Bijlage 5.1.1. Toelichting obp onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
Tekst van het document
ontwerp | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan status: ontwerp datum: 29 juli 2021 IMRO-IDN: NL.IMRO.1926.bp000210133-3001 Opgesteld door: Marik Waterman (Juust B.V.)
od205 | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
Inhoudsopgave Toelichting
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Beschrijving project Juridische regeling
7 10
Beleidskader
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Kwaliteit van de leefomgeving
Inleiding Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Water Milieu Effect Rapportage Conclusie
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
5 5 6 6 7
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
5
Het project
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Inleiding
Algemeen Plangebied Doel Leeswijzer
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
5
15 15 16 19 25 25 25 27 29 30 40 40 41 42 43 49 51 51
Uitvoerbaarheid
53
Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53 53
3
gemeente Pijnacker-Nootdorp
4
od205 | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
Toelichting
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Algemeen
Aan de Groen van Prinstererlaan 1 in Pijnacker is de Octantschool 'Schatkaart' gevestigd. Dit is een christelijke basisschool. Het gebouw is verouderd en is aan vervanging toe. De gemeente Pijnacker-Nootdorp is voornemens om de locatie te (her)ontwikkelen voor de vestiging van twee zogenaamde integrale kindcentra (IKC), de huidige Schatkaart en de Casaschool, momenteel gevestigd aan de Goudenregensingel 25a in Pijnacker. Daarnaast is het ook de bedoeling om een kinderdagopvang en sportaccommodatie te realiseren. De locatie aan de Groen van Prinstererlaan blijft nodig voor de onderwijsvoorzieningen en is geschikt en passend voor nieuwbouw van een scholencluster. Verder wordt ook de Groen van Prinstererlaan heringericht ten behoeve van parkeermogelijkheden en een betere verkeersafwikkeling. De gemeenteraad heeft in mei 2020 besloten dat aan de Groen van Prinstererlaan nieuwbouw wordt gerealiseerd. De nieuwbouwplannen op deze locatie zijn vanwege de bouwhoogte, oppervlakte en deels niet-passende bestemming in strijd met het geldende bestemmingsplan 'Pijnacker-Noord'. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken is het opstellen van een nieuw (postzegel)bestemmingsplan benodigd. Een belangrijk uitgangspunt is dat voor het bestemmingsplan een uitgebreid participatietraject met de omgeving is doorlopen.
De wensen en behoeften en de door de gemeente opgestelde ruimtelijke randvoorwaarden vormen samen het kader voor dit bestemmingsplan.
1.2
Plangebied
Het plangebied ligt aan de noordkant van de kern Pijnacker binnen de wijk Pijnacker-Noord. Het plangebied is gelegen tussen de Groen van Prinstererlaan, Meidoornlaan, Acacialaan en Park Berkenoord (zie afbeelding 1).
5
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Afbeelding 1 | Ligging plangebied (bron: PDOK, bewerking Juust B.V.)
Het plangebied bestaat uit verschillende kadastrale percelen. In totaal heeft het plangebied een oppervlakte van ongeveer 11.270 m². Het plangebied ligt centraal in de wijk, goed ontsloten voor fietsers, wandelaars en autoverkeer. Het is tevens de plek waar het groen en de waterstructuren van de wijk samenkomen: het groene hart van de wijk.
Afbeelding 2 | Luchtfoto met plangrens (bron: PDOK, bewerking Juust B.V.)
1.3
Doel
Het doel van dit bestemmingsplan is het voorgenomen plan planologisch mogelijk te maken. Het vaststellen van dit bestemmingsplan vormt de basis om met één of meer omgevingsvergunningen de uitvoering van het plan mogelijk te maken.
1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit deze toelichting, regels en een verbeelding. Deze toelichting bestaat naast dit inleidende hoofdstuk uit vier hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het initiatief toegelicht en de daarbij horende juridische regeling. Hoofdstuk 3 beschrijft het geldende beleidskader. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de verschillende omgevingsaspecten beoordeeld. In hoofdstuk 5 wordt tot slot de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.
6
od205 | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving project
2.1.1
Huidige situatie
Het project
Het plangebied bestaat voornamelijk uit verouderde gebouwen van de christelijke basisschool de Schatkaart (zie afbeelding 3). Dit betreft een school met één bouwlaag. Aan de noordkant binnen het plangebied is het schoolplein gelegen en de Groen van Prinstererlaan, als doorgaande route van de Meidoornlaan naar de Acacialaan en vice versa. Aan de oostzijde is momenteel sprake van een braakliggend stuk grond, dat momenteel als tijdelijke groenvoorziening ingericht is. Voorheen stond op deze locatie eveneens een schoolgebouw. Hier was oorspronkelijk woningbouw voorzien (zie 2.2.1 Geldend bestemmingsplan). De zuid- en (deels) westkant van het projectgebied wordt begrensd door een watergang die een ecologisch waardevolle zone betreft door de aanwezigheid van twee faunapassages, takkenrillen en een zwak aflopend talud aan één zijde. Deze zone is geen onderdeel van natuurnetwerk Pijnacker.
Afbeelding 3 | Huidige situatie plangebied vanaf Groen van Prinstererlaan (bron: Google Maps)
De Casaschool zit nu voor een deel aan de Goudenregensingel (Berkenhof) en voor een deel in de schoolgebouwen in Koningshof. Ruimtelijk past een schoolgebouw op de locatie aan de Goudenregensingel midden in een woonwijk goed. Echter het beschikbare aantal vierkante meters (i.e. de fysieke ruimte) is op deze locatie te klein voor de huisvesting van de Casaschool. Voor de locatie Koningshof geldt dat uit verkeersonderzoek blijkt dat extra maatregelen nodig zijn om de verkeerssituatie rondom het scholencomplex Koningshof te verbeteren. Deze benodigde maatregelen
7
gemeente Pijnacker-Nootdorp
zijn zodanig ingrijpend in de structuur van de wijk, dat deze ruimtelijk niet aanvaardbaar zijn. Daarnaast was er een niet eerder voorziene groei van zowel de Schatkaart, als de Josephschool, waardoor een andere oplossing voor permanente huisvesting van zowel de Casaschool, als de Schatkaart in beeld kwam. Namelijk de locatie aan de Groen van Prinstererlaan.
