CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Overzicht Landelijke ontwikkelingen in kunst

Raad Oordeelvorming 15 januari 2026, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 16309762.706 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Landelijke ontwikkelingen in kunst- en cultuurbeleid In het huidige Nederlandse kunst- en cultuurbeleid spelen diverse trends en vernieuwingen. Na de coronacrisis is de sector herstellende, maar staat deze ook voor nieuwe uitdagingen zoals financiële druk en een polariserend politiek klimaat . Tegelijkertijd is er een sterke focus op het benadrukken van de waarde van cultuur en het versterken van beleidskaders rond inclusie, goed bestuur en fair practice. Ook worden belangrijke wettelijke en programmatische vernieuwingen doorgevoerd. Hieronder worden de belangrijkste landelijke ontwikkelingen van dit moment toegelicht, met aandacht voor de actuele stand van zaken en toekomstige wijzigingen.

Waarde van kunst en cultuur Er is veel aandacht voor de waarde van kunst en cultuur in de samenleving. Nu overheidsbudgetten onder druk staan, benadrukken voorstanders vooral de instrumentele waarde van cultuur: investeringen in kunst en cultuur dragen bij aan economische groei, gezondheid, een bloeiende democratie en een aantrekkelijk vestigingsklimaat . Zo betoogde de Akademie van Kunsten onlangs dat investeren in een sterke culturele sector direct kan leiden tot lagere zorgkosten, versterking van de rechtstaat en een impuls voor toerisme . Tegelijkertijd klinkt het besef dat cultuur ook een intrinsieke waarde bezit los van utilitaire doelen. In discussies wordt aangehaald dat kunst waardevol is omwille van zichzelf – het concept van “l’art pour l’art” – en niet louter hoeft te worden gerechtvaardigd met meetbare effecten . De huidige trend is dus tweeledig: enerzijds cultuur politiek en maatschappelijk verdedigen met tastbare impact, anderzijds de unieke eigenwaarde van kunst blijven onderstrepen.

Raad voor Cultuur De Raad voor Cultuur, het wettelijke adviesorgaan van de regering op cultuurgebied, speelt een centrale rol in de beleidsontwikkelingen. Momenteel is de Raad vooral bezig met adviezen voor de nieuwe subsidieronde 2025–2028. In juli 2024 bracht hij zijn advies uit over de Culturele Basisinfrastructuur (BIS) 2025-2028, waarin werd geadviseerd om ruimte te maken voor nieuwe toetreders en een betere regionale spreiding van gesubsidieerde instellingen . Concreet oordeelde de Raad positief over 115 instellingen (van 181 aanvragers), waarvan twaalf nieuwkomers, en meer dan vijftig instellingen buiten de Randstad kregen een positief advies . Op Prinsjesdag 2024 heeft de minister van OCW op basis van dit advies bepaald welke instellingen daadwerkelijk in de BIS 2025–2028 worden opgenomen. Daarnaast signaleert de Raad actuele aandachtspunten voor het cultuurbeleid. Zo heeft de Raad een commissie ingesteld om de artistieke vrijheid in het huidige gepolariseerde klimaat te waarborgen, met aanbevelingen die eind 2025 worden verwacht . Ook publiceerde de Raad in 2025 het advies “Toezicht in de culturele sector: een kunst apart”, waarin gepleit wordt voor versterking van toezicht en governance in de sector. Hierin benadrukt de Raad dat de eisen vanuit de

samenleving en politiek zijn toegenomen en dat met name kleinere instellingen moeite hebben om gekwalificeerde toezichthouders te vinden . Dit advies geeft aanbevelingen aan OCW, cultuurfondsen en instellingen om het bestuur en toezicht toekomstbestendig te maken.

