bijlage 4 brief reactie op advies SD
Tekst van het document
adres post telefoon
Adviesraad Sociaal Domein Postbus 1 2640 AA Pijnacker
onderwerp nadere informatie verzenddatum zaaknummer briefnummer uw brief van
e-mail internet
Oranjeplein 1, 2641 EZ Pijnacker Postbus 1, 2640 AA Pijnacker 14 015 info@pijnacker-nootdorp.nl www.pijnacker-nootdorp.nl
Visie op het sociaal domein 2024 M. Hartland 14 mei 2024 1507945 1359802 1 mei 2024
uw kenmerk
Geachte leden van de Adviesraad Sociaal Domein, Op 1 mei jl. hebben wij uw advies ontvangen over de visie op een veerkrachtig sociaal domein ‘Samen gereed voor de toekomst’. Wij danken u voor uw inhoudelijke en gedetailleerde advies en geven in deze brief onze reactie. Wij zijn verheugd te lezen dat uw adviesraad een positief advies uitbrengt over de visie op een veerkrachtig sociaal domein. Volgens u ligt er een helder en duidelijk geschreven document waarbij de terminologie zorgvuldig is gekozen en niet stigmatiserend is. Uw adviesraad heeft bij het opstellen van de startnotitie de hoop uitgesproken dat het proces zou leiden tot een visie die richtinggevend wordt voor de langere termijn. Tegelijkertijd hoopte uw adviesraad dat uit die visie ambitie spreekt en niet alleen voor de heel lange termijn. Het is goed te horen dat u van mening bent dat, zoals de titel ‘Samen gereed voor de toekomst’ illustreert, ambitie spreekt uit de visie. Verlaten wordt het idee om te denken vanuit de wetten, maar wordt gekozen voor een integrale benadering, waarbij alle beleidsterreinen betrokken worden. U vindt dit een sterke keuze. U ondersteunt de visie welke door u als volgt wordt samengevat: “De visie van Pijnacker-Nootdorp richt zich op het creëren van een hechte, inclusieve, en veerkrachtige samenleving waarin het welzijn van de inwoners centraal staat.
Dit omvat het streven naar zelfredzaamheid en verbondenheid, waarbij de gemeente zorgt voor een doelmatig vangnet voor wie het echt nodig heeft. De nadruk ligt op het vergroten van verbondenheid en samenredzaamheid om de eigen kracht en veerkracht van inwoners te versterken. Het versterken van de sociale basis, met focus op ontmoetingen en het stimuleren van gemeenschapsinitiatieven, staat centraal. Mantelzorgers en vrijwilligers nemen in de visie een bijzondere plaats in en vanuit de visie wordt het belang gezien van het ondersteunen en waarderen van deze groepen.” U concludeert terecht dat deze visie op hoofdlijnen om nadere uitwerking vraagt. Er bestaat bij uw adviesraad dan ook behoefte aan inzicht hoe de visie tot uitvoering gaat worden gebracht. Zoals u in de visie heeft kunnen lezen beschrijven we met de visie het wensbeeld, de nieuwe stip aan de horizon. De komende periode werken we de visie stap voor stap uit tot concrete beleidsplannen, inclusief financiële afspraken en kaders. Dit gebeurt op basis van een meerjarige uitvoeringsagenda.
pagina
1/5
We begrijpen uw behoefte aan inzicht. We hebben echter meer tijd nodig om een gedegen uitvoeringsagenda op te stellen. Zoals u in hoofdstuk 11 van de visie heeft kunnen lezen wordt de uitvoeringsagenda na het vaststellen van de Kadernota 2025 opgesteld. Dit gebeurt in samenhang met het nog te ontwikkelen interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein, omdat ook het interventieplan tijd en capaciteit zal vragen van medewerkers in het sociaal domein. We vinden het belangrijk mee te geven dat uw adviesraad, zoals u dat van ons gewend bent, wordt betrokken bij de uitwerking van deze visie tot concrete beleidsplannen en uitvoeringsprogramma. Bij de hoofdstukken die verder worden uitgewerkt geeft u een aantal kanttekeningen en/of aanbevelingen mee. Hieronder reageren we hierop: U geeft aan dat in het voorwoord en in hoofdstuk 11 enkele waarschuwende teksten staan over de beschikbaarheid van voldoende beschikbare middelen. U vraagt zich af wat leidend is, het realiseren van ambities of de hand op de knip? Net als u maken wij ons zorgen over de beschikbaarheid van voldoende middelen in het sociaal domein en capaciteit in de uitvoering. Deze visie heeft een hoge ambitie. We vinden het daarom belangrijk om als betrouwbare overheid eerlijk te zijn over de (financiële) grenzen in het sociaal domein.
