CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Werkboek Oostland

Raad Besluitvorming 1 juni 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Afronding Haalbaarheidsonderzoek Verlengde Komkommerweg24.997 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

25 alinea's met “inventarisatie”: 62 101 120 194 195 197 490 649 806 935 1209 1366 1553 1641 1818 2304 2452 2455 2567 2803 2805 2837 2901 2981 3014

De aanwezigheid van de nodige kennisinstellingen in het cluster biedt de mogelijkheid (en ondersteuning) om te experimenteren en kennis te ontwikkelen over innovatieve tuinbouwproducten.

3.1.3

Vertical farming

Een nieuwe technische ontwikkeling die internationaal in de belangstelling staat is vertical farming en/of indoor farming. Bij vertical farming vindt teelt van gewassen in meerdere lagen onder sterk gecontroleerde omstandigheden plaats. Met toepassing van teelttechnieken als hydroponics en Led-belichting kan er met minder ruimtegebruik geteeld worden, met minder of geen chemische gewasbeschermingsmiddelen, minder water, minder hulpbronnen zoals meststoffen én minder emissies. Internationaal bestaat grote interesse in vertical farming, vooral in grote metropolen waar (vruchtbare) grond zeer schaars is en de toegang tot betaalbaar en vers voedsel beperkt. Op de korte en middellange termijn (de eerste tien jaar) zal in Nederland de techniek nog beperkt toegepast worden, is de verwachting mede op basis van gesprekken met ondernemers in

29

het Oostland. Voor de langere termijn kan dat anders zijn, wat verklaart dat er veel onderzoek naar gedaan en mee geëxperimenteerd wordt. Voor bepaalde bedrijven kan vertical farming uitkomst bieden, zoals bij teelten met een hoge toegevoegde waarde. Ook kan met vertical farming tuinbouw in een stedelijke omgeving en/of stenen gebouwen plaatsvinden. Vertical farming zal invloed hebben op de mate van verstening (zie 3.2) en voor de benodigde bouwhoogtes voor bedrijven.

Een belangrijke innovatiekans is de synergie met andere (top)sectoren, de zogenaamde cross-overs. Een mooi voorbeeld is de samenwerking tussen kunstmatige intelligentie en tuinbouw in de Autonomous Greenhouse Challenge. In de tweede editie (2019/2020) moeten de geselecteerde teams in een echt kas een cherrytomatengewas telen ‘op afstand’, met behulp van kunstmatige intelligentie. De inzet is een zo goed mogelijk product telen met zo min mogelijk input van onder meer water, voedingstoffen en energie.

De ontwikkeling van vertical farming als duurzaam productiesysteem is niet alleen kansrijk voor de thuismarkt, maar zeker ook als exportproduct in een wereld waar de stedelijke bevolking en het aantal megasteden explosief groeit. Het internationale speelveld kent spelers die hoogstaande technologie kunnen ontwikkelen en gemakkelijk toegang tot risicodragend kapitaal hebben. In de Nederlandse context zijn publiek gefinancierde subsidieprogramma’ s interessant.

Naar verwachting zal de praktijktoepassing van technieken uit de ‘digitale kas’ pas op middellange termijn (ca. 10 jaar) tot wasdom komen, mede omdat dit een mentale verandering van glastuinbouwondernemers vraagt. Om de toepassing van kunstmatige intelligentie in de glastuinbouw te versnellen heeft het Horti Science Parc Oostland in 2018 een ‘Campusaanvraag Oostland’ ingediend, gericht op een Toekomstbestendig glastuinbouwcluster Greenport West-Holland met een financiële impuls uit de ‘bijdrageregeling MRDH campusontwikkeling’. In deze aanvraag richt het consortium (Wageningen Plant Research/ BU Glastuinbouw, Delphy BV en Lentiz MBO Oostland) zich onder andere op het ontwikkelen, uitvoeren en opleiden ten behoeve van een digital greenhouse, waarin met behulp van kunstmatige intelligentie een groenteteelt autonoom is aan te sturen en te regelen. De projectaanvraag moet leiden tot nieuwe verdienmodellen, die kansen bieden voor productiebedrijven en voor export van technische producten en kennis voor toeleveringsbedrijven.

In en nabij het Oostland zijn alle benodigde elementen (WUR, Delphy in Bleiswijk, de TU in Delft maar ook technische toeleveranciers zoals Codema en Signify) aanwezig om koploper te blijven in vertical farming. Concreet daartoe is recent een consortium van onderwijs, onderzoeksinstellingen en ondernemers uit de Greenport West-Holland opgericht om de komende jaren aan de slag te gaan met een fieldlab vertical farming. Daarvoor is financiering aangevraagd bij het Europese EFRO-fonds. Kansen Oostland > Door deelname aan het fieldlab vertical farming, door particuliere investeringen in vertical farming, door aantrekken van startups en de ligging binnen een metropool kan het glastuinbouwcluster Oostland een stevige rol verwerven in de (internationale) ontwikkeling van vertical farming.

3.1.4

Digitalisering en kunstmatige Intelligentie

Met een 4e plaats in Europa (Roadmap Next Economy) presteert de regio uitstekend op het gebied van onderzoek en ontwikkeling in ICT. Gelegen naast onder andere de Dutch Innovation Factory (Zoetermeer) bevindt het Oostland zich vlakbij ontwikkelingen het gebied van ICT en kunstmatige intelligentie. De glastuinbouw is als hightech sector geschikt voor bedrijfsmatige toepassingen van innovatieve inzichten in ICT en kunstmatige intelligentie. In de nabijheid van de kennisontwikkeling op dit terrein kan het glastuinbouwcluster Oostland zich onderscheiden op het gebied van de ‘digital greenhouse’ trend. De toepassing van kennis uit ICT en kunstmatige intelligentie kan bijdragen aan een nog duurzamer productiewijze met een hogere inputefficiency en daarmee aan de ‘licence tot produce and deliver’. Concrete kansen liggen er in het telen op afstand met behulp van sensoren en Artificial Intelligence en het gebruik van drones.

30

3.1.5

Onderwijs

Bij innovatie speelt het regulier en cursorisch onderwijs een belangrijke rol. Hier ligt een grote kans om nieuwe ondernemers en medewerkers op te leiden en voor te bereiden op de toekomst. Behalve groene kennis zal ook steeds meer technische en bedrijfskundige kennis zijn om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Uit de kansenkaart ‘Kennis en Onderwijs’ blijkt dat er op verschillende niveaus en op meerdere plaatsen in de regio opleidingmogelijkheden zijn. Het doorontwikkelen van het MBO-onderwijs in de regio (Lentiz Oostland, Melanchthon, Mondriaan College, Rijnland College, Hoornbeeck College) en de samenwerking met onderwijsinstellingen op HBO niveau (Inholland, Haagse Hogeschool) en WO niveau (Wageningen University & Research, TU-Delft, Delft Research Group en de universiteiten in Leiden en Rotterdam) kan verder worden versterkt. In Greenport West-Holland verband zijn al initiatieven gestart, waaronder het Innovatiepact en ACCEZ om de triple helix gedachte (samenwerking tussen bedrijfsleven, overheden en onderwijs/ kennisinstellingen) verder structuur en inhoud te geven. Hierin zijn cross-overs met andere topsectoren buiten de tuinbouw een noodzakelijke voorwaarde. Deze initiatieven strekken zich uit over de gehele Greenport West-Holland. Het Oostland kan zich hierbij richten op het versterken van de innovaties waar de regio zich nu

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

al in onderscheidt (onder het motto: vergroot je sterke kanten). Dit betreft onder meer de centrale warmte- en CO2-voorziening (energiegrids), de toepassing en ervaring met geothermie, biobased producten en nieuwe teelten en producten (waaronder Cannabis) op het Horti Science Park Oostland (zie de kansenkaart). In de Human Capital Agenda van Greenport (West-)Holland wordt hier aandacht aan besteed. Een voorbeeld hiervan is het Next Generation Ondernemerschap-programma van Greenport West-Holland, waarin jonge bedrijfsopvolgers worden geholpen om hun competenties en vaardigheden (‘human capital’) te ontwikkelen ten behoeve van de innovatieopgaven van nu en in de toekomst. Hiermee werken ze toe naar doorbraakinnovaties in het cluster. Ook is er behoefte aan voldoende en kwalitatief goed geschoold personeel. Jonge werknemers moeten worden aangetrokken vanuit eigen gelederen, maar ook uit andere sectoren (denk aan elektromonteurs, ICT- en dataspecialisten etc.). Verkenningen in het kader van de Human Capital Agenda geven aan dat er veel urgentie wordt ervaren bij dit thema, en dat er zodoende al veel activiteit plaatsvindt. Een kans zit in het samenvoegen van deze nu nog versnipperde activiteiten, om zo de slagkracht van het cluster te versterken.