Code Diversiteit & Inclusie De Code Diversiteit & Inclusie (Code D&I) is een belangrijk instrument om de culturele en creatieve sector inclusiever te maken. Deze code – gelanceerd eind 2019 – biedt handvatten om diversiteit in breedste zin (o.a. achtergrond, gender, leeftijd) en inclusieve werkculturen te bevorderen. Actuele stand van zaken: de Code D&I wordt inmiddels door een groot deel van de sector onderschreven en toegepast, met steun van overheid en fondsen. De Nationale Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) en het kabinet hebben de culturele sector recentelijk opgeroepen om de Code D&I verder te implementeren en diversiteit in alle geledingen van organisaties te bevorderen . Veel gesubsidieerde instellingen hebben diversiteitsplannen of -commissies ingericht in lijn met de code. Uit nieuwe monitoring blijkt wel dat er nog vooruitgang te boeken is. Zo publiceerde OCW in 2025 een monitor over de diversiteit van personeel en bestuur in de cultuursector, die laat zien dat de sector als geheel nog achterblijft bij de algemene arbeidsmarkt qua vertegenwoordiging . Positief is dat met name het gesubsidieerde deel van de sector inmiddels diverser is dan het landelijk gemiddelde wat betreft medewerkers met een migratieachtergrond . Dit suggereert dat het overheidsbeleid (waarbij subsidieontvangers moeten aansluiten bij de Code D&I) effect sorteert.

De trend is dat diversiteit en inclusie steeds meer een standaardonderdeel van het cultuurbeleid vormen – van musea die werken aan gedeeld erfgoed en restitutie, tot podia die programmeurs en publiek uit diverse groepen aantrekken. Toch wordt sectorbreed onderkend dat inclusie meer omvat dan cijfers alleen: er is blijvende aandacht nodig voor het aanpakken van onderliggende problemen als discriminatie, racisme, grensoverschrijdend gedrag en kansenongelijkheid om een echt gelijkwaardige culturele sector te bereiken .

Governance Code Cultuur Goed bestuur in de culturele sector is geborgd via de Governance Code Cultuur, een code die normen geeft voor bestuurlijke integriteit, transparantie en toezicht. Deze code (oorspronkelijk uit 2006, herzien in 2019) is breed omarmd door culturele organisaties en geldt als belangrijke richtlijn. Recente ontwikkeling: de Raad voor Cultuur signaleert in 2025 dat de Governance Code toe is aan een actualisering om aan nieuwe eisen te voldoen . De maatschappij verwacht meer van culturele instellingen op gebieden als diversiteit, sociale veiligheid en fair practice, en bestuurders moeten hier adequaat op inspelen. Kristel Baele, voorzitter van de Raad, benadrukt dat er inmiddels gelukkig meer aandacht is voor zaken als sociale veiligheid, fair pay en de inhuur van zzp’ers, maar dat raad van toezicht en directie gezamenlijk alert moeten blijven op hun eigen rol hierin . Om de Governance Code te vernieuwen, bepleit de Raad onder meer de instelling van een onafhankelijke commissie die de code voor goed bestuur actualiseert in

samenspraak met het veld . Tevens wordt geadviseerd om duidelijkere richtlijnen op te stellen over bijvoorbeeld vertrouwenspersonen en klokkenluidersregelingen, zodat misstanden sneller gesignaleerd en aangepakt worden . De verwachting is dat de sector de komende tijd stappen zal zetten om de governance verder te professionaliseren. Ook de Rijkscultuurfondsen en subsidiënten hechten veel waarde aan naleving van de governancecode; bij subsidieaanvragen moeten instellingen aangeven hoe ze de principes van goed bestuur toepassen. De trend is dus aanscherping van bestuurlijke kwaliteit en integriteit, mede om het draagvlak voor cultuur in de samenleving te behouden.

Fair Pay (Fair Practice) Een belangrijke ontwikkeling in het cultuurbeleid is de groeiende aandacht voor Fair Pay, oftewel eerlijke beloning van kunstenaars en creatieven. Onder de bredere Fair Practice Code wordt gestreefd naar fair pay, fair chain en fair share – het garanderen van redelijke vergoedingen en goede arbeidsvoorwaarden in de sector. In de praktijk zien we dat dit thema hoog op de agenda staat. Culturele instellingen besteden bij subsidieaanvragen steeds vaker expliciet aandacht aan fair practice: in veel plannen voor 2025-2028 wordt vermeld hoe men zorgdraagt voor eerlijke tarieven en contracten . Deze ontwikkeling wordt gestimuleerd door overheid en fondsen, die het hanteren van de Fair Practice Code als voorwaarde stellen voor subsidie. Concrete stappen worden gezet om fair pay te realiseren. Zo heeft Platform ACCT (Arbeidsmarkt Culturele en Creatieve Toekomst) een Fair Pay pilot in de popmuziek uitgevoerd. In het najaar van 2024 is in acht poppodia getest met het betalen van eerlijke gages aan artiesten, en deze Fair Pop Pilot werd begin 2025 geëvalueerd. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat een ruime meerderheid vindt dat fair pay bij liveoptredens structureel moet worden ingevoerd voor alle Nederlandse acts .

