bijlage 3 Woonzorgvisie Pijnacker-Nootdorp 2023-2030, concept ter vaststelling
Tekst van het document
Bron: Regiovisie op de Ouderenzorg
Om een eerste indicatie te krijgen van het bezit dat met wat ingrepen “geclusterd” te maken is, hebben we een analyse gedaan van de appartementencomplexen waar meer dan 2 adressen zijn bewoond door huishoudens met een leeftijd ouder dan 55. Ongeveer 2.500 55-plussers woont nu in zo’n complex. We hebben daarnaast ook een inschatting laten maken van het aantal levensloopgeschikte woningen in onze gemeente. Hierbij zijn een aantal aannames gedaan. Wanneer een appartement meer dan €170.000 WOZ-waarde heeft, gebouwd is na 1980 en beschikt over meer dan 75 m² gebruiksoppervlak, dan wordt aangenomen dat het appartement levensloopgeschikt is. Wanneer een complex 4 etages heeft, is het aannemelijk dat er een lift in het gebouw is. De laatste aanname die we doen, is dat seniorenwoningen levensloopbestendig zijn. Op basis van deze aannames zijn er bijna 3.200 levensloopgeschikte woningen in onze gemeente. Dat zijn er 1.750 minder dan we in 2040 nodig hebben. Binnen de gemeente zijn er relatief veel ruime eengezinswoningen van meer dan 100 m². Deze kunnen levensloopgeschikt gemaakt worden, door bijvoorbeeld een traplift te installeren, de badkamer aan te passen en door een gelijkvloerse woningindeling te realiseren. Er zijn ruim 15.000 potentieel levensloopgeschikte woningen in onze gemeente. Dit hoge aantal komt door de relatief nieuwe en ruim opgezette woningvoorraad in onze gemeente.
Deze woningen kunnen we deels inzetten om tegemoet te komen aan de veranderende woon-zorgbehoefte. Het levensloopgeschikt maken van woningen (koop of huur) kan samengaan met hoge kosten. Het is ongewenst om met inzet van hoge maatschappelijke kosten woningen levensloop geschikt te maken. We zullen dan ook steeds bekijken of de kosten van aanpassing in verhouding zijn en of er geen beter alternatief beschikbaar is. Doorstroming naar een andere, beter bij de (zorg)vraag aansluitende woning, stimuleren en faciliteren we als dat mogelijk is. Een aandachtspunt is verder dat ongeveer 20% van de senioren op dit moment in een woning woont, die niet levensloopgeschikt is en ook niet de potentie heeft
32
om dat te worden. Wanneer een zorgvraag ontstaat, dan moeten de bewoners waarschijnlijk verhuizen of moet de woning ingrijpend worden aangepast. 2. Het toevoegen van nieuwe woningen Om tegemoet te komen aan de vraag van senioren naar wonen al dan niet in combinatie met zorg, moeten we naast het aanpassen van de bestaande voorraad ook nieuwe woningen toevoegen. Daarbij is het belangrijk om voldoende (aantallen) levensloopbestendige woningen toe te voegen in de juiste segmenten. Kijkend naar de senioren (inwoners ouder dan 75 jaar), zien we dat er een verschil zit tussen de woning waar ze nu in wonen en waar ze graag in zouden willen wonen. Een deel wil graag verhuizen naar een huur- of koopappartement.
Hoewel de bestaande woningbouwprogrammering een deel van deze vraag invult, kunnen deze gegevens gebruikt worden om bij te sturen. In de woningbouwprogrammering voor onze nieuwe locaties, moeten we blijven inzetten op (sociale) huur- en koopappartementen om tegemoet te komen aan de (woon-zorg) vraag van senioren.
