CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 nota van beantwoording woonwagen- en standplaatsenbeleid - versie nieuw (geanonimiseerd)

Raad Besluitvorming 27 mei 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 15793484.372 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN ONTWERP WOONWAGEN- EN STANDPLAATSENBELEID PIJNACKER-NOOTDORP 2024

Collegebesluit ontwerp: 05-11-2024 Raadsbesluit ontwerp:19-12-2024 Ter inzage ontwerp: 16-01-2025 Collegebesluit vaststelling: 08-04-2025 Raadsbesluit vaststelling: 27-05-2025 Publicatiedatum: ntb

Inleiding Voor u ligt de nota van beantwoording van zienswijzen die zijn ingediend op het ontwerp van het woonwagen- en standplaatsenbeleid dat van 16 januari tot en met 26 februari 2025 ter inzage heeft gelegen. In die periode heeft ook het ontwerp van de herziening van de huisvestingsverordening Pijnacker -Nootdorp ter inzage gelegen. Voor een goede werking van het beleid moeten namelijk ook hoofdstuk 1 (begrippen) en hoofdstuk 6 (woonwagens en standplaatsen) van de huisvestingsverordening worden aangepast. Om de samenleving te attenderen op het ontwerp van het beleid en de huisvestingsverordening is op 15 januari 2025 een publicatie geplaatst in het gemeenteblad, de Telstar en een berichtje geplaatst op Facebook. De woningcorporaties, de regiogemeenten en de provincie Zuid-Holland zijn hierover apart geïnformeerd. Daarnaast is op 4 februari 2025 opnieuw een bijeenkomst van de klankbordgroep georganiseerd. Hierin zijn zowel het ontwerp van de beleidsnota als de regels voor inschrijving en toewijzing gepresenteerd. Ook was er gelegenheid tot het stellen van vragen. Aanvullend hierop heeft een tweetal individuele gesprekken plaatsgevonden op verzoek van de betrokkenen. In de periode van zes weken zijn acht zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn samengevat in de nota van beantwoording.

Per zienswijze wordt geconstateerd of dit leidt tot een verandering in het woonwagenbeleid of de huisvestingsverordening. De nota van beantwoording maakt onderdeel uit van de stukken die ter besluitvorming aan de gemeenteraad worden aangeboden. Zo kan de raad kennisnemen van de zienswijzen en beoordelen of deze op een goede manier zijn meegewogen.

Overzicht zienswijzen Nummer 1 2

datum 26-06-2025 25-02-2025

3 4 5

21-02-2025 13-02-2025 20-11-2024

6 7 8

08-02-2025 15-01-2025 18-02-2025

Indiener zienswijze

adres m

Vereniging Behoud Woonwagencultuur Nederland

Zienswijze 1: leeftijd aanpassen In deze zienswijze wordt gevraagd om de leeftijd aan te passen van 21 naar 18 jaar. Dit omdat je vanaf 18 jaar eigenlijk al volwassen bent. De indiener van de zienswijze hoopt dat zij 21 is als de woonwagens gebouwd worden en zij dan recht kan en mag hebben op een woonwagen. Reactie gemeente De minimale leeftijd om in te kunnen schrijven in het register van standplaatszoekenden is 18 jaar. Wanneer iemand 18 wordt, kan die zich dus direct inschrijven en in theorie ook in aanmerking komen voor een standplaats. Woonwagens en standplaatsen zijn, net als reguliere woningen, schaars. We willen ervoor zorgen dat standplaatszoekenden met binding binnen een redelijke termijn kans maken op een standplaats. Daarom hebben we een aantal voorrangsregels opgesteld. Eén van die voorrangsregels is dat inwonende kinderen op een woonwagenlocatie binnen de gemeente voorrang krijgen op standplaatszoekenden die alleen een economische of maatschappelijke binding hebben. Om te voorkomen dat inwonende kinderen op hun 18 e direct voorrang krijgen ten opzichte van anderen die al langer ingeschreven staan in het register, hebben we de leeftijd van 21 jaar opgenomen bij inwonende kinderen. Daarmee proberen we de kansen zo eerlijk mogelijk te verdelen. We hebben gekozen voor de leeftijd van 21 jaar omdat iemand dan ook recht op huurtoeslag krijgt.

Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassingen. Inwonende kinderen jonger dan 21 jaar blijven vallen onder categorie 2 of 5. Vanaf 21 jaar vallen ze dan in categorie 1 of 4.

Zienswijze 2: definitie spijtoptanten en voorrang familie De indieners van deze zienswijze geven aan dat de bestaande woonwagenlocatie aan de Klapwijkseweg al sinds 1985 wordt bewoond door één familie. Dat moet zo blijven. Wanneer de locatie wordt uitgebreid dan moeten de leden van deze familie daar kunnen gaan wonen omdat het wonen in familieverband het allerbelangrijkste is. Tegen die achtergrond vragen zij om twee wijzigingen. Definitie spijtoptanten In de regels staat nu dat alleen kinderen van spijtoptanten die meeverhuisd zijn vanaf een woonwagenstandplaats aangemerkt worden als kinderen van een spijtoptant. De indieners van de zienswijze zijn van mening dat ook andere kinderen, die geboren zijn na de verhuizing, als kinderen van een spijtoptant moeten worden gezien. Anders zou het voor het gezin betekenen dat oudste twee kinderen wel als kind van een spijtoptant tellen, maar de vier jongere kinderen niet. Dat is niet eerlijk, want ze voldoen wel aan de andere criteria zoals het afstammingsbeginsel, eerste- en tweedegraads familie. Voorrang voor eerste- en tweedegraadsfamilie In de regels staat nu dat wanneer er een woonwagen of standplaats vrijkomt, eerst de inwonende kinderen voorrang krijgen.

De indieners van zienswijze zijn van mening dat wanneer iemand komt te overlijden de eerste en tweedegraadsfamilie van degene die is overleden voorrang moet krijgen en dan pas de inwonende kinderen op de locatie. Het beleid moet daarop aangepast worden. Reactie gemeente Wij kunnen ons goed vinden in het voorstel om de begripsomschrijving van spijtoptanten aan te passen. Daarmee wordt nog beter tegemoet gekomen aan het wonen in familieverband. Dit zullen wij bij de vaststelling aanpassen.

Het voorstel voor aanpassing van de voorrangsregels nemen we niet over. Hoewel we begrijpen dat ook familie in de eerste en tweede graad graag op de locatie willen wonen, blijven we voorrang geven aan inwonende kinderen die reeds op de locatie wonen (categorie 3). Ook zij zijn familie van een hoofdbewoner en ze wonen al op de locatie. Direct daarna wordt voorrang verleend aan eerstegraads familie met binding van een hoofdbewoner op de woonwagenlocatie (categorie 2). Vervolgens krijgt tweedegraads familie met binding voorrang (categorie 3). Conclusie Het begrip spijtoptant wordt gewijzigd naar: een standplaatszoekende die in het verleden vanuit een woonwagenstandstandplaats in de gemeente Pijnacker Nootdorp is verhuisd naar een reguliere woning, maar graag opnieuw een woonwagen wenst te betrekken. Kinderen van deze standplaatszoekende vallen ook onder deze categorie.

