Bijlage 5 - Concept-zienswijze wijziging GR Avalex
Tekst van het document
Oranjeplein 1, 2641 EZ Pijnacker Postbus 1, 2640 AA Pijnacker telefoon 14 015 e-mail info@pijnacker-nootdorp.nl internet www.pijnacker-nootdorp.nl adres post
Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de aan de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Reinigingsbedrijf Avalex 2018 deelnemende gemeenten, p.a. Postbus 16428, 2500 BK Den Haag
onderwerp nadere informatie
Zienswijze concept tweede wijziging gemeenschappelijke regeling Regionaal Reinigingsbedrijf Avalex J.D. Poot
verzenddatum
1419558 1262767 uw brief van 22 december 2022 uw kenmerk 2022026
zaaknummer
briefnummer
Geachte colleges, Wij hebben uw verzoek om een zienswijze te geven op het concept voor de tweede wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Reinigingsbedrijf Avalex 2018 in onze vergadercyclus van mei besproken. Het concept geeft ons aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen. Wij hanteren hierbij de opbouw van hoofdstuk 3 van uw toelichting op de wijzigingen.
ad 1 Aanpassen termijnen begrotingscyclus (artikelen 34 en 35 Wet gemeenschappelijke regelingen) In uw conceptregeling stelt u voor in artikel 16, eerste lid, van de gemeenschappelijke regeling op te nemen dat het bestuur de ontwerpbegroting ten minste 12 weken voordat deze wordt vastgesteld aan de raden zendt. Mocht u zich aan deze uiterste termijn houden, dan zou behandeling van de zienswijze midden in de zomervakantie vallen. Gelet hierop geven wij er de voorkeur aan dat in genoemd artikel wordt opgenomen dat de ontwerpbegroting voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient aan de raden wordt gezonden. Dat sluit aan bij de staande praktijk waarin de ontwerpbegroting gelijktijdig met de algemene en financiële en beleidsmatige kaders aan de raden wordt aangeboden. De datum voor het aanbieden van de kadernota is, naar aanleiding van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling, gewijzigd van 15 naar 30 april (zie artikel 15 van de concept regeling).
ad 3 Zienswijzeprocedure voor besluiten (artikel 10 van de Wet gemeenschappelijke regelingen) In uw conceptregeling stelt u voor artikel 12, achtste lid, als volgt te formuleren: In aanvulling op de in de wet genoemde besluiten die voor zienswijzen dienen te worden voorgelegd aan de raden van de deelnemers, kan het bestuur van Avalex een voorgenomen besluit dat belangrijke wijziging van de strategie betekent of belangrijk gevolg voor de toekomst van Avalex heeft, ook voor zienswijzen voorleggen aan de raden. Wij vinden deze ‘kan-bepaling’ te vrijblijvend en dringen erop aan het laatste deel van dit lid als volgt te formuleren: legt het bestuur van Avalex een voorgenomen besluit dat een belangrijke wijziging van de strategie betekent of een belangrijk gevolg voor de toekomst van Avalex heeft, ook voor zienswijzen voor aan de raden. U kiest er voor in de regeling geen specifieke besluiten te noemen die in aanmerking komen voor een
pagina
1/2
zienswijzeprocedure, daar dit beperkend kan werken voor de raden. Het door u het achtste lid gebruikte woord ‘belangrijk(e)’ is echter vaag. Wij dringen er bij u op aan in voorkomende gevallen de zinsneden ‘belangrijke wijziging van de strategie’ en ‘belangrijk gevolg voor de toekomst van Avalex’ ruim uit te leggen. ad 5 Actieve informatieplicht (artikel 17 Wet gemeenschappelijke regelingen) Wij hebben moeite met de uitwerking van de actieve informatieplicht in artikel 12, zesde lid, van de conceptregeling. De woorden ‘indien daar behoefte aan is’ duiden eerder op een passieve informatieplicht, een reactie op een vraag/verzoek vanuit de deelnemers. Wij vinden dat in dit lid moet worden aangegeven in welke specifieke gevallen of over welke specifieke onderwerpen de raad actief, zonder tussenkomst van het college, wordt geïnformeerd. ad 6 Afspraken over evaluatie (artikel 11a van de Wet gemeenschappelijke regelingen) Hoewel de in artikel 19, eerste lid, van de conceptregeling opgenomen termijn van vijf jaar arbitrair is gaan wij hiermee akkoord. ad 7 Afspraken over uittreding (artikel 9, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen De in artikel 21 van de conceptregeling opgenomen afspraken zijn wat ons betreft duidelijk en wij gaan hiermee akkoord.
Tot slot merken wij op dat wij ook akkoord gaan met de op basis van hoofdstuk 4, vanwege eerdere bestuursbesluiten, in de conceptregeling opgenomen wijzigingen.
Hoogachtend, de raad van Pijnacker-Nootdorp,
Arjen van der Lugt griffier
pagina
2/2
Björn Lugthart voorzitter