In de figuur op deze pagina is zichtbaar wat de huidige woonsituatie is van onze 75-plussers (linker kolom). De rechter kolom toont de woonwens die deze doelgroep heeft, aangevuld met de daadwerkelijke verhuizingen in de afgelopen jaren. Hiermee wordt een indicatie gegeven van de woningbehoefte van deze doelgroep. Er is een duidelijke voorkeur zichtbaar voor meergezinswoningen. Hierbij gaat het met name om meergezinswoningen met een sociale huurprijs (42%) of een koopappartement (27%). Opvallend is dat er een relatief groot aandeel blijft zoeken naar eengezinswoningen in de koopsector (27%). Deze groep woont vaak op dit moment ook al in een vergelijkbare woning. Een analyse van de vraag vanuit de hele bevolking van Pijnacker-Nootdorp, vergeleken met het vrijkomende aanbod (inclusief nieuwbouw), levert inzicht in de mismatch tussen vraag en aanbod in 2040. Daarbij springt in het oog dat we een tekort hebben aan sociale huur- en koopappartementen in alle segmenten. Een scherper beeld van de effectieve vraag van senioren, krijgen we wanneer we kijken naar welk aandeel van de vraag naar een product komt vanuit deze groep. Hier zien we bevestigd dat hun vraag vooral uitgaat naar appartementen, zowel in het huur- als koopsegment (zie bijlage 1).
33
*EGW = eengezinswoning, MGW=meergezinswoning
Gewenste woningen in een aantrekkelijke woonomgeving Senioren zijn zeer kritische woonconsumenten, vaak kapitaalkrachtig en meestal al wonend in een goede woning. Volgens De Grote Omgevingstest (2018) is maar liefst 90% van de empty nesters en senioren tevreden of zeer tevreden met hun woonsituatie en bijna de helft is zeer tevreden met de woning zelf. Het is dus niet vreemd dat deze groep (11%) weinig intentie heeft om op korte termijn te verhuizen. Alleen de beschikbaarheid van het gewenste woontype voor de juiste prijs, is niet voldoende. Er is meer nodig om de senioren te verleiden naar een woning die meer aansluit bij behoefte en (toekomstige) zorgvraag. Woonprofielen Om senioren te stimuleren hun wooncarrière voort te zetten in een andere woning, moet zowel de woning als de woonomgeving aansluiten bij de woonwensen. Hierbij gaat het niet alleen om het prijssegment, of om de levensloopbestendigheid, maar ook op het type woonvorm, de voorzieningen en de buurt. Onderzocht is welke woonprofielen en leefstijlen onze senioren hebben.
kennisprogramma ‘Woonvarianten senioren’ gekoppeld aan deze tien woonprofielen van senioren. Hiermee wordt zichtbaar wat je als gemeente met die woonprofielen concreet kan doen. Hoewel de profielen natuurlijk net zo divers zijn als de wensen van de hele samenleving van Pijnacker-Nootdorp, zien we dat een zestal woonprofielen duidelijk meer aanspreekt dan de vier andere woonprofielen. Een uitschieter hierbij is de behoefte aan het type “privé domein: privacy en rust”. Dit woonprogramma is gericht op comfort, uitzicht en privacy. In dit concept leef je meer op jezelf en minder als woongroep. De ideale buurt bestaat uit mensen zoals jij. Men is bereid verder te verhuizen naar een dergelijke plek. Zowel onder empty nesters (55-75 jaar) als ouderen (75+) is er interesse in deze woonvorm. De patiowoning is een gewild woonconcept in dit cluster. Onderstaande tabel maakt duidelijk dat met alleen het toevoegen van appartementen in de verschillende segmenten, maar voor een deel wordt voldaan aan de woningbehoefte. Aan de andere kant is het toevoegen van “Knarrenhofjes” ook niet de oplossing. Per nieuwbouwlocatie moet gekeken worden hoe we een deel van onze senioren kunnen verleiden met een interessant woonconcept.
Onderzoeksbureau Springco heeft in samenwerking met Platform 31 12 een tiental woonprofielen beschreven voor senioren. Hierbij is naast het woningtype en het prijssegment ook gekeken naar de wensen van senioren ten aanzien van zorg, gemeenschapsgevoel, zelfstandigheid, binnen of buiten de eigen buurt, landelijkheid, comfort en de behoefte aan het delen van voorzieningen. Platform 31 heeft later in de publicatie “woonvarianten voor senioren: 30 praktijkvoorbeelden”, 30 recent gerealiseerde wooninitiatieven uit het 12
Woonprofielen voor senioren, SpringCo en Platform 31, 2020
34
deze leefstijlen, zodat we voorzieningen realiseren die deze inwoners aanspreken.