Instrumentarium hiervoor kan bestaan uit: - Ontwikkeling van nieuwe beroepsprofielen - Traineeship Horticulture - Gezamenlijke vacaturebank tuinbouwcluster - Ontwikkeling gezamenlijke aanpak arbeidsparticipatie in de tuinbouw Een kans voor het Oostland ligt in het beter benutten van de aanwezigheid van kennis in de directe nabijheid (TU Delft, ICT Zoetermeer, WUR, Erasmus Universiteit e.a.) en hiermee de verbinding zoeken om er meer uit te halen voor het glastuinbouwcluster.

3.1.6

Onderzoek

Als onderdeel van de triple helix heeft het (praktijk-)onderzoek binnen de regio (Horti Science Parc Oostland) zijn waarde al zeer lange tijd ruimschoots bewezen. Het laatste decennium is met de ontwikkeling van de kennisstraat in Bleiswijk (WUR Plant Research/ BU Glastuinbouw en Delphy) een (inter-)nationale kennishotspot voor de glastuinbouw ontstaan. Hier wordt zowel gewerkt aan fundamenteel onderzoek als meer toegepast onderzoek gericht op vragen uit het tuinbouwbedrijfsleven. Het omringende bedrijfsleven heeft ook een rol in de kruisbestuiving van kennisontwikkeling. Afhankelijk van de fases waarin innovaties verkeren, komen regionale pilotbedrijven in beeld voor tests en demonstraties. Bij WUR wordt samen met ketenpartijen onderzoek gedaan naar de introductie van nieuwe teelten en kassystemen. Tevens is het een centrum voor (kennisuitwisseling-)evenementen, ontvangst van scholieren en studenten, ondernemers en internationale gezelschappen.

WERKBOEK OOSTLAND

Op het gebied van energieverduurzaming is met de levering van restwarmte en externe CO2 veel kennis opgedaan in het Oostland (RoCa, Ocap). De Aqua Reuse-installatie is een voorbeeld van regionale kennisontwikkeling in waterbeheer. Anderzijds stond in de regio Oostland de wieg van diverse sectorale systeeminnovaties (aardwarmte, biologische bestrijding, steenwolteelt) waarbij het bedrijfsleven en onderzoek elkaar konden versterken. Naast genoemde kennisinstellingen herbergt het glastuinbouwcluster vele innovatieve bedrijven en instellingen zoals (zonder naar volledigheid te streven) Anthura, Duijvestein Tomaten, Ammerlaan the Green Innovator, Ovata, Marjoland, Bunnik Plants, PortaNova (primaire bedrijven), Koppert Biological Systems, Visser Horti Systems, De Ridder/Hortimax, Bayer Monsanto (toeleveranciers), Royal Lemkes en Greenyard (handel) en Delft Research Group (kennisinstelling).

Hotspot Er ligt een goede kans om het glastuinbouwcluster Oostland ook op langere termijn door te ontwikkelen als een centrum voor kennisontwikkeling en -uitwisseling, valorisatie en/of demonstratie. Hiervoor is het Horti Science Park Oostland (de locatie van Wageningen Plant Research/BU Glastuinbouw en Delphy) in Bleiswijk (nabij de A12) een uitgelezen plek om als blikvanger te fungeren voor het glastuinbouwcluster. Met inzet op de ontwikkeling van niche teelten, biobased toepassingen, inhoudstoffen en productiesystemen kan deze ‘hotspot’ een trekpleister worden voor partijen uit verschillende Topsectoren om zich in het Oostland te vestigen. Tezamen met scholieren op MBO-niveau, studenten op HBO en academisch niveau en gastmedewerkers en -studenten op innovatieve bedrijven kan deze locatie dan het expertise-, demo- en cursuscentrum vormen voor toekomstgerichte ondernemers (met modern en ketengericht ondernemerschap) en medewerkers van bedrijven in het tuinbouwcluster. Ook kan deze kenniskatalysator een spin-off hebben naar andere regio’s in binnen- en buitenland. Het cluster Oostland (Horti Science Park Oostland) en Westland (World Horti Center in het Westland) kunnen gezamenlijk optrekken.

Zo ontstaat in de Greenport een sterke troef voor de export van glas Glastuinbouwbedrijven en zeker de jongere ondernemers in het Oostland beklemtonen dat de beschikbaarheid van (kwalitatief goede) arbeid een nijpend probleem is. Dat betreft zowel geschoold (kader)personeel als medewerkers voor het productiewerk. Voor de tweede groep geldt dat de glastuinbouwsector sterk leunt op buitenlandse arbeidsmigranten, een afhankelijkheid die de sector bij de arbeidsvoorziening kwetsbaar maakt. Behalve het toenemende tekort aan personeel geldt dat de post arbeid een relatief groot aandeel in de totale kosten van een glastuinbouwbedrijf inneemt. Daardoor is het zeer wenselijk dat automatisering en robotisering van arbeidshandelingen op de productiebedrijven doorzet. Dit om in de arbeidsbehoefte van de bedrijven te kunnen voorzien en om concurrerend te blijven op de

WERKBOEK OOSTLAND

internationale markt van glastuinbouwproducten. Robotisering voor ondersteuning van de arbeid zal eerder rendabel worden bij schaalvergroting, maar dit is geen strikte voorwaarde. Dit is afhankelijk van de te robotiseren arbeidsprocessen, zoals oogsten, bladplukken, intern transport en sorteren/verpakken. Gewaswaarnemingen en scouting van ziekten en plagen vallen hier ook onder en is op enkele bedrijven al realiteit met het gebruik van drones. Gezien het groeiende tekort aan personeel voor productieactiviteiten is er behoefte aan en kans voor scholing van nieuwe instromers. Hier wordt al aan gewerkt door het samenwerkingsverband van bedrijfsleven en overheden (SOB) en krijgt zijn verdere uitwerking in de Human Capital Agenda van Greenport (West-)Holland. Met betrekking tot de werkgelegenheid in de tuinbouwsector liggen er kansen voor afgestudeerden van het hoger en academisch onderwijs. Het glastuinbouwbedrijfsleven heeft in toenemende mate mensen met een hogere technische of managementopleiding nodig, omdat de bedrijven steeds groter en complexer worden en vaker met bedrijven samenwerken uit andere (top)sectoren. Het is nodig dat zowel het tuinbouwbedrijfsleven als de opleidingsinstellingen beter (en actiever) communiceren over de (carrière) mogelijkheden in het glastuinbouwcluster.

3.1.7 Arbeid Instroom van medewerkers vraagt ook om beschikbaarheid van tijdelijke en permanente, betaalbare huisvesting voor (productie-) medewerkers. De huisvesting van arbeidsmigranten strekt veel breder dan de glastuinbouw, maar vraagt wel om een urgente aanpak. Dit is een complex thema dat afzonderlijk door provincie Zuid-Holland en de vier Oostlandgemeenten wordt opgepakt. Daarom wordt er in dit werkboek niet nader op ingegaan.

3.1.8

Stimuleringsmaatregelen

Om kansen op innovaties in het Oostland te initiëren en te versnellen zijn stimuleringsmaatregelen nodig om dat te faciliteren. Maatregelen zijn denkbaar op het gebied van ruimtelijke ordening, procesondersteuning en financiële middelen. Ruimtelijke Ordening Onder maatregelen op het terrein van ruimtelijke ordening valt te verstaan aangepaste wet- en regelgeving (in samenwerking met de Provincie) bijvoorbeeld ten aanzien van verstening en innovatie en nihilzones. Gemeenten zouden ter stimulering van het innovatieklimaat in bestemmingsplannen innovatiezones (regelluwe) en nihilzones (regelvrij) kunnen opnemen. Deze zones bie-

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

den de glastuinbouwsector extra experimentele vrijheid om een ‘eigen’ weg naar Rome te zoeken, gericht op een duurzame en concurrerende sector/cluster. De nieuwe Omgevingswet kan juridisch meer bewegingsruimte bieden tot het verruimen van de regelgeving. Zo kunnen binnen de Omgevingswet meer open normen en globalere regels worden vastgesteld dan onder het huidige omgevingsrecht. De gemeenten krijgen meer afwegingsruimte om eigen normstellingen toe te passen (met name op milieugebied). Zo kan de gemeente voor deelgebieden specifieke omgevingswaarden vaststellen, waardoor in het glastuinbouwgebied bijvoorbeeld een hogere geluidbelasting acceptabel is dan in een woonwijk. Bovendien vindt een cultuuromslag plaats, waarbij de overheid ruimte biedt aan ontwikkelingen binnen vooraf aangegeven (ruime) kaders. Initiatiefnemers krijgen daarmee meer ruimte en meer verantwoordelijkheid voor een passende bedrijfsvoering. Maar dat niet alleen: een goed en toekomstbestendig glastuinbouwgebied kan voor een langere periode dan 10 jaar (bijvoorbeeld 20 of 25 jaar) worden vastgelegd als bestemming. Dit biedt planologische zekerheid aan ondernemers in de glastuinbouw en zal leiden tot investeringen in deze gebieden. Procesondersteuning De kracht van het Oostland ligt in intensieve samenwerking tussen de gemeenten, het tuinbouwbedrijfsleven en het onderzoek en onderwijs.

