CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3b - Regels ontwerp Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020-2021

Raad Besluitvorming 24 juni 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Verzamelplan 2020/202116.541 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerp | Verzamelplan PijnackerNootdorp 2020/2021 Gemeente Pijnacker-Nootdorp status: ontwerp

datum:

17 december 2020

IMRO-IDN: NL.IMRO.1926.bp000200128-30 01 Opgesteld door: Janita van Gastel (Juust B.V.)

od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021

Inhoudsopgave Regels

5

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

5

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

5 12

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

13

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21

Agrarisch - Weide Bedrijf Bedrijventerrein Groen Maatschappelijk Recreatie Tuin Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen Wonen - 1 Woongebied Leiding - Gas Waarde - Archeologie Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - ecologie Waterstaat - Waterkering

13 15 17 20 21 22 24 25 26 27 29 32 36 38 40 42 44 46 47

Hoofdstuk 3

Algemene regels

49

Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27

Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels

49 50 51 52 53 54

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

55

Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30

Overgangsrecht bestaande bouwwerken Overgangsrecht bestaand gebruik Slotregel

55 56 57

3

gemeente Pijnacker-Nootdorp

4

od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021

Regels

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In dit plan wordt verstaan onder:

1.1

het plan:

het bestemmingsplan 'Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021' van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;

1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1926.bp000200128-3001 met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5

additionele horeca:

horeca-activiteiten die ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie die ter plaatse is toegestaan met dien verstande dat: de tijdperiode waarin de horeca-activiteiten uitgeoefend worden, valt binnen de openingstijden waarin de hoofdfunctie uitgeoefend wordt; de ruimte waarin de horeca-activiteiten uitgeoefend worden niet mag worden verhuurd of anderszins in gebruik mag worden gegeven aan derden; de horeca-activiteiten ten hoogste 10% van de bebouwde vloeroppervlakte van de hoofdfunctie mogen beslaan, zulks met een maximum van 100 m2; en de horeca-activiteiten niet zelfstandig mogen worden uitgeoefend of toegankelijk zijn los van de hoofdfunctie.

1.6

afhankelijke woonruimte:

het niet tot het hoofdgebouw behorende bebouwing laten bewonen door één of meer personen die ondersteuning of verzorging kunnen krijgen van het in het bijbehorende hoofdgebouw woonachtige huishouden;

1.7

agrarische bedrijvigheid:

bedrijvigheid, geheel of overwegend gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waaronder een paardenfokkerij, met uitzondering van paardenhouderij en manege;

1.8

ander bouwwerk:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde;

5

gemeente Pijnacker-Nootdorp

1.9

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.10

bebouwingspercentage:

een met een maatvoeringsaanduiding in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat het gedeelte van het bestemmingsvlak of bouwvlak aangeeft dat mag worden bebouwd;

1.11

bed-and-breakfastvoorziening:

een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als toeristisch-recreatieve activiteit, ondergeschikt aan de woonfunctie. Onder een bed-and-breakfastvoorziening wordt niet verstaan overnachting noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of seizoensgebonden arbeid;

1.12

bedrijf:

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen, opslaan, distribueren en verhandelen van goederen, waarbij de eventuele kantoorfunctie en/of detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt, niet-zelfstandig onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de ter plaatse uitgeoefende hoofdactiviteiten;

1.13

bedrijfsgebouw:

een gebouw ten dienste van en behorende bij een bedrijf, instelling of voorziening, niet zijnde een bedrijfs- of andere woning;

1.14

bedrijfsvloeroppervlakte:

de brutovloeroppervlakte, gemeten conform NEN 2580, van bedrijfs-, kantoor- en andere dienstruimten, uitgezonderd parkeergarages en fietsenstallingen;

1.15

belemmeringenstrook:

een in het Besluit externe veiligheid buisleidingen vastgelegde strook die uit het oogpunt van externe veiligheid en de leveringszekerheid gereserveerd is voor werkzaamheden van de leidingexploitant;

1.16

belhuis:

een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin de hoofdactiviteit wordt gevormd door het ter plaatse gelegenheid bieden tot het voeren van telefoongesprekken, waaronder mede begrepen het verzenden en/of ontvangen van faxen;

1.17

beroep en/of bedrijf aan huis:

het in de woning en bijbehorende bouwwerken uitsluitend door de bewoners van de betreffende woning uitoefenen van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 zoals genoemd in de bijbehorende Staat van Bedrijfsactiviteiten en die geen horeca of detailhandel zijn, en/of het beroepsmatig uitoefenen van activiteiten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, maatschappelijk of daarmee gelijk te stellen gebied alsmede zakelijke dienstverlening en een bed-and-breakfastvoorziening. De bedrijfsactiviteiten dienen plaats te vinden met behoud van de woonfunctie en daaraan qua oppervlakte ondergeschikt te zijn;

1.18

beschermde groei- en verblijfplaats:

een verblijfplaats van plant- en diersoorten, waar bij verstoring, vernietiging en soortgelijke activiteiten de verbodsbepalingen in de Wet Natuurbescherming worden overtreden;

6

od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021

1.19

bestaand bouwwerk:

bebouwing, situatie, maat, zoals dat bestaat of rechtens mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan;

1.20

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak;

1.21

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.22

Bevi-inrichting:

een in het Besluit externe veiligheid inrichtingen bedoelde inrichting die in belangrijke mate een verhoging van de veiligheidsrisico's kan veroorzaken doordat risicobronnen op de betreffende bedrijfslocatie buiten de perceelsgrenzen een plaatsgebonden risico veroorzaken van meer dan 10-6 per jaar;

1.23

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

1.24

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.25

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

1.26

bouwlaag:

voor verblijf geschikt deel van een gebouw, gelegen tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en dak);

1.27

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan;

1.28

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.29

brutovloeroppervlakte:

de vloeroppervlakte, gemeten conform NEN 2580, van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw;

