CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4: Formats maatregelen Wmo

Raad Besluitvorming 27 mei 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 15795786.002 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Maatregel 1: Inwoners actief waarschuwen voor het inkomensafhankelijke abonnementstarief Waarom nemen we deze maatregel? Naar verwachting wordt in 2028 weer een inkomensafhankelijke eigen bijdrage ingevoerd voor de Wmo. Veel inwoners zullen dan een hogere eigen bijdrage gaan betalen. Door inwoners hier vooraf voor te waarschuwen, proberen we alvast vooruit te lopen op het drempelverhogende effect van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel? Afname van het aantal Wmo-aanvragen, doordat inwoners besluiten dat ze hun hulpvraag liever zelf oplossen of afzien van hun hulpvraag dan de eigen bijdrage te betalen. Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment? Nieuwe eigen bijdrage wetgeving wordt op zijn vroegst 1 januari 2027 ingevoerd. Effect is afhankelijk van inhoud van de regeling die het Rijk uitwerkt en de prikkel die dit geeft aan inwoners om zelfvoorziening te treffen. We gaan uit van communicatie vanaf medio 2026 en schatten een ambitie van 1% besparing op de Wmo-uitgaven. Kanttekening: korting door het Rijk, vanwege inhouding budget Wmo is denkbaar. Dit maakt raming van de opbrengst zeer onzeker. 2025 2026 2027 2028 Bruto:* NVT €50.000 €100.000 €100.000

Netto:

NVT

€45.000**

€100.000

€100.000

* Er wordt verwacht dat er in totaal 1% afname gerealiseerd wordt van de totale Wmouitgaven (100.000 euro) **Éénmalig 5.000 euro nodig voor communicatiebudget Wat is het verschil ten opzichte van het verleden? In het verleden (sinds 2019) was de eigen bijdrage voor alle inwoners (m.u.v. minima) hetzelfde: het abonnementstarief. Dit had een aanzuigende werking: veel mensen die zelf ondersteuning zouden kunnen regelen en betalen deden, een Wmo-aanvraag, omdat dit goedkoper was. Dit leidde landelijk tot een kostenstijging voor gemeenten. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners? Inwoners kunnen bij hun Wmo-aanvraag meewegen wat dit in de toekomst financieel gezien voor hen zal betekenen. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren? Duidelijkheid over de hoogte en invoerdatum van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage vanuit het Rijk. Werkinstructie voor Wmo-consulenten. Communicatiemateriaal, bijvoorbeeld op de website of een folder. Hiervoor wordt éénmalig 5.000 euro gevraagd. Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen? Voor inwoners: het mijden van ondersteuning om kosten te voorkomen. Op basis van de bedragen in het wetsvoorstel inkomensafhankelijke eigen bijdrage lijkt dit risico klein. Minima kunnen vrijgesteld blijven van de eigen bijdrage.

Wat is de planning en rol van de gemeenteraad? Planning is afhankelijk van de voortgang van het wetsvoorstel vervanging abonnementstarief Wmo 2015. Deze maatregel past binnen bestaand beleid. Bestuurlijke besluitvorming is niet noodzakelijk.

Maatregel 2: Hulp bij het huishouden slimmer inkopen Waarom nemen we deze maatregel? We kopen hulp bij het huishouden (hbh) in via een open house constructie. Dit houdt in dat alle aanbieders die voldoen aan de eisen zich jaarlijks kunnen inschrijven voor het contract. De aanbieder krijgt dan een contract voor twee jaar, dat doorgaans ongelimiteerd verlengd wordt. Het voordeel van deze manier van inkopen is dat het een relatief eenvoudige procedure is en dat we laagdrempelig veel aanbieders aan de gemeente kunnen binden. Het nadeel is dat de tarieven bij elke contractverlenging ter discussie staan. Wettelijk is de gemeente verplicht een reëel tarief te bieden voor hbh. Hierdoor kunnen aanbieders bij elke contractverlenging een onderzoek naar een reële kostprijs afdwingen en hierover een onderhandeling starten. Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel? We stellen voor om de contractperiode voor langere tijd af te sluiten, zodat voor die periode helder is wat het tarief is en welke index gebruikt wordt. De hoogte van de index is in de praktijk nog steeds variabel, afhankelijk van loonontwikkeling en inflatie. Of deze aanbesteding via een openhouse procedure of een andere aanbestedingsmethode moet worden gerealiseerd moet goed afgewogen worden.

