Bijlage 3. Ontwerp-meerjarenbegroting 2027-2030 VRH
Tekst van het document
ONTWERP MEERJARENBEGROTING 2027 – 2030
‘verbindend vakmanschap in veiligheid en zorg’
Bezoekadres Dedemsvaartweg 1 - 2545 AP Den Haag / Postbus 52155 - 2505 CD Den Haag
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3
Algemeen (blz 4) Inleiding Doelstelling Taken
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Beleidsmatige ontwikkelingen (blz 6) De veiligheidsregio Brandweer Rampenbestrijding en crisisbeheersing GHOR Meldkamers (GnkM en MKB) Gemeentelijke crisisbeheersing
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Programma Veiligheid (blz 10) Raming van lasten en baten Toelichting op grondslagen Financiële ontwikkelingen Financiën in hoofdlijnen
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Paragrafen (blz 15) Gemeentelijke bijdrage Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
Overzicht van baten en lasten en toelichting van programmaonderdelen (blz 30) Brandweerzorg Crisisbeheersing en rampenbestrijding Meldkamer brandweer (MKB) Geneeskundige meldkamer (GnkM) Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Gemeentelijke crisisbeheersing Overhead
6
Vaststelling meerjarenbegroting (blz 47)
7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9
Bijlagen (blz 48) Kostenverdeelstaat Verdeling naar taakvelden Inkomensoverdracht van het Rijk Investeringsplan Liquiditeitsplanning Reserves en voorzieningen Geprognotiseerde balans EMU saldo Afkortingenlijst
Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
1
Voorwoord De Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) is een wettelijk verplichte gemeenschappelijke regeling die taken uitvoert op het gebied van brandweerzorg (inclusief de meldkamer), de GHOR en regionale rampenbestrijding en crisisbeheersing. Veruit het grootste deel van de organisatie is gericht op de uitvoering van brandweertaken. In dit kader staan 23 kazernes, een meldkamer en piketfunctionarissen 24/7 paraat om overal in de regio incidenten te bestrijden. Een ander deel van de organisatie is erop gericht om ervoor te zorgen dat deze uitvoering mogelijk is en op niveau blijft. Hierbij kan worden gedacht aan het organiseren van opleidingen, trainingen en oefeningen, operationele voorbereiding en het onderhouden van brandweermaterieel. Daarnaast omvat brandweerzorg ook risicobeheersing. Deze taak richt zich o.a. op het bevorderen van bewustwording en brandveilig gedrag van inwoners, organisaties en bedrijven en het adviseren van gemeenten. Dit laatste met het doel om branden zo veel mogelijk te voorkomen en de effecten van eventuele branden zoveel mogelijk te beperken. De uitvoering van bovenstaande taken omvat circa 77% van de begroting. De uitvoering van de GHOR-taak, de taken op het gebied van de regionale rampenbestrijding en crisisbeheersing en het regionaal Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing omvatten in totaal circa 7% van de begroting.
De VRH kent een overhead van 16%. Deze overhead is in 2024 door Berenschot vergeleken met andere veiligheidsregio’s. Hieruit is gebleken dat de overhead van de VRH met 16% aanzienlijk lager ligt dan het landelijk gemiddelde van 21% bij veiligheidsregio’s. Deze lage overhead komt voort uit eerdere bezuinigings- en besparingsopdrachten die de VRH heeft uitgevoerd. In de kaders die gemeenten voor gemeenschappelijke regelingen hebben opgesteld, komt naar voren dat de financiële perspectieven van gemeenten somber zijn. Gelet hierop, heeft het bestuur gezocht naar mogelijkheden om de VRH-begroting te verlagen zonder dat dit ten koste gaat van de veiligheidszorg in de regio. Deze mogelijkheden zijn de afgelopen periode gevonden door scherper te begroten, hetgeen een structurele besparing van 1% oplevert. Daarnaast zijn bestemmingsreserves gevormd waarmee in 2026 en 2027 de gemeentelijke inwonerbijdragen incidenteel met 3% zijn verlaagd. Met het oog op de financiële vooruitzichten, blijft de VRH op verzoek van de gemeenten kritisch kijken naar de balans tussen de gemeentelijke bijdragen en de uit te voeren taken. Hierbij houdt het bestuur ook oog voor de ontwikkelingen die invloed hebben op de uit te voeren taken.