1.30

dakkapel:

een dakkapel is een uitspringend dakvenster, aangebracht op het hellende dakvlak en aan alle zijden omgeven door het betreffende dakvlak;

7

gemeente Pijnacker-Nootdorp

1.31

dakopbouw:

een uitbreiding van een bestaande laag van een woning;

1.32

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; in dit plan worden een horecabedrijf alsmede het uitsluitend via internet aanbieden van diensten en producten, waarbij geen verkoopruimte voor rechtstreekse verkoop en aflevering ter plaatse aan consumenten plaats vindt, niet als detailhandel aangemerkt;

1.33

ecologisch netwerk:

netwerk van leefgebieden en verbindingszones ten behoeve van de duurzame instandhouding van populaties van plant- en diersoorten;

1.34

ecologische waarden:

de aan een gebied toegekende waarden die verband houden met de samenhang van dieren en planten en hun leefomgeving en/of tussen dieren en planten onderling;

1.35

erker:

een ruimte op de begane grond in een gebouw die buiten de gevel van het gebouw uitsteekt;

1.36

extensieve openluchtrecreatie:

vormen van recreatief medegebruik van het agrarisch en/of natuurgebied door middel van al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen en strandjes.

1.37

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.38

glastuinbouw:

de teelt van tuinbouwgewassen met behulp van kassen;

1.39

grondgebonden agrarisch bedrijf:

een veehouderij, akkerbouwbedrijf, tuinbouw- of fruitteeltbedrijf, dat functioneel geheel of hoofdzakelijk afhankelijk is van de ter plaatse bij het bedrijf behorende grond als agrarisch productiemiddel, met uitzondering van paardenhouderij en manege;

1.40

hoofdgebouw:

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.41

horeca:

een bedrijf dat gericht is op het verstrekken van nachtverblijf, niet zijnde een bed-and-breakfastvoorziening, en/of het ter plaatse nuttigen van voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. Onder de genoemde categorieën worden mede begrepen de niet genoemde, maar naar aard, omvang en uitstraling op het woon- en leefmilieu vergelijkbare horecasoorten alsmede mengvormen van ter plaatse toegestane categorieën: categorie 1

8

od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021

daghoreca en winkelondersteunende horeca: een bedrijf, waarbij de bedrijfsactiviteit is gericht op het verstrekken van voedsel en dranken voor consumptie ter plaatse en waarbij de aard en omvang van de bedrijfsactiviteit past binnen een overwegend winkelgebied; categorie 2 restaurant/snackbar: een bedrijf, dat bestaat uit het verstrekken van hoofdzakelijk maaltijden en daaraan ondergeschikt dranken al dan niet voor consumptie ter plaatse, al dan niet met bezorgservice en/of afhaalgelegenheid; categorie 3 hotel/pension: een bedrijf, dat bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie (daaraan) ondergeschikt is; categorie 4 bar/(eet)café: een bedrijf, dat bestaat uit het verstrekken van hoofdzakelijk dranken en daaraan ondergeschikt etenswaren voor consumptie ter plaatse; categorie 5 partycentrum/danscafé/feestcafé: een bedrijf, waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het gelegenheid geven tot (besloten) feesten, bruiloften en partijen en andere daarmee vergelijkbare evenementen, met een horecavloeroppervlakte van ten hoogste 500 m2; categorie 6 discotheek/dancing: bedrijven als bedoeld in categorie 5 met een horecavloeroppervlakte groter dan 500 m2;

1.42

horecavloeroppervlakte:

de oppervlakte van de ruimte binnen een horecabedrijf, die voor publiek toegankelijk is;

1.43

huishouden:

een persoon of groep van personen waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid;

1.44

kantine:

een gebouw of ruimte in een gebouw ten dienste van de op het perceel gelegen bestemming voor het nuttigen van maaltijden en overige consumpties door de gebruikers van de bestemming;

1.45

kinderopvang:

het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen en opvoeden van kinderen, zoals gastouderopvang, een kindercentrum, buitenschoolse opvang (BSO) en een peuterspeelzaal;

1.46

maatschappelijke voorzieningen:

educatieve, informatieve, levensbeschouwelijke, medische, sociaal-medische, sociaal-culturele voorzieningen, zorg- en welzijnsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening;

1.47

nutsvoorzieningen:

voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de distributie van gas, water, warmte, elektra en de telecommunicatie;

9

gemeente Pijnacker-Nootdorp

1.48

onderkomen:

een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat/die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent;

1.49

peil:

het punt waarvanuit de hoogte van bouwwerken (of onderdelen) wordt gemeten: 1. de hoogte van de kruin van de weg: in geval van een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan die weg grenst en de onderzijde van de hoofdtoegang op maximaal 0,25 m boven of onder de hoogte van de kruin is gelegen; 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein bij voltooiing van de bouw;

1.50

plaatsgebonden risico:

risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is;

1.51

publieksgerichte dienstverlening:

dienstverlening door een bedrijf of instelling dat in hoofdzaak baliewerkzaamheden verricht of andere diensten verleent aan particulieren met een rechtstreeks contact met het publiek, niet zijnde een belhuis, detailhandel, horeca of seksinrichting;

1.52

raamprostitutiebedrijf:

een prostitutiebedrijf, waarbij prostituees zich aanbieden aan het publiek door zich opvallend aan een raam aan de straat te vertonen;

1.53

scootsafe:

bouwwerk voor de stalling van een scootmobiel of daarmee vergelijkbaar hulpmiddel voor mensen met een beperking;

1.54

seksinrichting:

een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht; onder een hiervoor bedoelde inrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf en raamprostitutiebedrijf;

1.55

straatmeubilair:

alle bij het openbaar gebied behorende en ten dienste van dat gebied en aangrenzende bestemmingen staande bouwwerken, zoals verkeersgeleiders, verkeers-, verwijs- en informatieborden, lichtmasten, zitbanken en bloembakken, abri's, beeldende kunstwerken, speeltoestellen en -objecten, draagconstructies voor reclame, kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen (waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen), onder en bovengrondse afvalinzamelingsvoorzieningen, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen, regelinstallaties, geluidwerende voorzieningen en fietsenstallingen en -rekken;

