bijlage 3 - PlanMER Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 8 april 2021 (incl bijlagen factsheets en opmaak) (1384483)
Tekst van het document
Een karakteristieke
Een herkenbare
De beoordeling van de ambitie ‘een herkenbare
woon- en leefomgeving
woonomgeving
woonomgeving’ blijkt uit een samenvoeging van verschillende ambities: een aantrekkelijk groen
voor onze inwoners
landschap, een aantrekkelijke, groene (openbare) ruimte, een beweegvriendelijke groene ruimte, een gezond ecosysteem met een hoge biodiversiteit, een hechte gemeenschap, een evenwichtige woningvoorraad, een gezonde en veilige leefomgeving. Aangezien de haalbaarheid van de verschillende ambities verschillend is beoordeeld is het onzeker of de ambitie ‘een herkenbare woonomgeving’ behaald wordt. Een hechte
Hoewel er onzekerheden zijn, draagt de aandacht voor
gemeenschap
basisvoorzieningen en modernisering en revitalisering van centra bij aan een sociaal inclusieve samenleving. Ook beleid op andere thema’s zoals een evenwichtige woningvoorraad, ruimte voor ontmoeting en een gedifferentieerder vervoersaanbod zorgt ervoor dat iedereen mee kan doen en dat omzien naar elkaar wordt gestimuleerd en gefaciliteerd. Het vraagstuk rond eenzaamheid gaat echter verder dan maatregelen in het fysieke domein, daarin is de gemeente afhankelijk van het (interne) sociale domein en diverse organisaties buiten de gemeente. Hoewel de Omgevingsvisie een positieve invloed heeft is het daardoor onduidelijk of de ambitie behaald wordt.
Een goede lokale en
De toename van het aantal woningen, de
regionale bereikbaarheid
modernisering van bestaande centra en bedrijventerreinen en de herstructurering van de glastuinbouwgebieden resulteren naar verwachting in een sterke toename van verkeersbewegingen. Het is daarom belangrijk dat wordt gebouwd, anders blijft het aandeel openbaar vervoer gelijk waardoor de bereikbaarheid en verkeersveiligheid verder onder druk komen te staan. Het aandeel openbaar vervoer blijft gelijk, maar de inzet op een fijnmazig netwerk van laadinfrastructuur en de focus en ruimte op de fiets dragen bij aan de ambitie op duurzaam vervoer. Daarnaast wordt ingezet op metropolitane fietspaden en first en last mile oplossingen. De verwachting is dat met deze
79/92
Kenmerk
R002-1276328MVP-V01-ssc-NL
Ontwikkellijn
Sub ambitie
Mate waarin ambities behaald worden maatregelen de ambitie ‘In 2050 is Pijnacker-Nootdorp lokaal en regionaal goed bereikbaar’ gehaald wordt.
Een evenwichtige
Het is onzeker of de ambitie ‘een evenwichtige
woningvoorraad
woningvoorraad in 2050’ behaald wordt. Het bouwen van woningen op locaties met verouderde glastuinbouwgebieden lijkt mogelijk wanneer transformatie plaatsvindt. Het is echter nog onduidelijk of er voldoende ruimte beschikbaar is voor de beoogde inbreiding. Daarnaast heeft het stellen van verschillende eisen en wensen aan nieuwbouw, zoals bijvoorbeeld circulair en natuurinclusief bouwen, voldoende groen en ruimte voor ontmoeting mogelijk invloed op de haalbaarheid van projecten.
Een gezonde en veilige
Divers beleid, zoals het streven naar een hoge kwaliteit
leefomgeving
van de fysieke leefomgeving, het toevoegen van woningen en functiemenging heeft een positief effect op de veiligheidsbeleving. De verwachting is dat de ambitie ‘In 2050 is Pijnacker-Nootdorp een gezonde en veilige leefomgeving’ op het thema sociale veiligheid behaald wordt.
Aantrekkelijk economisch
Vitale bedrijven,
De verwachting is dat het beleid in de Omgevingsvisie
vestigingsklimaat voor
complementair aan de
de ingezette positieve ontwikkelingen (o.a.
inwoners en
regio
koopkrachtbinging en afname leegstand) van
ondernemers
bruisende en vitale centra voortzet en mogelijk versterkt. De gemeente is hierin echter afhankelijk van eigenaren en ondernemers. Ook de toename van online aankopen, het gebrek aan onderscheidende kenmerken en het grote aanbod van omliggende steden bemoeilijken het behalen van de ambitie. Het beleid in de Omgevingsvisie creëert ruimte voor ondernemen, ondanks dat niet wordt ingezet op het uitbreiden van het aantal en de omvang van bedrijventerreinen. Door kleinschalig mengen mogelijk te maken, in te zetten op kwalitatieve versterking van bestaande bedrijventerreinen en op de herstructurering van glastuinbouwgebieden wordt bijgedragen aan vitale bedrijven en een aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd zetten ruimteclaims vanuit wonen en duurzame energie het huidige netto areaal glastuinbouw onder druk. Behoud van het areaal vraagt een actieve rol van de gemeente
80/92
Kenmerk
R002-1276328MVP-V01-ssc-NL
Ontwikkellijn
Sub ambitie
Mate waarin ambities behaald worden en een kwalitatieve impuls in capaciteit, middelen en instrumenten. Het is nog onzeker of de verschillende ambities binnen ‘vitale bedrijven, complementair aan de regio’ worden behaald.
Gezonde arbeidsmarkt
De kwalitatieve versterking van bedrijventerreinen en
en voldoende regionale
de herstructurering van de glastuinbouwgebieden leidt
werkgelegenheid
naar verwachting tot meer (hoogopgeleide) werkgelegenheid. Tegelijkertijd groeit de beroepsbevolking door de bouw van 4.000 nieuw woningen zodanig dat de verwachting is dat deze groei niet geaccommodeerd kan worden. Toch is de verwachting dat het werkloosheidspercentage laag blijft aangezien de gemeente een relatief hoogopgeleide beroepsbevolking kent en de Omgevingsvisie inzet op een goede regionale bereikbaarheid. De verwachting is dat de ambitie ‘In 2050 heeft Pijnacker-Nootdorp een gezonde arbeidsmarkt en is er voldoende regionale werkgelegenheid’ gehaald kan worden.