De pilot evalueerde hoe eerlijke betalingen kunnen worden verwerkt en gefinancierd, en ontwikkelde een rekentool om passende vergoedingen te bepalen . De uitkomsten leveren bouwstenen voor het mogelijk landelijk invoeren van fair pay in de podiumkunsten. Naast de popsector loopt in andere disciplines vergelijkbare aandacht. Binnen theaters en musea worden bijvoorbeeld de richtlijn Kunstenaarshonoraria en andere fair-practice afspraken gehanteerd om makers correct te betalen . Ook is er maatschappelijk debat over betere honorering van cultuurwerkers, zeker nu veel professionals de sector hebben verlaten wegens lage inkomens. Samengevat is Fair Pay een duidelijke trend: de sector werkt aan een cultuur waarin kunstenaars en personeel een eerlijk loon ontvangen, en dit wordt gestimuleerd door beleid, pilots en codes .

Wet op de Bibliotheken Op wettelijk vlak is een belangrijke ontwikkeling de herziening van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob), vaak de Bibliotheekwet genoemd. Deze wet uit 2015 wordt aangepast om het bibliotheeknetwerk te versterken en toekomstbestendig te maken. In september 2025 heeft het kabinet een wetsvoorstel tot wijziging van de Wsob aangenomen en voor advies naar de Raad van State

gestuurd . De beoogde wijzigingen zijn ambitieus en richten zich met name op het waarborgen van een breed toegankelijke bibliotheekvoorziening in het hele land. Belangrijkste voorgenomen wijzigingen in de Bibliotheekwet: Zorgplicht per gemeente: Iedere gemeente (en de Caribische openbare lichamen) moet straks zorgen voor ten minste één volwaardige bibliotheekvoorziening binnen redelijke afstand voor inwoners . Die bibliotheek moet alle vijf wettelijke bibliotheekfuncties vervullen, een fysieke collectie hebben en professioneel personeel inzetten . Hiermee wordt voorkomen dat er “bibliotheekloze” gemeenten zijn; dit is een versterking ten opzichte van de huidige situatie, waarin gemeenten alleen een bevorderingstaak hadden. Leesbevordering in onderwijs wettelijk verankerd: Bibliotheken gaan een expliciete wettelijke taak krijgen in het bevorderen van lezen bij scholen. Succesvolle programma’s zoals Bibliotheek op School worden structureel vastgelegd in de wet, inclusief bijbehorende financiering . Het demissionaire kabinet heeft vanaf 2027 €19 miljoen oplopend tot €25 miljoen per jaar gereserveerd om bibliotheken in samenwerking met het onderwijs leesvaardigheid en literatuureducatie te laten bevorderen . Versterking provinciale ondersteuning en innovatie: De rol van Provinciale Ondersteuningsinstellingen (POI’s) wordt duidelijker omschreven en uitgebreid.

Provincies moeten lokale bibliotheken ondersteunen met expertise en samenwerking, en innovaties in het bibliotheekwerk stimuleren . Ook worden landelijke digitale infrastructuur en een gezamenlijk collectieplan verbeterd in de nieuwe wet . Daarnaast brengt de wetswijziging aanpassingen mee in auteursrechtregelgeving om digitale aanbod en uitlening goed te regelen . Voor deze wetswijziging is ook extra budget voorzien. Er komt structureel circa €60 miljoen per jaar beschikbaar om gemeenten te helpen voldoen aan de bibliotheekzorgplicht . Gemeenten krijgen hiermee een basisbedrag (minimaal €100.000 per jaar, of ca. €2,90 per inwoner) om een lokale bibliotheek in stand te houden . Al met al betekent de nieuwe Bibliotheekwet een belangrijke impuls voor het bibliotheekstelsel: elk inwoner krijgt recht op een volwaardige bibliotheek in de buurt, en bibliotheken worden steviger verankerd in het onderwijs en in de lokale gemeenschap. Deze ontwikkelingen spelen nu (eind 2025) – het wetsvoorstel doorloopt de consultatie- en besluitvormingstrajecten, en gemeenten bereiden zich via convenanten en pilots al voor op de implementatie .