Ook onderzoeken we bij het voorbereiden van de aanbesteding de mogelijkheden om aanbieders te bewegen om efficiënter en dus goedkoper te werken. Denk aan het koppelen van vaste aanbieders aan kernen, wijken of zelfs appartementencomplexen met veel ouderen. Daarnaast onderzoeken we of het een gunstig effect op de kosten kan hebben om een lichtere en een zwaardere variant van hbh in te kopen tegen verschillende tarieven. Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment? Het effect bestaat vooral uit meer stabiliteit en voorspelbaarheid wat betreft de kosten voor hbh. Eventuele kostenbesparing dus pas plaats vanaf 2028, want dan zou bij open house weer een verlenging van het contract plaatsvinden. In 2024 hadden we ca. € 180.000 kunnen besparen als we een langlopend contract hadden gehad en geen kostprijsonderzoek hadden hoeven uitvoeren. Het adviestarief uit het kostprijsonderzoek (dat we hebben overgenomen) lag namelijk 4,22% hoger dan de reguliere landelijke indexatie voor Wmo. We moeten vermelden dat de onderhandeling over het tarief voor 2024 uitzonderlijk was, omdat het inflatieniveau en de loonontwikkeling extreem te noemen was. 2024

2025

2026

2027

2028

-

-

-

-

€30.000*

* 30.000 euro is de netto besparing. Grondgedachte bij deze maatregel is om de termijn waarover een contract wordt afgesloten wordt verlengd t.o.v. de huidige 2 jaarlijkse verlengingsmogelijkheid van het huidige Openhouse contract. Minder verlengprocedures zou minder onderhandelingsmomenten over het tarief bieden en voordeel in de uitvoering omdat het minder arbeidsintensief is. We ramen een uitvoeringsvoordeel van 5.000 euro en een maximale

tariefwinst van 1/2 % op het perceel Hbh. Dit is 25.000 euro. Bij elkaar 30.000 euro structureel vanaf met ingang van 2028. Wat is het verschil ten opzichte van het verleden? Voor Hulp bij het huishouden verlengen we op dit moment elke twee jaar het contract. We onderzoeken of een langere looptijd tariefvoordeel oplevert op de lange termijn. Daarnaast onderzoeken we of Hulp bij het huishouden efficiënter georganiseerd kan worden. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners? Aanbesteden betekent dat er aanbieders kunnen afvallen of bijkomen. Voor inwoners kan dit meer onzekerheid over het behouden van de eigen hulp betekenen. Aanbesteden op basis van kernen, wijken of appartementencomplexen kan betekenen dat voor en lager tarief gewerkt kan worden. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren? We kopen hbh gezamenlijk in met de gemeente Lansingerland. Het is de intentie om dit te blijven doen. Een kostprijsonderzoek. Bij voortzetting van de open house constructie zou dit mogelijk ook nodig zijn. Een aanbestedingsprocedure. Hiervoor is inzet nodig van team Inkoop, team Bedrijfsbureau, team Maatschappelijk Beleid en team Maatschappelijke ondersteuning. Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen? De hbh markt is krap.

De opdracht en daaraan gebonden voorwaarden moeten aantrekkelijk genoeg zijn voor aanbieders om zich in te schrijven, anders is er een risico dat er te weinig hulp beschikbaar is voor inwoners. Als niet alle huidige aanbieders meegaan in het nieuwe contract, zullen inwoners moeten wisselen van aanbieder. Dit is vervelend voor inwoners, die vaak gehecht zijn aan hun hulp. Daarnaast kost het de uitvoering veel extra tijd. Wat is de planning en rol van de gemeenteraad? Deze maatregel past binnen bestaand beleid. Het huidige contract voor Hbh loopt af op 31 december 2025 (met mogelijkheid tot verlenging). Als gekozen wordt voor een nieuwe aanbesteding waarbij het nieuwe contract in gaat op 1 januari 2026 moet uiterlijk in Q2 en Q3 2025 een aanbesteding plaatsvinden.

Maatregel 3– Werken met een ambulant team voor volwassenen/Wmo ((technische maatregel, wordt al uitgevoerd) Waarom nemen we deze maatregel?

Individuele begeleiding is een (tweedelijns) maatwerkvoorziening binnen de Wmo. De indruk bestaat dat hulp door aanbieders zelden eerder wordt afgesloten dan staat in de afgegeven beschikking. De gemeente wil onderzoeken of dit efficiënter en effectiever kan door meer zelf te doen: door zelf hulp te bieden door een ambulant team bij kortdurende begeleiding Wmo van inwoners met ontwikkelperspectief of door regie te voeren op casuïstiek. Uitgangspunten zijn doelmatiger en korter ondersteunen, meer toewerken naar resultaat en eerder afronden van hulp. Door zelf betrokken te zijn kunnen we bij (complexe) situaties casusregie voeren en beter inschatten wat er echt nodig is. Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel?

We formeren een compact ambulant team van medewerkers in dienst van de gemeente en gaan hiermee zelf ondersteuning leveren/casusregie voeren. Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment?

Netto:

2025

2026

2027

2028

€40.000

€ 40.000

€ ntb

€ntb

Het experiment duurt twee jaar, omdat we voor die periode middelen hebben. Na die tijd moet bepaald worden of we hiermee verder willen gaan. Op basis van een geactualiseerde business case die eerder door Berenschot gemaakt is, in opdracht van onze gemeente verwachten wij dat we 25% goedkoper kunnen werken dan in de huidige situatie en ook dat wij geld besparen op het vraagverhelderingsproces. Bij elkaar verwachten we 40.000 euro per jaar goedkoper te kunnen werken in vergelijking met de huidige werkwijze en uitbesteding van de begeleiding aan een tweedelijns organisatie. Wat is het verschil ten opzichte van het verleden?