2.1.2
Toekomstige situatie
In de nieuwe situatie wordt de bestaande bebouwing volledig gesloopt. Het plangebied wordt ingericht met de nieuwbouw van de twee integrale kindcentra (IKC) de Schatkaart en de Casaschool. De Casaschool bestaat uit 21 lokalen voor 16 groepen onderwijs en 5 groepen kinderdagopvang. De Schatkaart bestaat uit 11 lokalen voor 8 groepen onderwijs en 3 groepen kinderopvang. Naast de twee scholen komt er nog een binnensportvoorziening, bestaande uit één zaaldeel voor het bewegingsonderwijs. De zaal is ook buiten schooltijd te gebruiken. Op de onderstaande afbeelding zijn de ruimtelijke kaders weergegeven voor het toekomstige bouwplan. De multifunctionele accommodatie dient binnen het bouwvlak (blauwe contour) te worden gebouwd. Het bouwvlak is ongeveer 3.900 m² en mag maximaal 75% bebouwd worden. Dit betekent een oppervlakte van 2.925 m². De multifunctionele accommodatie bestaat uit verschillende aaneengeschakelde bouwvolumes en is één ontwikkeling. De scholen mogen maximaal twee bouwlagen hoog zijn, de binnensportvoorziening/sportaccommodatie mag één hoge bouwlaag hebben. De maximale bouwhoogte voor alle gebouwen is 9 meter (uitgezonderd technische ruimtes).
Afbeelding 4 | Toekomstige situatie plangebied (bron: gemeente Pijnacker-Nootdorp)
8
od205 | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
Verder blijft het huidige groen en de watergang aan de zuidkant behouden. Aan de noordkant van het plangebied wordt het openbaar gebied heringericht om te zorgen voor een goede verkeersafwikkeling. Hier is het mogelijk om kinderen te halen en te brengen en te parkeren.
2.1.3
Ruimtelijke kwaliteit
Om naast de groene inpassing aan de zuidkant en deels de oost- en westkant nog meer ruimtelijke kwaliteit toe te voegen, zijn er randvoorwaarden opgesteld aan de multifunctionele accommodatie. Voor de oriëntatie en uitstraling van het gebouw is het de bedoeling dat het gebouw een zorgvuldige architectonische uitstraling heeft en tijdloos is (zie afbeelding 5).
Afbeelding 5 | Sfeerimpressie (bron: gemeente Pijnacker-Nootdorp)
Verder dient het gebouw een alzijdige oriëntatie te hebben en heeft meerder gezichten, die de scholen identiteit geven, binnen de architectonische uitstraling van één gebouw. De hoofdentrees van de twee scholen en de sportaccommodatie bevinden zich aan de Groen van Prinstererlaan en het kleurgebruik is warm en ingetogen en ligt binnen de schakeringen van omliggende bebouwing. De toe te passen materialen zijn duurzaam en worden mooier naarmate ze ouder worden. Het gebouw dient natuurinclusief gebouwd te worden, in elk geval dienen er neststenen in de gevel aangebracht te worden. Bijgebouwen zoals fietsenstallingen en een materiaalberging zijn toegestaan binnen het plangebied, mits minimaal 5 meter uit de voorgevellijn grenzend aan de Groen van Prinstererlaan. In het daadwerkelijke plan moet ten slotte rekening worden gehouden met verharding. Hierbij is het uitgangspunt alleen verharden wat moet. Het fietsparkeren kan bijvoorbeeld op grastegels. Verhardingen worden vertraagd afgewaterd, mogelijk via wadi's, via bermen/oevers of speciale voorzieningen.
9
gemeente Pijnacker-Nootdorp
2.2
Juridische regeling
2.2.1
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Pijnacker_Noord' van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Dit bestemmingsplan is op 30 mei 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. De gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor 'Maatschappelijk', 'Wonen', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Groen'.
Afbeelding 6 | Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking: Juust)
Binnen het geldende bestemmingsplan hebben de gronden waarop de Schatkaart is gerealiseerd de bestemming ‘Maatschappelijk’, met een functieaanduiding 'onderwijs'. Ter plaatse van deze aanduiding is onderwijs en opvoeding toegestaan. De maximale bouwhoogte voor een groot deel van het bouwvlak bedraagt 3 resp. 4 meter. Daarnaast is ruimte voor een accent van 5 meter. De maximale oppervlakte van de toegestane bebouwing wordt beperkt door de aanwezigheid van een bouwvlak, waarbinnen vervolgens maar 70% mag worden bebouwd. De gronden aan de oostzijde hebben voornamelijk een woonbestemming. Binnen de bouwvlakken mogen 2-onder-1-kapwoningen worden gebouwd met een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 9 meter. Over het gehele plangebied ligt de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 4’. Voor deze gronden geldt dat er mag worden gebouwd, tenzij de grond- of graafwerkzaamheden dieper gaan dan de vrijstellingsdiepte van 1 meter onder peil en het te verstoren oppervlak groter is dan 200 m². Als dit het geval is dan dient er archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden waarin wordt aangetoond dat op de betreffende locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein in voldoende mate worden veilig gesteld (zie 4.2 Archeologie en cultuurhistorie).
Verder ligt over een deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterkering'. Deze dubbelbestemming maakt de functie 'waterkering' prioritair ten opzichte van de andere bestemmingen
10
od205 | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
van deze gronden. De regels van deze bestemming bepalen dat het bouwen en gebruik krachtens de andere bestemmingen geen afbreuk mogen doen aan de functie 'waterkering'. De nieuwbouwplannen op deze locatie zijn vanwege de bouwhoogte, oppervlakte en deels niet passende bestemming in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken is het opstellen van een nieuw (postzegel)bestemmingsplan benodigd.
2.2.2
Planuitwerking
Dit bestemmingsplan heeft tot doel om de verouderde schoollocatie te transformeren tot een scholencluster waarbij de aan de oostkant gelegen, onbenutte woonbestemmingen, worden wegbestemd. Voor de plansystematiek is aangesloten op de systematiek van het bestemmingsplan 'Pijnacker_Noord' waarbij de implementatie van de standaardregels van de gemeente zijn verwerkt. Onder de bestemming 'Maatschappelijk' is in afwijking hiervan wel de aanduiding 'gevellijn' opgenomen om de oriëntatie van de gebouwen aan te geven. Vanuit de ruimtelijke voorwaarden is het namelijk wenselijk om de hoofdentrees van de twee scholen en de sportaccommodatie aan de kant van de Groen van Prinstererlaan te situeren.