Zienswijze 3: definitie spijtoptanten, leeftijd aanpassen en kiezen voor koop/huur De indieners van deze zienswijze zijn van mening dat kinderen zich niet alleen in moeten kunnen schrijven vanaf 18 jaar, maar ook een standplaats toegewezen moeten kunnen krijgen. De overheid had anders wel gezegd dat kinderen zich pas vanaf 21 jaar moeten kunnen inschrijven. Voorrang voor kinderen en kleinkinderen Vanwege het wonen in familieverband roepen de indieners van deze zienswijze op om ervoor te zorgen dat er geen vreemden uit een andere gemeente zich mogen vestigen op een locatie voor de kinderen en kleinkinderen. Daarom zien zij graag een locatie voor de families s en een locatie voor de familie . Definitie spijtoptanten De indieners van de zienswijze hebben gehoord dat kinderen van spijtoptanten onderaan de lijst komen en vinden dat onterecht. Wanneer het kinderen zijn van hun families dan moeten zij ook voorrang krijgen. Het maakt niet uit of iemand op de locatie geboren is. Het gaat om familie in de eerste en tweede graad. Kiezen voor huur of koop Het landelijk beleid wil een gezonde mix van koop en huur zodat wonen in familieverband mogelijk wordt. De indieners van zienswijzen vinden dat degene die aan de beurt is mag kiezen voor koop of huur. Er mag geen dwangmatige huur zijn. Reactie gemeente Standplaatszoekenden kunnen zich vanaf 18 jaar inschrijven in het register.

Vanaf dat moment komen zij ook in aanmerking voor een standplaats of woonwagen. Wanneer het gaat om inwonende kinderen dan geldt dat inwonende kinderen jonger dan 21 jaar vallen onder categorie 2 of 5. Vanaf 21 jaar vallen ze dan in

categorie 1 of 4. Daarmee proberen we de kansen zo eerlijk mogelijk te verdelen. We hebben gekozen voor de leeftijd van 21 jaar omdat iemand dan ook recht op huurtoeslag krijgt. Er is een groot landelijk tekort aan standplaatsen en woonwagenlocaties. We streven ernaar om het lokale tekort te verminderen, zodat standplaatszoekenden met binding op een redelijke termijn kans hebben op een plek. Het wonen in familieverband staat daarbij centraal. Met dit beleid en het voornemen om nieuwe, kleinschalige locaties te realiseren willen we daaraan bijdragen. Hoewel we niet vooruit willen lopen op welke familie op welke locatie zal gaan wonen is het beleid in lijn met het verzoek van de indieners van zienswijzen. Op basis van zienswijze 2 zullen we de definitie van een spijtoptant aanpassen. Daarmee wordt inderdaad nog beter tegemoet gekomen aan het wonen in familieverband. Het klopt dat het landelijk beleid uitgaat van een gezonde mix van koop en huur. In onze gemeente zijn er op dit moment echter te weinig sociale huurplekken, waardoor de kans daarop onvoldoende is. Onze inzet is gericht op het binnen een redelijke termijn hebben van een kans op een plek. Omdat we onvoldoende sociale huurplekken hebben, ligt onze focus daar. Per locatie kijken we naar de gewenste eigendomsconstructies.

Om ook op lange termijn wonen in familieverband mogelijk te maken, verkopen we de gronden bij voorkeur niet. Conclusie Het begrip spijtoptant wordt gewijzigd naar: een standplaatszoekende die in het verleden vanuit een woonwagenstandstandplaats in de gemeente Pijnacker Nootdorp is verhuisd naar een reguliere woning, maar graag opnieuw een woonwagen wenst te betrekken. Kinderen van deze standplaatszoekende vallen ook onder deze categorie.

Zienswijze 4: woonwens Pijnacker-Nootdorp De indiener van deze zienswijze is op zoek naar een standplaats en zou graag in Nootdorp willen wonen. Hij is opgegroeid in Den Haag en De Lier en in 2017 verhuisd naar Dubai voor zijn werk. Al enkele jaren is hij op zoek naar een standplaats voor hem en de oudste van zijn drie kinderen. Hij wil graag weer in een woonwagen wonen. Op die manier kan hij de woonwagencultuur voortzetten en doorgeven. Door een goede relatie met een familie die al in Nootdorp woont, kunnen zij ook goed samen met elkaar op een locatie staan. Daarom hoopt hij uit de grond van zijn hart dat er gehoor wordt gegeven aan de zienswijze. Reactie gemeente Uiteraard kan de indiener van een zienswijze zich inschrijven in het register. Wel is het zo dat op grond van de volgorde eerst andere standplaatszoekenden in aanmerking komen voor een standplaats. Denk bijvoorbeeld aan inwonende kinderen, eerstegraads familie en tweedegraads familie. Op basis van de beschrijving in de zienswijze is hier sprake van een overige standplaatszoekende woonachtig buiten de regio (categorie 8) en is er geen binding met PijnackerNootdorp. De kans op een standplaats is daarmee klein. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassingen.