1.56

verbeelding

de visuele weergave van een bestemmingsplan. Onder het begrip 'verbeelding' wordt zowel de analoge-, als de digitale wijze verstaan;

10

od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021

1.57

voorgevel:

de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een hoofdgebouw gelegen gevel;

1.58

voorgevelrooilijn:

de op de verbeelding als zodanig aangegeven lijn die buitenwerks loopt waar de voorgevel van een gebouw zich bevindt of dient te bevinden en/of de denkbeeldige lijn in het verlengde van die lijn;

1.59

woning:

een complex van aaneengesloten ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden;

1.60

zakelijke dienstverlening:

het verlenen van diensten, al dan niet met baliefunctie en al dan niet in een kantoorgebouw, op administratief, financieel en juridisch gebied, alsmede op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie, de verhuur en handel in onroerend goed, architecten-, onderzoeks-, marketing-, uitzend- en beveiligingsbureaus en daarmee naar de aard vergelijkbare vormen van dienstverlening.

1.61

zorgkwekerij:

maatschappelijke voorziening waar activiteiten worden geboden aan ouderen met dementie, in een sociaal isolement, met een lichamelijke beperking en/of met niet aangeboren (hersen)letsel, danwel jongeren met een afstand tot de maatschappij, waaronder begrepen : het kweken en verzorgen van plant en gewas in de kweekkas; het verzorgen van de moestuin en bloementuin; het bereiden en eten van de warme maaltijd; het inmaken van groente; verzorgen, voeren en verantwoording dragen voor diverse dieren; coaching en training met alpaca's en het berijden en verzorgen van paarden; koken, bakken, huishoudelijke werkzaamheden, timmeren, sleutelen, lassen, onderhoud van gebouwen; varen, knutselen, trampolinespringen, springtouwen.

11

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:

de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk;

2.2

bebouwingspercentage:

het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming.

2.3

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, zonnepanelen en naar de aard en/of omvang daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.4

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.5

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.6

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.7

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.8

peil:

a. de hoogte van de kruin van de weg: in geval van een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan die weg grenst en de onderzijde van de hoofdtoegang op maximaal 0,25 m boven of onder de hoogte van de kruin is gelegen; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein bij voltooiing van de bouw;

12

od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch - Weide

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - Weide' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

het behoud van natuur- en landschapswaarden; weide; hobbymatig, niet-bedrijfsmatig grondgebonden agrarisch gebruik; ontsluitingen van percelen; ter plaatse van de aanduiding 'pad' tevens een ontsluiting van percelen zonder verlichting; extensieve recreatie voor zover de onder b en c bedoelde functies en waarden niet onevenredig worden aangetast; g. fiets- en voetpaden, en h. watergangen en waterpartijen.

3.2

Bouwregels

3.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 3.1 mogen uitsluiten andere bouwwerken worden gebouwd. 3.2.2 Bouwen Op en in de gronden als bedoeld in lid 3.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. andere bouwwerken, zoals erf- of perceelafscheidingen, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1,5 m mag bedragen; onder andere bouwwerken zijn hier niet begrepen stapmolens; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak' mag ten hoogste 1 paardenbak worden aangelegd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte van de paardenbak niet meer mag bedragen dan 1.200 m2; 2. de afstand tot de gevels van woningen van derden mag niet minder bedragen dan 25 meter; 3. verlichting niet is toegestaan; 4. de bouwhoogte van een hek rondom de paardenbak niet meer dan 1,70 m mag bedragen; 5. de afwatering dient zodanig te zijn dat er geen wateroverlast ontstaat in de omgeving van de paardenbak; c. bebouwing is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduidingen specifieke vorm van agrarisch – hobbymatige activiteiten toegestaan’ en ten hoogste in de bestaande omvang;

3.3

Specifieke gebruiksregels

Ter plaatse van de aanduiding 'pad' gelden de volgende regels: a. de breedte van de ontsluiting mag niet meer bedragen dan 6 m; b. het pad moet voorzien zijn van waterdoorlatende verharding passend in de omgeving; c. verlichting is niet toegestaan.

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere

13

gemeente Pijnacker-Nootdorp

b. c. d. e.

oppervlakteverhardingen; aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen; verlagen van de bodem en afgraven , ophogen en egaliseren van gronden; uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

3.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in sublid 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. b. c. d.

werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; werken en werkzaamheden waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.

3.4.3 Toelaatbaarheid van werken of werkzaamheden De werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid 3.4.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

14

od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021

Artikel 4 4.1

Bedrijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven die hierna zijn aangegeven, of daaraan gelijk te stellen bedrijven: Bedrijven: Rangeer- en manoevreerterrein voor caravans en andere kampeervoertuigen Kortdurend parkeren ten behoeve van het halen en brengen van caravans en andere kampeervoertuigen Caravanstalling

ter plaatse van de aanduiding: specifieke vorm van bedrijf - rangeerterrein specifieke vorm van bedrijf - kortdurend parkeren specifieke vorm van bedrijf - 10

b. bij het bedrijf behorende wegen met bijbehorende paden en bermen; c. watergangen en waterpartijen; d. groen-, parkeer- en overige voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen behorende bij een bedrijf en een kantine; e. een kantoor, behorende bij een ter plaatse gevestigd bedrijf; f. verkoop via internet van diensten en producten, waarbij ter plaatse geen uitstallings- en verkoopruimte aanwezig is voor rechtstreekse verkoop en aflevering aan consumenten; g. afhaalpunten voor niet-dagelijkse producten; een en ander met uitzondering van: 1. bedrijven die krachtens artikel 2.1, lid 3, van het Besluit omgevingsrecht zijn aangewezen als inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, welke inrichtingen als zodanig zijn genoemd in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 4 Inrichtingen wet geluidhinder, tenzij het betreft bestemmingsvlakken met de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.1' en bedrijf tot en met categorie 4.2; 2. bedrijven die een Bevi-inrichting zijn of een Bevi-inrichting omvatten; 3. bedrijven die inrichtingen zijn, genoemd in de onderdelen C of D van de Bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage.