Daarmee zijn alle ingrediënten voor een krachtige netwerksamenwerking in het Oostland (en de Greenport WestHolland) aanwezig. Instrumentarium in de vorm van menskracht en middelen kan die kracht verder versterken en inzetten om veranderingsprocessen te versnellen. Onder meer via het initiëren en ondersteunen van samenwerkingsverbanden binnen het cluster en/of met partijen in gelieerde sectoren zoals energie en logistiek. Dit kan gebeuren op verschillende niveaus waaronder het polderniveau in de vorm van ‘poldermanagement.’ Poldermanagement is vergelijkbaar met parkmanagement op bedrijventerreinen en ook hier is het de sector zelf die dit management initieert en organiseert. Het is samenwerking op gebiedsniveau zoals een polder. Een glastuinbouwondernemer heeft primair zijn bedrijf te runnen, en is goed in het telen en verhandelen van versproducten; het organiseren van samenwerking om collectief iets voor de polder te bewerkstelligen (bijvoorbeeld gezamenlijke inkoop, verduurzaming in de polder, arbeid, of zelfs ontsluiting) heeft niet de primaire aandacht en past ook niet in de expertise van de glastuinder. De ondernemers hebben wel voordeel bij samenwerking en collectivisering op polderniveau; de inzet van een parkmanager helpt bij gezamenlijke plannen van aanpak en kan zelfs leiden tot een BIZ 2) in de glastuinbouw.

[voetnoot invoegen onderaan Bedrijven Investerings Zone] Van belang is daarbij de bereidheid van de tuinders om hierin te participeren. Ook kan versoepeling van de milieuregels overwogen worden, waarbij (burger)woningen in het gebied meer hinder mogen on-

31

32

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

WERKBOEK OOSTLAND

dervinden en waarbij bedrijven niet automatisch worden aangesproken als er te veel hinder zou zijn. Financiële middelen Financiële middelen (bijv. subsidies, garantieregelingen) om duurzaamheidsprestaties van bedrijven te verbeteren en het toekomstperspectief van bedrijven in het cluster te vergroten. Zo is er onder meer financiering specifiek voor vertical farming mogelijk. Bij het aanvragen van dergelijke subsidies of financiële regelingen zou het parkmanagement ondersteuning kunnen bieden.

3.2

KANSEN VOOR VERSTENING

Glastuinbouwbedrijven zetten steeds vaker in op ketenverbreding. Door het uitvoeren van meerdere ketenactiviteiten op de primaire bedrijven neemt de ‘verstening’ van glastuinbouwlocaties toe. Daarmee wordt bedoeld dat een steeds groter percentage van het tuinbouwbedrijf niet meer uit kassen met een transparant kasdek bestaat maar uit andere vormen van kas- en schuurbedekking. Geschat wordt dat de gemiddelde verstening op dit moment onder de 10 procent ligt. Het is te verwachten dat deze trend voorlopig toeneemt, mede onder invloed van schaalvergroting. Verstening van glastuinbouwbedrijven ontstaat enerzijds doordat veredeling en opkweek - de voorzijde van de keten - op het teeltbedrijf plaatsvindt, waardoor onder andere laboratoriumruimte nodig is. Anderzijds vindt verstening plaats doordat meer verwerking-, bewerking- en handelsactiviteiten plaatsvinden door achterwaartse ketenintegratie. Momenteel mag volgens de meeste bestemmingsplannen in het Oostland 12,5 tot 15 procent van het bedrijfsoppervlak uit bedrijfsruimte bestaan. Hiermee wordt aangesloten bij de Provinciale Verordening Ruimte die een richtlijn van 15 procent voor overige bebouwing hanteert. Om aan productie-, veredelings- en opkweekbedrijven duidelijkheid en perspectief te bieden bij toekomstige verstening beschrijft het Werkboek Oostland in de volgende subparagrafen drie kansen.

3.2.1

Flexibiliteit in de definitie van glastuinbouw

Uit een inventarisatie blijkt dat er veel verschillende definities van glastuinbouw gebruikt worden in de diverse bestemmingsplannen (ook binnen een gemeente). In de te hanteren definitie van glastuinbouw zou de teelt van planten/gewassen meer centraal kunnen staan en niet zozeer of die teelt plaatsvindt onder een transparant kasdek. Die teelt kan ook plaatsvinden onder een gesloten kasdek en dan nog steeds teeltruimte zijn. In een gesprek met een aantal ondernemers hierover werd duidelijk gemaakt dat

WERKBOEK OOSTLAND

een ruimere definitie van teeltruimte in de meeste gevallen al een oplossing zou kunnen zijn voor het verrichten van meer ketenactiviteiten op het bedrijf. Het is wenselijk dat de provincie en de Oostlandgemeenten eenduidig zijn over hun definitie van glastuinbouw. Eén glastuinbouwdefinitie voor alle deelgebieden is niet noodzakelijk. Er kan ook bewust gekozen worden voor maatwerk, zoals het toelaten van verstening in een specifiek deelgebied. Met maatwerk kunnen kansen ontstaan om een deelgebied specifiek in te richten met bedrijven met een hogere mate van verstening. Een andere mogelijkheid is het loslaten van concrete bestemmingen en toedelingen van meerdere functies aan een gebied/locatie (onder de Omgevingswet). Wel moet voorkomen worden dat flexibiliteit in regelgeving toekomstige herstructurering belemmert. Daarnaast moet er duidelijk gecommuniceerd worden over wijzigingen in de regelgeving en de mogelijkheden die dit aan ondernemers in het gebied biedt of juist niet mogelijk maakt (en waarom).

3.2.2 Bieden van flexibiliteit in bestemmingsplannen om het versteningspercentage te vergroten De provincie hanteert als richtwaarde voor verstening 15 procent maar het vaststellen de bovengrens in bestemmingsplannen is aan de gemeenten. Op dit moment is er in enkele bestemmingsplannen al een afwijkingsmogelijkheid voor keten gerelateerde activiteiten, waarbij verstening tot 20 procent wordt toegelaten. Een hoger versteningpercentage biedt kansen voor een bepaalde groep bedrijven (zie hiervoor) om integratie van keten activiteiten op het bedrijf te ontwikkelen. Indien de verwerking- en bewerkingsactiviteiten op de primaire bedrijven een verhoudingsgewijs aanzienlijke omvang krijgen (bijvoorbeeld meer dan een derde van het totale bedrijf), is het logischer deze activiteiten naar een (agro gerelateerd) bedrijventerrein in het Oostland of net daarbuiten te verplaatsen. Tuinbouwgebieden zijn primair bedoeld voor het telen van gewassen en niet voor grootschalige bedrijfsactiviteiten die thuis horen op een bedrijventerrein. Deze uitplaatsing biedt ook kansen voor herstructurering in het tuinbouwgebied omdat wordt voorkomen dat kapitaalsintensieve bebouwing midden in het glastuinbouwgebied de toekomstige herstructurering in de weg zit.

3.2.3

Circulariteit van kasopstanden en gebouwen

Met demontabele kas- en gebouwenconstructies kan worden ingespeeld op verschillende termijnen in de bestemming. Hiermee wordt ook kapitaalsvernietiging voorkomen en duurzame bouw bereikt.

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

33

WERKBOEK OOSTLAND

N14

N455 Boskoop

Gemeente Waddinxveen

Kansenkaart Bereikbaarheid Van Bergen Kolpa Architecten | REBEL Group | Wageningen UR | Sweco

A4

in opdracht van: Provincie Zuid-Holland, Gemeentes Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland, Waddinxveen, Zuidplas

Zoetermeer

17

39

18

Nootdorp

12 26

3

A12

2

Schaal 1 : 75.000 Formaat: A3

Moerkapelle

24

12

38

27

15

24 Gemeente Pijnacker-Nootdorp

Status: definitief Datum: 30 september 2019

32 25

19

Bronnen: Verkeersmodel Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2.0, 2018

11

5 1

Pijnacker

15 13 13 Zevenhuizen

28 13

Delfgauw

N470

verbetering A/E -wegen

Gemeente Lansingerland

verbetering N -wegen

6

N451 31

N207

Gouda

A20/E25 N457

Gemeente Zuidplas

14 Moordrecht

7

N472

A13/E19

34 35

13

A20

36

10

Bergschenhoek

verbetering interne ontsluiting optimaliseren bushaltebereikbaarheid

N453

N219

8

Berkel en Roderijs

20

33

23

4

Bleiswijk

rotonde/kruispunten capaciteiten verbeteren

16

37

9

Delft

HRT (Holland Rail Terminal)