Leefstijlen wonen en zorg Leefstijlen hebben betrekking op de motivaties van mensen en geven kleur aan en inzicht in de wijze waarop ze aankijken tegen en wonen en zorg. Door rekening te houden met deze leefstijlen en deze te vertalen naar de woonproducten, vergroten we de kans dat woningen aantrekkelijk zijn voor senioren. Deze leefstijlen zijn door SpringCo ook meegenomen in de totstandkoming van de woonprofielen voor onze gemeente. Binnen onze gemeente bestaan er wat verschillen in de dominante leefstijlen tussen de kernen. Dit zie je daarom ook terug in de bovenstaande tabel bij de uitkomsten van de woonprofielen. Zo is de behoefte aan een stadsappartement in Nootdorp duidelijker aanwezig dan in Delfgauw. En aan de andere kant is het profiel gezinshuis in Delfgauw juist weer duidelijker zichtbaar. Belangrijk bij het realiseren van nieuwbouw is dus ook om rekening te houden met de leefstijlen in de betreffende kern. Leefstijlen geven niet alleen richting aan woonwensen, maar geven ook informatie over hoe mensen aankijken tegen zorg. Dit is een belangrijk onderdeel bij de keuze voor een bepaald woonconcept en de inrichting van de voorzieningen. Zo leunen de groepen Geel-lime en Groen-Aqua meer op zorg vanuit huisartsen en kleinschalige voorzieningen. Terwijl de andere twee groepen een grote mate van zelfstandigheid hebben en het dus graag zelf regelt.
Een digitaal spreekpunt is voor die groep al voldoende. Hoewel alle leefstijlen in onze gemeente zichtbaar zijn, zien we dat Geel-lime (29%) en Groen-Aqua (34%) het meest voorkomen. Beide leefstijlen vertrouwen op een goed geregelde professionele zorg, spreken hun sociale netwerk aan voor mantelzorg en hebben een voorkeur voor kleinschalige, persoonlijke zorg in de buurt. De opgave is dus om aan te sluiten bij
35
Woonprofielen van senioren Om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de wensen van de senioren in PijnackerNootdorp, is gebruik gemaakt van de tien woonprofielen die worden gehanteerd bij onderzoeken. Hieronder worden de woonprofielen omschreven, in beeld gebracht en toegepast op Pijnacker-Nootdorp. Stadsappartement: trekt mensen die gericht zijn op dynamiek, verrassing en vernieuwing. Vaak te vinden in of nabij de centra van steden. Woonhof, seniorenappartement, woongebouw en basic: is vooral aantrekkelijk voor mensen die zoeken naar veiligheid, rust en bescherming. Privé domein en parkappartement: in hoofdzaak aantrekkelijk voor bewoners die gericht zijn op controle, stijl en hoge kwaliteit. Eigen plek en buurtblok: wordt vooral bewoond door bewoners die meer individueel en extravert zijn. Gezinshuis: sluit goed aan bij oudere bewoners die deel uit willen blijven maken van de bestaande en bekende sociale structuur.
36
3. stimuleren en faciliteren doorstroming Niet alleen zijn senioren een kritische doelgroep als het gaat om verhuizen, ze wonen op dit moment ook naar grote tevredenheid. Maar liefst 90% van de senioren in onze gemeente is, volgens de Grote Omgevingstest 2018, tevreden of zeer tevreden met de woonsituatie. Bijna de helft van de senioren is zeer tevreden met de woning. Dat zien we terug in de intentie om te verhuizen. Slechts 11% heeft de intentie om in de komende twee jaar te gaan verhuizen en 22% wil misschien verhuizen. Verhuizen is vaak de uitkomst van een lang proces, dat soms wel 15 jaar duurt. Redenen om niet te verhuizen zijn gevarieerd en moeilijk te beïnvloeden. Zo is men soms emotioneel gehecht aan het huis waar men al jaren woont, een gezin heeft grootgebracht en vele herinneringen liggen. Er zijn ook financiële overwegingen. Een afbetaald koophuis weegt niet altijd op tegen de koop- of huurprijs van een (nieuwbouw)appartement in 2023. Ook zijn er praktische redenen. Het opruimen van het huis, afscheid nemen van spullen en het regelen van de verhuizing, kunnen een belemmering zijn om een stap te maken. Dat resulteert erin dat verhuizen op latere leeftijd een noodzaak wordt, omdat het vanwege gezondheidsredenen niet meer haalbaar is om te blijven. De verhuizing moet dan op korte termijn plaatsvinden, waardoor de keuzes beperkt zijn.