Het Wmo team is een toegangsteam die informatie en advies geeft en/of voorzieningen verstrekt aan inwoners van 18 jaar en ouder. Nu gaan medewerkers vanuit dit team of in nauwe samenwerking met het Wmo team zelf ondersteuning/casusregie bieden. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners?

Inwoners krijgen nog steeds passende tijdelijke ondersteuning van goede kwaliteit gericht op een te bereiken resultaat. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren?

In het eerste interventieplan voor kostenbeheersing in het Sociaal domein zijn al plannen gemaakt om met een ambulant team Wmo te gaan werken. De middelen voor dit initiatief zijn doorgeschoven naar 2025 en nog beschikbaar. Het gaat om in totaal 270.000 euro die we in 2025 en 2026 willen inzetten. Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen?

We gaan een nieuwe werkwijze onderzoeken, dus dit brengt onzekerheid met zich mee. Zelf ondersteuning leveren aan inwoners vanuit het (voormalig) sociaal domein is niet echter nieuw voor onze gemeente. We leveren al bemoeizorg aan volwassenen en algemeen maatschappelijk werk. Ook het werken met voorschool maatschappelijk werk en schoolmatschappelijk werk doen we al vanuit het kernteam. Ook de inzet van de Praktijkondersteuners bij de huisartsen en

welzijnsondersteuners voor volwassenen bij de huisarts zijn al vormen van ondersteuning die wij vanuit de gemeente zelf uitvoeren. Wat is de planning en rol van de gemeenteraad?

Ter informatie. We gebruiken bestaande middelen.

Maatregel 4 – krachtig ouder worden (Powerful Ageing) Waarom nemen we deze maatregel? ‘Powerful Ageing’ is een trainingsprogramma waarbij ouderen, die de mogelijkheid proactief verbeteringen te maken in hun gezondheid, door fysiotherapeuten worden getraind in kracht en explosiviteit om dagelijkse activiteiten weer makkelijker te kunnen uitvoeren. Het basisprogramma duurt 14 weken. Daarna is deelname aan het borgingsprogramma mogelijk, om kracht te behouden. Door ouderen te trainen om weer meer zelf te kunnen, hebben ze minder of pas later voorzieningen nodig zoals hulp bij het huishouden, een scootmobiel of een traplift. Door te investeren in preventie en rehabilitatie verbeteren we de levenskwaliteit en zelfredzaamheid van ouderen. Dit sluit aan bij onze ambities op het gebied van positieve gezondheid en normaliseren. Bovendien verwachten we op termijn mogelijk besparen op met name hulp bij het huishouden, vooral wanneer inwoners deelnemen aan het borgingsprogramma. Ouderen die niet in aanmerking komen voor dit trainingsprogramma, bijvoorbeeld door een progressief ziektebeeld, worden uiteraard niet verplicht gebruik te maken van het programma. Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel? Een inwoner meldt zich bij de Wmo-toegang met een hulpvraag op het gebied van huishoudelijke hulp, vervoer buitenshuis of verplaatsing binnenshuis.

Als er geen exclusiecriteria[1] aanwezig zijn, meldt de Wmo-consulent de inwoner aan voor een intake voor Powerful Ageing bij een speciaal opgeleide fysiotherapeut. Als uit de intake blijkt dat de inwoner in aanmerking komt voor Powerful Ageing kan de training gaan starten. Er wordt dan dus geen individuele maatwerkvoorziening voor bijvoorbeeld hulp bij het huishouden (hbh) of een hulpmiddel toegekend. De besparing wordt gerealiseerd doordat Powerful Ageing goedkoper is dan de gemiddelde voorziening hulp bij het huishouden. Als de inwoner niet in aanmerking komt voor Powerful Ageing, voert de Wmo-consulent een keukentafelgesprek om alsnog te bepalen welke maatwerkvoorziening nodig is. Als de gemeente samen met de fysiotherapeut heeft beoordeeld dat Powerful Ageing de goedkoopst passende voorziening is en de inwoner weigert deze voorziening, dan is het aan de inwoner zelf om een alternatieve oplossing voor de hulpvraag te vinden. Dit kent indirect een kostenbesparend effect. Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment?

Bruto*: Netto:

2025 €0 €0

2026 €56.000 €5.000*

2027 €365.000 €190.000

2028 €850.000 €545.000

*investeringen: in 2026 51.000 euro vereist, in 2027 175.000 euro en in 2028 305.000 euro. Inwoners die voor het eerste een voorziening Hulp bij het huishouden aanvragen krijgen eerst de algemene voorziening Powerful Ageing aangeboden. Dit betekent dat inwoners daar gescreend

worden en bij geschiktheid een beweegprogramma aangeboden krijgen, onder deskundige begeleiding, met als doel om de beweegcapaciteit te herstellen, waardoor inzet van Hbh niet nodig is. Op basis van lokale cijfers en ervaringscijfers van Powerful Ageing hebben we berekend dat we 200 inwoners die voor het eerst een aanvraag hbh doen aanmelden bij Powerful Ageing. Dit vraagt een investering van jaarlijks rond de 130.000 euro. In de tabel hieronder ziet u de cumulatieve investering. Omdat deze dienst moet worden aanbesteed zijn we bij investeringen en opbrengst uitgegaan van de start van Powerful Ageing in juli 2026. De opbrengst van Powerful Ageing zit in de eerste plaats in gezondheidswinst van onze inwoners, die vitaler worden en zelfredzaamheid terugwinnen. Financieel is dit ook interessant, omdat het gebruik van Hulp bij het huishouden wordt uitgesteld en inwoners in hun leven dus minder gebruik hoeven te maken van deze voorziening. De weergegeven opbrengst is een cumulatieve reeks. Na drie volledige jaren ramen we de besparing op de uitgaven voor hulp bij het huishouden op 790.000 euro. Wat is het verschil ten opzichte van het verleden? In het verleden was er geen aanbod vanuit de gemeente waarmee inwoners aan fysiek herstel konden werken. Als iemands fysieke conditie achteruit was gegaan, was dat in de meeste gevallen voorgoed.

Er werd (soms prijzige) huishoudelijke hulp of een hulpmiddel ingezet in situaties waarin er nog mogelijkheden waren voor inwoners om te herstellen. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners? - Inwoners die deelnemen aan Powerful Ageing vergroten hun eigen kracht en verbeteren hun fysieke gezondheid. Uit ervaring van andere gemeenten blijkt dat inwoners de training en de resultaten over het algemeen als positief ervaren. - Doordat de trainingen plaatsvinden in groepsverband, daalt ook het risico op eenzaamheid onder de deelnemers. - Inwoners kunnen het verplichte karakter van Powerful Ageing als negatief ervaren. Uit de ervaringen van andere gemeenten blijkt dat inwoners vaak niet voor Powerful Ageing kiezen als ze de keuze krijgen tussen Powerful Ageing en hulp bij het huishouden. - Inwoners zullen een hogere drempel ervaren voor het krijgen van hulp bij het huishouden of een hulpmiddel. - Het kan langer duren om een Wmo-voorziening te krijgen als inwoners wel deelnemen aan de intake voor Powerful Ageing, maar bij de intake afvallen en dan alsnog met de Wmo-consulent in gesprek moeten over hulp bij het huishouden of een hulpmiddel. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren? - Investeringen: in 2026 is 51.000 euro vereist, in 2027 is 175.000 euro nodig en in 2028 305.000 euro.

- Een advies over een inkoopvorm van team inkoopadvies en mogelijk een aanbesteding; - Criteria voor deelname aan Powerful Ageing bepalen in overleg met de aanbieder; - Een implementatieplan; - Het aantrekken en trainen van lokale fysiotherapeuten in het programma Powerful Ageing; - Scholing voor Wmo-consulenten over Powerful Ageing; - Een raadsbesluit om Powerful Ageing als voorziening op te nemen in de Verordening maatschappelijke ondersteuning; - Een communicatiecampagne om de bekendheid van Powerful Ageing te vergroten en draagvlak te creëren. Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen? - Powerful Ageing vraagt om een investering. Op basis van besparingsbegroting van aanbieder HRC en ervaringen van andere gemeenten achten we het aannemelijk dat we deze investering kunnen terugverdienen, maar er is geen garantie. - Volgens de aanbieder heeft Powerful Ageing de grootste kans op succes als het wordt ingezet met het verbeteren van de fitheid en eigen kracht van de inwoner als hoofddoel.

Powerful Ageing als kostenbeheersingsmaatregel inzetten kan zorgen voor negatieve beeldvorming en minder draagvlak. - Powerful Ageing vraagt om een bredere cultuurshift van het compenseren van een beperking naar positieve gezondheid. Dit gaat niet vanzelf, hier is tijd en aandacht voo nodig. - Het verplichte karakter van Powerful Ageing (voor wie aan de eisen voldoet) leidt mogelijk tot bezwaren van inwoners - Voor inwoners die afvallen tijdens de intake heeft Powerful Ageing een vertragend effect op het toegangsproces. - De aanbieder kan belang hebben bij het inzetten van het traject (afhankelijk van de vorm van financiering). Dat kan leiden tot onzuivere beoordelingen en belangenverstrengeling. - Het landelijke tekort aan fysiotherapeuten kan het moeilijk maken om voldoende aanbod te realiseren. - Er kan een wachtlijst ontstaan voor de intake en/of de training. - De zwaarte van het werk van de huishoudelijke hulp zal toenemen, doordat de meeste inwoners met een lichte hulpvraag ‘uitgefilterd’ worden. Aanbieders van hulp bij het huishouden kunnen dit aandragen als argument voor tariefverhoging. Wat is de planning en rol van de gemeenteraad? Zie ‘Wat is ervoor nodig’. Een aanbesteding kost minimaal zes maanden. Het aanpassen van de verordening Wmo inclusief bestuurlijke besluitvorming kost minimaal vijf maanden. Beoogde startdatum daarmee niet eerder dan halverwege 2026. 5.