Zoals u van ons gewend bent zorgen we altijd voor doelmatige inzet in het sociaal domein. Financiën en kwaliteit -zo hebben we ook bewezen bij de uitvoering van het interventieplan ‘Grip op het sociaal domein’- gaan hierbij hand in hand. Wij zijn u erkentelijk voor uw suggestie. Op basis van uw advies hebben we de volgorde in het voorwoord aangepast. In hoofdstuk 2 mist u de mogelijkheid om aan te haken bij initiatieven van bewoners, bijvoorbeeld op wijk of buurtniveau. Dit is zeker de bedoeling dat we aanhaken bij initiatieven van bewoners, daarom is dit opgenomen in paragraaf 5.4 die gaat over de sociale basis en de kracht van wijken. Bij hoofdstuk 3 stelt u de vraag of wordt verwacht dat het positieve beeld dat wordt geschetst op een aantal terreinen zo blijft of verandert. Alhoewel dit lastig te voorspellen is, verwachten we dat de dit beeld globaal zo blijft, omdat de samenstelling van de bevolking niet aan grote verandering onderhevig is. Wel zien we aan aantal grote opgaven voor ons zoals de vergrijzing en de krapte op de arbeidsmarkt. In hoofdstuk 5 stelt u de vraag hoe we inwoners hoe we inwoners willen bereiken die zich niet zelf melden?’ Groepen die liever onder de radar blijven, weinig vertrouwen hebben in de overheid of niet weten hoe ze aandacht voor hun problemen kunnen vragen. Of dit niet durven. Helaas is hier geen eenvoudige oplossing voor.
We doen hier al jaren ons uiterste best voor. We hebben goede ervaringen met het bereiken van moeilijk(er) bereikbare doelgroepen door middel van aandacht en creativiteit van onze maatschappelijke partners en ons vroegsignaleringsbeleid. Een deel van de oplossing ligt juist in het versterken van de sociale basis (samenredzaam), integrale samenwerking (bijvoorbeeld met huisartsen), wijkgericht werken en stevige ontschotte dienstverlening. Bij de nadere uitwerking van de visie hebben we aandacht voor het bereiken van doelgroepen in een kwetsbare positie. U adviseert ons in de professioneel ondersteunende sociale basis alle ontmoetingsplekken en dienstverlening vanuit de SWOP te noemen. Wij hebben de visie door het noemen van een aantal voorbeelden ‘lokale inkleuring’ willen geven. U heeft uiteraard gelijk dat de SWOP meerdere diensten verleend. Op basis van uw advies hebben we het woord ‘vrijwilligersinformatiepunt’ van de SWOP vervangen door het woord ‘aanbod’ van de SWOP. U merkt op dat lokale verenigingen ontbreken in bijlage 3 als netwerkpartners. Bijlage 3 is echter een weergave van alle regionale overlegstructuren waarin bestuurders, managers en beleidsadviseurs participeren op regionaal niveau vanuit de verschillende (gedecentraliseerde) wetten binnen het sociaal
pagina
2/5
briefnummer
1359802
domein. Vandaar dat deze belangrijke lokale partners niet worden genoemd in dit overzicht. Dit wordt toegelicht in paragraaf 8.6 van de visie. Onze ambities ten aanzien van het vinden en inzetbaar maken van nieuw mantelzorgpotentieel en de ontwikkeling van beleid dat erop gericht is vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties te ondersteunen op het gebied van werving, behoud en ontwikkeling wordt verder uitgewerkt via de uitvoeringsagenda. Wij zijn voornemens een specifiek uitvoeringsprogramma op te stellen voor het versterken van de sociale basis. Met dit uitvoeringsprogramma maken we activiteiten concreet die nodig zijn om de sociale basis te stimuleren en versterken. Hierin wordt nadrukkelijk de samenwerking gezocht tussen het sociaal domein, het fysieke domein, veiligheid en economie. U vraagt in paragraaf 7.1 aandacht voor andere aandachtsgroepen naast de door ons genoemde doelgroepen die speciale aandacht vragen, namelijk inwoners met een arbeidsbeperking, nieuwkomers en alleenstaande ouders. De door ons genoemde prioritaire doelgroepen zijn als zodanig benoemd in het plan van aanpak ‘Werken, werken aan en meedoen’. Bij deze aandachtsgroepen is een eventuele bijstandssituatie vaak niet direct het gevolg van werkloosheid. U heeft gelijk dat ook andere groepen inwoners onze aandacht hebben (en krijgen).
