CConstaterende datPijnacker-Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5a - Toelichting OBP Kruispunt Katwijkerlaan-Nieuwkoopseweg-Vlielandseweg

Raad Besluitvorming 30 maart 2023, gemeente Pijnacker-NootdorpBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/ Vlielandseweg10.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.9

Natuur

De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven.

26

od205 | bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg

Gebiedsbescherming Het plangbied ligt niet binnen de begrenzing van een natuurgebied, natuurnetwerk en Natura-2000 gebieden. Het dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebied is Westduinpark & Wapendal. Dit natuurgebied ligt op circa 14 kilometer ten noordoosten van het plangebied. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de AERIUS Calculator moet en kan voor dit plan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. Echter is per 1 juili 2021 de Wet en het Besluit (Stikstofwet) van kracht. Belangrijk onderdeel van het Besluit is de bouwvrijstelling. Kort gezegd houdt deze vrijstelling in dat de aanlegfase van ontwikkelingen vrijgesteld is van de vergunningplicht Wet natuurbescherming en dat voor deze fase geen stikstofberekening meer nodig is. De bouwvrijstelling betreft een partiële vrijstelling, omdat deze alleen geldt voor tijdelijke stikstofemissies tijdens sloop, aanleg en bouwactiviteiten. De vrijstelling geldt niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase. In dit plan is sprake van de herinrichting van het bestaande kruispunt. Dit is geen ontwikkeling die leidt tot extra verkeer. Het plan zelf heeft geen verkeersaantrekkende werking. De weg wordt aangepast voor een betere afwikkeling van het bestaande verkeer.

Om die reden is geen extra stikstofemissie te verwachten en kan een negatief effect op Natura-2000 gebieden worden uitgesloten. Er is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig, er geldt ook geen 'aanhaakplicht' in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning.

Soortenbescherming Uit het ecologische onderzoek, uitgevoerd door Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot, van 29 oktober 2021 blijkt dat er beschermde soorten aangetroffen zijn binnen het onderzoeksgebied (zie Bijlage 2). Dit onderzoeksgebied strekt zich verder uit dan het plangebied. Uit de bevindingen en conclusies in het rapport kan afgeleid worden dat ter plaatse van de herinrichting van het kruispunt geen vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten verblijven. Geconcludeerd kan worden dat er naar verwachting geen beschermde soorten geschaad worden door de herinrichting van het kruispunt.

4.10

Verkeer en parkeren

Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. Het voorgenomen plan betreft de herinrichting van een bestaand kruispunt. Parkeren en verkeersgeneratie spelen hierbij geen rol. Het plan wordt uitgevoerd ten behoeve van verbetering van de verkeersveiligheid.

4.11

Water

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Waterklimaatplan Pijnack er-Nootdorp 2017-2020 De gemeente Pijnacker-Nootdorp en het Hoogheemraadschap van Delfland zien de impact van klimaatveranderingen op hun beheergebied en erkennen dat er nu gehandeld moet worden! Dit is geheel in de lijn van de Regionale Adaptatie Strategie Haaglanden (RAS), het Manifest Klimaatbestendige Stad en de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Overheden hebben hier afgesproken om in 2050 zoveel

27

gemeente Pijnacker-Nootdorp

mogelijk klimaatadaptief te zijn met als tussendoel dat klimaatadaptatie in 2020 onderdeel is van beleid en handelen. Daarom heeft de gemeente samen met Delfland dit Waterklimaatplan 2017-2020 opgesteld waarin naast de maatregelen voor de komende vier jaar ook toekomstige kansen worden benoemd. Integraal waterbeheer in Pijnacker-Nootdorp moet zorgen voor droge voeten, een gezond watersysteem en een optimale beleving van het water. Voor droge voeten zijn de belangrijkste maatregelen: keringen en watergangen op orde houden; water vasthouden waar het valt; het overige water zoveel mogelijk op een plek verzamelen waar het geen overlast veroorzaakt; en als het niet meer regent het water afvoeren. Om het water vast te houden, gaan ze zoveel mogelijk ontharden en groene daken en waterdoorlatende verharding aanleggen. Om het water te bergen, worden functies van percelen en bestemmingen gewijzigd, verharde oppervlakten afgekoppeld van de gemengde riolering en wordt waterafvoer door infiltratie (WADI) ingezet. Om het water af te voeren, worden grotere duikers aangelegd en watergangen verbreed. Voor voldoende water zijn de belangrijkste aandachtspunten: verdroging en het inlaten van zoet en schoon water. Voor een gezond watersysteem is de ecologische en chemische waterkwaliteit belangrijk.