Deze ontwikkelingen hebben hoofdzakelijk betrekking op de complexiteit en impact van incidenten die – onder andere als gevolg van de voortschrijdende verdichting en energietransitie – de komende jaren verder toenemen, de houdbaarheid van een lage overhead en de capaciteit die – net als bij veel andere uitvoeringsorganisaties – onder druk staat. Deze elementen komen terug in de beleidsmatige keuzes die voor de komende jaren worden uitgewerkt. Naast de balans tussen de uit te voeren taken en de gemeentelijke bijdragen, wordt momenteel ook gekeken naar de verdeelsystematiek van deze bijdragen. Deze evaluatie loopt thans en wordt later dit jaar in besluitvorming gebracht, zodat de uitkomsten van deze evaluatie desgewenst kunnen worden verwerkt in de meerjarenbegroting 2028-2031. Als onderdeel van deze besluitvorming zal advies worden gevraagd aan de financiële adviescommissie van de VRH, waarin namens elke gemeente in Haaglanden een raadslid is vertegenwoordigd. Bovenstaande punten hebben met name betrekking op de gemeentelijke financiering. Deze financiering vormt circa 87% van de begroting. Een andere inkomstenbron van de VRH betreft de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR). Deze rijksbijdrage vormt in totaal circa 11% van de begroting.
Deze financiering is bedoeld voor (inter-)regionale rampenbestrijding en Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 2 AB 10 april 2026 – versie 1.0
crisisbeheersing en de GHOR in het algemeen en specifieke aspecten daarvan in het bijzonder, zoals informatievoorziening. Een bezuiniging van het Rijk op deze BDUR is ingaande 2027 gecompenseerd via nieuwe weerbaarheidsgelden. Daarnaast zijn aanvullende gelden beschikbaar gesteld om een eerste start te maken met pilots op het gebied van (coördinerende) noodsteunpunten. Mede aan de hand van de evaluatie van deze pilots, zal het weerbaarheidsvraagstuk zowel inhoudelijk als financieel landelijk en regionaal verder uitgewerkt moeten worden. Helder is in elk geval wel dat de thans beschikbaar gestelde bedragen niet toereikend zijn.
Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
3
1. Algemeen 1.1
Inleiding
Voor u ligt de meerjarenbegroting 2027-2030 van de gemeenschappelijke regeling GR Veiligheidsregio Haaglanden (VRH). De VRH is een door de Wet Veiligheidsregio’s verplichte gemeenschappelijke regeling. Nederland telt in totaal 25 veiligheidsregio’s, waarbij elke regio anders is georganiseerd en andere taken kent. Voor de VRH geldt dat deze regionaal de belangen behartigt op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, en geneeskundige hulpverlening. Brandweerzorg In Haaglanden is sprake van één regionaal korps: Brandweer Haaglanden. Binnen de gehele regio ontvangt elke gemeente vergelijkbare brandweerzorg. Voor het 24/7 bestrijden van incidenten bestaat de operationele dienst uit beroepsmedewerkers en vrijwilligers, verdeeld over 23 kazernes. Beiden worden ingezet voor de dagelijkse brandweerzorg, waarbij specialistische taken bij beroeps zijn belegd. De vrijwilligers zijn van groot belang voor het borgen van de slagkracht die nodig is voor de bestrijding van grote en langdurige incidenten. Naast incidentbestrijding is ook risicobeheersing een hoofdtaak. Jaarlijks wordt hiervoor een uitvoeringsprogramma vastgesteld in overleg met de gemeenten. Ook worden de taken van de meldkamer brandweer uitgevoerd. Geneeskundige hulpverlening De ‘kolom’ Geneeskundige hulpverlening van de VRH betreft de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio.