Dit wordt een noodverhuizing genoemd. Voor een deel van onze senioren is het van belang dat senioren hun wensverhuizing kunnen realiseren. Deze verhuizing vindt eerder plaats dan één die uit nood geboren is. Waardoor er rekening gehouden kan worden met de toekomstige zorgbehoefte en woonwensen. Zo is er meer tijd om een woning te vinden in de gewenste buurt of kern. Voor onze gemeente is het ook van belang, omdat er relatief veel empty nesters zijn die een grote eengezinswoning achterlaten. Door een wensverhuizing te realiseren vindt er eerder doorstroming plaats. De grotere eengezinswoning die zij achterlaten kan worden bewoond door een gezin, de kleinere eengezinswoning door een startend gezin en de starter op de arbeidsmarkt kan de eerste stap maken in de wooncarrière.
Companen adviseert in hun onderzoek13 dat er voor de gemeenten kansen liggen in het ondersteunen van ouderen die het lastig vinden hun verhuiswens te realiseren. Zeker wanneer daarbij rekening wordt gehouden met de belangrijke rol van mantelzorgers. “Een persoonlijke benadering met een passend woonaanbod, kan juist deze doelgroep helpen een actieve keuze te maken”.
Primaat verhuizen De Verordening maatschappelijke ondersteuning van onze gemeente beschrijft de manier waarop de gemeente ondersteunt bij het wonen in een geschikt huis. Wanneer de kosten voor het aanpassen van de woning hoger worden dan €10.000, wordt eerst gekeken naar de mogelijkheid om te verhuizen naar een geschikte of makkelijker geschikt te maken woning. Zo benutten we de woningvoorraad optimaal en worden maatschappelijke middelen zo efficiënt en doelmatig mogelijk ingezet.
4. Aanvullen voorzieningenstructuur Met het stijgen van de leeftijd wordt de bereikbaarheid van voorzieningen steeds belangrijker. We maken daarbij onderscheid naar basisvoorzieningen en zorg- en welzijnsvoorzieningen. Basisvoorzieningen worden gebruikt door alle inwoners van Pijnacker-Nootdorp, maar voor senioren is het extra belangrijk dat deze voorzieningen op korte afstand (500 meter, ongeveer 10 minuten lopen) liggen. Basisvoorzieningen zijn een supermarkt, openbaar vervoer en een huisarts. Zorg- en welzijnsvoorzieningen zijn meer specifiek gericht op het bieden van extra aandacht en zorg. Denk daarbij aan een buurthuis, een zorgpost en een verpleeghuis.
Basisvoorzieningen De basisvoorzieningen zijn in onze gemeente geconcentreerd in de centra van Delfgauw, Nootdorp en Pijnacker. In Pijnacker-Zuid zijn eveneens alle basisvoorzieningen aanwezig. Wat daarbij opvalt is dat 62% van de inwoners van 13
Companen, “Move on Up” Exploring Later-Life Residential Mobility in the Netherlands between 2015-2020, 2022
37
Pijnacker-Nootdorp binnen een straal van 500 meter van een supermarkt woont. Er zit echter een groot verschil tussen Pijnacker (51%) en Nootdorp (71%). Met name in de wijken Klapwijk, Koningshof, Vrouwtjeslant en Achter ’t Raadhuis zijn geen basisvoorzieningen. Dat is met name in deze vier wijken een aandachtspunt, aangezien in deze wijken een hoog percentage inwoners ouder dan 55 jaar woont. Zij krijgen in de nabije toekomst steeds meer behoefte aan de nabijheid van deze voorzieningen. Het is dus gewenst om basisvoorzieningen dichterbij of in deze wijken te realiseren. Ook vanuit de wijken ’s-Gravenhout en Ackerswoude zijn basisvoorzieningen minder goed bereikbaar. De inwoners daar zijn echter jonger, waardoor de afstand vooralsnog een minder grote rol speelt. (Pré-)Mantelzorgwoningen Een voorziening waarmee iemand langer zelfstandig kan blijven wonen, is het plaatsen van een mantelzorgwoning. Dit is een zelfstandige woning op het terrein van je eigen huis. Deze woning is bedoeld voor degene die de zorg biedt of voor de senior zelf. In dat geval woont de mantelzorgverlener in het bijbehorende huis. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat er sprake moet zijn van intensieve mantelzorg. Voor deze mantelzorgwoningen is er al landelijk beleid. Er zijn ook een aantal gemeenten die pré-mantelzorgwoningen toestaan.