Zienswijze 5: positief over het beleid De indiener van deze zienswijze is positief over het voorgenomen beleid. Enerzijds omdat het in samenspraak met de woonwagenbewoners uit Pijnacker Nootdorp tot stand is gekomen, anderzijds omdat het in lijn is met beleid dat in tientallen andere gemeenten is goedgekeurd. Reactie gemeente Dank voor de positieve reactie op het ontwerp van het beleid en de verordening. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassingen.

Zienswijze 6: Bredere familieconnecties De indiener van deze zienswijze vraagt om breder te kijken naar familieconnecties dan alleen eerstegraads en tweedegraadsfamilie. De reden daarvoor is dat zij de meest directe familie zijn van een bewoner van een woonwagen in Nootdorp. Deze bewoner is een nicht van de drie tantes die gezamenlijk een zienswijze indienen. Door het verlies van de ouders zijn de tantes de enige naaste familie die zij nog heeft. Voor de bewoner, de tantes en alle kinderen zou het van grote waarde zijn om dichtbij elkaar te wonen. Zo kunnen hunnen kinderen samen opgroeien, de familiebanden en de cultuur samen voortzetten. Op dit moment wonen de indieners van de zienswijze in een woning, omdat er nooit een standplaats beschikbaar was. De helft van het jaar staan ze gezamenlijk op een camping. Daarmee kunnen ze leven zoals hun ouders en grootouders die wel in een woonwagen hebben gewoond. Ze begrijpen en respecteren dat volwassen kinderen van bestaande woonwagenlocaties in de gemeente voorrang krijgen. Wel willen ze ervoor pleiten dat er toevoeging komt in het beleid door bredere familie voorrang te geven op mensen die geen familiaire binding hebben met de huidige bewoners van woonwagens in Pijnacker-Nootdorp. Dat zou betekenen dat er een extra categorie moet worden toegevoegd, bijvoorbeeld 6a.

Daarmee wordt meer tegemoet gekomen aan het wonen in familieverband dat zo diepgeworteld is in de familiegeschiedenis. Reactie gemeente Het voorstel voor een extra categorie in de volgordebepalingen geeft nog beter invulling aan de doelstellingen van het woonwagenbeleid. Het doet recht aan de culturele aspecten van het wonen in familieverband, terwijl er ook een relatie is met het wonen in de regio. Wij zullen een nieuwe regel 7 toevoegen: familie (eerste, tweede of derdegraads) van een hoofdbewoner op een woonwagen

woonachtig binnen de regio. De bestaande regel 7 wordt dan regel 8 en zo verder. Om onduidelijkheid te voorkomen wordt ook het begrip familieleden derde graad toegevoegd aan de begrippenlijst. Conclusie De zienswijze leidt tot een tweetal aanpassingen. Aan de begrippenlijst wordt het begrip familieleden derde graad toegevoegd. In hoofdstuk 3 wordt een nieuwe regel 7 toegevoegd aan de volgorde toewijzing woonwagenstandplaats. Deze luidt: familie (eerste-, tweedegraads of derdegraads) van een hoofdbewoner op een woonwagenlocatie binnen de gemeente woonachtig binnen de regio.