In het waterklimaatplan zijn geen specifieke maatregelen of kansen opgenomen die van toepassing zijn op het plangebied of in de directe omgeving.

Watersleutel / voldoende water Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast en moet worden gecompenseerd door extra waterberging aan te leggen. Daarnaast vindt Delfland het belangrijk dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met hevigere neerslag door klimaatverandering. De watersleutel berekent daarom de benodigde waterberging, zowel voor het compenseren van verharding als om gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Het Hoogheemraadschap van Delfland hanteert als waterbeheerder het ‘stand still’-principe. Elke toename van verhard oppervlak dient gecompenseerd te worden in de vorm van open water of op een andere geschikte wijze. De bestaande oppervlakte aan verhardingen en bebouwing bedraagt circa 2.047 m². De toekomstige verharding bedraagt circa 1.921 m². In de bestaande situatie is het plangebied aan 133 m² onverhard en in de toekomstige situatie is dat 259 m². De oppervlakte aan water binnen het plangebied is zowel in de huidge situatie als in de toekomstige situatie 113 m². Conform de watersleutel van Delfland is in de toekomstige situatie een oppervlakte aan waterberging nodig van 135 m² (8,4 m³).

De gemeente heeft een afspraak gemaakt met het waterschap dat het te compenseren water wordt gerealiseerd in het peilgebied 'de Oude Polder van Pijnacker'. Hiermee wordt voldaan aan de watersleutel.

Stevige dijken: Veiligheid en waterk eringen Het plangebied ligt in een regionale waterkering met een beschermingszone (zie afbeelding 6). Het gaat om het traject 335. 336 en 337 met de poldernaam 'Droogmaking in de Oude Polder van Pijnacker'. Daarnaast ligt het plangebied deels in primair water (leggercode POL21301247).

28

od205 | bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg

Afbeelding 6 | Uitsnede Legger (bron: Hoogheemraadschap van Delfland)

In de waterstaatswerken wordt met behulp van de Keur maximaal bescherming geboden tegen ongewenste activiteiten en objecten die het functioneren of het beheer van de waterkering in gevaar brengen. Medegebruik van de waterkering voor onderliggende functies als wonen of recreatiegebied kan onder voorwaarden toegestaan worden. De voorwaarden zijn afhankelijk van de zone waarin het medegebruik plaatsvindt. In deze zone kan medegebruik in principe het functioneren of het beheer van de waterkering in gevaar brengen. Voor de beoordeling of in deze zone medegebruik kan worden toegestaan, is het belangrijk te bepalen hoe het medegebruik is gesitueerd ten opzichte van het leggerprofiel, wat de kenmerken zijn van de waterkering en zijn omgeving, wat de gevolgen van het medegebruik zijn voor het beheer van de waterkering en wat het belang is van het medegebruik. In dit geval is het medegebruik, net als in de bestaande situatie, bestemd voor verkeer. In die zin kan de waterkering blijven functioneren. Echter is op basis van de Keur verboden zonder (water)vergunning waterstaatswerken aan te leggen of te wijzigen. In dit geval wordt een steunberm aangelegd, waardoor het wegprofiel wordt verbreed. Door deze aanpassing is een (water)vergunning benodigd. Verder geldt voor zowel de kade Nieuwkoopseweg als de kade Katwijkerlaan een ophoogopgave voor Hoogheemraadschap Delfland.

Voor de woningen Vlielandseweg 155-157 en Nieuwkoopseweg 1 is dat een aandachtspunt qua afwatering in relatie tot vloerpeilen en voordeurdrempels.

4.12

Milieu Effect Rapportage

In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht.

29

gemeente Pijnacker-Nootdorp

In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het bestemmingsplan maakt geen activiteit mogelijk die genoemd is in onderdeel D van het Besluit m.e.r.. Een beoordeling of besluit is dan ook niet benodigd.

4.13

Conclusie

Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.

30

od205 | bestemmingsplan Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Onderhavige ontwikkeling betreft geen bouwplan als genoemd in artikel 6.2.1 van het besluit ruimtelijke ordening. De financiële uitvoerbaarheid van het onderhavige plan is daarnaast verzekerd doordat voor het herstructureren van het kruispunt op 27 mei 2021 een uitvoeringskrediet is vastgesteld door de raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Hiermee is aangetoond dat de herstructurering uitvoerbaar is.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, de veiligheidsregio en het waterschap. Gelet op de betrokken belangen is het waterschap nauw betrokken bij de voorbereiding van het voorliggende ontwerpbestemmingsplan. Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.

31

gemeente Pijnacker-Nootdorp

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12446926/1