2.2.3
Juridische planbeschrijving
In de Wet ruimtelijke ordening met bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van de gemeente, provincies en het rijk,. In de ministeriële 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening' hierna (Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP 2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen, die tot doel heeft om te komen tot een geüniformeerde en gestandaardiseerde opzet van bestemmingsplannen in Nederland. Deze methodiek is onverkort gevolgd. Het bestemmingsplan is daarbij tevens digitaal vervaardigd en is daarom ook digitaal raadpleegbaar via internet. Naast het feit dat de bestemmingen, aanduidingen en weergave van de verbeelding gestandaardiseerd zijn, vloeit de redactie van de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti dubbeltelbepaling rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. De beleidsmatige inhoud van het bestemmingsplan is niet gestandaardiseerd. De gemeente behoudt haar vrijheid ten aanzien van de inhoud en vormgeving aangaande de toelichting.
Verbeelding De verbeelding geeft de bestemmingen weer. Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie-, en maatvoeringsaanduidingen aangegeven worden, waarbinnen een aantal specifieke bouwregels en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. De topografische ondergrond die gebruikt is als basis voor de verbeelding heeft geen juridische status.
Regels Algemeen De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: - Hoofdstuk 1 Inleidende regels - Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels - Hoofdstuk 3 Algemene regels - Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
11
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Inleidende regels Begripsbepalingen en Wijze van meten De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte etc. moeten worden gemeten.
Bestemmingsregels Groen Binnen het plangebied is een klein deel bestemd als groen. Dit groen behoort tot de aan de zuidkant gelegen groenstrook. Behalve voor beplantingen zijn de gronden ook bestemd voor groen- en speelvoorzieningen, watergangen en -partijen, fiets- en voetpaden, parkeerplaatsen, in- en uitritten en andere, ondergeschikte verhardingen. Maatschappelijk De huidige bestemming 'Maatschappelijk' is overgenomen uit het moederplan en afgestemd op de standaardregels van de gemeente. Binnen deze bestemming is het scholencluster mogelijk. De bebouwing dient binnen het bouwvlak gerealiseerd te worden. De oriëntatie van de gebouwen is gericht naar de Groen van Prinstererlaan. Hiervoor is een gevellijn opgenomen. Daarnaast geldt een bebouwingspercentage van 75% en een maximale bouwhoogte van 9 meter. De scholen mogen maximaal twee bouwlagen hoog zijn, de sporthal één bouwlaag. Verkeer - Verblijfsgebied De huidige bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' is overgenomen uit het moederplan en afgestemd op de standaardregels van de gemeente. Binnen deze bestemming zijn wegen, met de daarbij behorende in- en uitvoegstroken, in- en uitritten, voetpaden, fietsstroken en -paden, parkeerstroken en -voorzieningen, opstelstroken, bushaltes en andere verhardingen toegestaan.
Waterstaat-Waterkering De voor ‘Waterstaat – Waterkering’ aangewezen gronden zijn naast de overige daaraan gegeven bestemmingen primair bestemd voor de kering van water alsmede primaire waterkeringen. Er mogen, na overleg met de waterbeheerder, slechts bouwwerken, geen gebouwen zijnde van geringe omvang worden gebouwd. Daarnaast is een aanlegvergunningenstelsel van toepassing op activiteiten met effect op de waterkeringen.
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijv. ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Algemene bouwregels Dit artikel bevat een aantal algemene bepalingen ten aanzien van het overschrijden van de bouwgrenzen van verschillende bij gebouwen horende elementen zoals galerijen, afdaken en erkers. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het gebruik van gronden en bouwwerken. Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij omgevingsvergunning af te wijken van de maximum toegestane bouwhoogte en voor het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bouwgrenzen voor zover dit voor een praktische uitvoering van het plan noodzakelijk is.
12
od205 | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden, zoals het overschrijden van bestemmingsgrenzen.
Overgangs- en slotregels In deze regels is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.
13
gemeente Pijnacker-Nootdorp
14
od205 | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte vastgesteld (SVIR). Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Hiernaar wordt gestreefd middels een krachtige aanpak die gaat voor een excellent internationaal vestigingsklimaat, ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Belangrijk thema in deze structuurvisie is de ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is niet concreet vastgelegd.
De functie 'accommodaties voor maatschappelijke functies', zoals een school, wordt in de jurisprudentie aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. In dit geval is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling op betreffende locatie ondanks er vooral sprake is van herstructurering van een bestaande functie. Het extra ruimtebeslag in de vorm van het terrein is ongeveer 3.340 m². Dit heeft te maken met de aan de oostkant gelegen woon- en verkeersbestemming die in het plangebied worden betrokken. Verder is momenteel sprake van één gebouw van ongeveer 1.300 m². Planologisch gezien kan er een gebouw komen van ongeveer 1.780 m² (70% van 2.545 m² bouwvlak). In de nieuwe situatie is het bouwvlak ongeveer 3.900 m² en mag maximaal 75% bebouwd worden. Dit betekent een oppervlakte van 2.925 m² aan bebouwing. Hierdoor wordt er meer bruto-vloeroppervlakte mogelijk gemaakt.
Behoefte In Pijnacker Noord laten de Schatkaart (en de Josephschool) een niet eerder voorziene groei van het aantal leerlingen zien. Deze groei is zodanig dat meer lokalen nodig zijn. Deze uitbreiding past niet goed op de locatie van de Josephschool. De eerder voorgenomen realisatie van IKC Pijnacker Noord komt hiermee onder druk te staan. Met het vaststellen van de IKC-visie en het Strategisch huisvestingsplan PN (april 2016) en het IKC-Uitvoeringsprogramma 2018-2024 (januari 2019) had de gemeenteraad een aantal besluiten genomen. Onder andere dat de permanente huisvesting van de Casaschool in het scholencomplex Koningshof zou plaats moeten vinden en de realisatie van IKC Pijnacker Noord voor de Josephschool, de Schatkaart en Skippy/PePijn vindt plaats op de locatie van de Josephschool. Echter, nieuwe ontwikkelingen veranderde deze situatie.
Op 28 mei 2020 besloot de gemeenteraad: de locatie Groen van Prinstererlaan aan te wijzen als nieuwe locatie voor IKC Pijnacker Noord (bestaande uit de Schatkaart en Skippy/PePijN) en permanente huisvesting van de Casaschool; permanente huisvesting van de Casaschool niet te realiseren in het scholencomplex Koningshof en de hiervoor gestarte bestemmingsplanprocedure te beëindigen; geen uitbreiding bij de Josephschool te realiseren voor IKC Pijnacker Noord; het scholencomplex Koningshof te renoveren op het moment dat de nieuwe functies bekend zijn.