Duurzaam en circulair
De gemeente streeft naar duurzame mobiliteit door in te zetten op een fijnmazig netwerk van laadinfrastructuur en focust op meer ruimte voor de fiets en lopen. Daarnaast zet de gemeente in op verduurzaming van de glastuinbouwgebieden. Deze maatregelen dragen bij aan een duurzame gemeente. Voor het thema circulair is echter geen concreet beleid opgesteld. De verwachting is daarom dat de ambitie ‘in 2050 is de gemeente Pijnacker-Nootdorp duurzaam en circulair’ niet behaald wordt.
Een veerkrachtige
Een duurzame gemeente
De herstructurering en verduurzaming van
leefomgeving voor
bedrijventerreinen en glastuinbouwgebieden draagt bij
mensen, planten en
aan energiebesparing en biedt eveneens kansen voor
dieren
het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad doormiddel van aard- en restwarmte. Hoewel de gemeente tevens inzet op duurzame mobiliteit is het nog onduidelijk hoe groot deze bijdrage is, aangezien dit niet van toepassing is op de relatief grote transportsector in de gemeente en het nog onzeker is hoe elektrisch vervoer zich ontwikkelt. Naast het aanleggen van nieuwe geothermiebronnen zet de gemeente in op zonne-energie. Het is echter de vraag of daarmee wordt voldaan aan de doelstelling op
81/92
Kenmerk
Ontwikkellijn
R002-1276328MVP-V01-ssc-NL
Sub ambitie
Mate waarin ambities behaald worden het gebied van duurzame energieopwekking. Eveneens is het nog onduidelijk of de praktische bezwaren rondom de plaatsing van zonnevelden volledig worden opgelost. Het is daardoor nog onzeker of de ambitie ‘duurzaam in 2050’ behaald wordt.
Een klimaatbestendige
De ambities voor waterkwaliteit lijken haalbaar, in het
gemeente
bijzonder door de herstructurering van de glastuinbouwgebieden. Of de ambitie voor klimaatbestendigheid behaald wordt is nog onzeker. De Omgevingsvisie levert in potentie een positieve bijdrage aan deze ambitie, onder andere door inzet op vergroening van de fysieke leefomgeving en het beperken en waar mogelijk voorkomen van bodemdaling. De gemeente is voor het behalen van de ambitie echter afhankelijk van de inzet van inwoners, bedrijven en de mate waarin het klimaat verandert. Daarnaast is er geen concreet beleid opgesteld voor ‘circulair en natuurinclusief bouwen’. Het is daardoor onzeker of de ambitie behaald wordt.
Een goede
De verwachting is dat de gemeente in 2050 voldoet
omgevingskwaliteit
aan de gebiedsgerichte normen voor licht, geluid en geur. Om ook de ambitie voor luchtkwaliteit te behalen is schone mobiliteit van groot belang. De ambities voor wonen en duurzame energie kunnen mogelijk een negatieve invloed hebben op externe veiligheid binnen de gemeente. Door de mogelijke gevaren vooraf goed in beeld te brengen en dit mee te nemen in de keuze voor nieuwe woningbouwlocaties en maatregelen voor duurzame energie is de verwachting dat de ambities voor een gezonde en veilige leefomgeving behaald kunnen worden. De gemeente is voornemens om bodem en ondergrond een volwaardige en vroegtijdige plek te geven in keuzes over ruimtelijke ontwikkelingen. Dit biedt kansen om de kwaliteiten van de bodem te benutten en de ondergrond eveneens te beschermen. De gemeente is hierbij echter afhankelijk van onder andere de nationale overheid (buisleidingen en geothermie), de provincie (wegennetwerk) en nutsbedrijven. Het is daardoor nog onzeker in hoeverre
82/92
Kenmerk
R002-1276328MVP-V01-ssc-NL
Ontwikkellijn
Sub ambitie
Mate waarin ambities behaald worden de ambitie voor bodem en ondergrond daadwerkelijk gehaald wordt.
6.3
Synergie en strijdigheden
In de Omgevingsvisie wil de gemeente de fysieke leefomgeving in onderlinge samenhang bezien waarbij functies elkaar moeten aanvullen en geen belemmering vormen voor elkaar. De verbinding tussen verschillende gebieden binnen en buiten de gemeente moet versterkt worden. In hoofdstuk 5 van dit planMER zijn de verschillende ambities daarom tegenover elkaar gezet. Uit de vergelijking blijkt dat enerzijds synergie mogelijk is (waarmee het doelbereik ook vergroot wordt) en anderzijds ambities elkaar ook in de weg kunnen zitten. Dit vraagt om een goede afstemming tussen verschillende beleidsthema’s en in sommige gevallen nadere onderzoeken en verkenningen of gestelde ambities en bijhorend nieuw beleid in alle gevallen haalbaar is. Zijn zonnepanelen bijvoorbeeld inderdaad in te passen in combinatie met een herstructurering van de glastuinbouw of moet toch ook gezocht worden naar andere gebieden. Of is een verdichting van de kernen haalbaar met behoud van de verschillende ambities op het gebied van klimaatadaptatie en leefomgevingskwaliteit of is de consequentie dat er toch meer uitbreidingslocaties nodig zijn ten koste of juist in combinatie met ander functies. Duidelijk is dat er tussen verschillende ambities ook synergie mogelijk is. De transformatie van glastuinbouw gebieden biedt de mogelijkheid om de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te vergroten.