Een pré-mantelzorgwoning is hetzelfde als een mantelzorgwoning, alleen mag je er al gaan wonen vóórdat er een mantelzorgsituatie is. Er is op dat moment nog geen sprake van een mantelzorgbehoefte, maar is het vrijwel zeker dat in de toekomst wel mantelzorg nodig is. Het bouwen van een pré-mantelzorgwoning is gericht op de toekomst, maar kan in de huidige situatie zeker al bijdragen aan de gezondheid en het welzijn van deze persoon. Ook kan het de zelfredzaamheid van de senior verlengen en de druk op de mantelzorger verlichten. Zorg- en welzijnsvoorzieningen Een belangrijk deel van de senioren blijft langer zelfstandig, in een passende woning, wonen. Om dit mogelijk te maken werken we aan een gezonde leefstijl van onze inwoners op basis van ons gezondheidsbeleid. Om de betaalbaarheid te borgen en het schaarse personeel efficiënt in te zetten, zie je een landelijke trend dat zorgaanbieders steeds vaker onderling afstemming zoeken over het leveren van zorg binnen een complex of wijk. Maar daarnaast zijn er ook ruimtelijke
aanpassingen nodig van het huidige netwerk van zorg- en welzijnsvoorzieningen. Bijvoorbeeld door zorgpost en een huiskamer voor de buurt toe te voegen. Ook kan gedacht worden aan een gemeenschappelijke (buiten)ruimte. Met name complexen en buurten waar senioren al (geclusterd) wonen zijn hiervoor interessant. Bij nieuwbouw kunnen deze voorzieningen in het complex worden meegenomen. Om het netwerk te optimaliseren zijn in ieder geval zorgposten en huiskamers nodig in de wijken Klapwijk, Koningshof, Vrouwtjeslant en Achter ’t Raadhuis. Eerder in dit hoofdstuk is al beschreven wat geclusterd wonen is en hoe we het aanbod daaraan inzichtelijk willen maken. Uit de regiovisie van DSW blijkt, dat we richting 2040 meer behoefte hebben aan geclusterde woonvoorzieningen dan we nu beschikbaar hebben. Door in de komende 20 jaar 210 geclusterde woningen toe te voegen, kunnen we aan deze vraag voldoen. Hoewel het uitgangspunt van het rijk is, dat er geen verpleegplekken meer bijkomen, wordt deze behoefte in de regiovisie van DSW wel nadrukkelijk gesignaleerd. Niet iedereen kan namelijk zelfstandig blijven wonen. Soms wordt de zorgvraag zo intensief en langdurig, dat het beter is om te verhuizen naar een verpleeghuis. Daar kan gedurende 24 uur passende zorg worden verleend. In 2020 waren er 344 personen met een indicatie waarmee ze recht hadden op intramurale zorg.
Daar staat een aanbod van ongeveer 260 intramurale plaatsen tegenover. Deze zijn verspreid over vier locaties (20 Verkeerstorenhuis, 131 Veenhage, 108 Weidevogelhof, 14 zorgboerderij Buitengewoon. Onze inzet is om deze bestaande plaatsen te behouden en vanwege de toenemende vraag ook iets uit te breiden. Binnen de DSW-regio zijn er in 2040 nog 2.460 extra intramurale plekken nodig. Voor onze gemeente gaat het om 50 extra intramurale plekken in 2025. En nog eens 230 plekken in 2040. Daarmee komt het totale aanbod aan verpleeghuisplekken op ongeveer 540. Belangrijk hierbij is om te realiseren het aantal indicaties voor dit soort verpleegplekken, volgens ramingen van DSW, stijgt van 344 naar 800. Dat betekent dat de druk op zorg thuis gaat toenemen.