Zienswijze 7: positief over het beleid De indiener van deze zienswijze bedankt de gemeente voor de inzet om woonwagenlocaties te realiseren en vindt dit een voorbeeld voor andere gemeenten. Het ingehuurde adviesbureau begrijpt de cultuur en woonvorm goed. Reactie gemeente Dank voor de positieve reactie op het ontwerp van het beleid en de verordening. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassingen.

Zienswijze 8: wens voor een woonwagenlocatie De indiener van deze uitgebreide zienswijze is al jaren op zoek naar een woonwagenlocatie waar zij in familieverband kunnen wonen. Hierover is sinds 2016 regelmatig contact gezocht met de gemeente. De indiener van de zienswijze heeft in de bijlagen bij de zienswijzen afschriften van berichten aan en van de gemeente opgenomen. Dit om te illustreren hoe actief zij zijn geweest in het proberen te realiseren van een woonwagenlocatie voor de eigen familie. Hierin komen de volgende punten naar voren: 1. Het aantal geïnteresseerden neemt toe Aangegeven wordt dat zij als familie al jaren vragen om een woonwagenlocatie. Op het moment dat zij daarom voor het eerst verzochten was de behoefte nog niet zo groot. Het voelt dan ook heel oneerlijk dat zij nu niet als eerste in aanmerking komen voor een plek. Hoewel ze begrijpen dat de degenen die op basis van de voorrangsregels eerder in aanmerking komen, ook graag in familieverband willen wonen, zijn ze van mening dat zij het langst wachten. Jongeren die nu 18 of 21 zijn waren immers pas 10 of 13 op het moment dat de familie van de indiener van zienswijze contact heeft gezocht met de gemeente. Als de gemeente eerder locaties had gerealiseerd dan was de vraag naar standplaatsen er nu niet of zou in ieder geval niet zo groot zijn. 2.

Actief zoeken naar een locatie De indiener van de zienswijze geeft aan dat ze actief hebben gekeken naar een locatie die geschikt is voor een woonwagenlocatie en noemen voorbeelden die ze aangedragen hebben zoals Tuindershof en de Klapwijkseweg. Daarnaast wordt verwezen naar de locatie op het Oranjepark waar tijdelijke woningen voor de vluchtelingen uit Oekraïne zijn gerealiseerd. Aangezien zij zich niet gehoord voelden, hebben ze deze woningen gekraakt. Uiteindelijk hebben ze de tijdelijke woningen op verzoek van de politie verlaten. Eén van de twee woonwagens op de Klapwijkseweg is door het overlijden van de bewoner vrijgekomen. Deze woonwagen wordt nu anti-kraak bewoond door een geïnteresseerde

standplaatszoekende. Hoewel zij dat de bewoner gunnen vinden ze het jammer dat dit toch weer via leugens moet. 3. Het proces duurt lang en voorkeur voor direct contact Al sinds 2016 brengt de indiener van de zienswijze de behoefte aan een woonwagenlocatie voor de familie onder de aandacht. Na alle acties die zij als familie hebben gedaan zoals mails, gesprekken, de woonvisie, vragen, interesse kenbaar maken, kraken woningen Oekraïense vluchtelingen, inspreken bij de raad, advies van de vereniging de Rolleman en deelname aan de klankbordgroep ontstaat het gevoel dat zij met een kluitje in het riet worden gestuurd. Daarbij geven ze er de voorkeur aan om direct contact te hebben met de gemeente en niet via een adviesbureau. Ze betreuren vooral dat de gemeente al heel lang weet van hun woonwens en dat er nu door een adviesbureau een beleid wordt opgesteld waarmee hun familie opnieuw aan de kant wordt gezet. 4. Verzoek om een uitzondering De indieners van zienswijzen hebben het gevoel er alles aan te hebben gedaan om kenbaar te maken dat er standplaatsen bij gebouwd moeten worden en zijn van mening dat er voor iedereen die recht heeft op een standplaats die ook krijgt. Nu en in de toekomst. Benadrukt wordt dat ze niet tegen het beleid zijn, maar willen vragen om een uitzondering te maken voor hun familie.