15
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Dit heeft te maken met, als gevolg van een nieuw onderwijsconcept, groei van het aantal leerlingen bij de Schatkaart. Met deze groei was bij het vaststellen van het IKC-Uitvoeringsprogramma 2018-2024 geen rekening gehouden. Ook voor de Josephschool wordt een lichte groei van het aantal leerlingen verwacht. De uitbreidingsmogelijkheden op het terrein van de Josephschool zijn echter beperkt. Het realiseren van meer oppervlakte voor onderwijs en opvang leidt tot minder schoolplein en dat is onwenselijk. Het huidige gebouw van de Schatkaart is verouderd, technisch in slechte staat en inefficiënt op de kavel gesitueerd. Het gebouw kan daarom het beste worden vervangen door nieuwbouw. De locatie aan de Groen van Prinstererlaan (inclusief de voor wonen bestemde Stanislas 2 locatie) is groot genoeg voor permanente huisvesting van de Casaschool. Hiermee komt de geplande woningbouwontwikkeling op de Stanislas 2 locatie te vervallen. Uit een locatieverkenning (zie Bijlage 1) en een verkeersonderzoek/haalbaarheidsstudie (zie Bijlage 2) blijkt dat de locatie aan de Groen van Prinstererlaan ruimtelijk passend is voor de realisatie van twee IKC's en goed te ontsluiten voor het verkeer dat beide IKC's met zich meebrengt.
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Gemeenten, provincies en het Rijk worden verplicht om een omgevingsvisie op te stellen vanuit de nieuwe Omgevingswet. Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. De NOVI kent onder meer de volgende vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Het beleid heeft geen directe doorwerking voor dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan sluit wel aan bij prioriteit 'sterke en gezonde steden en regio's.
Conclusie De gewenste ontwikkeling past binnen het rijksbeleid en vormt geen belemmering voor vaststelling van het bestemmingsplan.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Zuid-Holland/Omgevingsverordening Zuid-Holland De provincie stuurt op (boven)regionaal niveau op de inrichting van de ruimte in Zuid-Holland. De omgevingsvisie, vastgesteld door Provinciale Staten op 20 februari 2019, (geconsolideerd in werking per 20 april 2019) geeft op hoofdlijnen sturing aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. Met het omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkeling en een goede leefomgevingskwaliteit. De provincie zet in de Omgevingsvisie in op veel thema`s welke niet allemaal relevant zijn in het kader van dit bestemmingsplan. De volgende thema`s zijn relevant: Binnenstedelijk groen Binnenstedelijk wil de provincie gezamenlijk met de steden een fijnmazig groenblauw recreatief netwerk van groenblauwe schoolpleinen, groenblauwe daken, groenblauwe winkelcentra, groenblauwe bedrijfsterreinen en parken realiseren. Er is sprake van een brede maatschappelijke behoefte en vraag richting provincie om meer te doen aan groen en blauw in en om de stad. Het is nu moeilijk om bij het
16
od205 | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
groen en blauw buiten de stad te komen. Energietransitie in de gebouwde omgeving De provincie zet zich in voor energiebesparing en -opwekking in bestaand stedelijk gebied, zoals bij beheer en renovatie van woningen (verduurzaming voorraad), woningbouw en herstructurering van bedrijventerreinen, kantorenlocaties en glastuinbouw. Middelen die hiervoor ingezet kunnen worden zijn: isoleren, aansluiten op een warmtenetwerk, cascaderen van lokale warmte, co-siting (bijeenbrengen en plannen van bedrijven met aansluitende warmtebehoeften) en efficiënter gebruik van energie. Om deze opgave te kunnen realiseren is de inzet van menskracht en middelen van de provincie, maar ook van onze partners van groot belang. Procesondersteuning en kennisdeling zijn bij uitstek middelen die de provincie kan leveren danwel faciliteren. Nieuwbouwlocaties bieden de grootste kans om energie-efficiency te realiseren. In deze tijd is het ondenkbaar dat er niet energiezuinig of zelfs energieneutraal wordt gebouwd al dan niet in combinatie met een decentrale hernieuwbare energievoorziening. De provincie is een groot voorstander van aardgasloze wijken, zowel bij nieuwbouw als renovatie. Dit vergt een andere blik op woning(ver)bouw van zowel provincie, gemeente, corporatie, ontwikkelaars, bouwsector, netbeheerders en installateurs.
Gezonde leefomgeving De provincie streeft naar het voorkomen en verminderen van stress-gerelateerde ziektes door het aanbieden van verschillende soorten groen (bos, park, recreatieterreinen). Samen met partners zetten ze hiermee in op verhoging van de levensverwachting in verschillende wijken. Stedelijk e ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen (zie 3.1 Rijksbeleid). De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in nationale wet- en regelgeving Toepassing is van provinciaal belang, daarom is in de verordening een verwijzing opgenomen naar de Rijksladder. Met de inzet voor beter benutten van de bebouwde ruimte volgt de provincie ontwikkelingen in de maatschappelijke behoefte. De vraag naar wonen en werken in of rond stads- en dorpscentra neemt toe. Die vraag verandert ook van karakter. Mede door technologische ontwikkelingen vervaagt de strikte scheiding tussen wonen en werken. Ruimtelijk staat daarom niet langer functiescheiding centraal.
Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Om te kunnen bepalen of een ontwikkeling past bij de gebiedskwaliteit, onderscheidt de provincie de kwaliteit van gebieden in categorieën en onderscheidt de ruimtelijke ontwikkelingen naar hun mate van impact op de omgeving. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën ruimtelijke ontwikkelingen: Inpassen Aanpassen Transformeren Onderhavige ontwikkeling valt in de categorie 'Inpassen'. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Kwaliteitskaart In het kader van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid wordt getoetst aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Deze kaart bestaat uit een viertal lagen met bijbehorende richtpunten.
17
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Laag 1 - De ondergrond Rivierdelta complex Zoals overal in Zuid-Holland heeft het water en het menselijk handelen grote invloed gehad op de geomorfologie van dit deel van de provincie. Het land in de delta is vergroot door aanleg van dijken rond droogvallende gronden. Jonge zeeklei De gronden in het deltacomplex bestaan overwegend uit kleigronden. Dit zijn voedselrijke, draagkrachtige gronden. De deltawateren zijn onderdeel van het deltacomplex. De estuariene dynamiek is een belangrijk natuurlijk gegeven. Nauw verbonden met de deltawateren zijn de niet ingepolderde, buitendijkse kleigronden. Dit betreft de slikken, (bekade) gorzen, grienden, wilgenbossen en de uiterwaarden langs de rivieren. Het zijn natuurlijke landschappen waar ruimte is voor dynamische processen. Richtpunt: Ontwikkelingen dragen bij aan behoud of vergroting van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Laag 2 - De cultuur- en natuurlandschappen Niet van toepassing.
