bijlage 4 - Rode draad uit de reacties van diverse partijen op de concept
Tekst van het document
Rode draad uit de reacties van diverse partijen op de concept-Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden 2021-2026 1. Intensief en interactief ontwikkelingsproces concept-regiovisie Jeugdzorg Haaglanden Vanaf maart 2020 is op initiatief van de wethouders Jeugd van de H10-gemeenten met diverse direct en indirect betrokkenen, en ondersteunt door de afspraken uit de Norm voor Opdrachtgeverschap, intensief gewerkt aan de ontwikkeling van de Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden 2021-2026. Meer informatie over de Norm voor Opdrachtgeverschap vindt u op de site: https://vng.nl/sites/default/files/2020-06/5_resolutie_norm_voor_opdrachtgeverschap.pdf. In de periode maart - juni 2021 is de concept-regiovisie vervolgens aangescherpt op basis van de reacties van diverse partijen. Tijdens verschillende, meestal digitale sessies hebben wij inzichten en opmerkingen opgehaald bij onder andere de lokale teams, jongeren, ouders, Adviesraden Sociaal Domein van de H10-gemeenten en jeugdhulpaanbieders. Ook u, als lid van de gemeenteraad binnen de H10-regio, kreeg op diverse momenten de gelegenheid om uw inbreng te leveren. Hiertoe werden vier bijeenkomsten georganiseerd. De eerste vond plaats op 26 november 2020 tijdens de week van de Transformatie Jeugdhulp. In deze bijeenkomst werden de hoofdlijnen, ambities en leidende principes besproken.
Op verzoek van de raden werd vervolgens een webinar georganiseerd specifiek over de inrichting van het zorglandschap van de jeugdzorg (4 maart 2021). Daarna vond een webinar plaats waar de concept-regiovisie centraal stond (11 maart 2021). Daarbij hebben de raadsleden verzocht om nog een verdiepingsbijeenkomst op een aantal inhoudelijke thema’s te organiseren. Deze vond plaats op 10 mei 2021. Wanneer u dit wenselijk vindt kan in het najaar nog een 5de bijeenkomst georganiseerd worden, over de manier waarop wij werken aan kwaliteitstoetsing en kwaliteitsontwikkeling en de lokale ruimte om hieraan zelf sturing te geven. Op basis van de gedachtewisselingen tijdens al deze digitale bijeenkomsten heeft het Platform gemeenteraadsleden H10 in mei 2021 een schriftelijke reactie verzonden aan de wethouders Jeugd van de H10-gemeenten. Het antwoord hierop, namens het Bestuurlijk Overleg Jeugd, is in juni 2021 aan het platform verzonden. Tot slot vonden in mei en juni 2021 in een aantal gemeenten lokale debatten met de gemeenteraden plaats over de concept-regiovisie. Ook de aandachtspunten uit deze lokale debatten zijn zo goed mogelijk verwerkt in de concept-regiovisie die nu ter besluitvorming voorligt. Over het algemeen is de concept-regiovisie door de diverse direct en indirect betrokkenen zeer goed ontvangen. Hieronder treft u de rode draad van de opgehaalde reacties.
Deze zijn ingedeeld in een tweetal categorieën, namelijk: inhoudelijke punten en punten die verband houden met sturing en organisatie op gemeentelijk en regionaal niveau. Deze aandachtspunten zijn reeds verwerkt in de concept-regiovisie. 2. Inhoudelijke thema’s Spanning tussen “normaliseren” en “aandacht voor kwetsbare gezinnen” De formulering in de concept-regiovisie rondom kwetsbaarheid in relatie tot gezinnen is aangepast. In plaats van ‘kwetsbare gezinnen’ spreken we van ‘gezinnen in kwetsbare omstandigheden’. Zo voorkómen we dat we hierdoor een extra etiket opplakken (terwijl we stigmatisering juist willen tegengaan). Elk gezin kan immers tijdelijk in kwetsbare omstandigheden terechtkomen. Door te stimuleren dat gebruikelijke vragen en hobbels die met het opvoeden en opgroeien gepaard gaan, zoveel mogelijk worden opgevangen door preventieve en algemene voorzieningen, blijft er in de jeugdzorg meer capaciteit beschikbaar voor de zwaardere en complexere vragen. Daarnaast hebben wij op basis van de ontvangen input, de aanvankelijke ambitie om ‘voorrang te verlenen aan 1
kwetsbare gezinnen’ gewijzigd in ‘aandacht voor gezinnen, kinderen en jongeren in kwetsbare omstandigheden’. Wie op casusniveau voorrang zou moeten krijgen, is immers niet op voorhand te bepalen. Bejegening: écht luisteren, open staan voor de behoefte en het verhaal van ouders/kinderen/jongeren Zowel in de leidende principes als binnen de diverse ambities wordt dit uitgangspunt benadrukt. Ook wordt in de concept-regiovisie verwezen naar de Basisafspraken ‘Omgaan met elkaar’ , die recent door JONG doet mee! voor jongeren en hulpverleners zijn opgesteld. Aandacht voor investeringen aan de voorkant: een liefdevolle, stabiele en veilige omgeving en preventie Alle betrokkenen hebben benadrukt dat investeringen aan de voorkant van belang zijn en meer dan ooit onze aandacht vragen. Uiteraard zijn de pedagogische basis en het preventieve beleid verantwoordelijkheden van de individuele gemeenten. Toch besteden we hier aandacht aan in de concept-regiovisie, aangezien dit het fundament is waar met de jeugdzorg op kan worden voortgebouwd. Het is van belang om aan de voorkant tijdig in te spelen op eventuele knelpunten in het opvoeden en opgroeien. Ouders/verzorgers spelen hierin een centrale rol. We hebben dit onder andere onderstreept in paragraaf 1.1 Fundament op lokaal niveau. Maar ook het sturen op normaliseren, eigenkracht en de-medicaliseren spelen hierbij een rol.