Omdat wij niet volledig kunnen zijn in de opsomming hebben wij op basis van uw advies besloten geen aandachtsgroepen in de visie te benoemen. Ten aanzien van uw aanbeveling dat, nu het wetsvoorstel ‘Toezicht gelijke kansen bij werving en selectie niet is aangenomen, hier op gemeentelijk niveau aandacht aan moet worden besteed willen wij meegeven dat we hier- op dit moment- als lokale overheid geen rol in hebben. We zijn blij dat u uw inbreng in paragraaf 7.2 en 7.3 herkent. In hoofdstuk 8 stelt u de vraag wie beoordeelt of inwoners problemen wel of niet of gedeeltelijk op eigen kracht kunnen oplossen, en hoe wordt omgegaan met verschillen van inzicht of onduidelijkheid. Uw adviesraad verwijst in dit verband op het belang van onafhankelijke clientondersteuning wat ook wordt onderstreept in de visie. Uw adviesraad stelt dat nog een stap te zetten is in de bekendheid van deze vorm van ondersteuning. De beoordeling of inwoners problemen wel of niet of gedeeltelijk op eigen kracht kunnen oplossen is niet nieuw. Dit is dagelijkse praktijk. Deze beoordeling gebeurt altijd in samenspraak met degene die een hulpvraag stelt. Onze medewerkers zijn hiervoor getraind. In de afgelopen jaren is flink geïnvesteerd in het vergroten van de bekendheid van onafhankelijke cliëntondersteuning.
En met succes! Uit het Wmo-cliëntervaringsonderzoek blijkt dat de bekendheid met onafhankelijke cliëntondersteuning in onze gemeente 40% bedraagt. Dit is hoger dan het landelijke gemiddelde van 35%. Dit betekent een flinke stijging van 21% in 2016 naar 40% in 2022. Echter is nog steeds minder dan de helft van de Wmogebruikers hier niet mee bekend, dat benadrukt de urgentie om de bekendheid van de onafhankelijke cliëntondersteuning blijvende aandacht te geven. Zoals in paragraaf 8.2 staat beschreven geeft de WAMS gemeenten de wettelijke mogelijkheid om tot een gecoördineerde aanpak te komen voor inwoners of gezinnen met problemen op meerdere leefgebieden. De WAMS stelt ons in staat het integraal werken verder te versterken. Ook biedt de WAMS de mogelijkheid inwoners (voorzichtig) te benaderen die uit zichzelf geen hulp vragen of accepteren maar deze wel nodig hebben. De zogenaamde bemoeizorg aanpak. Uw adviesraad dringt aan op voorzichtigheid en zorgvuldigheid bij het gebruik van de mogelijkheid tot gegevensuitwisseling, veelal gericht op inwoners in kwetsbare omstandigheden. Wij nemen deze aanbeveling ter harte. U stelt dat de ambitie om normaliseren te verbreden naar ouderen, zoals beschreven in paragraaf 8.3, een belangrijke beleidswijziging is en u vraagt wat deze beleidswijziging gaat betekenen voor de
pagina
3/5
ouderen in onze gemeente. Het gedachtegoed van normaliseren gaat over een zo passend mogelijk ondersteuningsaanbod, de hulpvraag zo normaal en dichtbij als mogelijk beantwoorden. Immers niet iedere hulpvraag is een zorgvraag. We hebben al ervaring met normaliseren bij opvoeden en opgroeien. Het verbreden van normaliseren bij ouder worden, en de consequenties voor beleid, vraagt om nadere uitwerking en besluitvorming. Dit gebeurt via de uitvoeringsagenda. Uiteraard wordt uw adviesraad hierbij betrokken. In de woonzorgvisie is de relatie gelegd tussen ouderen, langer (passend) thuis wonen en eenzaamheid. Een belangrijk aandachtspunt voor de doelgroep ouderen vanuit de woonzorgvisie is de beschikbaarheid en de bereikbaarheid van voorzieningen. Hierbij gaat het niet alleen om voorzieningen voor zorg zoals een zorgpost, maar ook kan gedacht worden aan een locatie voor ontmoeten zoals een huiskamer. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in onze gemeente wordt, waar mogelijk en noodzakelijk, rekening gehouden met voorzieningen voor zorg en het creëren van nieuwe- en het versterken van bestaande ontmoetingsplekken. Daarnaast vindt verdere uitwerking hiervan plaats in de omgevingsprogramma’s groen in en om de kernen (P4), onderwijs, opvang en sport (P5) en hechte samenleving (P6 en P7).