De herstructurering van de glastuinbouwgebieden biedt ook mogelijkheden voor klimaat- en duurzaamheidsopgaven. Daarnaast kunnen verbindingen tussen verschillende natuuren groengebieden worden gelegd en kan het glastuinbouwgebied onderdeel uitgaan maken van een groter uitloopgebied voor recreanten. Een verdere bescherming van een beleidsthema of gebied kan echter leiden tot een beperking voor het andere. Nadere eisen omtrent klimaatadaptatie en groen aan woningbouwprogramma’s beperkt mogelijk het aantal huizen wat gebouwd kan worden op een bepaalde plek. En eisen in relatie tot woon- en leefomgeving of het beperken van het autogebruik maken in sommige gevallen het zoeken naar geschikte woningbouwlocaties in de kernen lastiger. De ambities zijn in die zin dus communicerende vaten. Met slimme combinaties en innovaties kunnen ambities meer met elkaar in balans komen en elkaar mogelijk versterken. Veel zal echter afhangen van de wijze waarop het Omgevingsvisie beleid wordt uitgewerkt in programma’s en het Omgevingsplan. Concreet wordt bijvoorbeeld aanbevolen om een programma op te stellen voor de openbare ruimte en voor de herstructurering van de glastuinbouw.
83/92
Kenmerk
6.4
R002-1276328MVP-V01-ssc-NL
Mitigerende maatregelen
Mitigerende maatregelen zijn maatregelen om belangrijke nadelige gevolgen op het milieu van de activiteit te voorkomen, te beperken of zoveel mogelijk teniet te doen. Bij mitigerende maatregelen kan het gaan om nadere randvoorwaarden of aanbevelingen voor programma’s indien bijvoorbeeld uit de monitoring blijkt dat bepaalden waarden meer bescherming nodig hebben. Daarnaast zijn aanbevelingen voor beleid dat een positief effect heeft op het milieu ook relevant. Hiermee kan dit effect immers vergroot worden en tevens leiden tot meer synergie tussen ambities. Deze paragraaf beschrijft per ambitie een aantal aanbevelingen voor de verdere uitwerking. Verschillende programma’s worden aanbevolen voor de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie om zo meer zekerheid te krijgen over het halen van de geformuleerde ambities. Het gaat om programma’s voor de thema’s wonen, openbare ruimte, glastuinbouw en energietransitie. Daarnaast wordt geadviseerd om verschillende waarden in het Omgevingsplan vast te leggen zoals de openheid in het Oude Leedegebied en ruimte voor energietransitie en klimaatadaptatie. 6.4.1
Samenvatting mitigerende maatregelen en aanbevelingen
Het onderstaande overzicht geeft een samenvatting van de mitigerende maatregelen (ofwel aanbevelingen) weer, vanuit de vier ontwikkellijnen en bijhorende sub ambities.
Ontwikkellijn
Sub ambitie
Mitigerende maatregelen en aanbevelingen
Onderscheidend groen
Een aantrekkelijk groen
Grootschalige ontwikkelingen zoals wonen en de
landschap
energietransitie kunnen een grote impact hebben op het landschap en de cultuurhistorische waarden. Door deze ontwikkelingen goed ruimtelijk in te passen en aansluiting te zoeken bij de kwaliteiten van het landschap en de cultuurhistorische waarden kunnen de negatieve effecten worden beperkt en kunnen cultuurhistorische elementen zelfs sterker worden gepositioneerd. Ook kan de landschappelijke verbondenheid versterkt worden door ontbrekende schakels tussen landschap en de kernen toe te voegen. Juist doordat de beoogde ontwikkellocaties aan de randen van de kernen liggen ontstaan hiervoor mogelijkheden. Aanbevolen wordt om de openheid van het landschap Oude Leedegebied vast te leggen in het Omgevingsplan en verder te onderzoeken hoe landschappelijke kwaliteiten in de toekomst kunnen worden beschermd en gestimuleerd in een Omgevingsprogramma, een Omgevingsplan en een Omgevingsvergunning.
Een aantrekkelijke,
In de huidige situatie is een aanzienlijk deel van de
groene (openbare) ruimte
openbare ruimte bestemd voor de auto. Door
84/92
Kenmerk
R002-1276328MVP-V01-ssc-NL
Ontwikkellijn
Sub ambitie
Mitigerende maatregelen en aanbevelingen autoverkeer sterker te reguleren kan het autogebruik worden teruggedrongen en kan ruimte worden gewonnen voor andere ambities die inzetten op een aantrekkelijke groene (openbare) ruimte. Een aanbeveling is om een Omgevingsprogramma openbare ruimte op te stellen waarin diverse aspecten uit de openbare ruimte, zoals beweging, ecologie en ontmoeting, samen komen. In dit programma kan ook verder gekwantificeerd (hoeveel m2) worden wat ‘ voldoende groen’ is per inwoner. Dit programma kan vervolgens vertaald worden in het Omgevingsplan. Daarin zouden eisen kunnen worden opgenomen over de hoeveelheid en kwaliteit van het groen.
Een beweegvriendelijke
Een aantrekkelijke openbare ruimte vergroot de
groene ruimte
beweegvriendelijkheid van de groene ruimte (zie hierboven beschreven aanbevelingen). Daarnaast is het behoud en de bescherming van groene buitengebieden en openbaar groen cruciaal om voldoende ruimte te bieden voor recreatie en bewegen in de gemeente. Aanbevolen wordt om beweegvriendelijkheid als thema mee te nemen in een Omgevingsprogramma openbare ruimte. Dit kan uiteindelijk vertaald worden naar het Omgevingsplan.