Laag 3 - De stedelijke occupatie Steden en dorpen Kenmerken als de identiteit van de plek (historische, culturele, toeristische en ruimtelijke kenmerken), de geografische strategische ligging in het stedelijk netwerk en de aanwezige en nieuwe economische dragers maken van iedere stad en ieder centrum in het systeem een unieke plek met een eigen (ruimtelijke) karakteristiek. Een brede waaier aan woon- en werkmilieus is een belangrijke voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Als herstructurering, transformatie of verdichting plaatsvindt binnen de stad, dan draagt dit bij aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de groen- en waterstructuur als onderdeel van het stads- en dorpsontwerp. De hoogstedelijke centrumgebieden kennen een hoge bereikbaarheid en sterke identiteit. Ze bieden plaats aan (inter)nationale voorzieningen en bijzondere stedelijke woonmilieus. Hoogbouw Hoogbouw kent talloze verschijningsvormen: kerktorens, watertorens, torenflats en wooncomplexen. Hoogbouw hoort veelal bij concentratie: de grond is schaars, dan maar de lucht in. Hoogbouw kan ook een vorm van expressie zijn: “laten zien dat je er bent” zoals sommige kantoortorens als hoofdzetel van een bedrijf of kerktorens.
Historische centra en kernen De historische centra en kernen met hun compacte bebouwingsstructuur zijn waardevolle woon- en vestigingsmilieus in Zuid-Holland en dragen bij aan de toeristische kwaliteit. Als ontwikkelingen plaatsvinden in of in de nabijheid van het historisch centrum dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. Richtpunten: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur.
18
od205 | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht. Bouwwerken voor energie-opwekking Nieuwe vormen van energie zullen steeds meer het landschap beïnvloeden. Diverse nieuwe energiedragers zijn bouwwerken die, afhankelijk van locatie, vorm en grootte, matige tot grote invloed op het landschap kunnen hebben. Vooral grote windturbines hebben verreikende invloed. Ook biovergistingsinstallaties en zonnevelden zijn bouwwerken die niet vanzelf en niet altijd passen bij de kenmerken van het gebied. Anderzijds kunnen bouwwerken voor energie-opwekking bijdragen aan nieuwe landschappelijke kwaliteit. Bij bouwwerken voor energie-opwekking is altijd een zorgvuldige locatiekeuze en/of inpassing van belang.
Richtpunt: Bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energie-opwekking zal een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving. Laag 4- Laag van de beleving Niet van toepassing.
Toetsing en conclusie Met de gewenste ontwikkeling wordt vooral ingespeeld op het beter benutten en opwaarderen van de locatie waarbij intensief gebruikt wordt gemaakt van de ruimte. Hierdoor is er sprake van meer compact ruimtegebruik. Een effect daarvan is dat de maatschappelijke functies en onderwijsvoorzieningen en bijbehorende activiteiten beter met elkaar in verband worden gebracht. Daarnaast blijft het groene en blauwe karakter behouden, onder ander door toepassing van groentegels om zo min mogelijk te verharden. In dit geval is sprake van volledig nieuwbouw. Nieuwbouwlocaties bieden de grootste kans om energie-efficiency te realiseren. Het gebouw zal dan ook energiezuinig of energieneutraal uitgevoerd worden. Daarbij worden ook duurzame materialen gebruikt. Verder past de ontwikkeling van onderwijsvoorzieningen binnen de bestaande gebiedsidentiteit waar al een onderwijsvoorziening is gelegen. De ontwikkeling voorziet daarom geen wijziging op structuurniveau en past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. De ontwikkeling past daarmee binnen het beleid van de provincie.
3.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Pijnacker Nootdorp 2050 - Verbonden met elkaar (ontwerp) De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft een omgevingsvisie opgesteld waarin wordt beschreven hoe Pijnacker-Nootdorp er in 2050 uit zou kunnen zien. Met de nieuwe Omgevingsvisie bereiden ze zich voor op de Omgevingswet die naar verwachting 1 juli 2022 in werking treedt. De omgevingsvisie is binnen deze wet een nieuw instrument waarin de gemeenteraad zijn integrale visie op fysieke leefomgeving voor de lange termijn geeft. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving en is breder dan zijn
19
gemeente Pijnacker-Nootdorp
voorganger: de ruimtelijke structuurvisie. Het gaat niet alleen om thema's als wonen, ruimtelijke ordening, mobiliteit, economie en groen, maar ook om onderwerpen als gezondheid, omgevingsfactoren (milieu), duurzaamheid en veiligheid. Het ontwerp van de omgevingsvisie heeft tot en met 14 juli 2021 ter inzage gelegen. De gemeente onderscheidt vier ontwikkelingslijnen die gezamenlijk richting geven aan de toekomst van de fysieke leefomgeving van Pijnacker-Nootdorp: 1. 2. 3. 4.
Ontwikkelingslijn 1: Onderscheidend groen Ontwikkelingslijn 2: Karakteristieke woon- en leefomgeving Ontwikkelingslijn 3: Aantrekkelijk economische vestigingsklimaat voor inwoners en ondernemers Ontwikkelingslijn 4: Een veerkrachtige leefomgeving voor mensen, planten en dieren
De ontwikkelingslijnen zijn geen keuzemogelijkheden, ze zijn allen even belangrijk en versterken elkaar. Samen geven ze een integraal beeld en richting voor de toekomst voor het gehele grondgebied van de gemeente. Dit plan sluit met name aan op ontwikkelingslijn 2. Het draagt bij aan een hechte samenleving. Iedere kern beschikt namelijk, in de toekomst, over een levendig centrum met een sterke sociale functie en aanwezigheid van gedifferentieerde (maatschappelijke) voorzieningen op het gebied van zowel onderwijs en cultuur als voor het sociaal domein. Daarbij zijn basisvoorzieningen die afgestemd zijn op de behoefte. Een huisarts, apotheek, supermarkt en integraal kind centrum (kinderopvang, onderwijs, naschools opvang) is voor iedereen toegankelijk en in de buurt.
Toekomstvisie 2040 (2012) In de Toekomstvisie 'Visie op de toekomst van Pijnacker-Nootdorp', vastgesteld door de gemeenteraad op 26 juni 2012, wordt een eenduidige en consistente koers voor Pijnacker-Nootdorp uitgezet met oog voor de omgeving en de rol van de gemeente. De toekomstvisie laat zien wat voor gemeente Pijnacker-Nootdorp wil zijn, waar zij met haar ontwikkeling heen wil en welke rol zij daarbij pakt. Pijnacker-Nootdorp wil, conform haar visie, een herkenbare gemeente zijn in een landelijke omgeving waar de stad nooit ver weg is. Zij ziet het als haar missie in de regio een uniek woonmilieu te bieden, met het groene buitengebied meerwaarde te geven en met duurzame en innovatieve de economie versterken.