De GHOR is o.a. verantwoordelijk voor de inzet en coördinatie van het optreden van de geneeskundige (hulp)diensten bij incidenten. Dat betreft onder meer ambulancediensten, ziekenhuizen, huisartsen en GGD. Naast een gemeenschappelijke regeling is de VRH ook een regionaal samenwerkingsverband met betrekking tot gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding en crisisbeheersing (‘multidisciplinaire samenwerking’). Gemeentelijke crisisbeheersing Sinds 2010 zijn de gemeentelijke processen zoveel mogelijk geüniformeerd, waardoor de 9 gemeenten als één kolom (de ‘oranje’ kolom genoemd) optreden m.b.t. bevolkingszorg. Hoewel deze ‘kolom’ geen deel uitmaakt van de VRH als gemeenschappelijke regeling, is deze activiteit wel in deze begroting opgenomen omdat deze kolom via de VRH-begroting wordt gefinancierd. Rampenbestrijding en crisisbeheersing In regionaal verband werken de brandweer, geneeskundige kolom, gemeentelijke crisisbeheersing en de eenheid Den Haag van de Nationale Politie samen op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Hierbij wordt de focus primair gelegd op het dagelijkse werk van de hulpdiensten (“99% van het werk”), en vindt de voorbereiding op rampen en crises als een afgeleide daarvan plaats. Op deze manier wordt voorkomen dat de voorbereiding op rampen en crises op zichzelf staat en onvoldoende aansluit bij het werk van de hulpdiensten.
De 4 kolommen vormen de vaste kern van de multidisciplinaire samenwerking, maar deze samenwerking wordt waar nodig per onderwerp verbreed met andere partners, zoals waterschappen.
Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
4
1.2
Doelstelling
Verbindend Vakmanschap in Veiligheid en Zorg Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar voor veiligheid en zorg in de regio. Zij bundelt hiervoor de krachten van verschillende partners om samen goed voorbereid te zijn op dagelijkse, maar ook op grootschalige incidenten en deze slagvaardig te bestrijden. Daarbij treedt de VRH op als regisseur bij het organiseren en uitvoeren van de hulpverlening. De doelstelling is verwoord in artikel 2, lid 4 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR). De Veiligheidsregio Haaglanden behartigt de belangen van de gemeenten op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, en geneeskundige hulpverlening.
1.3
Taken
De taken van de VRH staan benoemd in artikel 3 van de GR. Aan het Algemeen Bestuur worden de taken overgedragen zoals genoemd in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s. In aanvulling op de taken die de Veiligheidsregio op het basisniveau voor gemeenten verricht op grond van artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s en het Besluit veiligheidsregio’s (basispakket), kan per gemeente worden overeengekomen dat de Veiligheidsregio ten aanzien van deze taken een hoger voorzieningenniveau levert (pluspakket). In artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s staan de volgende taken: a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid (brandweerzorg); d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het instellen en in stand houden van een brandweer; f. het instellen en in stand houden van een GHOR; g. het voorzien in de meldkamerfunctie; h. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i.
het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.
Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
5
2
Beleidsmatige ontwikkelingen
2.1
De veiligheidsregio
De beleidsmatige ontwikkelingen binnen de VRH spelen zich af binnen de kolommen (brandweer, geneeskundige hulpverlening, gemeentelijke crisisbeheersing en in het verlengde daarvan de multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing, alsook de gemeenschappelijke meldkamer). In de hierna volgende paragrafen worden deze ontwikkelingen nader toegelicht. 2.2
Brandweer
Brandweer Haaglanden staat 24/7 paraat voor de bestrijding van branden, waterongevallen, incidenten met gevaarlijke stoffen en technische hulpverlening in de regio Haaglanden. In deze regio wonen circa 1,2 miljoen mensen in een compact gebied dat bestaat uit 9 gemeenten. Onder andere deze hoge bevolkingsdichtheid in combinatie met het (brand-)risicoprofiel vertaalt zich in een hoog aantal incidenten dat de brandweer jaarlijks in Haaglanden krijgt te verwerken: gemiddeld zo’n 13.700 incidenten per jaar. Deze incidenten worden bestreden vanuit 23 kazernes. De drukte per kazerne bepaalt of dit gebeurt met beroepsmedewerkers of met vrijwilligers. Concreet betekent dit in Haaglanden dat circa 2/3e van het operationele personeel beroeps is en 1/3e vrijwilliger. In vrijwel alle andere brandweerregio’s is deze verhouding omgedraaid en wordt met overwegend vrijwilligers gewerkt. De combinatie van beroeps en vrijwilligers is niet alleen waardevol voor de invulling van de dagelijkse brandweerzorg, maar ook voor de invulling van het regionaal (brand-)risicoprofiel. De specialismen die hierbij nodig zijn, worden grotendeels door beroeps ingevuld, terwijl vrijwilligers zorgen voor de noodzakelijke slagkracht en voor het vermogen om langdurige incidenten te kunnen bestrijden.
De brandweer heeft te maken met verschillende ontwikkelingen die invloed hebben op zowel de brand- en omgevingsveiligheid als de operationele capaciteit in de regio Haaglanden. De complexiteit en impact van incidenten waarmee de brandweer te maken krijgt, nemen steeds verder toe, terwijl tegelijkertijd de beschikbare capaciteit – operationeel en beheersmatig – onder druk staat. De komende jaren wordt een verdere bevolkingsgroei in Haaglanden verwacht. Omdat de ruimte in een compacte regio beperkt is, wordt deze groei voor een groot deel opgevangen door verdichting. Door deze verdichting en toenemende drukte komt onder andere de doorrijdbaarheid van wegen onder druk te staan, ook waar het gaat om hoofdroutes voor nooden hulpdiensten. Daarnaast ligt er ook voor de brandweer een opgave in het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en het organiseren van haar eigen (bedrijfs-)continuïteit. Ook onder bijzondere en belastende omstandigheden moet de brandweer inzetbaar blijven om de kerntaken uit te voeren. Denk hierbij aan situaties met grote druk, uitval of verstoringen, zoals langdurige stroomstoringen, extreme weersomstandigheden, ICT-storingen, ziektegolven onder personeel of grote regionale incidenten. De wijze waarop Brandweer Haaglanden inspeelt op deze ontwikkelingen, wordt meegenomen in een nieuw beleidsplan.
Het te voeren beleid is afhankelijk van de financiële ontwikkelingen en uitdagingen waarmee de brandweer te maken heeft. In 2026 loopt een aantal trajecten dat inzicht moet geven in het meerjarig financieel kader, op basis waarvan beleidsmatige keuzes Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
6
kunnen worden gemaakt. Dit betekent dat in afwachting van dit nieuwe beleidsplan, het huidige beleid (beleidsplan 2020-2025) wordt voortgezet. Dit geldt voor beide hoofdtaken van de brandweer (incidentbestrijding en risicobeheersing). De hoofdthema’s hiervan zijn: energietransitie, verdichting en duurzame inzetbaarheid. Rondom de energietransitie en verdichting ligt de focus primair op het beperken van risico’s, het verzamelen van kennis en voorzien in veilig repressief optreden door bijscholingen en training. Daarnaast krijgt duurzame inzetbaarheid continue aandacht. In de paragraaf bedrijfsvoering staat een nadere toelichting. 2.3 Rampenbestrijding en crisisbeheersing In regionaal verband werken de brandweer, de GHOR, de negen gemeenten en de politie samen op het gebied van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Als het gaat om crisisbeheersing wordt veel waarde gehecht aan sterke, operationele multidisciplinaire samenwerking tussen kolommen, dagelijks op straat (bij de operationele taakuitvoering). Het individuele vakmanschap van de disciplines vormt een stevig fundament voor de multidisciplinaire samenwerking. Door regionaal samen te werken wordt ervoor gezorgd dat de hulpdiensten en gemeenten zo effectief mogelijk reageren op een ramp of crisis.
Als basis voor de voorbereiding op de incidenten en crises die een multidisciplinair en veelal grootschalig optreden vergen, beschikt de VRH over een regionaal risicoprofiel, een regionaal beleidsplan rampenbestrijding en crisisbeheersing en een regionaal crisisplan. Deze plannen zijn begin 2023 door het Algemeen Bestuur van de VRH vastgesteld en lopen tot en met 2026. De komende periode wordt gewerkt aan het actualiseren van deze plannen voor de periode 2027-2030. Diverse ontwikkelingen hebben effect op de risico’s in de regio en daarmee op het dagelijks werk en de multidisciplinaire samenwerking. Om de kwaliteit van het werk te blijven garanderen moet de veiligheidsregio blijven inspelen op (toekomstige) maatschappelijke trends en ontwikkelingen. Er zijn bestuurlijke afspraken gemaakt om de crisisbeheersing en de informatiepositie landelijk te versterken. De extra gelden zijn daarom ook specifiek bestemd voor de versterking van de boven- en interregionale crisisbeheersing en informatiepositie. De middelen worden ingezet om de slagkracht, flexibiliteit, veerkracht en robuustheid van de regionale crisisorganisatie verder te versterken. Hiervoor is tot en met 2026 sprake van een geleidelijk opbouwende structurele toevoeging in de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR) die veiligheidsregio’s van het Rijk ontvangen.
Door het Rijk is ten aanzien hiervan nadrukkelijk aangegeven dat het niet de bedoeling is dat de gemeentelijke bijdragen aan veiligheidsregio’s – als effect van de ophoging van de BDUR – worden verlaagd. Voor 2026 is 10% korting op de oorspronkelijke BDUR doorgevoerd. Deze korting wordt ingaande 2027 volledig gecompenseerd met weerbaarheidsgelden. Tegelijkertijd zijn er in het kader van de landelijke weerbaarheidsopgave incidentele financiën beschikbaar gesteld voor de pilots noodsteunpunten en coördinatiepunten. Deze pilots worden in 2026 uitgevoerd in de gemeenten Den Haag en Leidschendam-Voorburg. Onbekend is wat de omvang van de structurele financiering vanaf 2027 wordt. Dit brengt voor de komende periode onzekerheid met zich mee over de beschikbare capaciteit voor de versterking van crisisbeheersing, de informatiepositie en de weerbaarheidsopgave.
Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
7
2.4 GHOR De GHOR opereert op het snijvlak van de domeinen veiligheid, openbaar bestuur en zorg. Actoren binnen deze domeinen dragen bij aan de totstandkoming van beleid, strategie en de dagelijkse praktijk van risicobeheersing, informatiemanagement en crisisbeheersing. Deze publieke taak wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Bestuur en het opperbevel van de burgemeester (bij lokale rampen en crises) of de voorzitter van de Veiligheidsregio (bovenlokale rampen en crises). De GHOR draagt bij aan multidisciplinaire samenwerking en fungeert als de ambassadeur van de zorg richting de domeinen openbaar bestuur en veiligheid. De GHOR geeft leiding en coördineert de zorgketen bij rampen en crises, middels een 24-uurs beschikbaarheid van de piketorganisatie. Hiermee wordt gerealiseerd dat de gezondheidszorg naadloos kan opschalen van dagelijkse zorg naar grootschalige hulpverlening. De omgeving waarin de GHOR opereert verandert snel en wordt complexer. De crises zoals men deze kent uit het verleden veranderen en zullen nog verder gaan veranderen, dit is op de thema’s klimaat, geopolitieke dreiging, energietransitie en stedelijke verdichting. Dit geeft uitdagingen die invloed hebben op de wijze waarop de GHOR invulling geeft aan haar opdracht.