38
Zorgbeleving leefstijlen LEEFSTIJLEN Uitgangspunt Houding t.a.v. zorg
Verwachtingen zorg
ROOD-ORANJE Zorg en zorgbehoefte horen niet tot de rode belevingswereld; verdringing. Mensen willen niet toegeven dat zij zorg nodig hebben Wil weinig/ geen hulp, eventuele zorg maakt langere zelfstandigheid mogelijk, zelf regelen
Aandacht vooral gericht op
Maximalisatie van eigen mogelijkheden en leven naar eigen kenmerkende idealen, daardoor vaak op zoek naar alternatieve zorg
Reactie bij daadwerkelijke zorgbehoefte
Denken het zelf wel op te lossen. Wil niet toegeven zorg nodig te hebben. Wanneer toch echt hulp nodig; zorg op afstand, alternatieve zorg. Wil direct geholpen worden door de juiste persoon. Negeren van reguliere zorg (is één van de mogelijkheden) en specifiek naar eigen oplossingen zoeken. Men weet niet goed waar men recht op heeft. Is kritisch op zorg. Gemak, geen bureaucratie, eventueel ‘internetzorg’ mogelijkheden
Houding t.a.v. reguliere zorginstanties
Aansprekende zorgconcepten Gebruik van eigen sociaal netwerk voor zorg
Ketenzorg (bv ziekenhuis-revaliderenthuiszorg)
Kan eventueel worden ingeschakeld, maar zelfredzaamheid is erg belangrijk. Vaak kleiner netwerk. Zal soms ook net doen alsof zorgvraag niet bestaat Zo snel mogelijk uit de keten; in de keten ben ik onvrij
Onze inzet voor 2030 Aanpassingen in de bestaande voorraad voor geclusterd wonen 1. Complexen die geschikt zijn of kunnen worden voor geclusterd wonen in Zekere mate van verdringing; perceptie beeld brengen; dat zorg er alleen is voor ‘echte’ 2. Analyseren of het netwerk voor geclusterd wonen geschikte complexen gevallen. Behoefte aan informele zorg, sociale verbondenheid gemeente dekkend is; Gaat uit van vrijblijvende hulp van 3. Per complex benoemen wat er nodig is om deze geschikt(er) te maken familie, buren en bekenden. Belangrijke voor geclusterd wonen (bv scootmobielstallingen, deuropeners, Wifi rol voor partner. Verwachten van artsen en verzorgers aandacht, informatie en verbinding, ruimte om te dwalen, aanwezigheid van een geduld. Huisarts belangrijk ouderenadviseur bij zorgposten en/of ontmoetingsruimten); vertrouwenspersoon 4. Indien van toepassing: afspraken maken met de woningcorporaties over Pragmatische oplossingen in de persoonlijke sfeer; intermenselijk financiële middelen en planning; uitgangspunt, daardoor vaak op zoek 5. Afspraken maken met de woningcorporaties om kennis over en naar sociale verbodenheid en een betrokkenheid bij inwoners met dementie te vergroten. gevoel van vriendschap GEEL-LIME
Zijn positief; bij ziekte uitgaan van mogelijkheden. Gaan uit van hulp vanuit het sociale netwerk.
Ervan overtuigd dat zorg in Nederland goed geregeld is. Iedereen doet wat men kan, gegeven de (geringe) middelen Zorgcentrum waar men elkaar kan ontmoeten, buurt geïntegreerd met zorg, kleinschalig, gezamenlijk Oplossingen vooral zoeken binnen eigen sociale netwerk; mantelzorg speelt grote rol. Veel mantelzorg mogelijkheden, zwaarte zorg last soms onderschat Nazorg is erg prettig, als ze in de keten maar goed met elkaar communiceren
Acties levensloopbestendige woningen: 1. Controleren of er daadwerkelijk 3.200 woningen levensloopbestendig zijn; 2. Locaties bestaande en potentieel levensloopbestendige woningen in beeld brengen; 3. Opstellen lijst van (bouwtechnische) maatregelen, digitale innovatie en kosten waarmee een woning levensloopbestendig gemaakt kan worden; 4. Rol van de gemeente beschrijven bij stimuleren en faciliteren verhuizing naar een passendere woning indien dat een financieel en functioneel beter alternatief vormt, aansluitend bij maatregelen doorstroming; 5. Indien van toepassing: afspraken maken met de woningcorporaties over financiële middelen, inzet bevoegdheden en planning. Acties aantallen woningen voor senioren: 1. Woningbouwprogrammering blijven richten op het realiseren van huuren koopappartementen in alle prijsklassen; 2. De programmering uitwerken per kern om optimaal tegemoet te komen aan de woonbehoefte van senioren;
39
3. 4.