Dit omdat ze al zolang wachten en na jarenlange zoethoudertjes zij als eerste geholpen zouden moeten worden. Mede dank zij hen is er toch ook het een en ander van de grond gekomen voor de woonwagenzaken. Reactie gemeente Wij herkennen de actieve houding van de indieners van zienswijze. Zij hebben op verschillende momenten en op verschillende manieren kenbaar gemaakt dat zij graag in een woonwagen zouden willen wonen in Pijnacker-Nootdorp. De wens om in familieverband op een woonwagenlocatie te wonen is groot.

1. Het aantal geïnteresseerden neemt toe Wij begrijpen dat het voor de indiener van de zienswijze voelt, dat zij als eerste aan de beurt zouden moeten zijn, omdat ze al eerder en vaak contact hebben gehad met de gemeente. In reactie daarop moeten we echter benadrukken dat het hebben van contact of genoteerd staan op de lijst met geïnteresseerden niet leidt tot een bijzondere positie ten opzichte van andere mensen die graag een standplaats willen. Wij hebben steeds benadrukt dat de gemeente Pijnacker Nootdorp geen woonwagenbeleid heeft en geen wachtlijst of register van standplaatszoekenden. Het betekent alleen dat de mensen waarvan bekend is dat ze geïnteresseerd zijn in een standplaats op de hoogte worden gehouden van ontwikkelingen op het gebied van woonwagens in Pijnacker-Nootdorp. Dat staat ook in de mails en brieven die als bijlage met de zienswijze zijn meegestuurd. Pas wanneer, straks na vaststelling van het beleid en de verordening, inschrijving in het register van standplaatszoekenden mogelijk wordt, weten we precies het aantal. Overigens is de indiener van zienswijze niet de enige die al geruime tijd verzoekt om een standplaats in Pijnacker-Nootdorp. Met het onderzoek naar de behoefte aan woonwagens en standplaatsen is de vraag steeds duidelijker geworden.

Daardoor weten we dus beter hoeveel standplaatsen idealiter in Pijnacker-Nootdorp gerealiseerd zouden moeten worden. Het onderzoek helpt dus om ook op middellange termijn beter aan de vraag te kunnen voldoen. De mensen die ingeschreven zijn in het register van standplaatszoekenden kunnen, wanneer een standplaats of woonwagen vrijkomt, reageren op een standplaats of woonwagen in Pijnacker-Nootdorp. De toewijzing gebeurt dan volgens de toewijzingscriteria die in het beleid en de verordening zijn opgenomen. Daarbij staat het afstammingsbeginsel en het wonen in familieverband centraal. Dat betekent dat inwonende kinderen eerder in aanmerking komen dan mensen die nog geen familie hebben in een woonwagen in deze gemeente. Ook gaan mensen met binding aan Pijnacker -Nootdorp voor ten opzichte van mensen die geen binding hebben met onze gemeente. Aangezien de indiener van zienswijze geen familie heeft op een

woonwagenlocatie in onze gemeente, vallen zij in categorie 6 (wanneer ze binding hebben met Pijnacker-Nootdorp) of categorie 7 (wanneer ze geen binding met onze gemeente hebben, maar wel wonen binnen de regio Haaglanden) zoals beschreven in het ontwerp van de beleidsnota. Bij vaststelling wordt op basis van zienswijze 6 nog een categorie toegevoegd tussen categorie 6 en 7. 2. Actief zoeken naar een locaties Het vinden van ruimte voor alle verschillende functies binnen de gemeente is een uitdaging. Zeker in de bestaande kernen is de ruimte al heel efficiënt gebruikt en zijn er dan ook weinig mogelijkheden voor bijvoorbeeld nieuwe woonwagenlocaties. We onderzoeken op dit moment of en welke mogelijkheden er zijn om de bestaande locatie aan de Klapwijkseweg uit te breiden. Voor nieuwe woonwagenlocaties zien we mogelijkheden in Dwarskade en Overgauw. Aan deze gebiedsontwikkelingen wordt op dit moment gewerkt. Het realiseren van nieuwe ontwikkelingen kost tijd. Nieuwe standplaatsen worden straks toegewezen volgens het nieuwe beleid en de verordening. Dat betekent ook dat de bewoning (anti-kraak) van de vrijgekomen woonwagen aan de Klapwijkseweg tijdelijk is. Mocht deze locatie straks vernieuwd en uitgebreid worden dan moeten mensen die ingeschreven staan in het register voor standplaatszoekenden en voldoen aan het afstammingsbeginsel zelf reageren op de nieuwe plekken.