4.2

Bouwregels

4.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 4.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen, niet zijnde bedrijfs- of andere woningen; b. bergingen en fietsenstallingen; c. andere bouwwerken, zoals palen, masten, verkeers-, reclame- en andere tekens, technische installaties en erf- of perceelafscheidingen. 4.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 4.2.1, gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bebouwing' is geen bebouwing toegestaan; c. het bebouwingspercentage dient op bij eenzelfde bedrijfsvestiging behorende gronden ten minste 30% te bedragen; d. ter plaatse van de aanduiding "maximum oppervlakte" mag ten hoogste het aangegeven oppervlakte, vermenigvuldigd met 1.000 m2, worden uitgegeven ten behoeve van bedrijfsdoeleinden; e. de bouwhoogte van gebouwen als bedoeld in sublid 4.2.1, onder a, mag niet minder c.q. meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van respectievelijk de aanduidingen "minimale

15

gemeente Pijnacker-Nootdorp

bouwhoogte" en "maximale bouwhoogte" is aangegeven; bij elke bedrijfsvestiging mag de gezamenlijke brutovloeroppervlakte van kantoorruimten behorende bij het bedrijf, niet meer dan 50% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte bedragen, en in ieder geval niet meer dan 3.000 m²; g. ter plaatse van de aanduiding "gevellijn" dienen de bedrijven zich te presenteren met de voorzijde of de meest representatieve zijde van het bedrijf, waarbij de gevel aan deze zijde in de "gevellijn" wordt gesitueerd; h. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven: f.

Bouwwerken luifels, vlaggen- en ander masten: zonnebomen erf- of perceelafscheidingen op of rond een terrein met daarop een gebouw overige erf- of perceelafscheidingen: overige andere bouwwerken i.

Max. bouwhoogte 8m 12 m 3m 1m 3m

in afwijking van het bepaalde onder a, mogen bergingen, fietsenstallingen en andere ondergeschikte dienstgebouwen buiten bouwvlakken worden gebouwd, tot bij elk bedrijf een gezamenlijke oppervlakte van 100 m² en een bouwhoogte van 3 m;

4.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 4.2.2, onder b, voor het realiseren van een bebouwingspercentage kleiner dan 30%, mits aangetoond is dat het rioolsysteem dit aankan.

4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1

Parkeernormen

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen wordt slechts verleend, indien wordt voldaan aan de parkeernormen als aangegeven in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 3 Nota parkeernormen. 4.4.2 In- en uitrit Een in- en uitrit bedraagt 7 m gemeten op de erfgrens. Een bredere in- en uitrit en/of het realiseren van meerdere in-/uitritten is alleen toegestaan als aangetoond is dat dit voor de bedrijfsvoering noodzakelijk is.

4.5

Afwijken van de gebruiksregels

4.5.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 4.1, onder a, ten behoeve van andere bedrijven, mits per geval is aangetoond dat het betreffende andere bedrijf, gezien de gevolgen daarvan voor de omgeving, redelijkerwijs kan worden gelijkgesteld met bedrijven die op de desbetreffende plaats zijn toegestaan krachtens lid 4.1,onder a.

16

od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021

Artikel 5 5.1

Bedrijventerrein

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven die hierna zijn aangegeven: Bedrijven die in de van deze regels deel Ter plaatse van de aanduiding: uitmakende bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn aangeduid als categorie: 1, 2, 3.1 of 3.2 bedrijf tot en met categorie 3.2 b. ten hoogste één bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; c. bewoning door twee huishoudens, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 2 huishoudens'; d. bij het bedrijf behorende wegen met bijbehorende paden en bermen; e. groen-, parkeer- en overige voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen behorende bij een bedrijf en een kantine; f. een kantoor, behorende bij een ter plaatse gevestigd bedrijf; g. verkoop via internet van diensten en producten, waarbij ter plaatse geen uitstallings- en verkoopruimte aanwezig is voor rechtstreekse verkoop en aflevering aan consumenten; h. water, zoals waterpartijen en watergangen; een en ander met uitzondering van: i. j.

detailhandel; bedrijven die krachtens artikel 2.1, lid 3, van het Besluit omgevingsrecht zijn aangewezen als inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, welke inrichtingen als zodanig zijn genoemd in de van deze regels deel uitmakende bijlage Inrichtingen Wet geluidhinder; k. bedrijven die een Bevi-inrichting zijn of een Bevi-inrichting omvatten; l. bedrijven die inrichtingen zijn, genoemd in de onderdelen C of D van de Bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage.

5.2

Bouwregels

5.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 5.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen, niet zijnde bedrijfs- of andere woningen, en b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' ten hoogste één bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken, en c. andere bouwwerken, zoals palen, masten, verkeers-, reclame- en andere tekens, technische installaties en erf- of perceelafscheidingen. 5.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 5.2.1 gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag binnen het bouwvlak 100 % bedragen; c. de goot- en bouwhoogte van gebouwen als bedoeld in sublid 5.2.1, onder a, mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; d. de inhoud van een bedrijfswoning inclusief de daarbij behorende bouwwerken, mag niet meer dan 750 m³ bedragen; e. bij elke bedrijfsvestiging mag de gezamenlijke brutovloeroppervlakte van kantoorruimten behorende bij het bedrijf, niet meer dan 50% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte bedragen, en in ieder geval niet meer dan 3000 m²;

17

gemeente Pijnacker-Nootdorp

f.

op bedrijfswoningen en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken is het bepaalde in artikel 12 (Wonen) van overeenkomstige toepassing; g. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