In de programmering levensloopbestendig en geclusterd wonen als uitgangspunt nemen. In overleg en op specifieke plekken leggen we de ambitie hoger en willen we rolstoeltoegankelijke gelijkvloerse huur- en koopappartementen realiseren.
Acties stimuleren en faciliteren doorstroming: 1. Aanstellen doorstroommakelaar voor de sociale huurwoningen in samenwerking met de corporaties (inclusief handelingskader maatwerk); 2. Inzetten digitale doorstroommakelaar voor de sociale huurwoningen in samenwerking met de corporaties en SWOP; 3. Uitwerken digitale doorstroommakelaar voor koopwoningen in samenwerking met makelaars en SWOP; 4. De doorstroommakelaar werkt samen met het team WMO en de casemanager dementie wanneer sprake is van inwoners met (beginnende) dementie. Acties passende woningen voor senioren: 1. Bij programmering en realisatie van woningen voor senioren rekening houden met de woonprofielen en leefstijlen; 2. Bij inrichting van het netwerk aan zorgvoorzieningen rekening houden met de beleving van zorg van senioren;
Inspiratie voor dementievriendelijkheid De prognoses laten zien dat het aantal mensen met dementie in onze gemeente toe zal nemen. Om mensen met dementie én hun mantelzorgers zo lang mogelijk mee te laten doen in de samenleving gebruikt Alzheimer Nederland het begrip dementievriendelijk. Voor deze Woonzorgvisie zijn de dementievriendelijke woning en de dementievriendelijke buurt hieronder als inspiratie opgenomen. Alzheimer Nederland omschrijft het als volgt op haar website: “In een dementievriendelijke woning staan eigen regie en gezamenlijkheid en de veiligheid en ondersteuning centraal. Je kan hier wonen met of zonder verpleeghuisindicatie. Het is belangrijk dat de woning dicht in de buurt is van de plek, waar iemand altijd heeft gewoond of dichtbij dierbaren. Dat bevordert het gevoel van veiligheid, vertrouwdheid en autonomie. Zo kunnen mensen met dementie in contact blijven met hun eigen sociale netwerk, kunnen mensen langer in hun nieuwe thuis blijven wonen en houden we de zorg beheersbaar. Partners blijven samen en de eigen meubels gaan gewoon mee, net als bij een andere verhuizing. Iedereen heeft een eigen appartement en richt het leven in naar eigen wens”.
Acties aanvullen voorzieningenstructuur: 1. Verkleinen afstand tot basisvoorzieningen in Klapwijk, Koningshof, Vrouwtjeslant en Achter ’t Raadhuis, inclusief zorgposten, huiskamers en/of ontmoetingsplekken; 2. Uitgangspunten voor pré-mantelzorgwoningen opstellen
40
Bijlage 1 Verschil vraag en aanbod woningen 2040 We zien een tekort aan verschillende segmenten voor onze inwoners. Bij ieder segment hebben we aangegeven welk deel van de vraag afkomstig is vanuit de senioren. Deze zijn gebaseerd op de huidige situatie en kunnen door demografische ontwikkeling iets anders worden richting 2030 en 2040 omdat het aandeel 75-plussers flink gaat toenemen. In deze berekening wordt uitgegaan van de WOZ-waarde. Als gevolg van de prijsstijging in de afgelopen jaren is er een verschil tussen de WOZ-waarde en de actuele vraagprijzen. Dit verschil is ongeveer 30%. In eerder onderzoek is ook een mismatch uitgevoerd. Door een vernieuwde demografische prognose en prijsstijging van de afgelopen jaren zijn er verschillen tussen de uitkomsten. *EGW = eengezinswoning, MGW=meergezinswoning
Bovenstaande tabel geeft inzicht in de mismatch gericht op senioren. Omdat de vraag vanuit senioren concurreert met de vraag vanuit andere groepen hebben we een vraaganalyse uitgevoerd vanuit de gehele bevolking van Pijnacker-Nootdorp en vergeleken met het vrijkomende aanbod. Hierin hebben we alleen de huishoudens in de gemeente Pijnacker-Nootdorp meegenomen die nu een woning huren of in bezit hebben. Er is dus geen rekening gehouden met instroom/uitstroom. Ongeveer 60% van de woningen (koop en huur) gaat naar een inwoner buiten de gemeente.
