk 2 “Rekenmethode cumulatieve geluidsbelasting”). De correctie conform artikel 110g Wgh met betrekking tot wegverkeer wordt hierbij niet toegepast. Dit betekent dat in onderhavige situatie formeel gesproken de cumulatieve geluidbelasting enkel bepaald dient te worden voor de Europalaan en Korteweg. Echter in het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatieve geluidbelasting alsnog bepaald voor alle gemodelleerde wegen. De cumulatieve geluidbelasting op de gevels van de beoogde nieuwe appartementen en woningen is tevens opgenomen in bijlage 5.
4.6 Geluidwering gevels (GA;k) Volgens het bouwbesluit dient de karakteristieke geluidwering van de gevel GA;k voor verblijfsgebieden in een woning minimaal de in het vastgestelde besluit hogere waarde opgenomen hoogst toelaatbare geluidbelasting minus 33 dB te bedragen. Een gevel van een nieuwbouwwoning dient bovendien minimaal een GA;k van 20 dB te hebben. Aangezien voor de nieuwe appartementen aan de Korteweg sprake is van een procedure hogere waarde, is een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels van deze appartementen nodig. Aangezien voor de nieuwe eengezinswoningen op de hoek van de Kerkweg en Adam Pijnackerstraat geen sprake is van een procedure hogere waarde is een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels formeel gezien niet aan de orde. Gezien de hoogte van de cumulatieve geluidbelasting wordt echter, in het kader van een goed woon- en leefklimaat, alsnog geadviseerd een aanvullend onderzoek uit te voeren ter bepaling van de geluidwering van de gevels. Geadviseerd wordt aan te sluiten bij voornoemde nieuwbouweis waarbij voor de hogere waarde de cumulatieve geluidbelasting op de gevel kan worden aangehouden.
pagina 13 van 16
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
5. Samenvatting en conclusie In opdracht van od205 is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ontwikkeling aan de locaties Korteweg 1 en 3 en hoek Kerkweg - Adam Pijnackerstraat te Pijnacker. De plangebieden zijn op korte afstand van elkaar gelegen en zijn thans beide in gebruik als garagebedrijf. Op termijn zullen deze bedrijven plaats maken voor woningbouw. Beoogd wordt om 13 appartementen aan de Korteweg en 8 eengezinswoningen op de hoek van de Kerkweg en Adam Pijnackerstraat te realiseren. Het onderzoek dient te worden uitgevoerd ten behoeve van de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de wegen Europalaan en Korteweg. Het plan is tevens gelegen in de nabijheid van diverse 30 km/uur wegen. Derhalve is in het onderhavige akoestisch onderzoek tevens de geluidbelasting ten gevolge van de 30 km/uur wegen Korteweg (30 km/uur gedeelte), Kerkweg en Adam Pijnackerstraat inzichtelijk gemaakt. Voor de 30 km/uur weg Adam Pijnackerstraat en het gedeelte van de Korteweg met een snelheidsregime van 30 km/uur geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt.
Voor de 30 km/uur weg Kerkweg geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen op de hoek van de Kerkweg en Adam Pijnackerstraat de richtwaarde met maximaal 3 dB overschrijdt. Aangezien deze weg niet gezoneerd is, is een procedure hogere waarde niet aan de orde. Echter, in het kader van een goed woon- en leefklimaat is voor deze weg tevens inzichtelijk gemaakt of het mogelijk is om bron- en overdrachtsmaatregelen te treffen. Tevens is deze weg getoetst aan het hogere waarde beleid van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Voor de gezoneerde wegen Europalaan en het gedeelte van de Korteweg met een snelheidsregime van 50 km/uur geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe appartementen aan de Korteweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet.
Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van financiële, stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie eveneens niet doeltreffend. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) op de Korteweg geldt dat de voorkeurgrenswaarde nog altijd wordt overschreden. Deze geluidreducerende maatregel is derhalve niet doeltreffend. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet bovendien overwegende bezwaren van financiële aard. Voor de Europalaan geldt dat deze in de toekomst reeds van stiller wegdek zal worden voorzien. Ten behoeve van het akoestisch onderzoek is tevens rekening gehouden met het document “Nota Hogere Grenswaarden Gemeente Pijnacker-Nootdorp” d.d. 30 maart 2010 van de gemeente Pijnacker-Nootdorp.
pagina 14 van 16
documentkenmerk: 2002/168/RV-02, versie A
De nieuwe appartementen aan de Korteweg bevinden zich in “Centrum stedelijk” gebied. Derhalve geldt voor wegverkeerslawaai een maximale ontheffingswaarde van 58 dB. De hoogste geluidbelasting op de gevels van de appartementen bedraagt 55 dB. Derhalve wordt de maximale ontheffingswaarde niet overschreden. Om een hogere waarde te kunnen verlenen worden tevens de subcriteria zoals genoemd in het document “Nota hogere grenswaarden” d.d. 30 maart 2010 van de gemeente Pijnacker-Nootdorp bij de afweging betrokken. 13 appartementen aan de Korteweg Het toepassen van overdrachts- en bronmaatregelen is in de voorgaande paragrafen besproken. De 13 appartementen aan de Korteweg schermen het achterliggende gebied af. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting op de noord-, west- en een gedeelte van de oostgevel de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. Derhalve beschikt niet ieder appartement zondermeer over een geluidluwe gevel. Bij de uitwerking van plattegronden dient derhalve rekening gehouden te worden met de eis van een geluidluwe gevel voor de appartementen welke niet beschikken over een verblijfsruimte aan de oostelijke en/of zuidelijke gevel van het appartementengebouw. Tevens dient rekening te worden gehouden met de buitenruimte van deze appartementen, de geluidbelasting mag de ambitiewaarde van maximaal 48 dB niet overschrijden.
Dit is enkel het geval ter plaatse van de buitenruimte aan de zuidzijde van de appartementen. Voor de appartementen is een onderzoek naar de geluidwering van de gevels nodig om vervolgens te kunnen voldoen aan de binnenwaarde conform het bouwbesluit. Het geluidsaspect is vanaf het eerste ontwerp-stadium betrokken. Bij de appartementen dient minimaal één verblijfsruimte aan de geluidluwe zijde te worden gesitueerd. Een geluidluwe gevel en buitenruimte kunnen bijvoorbeeld worden gerealiseerd door het toepassen van loggia’s met een voldoende hoge (nader te bepalen), geluidafschermende borstwering. Een alternatief is het toepassen van een SilentAir gevelscherm ter plaatse van gevelopeningen van minimaal 1 verblijfsruimte van de betreffende appartementen. 8 eengezinswoningen aan de Kerkweg Het toepassen van overdrachts- en bronmaatregelen is in de voorgaande paragrafen besproken. De woningen schermen het achterliggende gebied af. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting op de oostgevel de richtwaarde van 48 dB overschrijdt. De plattegronden van de woningen zijn nog niet bekend. Echter, de woningen aan de Kerkweg betreffen eengezinswoningen. Derhalve kan ervan uitgegaan worden dat het doorzonwoningen zijn met verblijfruimtes aan de geluidonbelaste achtergevel. Tevens beschikt iedere woning over een geluidluwe buitenruimte, gelegen aan de achtergevel.