Bouwwerken luifels, vlaggen- en ander masten erf- of perceelafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, op of rond een terrein met daarop een gebouw erf- of perceelafscheidingen - 1 meter achter voorgevelrooilijn grenzend aan openbaar toegankelijk gebied mits redelijke eisen van welstand zoals zijn opgenomen in Welstandsnota overige erf- of perceelafscheidingen overige andere bouwwerken

Max. bouwhoogte 8m 2m

2m

1m 3m

h. in afwijking van het bepaalde onder a, mogen bergingen, fietsenstallingen en andere ondergeschikte dienstgebouwen buiten bouwvlakken worden gebouwd, tot bij elk bedrijf een gezamenlijke oppervlakte van 100 m² en een bouwhoogte van 3 m; i. een omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen wordt slechts verleend, indien betreffende voor parkeervoorzieningen wordt voldaan aan de parkeernormen als aangegeven in de van deze regels deel uitmakende bijlage 3 Nota Parkeernormen.

5.3

Afwijken van de gebruiksregels

5.3.1 Andere bedrijven Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 5.1, onder a, ten behoeve van andere bedrijven, mits per geval is aangetoond dat het betreffende andere bedrijf, gezien de gevolgen daarvan voor de omgeving, redelijkerwijs kan worden gelijkgesteld met bedrijven die op de desbetreffende plaats zijn toegestaan krachtens lid 5.1, onder a. 5.3.2 Volumineuze detailhandel Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 5.1, onder a, ten behoeve van het vestigen van detailhandelsbedrijven in volumineuze goederen. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend nadat en indien: a. aan de hand van een onderbouwde visie (distributieplanologisch onderzoek) inzicht is verschaft in de bovengemeentelijke effecten van de voorgenomen detailhandelsvestiging; b. het bedrijf dient te voorzien in voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein, waarbij de normen gelden zoals opgenomen in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 3 parkeernormen, tenzij anderszins in de minimaal aan te houden parkeergelegenheid is of wordt voorzien.

5.3.3 Zelfstandige kantoren Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 5.1 onder a, ten behoeve van het vestigen van zelfstandige, niet bij een ter plaatse gevestigd bedrijf behorende kantoren, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de brutovloeroppervlakte van een zelfstandige kantoorruimte mag niet meer dan 1.000 m² bedragen, onverminderd het bepaalde onder b; b. de totale gezamenlijke brutovloeroppervlakte van zelfstandige kantoorruimten mag niet meer bedragen dan de totale gezamenlijke brutovloeroppervlakte van bij bedrijven behorende kantoorruimten, die met toepassing van sublid 5.2.2, onder e, kunnen worden gebouwd; c. een omgevingsvergunning wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat ten behoeve van de betreffende kantoorvestiging, op eigen terrein of elders binnen de bestemming, in parkeergelegenheid wordt of zal worden voorzien overeenkomstig de normering als vermeld in de van

18

od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021

deze regels deel uitmakende Bijlage 3 Nota Parkeernormen.

19

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 6 6.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

6.2

groen- en speelvoorzieningen; fiets- en voetpaden, parkeerplaatsen, in- en uitritten en andere, ondergeschikte verhardingen; nutsvoorzieningen; straatmeubilair; gemalen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "gemaal" bij deze bestemming behorende overige voorzieningen zoals watergangen en -partijen, bruggen en duikers.

Bouwregels

6.2.1 Toegestane bouwwerken Op de gronden als bedoeld in lid 6.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.

gebouwen ten dienste van de bestemming; andere bouwwerken; scootsafes; straatmeubilair.

6.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 6.2.1, gelden de volgende bepalingen: a. van gebouwen mag de oppervlakte niet meer dan 20 m2 en de bouwhoogte niet meer dan 3 meter bedragen; b. de bouwhoogte van straatmeubilair mag niet meer dan 10 meter bedragen en van overige andere bouwwerken niet meer dan 3 meter; c. scootsafes mogen uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de inhoud niet meer bedraagt dan 3 m3, en 2. plaatsing van de scootsafes binnen de woonbestemming al dan niet inpandig niet mogelijk is.

20

od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021

Artikel 7 7.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. onderwijsvoorzieningen; b. water, zoals waterpartijen en watergangen.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Toegestane bouwwerken

Op en in de gronden als bedoeld in lid 7.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bergingen en fietsenstallingen; c. andere bouwwerken. 7.2.2

Bouwen

Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 7.2.1, gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag op bij eenzelfde voorziening behorende gronden ten hoogste zoveel bedragen als op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven; c. de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen als bedoeld in sublid 7.2.1, onder a, mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' is aangegeven; d. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven: Bouwwerken Max. Bouwhoogte luifels, vlaggen- en andere masten 8m erf- of perceelafscheidingen op of rond een terrein 2 m met daarop een gebouw erf- of perceelafscheidingen - 1 meter achter de 2m voorgevelrooilijn grenzend aan openbaar toegankelijk gebied, mits voldaan wordt aan redelijke eisen van welstand zoals zijn opgenomen in Welstandsnota overige erf- of perceelafscheidingen 1m overige andere bouwwerken 3m e. bergingen en fietsenstallingen mogen buiten bouwvlakken worden gebouwd, tot een gezamenlijke oppervlakte van 100 m² en tot een maximale bouwhoogte van 3 m; f.

een omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen wordt slechts verleend, indien betreffende de daarbij behorende parkeervoorzieningen wordt voldaan aan de parkeernormen als aangegeven in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 3 Nota Parkeernormen.

21

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 8 8.1

Recreatie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. extensieve openluchtrecreatie b. de instandhouding en ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden, ter plaatse van de aanduiding 'natuur'; c. de instandhouding en ontwikkeling van watergangen, sloten en andere waterpartijen en kades, wegen, fiets- en voetpaden en ruiterpaden; d. parkeerplaatsen, groenvoorzieningen en bij een en ander behorende overige voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van waterbeheer.