Cultuureducatie met Kwaliteit Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK) is het nationale programma om het kunst- en cultuuronderwijs in het primair onderwijs te verbeteren. Het programma, gestart in 2013, heeft inmiddels meerdere fases gekend (2013-2016, 2017-2020, 2021-2024) en blijkt succesvol in het versterken van cultuuronderwijs op scholen. De actuele ontwikkeling is dat dit programma wordt voortgezet in een nieuwe fase vanaf 2025. In januari 2025 gaat de vierde periode van Cultuureducatie met Kwaliteit van start, wederom voor vier jaar . De rijksoverheid (OCW) heeft de subsidieregeling hiervoor verlengd en werkt samen met gemeenten, provincies en culturele fondsen om dit mogelijk te maken . In de nieuwe periode (CmK-4, 2025-2028) ligt de nadruk nog sterker op duurzame verankering van cultuureducatie in de scholen. Scholen en culturele instellingen werken samen om deskundigheidsbevordering van leerkrachten te realiseren, zodat na afloop van CmK-4 leraren zelf met vertrouwen kunstlessen kunnen geven . Ook worden er vernieuwde leerlijnen aangeboden: scholen krijgen de keuze tussen een verbredend programma (kennismaken met diverse kunstdisciplines over vier jaar) of een verdiepend programma (vier jaar lang intensief aan één kunstdiscipline werken) .

Het doel is dat cultuureducatie met kwaliteit geen tijdelijk project blijft, maar een blijvend onderdeel van het curriculum – met voldoende expertise in huis op elke school. De voortzetting van CmK is onderdeel van het cultuurbeleid om jongeren creatief en cultureel te ontwikkelen. Evaluaties tonen aan dat sinds de start van CmK de aandacht voor kunst en cultuur op basisscholen aanzienlijk is toegenomen en dat er structurele samenwerkingen zijn ontstaan tussen scholen en culturele instellingen (zoals muziek- en dansscholen, musea, theaters). Met de nieuwe periode wordt deze impuls gecontinueerd. Bovendien sluit CmK aan op andere initiatieven, zoals de leesbevorderingsprogramma’s (waar bibliotheken een rol in spelen) en talentontwikkelingstrajecten, om een rijk pallet aan cultuureducatie te bieden.

Combinatiefunctionarissen (Cultuurcoaches) Combinatiefunctionarissen – vaak ook cultuurcoaches of buurtsportcoaches genoemd – zijn professionals die bruggen slaan tussen sectoren (zoals onderwijs, sport, welzijn en cultuur) om deelname aan cultuur en sport te bevorderen. Deze functies zijn in het leven geroepen via de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC), waarin Rijk en gemeenten gezamenlijk investeren. Op dit moment is dit programma volledig landelijk dekkend: alle 342 Nederlandse gemeenten doen mee aan de BRC en samen hebben zij bijna 6.000 combinatiefunctionarissen aangesteld (goed voor ca. 3.185 fte in 2024) . Deze functionarissen werken meestal deels voor een school, vereniging of bibliotheek en deels voor een gemeente, om zo verbindingen te leggen tussen bijvoorbeeld een school en lokale culturele voorzieningen. De resultaten zijn positief. BRC-functionarissen realiseren laagdrempelig kunst- en cultuuraanbod voor kinderen en kwetsbare groepen en versterken de samenwerking tussen culturele aanbieders onderling . In vrijwel alle gemeenten (99%) leggen combinatiefunctionarissen een koppeling tussen sport of cultuur en het

basisonderwijs, bijvoorbeeld door cultuurprojecten op scholen te organiseren of naschoolse activiteiten aan te bieden . Ook verbinden ze in de meeste gemeenten de culturele sector met welzijn, zorg en de buurt (meer dan 90% van de gemeenten zet hierop in) . Zo ontstaan duurzame netwerken waarin cultuurparticipatie voor verschillende doelgroepen wordt gestimuleerd – van jeugd en jongeren tot ouderen of mensen met een beperking . Een recente ontwikkeling is de introductie van de Brede SPUK-regeling, een integrale specifieke uitkering van het Rijk aan gemeenten (sinds 2022) waarmee combinatiefuncties gefinancierd worden. Dit geeft gemeenten meer ruimte om lokaal maatwerk te bieden en om cultuurcoaches in te zetten binnen brede gezondheids- of welzijnsprogramma’s . De combinatiefunctionaris “cultuur” – dikwijls cultuurcoach genoemd – is inmiddels een vast begrip: deze verbindt scholen, bibliotheken, buurthuizen, kunstencentra en verenigingen om actieve cultuurdeelname te vergroten . Trend: de structurele aanwezigheid van combinatiefunctionarissen zorgt voor een integrale aanpak, waarbij cultuur niet op een eiland staat maar samen met sport en onderwijs wordt benut voor maatschappelijke doelen (sociale cohesie, talentontwikkeling, gezondheid).