Ruimtelijke structuurvisie Pijnacker-Nootdorp 2040 (2014) In de Structuurvisie 'Ruimte maken….. ruimte laten' (vastgesteld door de gemeenteraad op 20 februari 2014) schetst de gemeente het ruimtelijk beeld van Pijnacker-Nootdorp in 2040. Niet in de vorm van een blauwdruk voor de toekomst, maar in de vorm van contouren en kaders van een streefbeeld dat gezamenlijk met bewoners en ondernemers ingekleurd dient te worden. Er wordt ruimte geboden en uitgenodigd om te ondernemen, te recreëren, de woonomgeving te verbeteren of sport te beoefenen. De Ruimtelijke structuurvisie kan gelezen worden als een uitnodiging om samen invulling te geven aan de ruimte van Pijnacker-Nootdorp in 2040 (uitnodigingsplanologie). Contouren vormen het uitgangspunt van de structuurvisie. Dit zijn contouren van groen- en recreatiegebieden, bebouwing, glastuinbouw en bedrijventerreinen. Binnen deze contouren zijn er verschillende functies en mogelijkheden. Hierover doet de structuurvisie voor 2040 op hoofdlijnen kaderstellende uitspraken. Daarnaast geeft de structuurvisie antwoord op verschillende ruimtelijke vraagstukken. Het zijn de contouren en de kaders van een streefbeeld, waarbij de gemeente de belangrijkste basisvoorzieningen garandeert en de regie neemt over projecten die niet door particulier initiatief tot stand komen.
De ruimte die vervolgens ontstaat, is vooral voor de eigenaren, beheerders en gebruikers om in te vullen en vorm te geven. Pijnacker-Nootdorp wil in de regio een uniek woonmilieu bieden. In de Toekomstvisie is er daarom voor gekozen om de woonkernen na de afronding van de geplande uitbreidingen niet verder uit te breiden en in iedere woonkern in te zetten op een basisniveau van voorzieningen. Het beoogde resultaat in de Toekomstvisie en opgave voor de Structuurvisie zijn drie herkenbare kernen met een hoge woonkwaliteit als aantrekkelijke vestigingsplaats waar de dorps- annex metropoolbewoner een
20
od205 | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
eigen plek en baken voor continuïteit vindt. De kern Pijnacker, waar het plangebied is gelegen, ligt nog solitair in het landschap. Dit landschap laat de agrarische oorsprong nog zien door middel van de glastuinbouw en veehouderijen. De ontwikkeling van een kleine gemeenschap naar de huidige omvang is zichtbaar in de stedenbouwkundige structuur van de wijken. Iedere wijk toont de kenmerken van het decennium waarin zij gebouwd is. Rondom het oude centrum waarin nieuwe voorzieningen zijn gebouwd is de dorpse identiteit het meest voelbaar. Pijnacker is een dorp waarin functionaliteit en gemeenschappelijkheid centraal staan. Het plangebied ligt binnen de rode contouren, het gebied 'dorpsbrink, stenig of groen met of zonder wijkschuur' en het gebied met 'economische en maatschappelijke basisvoorzieningen' (zie afbeelding 7). De contramal van de groene- en glascontouren zijn de rode contouren rond de woonkernen en de grenzen van de bedrijvenparken. In deze gemengde gebieden is naast bedrijvigheid ook ruimte voor voorzieningen die het wonen in de kern aantrekkelijk maken. De gemeente garandeert in deze gebieden in ieder geval de ruimte voor economische- en maatschappelijke basisvoorzieningen. Dat wil zeggen dat de gemeente in principe bereid is om medewerking te verlenen aan dergelijke initiatieven.
De overige economische- en maatschappelijke basisvoorzieningen vinden we terug op de bestaande locaties in de kernen. Deze Structuurvisie garandeert in lijn met Toekomstvisie de basale instandhouding van de openbare ruimte. In elk geval mag geen verdere druk ontstaan op de kwaliteit en het gebruik van groenvoorzieningen en spelen binnen de rode contouren. Door de omslag van groei naar beheer en naar kwaliteit versterkt de gemeente de strategische betekenis van de openbare ruimte. Doel is de belangen van verblijfskwaliteit voor jong en oud, ontmoeten, recreëren, bewegen en rust in het oog te houden. Maar ook het belang van het beter aansluiten van de openbare ruimte op de gevraagde woonmilieus. Openbare ruimte is een kwaliteitsdrager voor de aanpak van kwetsbare wijken.
Afbeelding 7 | Uitsnede Ruimtelijke structuurvisie 2040 (bron: Gemeente Pijnacker-Nootdorp, bewerking Juust B.V.)
21
gemeente Pijnacker-Nootdorp
De Structuurvisie vooral andere partijen uit om ruimtelijke ontwikkelingen te initiëren. Ontwikkelingen die passen bij de eigenheid en de kwaliteiten van de verschillende gebieden en een bijdrage leveren aan de beoogde doelen. Een van de doelen is van toepassing is het toegroeien naar gebouwde voorzieningen (wijkschuren) en buitenplaatsen (brink) voor ontmoeten en maatschappelijke netwerken op buurtschaal (o.a. vanuit verwachte dynamiek in maatschappelijke onderwijsaccommodaties). Door clustering van verschillende onderwijsvoorzieningen op betreffende locatie wordt ingespeeld op het bovengenoemde doel.
Nota Uitnodigende Ruimtelijke Ordening (2018) Op 23 februari 2018 heeft de gemeenteraad integrale ruimtelijke beleidsregels vastgesteld. Deze nota bevat de integrale ruimtelijke beleidsregels voor Pijnacker-Nootdorp. Het is kaderstellend bij het opstellen van bestemmingsplannen. De beleidsregels gaan onder andere over wonen in de kernen en groen en openbare ruimte in de kernen. Pijnacker-Nootdorp wil in iedere woonkern een basisniveau van maatschappelijke voorzieningen aanbieden. Dit heeft vorm gekregen door een hoogwaardig aanbod aan sportterreinen en maatschappelijke en recreatieve voorzieningen. De meeste buurten hebben eigen basisscholen en verspreid liggende speelvoorzieningen voor verschillende leeftijdsgroepen. Ambitie is om het aanbod aan maatschappelijke voorzieningen te behouden en waar mogelijk en nodig te versterken. De Toekomstvisie garandeert de basisvoorzieningen, voorzieningen die in een woonomgeving voor iedereen vanzelfsprekend bereikbaar moeten zijn. Daaronder vallen maatschappelijke voorzieningen zoals een basisschool en huisarts. De gemeente streeft ernaar om het maatschappelijk vastgoed (zowel het kernvastgoed als het vastgoed in eigendom bij verenigingen of andere partijen) zo optimaal en efficiënt mogelijk te laten gebruiken of medegebruik mogelijk te maken.