Een gezond ecosysteem
Het is belangrijk dat natuur als thema, concreet
met een hoge
weidevogelgebieden en biodiversiteit, vroegtijdig
biodiversiteit
worden meegenomen in planprocessen. Op die manier kunnen vooraf verstorende effecten en potentie op het gebied van biodiversiteit bepaald worden. Daarbij moet in het bijzonder aandacht zijn voor robuuste ecologische verbindingen. Een aanbeveling is de weidevogelkerngebieden en lokale natuurnetwerken vast te leggen in het Omgevingsplan en natuurmaatregelen gericht op behoud en uitbreiding vast te leggen in een programma. Ook op particulier terrein zijn diverse mogelijkheden om biodiversiteit te versterken en te vergroten. Een aanbeveling is om de mogelijkheden juridische afdwingbaarheid hiervan in het Omgevingsplan te onderzoeken. Ook kan gekeken worden naar subsidiemogelijkheden voor vergroening.
Een karakteristieke
Een herkenbare
Aanbevolen wordt om kwalitatieve eisen op te leggen
woon- en leefomgeving
woonomgeving
voor karakteristieke linten. Daarnaast is het belangrijk
85/92
Kenmerk
Ontwikkellijn
R002-1276328MVP-V01-ssc-NL
Sub ambitie
Mitigerende maatregelen en aanbevelingen om aan te sluiten bij de kenmerken van een dorps en rustig woonmilieu.
Een hechte
Om inclusiviteit te bereiken en eenzaamheid te
gemeenschap
bestrijden is de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de openbare ruimte belangrijk. Een aanbeveling is daarom om sociale inclusiviteit als thema op te nemen in een Omgevingsprogramma openbare ruimte.
Een goede lokale en
Een goede lokale en regionale bereikbaarheid hangt
regionale bereikbaarheid
af van diverse factoren. Aanbevolen wordt om ruimte te creëren voor de fiets en in te zetten op hoogwaardig openbaar vervoer. Dit draagt bij aan een kwalitatief vervoernetwerk en stimuleert inwoners het autogebruik te verminderen. Aanvullende maatregelen om het autogebruik te verminderen zouden het stimuleren van thuiswerken en het financieel belasten van parkeren kunnen zijn. Voor het verduurzamen van het vervoer wordt aanbevolen om toekomstige ontwikkelingen dicht in de buurt van het openbaar vervoer, in het bijzonder metrohaltes, te realiseren. Daarnaast wordt aanbevolen in te blijven zetten op voldoende laadvoorzieningen. Mogelijke maatregelen om de verkeersveiligheid bij toenemende verkeersdrukte te behouden zijn het verlagen van de snelheden en het nog sterker scheiden van snel en langzaam verkeer, met name in drukke gebieden.
Een evenwichtige
Om regie te houden op de samenstelling van de
woningvoorraad
woningvoorraad is het aan te bevelen om de ‘passende en evenwichtige woningvoorraad’ verder te concretiseren in een programma. Hierbij moet rekening gehouden worden met de kenmerken van de locatie en de wensen van de verschillende doelgroepen. Een andere aanbeveling is het verder onderzoeken van de voorwaarden en financiële haalbaarheid van circulair en natuurinclusief bouwen.
Een gezonde en veilige
Doormiddel van de inrichting en beheer van de
leefomgeving
openbare ruimte heeft de gemeente invloed op de veiligheidsbeleving van inwoners. Een aanbeveling is daarom om sociale veiligheid als thema op te nemen in een integraal programma openbare ruimte.
86/92
Kenmerk
R002-1276328MVP-V01-ssc-NL
Ontwikkellijn
Sub ambitie
Mitigerende maatregelen en aanbevelingen
Aantrekkelijk economisch
Vitale bedrijven,
Om een aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat
vestigingsklimaat voor
complementair aan de
voor inwoners en ondernemers te creëren is het aan te
inwoners en
regio
bevelen verschillende programma’s op te stellen voor de verschillende sectoren. Een gebiedsgericht
ondernemers
programma voor de drie centra waarin de benodigde samenwerking tussen gemeenten en andere partijen en de toegankelijkheid van de centra aan bod komt. Tevens zou hierin aandacht moeten zijn voor de eventuele negatieve effecten vanuit omliggende steden en de mogelijkheden om hierop te sturen. In het Omgevingsplan kunnen de ambities voor de centra verder geconcretiseerd worden door bijvoorbeeld meer ruimte op te nemen voor nieuwe (menging) van functies, zoals sport, recreatie en woon-werkruimte. Een gebiedsgericht programma voor bedrijventerreinen parallel lopend aan de gebiedsgerichte aanpak van de energietransitie. Hierin zou aandacht moeten zijn voor de modernisering van bedrijventerreinen, de samenwerking met ondernemers en het mengen van wonen en werken. Het is aan te bevelen in het Omgevingsplan ruimte te creëren voor experimenten gericht op innovatie, nieuw ondernemerschap en ‘werken, leren en wonen bij elkaar’. Een aanbeveling is om deze ruimte voor ‘werken, leren en wonen bij elkaar’ tevens op te nemen in plannen voor bestaande en nieuwe woonwijken. Een gebiedsgericht programma voor glastuinbouwgebieden eveneens parellel lopend aan de gebiedsgerichte aanpak van de energietransitie. Hierin moet aandacht zijn voor de aanpak van de herstructurering van glastuinbouwgebieden en mogelijke mitigerende oplossingen zoals ‘vertical farming’. Gezonde arbeidsmarkt
Om een gezonde arbeidsmarkt en voldoende regionale
en voldoende regionale
werkgelegenheid te bereiken is het aan te bevelen
werkgelegenheid
aansluiting te houden bij de huidige ondernemers en ruimte te maken voor nieuwe ondernemers. Daarnaast is het belangrijk in regionaal verband te blijven sturen op een evenwichtige verdeling van de werkgelegenheid. Aanbevolen wordt om werkgelegenheid als aspect mee te nemen in de
87/92
Kenmerk
R002-1276328MVP-V01-ssc-NL
Ontwikkellijn
Sub ambitie
Mitigerende maatregelen en aanbevelingen verschillende gebiedsgerichte programma’s die worden opgesteld voor centra, bedrijventerreinen en glastuinbouw.