Waddinxveen

3 4

Legenda

N454

15

29 22 21

upgrade ZoRo-lijn

glas

N209

A16

N471

30

agrologistiek en overige bedrijvigheid

Nieuwerkerk aan den IJssel

kernen (inter) nationale wegen (A/E-wegen) regionale wegen (N-wegen)

Rotterdam

lightrail

A16

A20/E25

A4

Capelle aan den IJssel

gemeentegrens

Deelgebieden glas

Deelgebieden agrologistiek en overige bedrijvigheid

17

Bedrijventerrein Oost Ambacht

23

Hoefslag

29

Hoogeveenen

35

Distripark A12

14

Knibbelweg (Noordwesten van N219) Nieuwerkerk (Zuidoosten van N219)

18

Heron

24

Bleizo

30

Kleine Vink

36

Bedrijvenpark Coenecoop

15

Bredeweg incl. Glasparel+

19

De Boezem West en Oost

25

Greenparc Bleiswijk / Klappolder

31

Gouwe Park

37

Zuid I en II

16

Van Dort Kroonweg/Plasweg

20

Bedrijvenpark Ruyven/Emerald

26

Prisma Bedrijvenpark

32

Businesspark Vredenburgh (Glasparel+)

38

Brugweg

Chrystantenweg

21

Bedrijventerrein Oudeland

27

Bedrijventerrein Moerkapelle

33

LogistiekPark A12

39

Industrieterrein Noord

Wilde Veenen

22

Bedrijventerrein Weg en Land

28

Nijverheidscentrum

34

(Ecopark) A12 Noord

1

Pijnacker West

7

Oosteindse Polder

13

2

Nootdorp Dwarskade

8

3

Noukoop Balijade (incl. noordzijde Katwijkerlaan)

9

Overbuurtse Polder Zuid (scheiding Anthuriumweg) Overbuurse Polder Noord (scheiding Anthuriumweg)

4

FES Oostland

10

Wilgenlei

5

Noordpolder

11

6

Warmoeziersweg

12

34

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

WERKBOEK OOSTLAND

3.3

KANSEN VOOR BEREIKBAARHEID

De bereikbaarheid van het tuinbouwcluster Oostland staat onder grote druk. De ligging in de zuidelijke Randstad geeft nu al veel druk op de infrastructuur en het is te verwachten dat de bereikbaarheid door de sterke bevolkingsgroei en stijgende mobiliteitsgraad nog verder onder druk komt te staan. Goede bereikbaarheid is voor een glastuinbouwcluster van levensbelang. Het transport van dagverse producten zorgt dagelijks voor vele transportbewegingen. Daarbij opgeteld komt het vervoer dat de omringende periferie (toeleveranciers, installateurs etc.) toevoegt aan het dynamische karakter van de glastuinbouwsector. Om de bereikbaarheid van het glastuinbouwcluster duurzaam te verbeteren zal de regio moeten investeren. Zowel op lokaal niveau - ontsluiting van glaslocaties - als interregionaal niveau, voor het transport van tuinbouwproducten de regio uit. Mogelijkheden en kansen om de bereikbaarheid te verbeteren zijn: a) Het optimaliseren en uitbreiden van de N-wegen en de interne infrastructuur in de deelgebieden. b) Het optimaliseren en reduceren van verslogistieke verkeersbewegingen. c) Het verbeteren van het OV en het fietsnetwerk.

3.3.1

Verbeteren wegen

In de bijgevoegde kaart ‘bereikbaarheid’ is weergegeven welke A-wegen en N-wegen verbeterd moeten worden. De noodzaak van verbetering is afkomstig uit de analyse (zie hoofdstuk 6). Uit de kaart blijkt dat er knelpunten liggen op de snelwegen A12, A13, A16 en A20 die om een oplossing vragen. Voor de verbinding met afzetmarkten in het achterland vormt de beperkte capaciteit van de A12 een toenemend knelpunt. (Dit geldt overigens ook voor ander verkeer dan glastuinbouwverkeer.) Voor de hand liggende kansen voor de bereikbaarheid (van zowel voor het goederenvervoer als personenmobiliteit) liggen in het verbeteren van de N-wegen door het gebied (de N470, N219 en N209); De N209 is zowel een doorstroming- als een knelpunt voor de verkeersveiligheid. De aandacht gaat hierbij vooral uit naar de afwikkelingscapaciteit van de kruispunten en rotondes. Op de kaart ‘bereikbaarheid’ staan deze zaken specifiek benoemd als aandachtspunt voor de nabije toekomst. Volgens de analyse (H6) is de interne ontsluiting in de meeste tuinbouwgebieden redelijk op orde. Aandacht is wel nodig voor de bereikbaarheid van de gebieden Herenweg en KnibbelwegOost in gemeente Zuidplas. Ook het verkeer op lokale wegen als de Bredeweg staat onder druk. In Pijnacker ligt met verlenging van de Komkommerweg een concrete mogelijkheid voor de ver-

WERKBOEK OOSTLAND

betering van de interne wegenstructuur in tuinbouwdeelgebied Pijnacker-West. Hiermee zijn de belangrijkste knelpunten voor ontsluiting in het Oostland wel genoemd.

3.3.2  Optimaliseren en reduceren van verslogistieke bewegingen Het is een trend in de vers-logistiek dat tuinbouwproducten steeds vaker en in kleinere hoeveelheden getransporteerd worden. Dit levert meer verkeersbewegingen op. Nog steeds betreft het zwaar vervoer, omdat logistieke bedrijven rechtstreeks aan klanten leveren. Een wens is daarom om de logistiek meer te stroomlijnen en transport meer te bundelen. Dit vraagt om regiobrede coördinatie en een sterkere samenwerking met en tussen logistieke bedrijven. Mogelijkheden zijn: het (nog) beter op elkaar afstemmen van vervoervraag en –aanbod voor combitransporten en het reduceren van ‘lege’ ritten. Door voortschrijdende digitalisering en door het beschikbaar komen van meer data komt hierbij het toepassen van block-chain-technologie in beeld. De eerste initiatieven voor ‘Connected Transport’ zijn in het Oostland al opgestart. Bij Connected Transport delen logistieke dienstverleners hun data als informatie over vertrek, route en voertuig. Daarop kan de overheid (gebiedsbeheerders) inspelen met onder meer routeadvies en verkeersinformatie op maat. Hiervoor moeten de trucks worden ‘geconnect’ met wegkantsystemen en verkeersmanagementsystemen. Voor het verminderen van de druk op de snelwegen kan de Holland Railterminal A12 ook een belangrijke rol spelen. Voor de aanleg van deze overslagterminal voor o.m.

groenten en bloemen is Bleiswijk in beeld. De terminal zal vooral geschikt zijn voor transporten diep Europa in, langer dan 500 kilometer. Zulke afstanden zijn via de weg te onbetrouwbaar (in tijdsduur) en ook te kostbaar. Bovendien staat de beschikbaar van voldoende chauffeurs onder druk. De Railterminal werkt op basis van roll-on/roll-off van opleggers, waarmee er een minimum aan tijdverlies zal zijn. Voorwaarde is dan dat ook de vertragingen bij de grenzen minimaal zijn, de internationale verbindingen tussen spoornetten op orde is, en dat er ook aan de andere uiteinde(n) van de lijn(en), in de achterlanden, efficiënte railterminals zijn.

3.3.3

beschikbaar moeten komen bij OV-haltes en op plaatsen waar arbeidsmigranten zijn gehuisvest. Een kans voor het verbeteren van de regionale bereikbaarheid ligt in het opwaarderen van het OV naar HOV (hoogwaardig openbaar vervoer) en lightrail (zoals het pleidooi van de Alliantie Middengebied voor de ZoRo-lijn, zie ook de kaart ‘bereikbaarheid’). HOV vergroot de aantrekkingskracht van het glastuinbouwcluster voor het tuinbouwpersoneel. Een keerzijde van HOV is dat hoewel de bereikbaarheid van het gebied verbetert, de OV-lijnen strakker lopen en de halteafstanden groter zijn. Het netwerk wordt dus minder fijnmazig en functioneert dan minder als ‘ontsluitend OV’. Een zinvolle aanvulling is het (verder) verbeteren van het voor-/ natransport per fiets voor de werknemers. Een kans op kleiner schaalniveau, aangedragen door tuinbouwondernemers, voor het OV in Pijnacker is het ontsluiten van de bedrijven aan de Schimmelpenninck van der Oyeweg. Buslijn 55 rijdt momenteel aan de overkant van het water (via de Delftsestraatweg) maar wordt opgewaardeerd tot een R-net bus met meer snelheid en meer comfort. Gevolg kan zijn dat een aantal weinig gebruikte bushaltes, waaronder die in tuinbouwgebieden gaan verdwijnen. Er wordt nu bekeken of de ontsluitende buslijn 174 die nu vanuit Lansingerland over de N470 naar Delft rijdt, de route van lijn 55 over de Delftsestraatweg kan overnemen.