Omdat alle gemeenten deelnemen en het Rijk middelen blijft vrijmaken, lijkt deze aanpak de komende jaren verankerd te blijven in het cultuurbeleid.

Conclusie Samenvattend is het Nederlandse kunst- en cultuurbeleid anno 2025 volop in beweging. Er is een hernieuwde waardering voor de rol van kunst en cultuur in de maatschappij, ondersteund door pleidooien voor zowel hun meetbare impact als hun eigen intrinsieke waarde . Beleidsmatig zet men in op inclusiviteit, goed bestuur en fair practice: via codes en adviezen wordt de sector gestimuleerd om diverser, eerlijker en veiliger te worden . De Raad voor Cultuur begeleidt de transitie naar een nieuwe subsidieperiode en agendeert onderwerpen als regionale spreiding, artistieke vrijheid en toezicht . Verder worden essentiële basisvoorzieningen versterkt – zoals het bibliotheeknetwerk via een wetswijziging die bibliotheken voor iedereen toegankelijk moet houden – en blijven succesvolle programma’s als Cultuureducatie met Kwaliteit en combinatiefunctionarissen voortbestaan om cultuurdeelname en educatie te stimuleren . Deze ontwikkelingen tezamen schetsen een beeld van een culturele sector die veerkrachtig hervormt en anticipeert op de toekomst, met behoud van haar kernwaarden en met open oog voor de samenleving.

Bronnen: Boekmanstichting (2024). Cultuurmonitor 2024 – Trends en ontwikkelingen in de culturele en creatieve sector. (Zie o.a. hoofdstuk “Trends en ontwikkelingen”) Innovatielabs (2024). “De maatschappelijke impact van kunst en cultuur – inzichten uit de sector”. (Artikel over instrumentele vs. intrinsieke waarde van cultuur) Raad voor Cultuur (2024). Advies Culturele basisinfrastructuur 2025-2028 – Nieuwsbericht “Uitkomst beoordeling raad: ruimte voor nieuwkomers en regio” (3 juli 2024) Historiek (2025). “Raad voor Cultuur wil sterker toezicht op culturele sector” (bericht over advies Toezicht in de culturele sector, 25 sept 2025) NCDR (2023). Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme 2023. (Aanbeveling implementatie Code Diversiteit & Inclusie) Cultuurmonitor (2025). Diversiteit van personeel, zelfstandigen, toezichthouders… in de culturele sector – stand in 2024. (Onderzoek Significant APE in opdracht van OCW) Raad voor Cultuur (2024). BIS Advies 2025-2028. (Observatie: aandacht voor fair practice in subsidieaanvragen) Platform ACCT (2025). Fair Pop Pilot: op weg naar fair pay voor liveoptredens. (Onderzoeksrapport fair pay popmuziek) Vereniging Openbare Bibliotheken (2025). “Wijziging Wsob naar Raad van State” – nieuwsbericht 28 okt 2025 (samenvatting nieuwe Bibliotheekwet) Bibliotheeknetwerk (2025). Dossier Vernieuwde Wsob.

(Achtergrond wijzigingen Bibliotheekwet en traject 2025) Stichting Trias (2024). “CmK-4: een schets van de plannen” – nieuwsbericht (voortzetting Cultuureducatie met Kwaliteit 2025-2028) Mulier Instituut (2025). Monitor Brede Regeling Combinatiefuncties 2024. (Cijfers over deelname gemeenten en aantal combinatiefunctionarissen) Cultuur Oost (2023). “Brede SPUK – Over de Brede Regeling Combinatiefuncties”. (Integrale aanpak sport, cultuur, welzijn via combinatiefuncties)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16482042/1