Duurzaam en circulair
Er is op dit moment nog geen concreet beleid opgesteld voor het thema circulair en natuurinclusief bouwen. Aanbevolen wordt om te onderzoeken aan welke voorwaarden gebouwen en gronden moeten voldoen om circulair en natuurinclusief te zijn. Aanbevolen wordt hier een inzichtelijke checklist van te maken en te beoordelen wat wel/niet afgedwongen kan worden via publiek- of privaatrechtelijke instrumenten.
Een veerkrachtige
Een duurzame gemeente
Het is aan te bevelen de ambities voor de
leefomgeving voor
energietransitie verder te concretiseren in een
mensen, planten en
programma en het Omgevingsplan. Zo moet het plan
dieren
mogelijk maken geothermiebronnen te slaan in glastuinbouwgebieden, moet het onder voorwaarden mogelijk zijn zonnepanelen te realiseren en moeten het warmtenet en de laadinfra een plek krijgen. Het is aan te bevelen in het programma eveneens aandacht te hebben voor de afhankelijkheid van en samenwerking met ondernemers en de regio. Een klimaatbestendige
De ambitie is om een klimaatbestendige gemeente te
gemeente
zijn, daarvoor is het belangrijk dat er voldoende ruimte is gereserveerd voor groen- en blauwe structuren. Deze dragen bij aan oplossingen voor de verschillende klimaateffecten. Daarnaast is de gemeente afhankelijk van bedrijven en bewoners voor het klimaatadaptief maken van privaat terrein. Hiervoor kan gekeken worden naar juridische afdwingbaarheid in het Omgevingsplan of naar minder dwingende maatregelen zoals subsidies voor groene daken en het ontstenen van privaat terrein. Om bodemdaling een goede plek te geven in ruimtelijke keuzes wordt geadviseerd inzichtelijke te maken welke gebieden sterk bodemdalingsgevoelig zijn en waar de grondwaterstanden onder druk komen te staan. Tevens wordt aanbevolen inzichtelijk te maken op welke manieren bodemdaling in bestaande (bebouwde) gebieden kan worden beperkt of mogelijk voorkomen. Aanbevolen wordt om gebiedsgericht beleid voor bodem en ondergrond op te stellen in de vorm van een
88/92
Kenmerk
R002-1276328MVP-V01-ssc-NL
Ontwikkellijn
Sub ambitie
Mitigerende maatregelen en aanbevelingen Omgevingsprogramma omgevingskwaliteit. Dit kan dan uiteindelijk worden vertaald naar een Omgevingsplan.
Een goede
Het realiseren van een goede omgevingskwaliteit
omgevingskwaliteit
vraagt om maatregelen voor diverse thema’s. Aanbevolen wordt om gebiedsgericht beleid op te stellen voor alle aspecten van een goede omgevingskwaliteit (geur, geluid, licht, luchtkwaliteit en externe veiligheid) in de vorm van een Omgevingsprogramma omgevingskwaliteit. Dit kan uiteindelijk vertaald worden naar een Omgevingsplan. Voor het thema licht wordt aanbevolen dit beleid op te stellen in samenwerking met de glastuinbouwsector, andere glastuinbouwgemeenten en de Omgevingsdienst Haaglanden.
6.5
Leemten in kennis
De effectbeoordeling in dit planMER is kwalitatief van aard, gericht op kansen en risico’s en sluit aan bij het strategische en lange termijn karakter van de Omgevingsvisie. Het beleid is richtinggevend voor verdere uitwerking en doorwerking in programma´s of andere instrumenten. Voor dit planMER zijn de gedane aannames afdoende om een voldoende betrouwbaar beeld te verkrijgen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten op de leefomgeving op de langere termijnen. Op dit abstractieniveau is er dan ook geen sprake van leemtes in kennis of onzekerheden met betrekking tot de in dit planMER beschreven kansen en risico’s. Meer gedetailleerde effectbeoordeling, kwantificering daarvan en toetsing aan wettelijke kaders kan alleen plaatsvinden bij verdere uitwerking tot beleid op de kortere termijn in bijvoorbeeld programma’s. De effecten die zich uiteindelijk in de praktijk voor zullen doen, moeten op basis van monitoring en evaluatie, zie hiervoor ook hoofdstuk 7 van dit planMER, in beeld worden gebracht. Het thema geur is in dit planMER niet expliciet behandeld. Op verschillende plekken binnen de gemeente is ruimte voor bedrijvigheid (industrie en veehouderijen) met een geuremissie. Op dit moment is niet bekend in hoeverre dit als hinderlijk wordt ervaren. Hier zijn geen gegevens over bekend binnen de gemeente en is zodoende ook niet beoordeeld.
Grote knelpunten worden echter niet verwacht. De gemeente heeft geen eigen geurbeleid. Wel is er provinciaal geurbeleid In het beleid van de provincie is aangegeven dat het onacceptabele hinderniveau ligt tussen hinder en ernstige hinder. Bij de vergunningverlening past de provincie het geurhinderbeleid toe. Hierbij wordt het acceptabele hinderniveau vastgesteld om te zorgen dat geurgevoelige objecten worden beschermd tegen onacceptabele geurhinder. Meer woningen kan mogelijk een beperking geven voor bedrijvigheid met een geurcontour en anderzijds kan verdichting (op plekken waar sprake is van geurhinder) leiden tot meer gehinderden. Geadviseerd wordt om geur bij de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie te betrekken.