8.2

Bouwregels

8.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 8.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. windmolens ten behoeve van waterbeheer, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 10 m mag bedragen; b. andere bouwwerken ten behoeve van waterbeheer, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen; c. overige andere bouwwerken, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen, behoudens lichtmasten, verkeerstekens en wegwijzers, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 6 m mag bedragen.

8.3

Afwijken van de bouwregels

het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2 ten behoeve van niet voor bewoning bestemde gebouwen ten dienste van de bestemming, zoals schuilgelegenheden en bergingen, mits de noodzaak daarvan is aangetoond en de in lid 8.1 bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast. Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. de oppervlakte van elk gebouw mag niet meer dan 30 m² bedragen, en de gezamenlijke oppervlakte niet meer dan 150 m²; b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan 3 m bedragen.

8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Omgevingsvergunningplicht Behoudens het bepaalde in sublid 8.4.2, is het verboden zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de hierna aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. verlagen van de bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; c. aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen; d. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; f. vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; g. werken en werkzaamheden, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten, die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of ten gevolge hebben;

22

od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021

h. definitief omzetten van grasland in bouwland, anders dan ten behoeve van herinzaai.

8.4.2 Uitzondering omgevingsvergunningplicht Het in sublid 8.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. b. c. d. e.

werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; werken en werkzaamheden, waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen vergunning was vereist; is of mag worden begonnen krachtens een verleende vergunning; werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid 8.4.1, onder d, voor zover daarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; f. werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid 8.4.1, onder f, voor zover de APV daarop van toepassing is; g. het vellen, rooien of beschadigen van fruitbomen; h. werken en werkzaamheden die in het kader van de aanleg van het natuur- en recreatiegebied 'Groenzoom' zijn voorzien in een goedgekeurd inrichtingsplan.

8.4.3 Toelaatbaarheid van werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid 8.4.1, zijn slechts toelaatbaar, indien: a. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de in lid 8.1 bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; b. voor zover burgemeester en wethouders dat nodig achten, advies is ingewonnen van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige.

23

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 9 9.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen en water; b. de karakteristieke stedenbouwkundige waarde conform de in Bijlage 5 opgenomen stedenbouwkundige opzet in de vorm van een hofje, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristieke waarden'; c. ontsluiting van percelen, ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; d. een (al dan niet collectief) bijgebouw ten behoeve van de omliggende woningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouw'.

9.2

Bouwregels

9.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 9.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. aan een hoofdgebouw aangebouwde erkers en ingangspartijen; b. andere bouwwerken; c. scootsafes. 9.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 9.2.1 gelden de volgende bepalingen: a. aangebouwde bijbehorende bouwwerken, behorende bij de aan de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, mogen uitsluitend worden gebouwd: 1. tot een diepte van de uitbreiding mag niet meer bedragen dan 1 m; 2. tot een oppervlakte van 4 m², en 3. tot een bouwhoogte van 0,4 m boven de bouwvloer van de 1e verdieping van het hoofdgebouw mits, in geval van bouwen aan de voorgevel van het hoofdgebouw, de diepte van de voortuin tot de voorste perceelsgrens ten minste 4 m bedraagt; b. scootsafes mogen uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de inhoud niet meer bedraagt dan 3 m3, en 2. plaatsing van de scootsafes binnen de woonbestemming al dan niet inpandig niet mogelijk is; c. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven: Bouwwerken erf- of perceelafscheidingen achter de voorgevelrooilijn overige erf- of perceelafscheidingen overige andere bouwwerken

9.3

Max. bouwhoogte 2m 1m 3m

Specifieke gebruiksregels

Op de gronden als bedoeld in lid 9.1 is het parkeren van auto's uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van tuin – parkeren’ dan wel waar een in- of uitritvergunning is verleend.

24

od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021

Artikel 10 10.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, met de daarbij behorende in- en uitvoegstroken, in- en uitritten, voetpaden, fietsstroken en -paden, parkeerstroken en -voorzieningen, opstelstroken, bushaltes en andere verhardingen; b. bermen en groenvoorzieningen; c. nutsvoorzieningen; d. straatmeubilair; e. bij deze bestemming behorende overige voorzieningen zoals watergangen, bruggen en duikers, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen

10.2

Bouwregels

10.2.1 Toegestane bouwwerken Op de gronden als bedoeld in lid 10.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.

gebouwen ten dienste van de bestemming of aangrenzende bestemmingen; en andere bouwwerken; scootsafes; straatmeubilair.

10.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 10.2.1, gelden de volgende bepalingen: a. van overige gebouwen mag de oppervlakte niet meer dan 20m2 en de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedragen; b. de bouwhoogte van straatmeubilair mag niet meer dan 10 m bedragen en van overige andere bouwwerken niet meer dan 3 m; c. scootsafes mogen uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de inhoud niet meer bedraagt dan 3 m3, en; 2. plaatsing van de scootsafes binnen de woonbestemming al dan niet inpandig niet mogelijk is. 10.2.3 Specifieke gebruik sregels Een gebruik in strijd met de bestemming is in ieder geval het gebruik van gronden als bedoeld in lid 10.1, voor bedrijfsmatige activiteiten en bedrijfsmatige opslag.

25

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 11 11.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor water en daarbij behorende taluds en oevers.

11.2

Bouwregels

11.2.1 Toegestane bouwwerken Op de gronden als bedoeld in lid 11.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bij de bestemming behorende andere bouwwerken, zoals duikers, bruggen, kademuren, beschoeiingen, een en ander uitgezonderd steigers en andere aanlegplaatsen; b. bij aangrenzende wegen behorende andere bouwwerken zoals overkluizingen ten behoeve van in- en uitritten en paden. 11.2.2 Bouwen De bouwhoogte van bouwwerken als bedoeld in sublid 11.2.1 mag niet meer dan 3 m bedragen.

26

od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021

Artikel 12 12.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met inbegrip van beroep en/of bedrijf aan huis en water; b. bewoning door twee huishoudens, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 2 huishoudens'; c. bijbehorende parkeervoorzieningen.