Een halte op de Delftsestraatweg ter hoogte van de nieuwe Komkommerweg zou dan een goede optie zijn. Er moeten voldoende haltes dicht bij de tuinbouwbedrijven komen. Ook buslijn 170 (de ZoRo-bus) wordt R-net. Ook hier wordt overwogen de haltes in het tuinbouwgebied te schrappen (Groendalseweg, Anthuriumweg). Op lijn 173 naar Bleiswijk geldt dat voor de haltes op de N209 bij de Hoekeindsebrug. Ook hier geldt dat er oplossingen moeten komen om werknemers met het OV naar de bedrijven te brengen.

Verbeteren van het OV en fietsnetwerk

Voor werknemers in het glastuinbouwbedrijfsleven is het belangrijk dat de bedrijven bereikbaar zijn met OV en ook veilig met de (elektrische) fiets. Goede OV- en fietsnetwerken dragen bovendien bij aan minder druk op het wegennet. Ook het stimuleren van medewerkers om met de fiets naar het werk te komen kan de druk op het wegennet verminderen. Daartoe zouden ook fietsen

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

35

WERKBOEK OOSTLAND

Boskoop

Gemeente Waddinxveen

Kansenkaart Water Van Bergen Kolpa Architecten | REBEL Group | Wageningen UR | Sweco

Zoetermeer

12

in opdracht van: Provincie Zuid-Holland, Gemeentes Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland, Waddinxveen, Zuidplas

Nootdorp

3

Moerkapelle

12

15

2

Schaal 1 : 75.000 Formaat: A3

15 4

Bronnen: Hoogheemraadschappen- Delf land, -Schieland Krimpenerwaard, -Rijnland, 2019

11

5 1

Legenda

Pijnacker

16

13 Gouda

9 13

4

Delft

Bleiswijk

zoekgebied collectieve gietwater voorziening i.k.v. herstructurering ondergrondse berging (collectief) hergebruik restproducten in waterfabriek

Waddinxveen

3

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

Status: definitief Datum: 16 september 2019

15

Zevenhuizen

13

13

Delfgauw

Gemeente Lansingerland

Berkel en Roderijs

Gemeente Zuidplas

8 6

10

Bergschenhoek

glas

14 Moordrecht

7

kernen (inter) nationale wegen (A/E-wegen) regionale wegen (N-wegen) Nieuwerkerk aan den IJssel

gemeentegrens

Rotterdam

Deelgebieden glas

36

ROTTERDAM

Capelle aan den IJssel

1

Pijnacker West

7

Oosteindse Polder

13

2

Nootdorp Dwarskade

8

14

3

Noukoop Balijade (incl. noordzijde Katwijkerlaan)

9

Overbuurtse Polder Zuid (scheiding Anthuriumweg) Overbuurse Polder Noord (scheiding Anthuriumweg)

Knibbelweg (Noordwesten van N219) Nieuwerkerk (Zuidoosten van N219)

15

Bredeweg incl. Glasparel+

4

FES Oostland

10

Wilgenlei

16

Van Dort Kroonweg/Plasweg

5

Noordpolder

11

Chrystantenweg

6

Warmoeziersweg

12

Wilde Veenen

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

WERKBOEK OOSTLAND

3.4

KANSEN VOOR WATER

De regio Oostland bestaat uit een lappendeken van polders en droogmakerijen die vrijwel geheel (circa 2 tot 6 meter) onder de zeespiegel liggen. Afzonderlijk kennen de polders verschillende waterpeilen/vakken. Met de Zuidplas herbergt Oostland het laagste punt van Nederland. Het westelijk deel van Oostland valt in het beheergebied van Hoogheemraadschap Delfland, het oostelijk deel in dat van Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard. De waterschappen hebben formeel drie hoofdtaken: zorgen voor droge voeten en waterveiligheid (wateroverlast voorkomen), zorgen voor voldoende geschikt water voor mens, plant en dier en zorgen voor schoon water. De waterhuishouding van Oostland kan complex genoemd worden, het uitvoeren van de taken uitdagend. De glastuinbouwsector heeft ook een belang in het goed uitvoeren van deze drie taken en behoort daarin ook zijn verantwoordelijkheid te nemen. Het leveren van een bijdrage aan deze ‘watertaken’ is enerzijds een opgave, maar anderzijds een bron van kansen.

3.4.1

Kansen om wateroverlast te voorkomen

In weinig tuinbouwgebieden in het Oostland worden momenteel knelpunten ervaren met betrekking tot wateroverlast. Met uitzondering van het tuinbouwgebied in Nieuwerkerk aan den IJssel. Hier is een zeer geringe drooglegging en er wordt regelmatig overlast ervaren. Toch is er geen reden om achterover te leunen. Onder invloed van de klimaatverandering worden vaker extreme hoosbuien verwacht, met alle gevolgen van dien. Het robuust houden van het watersysteem is - met het oog op de klimaatverandering - niet te realiseren met uitsluitend traditionele aanpassingen in het watersysteem. Innovatieve maatwerkoplossingen buiten het oppervlaktewatersysteem zijn noodzakelijk om wateroverlast effectgericht en in samenwerking aan te pakken. De trend in het waterbeheer hierbij is dat de gangbare aanpak opvangen-afvoeren wordt uitgebreid naar opvangenvasthouden-afvoeren. Glastuinbouwbedrijven kunnen bijdragen aan het voorkomen van wateroverlast door bij hevige regenbuien het regenwater dat op en rond hun kassen valt langer vast te houden. Met sommige methoden vergroten ze tegelijk het eigen reservoir voor gietwater. Mogelijkheden zijn bijvoorbeeld: a) De dynamische inzet van de gietwaterbassins bij dreiging van hevige regenval, zoals al gebeurt in het project Rainlevelr.

Hierbij laat een glastuinbouwbedrijf een deel van het bassin van tevoren leeglopen als er zware buien zijn voorspeld, zodat ruimte ontstaat voor nieuw regenwater. Dit project is gestart in het Westland in samenwerking met Hoogheemraadschap van Delfland, telt medio augustus 2019 18 deelnemers met gezamenlijk 114 hectare glas, waaronder enkele Oostlandse bedrijven. b) Het bergen van het regenwater in de ondergrond, waardoor in de bassins ruimte ontstaat om nieuwe buien op te vangen. Daar-

WERKBOEK OOSTLAND

naast is een belangrijk voordeel dat de buffercapaciteit van regenwater in de ondergrond bijdraagt aan de zoutterugdringing. Ondergrondse opslag van regenwater in een zoetwaterbel wordt in het Oostland al sinds de jaren tachtig met succes toegepast door tientallen glastuinbouwbedrijven. c) Aan herstructurering van glastuinbouwlocaties kan de herinrichting van het watersysteem gekoppeld worden. Watergangen worden opnieuw aangelegd en eventueel uitgebreid met waterpartijen. Bij de herinrichting wordt ook rekening gehouden met de functies infrastructuur, natuur en recreatie. Zo ontstaat de kans om een robuust, klimaatadaptief watersysteem aan te leggen, waarin ook flexibel peilbeheer mogelijk is. Zo kunnen ook ecologie en waterkwaliteit profiteren. Overbodig geworden peilvakken kunnen samengevoegd worden.

3.4.2

Kansen voor voldoende gietwater

Mede door de extreem droge zomer van 2018 is het besef in de agrarische sector vergroot dat de beschikbaarheid van voldoende kwalitatief gietwater noodzakelijk is en een extra inspanning vraagt. Hier kan de sector zelf een bijdrage aan leveren. Kansen om voldoende gietwater te garanderen liggen er onder meer in het vergroten van de regenwateropslag (collectief en individueel) in de bodem, het efficiënt en verantwoord omgaan met gietwater (programma Emissieloze Kas) en het zuiveren van proceswater door middel van een ‘gietwaterfabriek’. Hiermee worden reststromen hergebruikt. De herstructurering biedt daarbij een uitgelezen kans om deze uitdagingen - in collectief verband - aan te gaan. In de kansenkaart Water is een aantal zoekgebieden weergegeven voor collectieve gietwatervoorzieningen. Daarbij is onder meer gekeken naar herstructureringslocaties, omdat daar mogelijkheden zijn om te werken aan collectieve voorzieningen. Ook zijn er locaties benoemd waarin collectieve ondergrondse waterberging en hergebruik van proceswater (retourwater uit kassen) tot de mogelijkheden behoort. Het vergroten van de opslag van regenwater is een voor de hand liggende mogelijkheid, omdat neerslag de meest geschikte bron is voor gietwater. Door het opslaan van meer neerslag wordt de noodzaak kleiner om middels omgekeerde osmose opgepompt grondwater te zuiveren.