Afspraken met woningcorporaties over (voorkomen van) woningaanpassingen (technische maatregel, wordt al uitgevoerd) Waarom nemen we deze maatregel? Op grond van de Wmo is de gemeente verantwoordelijk voor het aanbrengen van aanpassingen aan woningen om ervoor te zorgen dat mensen langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. De gemeente is echter van mening dat hierin meer verwacht mag worden van de eigenaar van de woning (zeker als het gaat om nieuwbouw en renovatie). Met woningcorporaties kunnen we hierover afspraken meenemen in de prestatieafspraken. Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel? We ondernemen vier verschillende acties. Actie 1 loopt al en is in Q4 2024 afgerond. Voor actie 2 is al budget beschikbaar gesteld bij de woonzorgvisie en wordt daar geïmplementeerd. 1. Actualiseren en uitbreiden leidraad levensloopbestendig wonen We stellen scherpe richtlijnen op voor levensloopbestendig nieuwbouw. Het doel is dat de woning zo gebouwd of aangepast is dat deze bewoond kan worden gedurende een reguliere levensloop of hiervoor eenvoudig geschikt gemaakt kan worden. Denk aan bredere deuren en hallen, lagere drempels en automatische deuropeners. Deze aanpassingen hoeven hierdoor niet meer via de Wmo gerealiseerd te worden.

In overleg en op specifieke plekken leggen we de ambitie hoger en willen we rolstoeltoegankelijke gelijkvloerse huur- en koopappartementen realiseren. 2. Doorstroommakelaar De doorstroommakelaar begeleidt inwoners bij het verhuizen naar een passende woning. Hierdoor hoeven minder woningen aangepast te worden en wordt doorstroom op de woningmarkt bevorderd. De doorstroommakelaar gaat daarbij samenwerken met team Wmo.

Inwoners die woningaanpassingen nodig hebben worden in contact gebracht met de doorstroommakelaar. Met name bij grote aanpassingen van de woning worden de mogelijkheden om te verhuizen verkend. Gezamenlijk met de woningcorporaties wordt een plan van aanpak opgesteld en een aantal doelstellingen. Een kanttekening hierbij is dat we vanuit de ervaringen van de regio weten dat het wat tijd kost voor een inwoner daadwerkelijk verhuist. Zeker de eerste twee jaar is de verwachting dat het aantal daadwerkelijke verhuizingen beperkt zal zijn. 3. Afspraken over aannemer en staffel opnemen in prestatieafspraken Bij woningaanpassingen verkiezen corporaties vaak hun eigen aannemer boven de aannemer van de gemeente. De aannemer en leverancier van de corporatie is soms duurder, terwijl de rekening voor de gemeente is. We maken afspraken over de inzet van aannemers en/of het betalen van de meerkosten als er voor een duurdere aannemer wordt gekozen. Daarnaast stellen we een staffel op voor aanpassingen aan badkamer en keuken. Hoe ouder de badkamer of keuken, hoe minder de gemeente vergoedt als er een aanpassing nodig is. De reden hiervoor is dat de corporatie de badkamer of keuken elke zoveel jaar moet renoveren en hier dus toch al kosten voor zou moeten maken. Voor badkamers en keukens hanteren we bovendien al een afschrijftermijn van 15-20 jaar.

Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment? Actie 1: Hier is geen berekening op te maken omdat er geen target is gesteld voor het aantal levensloopbestendige woningen en er geen monitoring plaatsvindt. Actie 2: Dit moet verder uitgewerkt worden in het plan van aanpak voor de doorstroommakelaar. Op dit moment wordt in de praktijk vrijwel nooit het primaat verhuizen opgelegd. De verwachting is dat deze maatregel daar weinig verandering in zal brengen, omdat er bij het opleggen van het primaat verhuizen veel andere factoren meespelen naast de beschikbaarheid van een passende woning. Daarnaast zullen ook in de nieuwe woning soms nog aanpassingen nodig zijn. Er is sprake van zulk specifiek maatwerk dat de verwachte kosten of besparing niet te voorspellen zijn. Actie 3: In 2023 waren de kosten voor alle woningaanpassingen aan corporatiewoningen ca. 400.000 euro, waarvan 150.000 euro aanpassingen waren op offertebasis (dus niet op basis van vaste contractafspraken). Deze 150.000 euro biedt besparingspotentieel. Het exacte besparingspotentieel is niet in beeld te brengen, omdat niet wordt bijhouden in hoeverre er sprake is van het vervangen van verouderde voorzieningen. In de toekomst dienen deze voorzieningen deels te worden blijven vergoed.

Bruto: Netto:

2025 €20.000 €20.000

2026 €20.000 €20.000

2027 €20.000 €20.000

2028 €20.000 €20.000

Wat is het verschil ten opzichte van het verleden? Een verandering die met de woonvisie en woonzorgvisie al is ingezet is de ambitie: “van langer thuis wonen naar langer zelfstandig wonen”. Dat hoeft dus niet in het eigen huis te zijn.