Tevens komt in de paragraaf Jeugdhulp en onderwijs werken effectief samen het belang van preventie aan de orde. Wachttijden bij jeugdhulpaanbieders en jeugdteams Door diverse partijen is aandacht gevraagd voor het vergroten van het inzicht in wachttijden bij jeugdhulpaanbieders en lokale teams, zowel voor verwijzers als voor jeugdigen en gezinnen. Dit thema is dan ook expliciet opgenomen in de concept-regiovisie. Onder de ambitie Tijdig inzetten van de best passende hulp hebben we de actielijnen rond zorgelijk wachtenden uiteen gezet. Het betreft één van de prioriteiten voor 2021. De eerste stap daarbij is meer zicht op en inzicht krijgen in het terrein van zorgelijk wachtenden. De samenhang tussen onderwijs en jeugdhulp Vanuit diverse gremia werd gewezen op het belang van de samenhang tussen jeugdhulp en onderwijs. Daarom is in de concept-regiovisie de ambitie opgenomen om deze samenhang beter en effectiever te benutten. In het Regionale actieprogramma onderwijs-jeugdhulp, dat samen met de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs zal worden opgesteld, kunnen de diverse aandachtspunten een plek krijgen. Voorbeelden zijn: het bieden en stroomlijnen van preventieve ondersteuning op scholen, aandacht voor onderwijs op niveau voor jeugdigen in een verblijfsvoorziening en thuiszitters. 3.
Sturing en organisatie Relatie regionaal en lokaal Er is door gemeenteraden aandacht gevraagd voor de relatie tussen lokaal en regionaal niveau. Hierover wordt op verschillende plekken in de concept-regiovisie gesproken. Op regionaal en bovenregionaal niveau hebben gemeenten elkaar nodig om de kwaliteit en continuïteit van de (hoog)specialistische jeugdhulp, de jeugdbescherming en -reclassering te waarborgen. Daarnaast kunnen gemeenten desgewenst in verschillende samenstellingen samenwerken. In de conceptregiovisie houden wij rekening met de uitdagingen van nu en bestendigen wij onze samenwerking voor de komende jaren. Al met al ervaren gemeenten dat de (boven)regionale samenwerking en afstemming tussen de gemeenten onmisbaar zijn. Dit neemt niet weg dat de gemeenten hun eigen 2
lokale ruimte hebben en houden voor onder andere sturing op kwaliteit en resultaat. Zo kunnen gemeenten in het kader van de inkoop (via een herzieningsprocedure) tussentijds de overeenkomsten met aanbieders aanpassen. Dat geeft gemeenten individuele ruimte om lokaal maatwerk toe te passen. Via sturing op kwaliteit en resultaat, bepalen gemeenten wie voor hen de juiste samenwerkingspartners zijn. Partners moeten zich conformeren aan de ambities uit de concept-regiovisie en moeten bereid zijn om in de komende jaren mee te werken aan de ontwikkeling van een gedifferentieerd zorglandschap binnen het beschikbare budget. Dit thema komt in hoofdstuk 6 van de concept-regiovisie aan de orde. Rol van de gemeenteraad Op verschillende momenten is aandacht gevraagd voor de rol en positie van de gemeenteraden. In hoofdstuk 6 van de concept-regiovisie stellen we dit expliciet aan de orde, maar misschien nog wel belangrijker: in het proces van de ontwikkeling van de regiovisie hebben wij de gemeenteraden betrokken, op een wijze die passend is bij hun rol en positie. Zij zijn vanaf de start geïnformeerd, hebben gelegenheid gekregen om kaders mee te geven en mee te denken over de uitgangspunten en ambities en zijn nu in de positie om de regiovisie vast te stellen. In hoofdstuk 6 stellen wij voor om jaarlijks aan de tien gemeenten te rapporteren over de voortgang.
Voor de rapportage aan de raden werken wij (in het kader van de regionale Jeugdhulpmonitor) toe naar een beperkt aantal Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) om de realisatie van de ambities uit de concept-regiovisie te kunnen volgen. Het jaarverslag en het jaarplan worden aangeboden aan de raden. Inzicht in de kosten Er is gevraagd de regionale kosten inzichtelijk te maken. De kosten die samenhangen met de regiovisie beperken zich voor de H10-gemeenten tot de eerder vastgestelde kaders. Zoals in hoofdstuk 7 is aangegeven, financieren de H10-gemeenten dit naar rato van het inwoneraantal. De tien gemeentelijk directeuren met jeugdzorg in hun portefeuille, leggen het jaarplan en de begroting voor aan het Bestuurlijk Overleg Jeugd, bestaande uit de tien wethouders Jeugd. Bekostiging van de regionale samenwerking vindt plaatst binnen bestaande kaders, te weten € 1 miljoen in 2021 voor de H10-gemeenten samen. Waar mogelijk wordt dit aangevuld met bovenregionale en landelijke middelen die specifiek worden geworven ten behoeve van bepaalde doeleinden. Hoge ambities en de druk op de capaciteit vanuit gemeenten Diverse partijen hebben aangegeven de ambities hoog te vinden, onder andere vanwege de bestaande druk op de capaciteit bij lokale teams. De regiovisie heeft een looptijd van vijf jaar. Niet alles zal gelijktijdig opgepakt worden.
Per jaar maken we een prioritering en vertalen we dit naar concrete doelen in het jaarplan. Overigens zullen niet alle doelen extra inzet vragen van de gemeenten. In een aantal gevallen gaat het om slim organiseren, krachten bundelen en het bewerkstelligen van een gerichte en efficiëntere inzet van capaciteit
3