De opslag kan gezocht worden in de zandlaag in de bodem, maar ook in grotere waterbassins. Het aanleggen van collectieve systemen verdient de voorkeur. Ondergrondse berging van tijdelijke zoetwateroverschotten voor terugwinning in perioden van vraag biedt een oplossing voor huidige en toekomstige watertekorten. Deze oplossingen zijn met name ontwikkeld voor gebieden met brak en zout grondwater en vragen om een collectieve aanpak. De crux van deze concepten zit in het optimaliseren van de plaatsing en aansturing van de putfilters voor infiltratie en onttrekking van zoetwater. Meer-

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

dere verticale filters maken diepe injectie en ondiepe winning van zoetwater ook mogelijk in brakke bodemformaties. De duurzame beschikbaarheid van kwalitatief goed gietwater voor de glastuinbouw in het Oostland is een urgente kwestie. Op korte termijn biedt grondwateronttrekking weliswaar nog een oplossing, maar op termijn komt dit in de knel vanwege een verbod per 1 juli 2022 op brijnlozing. (Brijn is het restproduct dat ontstaat bij het produceren van gietwater uit brak grondwater door middel van omgekeerde osmose). Om op lange termijn over goed gietwater te beschikken moeten de kansen daarvoor benut worden. Glastuinbouwbedrijven in het Oostland kunnen op dit moment nog niet zonder grondwateronttrekking. Het is nodig om in gezamenlijkheid te werken aan alternatieven hiervoor. Drinkwaterbedrijven leveren - naast het gebruikelijke drinkwater - ook steeds meer water van een kwaliteit die is toegespitst op de vraag. Levering van goed gietwater aan de glastuinbouw past goed in deze ontwikkeling. Uiteindelijk gaat de voorkeur uit naar een gebiedsgerichte aanpak, waarbij alle ontwikkelingen in het gebied in samenhang en integraal worden beschouwd (bijvoorbeeld Delft Blue Water met Evides Waterbedrijf als partner, dat de productie van gietwater voor de glastuinbouw in Westland in pilotvorm onderzoekt).

3.4.3

Kansen voor waterkwaliteit

Buiten kijf staat dat het glastuinbouwcluster Greenport WestHolland een van de regio’s in Nederland is met de hoogste dichtheid van normoverschrijdingen van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen naar het oppervlaktewater. Om de bijdrage van de glastuinbouw aan waterverontreiniging terug te dringen is in het Afsprakenkader Emissieloze kas afgesproken dat emissies (van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen) vanuit de glastuinbouw in 2027 teruggebracht zijn tot bijna nul. Enerzijds wordt met de wetgeving voor de zuiveringsplicht hieraan bijdragen. Per 1 januari 2018 geldt een verplichte zuivering van restwaterstromen. Zuiveringsinstallaties moeten dan de resten van gewasbeschermingsmiddelen met minimaal 95% verwijderen uit het te lozen water. Het betreft drainwater bij substraatteelt, drainagewater bij grondgebonden teelt en filterspoelwater (indien gespoeld met drain- of bemest gietwater). Anderzijds is vanuit de Hoogheemraden van Delfland (sinds 2015) en Schieland en de Krimpenerwaard ingezet op de Gebiedsgerichte Aanpak, in samenwerking met gemeenten en Glastuinbouw Nederland. De inzet bij deze gerichte aanpak met extra metingen in diverse polders is het opsporen van concrete, individuele lozingsbronnen. Daarbij worden alle glastuinbouwbedrijven per polder bezocht en er hoort een voorlichtingstraject bij.

Bedrijven worden gestimuleerd de websites van de waterschappen te raad-

37

WERKBOEK OOSTLAND

Boskoop

Gemeente Waddinxveen

Kansenkaart Energie Van Bergen Kolpa Architecten | REBEL Group | Wageningen UR | Sweco

Zoetermeer

17

in opdracht van: Provincie Zuid-Holland, Gemeentes Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland, Waddinxveen, Zuidplas

39

18

Nootdorp

12 26

3

Moerkapelle

24

12

38

27

15

2

Schaal 1 : 75.000 Formaat: A3

15

24 Gemeente Pijnacker-Nootdorp

Status: definitief Datum: 16 september 2019

25

19

Bronnen: Verkenning Duurzame Warmte Oostland, Warmte Samenwerking Oostland, 2019

11

5 1

Pijnacker

15 13 13

23

4

Bleiswijk

Zevenhuizen

28 13

Delfgauw

Gemeente Lansingerland

36 34 35

13

Gouda

31

Gemeente Zuidplas

8 6

Berkel en Roderijs

20

16 33

9

Delft

bedrijven aangesloten op RoCa bedrijven aangesloten op lokaal warmtenet geothermie potentiële deelgebieden voor warmtenet deelgebieden aangesloten op warmtenet bestaande warmtenetten stadsverwarming

37

3 4

Legenda

Waddinxveen

32

10

Bergschenhoek

14 Moordrecht

7 29

potentiële duurzame bron

22

bestaande geothermie bron

21

warmtehubs RoCa centrale

30

leiding over oost (LOO) + uitbreidingen

Nieuwerkerk aan den IJssel

bestaand lokaal warmtenet bestaand tuinbouwwarmtenet glas Rotterdam

agrologistiek en overige bedrijvigheid

Capelle aan den IJssel

kernen gemeentegrens

Deelgebieden glas

Deelgebieden agrologistiek en overige bedrijvigheid

17

Bedrijventerrein Oost Ambacht

23

Hoefslag

29

Hoogeveenen

35

Distripark A12

14

Knibbelweg (Noordwesten van N219) Nieuwerkerk (Zuidoosten van N219)

18

Heron

24

Bleizo

30

Kleine Vink

36

Bedrijvenpark Coenecoop

15

Bredeweg incl. Glasparel+

19

De Boezem West en Oost

25

Greenparc Bleiswijk / Klappolder

31

Gouwe Park

37

Zuid I en II

16

Van Dort Kroonweg/Plasweg

20

Bedrijvenpark Ruyven/Emerald

26

Prisma Bedrijvenpark

32

Businesspark Vredenburgh (Glasparel+)

38

Brugweg

Chrystantenweg

21

Bedrijventerrein Oudeland

27

Bedrijventerrein Moerkapelle

33

LogistiekPark A12

39

Industrieterrein Noord

Wilde Veenen

22

Bedrijventerrein Weg en Land

28

Nijverheidscentrum

34

(Ecopark) A12 Noord

1

Pijnacker West

7

Oosteindse Polder

13

2

Nootdorp Dwarskade

8

3

Noukoop Balijade (incl. noordzijde Katwijkerlaan)

9

Overbuurtse Polder Zuid (scheiding Anthuriumweg) Overbuurse Polder Noord (scheiding Anthuriumweg)

4

FES Oostland

10

Wilgenlei

5

Noordpolder

11

6

Warmoeziersweg

12

38

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

WERKBOEK OOSTLAND

plegen en elkaar aan te spreken. Bewustwording over de eigen impact op schoon water is een belangrijk doel. Ook initiatieven als AquaReUse, waarbij proceswater wordt gezuiverd en opgewerkt tot bruikbaar gietwater, dragen bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit in de tuinbouwgebieden. De ontwikkeling van meer van dit soort installaties kunnen bijdragen aan verbetering van de waterkwaliteit in het Oostland. Een actieve rol is daarbij weggelegd voor de glastuinbouwsector zelf. Tuinders willen en kunnen mogelijk substantiële bijdrage leveren in organisaties voor gebiedsgericht waterbeheer zoals bij het project AquaReUse het geval is. Door nauwe samenwerking tussen tuinbouwbedrijfsleven, waterschappen, gemeenten, belangenbehartigers en kennisinstellingen liggen er tal van kansen in het Oostland om samen te werken aan de drie hoofdtaken in waterbeheer; daarmee kan de glastuinbouw op lange termijn functioneren in een duurzaam en robuust watersysteem.

3.5

KANSEN VOOR ENERGIE

Een goede energievoorziening is een van de pijlers onder de Nederlandse glastuinbouw. De meeste tuinbouwkassen worden een groot deel van het jaar warm gestookt met behulp van aardgas. Daarmee is de sector een van de grootverbruikers in aardgas. Gas wordt ook gebruikt (via WKK) voor de productie van elektriciteit. Veel elektriciteit wordt gebruikt voor assimilatiebelichting, dat voor steeds meer teelten en een langer deel van het jaar wordt ingezet. Tot nu toe zet de glastuinbouw vooral aardgas in om warmte en elektriciteit te produceren. Het aandeel duurzame energie in de sector ligt landelijk tussen de 6 en 7 procent (Energiemonitor 2018, Wageningen Economic Research). Het toedienen van CO2 als reststof afkomstig uit de rookgassen van aardgas - neemt als groeimiddel ook een onmisbare plek in de bedrijfsvoering van het moderne glastuinbouwbedrijf in. Mede omdat energie een grote kostenpost is binnen het glastuinbouwbedrijf is energiebesparing al decennialang een groot aandachtspunt in de sector. Door tal van innovaties in energiebesparende en teelttechnische maatregelen is de productie energiezuiniger geworden en de hoeveelheid gas per eenheid product sterk teruggebracht. Het programma Kas als Energiebron is een voorbeeld van de huidige inzet hierop. Daarnaast is er een verduurzamingslag gaande in de vervanging van fossiele bronnen naar duurzame bronnen.