Om dit mogelijk te maken wordt in principe het gebruik van een maatschappelijke voorziening niet beperkt door nadere aanduidingen in het bestemmingsplan. Alleen wanneer dit vanuit een maatschappelijk of ruimtelijk oogpunt noodzakelijk is, zal een functieaanduiding worden gegeven. Dat betekent dat gebouwen bijvoorbeeld kunnen worden gebruikt als school, wijkcentrum, kerk of bibliotheek. Onder maatschappelijke voorzieningen verstaan we educatieve, informatieve, levensbeschouwelijke, medische, sociaal-medische, sociaal-culturele voorzieningen, zorgen welzijnsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening. Wanneer eigenaren en/of gebruikers nieuwe gebruiksvormen willen ontplooien gericht op ontmoeten en bewegen dan wordt, rekening houdend met de kenmerken van de omgeving, hier positief naar gekeken. In dit plan worden verschillende maatschappelijke, met name onderwijs, voorzieningen gerealiseerd. Voor de sportaccommodatie is het mogelijk dat het ook te gebruiken is door derden. Hierdoor is er sprake van een zo optimaal en efficiënt mogelijk gebruik van deze accommodatie. Met de gewenste ontwikkeling wordt ingespeeld op het behoud en versterken van het aanbod aan maatschappelijke basisvoorzieningen en wordt het multifunctioneel gebruik gestimuleerd.
IKC-Uitvoeringsporgramma 2018-2024 (2018) Onderwijshuisvesting gemeente Pijnacker-Nootdorp In december 2014 is vanuit de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) door de betrokken schoolbesturen en kinderdagopvanginstellingen het initiatief genomen om een visie uit te werken op de onderwijshuisvesting en de samenwerking tussen het onderwijs en de kinderopvang. Begin 2016 zijn twee rapportages opgeleverd: Het visiedocument "Visie op samenwerking onderwijs & opvang Pijnacker-Nootdorp" en, mede hierop gebaseerd, het "Strategisch Huisvestingsplan Primair Onderwijs te Pijnacker-Nootdorp". In april 2016 heeft de raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp besloten positief te staan tegenover de visie en plannen zoals beschreven in beide rapporten. In vervolg op het SHP heeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp behoefte aan een uitvoeringsprogramma. In dit uitvoeringsprogramma is de vastgestelde visie vertaald naar uitvoering en verder geconcretiseerd en waar nodig geupdate naar aanleiding van de nieuwe ontwikkelingen.
22
od205 | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
Met het vaststellen van de IKC-visie en het Strategisch huisvestingsplan PN (april 2016) en het IKC-Uitvoeringsprogramma 2018-2024 (januari 2019) had de gemeenteraad een aantal besluiten genomen. Onder andere dat de permanente huisvesting van de Casaschool in het scholencomplex Koningshof zou plaats moeten vinden en de realisatie van IKC Pijnacker Noord voor de Josephschool, de Schatkaart en Skippy/PePijn vindt plaats op de locatie van de Josephschool. Echter nieuwe ontwikkelingen veranderde deze situatie, zie 3.1 Rijksbeleid onder 'behoefte'. Op 28 mei 2020 heeft de gemeenteraad besloten om De Groen van Prinstererlaan aan te wijzen als nieuwe locatie voor IKC Pijnacker Noord (bestaande uit de Schatkaart en Skippy/PePijN) en permanente huisvesting van de Casaschool in afwijking van het IKC-Uitvoeringsprogramma 2018-2024. Vanuit het gemeentelijk beleid zijn er geen belemmeringen om dit bestemmingsplan vast te stellen.
23
gemeente Pijnacker-Nootdorp
24
od205 | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
Hoofdstuk 4 4.1
Kwaliteit van de leefomgeving
Inleiding
Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien deze beleidsvelden dan ook naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling wordt dan ook onderzocht welke omgevingsaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Het is van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden.
4.2
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. In juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt diverse wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe Nederland omgaat met roerend cultureel erfgoed, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. Archeologiebeleid Pijnacker-Nootdorp De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft haar archeologiebeleid verwoord in de nota 'Pijnacker-Nootdorp; Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart' uit 2009. Op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachting (zie afbeelding 8).
25
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Afbeelding 8 | Uitsnede Archeologiebeleid Pijnacker-Nootdorp (bron: Gemeente Pijnacker-Nootdorp, bewerking Juust B.V.)
Op 27 januari 2021 heeft Archeologie Delft een verkennend booronderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 3). Eerder zijn er een bureauonderzoek en twee bureau- en booronderzoeken uitgevoerd in en rondom het plangebied. Er zijn in totaal zeven boringen gezet in het plangebied. Uit het booronderzoek is gebleken dat de top van de bodem uit ophogingslagen bestond met daaronder dek- en oeverafzettingen van de Gantel Laag van het Laagpakket van Walcheren. Daarbij is gebleken dat er geen aanwijzingen zijn voor archeologische vindplaatsen binnen het plangebied. De huidige dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie' is in dit bestemmingsplan komen te vervallen. Mocht tijdens de geplande werkzaamheden blijken dat binnen het plangebied toch archeologische waarden aanwezig zijn, dan dienen deze in het kader van de Erfgoedwet (paragraaf 5.4) te worden gemeld bij de minister van OCW. In de praktijk komt dit erop neer dat archeologische toevalsvondsten worden gemeld bij de bevoegde overheid, in deze de adviseur Archeologie van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Deze algemene meldingsplicht is altijd van toepassing en dus ook in gebieden die bij voorbaat zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek en gebieden die na archeologisch (voor)onderzoek zijn vrijgegeven voor ontwikkeling. Het is mogelijk dat na melding blijkt dat het om een vondst gaat waarvoor het bevoegd gezag nader onderzoek vereist.