89/92
Kenmerk
R002-1276328MVP-V01-ssc-NL
7 Evaluatie en monitoring van beleid Dit hoofdstuk benadrukt het belang van monitoring en evaluatie van het beleid zoals in de Omgevingsvisie is beschreven en beschrijft hoe het planMER daar in kan ondersteunen. Belang van evaluatie en monitoring Monitoring en evaluatie vormt een belangrijk onderdeel van de realisatie van de Omgevingsvisie . De lange looptijd van de Omgevingsvisie vraagt om regelmatige monitoring en evaluatie van de visie. Ook geeft de Omgevingsvisie veel ruimte aan partijen om initiatieven te ontplooien binnen de kaders van de visie. Evaluatie en monitoring van beleid is essentieel om te bepalen of de verschillende doelstellingen gedurende de looptijd van de visie nog kunnen worden bereikt en wat de effecten van het beleid zijn. Dit biedt bestuurders een basis om in de loop van de tijd, indien nodig, extra maatregelen te nemen. Monitoring voor de Omgevingsvisie Voor de Omgevingsvisie is nog geen eigen monitor ontwikkeld. De gemeente zal na de vaststelling van de Omgevingsvisie een voorstel doen over de wijze waarop we de (uitvoering van de) Omgevingsvisie gaan monitoren. Door regelmatig (iedere twee jaar) te kijken of de goede weg wordt gevolgd wil de gemeente de dynamische beleidscyclus die in de Omgevingswet is opgenomen, op maat maken voor Pijnacker-Nootdorp (zie figuur 7.1).
De gemeente wil de monitor niet beperken tot alleen de Omgevingsvisie, maar ook uitbreiden met het planMER en de Omgevingsprogramma’s. Door in samenhang te kijken naar wat bereikt moet worden (Omgevingsvisie en planMER) en hoe (Omgevingsprogramma) beslaat de nog te ontwikkelen monitor het gehele spectrum van beleidsontwikkeling. Daarmee wil de gemeente gericht actie ondernemen wanneer blijkt dat we een doelstelling of ambitie niet bereiken. Daarbij stelt de gemeente de vraag of de ambitie (Omgevingsvisie) of de maatregelen (Omgevingsprogramma) bijgesteld moeten worden. Dit wil de gemeente in toenemende mate en waar mogelijk gebaseerd op data doen.
90/92
Kenmerk
R002-1276328MVP-V01-ssc-NL
Figuur 7.1
Voor het planMER is een beoordelingskader opgesteld. De thema’s met ambities en indicatoren uit het beoordelingskader uit dit planMER kunnen dienen als eerste aanzet voor de beleidsmonitoring van de Omgevingsvisie. Alle thema’s inclusief de belangrijkste ambities uit de Omgevingsvisie zijn hiermee gedekt. De beoordeling in dit planMER van deze thema’s (huidige situatie, autonome ontwikkeling, beoordeling nieuw beleid) kan (deels) gezien worden als een soort ‘nulmeting’. Benadrukt wordt dat dit een eerste aanzet is. De ambities uit de Omgevingsvisie worden zoals beschreven o.a. nog verder uitgewerkt programma’s en het Omgevingsplan. Relatie met programma’s Programma’s zullen ook gemonitord worden. Hierin zullen de doelen, de realisatie met tijdspad en de monitoring concreter uitgewerkt worden. Geadviseerd wordt om zoveel mogelijk de monitoring van de Omgevingsvisie te laten voeden door de monitoring die in het kader van een programma wordt uitgevoerd. Dit betekent dat de doelen en/of indicatoren, zoals nu opgenomen in het beoordelingskader, aangevuld of aangepast kunnen worden op basis van nieuwe inzichten uit de programma’s. Relatie met het Omgevingsplan Het Omgevingsplan gaat na invoering van de Omgevingswet op een nieuwe manier alle regelgeving van de gemeente voor de fysieke leefomgeving structureren.
Dit betekent dat de komende jaren de gemeentelijke bestemmingsplannen zullen moeten worden omgezet naar het Omgevingsplan.
91/92
Kenmerk
R002-1276328MVP-V01-ssc-NL
Op het moment van inwerkingtreding van de wet (voorzien 1 januari 2022) vormen de dan geldende bestemmingsplannen een Omgevingsplan van rechtswege. Geleidelijk zullen deze worden omgezet naar de vorm en vereisten van het Omgevingsplan. Dit gebeurt enerzijds door middel van een set van generieke, voor de gemeente als geheel geldende regels, en anderzijds door gebiedsspecifieke regels. Op het moment dat ook gebiedsspecifieke regels aan het Omgevingsplan worden toegevoegd kunnen hieraan ook de uit de Omgevingsvisie voortvloeiende gebiedsspecifieke regels/ aanbevelingen worden toegevoegd.
92/92
Kenmerk
Bijlage 1
R002-1276328MVP-V01-ssc-NL
Factsheets
Factsheets PlanMER Omgevingsvisie Pijnacker Nootdorp 8 april 2021
Kenmerk
R003-1276328BJM-V01-ssc-NL
Verantwoording Titel
Factsheets PlanMER Omgevingsvisie Pijnacker Nootdorp
Opdrachtgever
Gemeente Pijnacker-Nootdorp
Projectleider
Martijn Gerritsen
Auteur(s)
Michael de Baat, Marieke van der Linde
Tweede lezer
Martijn Gerritsen
Projectnummer
1276328
Aantal pagina’s
240
Datum
8 april 2021
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
Kenmerk
R003-1276328BJM-V01-ssc-NL
Inhoud Landschappelijke verbondenheid .............................................................................................. 4 Cultuurhistorie en landschap ................................................................................................... 13 Archeologie.............................................................................................................................. 23 Openbare ruimte...................................................................................................................... 28 Recreatie ................................................................................................................................. 38 Natuur en biodiversiteit - Biodiversiteit .................................................................................... 43 Natuur en biodiversiteit - Weidevogelgebieden ....................................................................... 56 Natura en biodiversiteit - Natura 2000 ..................................................................................... 62 Sociale inclusiviteit .................................................................................................................. 68 Mobiliteit en Verkeersveiligheid ...............................................................................................
78 Woningaanbod ........................................................................................................................ 98 Sociale veiligheid ................................................................................................................... 107 Bedrijventerreinen ................................................................................................................. 113 Glastuinbouw ......................................................................................................................... 124 Centra als ondernemersplek ................................................................................................. 141 Werkgelegenheid & economische structuur .......................................................................... 154 Energietransitie...................................................................................................................... 169 Klimaatadaptatie - Wateroverlast .......................................................................................... 181 Klimaatadaptatie - Hitte ......................................................................................................... 187 Klimaatadapatatie - Droogte ..................................................................................................