De sector heeft zichzelf het doel gesteld in 2040 fossielvrij te zijn. De sector (Glastuinbouw Nederland) werkt aan de inzet ‘glastuinbouw fossielvrij’ en richt zich in het kader van het klimaatakkoord op halvering van de CO2-emissie per 2030 en een uiteindelijk nagenoeg nul-emissie rond 2040.

WERKBOEK OOSTLAND

In de transitie van fossiele naar duurzame energiebronnen loopt het glastuinbouwcluster Oostland voorop. In de regio kwamen de eerste aardwarmtebronnen van de Nederlandse glastuinbouw tot stand. Inmiddels is er een vijftal operationeel en er is potentie voor nog meer bronnen. Ook zijn er recent binnen het glastuinbouwcluster twee biomassacentrales gebouwd die warmte leveren aan de glastuinbouw. Een randvoorwaarde voor de verduurzaming van de sector is het beschikbaar brengen van voldoende externe CO2, zodat de tuinder die niet zelf hoeft te produceren met inzet van zijn gasgestookte cv-ketel. In onderstaande paragrafen wordt ingegaan op: - Verduurzaming van de warmtevoorziening. - Beschikbaarheid en verduurzaming van de elektriciteitsvoorziening. - Beschikbaarheid van externe CO2.

3.5.1

Verduurzaming van de warmtevoorziening

Parallel aan de Verkenning Oostland wordt binnen de WarmteSamenwerking Oostland (WSO) gewerkt aan een gebiedsdekkend warmte- en CO2-net voor de glastuinbouw en een deel van de bebouwde omgeving. Daarbij wordt ook gekeken naar andere warmtevragers. Wat betreft de glastuinbouw blijkt dat de intensieve warmtevragers verspreid over het gebied liggen (zie 6.5.1). In de kansenkaart ‘energie’ is inzichtelijk gemaakt hoe een warmtenetwerk zich op termijn kan ontwikkelen op zo’n manier dat de meeste (toekomstbestendige) deelgebieden hierop zijn aan te sluiten. Op de kaart wordt alleen de hoofdstructuur weergegeven. Ook is het verband zichtbaar gemaakt met de levering aan een aantal woonwijken. Logischerwijze sluit het beoogde netwerk aan bij het bestaande RoCa-netwerk (gevoed met warmte van de RoCa warmtekrachtcentrale in Rotterdam) dat sinds de jaren negentig warmte levert aan de glastuinbouw in Lansingerland. Het gebiedsdekkende warmtenet kan ook gevoed worden met warmte uit duurzame warmtebronnen, zoals de bestaande geothermiebronnen in het Oostland en de biomassacentrales. Voor de hand ligt om daarbij aan te haken op de reeds aangelegde netwerken rond die lokale warmtebronnen. De koppeling van verschillende warmtenetten is in centraal Oostland gedeeltelijk al gerealiseerd.

Naast bestaande bronnen zijn er ook mogelijkheden voor nieuwe aardwarmtebronnen geïdentificeerd die ook zijn opgenomen in de kansenkaart. Ook zijn er verschillende nieuwe biomassacentrales in ontwikkeling of liggen deze op de tekentafel. Geothermie is naar de huidige inzichten met voorsprong de meest kansrijke duurzame bron voor de glastuinbouw. Voor biomassa ligt dat anders. Er bestaat discussie over de duurzaamheid van deze bronnen, zeker op de lange termijn. Een rol speelt hierin dat de oorsprong van de biomassa die veelal buiten Nederland

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

ligt. Ook leven er vragen over de invloed van de centrales op de luchtkwaliteit. De sector ziet evenwel in biomassa een belangrijke duurzame warmtebron voor de komende 10 á 15 jaar. Naast huidige en toekomstige geothermie en biomassa-bronnen is er nog meer warmte nodig om aan de vraag van het Oostland te voldoen. Daarvoor is al heel lang restwarmte vanuit de Rotterdamse haven in beeld. Deze warmte zou zijn weg naar de Oostlandse glastuinbouw kunnen vinden via bijvoorbeeld koppeling met het RoCa-netwerk of aanleg van nieuwe leidingen als onderdeel van de Zuid-Hollandse warmterotonde (Leiding over Oost). Medio 2019 is nog een aantal knelpunten om een dergelijke levering te realiseren niet opgelost. Tot slot: Met het koppelen van reeds bestaande lokale netwerken in het Oostland kan een robuust systeem van warmtelevering tot stand komen waar de ene bron indien nodig de andere kan vervangen. Ook hoofdleidingen kunnen via warmtehubs met elkaar verbonden worden (zie kansenkaart ‘energie’) waardoor in het Oostland een toekomstbestendig en robuust warmtesyteem ontstaat. Distributienetten in de deelgebieden moeten met voldoende capaciteit (basis en middenlast) worden aangelegd, waarbij rekening wordt gehouden met de uitfasering van de WKK.

In de energietransitie van de glastuinbouw in het Oostland is ook een rol weggelegd voor de energie- of warmtecoöperaties die door ondernemers in diverse regio’s zijn opgericht, in samenwerking met gemeenten en Glastuinbouw Nederland. Zij kunnen een rol spelen in het tot stand komen van lokale bronnen en netwerken en het coördineren van de energiebehoefte van betrokken glastuinbouwbedrijven.

Duurzame energiebronnen Voor individuele, maar ook samenwerkende ondernemers zijn er volop kansen om schuurdaken te benutten voor zonne-energie. (Eventueel in samenwerking met burger energiecoöperaties, zoals medio 2019 in Pijnacker-Nootdorp bij Flowers). Een volgende stap kan zijn de aanleg van tijdelijke energielandschappen op langdurig braakliggende kavels of onrendabele ‘overhoeken’ en taluds. Dit vraagt afstemming met het provinciale beleid.

3.5.2

Verduurzaming van de elektriciteitsvoorziening

In toenemende mate zetten glastuinders in op assimilatiebelichting van hun gewassen, waarvoor ze de elektriciteit veelal opwekken met gasgestookte WKK’s. Die produceren niet alleen elektriciteit maar ook warmte en CO2. Wanneer de warmte verduurzaamd wordt en de CO2 extern wordt aangeleverd zal de WKK steeds minder noodzakelijk zijn. Glastuinbouwondernemers moeten in die situatie wel elektriciteit kunnen afnemen van het elektriciteitsnet. In dat verband is de beperkte netcapaciteit medio 2019 een groot knelpunt en een be-

39

40

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

WERKBOEK OOSTLAND

lemmering in de ontwikkeling van glastuinbouwbedrijven. Vooral in de gemeenten Waddinxveen en Zuidplas blijkt dit niet altijd te kunnen vanwege capaciteitsbeperkingen, terwijl de elektriciteitsbehoefte eerder zal groeien dan afnemen. Uitbreiding van de netcapaciteit is daarom zeer belangrijk. Ook de groei van het aantal particuliere bronnen van elektriciteitsopwekking zet de netcapaciteit onder druk. Deze ontwikkeling speelt landelijk en heeft de aandacht van netbeheerders. In het algemeen kan gesteld worden dat de tuinbouw steeds meer elektriciteit zal vragen, niet alleen door uitfasering van de WKK maar ook door intensivering van de belichting en toename van bedrijfsprocessen die elektriciteit vragen (bijv. automatisering en robotisering).

leveranciers (glastuinbouw, haven, industrie en woonconcentraties) liggen er in de zuidelijke Randstad genoeg kansen. Het verzilveren van die kansen kan niet zonder integrale benadering van de CO2-behoefte.

Een mogelijk andere route is het verduurzamen van de brandstof van de WKK’s middels groen gas of groene waterstof. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van de bestaande infrastructuur. In het kader van de Energyhub A12 wordt verkend of hiervoor pilots in Bleiswijk mogelijk zijn. Maar ook via deze route is het belangrijk het elektriciteitsnet ten oosten van de Rotte te verzwaren omdat vanuit de WKK’s ook terug geleverd moet kunnen worden aan het net. Tenslotte is het zaak dat de elektriciteit die door bedrijven rechtstreeks van het net wordt betrokken, groene elektriciteit is of duurzaam in het tuinbouwgebied wordt opgewekt door windmolens of zonnecollectoren.