Dat betekent dat de gemeente woningaanpassingen niet meer als een vast gegeven ziet. Zo wordt geprobeerd de doelgroep te verleiden door het toevoegen van de juiste woonvormen. De doorstroommakelaar wordt ingezet om eventuele obstakels bij een verhuizing weg te nemen. Door de samenwerking te zoeken met team Wmo komt de doelgroep die nu niet meer passend woont ook beter in beeld. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners? •

Inwoners van nieuwbouw zullen minder snel een woningaanpassing nodig hebben, omdat deze woningen levensloopbestendiger zijn. • Inwoners zullen minder snel een woningaanpassing nodig hebben, omdat er mogelijkheden zijn om met wat begeleiding door te stromen binnen de gemeente. • Meer inwoners zullen het primaat van verhuizen opgelegd krijgen. Dat wil zeggen dat de woning van de inwoner niet wordt aangepast, maar dat de inwoner een vergoeding krijgt om naar een passende woning te verhuizen.3 Nu wordt het primaat van verhuizen weinig toegepast, omdat er maar weinig beschikbare woningen zijn voor mensen met een beperking. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren? 1. Het opstellen van een leidraad levensloopbestendig wonen, met input van team Maatschappelijke ondersteuning en corporaties. 2. Vanuit team Ruimtelijk beleid moet het gesprek worden gevoerd met corporaties over de genoemde onderwerpen. Afspraken moeten worden toegevoegd aan de prestatieafspraken. Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen? •

Het succes van deze maatregel is afhankelijk van de goede wil van corporaties. In de basis is de gemeente verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen waardoor inwoners zo lang mogelijk in hun eigen woning kunnen blijven. Wat is de planning en rol van de gemeenteraad? Deze maatregel past binnen bestaand beleid. Planning: • Actie 1: Start Q1 2024, afgerond Q4 2024 • Actie 2: Start Q4 2024, afgerond Q1 2025 • Actie 3: Start Q3 2024, afgerond Q4 2024 Hoe gaan we de effecten van deze maatregel monitoren? •

•

Er wordt bijgehouden hoeveel nieuwbouwwoningen inderdaad levensloopbestendig worden opgeleverd, maar we kunnen wel het overzicht van nultredenwoningen gebruiken. Voor de doorstroommakelaar komt er een plan van aanpak, waarin ook monitoringsafspraken worden gemaakt.

Maatregel 6 - Woningaanpassingen aanbesteden bij vaste aannemers (technische maatregel, wordt al uitgevoerd) Waarom nemen we deze maatregel? Voorheen had de gemeente niet standaard alle producten ingekocht omtrent woonaanpassingen. Hierdoor moest voor elk, niet ingekocht product, een losse offerte worden aangevraagd. Deze losse offertes kosten extra tijd van de consulenten en daarnaast zijn losse offertes duurder dan wanneer meerdere woningaanpassingen worden aanbesteed bij vaste aannemers. Dit komt omdat aannemers de aanbesteding gegund willen krijgen en daardoor gemiddeld lager gaan zitten in de prijs. Tot slot draagt deze manier van werken bij aan een overzichtelijk beeld van alle ingekochte producten. Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel? Dat de meeste woningaanpassingen zijn ingekocht tegen een vast (veelal lager) tarief bij een vaste aannemer dan wanneer er losse woningaanpassingen worden ingekocht. Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment?

Bruto:

2025 €20.000

2026 €20.000

2027 €20.000

2028 €20.000

Netto:

€20.000

€20.000

€20.000

€20.000

Wat is het verschil ten opzichte van het verleden? Geen vaste tarieven en werd er ingekocht op basis van offertes. Dit had als resultaat dat er meer tijd vanuit de consulenten en kosten aan verbonden zijn. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners? De inwoners kunnen rekenen op een gespecialiseerd bedrijf. Daarnaast zorgt deze maatregel mogelijk voor een snellere levertijd van de woningaanpassing dan bij los inkopen. Dit omdat de gemeente al inzichtelijk heeft welk product ze bij welke aannemer kunnen afnemen. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren? Deze maatregel is al in uitvoering. Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen? 1. Om de zoveel tijd moet opnieuw worden aanbesteed. 2. Rechtmatigheid van de aanbesteding: wanneer er boven de €70.000 wordt afgenomen binnen het contract dan is het bedrag voor dat jaar voor de jaarrekening onrechtmatig. Wat is de planning en rol van de gemeenteraad? Geen rol.