Cultuurhistorie Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. De Erfgoedwet heeft zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed vervangen waaronder de Monumentenwet 1988. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden of monumenten rekening is gehouden. Cultuurhistorische kaart Zuid-Holland
26
od205 | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
De Cultuurhistorische kaart van Zuid-Holland geeft een overzicht van de cultuurhistorische kenmerken en waarden in Zuid-Holland. De atlas bestaat uit kaarten voor de drie onderdelen van de cultuurhistorie: archeologie, historische stedenbouw en historisch landschap. Ieder onderdeel bestaat uit twee kaarten die inzichtelijk maken wat in Zuid-Holland cultuurhistorisch van belang is en waarom: de kenmerkenkaart, waarop de kenmerkende nederzettingspatronen, landschapspatronen en de archeologische opbouw van het landschap zijn weergegeven; de waardenkaart, waarop de waardevolle structuren van de kenmerkenkaart zijn gewaardeerd. Deze cultuurhistorische kenmerken en waarden vormen de input bij processen van culturele planologie. Cultuurhistorisch waardevolle objecten in of in de directe omgeving van het plangebied, waarmee in het plan rekening moet of kan worden gehouden, zijn op basis van de cultuurhistorische kaart niet aanwezig. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
4.3
Bedrijven en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Sommige activiteiten die planologisch mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. Milieuzonering is het ruimtelijk scheiden van milieubelastende activiteiten en milieugevoelige bestemmingen bij nieuwe ontwikkelingen. Met de term “milieubelastende activiteiten” worden binnen de VNG-methodiek alle milieubelastende activiteiten bedoeld: niet alleen bedrijven maar ook bijvoorbeeld detailhandel, horeca en maatschappelijke voorzieningen. Met de term “milieugevoelige functies” worden onder meer woningen, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie bedoeld.
Milieuzonering dient twee doelen: Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De VNG doet in de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009) een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Deze VNG-publicatie legt niet vast wat wel en niet is toegestaan. De publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen milieubelastende activiteiten en milieugevoelige bestemmingen concreet voor een locatie in te vullen (maatwerk). Het bestemmingsplan is het juridisch-planologisch instrument waarin de gekozen strategie moet worden verklaard. Volgens jurisprudentie dient de plantoelichting ten minste aannemelijk te maken dat ten aanzien van het milieu geen onoverkomelijke problemen te verwachten zijn. Bouwstenen van milieuzonering Lijst van bedrijfsactiviteiten (richtafstandenlijst) De lijst van bedrijfsactiviteiten is een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De lijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Er moet gemotiveerd worden welke Staat van bedrijfsactiviteiten wordt gebruikt en de toegelaten milieubelastende activiteiten dienen in de juridische regeling van het bestemmingsplan te worden vastgelegd.
27
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Omgevingstype De VNG-publicatie kent twee omgevingstypen, 1) een rustige woonwijk/rustig buitengebied en 2) een gemengd gebied. Een rustige woonwijk is een woonwijk, ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied. Naast deze omgevingstypen kent de VNG-publicatie ook het omgevingstype gemengd gebied. Dit is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Hieronder vallen ook de lintbebouwing in het buitengebied (met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid) en gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen. De aan de milieucategorie gerelateerde richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied. Bij het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Zie tabel 1.
Categorie
Richtafstand tot rustige Richtafstand woonwijk/ rustig gemengd gebied buitengebied
tot
1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m 5.1 500 m 300 m 5.2 700 m 500 m 5.3 1000 m 700 m 6 1500 m 1000 m Tabel 1 - Milieucategorieën en bijbehorende richtafstanden ten opzichte van de verschillende omgevingstypen De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan (dus inclusief vergunningvrij aanbouwen) mogelijk is. Functiemenging De term 'gebied met functiemenging' heeft betrekking op een milieuzonering binnen een gebied waar functiemenging voorkomt of wordt beoogd. in de VNG-publicatie is aangegeven kan hier niet worden gewerkt met een systematiek van richtafstanden en afstandsstappen vanwege de zeer korte afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. De Staat van Bedrijven 'functiemenging' hanteert drie categorieën A, B en C met specifieke criteria: Categorie A Activiteiten zodanig weinig milieubelastend dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen woning en bedrijf zijn daarbij toereikend. Categorie B Activiteiten kunnen worden uitgeoefend, echter bouwkundig gescheiden van woning en andere gevoelige functies.
Categorie C Activiteiten uit categorie B waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een directe ontsluiting op hoofdinfrastructuur gewenst is. De 'bedrijvenlijst - functiemenging' is niet uitputtend. In de planregels wordt geregeld dat ook bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan, die niet in de lijst zijn opgenomen, maar die naar aard en invloed met bedrijven uit desbetreffende categorie gelijkgesteld kunnen worden. Dit moet wel worden aangetoond
28
od205 | bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan
met milieutechnisch onderzoek.
Milieuzonering in het plangebied Het scholencluster is gelegen midden in een woonwijk. Hierdoor wordt gerekend met het omgevingstype 'rustig woongebied'. Voor het scholencluster is sprake van milieucategorie 2 'Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs'. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter met als maatgevende aspect geluid ten opzichte van gevoelige objecten in de omgeving. Alle geluidgevoelige objecten, gemeten vanaf de bestemmingsgrens, liggen op 30 meter afstand of meer behalve aan de noordkant. Door het betrekken van de Groen van Prinstererlaan bij de bestemmingsgrens 'Maatschappelijk' is de afstand tot aan de aan de noordkant gelegen woningen 20 meter. Echter is binnen een afstand van 50 meter vanaf deze woningen tot aan het nieuwe bouwvlak geen bebouwing mogelijk. Deze zone wordt vooral heringericht voor verkeer en parkeren en groenvoorzieningen. Een kleinere richtafstand is om die reden te verantwoorden. Conclusie Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
4.4
Bodem
Om het risico uit te sluiten, dat mensen gezondheidsproblemen krijgen als gevolg van een langdurig verblijf op verontreinigde grond, dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Om het risico uit te sluiten, dat mensen gezondheidsproblemen krijgen als gevolg van een langdurig verblijf op verontreinigde grond, dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Om de bodem voor langere tijd te willen gebruiken, moeten we de bodem op de juiste manier benutten en beschermen. Naast het beschermen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit hecht de gemeente waarde aan de overige functionele bodemkwaliteiten. Onder functionele bodemkwaliteiten wordt verstaan de draagkwaliteit, informatiekwaliteit, regulatiekwaliteit en productiekwaliteit. Deze kwaliteiten hebben onder andere betrekking op cultuurhistorische betekenis, levende bodem, ondergronds bouwen en bodemenergie inclusief geothermie. Om het gebruik van de ruimte beneden maaiveld duurzaam en optimaal te benutten zal bij ontwikkelingen of activiteiten in de onder- en/of bovengrond rekening moeten worden gehouden met de ruimtelijk ordening van de ondergrond in relatie tot de bovengrond, en vice versa. Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en aantasting van de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu.