Bijlage 3c zienswijze 2 - geanonimiseerd
Tekst van het document
Zienswijze familie De indieners zijn vader en zoon. Zij zijn al drie jaar met de gemeente in gesprek over een mogelijke mantelzorgwoning. Dit in verband met van de vrouw en moeder van de indieners, beïnvloed de vrouw/moeder dusdanig dat ze op slechte dagen de trap niet op of af kan. Een (pré-)mantelzorgwoning zou een uitkomst zijn voor de vader en moeder. Dit beleid zou voor de indieners zeer welkom zijn, maar er staat een beleidsbepaling in waardoor ze denken net weer mis te grijpen. Namelijk dat mantelzorgwoningen niet toegestaan zijn bij bedrijfswoningen. Met een mantelzorgwoning kan de vader een stuk langer zelfstandig blijven wonen. Het is niet alleen fijn voor de indiener zelf en de buren. Maar het zou de gemeente ook ondersteuning schelen. De indiener woont zelf op en geeft aan dat vanuit deze straat nog wel meer van dit soort situaties zijn. En de ruimte hier is meer dan voldoende. Kortom; een gemiste kans. In de regels staat nu dat een pré-mantelzorg woning niet wordt toegestaan bij een bedrijfswoning. De indieners zijn van mening dat er wel een verschil bestaat tussen een bedrijfswoning op een industrieterrein of een bedrijfswoning dat midden tussen de eigen akkers in staat. Een woning waaromheen ruim voldoende ruimte is, die de bedrijvigheid niet in de weg zit.
Gevraagd wordt om bij dit beleid wel onderscheid te maken en rekening te houden met de ligging van de bedrijfswoning ten op zichtte van de bedrijven. Door de indieners wordt voorgesteld om het beleid op dit punt te wijzigen. Daarnaast geven de indieners aan dat het nu onduidelijk is of een modulaire (tijdelijke) unit meetelt met de maximale bebouwde oppervlakte van een perceel. Graag dit ook duidelijker in de tekst opnemen. Wanneer het meetelt met de maximale bebouwde oppervlakte van het perceel zou de indiener alsnog niet in aanmerking komen voor een pré-mantelzorgwoning. Dan zouden de indieners alsnog misgrijpen.