12.2

Bouwregels

12.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 12.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen in de vorm van woningen; b. andere bouwwerken; c. scootsafes. 12.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 12.2.1 gelden de volgende bepalingen: woningen a. binnen elk bestemmingsvlak mag het aantal woningen niet meer dan één bedragen of niet meer dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; b. woningen mogen uitsluitend worden gebouwd: 1. binnen het bouwvlak; 2. met de voorgevel in de gevellijn ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' indien dat binnen het betreffende bestemmingsvlak is aangeduid; c. in afwijking van het bepaalde onder b, mogen bestaande woningen uitsluitend met de voorgevel in de bestaande voorgevelrooilijn opnieuw worden gebouwd; d. woning mogen uitsluitend worden gebouwd op de hierna aangegeven wijze: bouwwijze: ter plaatse van de aanduiding: alle woningen aaneen, in niet gestapelde vorm 'aaneengebouwd' in gestapelde vorm 'gestapeld' vrijstaand 'vrijstaand' e. de inhoud van een woning inclusief de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen mag in het buitengebied niet meer dan 750 m³ bedragen.

Voor zover een kelder geheel of gedeeltelijk is gelegen onder peil doch boven het laagstgelegen aansluitend terrein, wordt de gehele kelder meegerekend bij de inhoud van de woning; f. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening': tevens dienstverlenende bedrijven op de begane grond toegestaan; g. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage': tevens een parkeergarage toegestaan; h. het aantal woningen binnen een bouwvlak mag niet meer bedragen dan, voor zover aangegeven, met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal woningen binnen het betreffende bouwvlak; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent' mag de bouwhoogte van ten hoogste 40% van de gronden niet meer bedragen dan 12 m; j. binnen een bouwvlak mag tussen twee niet aaneengebouwde woningen de afstand van elk van de woningen tot de onderlinge zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 3 meter bedragen; k. de goothoogte van woningen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven; l. de bouwhoogte van woningen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; m. de goothoogte en de bouwhoogte van woningen mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding

27

gemeente Pijnacker-Nootdorp

ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)'is aangegeven; en n. een omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen wordt slechts verleend, indien betreffende de daarbij behorende parkeervoorzieningen wordt voldaan aan de parkeernormen als aangegeven in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 3 Nota parkeernormen. andere bouwwerken o. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven: Bouwwerken pergola’s erf- of perceelafscheidingen achter de voorgevelrooilijn overige erf- of perceelafscheidingen: overige andere bouwwerken

12.3

Max. bouwhoogte 3m 2m 1m 3m

Specifieke gebruiksregels

beroep en/of bedrijf aan huis a. de gezamenlijke brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een beroep en/of aan huis dient zowel naar aard als naar oppervlakte ondergeschikt te zijn aan het gebruik voor bewoning, waarbij voorts de bedrijfsactiviteiten door hun aard, omvang en visuele aspecten, het woonkarakter van de woning en het milieu van de omgeving niet onevenredig mogen aantasten.

12.4

Specifieke bouwregel

Scootsafes mogen uitsluitend worden gebouwd, indien de inhoud niet meer bedraagt dan 3 m3.

28

od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021

Artikel 13 13.1

Wonen - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met inbegrip van beroep aan huis en water; b. ontsluiting van percelen;

13.2

Bouwregels

13.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 13.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. woningen, aan- of uitbouwen, bijgebouwen en andere bouwwerken, zoals erf- of perceelafscheidingen en tuinmeubilair. 13.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 13.2.1, gelden de volgende bepalingen: woningen a. binnen elk bestemmingsvlak mag het aantal woningen niet meer dan één bedragen of niet meer dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; b. woningen mogen uitsluitend worden gebouwd: 1. binnen het bouwvlak, indien dat binnen het betreffende bestemmingsvlak is aangeduid, dan wel 2. met de voorgevel in de gevellijn ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' indien dat binnen het betreffende bestemmingsvlak is aangeduid, dan wel 3. overal binnen het bestemmingsvlak, indien geen bouwvlak of gevellijn is aangegeven, onverminderd het bepaalde onder e; c. in afwijking van het bepaalde onder b, mogen bestaande woningen uitsluitend met de voorgevel in de bestaande voorgevelrooilijn opnieuw worden gebouwd; d. op geen van de gevels van een nieuw te bouwen woning, niet zijnde een opnieuw te bouwen bestaande woning, mag bij voltooiing de geluidbelasting vanwege het wegverkeer de ter plaatse ten hoogste toegelaten grenswaarde krachtens de Wet geluidhinder overschrijden; e.

de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrenzen mag niet minder dan 3 m bedragen; f. de inhoud van een woning inclusief de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer dan 750 m³ bedragen. Voor zover een kelder geheel of gedeeltelijk is gelegen onder peil doch boven het laagstgelegen aansluitend terrein, wordt de gehele kelder meegerekend bij de inhoud van de woning; g. de goothoogte en de bouwhoogte van woningen mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' is aangegeven; h. indien op de verbeelding een dakhelling is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'dakhelling (graden)', geldt deze als minimum dakhelling; en i. een omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen wordt slechts verleend, indien betreffende de daarbij behorende parkeervoorzieningen wordt voldaan aan de parkeernormen als aangegeven in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 3 Nota parkeernormen. aan- of uitbouwen en bijgebouwen j.

aan- of uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd, op ten minste 3 m achter de voorgevelrooilijn van de betreffende woning; k. de gezamenlijke oppervlakte van aan- of uitbouwen en bijgebouwen mag bij elke woning, onverminderd het bepaalde onder f, niet meer bedragen dan: 1. 50% van de gezamenlijke oppervlakte van de bij die woning behorende gronden, buiten de oorspronkelijke woning,

29

gemeente Pijnacker-Nootdorp

2. doch niet meer dan 50 m²; van aan- of uitbouwen en bijgebouwen mag de goothoogte niet meer bedragen dan 2,7 m en de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m; m. de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3 m bedragen; l.

andere bouwwerken n. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven:

bouwwerken pergola's erf- of perceelafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, op of rond een terrein met daarop een gebouw overige erf- of perceelafscheidingen: overige andere bouwwerken

max. bouwhoogte 3m 2m

1m 3m

brutovloeroppervlakte beroep aan huis o. de gezamenlijke brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een beroep aan huis mag, in voorkomend geval samen met de brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf aan huis als bedoeld in sublid 8.6.1, niet meer bedragen dan 30% van de totale brutovloeroppervlakte van de betreffende woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, en in ieder geval niet meer dan 75 m².

13.3

Nadere eisen

13.3.1 Nadere eisen situering en maatvoering van woningen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met toepassing van artikel 27 (Algemene procedureregels), nadere eisen te stellen aan de situering en maatvoering van woningen ter voorkoming van onevenredige aantasting van de bedrijfsvoering en milieuruimte van aangrenzende en nabijgelegen glastuinbouwbedrijven en agrarische bedrijven.

13.4

Afwijken van de bouwregels

13.4.1 Afwijking situering woningen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het bepaalde in sublid 13.2.2, onder b, sub 2, en c voor zover betreft de situering van woningen, ten behoeve van het bouwen van een woning op een andere plaats op de bij die woning behorende gronden, mits het stedenbouwkundig beeld van lintbebouwing langs de openbare weg niet wezenlijk wordt aangetast. 13.4.2 Afwijking aaneengesloten woningen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het bepaalde in sublid 13.2.2, onder e, voor zover betreft de situering van woningen, ten behoeve van het bouwen van aaneengesloten woningen, mits het stedenbouwkundig beeld van lintbebouwing langs de openbare weg niet wezenlijk wordt aangetast.

30

od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021

13.5

Specifieke gebruiksregels

Een gebruik in strijd met de bestemming is ieder geval het gebruik van bijgebouwen voor bewoning. ontsluiting a. Op de gronden als bedoeld in lid 13.1 zijn ontsluitingen van percelen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'. landschappelijke inpassing b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landschappelijke inpassing' wordt tot een met de bestemming strijdig gebruik in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 13.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing conform de in Bijlage 4 opgenomen verkavelingsstudie. c. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 13.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing.

13.6

Afwijking van de gebruiksregels

13.6.1 Bedrijf aan huis Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 13.1, ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf aan huis, mits: a. de gezamenlijke brutovloeroppervlakte ten behoeve van een bedrijf aan huis, in voorkomend geval samen met de brutovloeroppervlakte ten behoeve van een beroep aan huis als bedoeld in sublid 8.2.2, onder m, niet meer bedraagt dan 30% van de totale brutovloeroppervlakte van de betreffende woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, en in ieder geval niet meer dan 75 m²; b. op de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag van goederen ten behoeve van het bedrijf plaatsvindt, c. in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsactiviteiten in de openbare ruimte rond de betreffende woning mogen plaatsvinden, d. parkeren op eigen terrein plaatsvindt, en e. de bedrijfsactiviteiten door hun aard, omvang en visuele aspecten, het woonkarakter van de woning en het milieu van de omgeving niet onevenredig aantasten.

31

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 14 14.1

Woongebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met inbegrip van beroep aan huis; b. bedrijven in de categorieën 1 en 2 behorende tot de bij deze regels behorende Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten; c. horeca uit ten hoogste categorie 3 als bedoeld in artikel 1.41 van deze planregels; d. commerciële dienstverlening; e. maatschappelijke voorzieningen en onderwijs; f. water, bruggen, duikers en daarbij behorende taluds; g. bijbehorende voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, voet- en fietspaden, nutsvoorzieningen, beeldende kunstwerken, speel- en groenvoorzieningen, parkeerplaatsen, gebouwde (half-) verdiepte parkeervoorzieningen en straatmeubilair; waartoe mede gerekend worden (ondergrondse) containers voor vuil- en/of glasinzameling en fietsenstallingen en -rekken; met dien verstande dat: h. sprake dient te zijn van 325 m3/ha waterberging; i. ter plaatse van de aanduiding 'water' een primaire watergang dient te worden gerealiseerd, waarbij het is toegestaan de ligging 50 m te verplaatsen ten opzichte van de aangegeven aanduiding; j. voldaan dient te worden aan de hydraulische normen zoals opgenomen in het rapport Waterstructuur AckersWoude.

14.2

Bouwregels

14.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 14.1, mogen gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken worden gebouwd. 14.2.2 Voorwaardelijke verplichting De – voor het desbetreffende deel van het woongebied noodzakelijke waterberging – als bedoeld onder 14.1 sub h dient gerealiseerd te zijn alvorens omgevingsvergunningen door het bevoegd gezag worden verleend. 3.2.3 Bouwen woningen 14.2.3 Bouwen woningen a. woningen worden gestapeld, vrijstaand, half-vrijstaand of aaneengebouwd gebouwd, met dien verstande dat de afstand tussen woningen en glastuinbouwbedrijven ten minste 30 m bedraagt; b. het aantal woningen bedraagt ten hoogste 1.300; c. de bouwhoogte van niet-gestapelde woningen bedraagt ten hoogste 13 m; d. de bouwhoogte van gestapelde woningen bedraagt ten hoogste 16 m; e. een omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen wordt slechts verleend, indien betreffende de daarbij behorende parkeervoorzieningen wordt voldaan aan de parkeernormen als aangegeven in de van deze regels deel uitmakende bijlage 4 Parkeernormen. 14.2.4 Bouwen (hoofd)gebouwen ten behoeve van overige functies a. de maximale vloeroppervlakte ten behoeve van bedrijven bedraagt ten hoogste 1.200 m2, met dien verstande dat de afstand tot bestaande of nog te realiseren woningen ten minste 30 m bedraagt; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10051236/1