Maatregel 7: Een tegemoetkoming in de kosten vragen voor de medische keuring bij een eerste aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (Verdere uitwerking naar aanleiding van kadernota 2025). Waarom nemen we deze maatregel? Het verstrekken van de gehandicaptenparkeerkaart (verder: GPK) kost de gemeente jaarlijks ongeveer 50.000 euro. Tot en met 2021 hief de gemeente hiervoor leges, net als 95% van de Nederlandse gemeenten. Sinds 2022 zijn de leges voor de GPK afgeschaft naar aanleiding van de motie ‘Belastingverlaging’ van Eerlijk Alternatief, VVD, CDA en Partij voor de Dieren van 5 november 2019. Dit werd destijds begroot op 20.000 euro per jaar. Hiervoor was ruimte omdat de gemeente er op dat moment financieel goed voorstond. Inmiddels ziet het financiële perspectief van de gemeente er minder positief uit. Daarnaast blijkt de GPK meer te kosten dan 20.000 euro per jaar. Dit komt deels door een toename van het aantal aanvragen1 en deels door een stijging van de kosten voor extern medisch onderzoek en personeelskosten. Naar verwachting zullen de kosten voor de GPK de komende jaren blijven stijgen, omdat het aantal ouderen (de grootste gebruikersgroep van de GPK) in onze gemeente toeneemt. Het vragen van een bijdrage in de kosten aan inwoners past bij de intentie om normaliserend te werken. Normaliseren is een van de pijlers binnen onze visie op het sociaal domein.

In de visie staat de wens om dit uit te breiden naar ons ondersteuningsbeleid voor ouderen. 58,7% van de aanvragers van de GPK is 65 jaar of ouder. Van de mensen die voor de eerste keer een aanvraag doen is 75,5% 65 of ouder. In het kader van toekomstbestendige gemeentefinanciën heeft het college de gemeenteraad al bij de Voorjaarsnota 2024/Kadernota 2025 voorgesteld om na te gaan wat de effecten zouden zijn van het heffen van leges voor de GPK en hier een afweging over te maken bij de Begroting 2025. De gemeenteraad heeft een amendement aangenomen om besluitvorming over leges voor de GPK uit te stellen en dat het college met mogelijke alternatieven komt tot de Kadernota 2026. Wat betreft het heffen van leges zijn er 3 scenario’s te benoemen: 1. Het 0-scenario: de situatie blijft zoals deze is. Er worden geen leges geheven voor de GPK. Voor de inwoner betekent dit dat aanvragen van leges een laagdrempelig beschikbare voorziening blijft. Maar op basis van de trends in de afgelopen 3 jaar kan geconcludeerd worden dat het aantal aanvragen, toekenningen en kosten zullen blijven toenemen. 2. Heffen van leges met volledige dekking van de kosten bij de eerste aanvraag. Geen kosten voor de vervolgaanvraag: Op basis van wetgeving mag de lege maximaal kostendekkend zijn en dit wordt in rekening gebracht bij de inwoner.

Voor bepaalde inwoners zijn er mogelijkheden om hier een beroep te doen op bijzondere bijstand. Op basis van de cijfers voor 2022, voor het afschaffen van de leges, kan aangenomen worden dat het aantal aanvragen, toekenningen en de kosten afnemen. Bij een vervolgaanvraag draagt de gemeente de kosten voor de personele inzet en inkoop van de parkeerkaart. De inwoner heeft dan geen kosten. 3. Heffen van leges met deels dekking van de kosten: De kosten voor de medische keuring worden via leges doorbelast aan de inwoner die een nieuwe aanvraag doet, of een vervolgaanvraag waarbij er geen sprake is van een chronische en/of onomkeerbare beperking. De overige kosten komen voor rekening van de gemeente. Voor bepaalde inwoners zijn er mogelijkheden om hier een beroep te doen op bijzondere bijstand. Wij spreken onze voorkeur uit voor het derde scenario.

Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel? Als inwoners een GPK aanvragen, betalen ze hiervoor een van tevoren vastgesteld bedrag (lege). De opbrengsten van de leges kunnen worden gebruikt voor het betalen van de kosten van de gemeente. Dit verkleint de financiële druk op het sociaal domein. Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment? Als gekozen wordt voor scenario 3 waarbij de kosten van de eerste medische keuring in rekening wordt gebracht, verwachten wij een tegemoetkoming in de kosten van:

Medisch 1X

2025 € -5000

2026 € 10.000

2027 € 10.000

2028 € 10.000

De investering van 5000 euro in 2025 die is opgenomen is bedoeld voor aanpassingen van de regelgeving, inrichting van het betaalproces en voor communicatie en extra tijd voor toelichting aan inwoners. Wat is het verschil ten opzichte van het verleden? Van 2022 tot en met 2025 was het gratis om een GPK aan te vragen. Nu betalen inwoners een deel van de kosten die de gemeente hiervoor maakt. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners? Inwoners betalen een bedrag van € 145,- als zij een nieuwe aanvraag voor een GPK doen, of een vervolgaanvraag waarbij er geen sprake is van een chronische en/of onomkeerbare beperking. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren? - Een besluit van de gemeenteraad om leges voor de GPK op te nemen bij de Tarieventabel gemeentelijke belastingen en heffingen. - Het informeren van de uitvoerende collega’s. - Zorgen dat de opbrengsten van de leges ook bij het sociaal domein terecht komen (waar het overgrote deel van de kosten wordt gemaakt). - Éénmalige investering van 5000 euro. Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen? - Voor inwoners: inwoners moeten eenmalig de kosten van de medische keuring betalen.