194 Klimaatadaptatie - Overstromingsrisico ................................................................................. 202 Waterkwaliteit ........................................................................................................................ 208 Geluid .................................................................................................................................... 217 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 225 Licht ....................................................................................................................................... 233 Externe veiligheid .................................................................................................................. 238 Bodem en ondergrond ........................................................................................................... 249
3/267
Kenmerk
R003-1276328BJM-V01-ssc-NL
Landschappelijke verbondenheid Landschappelijke verbondenheid gaat over de fysieke verbinding tussen de kernen en de groene buitengebieden (het landschap), en de verbinding van de groene buitengebieden met het landschap in omliggende gemeenten. De vormgeving van de linten en de randen spelen een belangrijke rol bij de verbondenheid tussen de kernen en het landschap. Daarbij is het van belang dat er binnen de kernen voldoende mogelijkheden zijn voor planten en dieren om via groen en/of water de andere kant van de kern te bereiken. Daarbij is de waarde van het landschap (bijvoorbeeld met betrekking tot ecologie en recreatie) hoger wanneer het landschap is ingebed in een regionaal en nationaal geheel. Groene en blauwe verbindingen zijn een indicator voor de mate waarin Pijnacker-Nootdorp is aangesloten op grotere en kleinere groenblauwe structuren binnen en buiten de gemeente. De indicator voor landschappelijke verbondenheid zijn de groene en blauwe verbindingen. Deze indicator wordt beoordeeld aan de hand van het aantal ontbrekende schakels. Tabel 1.1 Beoordelingskader Thema
Indicator
Criterium
Slecht
Redelijk
Goed
Landschappelijk
Groene en
Aantal
Zeer groot
Groot aantal
Geen of
e verbondenheid
blauwe
ontbrekende
aantal
ontbrekende
beperkt aantal
verbindingen
verbindingen
ontbrekende
verbindingen
ontbrekende
verbindingen
verbindingen
Tabel 1.2 Score beoordelingskader Indicator
Huidige situatie
Autonome
Omgevingsvisie
ontwikkeling Groene en blauwe verbindingen
Beleid 1.1.1
Nationaal
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. In Nederland staan we voor grote opgaven. De bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, duurzaam energie opwekken, klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie vragen veel ruimte. Meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. We moeten keuzes maken zodat Nederland ook voor toekomstige generaties een veilig, gezond en welvarend land kan blijven. De uitdagingen waar de gemeente voor staat, de keuzes die gemaakt moeten worden, staan in de NOVI beschreven. 1.1.2
Provinciaal
Provinciale Structuurvisie De kern van visie op Zuid-Holland is het versterken van samenhang, herkenbaarheid en diversiteit binnen Zuid-Holland. Dit draagt bij aan een goede kwaliteit van leven en een sterke economische concurrentiepositie. Duurzame ontwikkeling en klimaatbestendigheid zijn belangrijke pijlers. 4/267
Kenmerk
R003-1276328BJM-V01-ssc-NL
Dit wil de provincie bereiken door het realiseren van een samenhangend stedelijk netwerk, groenstructuur en landelijk gebied. Goede bereikbaarheid, een divers aanbod van woon- en werkmilieus in een aantrekkelijk landschap met ruimte voor landbouw, natuur en water zijn daarin kenmerkende kwaliteiten. Kwaliteitskaart De kwaliteitskaart uit de Visie ruimte en mobiliteit bevat de belangrijkste kenmerken (richtpunten) van een gebied. Karakteristiek voor Zuid-Holland zijn de delta-, veen-, rivieren- en kustlandschappen. Deze moeten herkenbaar blijven. Richtpunten beschrijven hoe de provincie de kwaliteit van een gebied bij nieuwe ontwikkelingen wil behouden of versterken. Bij aanpassingen in het landschap, zoals bij woningbouw of aanleg van wegen, moet hiermee rekening worden gehouden. Een plan dat de kwaliteiten van een gebied versterkt is in ieders belang. Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020 Het Stadsgewest Haaglanden wil het Haaglandengroen verder ontwikkelen tot een samenhangende structuur van aantrekkelijke en toegankelijke groengebieden, met goede verbindingen voor mens, flora en fauna, onderling en met het groen in omliggende regio’s. Groene buffers met aangrenzende regio’s blijven behouden (Midden-Delfland, Oude Leede, de Groenblauwe Slinger in Pijnacker-Nootdorp, de Duivenvoordecorridor in Leidschendam-Voorburg en de Ommedijksepolder in Wassenaar).
Ook binnen de regio zorgt de groenstructuur ervoor dat de afzonderlijke kernen niet aan elkaar vastgroeien. Op basis van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (PEHS)) wordt een ecologische structuur ontwikkeld als onderdeel van de kwaliteit van de regionale groenstructuur. Ook moet er voldoende ruimte zijn voor lokaal groen. 1.1.3 Lokaal Beleidsplan Natuur op de Kaart Natuur op de Kaart is een toekomstvisie voor de verdere realisatie van het natuurnetwerk binnen de gemeente. De stedelijke omgeving kan een hoge biodiversiteit herbergen door veel variatie aan leefmilieus te bieden. Hierbij is het wel van belang dat het natuurnetwerk tussen de buitengebieden en gemeentelijke kernen robuuster wordt. Kansen om de natuur de stad in te halen moeten optimaal worden benut en bedreigingen voor die natuur zoveel mogelijk worden beperkt, rekening houdend met de multifunctionaliteit van de stad en haar stedelijk groen. Lintenvisie Uitgangspunt in de Lintenvisie is dat het landschap ‘zijn verhaal kan blijven vertellen’. De cultuurhistorisch waardevolle linten zijn sterke identiteit dragers. Ze zijn niet alleen belangrijk als lint op zichzelf, maar ze dragen in belangrijke mate bij aan de ruimtelijke kwaliteit én identiteit van de gemeente.