De effectieve vraag is een berekening van de marktvraag op basis van zogenaamde ‘revealed preferences ‘, aangetoonde preferenties op basis van werkelijk gedrag. De combinatie van consumenten - en woningdata op adresniveau (leeftijd, inkomen, opleiding, levensfase, eigendom, prijssegment, woningtype, woonmilieu), verhuisdata (wie verhuist van welke woning naar welke woning) en informatie uit grootschalig consumentenonderzoek (WoON) wordt vertaald in een verhuiskans van ieder huishouden en een verhuisrichting (verhuizing naar een bepaald type woning en type woonmilieu).
In de tabel staat de mismatch per segment. Een negatief getal betekent een tekort en een positief getal een overschot. De mismatch is doorgerekend naar 2040 op basis van de combinatie van de huishoudenssamenstelling en leeftijd uit de demografische prognose (Provincie Zuid-Holland, 2019). Deze prognose is inmiddels iets aangepast naar boven, waardoor de mismatch in werkelijkheid iets hoger ligt.
41
Bijlage 2 Maatschappelijke voorzieningen langer zelfstandig wonen
W o o n z o r g
Voorziening Huisartsenpraktijk Huiskamer Zorgpost Apotheek Scootmobielstalling Buurthuis Gemeenschappelijke buitenruimte
3
Ruimtevraag Minimaal 140m2 per praktijk Voorbeeld Casa Vita Minimaal 15m2 200 tot 300 m2 3 m2 inclusief aan- en uitrijden Per locatie bekijken Per locatie bekijken
42
v2 2i 5 s Z oi er5
Bijlage 3 Participatie tot het ontwerp Bij de voorbereiding van het ontwerp van de woonzorgvisie hebben we workshops en gesprekken gehad met partijen die zorg leveren, sociale huurwoningen bouwen en een aantal belangenorganisaties. Deze organisaties hebben vanuit hun professionele achtergrond meegedacht, tips gegeven en aanvullingen gedaan. We hebben in de voorbereiding dus vooral partijen bevraagd die (mede) uitvoering gaan geven aan de woonzorgvisie en vanuit hun ervaring bij hebben gedragen aan het ontwerp van de woonzorgvisie PijnackerNootdorp 2023-2030. Deze pagina schetst een beeld van wat we hebben meegekregen.
g85 5 1 kM2P53P5 ij 1 5 2 2 ij 1 9 a0n257n.i d 5 9 0 2 4a 5 5 5 d n a 760458c.,, 8 W ec 5 7 2 % 0 0 t%%D0051nkeek s0 4 e re oDtl rl N oftonea-l
Keij zers hof: 152 Wo % Aan ona een B Intr +Bro tal Uit Ver Be Ge VG cker gezi Inw Eige stad %D gec Vo Ho Fle Fo Kle He Lev ‘Pr Tre Le Ge am n: pot leve % Train :sap 32 bre bet vor za (CI nsw one n inw ural lus enti o or eZor cus tine ens efe nd: ve br exw eige nslo Flor Zet oni rs ings Pe idi ere der me Z) plek part one e gsa eel ndo opg ter ijnh o het rek on op wo toe loo rre nsl uik fb Goed met nge de Aan em rs woni gecl ng n en nlij ind plek am leve esc m oek: VGn de tal r effi eni en aa nin wij pb d na oo ee ent aa e oud verh uste rs ken won Nieu ngen nslo va ke ica hikt cor 23 indi per won inw priv er wo rde d cië ng br np ge ze est su me pb n rh voorz in en. uisco opg por ewbo zijn n ac tie cati 1inge one éwon buu dan 204 nl nin esc on e is nt me en ass n en ppl va est an eid ienin won atie ach 12ook rs ne0uw int nie ket gez -tivi do rtbl 65 inge hikt inge per ge o zo ver tok gt ing zijn va dig ier’ n en de be gen 202 ook per mei jaar voor n ra uw en/ on teit 4e e2nu 1nn ee 1u len de on va vo n gaa het dig r wa zijn per in van duur jonge won emu net dh en kw (bro 12121-1va VVd en me ze n or 70 tart aa hei wo ke belan voor inge ndat ren ral wo we eid die l202 is basi 202
o N fl d
GE N O DI G DE N: Je
43