Wat is de planning en rol van de gemeenteraad? De gemeenteraad legt jaarlijks aan het einde van het jaar de leges vast voor het jaar daarop in de Tarieventabel gemeentelijke belastingen en heffingen. Leges voor de GPK kunnen dus op zijn vroegst ingaan vanaf 1 januari 2026. Hiervoor moeten de leges worden meegenomen bij de vaststelling van de tarieventabel in november/december 2025.

Maatregel 8 – Starten met methode Jongeren Perspectief Fonds Waarom nemen we deze maatregel? In het actieplan bestaanszekerheid 2023 – 2024 gemeente Pijnacker-Nootdorp is als beleidsmaatregel een onderzoek naar de meerwaarde van een (aanvullende) schuldenaanpak gericht op jongeren van 18 t/m 27 jaar opgenomen. Omdat jongeren met schulden vaak geen afloscapaciteit hebben, kunnen ze nu niet terecht bij de reguliere schuldhulpverlening. Ze vallen tussen wal en schip en zijn vaak gedwongen om van school te gaan en te gaan werken. Als zij lange tijd schulden hebben, is de kans op het ontstaan van problemen op andere levensgebieden hoog. De gemeente wil van start gaan met de methode Jongeren Perspectief Fonds (JPF) met maximaal vijf cases per jaar voor een periode van twee jaar. Één traject JPF duurt maximaal twee jaar. Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel? Jongeren raken uit schulden en krijgen ook begeleiding om problemen op andere gebieden op te lossen. Jongeren krijgen een betere basis voor verdere ontwikkeling. In ruil voor deze dienstverlening van de gemeente verlenen de jongeren een tegenprestatie. Een voorbeeld hiervan is het werken naar een startkwalificatie, bijvoorbeeld door middel van een praktijkopleiding. In de basis bestaat de aanpak uit drie pijlers: 1. Een intensief begeleidingstraject 2. Het saneren van schulden 3.

De maatschappelijke tegenprestatie Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment? 2024 €0

2025 €0

2026 €30.000

2027 €60.000

2028 €ntb

De gemeente start met een proefperiode van 2 jaar met ondersteuning bij problematische schulden bij jongeren met die met meerdere (ernstige) vraagstukken kampen. Omdat jongeren meestal geen afloscapaciteit hebben vallen ze buiten de reguliere schuldhulp instrumentariumlopenzij risico op schooluitval en zorgvragen als gevolg van langdurige stress. Ondersteuning met de JPF-aanpak doorbreekt deze impasse. De JPF-aanpak is een combinatie van schuldsanering en intensieve begeleiding. De tweejarige proefperiode wordt gefinancierd vanuit bestaande middelen. BMC en Purpose hebben in 2021 business cases gemaakt voor de JPF-aanpak. Deze zijn als uitgangspunt genomen voor de business case voor onze gemeente. Hoewel we geen nieuwe middelen vragen kost een JPF-traject van twee jaar gemiddeld 15.000 euro. De opbrengst op basis van de genoemde methode van BMC en Purpose is 21.000 euro per case. Bij vijf cases gaan we dus uit van een opbrengst van 30.000 euro aan het einde van jaar twee. Wat is het verschil ten opzichte van het verleden? Het JPF richt zich met name op de begeleiding van jongeren voor wie de reguliere schuldhulpverlening niet of onvoldoende passend is. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners?

Het JPF is bedoeld voor: • Jongeren van 18 t/m 27 jaar • Die niet in aanmerking komen voor reguliere schuldhulpverlening • Die ondersteuning nodig hebben op meerdere leefgebieden • Die in staat zijn om aan eigen perspectief te werken Het beoogd effect is dat jongeren een beter basis krijgen voor verdere ontwikkeling. Dat wil zeggen geen schulden, een startkwalificatie, vermindering/verdwijnen van problemen op andere leefgebieden. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren? We zetten bestaande formatie en middelen in. De kosten per jaar aan personele inzet en financiële middelen ramen we op 38.000 euro. Het gaat om: • Inzet schuldhulpverlening • Inzet begeleider • Sanering schuld • Lidmaatschap JPF Een traject van twee jaar kost maximaal 15.000 euro. Op basis van business case Purpose en business case van BMC is de opbrengst 21.000 euro per traject. Minus kosten is een netto-opbrengst van 6.000 euro. Opbrengsten zijn hoofdzakelijk gevormd door geen of minder uitkering, minder zorgkosten, minder kosten door problemen op andere leefgebieden en voorkomen van kosten van dakloosheid. Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen? Mogelijk is er extra geld vereist om JPF groter uit te zetten indien de tweejarige proefperiode als positief wordt ervaren.

Het werken met een nieuwe methode, dat brengt altijd wat onzekerheid met zich mee. Daar staat tegenover dat we in PN de meeste deskundigheid in huis hebben. Met ervaren medewerkers met expertise over hun vakgebied gaat de gemeente steeds beter integraal te werk. Wat is de planning en rol van de gemeenteraad? Ter informatie. Vraagt geen nieuwe middelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15411942/2