De opgave is ontwikkelingen zodanig te geleiden dat kwaliteiten behouden blijven, knelpunten tot een oplossing worden gebracht en nieuwe kwaliteit wordt toegevoegd, en dat alles zodanig dat het landschap ‘zijn verhaal kan blijven vertellen’. Daartoe is de Lintenvisie opgesteld, enerzijds om richtlijnen vooraf te geven en beperkt kaders te stellen, maar vooral om inspiratie bij de planuitwerking te bieden. Vanuit een ontwikkelgerichte benadering worden handvatten aangereikt ter behoud en versterking van de kwaliteit van de linten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de mate van sturing: normstellend, richtinggevend, inspirerend.
5/267
Kenmerk
R003-1276328BJM-V01-ssc-NL
Structuurvisie De structuurvisie ’ruimte maken, ruimte laten’ streeft naar een aaneengesloten groen-recreatief buitengebied als deel van een regionaal geheel en een sterke verbondenheid met de kernen. De structuurvisie beoogt daarbij de kwaliteit van de randen van het groengebied te versterken en verbeteren. Daarbij worden recreatieve aansluitingen gezocht bij omliggende groengebieden. Tevens wordt er gewerkt aan aantrekkelijke stad-landverbindingen, en wordt een samenhangend ecologisch netwerk gecreëerd.
Huidige situatie en autonome ontwikkeling 1.2.1 Huidige situatie De stad-landverbindingen De randen en de cultuurhistorische linten zijn de voornaamste plekken waar de kernen en de buitengebieden (landschap) met elkaar verbonden zijn. De historische linten vormen hierbij de basis. Deze liggen er al eeuwen en de ontwikkelingen zijn als het ware om en over deze lijnen heen geplooid. Dat maakt dat deze linten een hechte verbinding vormen tussen bebouwd gebied en buitengebied. De linten lopen door tot diep in het stedelijke weefsel en bieden zo verbinding voor mens en dier met het buitengebied. Het behoud van de cultuurhistorische lijnen is van belang voor de leesbaarheid, de eigen identiteit en de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. De lijnen zijn vaak al een verbinding tussen stad en land, maar vormen zeker ook een kans voor een versterkte hechting van de stad (dorp) aan het land. De linten zijn slechts op enkele plekken niet meer als dusdanig herkenbaar door nieuwe ontwikkelingen (figuur 1.1). Een goed voorbeeld daarvan is de Klapwijkseweg.
Figuur 1.1 Status linten
De randen zijn nu grotendeels glas- of werkranden aan het open landschap. Maar zo’n 10% van de randen aan het landschap bestaan uit woningbouw. Hierbij zijn veel randen matig landschappelijk ingepast en hebben daarmee een negatieve uitstraling op hun omgeving. Veel van de randen bieden kansen voor een optimale beleving van het landschap. Zorgvuldigheid is hierbij van belang. Een heldere oriëntatie van de bebouwing, een goede inrichting en inpassing en een goede bereikbaarheid zijn hierbij essentieel. In de gemeente zijn voorbeelden te vinden van mooie, zorgvuldige en goed functionerende dorpsranden. Helaas komt het tegenovergestelde veelvuldig voor (figuur 1.2).
6/267
Kenmerk
R003-1276328BJM-V01-ssc-NL
Figuur 1.2 – Randen
De gemeente heeft veel randen, dus veel snijlijnen waar de kernen in aanraking komen met het omringende landschap. Randen vormen de overgang van het bebouwde gebied naar het landschap. Zorgvuldig vormgegeven randen zorgen voor een goede landschappelijke inpassing en overgang van stedelijke functies naar landschappelijke functies, en dragen daarmee bij aan de landschappelijke verbondenheid. Voor woningbouw is het belangrijk dat de randen zijn georiënteerd op het landschap. Dat is nu nog lang niet altijd het geval. Voor glastuinbouw geldt het omgekeerde. De achterkanten van de bedrijven geven een rustig beeld naar het landschap, mits allerhande installaties en opslag aan de zij- of voorkant van het kavels gepositioneerd worden. De achterkant van een glastuinbouwbedrijf is ook veel rustiger voor weidevogels. Onderzoek heeft aangetoond dat diverse wintergasten juist de stille achterzijde van kassen opzoeken om te foerageren. De aanpalende polder kan met agrarisch natuurbeheer speciaal ingericht en onderhouden worden voor weidevogels. Ook bij de oriëntatie van de glastuinbouw is nog winst te behalen. Sommige randen worden afgerand met een doorgaande weg en geven een duidelijk front naar het landschap. De toegankelijkheid van en verbondenheid met het landschap is hiermee wel marginaal. Hierbij is de zichtbaarheid van het land en het dorp essentieel.
Veel randen langs de open weidegebieden zijn hard en niet voorzien van een landschappelijke inpassing (bv Vredelustlaan, zuidrand aan de Zuidpolder van Delfgauw, kassen aan de oostzijde). In geheel is er met betrekking tot de randen nog winst te behalen. De gemeente Pijnacker-Nootdorp ligt in een intensief bebouwd gebied in het zuidelijk deel van de Randstad. De gemeente wordt begrensd door de stedelijke gebieden van Den Haag, Zoetermeer, Delft en de glastuinbouwgebieden rond Berkel en Rodenrijs. Aan twee zijden grenst de gemeente nog aan ‘open’ gebied. Aan de noordzijde is dat het Groene Hart, een groot open veenweidelandschap. Aan de zuidzijde ligt het open veenweidelandschap van Midden-Delfland. Pijnacker-Nootdorp wil de regio met het groene buitengebied meerwaarde geven en streeft daarbij naar één groen recreatief buitengebied als deel van een regionaal geheel. 7/267