3.5.3 Beschikbaarheid van externe CO2 Voor de levering van externe CO2 ligt er in het Oostland al een uitgebreid leidingnetwerk waarmee veel glastuinbouwbedrijven door OCAP beleverd worden. OCAP is leverancier van CO2 als restproduct van fabrieken in het Rotterdamse havengebied (zie 6.5.4). Van de tuinbouwgebieden die op lange termijn als toekomstbestendig worden aangemerkt is alleen Noukoop-Balijade nog niet aangesloten op het CO2-netwerk. Ocap heeft aangegeven daaraan te zullen werken. De kwetsbaarheid van de CO2-levering via OCAP is een aandachtspunt. Het komt geregeld voor dat de levering van CO2 tijdens het groeiseizoen uitvalt omdat bronnen tijdelijk niet beschikbaar zijn vanwege periodiek onderhoud bij de leveranciers. Als het glastuinbouwcluster steeds meer voorzien wordt in duurzame warmte dan wordt de garantie op beschikbare externe CO2levering noodzakelijk. Meer bronnen en meer aanbieders kunnen daaraan bijdragen. Het Oostlandse glastuinbouwcluster heeft een aanzienlijke rol in de regionale energietransitie naar duurzame opwekking van warmte en elektriciteit. Kansen liggen er in de verdere ontwikkeling van duurzame warmtebronnen (binnen en buiten de sector) en (verdere) uitwisseling van duurzame energie in Oostland en omliggende regio’s. Gezien de grote concentratie van potentiële afnemers en

WERKBOEK OOSTLAND

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

41

WERKBOEK OOSTLAND

Boskoop

Gemeente Waddinxveen

Inventarisatie en Analysekaart bestemd maar niet gerealiseerd Van Bergen Kolpa Architecten | REBEL Group | Wageningen UR | Sweco

Zoetermeer

17

in opdracht van: Provincie Zuid-Holland, Gemeentes Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland, Waddinxveen, Zuidplas

39

18

Nootdorp

12 26

3

Moerkapelle

24

12

38

27

15

2

Schaal 1 : 75.000 Formaat: A3

15

24 Gemeente Pijnacker-Nootdorp

Status: definitief Datum: 30 september 2019

25

19

Bronnen: Glasgegevens Oostland, Provincie Zuid-Holland, 2019

11

5 1

Pijnacker

15 13 13

23

4

Delft

Bleiswijk

Zevenhuizen

28 13

Delfgauw

Gemeente Lansingerland

ontwikkel gebieden (237ha.)

35 13

Gouda

31

Gemeente Zuidplas

10

Bergschenhoek

glastuinbouwgebied omgevingsverordening (januari 2019)

36 34

8 6

Berkel en Roderijs

20

16 33

9

fysiek glas (2017) glastuinbouw bestemmingsplannen (medio 2018) inbreiding locaties (119ha.) 5 > 10ha.

37

3 4

Legenda

Waddinxveen

32

14 Moordrecht

7 29 22

kernen

21

(inter) nationale wegen (A/E-wegen) regionale wegen (N-wegen)

30

gemeentegrens

Rotterdam

Deelgebieden glas

Capelle aan den IJssel

Deelgebieden agrologistiek en overige bedrijvigheid

17

Bedrijventerrein Oost Ambacht

23

Hoefslag

29

Hoogeveenen

35

Distripark A12

14

Knibbelweg (Noordwesten van N219) Nieuwerkerk (Zuidoosten van N219)

18

Heron

24

Bleizo

30

Kleine Vink

36

Bedrijvenpark Coenecoop

15

Bredeweg incl. Glasparel+

19

De Boezem West en Oost

25

Greenparc Bleiswijk / Klappolder

31

Gouwe Park

37

Zuid I en II

16

Van Dort Kroonweg/Plasweg

20

Bedrijvenpark Ruyven/Emerald

26

Prisma Bedrijvenpark

32

Businesspark Vredenburgh (Glasparel+)

38

Brugweg

Chrystantenweg

21

Bedrijventerrein Oudeland

27

Bedrijventerrein Moerkapelle

33

LogistiekPark A12

39

Industrieterrein Noord

Wilde Veenen

22

Bedrijventerrein Weg en Land

28

Nijverheidscentrum

34

(Ecopark) A12 Noord

1

Pijnacker West

7

Oosteindse Polder

13

2

Nootdorp Dwarskade

8

3

Noukoop Balijade (incl. noordzijde Katwijkerlaan)

9

Overbuurtse Polder Zuid (scheiding Anthuriumweg) Overbuurse Polder Noord (scheiding Anthuriumweg)

4

FES Oostland

10

Wilgenlei

5

Noordpolder

11

6

Warmoeziersweg

12

42

Nieuwerkerk aan den IJssel

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

WERKBOEK OOSTLAND

4. Kansen voor Modernisering & Herstructurering en Functieverandering 4.1

INLEIDING

In hoofdstuk 3 zijn de kansen beschreven voor de vijf thematische ambities: innovatie, verstening, bereikbaarheid, water en energie. Deze kansen hebben betrekking op het glastuinbouwcluster als geheel. Dit hoofdstuk gaat over de kansen voor de ruimtelijke en fysieke situatie in de deelgebieden van het Oostland. Daarvoor is het glastuinbouwcluster verdeeld in 16 afzonderlijke tuinbouwgebieden. In hoofdstuk 5 wordt de situatie per deelgebied beschreven en hoofdstuk 6 geeft een uitgebreide inventarisatie en analyse van alle tuinbouwgebieden. Door diverse ontwikkelingen in de glastuinbouw zijn de eisen die een gemiddeld glastuinbouwbedrijf stelt aan verkaveling, schaalgrootte, energie- en waterinfrastructuur en ontsluiting veranderlijk. Het ideale glastuinbouwgebied van de nabije toekomst heeft grote(re) kavels, een duurzaam energie- en CO2-netwerk, een digitale infrastructuur, goede ontsluitingswegen en mogelijkheden voor collectieve voorzieningen voor waterberging en -zuivering. Het Oostland is een lappendeken van oudere en jongere glaslocaties, met wisselende verkaveling, schaalgrootte en ouderdom van glasopstanden. Om glastuinbouwgebieden toekomstbestendig te maken wordt gekeken naar de ruimtelijke ordeningsscenario’s ‘modernisering’ en ‘herstructurering’. Ook de optie ‘functieverandering’ kan in beeld komen als een andere invulling van een gebied gewenst is.

Dit hoofdstuk gaat in op de analyse van de deelgebieden en de kansen die er liggen als het gaat om het moderniseren (beperkte aanpassingen in het gebied) en herstructurering (wat ingrijpender aanpassingen aan de inrichting) of juist kansen om te komen tot een andere invulling voor het betreffende gebied (functieverandering). Samenvattend kan gesteld worden dat: -  Veel tuinbouwgebieden, met name in het hart van het Oostland, een modern karakter hebben en dat het in deze gebieden zaak is om ze ook in de toekomst modern te houden; - Er andere gebieden zijn die wat ouder en minder goed verkaveld zijn en herstructurering behoeven of zelfs beter een andere functie kunnen krijgen; -  Er nog enkele ontwikkelgebieden in het Oostland aanwezig zijn die - door als schuifruimte te fungeren - kunnen bijdragen aan de herstructurering en functieverandering van andere gebieden.

WERKBOEK OOSTLAND

4.2 INVENTARISATIE EN ANALYSEKAART ‘BESTEMD MAAR NIET GEREALISEERD GLAS’ 4.2.1

Bestemmingen

De kaart ‘bestemd maar niet gerealiseerd glas’ laat zien dat in de verschillende deelgebieden nog ruimte is voor glastuinbouwontwikkeling omdat het bestemd glas nog niet is ingevuld met gerealiseerd glas. Bij bestemd glas is onderscheid gemaakt tussen bestemd glas volgens de bestemmingsplannen (medio 2018) en bestemd glas volgens de Verordening Ruimte van Provincie ZuidHolland (januari 2019). Uit analyse van de ruimtelijke plannen blijkt dat in bepaalde deelgebieden glastuinbouw in de provinciale Verordening niet is opgenomen terwijl ze wel in de bestemmingsplannen staan. Dit betreft de gebieden: Balijade (zuidwesten), Pijnacker-West (zuidoosten), Overbuurtse Polder (zuidoosten), Chrysantenweg (gehele deelgebied), Wilgenlei (noorden), Hoekse Kade/Oosteindse Polder (ten westen van N209) en Nieuwerkerk aan den IJssel (noorden en oosten, aan weerszijden van de A20). Dit is mogelijk gedaan omdat er onzekerheid is over de toekomst van de tuinbouw in dat gebied. Het gebied Wilde Venen (noordelijk gebied) is wel opgenomen in de Verordening Ruimte, maar niet in het bestemmingsplan. Dit heeft mogelijk te maken met de langdurige juridische procedures over glastuinbouw in dit gebied. Dit geldt ook voor het gebied ten noorden van Nieuwerkerk. Ook is er bestaand fysiek glas dat niet is opgenomen in zowel bestemmingsplannen als de provinciale Verordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12644036/1