Toewijzing wordt dan gedaan volgens het toewijzingsbeleid in hoofdstuk 3. 3. Proces duurt lang en voorkeur voor direct contact Het realiseren van nieuwe standplaatsen en woonwagens duurt inderdaad lang. De indiener van een zienswijze legt uit dat al sinds 2016 wordt gevraagd om nieuwe plekken. De gemeente heeft bij de Woonvisie in 2020 voor het eerst uitgesproken voornemens te zijn om voor deze speciale woonvorm een locatie te willen zoeken. Waar we toen de ambitie hadden om tot 2030 een kleine locatie voor 3 tot 6 standplaatsen te zoeken, staat nu een veel hogere ambitie in het

beleid. Namelijk om binnen 9 jaar (de termijn voor een sociale grondgebonden huurwoning) standplaatszoekenden met binding een plek te kunnen bieden. We werken aan drie locaties (Klapwijkseweg, Dwarskade, Overgauw) en kijken naar locaties van 6 tot 10 standplaatsen. Wij zijn daarom van mening dat ondanks de langere periode er wel sprake is van concrete actie en een hoge ambitie. Voor Pijnacker-Nootdorp is het maken van woonwagenbeleid relatief nieuw. Daarom hebben wij inderdaad de hulp ingeroepen van een gespecialiseerd bureau. De kennis van de medewerkers van het bureau waarderen wij zeer en heeft ons geholpen om tot dit voorstel te komen. Als gemeente zijn wij verantwoordelijk voor het beleid en de regels. U bent altijd welkom in de klankbordgroep en u heeft, ook na het inhuren van het bureau, altijd de mogelijkheid om ambtelijk en bestuurlijk met ons in gesprek te gaan. Het persoonlijk gesprek dat wij op 10 februari 2026 met u hebben gehad, is daar een voorbeeld van. 4. Verzoek om uitzondering De oproep om te komen tot lokaal beleid is gedaan door instanties zoals de Nationale Ombudsman, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het College voor de Rechten van de Mens en het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Door het opstellen van een inventarisatie van de lokale behoefte en de gesprekken die zijn gevoerd hebben we beleid kunnen maken dat past bij Pijnacker-Nootdorp en de lokale woonwagengemeenschap. Wij zijn blij dat de indieners van zienswijzen niet tegen het beleid zijn en positief kijken naar de toekomst. Aan uw oproep voor een uitzondering, namelijk dat u als eerste een standplaats zou moeten worden, kunnen wij helaas niet tegemoet komen. Wij hebben begrip voor uw wens om in familieverband te wonen in een woonwagen en zetten ons in om binnen 9 jaar alle standplaatszoekenden met binding met onze gemeente een plek te kunnen bieden. Dat doen we door te onderzoeken of de bestaande locatie kan worden uitgebreid en door in zowel Dwarskade als Overgauw te zoeken naar locaties met 6 tot 10 plekken. Daarnaast houden we voor de lange termijn bij nieuwbouwontwikkelingen rekening met de wachtlijst. Wij hebben er vertrouwen in dat daarmee de achterstand ingehaald kan worden

en op lange termijn woonwagens een onderdeel blijven vormen van het beleid op het gebied van ruimte en wonen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassingen.