Uw adviesraad ziet dat paragraaf 8.5 kansen biedt om administratieve lasten te verlichten voor zowel cliënten als de gemeente door overbodige regels en procedures te schrappen. Als voorbeeld noemt uw adviesraad dat de procedure voor een Wmo indicatie vereenvoudigd kan worden in geval van chronische aandoeningen en een ongewijzigde situatie. Wij danken u voor uw suggestie. Met paragraaf 8.5 uit de visie onderschrijven wij dit. Wij hebben de afgelopen jaren dan ook een aantal stappen gezet om de aanvraagprocedure voor de Wmo te vereenvoudigen1. Wij zien daarnaast kansen op andere beleidsterreinen. In paragraaf 9.1 worden een aantal ‘knoppen’ gedefinieerd, waaraan de gemeente kan draaien om de kosten te beheersen. Uw adviesraad vraagt zich af hoe de gemeente weet dat dit de juiste knoppen zijn. Data en monitoring zijn niet nieuw. Op basis van de huidige inzichten en de opgedane ervaring met het succesvolle interventieplan ‘Grip op het sociaal domein’ hebben wij deze knoppen kunnen definiëren. Paragraaf 9.1 vraagt om verdere uitwerking in een nieuw te ontwikkelen interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein. Wij zijn voornemens hierbij dezelfde route te bewandelen als bij het interventieplan ‘Grip op het sociaal domein’. Hierbij is uw adviesraad nauw bij betrokken geweest. Uw adviesraad heeft geadviseerd over het plan en over diverse politieke maatregelen.
Tevens bent u geïnformeerd over de monitoring van de maatregelen via de tussenrapportages en de eindrapportage. Verder geeft uw adviesraad aan dat effectief beleid gericht op preventie kan leiden tot kostenbesparing in een ander domein, zoals het medisch domein. Dit verdient volgens u aandacht. Wij zijn ons daarvan bewust. Wij zien de visie en de verschillende zorgakkoorden zoals het IZA/RIGA en GALA als vehicle om de beweging van zorg naar gezondheid verder vorm te geven. Hierbij wordt intensief samengewerkt met het zorgkantoor DSW. Ten aanzien van de uitvoeringsagenda vraagt uw adviesraad aandacht om naast de ontwikkeling van nieuwe initiatieven de continuïteit van personele inzet zeker te stellen. U denkt hierbij aan de kernteams, de praktijkondersteuners bij de huisartsen gericht op jeugd en ouderen, maar ook aan de professionals, die werkzaam zijn bij de SWOP. Het wijkgericht werken, de huiskamers voor de buurt, de ondersteuning van de vele vrijwilligers die actief zijn in het sociaal domein, zijn volgens u ook belangrijke (1) We hebben het mogelijk gemaakt om langere indicaties af te geven in situaties waarin dat passend is. (2) Het verlengen van een maatwerkvoorziening is sinds een paar jaar ook telefonisch (mondeling) mogelijk. Een schriftelijke aanvraag en huisbezoek zijn dan niet meer nodig.
(3) Inwoners kunnen nu ook via een online formulier een Wmo-indicatie aanvragen. (4) We hebben de brieven en beschikkingen herschreven om ze beter leesbaar te maken. (5) Er loopt een pilot waarbij we van het ontmoetingscentrum (dagbesteding voor mensen met dementie) een algemene voorziening hebben gemaakt. Dat houdt in dat mensen geen indicatie hoeven aan te vragen bij de gemeente, maar zich rechtstreeks bij de aanbieder kunnen melden.
1
pagina
4/5
briefnummer
1359802
voorzieningen die we zeker in stand moeten houden. Dit staat wat ons betreft niet ter discussie. Deze inzet en voorzieningen zijn immers juist de essentie van de visie op een veerkrachtig sociaal domein. Als laatst pleit u ervoor om op basis van de destijds ingevulde dementiescan een beleidsnotitie over dit onderwerp op te stellen. Net als u delen wij de zorg over de groeiende groep mensen met dementie. Wij zijn voornemens ook het onderwerp dementie op te nemen in een nog te ontwikkelen uitvoeringsprogramma versterken van de sociale basis. Hierin wordt nadrukkelijk de samenwerking gezocht tussen het sociaal domein, het fysieke domein, veiligheid en economie. We hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, het college van Pijnacker-Nootdorp,
Annelies Kroeskamp secretaris
pagina
5/5
Björn Lugthart burgemeester