Staat van wijzigingen De staat van wijzigingen is een overzicht van alle aanpassingen die worden gedaan ten opzichte van het ontwerp. Daarmee wordt het voor iedereen inzichtelijk wat er bij vaststelling verandert en waarom. 1. Tekstuele aanpassingen Ten opzichte van het ontwerp is het gehele beleid op ondergeschikte punten tekstueel aangepast. Taal- en schrijffouten zijn gecorrigeerd, er wordt niet meer verwezen naar het ontwerp en de datum van het beleid is aangepast naar 2025. Ter illustratie zijn twee afbeeldingen toegevoegd. 2. Verwijzing opgenomen naar zienswijzeperiode Op pagina 3 is een alinea toegevoegd waarin wordt beschreven dat de stukken ter inzage hebben gelegen en dat zienswijzen hebben geleid tot aanpassing. 3. Begrip familieleden derde graad toegevoegd Op basis van een zienswijze is een begrip toegevoegd aan de begrippenlijst op pagina 6. Het gaat om het begrip familieleden derde graad: overgrootouders, achterkleinkinderen, neven en nichten (kinderen van broers of zussen), ooms en tantes (broers of zussen van de ouders), mits hij of zij aantoonbaar woonwagenbewoner is conform het afstammingsbeginsel. Dit wordt ook gewijzigd in de huisvestingsverordening. 4.

Begrip spijtoptanten toegevoegd Op basis van een zienswijze is het bestaande begrip spijtoptanten aangepast naar: een standplaatszoekende die in het verleden vanuit een woonwagenstandstandplaats in de gemeente Pijnacker-Nootdorp is verhuisd naar een reguliere woning, maar graag opnieuw een woonwagen wenst te betrekken. Kinderen die zijn meeverhuisd van deze standplaatszoekende vallen ook onder deze categorie. Ook bewoners die vanuit een scheiding een

woonwagenstandstandplaats in de gemeente heeft moeten verlaten vallen hieronder. Dit wordt ook gewijzigd in de huisvestingsverordening. 5. Toevoegen categorie aan volgorde toewijzing woonwagenstandplaats Op grond van een zienswijze wordt een nieuwe categorie toegevoegd in hoofdstuk 3 op pagina 12. Het gaat om de (nieuwe) categorie 7: familie (eerste-, tweedegraads of derdegraads) van een hoofdbewoner op een woonwagenlocatie binnen de gemeente woonachtig binnen de regio. Dat betekent dat er nu 10 categorieën zijn. Dit wordt ook gewijzigd in de huisvestingsverordening. 6. Start woonduur toegevoegd Ambtshalve wordt verduidelijkt wanneer de woonduur start. Dat is op het moment dat de persoon 18 jaar is en binnen de gemeente woont. Daarmee wordt de voorrangsbepaling op pagina 12 gewijzigd naar: Bij gelijke registratieduur gaat de standplaatszoekende met de langste woonduur binnen onze gemeente voor. De woonduur start op het moment dat de persoon 18 jaar is en binnen de gemeente woont. Als er dan nog sprake is van gelijke geschiktheid dan zal er (notariële) loting plaatsvinden. Dit wordt ook gewijzigd in de huisvestingsverordening. 7. Voorbeeld toewijzing Klapwijkseweg verduidelijkt Ambtshalve is de laatste zin van het voorbeeld over de toewijzing van de Klapwijkseweg op pagina 13 verduidelijkt.

Deze zin luidt nu: Gevolgd door de groep die geen familie is van de bewoner maar wel een vorm van binding heeft met onze gemeente. 8. Eigendomsconstructies In de nota is ambtshalve verduidelijkt dat onze focus bij sociale huurplekken ligt, omdat we er daar niet genoeg van hebben. Per locatie kijken we naar de gewenste eigendomsconstructies. Om ook op lange termijn wonen in familieverband mogelijk te maken, verkopen we de gronden bij voorkeur niet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15553410/1