Het omgevingsbeeld van de GHOR is sterk afhankelijk van de samenhang en interactie met een breed scala aan actoren, van GGD GHOR NL tot ministeries, Veiligheidsregio’s en het ROAZ/NAZW. Het is van belang dat de GHOR haar positie in dit netwerk blijft versterken, rekening houdend met de veranderende (geo)politieke, maatschappelijke en organisatorische context. Landelijk wordt al geruime tijd gewerkt aan de wijzigingen in de Wet Veiligheidsregio’s. Er wordt beschreven dat Geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en de voorbereiding daarop een wezenlijk onderdeel zijn van de publieke veiligheidstaken. De GHOR, als onderdeel van de Veiligheidsregio, onder aansturing van de DPG, vervult hierin een onafhankelijke en noodzakelijke regiefunctie. Op dit moment zijn we in afwachting van de consultatie op de tweede tranche wetsvoorstellen, die betrekking hebben op de GHOR. De afronding van de wetwijziging wordt over een jaar of drie verwacht De GHOR heeft in 2025 haar meerjarenbeleidsplan voor de beleidsperiode 2026-2030 hernieuwd. De twee nieuwe thema’s voor deze beleidsperiode zijn risicogericht samenwerken en robuustheid.
Met Risicogericht samenwerken wordt cyclisch risicomanagement in de zorg geïntroduceerd, wordt het fundament voor Informatiemanagement en Netwerkmanagement verder versterkt, en zal GHOR Haaglanden een grotere rol aannemen om bovenregionale en landelijke samenwerking tussen GHOR-bureaus te versterken. In samenhang met de regionale focus op organisatie continuïteit en veerkracht zet de GHOR in op robuustheid van de zorgsector, de eigen organisatie en binnen de samenleving specifiek voor kwetsbare groepen. Landelijk staan de onderwerpen “verhogen maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht” en ’’civiel militaire samenwerking’’ hoog op de beleidsagenda. Binnen de VRH – waaronder de GHOR – wordt hieraan gewerkt in nauwe samenwerking met de zorgpartners en de gemeenten. Hierbij gaat de GHOR zich o.a. richten op: • Borgen bereikbaarheid eigen GHOR bureau en ketenpartners • Met de zorgketen knelpunten rondom weerbaarheid verkennen en oplossen.
• Samenwerken met andere GHOR bureaus, zorginstellingen en multi-partners voor gezamenlijke planvorming weerbaarheid Vanuit het feit dat de maatschappij digitaliseert en er een overvloed aan data op instellingen en organisaties af komt, is het de ambitie van de GHOR om deze data om te zetten in bruikbare integrale informatie die tijdens crisis of gebruikt wordt bij de sturingsvraagstukken of prospectief inzicht biedt voor voorbereidingsvraagstukken. De verandering in soorten crises en dreiging hebben de behoefte aan een 24/7 actueel en gedeeld geneeskundig beeld meer dan bevestigd. Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 8 AB 10 april 2026 – versie 1.0
Met VR Hollands Midden is het VIK (veiligheidsinformatieknooppunt) ontwikkeld, ten behoeve van deze samenwerking en het geneeskundig beeld wordt er gewerkt aan de samenstelling van de benodigde dataset voor de informatie binnen het VIK. 2.5
Meldkamer brandweer (MKB)
De samenleving wordt complexer. In het verlengde daarvan groeit de complexiteit en verbondenheid van de (potentiële) dreigingen met een groeiende maatschappelijke impact. Om onze rol als veiligheidsregio in de samenleving te kunnen blijven vervullen, is een sterke informatiepositie essentieel. De complexiteit vraagt om meer, betere en diepere kennis over de effecten/gevolgen van dreigingen. Eén van de aspecten van deze kennis betreft organisatieoverstijgende informatiedeling tijdens de verschillende fasen van incidentbestrijding en crisismanagement/ -beheersing. Een gezamenlijk en actueel veiligheidsbeeld zorgt ervoor dat – samen met partners – gericht keuzes gemaakt kunnen worden. De Meldkamer speelt in deze ontwikkelingen een cruciale rol. De Gemeenschappelijke meldkamer Den Haag is per mei 2024 aangesloten op de landelijke netwerkomgeving van de LMS. De meldkamerfunctie bevindt zich in een belangrijke transitiefase door de landelijke vervanging en vernieuwing van kritische meldkamersystemen. De komende jaren staan in het teken van drie samenhangende trajecten: MKCS, NOVA en VMX. Met MKCS wordt de huidige telefonie binnen de meldkamer vervangen door een landelijk, toekomstvast systeem dat beter aansluit bij multidisciplinaire samenwerking, schaalbaarheid en continuïteit.
Dit traject vraagt niet alleen om technische implementatie, maar ook om investeringen in inrichting, opleiding en beheer. NOVA vormt de opvolger van het huidige GMS en is bedoeld als het nieuwe landelijke meldkamersysteem voor intake, uitvraag en alarmering. De overgang naar NOVA heeft grote impact op werkprocessen, informatiepositie en ketensamenwerking en vereist een zorgvuldige voorbereiding, testfase en begeleiding van medewerkers. De vervanging van C2000 door VMX is noodzakelijk om de betrouwbaarheid, capaciteit en veiligheid van de spraaken datacommunicatie voor hulpdiensten te waarborgen. Dit traject is cruciaal voor de operationele continuïteit van de brandweer en andere disciplines, zowel in de dagelijkse praktijk als bij grootschalige en complexe incidenten. Deze ontwikkelingen zijn randvoorwaardelijk voor een robuuste en toekomstbestendige meldkamer en brengen – naast landelijke financiering – ook regionale inspanningen met zich mee op het gebied van implementatie, beheer, opleiding en tijdelijke dubbelingen. Structurele aandacht in de begroting blijft daarom noodzakelijk. 2.6
Gemeentelijke crisisbeheersing/bevolkingszorg
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren en voorbereiden van de gemeentelijke crisisorganisatie, bevolkingszorg en crisiscommunicatie. Deze taken dienen daarbij optimaal aan te sluiten bij de reguliere werkzaamheden van de gemeenten en de behoeften van de samenleving. Hierbij is het noodzakelijk de werkwijze telkens aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen en trends. Daarom zijn de werkwijzen van bevolkingszorg en crisiscommunicatie in respectievelijk 2024 en 2025 doorontwikkeld. Hierbij is aangesloten bij de implementatie van het ‘uniform kwaliteitsniveau bevolkingszorg’ en zijn de ontwikkelingen van het wijzigingstraject van de Wet en het Besluit veiligheidsregio’s meegenomen.
Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
9
De versterking van de maatschappelijke weerbaarheid stelt een nieuwe behoefte aan de werkwijze van bevolkingszorg, crisiscommunicatie en de gemeentelijke crisisorganisatie. Het versterken van de continuïteit van deze processen zal vanaf 2026 worden gestart in samenhang met de andere onderdelen van de versterkingsopgave. Deze versterking vindt plaats in de context van de toenemende krapte op de arbeidsmarkt.
Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
10
Programmabegroting Veiligheid 3.1
Raming van lasten en baten
Meerjarenraming van lasten en baten
(bedragen in duizenden euro's)
Rekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Lasten
126.463
131.902
136.065
135.965
136.005
136.045
Baten
127.742
126.955
132.975
135.965
136.005
136.045
1.279
-4.947
-3.090
0
0
0
569
4.947
3.090
0
0
0
1.848
0
0
0
0
0
Vennootschapsbelasting
0
0
0
0
0
0
Resultaat na belasting
1.848
0
0
0
0
0
Saldo lasten en baten Mutatie reserves Resultaat
Raming lasten en baten programma-activiteiten jaarschijf 2027
(bedragen in duizenden euro's) Mutatie
Lasten Brandweerzorg
Baten
Reserve
100.962
97.947
Rampenbestrijding en crisisbeheersing
4.171
Meldkamer/MKB
3.803
GHOR
Saldo
3.015
0
4.171
0
0
3.728
75
0
2.691
2.691
0
0
Gemeentelijke crisisbeheersing
2.180
2.180
0
0
Overhead
22.045
22.045
0
0
213
213
0
0
136.065
132.975
3.090
0
Bedrijfsvoering onvoorzien Totaal
Financiële ontwikkelingen
(bedragen in duizenden euro's) Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2026
2027
2028
2029
2030
128.365
128.365
128.265
128.265
128.265
Interne verschuiving tussen producten
0
0
0
0
0
Voorcalculatie trend 2027
0
3.493
3.493
3.493
3.493
771
771
771
771
771
Overige ontwikkelingen
2.186
2.036
2.036
2.036
2.036
Weerbaarheidsgelden
580
1.400
1.400
1.440
1.480
131.902
136.065
135.965
136.005
136.045
Verloopstaat lasten 2026 naar 2027 Begroting 2026
Nacalculatie trend voorgaande jaren
Totaal
Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
11
De VRH heeft voor het jaar 2027 € 3.090.000 aan incidentele baten. Met de vrijval van de reserve ‘verlaging gemeentelijke bijdrage’ is voor 2027, net als voor 2026, de gemeentelijke bijdrage met 3% verlaagd.
Structureel begrotingssaldo
(bedragen in duizenden euro's) begroting 2026
begroting 2027
begroting 2028
begroting 2029
begroting 2030
Saldo baten en lasten
-4.947
-3.090
0
0
0
Vrijval reserves
4.947
3.090
0
0
0
Dotatie reserves
0
0
0
0
0
Begrotingssaldo na bestemming
0
0
0
0
0
Overzicht incidentele baten en lasten
(bedragen in duizenden euro’s) begroting 2026
begroting 2027
4.947
3.090
Bouwfase LMS
100
75
Realisatie noodstroomaggregaten
740
Versterking crisisbeheersing en informatiepositie
615
Pilot noodsteunpunten
180
Incidentele baten: Vrijval reserves
begroting 2028
begroting 2029
begroting 2030
0
0
0
Verlaging gemeentelijke bijdrage
3.312
3.015
Incidentele lasten
4.947
3.090
0
0
0
0
0
0
0
0
Saldo incidentele baten en lasten
3.2
Toelichting op grondslagen
De grondslagen zijn gebaseerd op het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). De grondslagen zijn van toepassing voor begroting en jaarrekening. Niet alle grondslagen zijn direct relevant voor de begroting. Algemeen Algemeen uitgangspunt is dat het stelsel van baten en lasten wordt toegepast. Hoofdregel is dat als prijsgrondslag de historische kostprijs inclusief BTW wordt gehanteerd. Op basis van de Wet markt en overheid is getoetst dat de VRH niet als ondernemer voor de vennootschapsbelasting moet worden aangemerkt. Materiële vaste activa Voor de investeringen en kapitaallasten in deze begroting geldt: - De post materiële vaste activa betreft investeringen met economisch nut. - De materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van de oorspronkelijke verkrijgingof vervaardigingprijs en worden als regel annuïtair (panden) of lineair (overig) afgeschreven. - Afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de verwachte technische of economische levensduur. Waardeverminderingen worden onafhankelijk van het resultaat van het begrotingsjaar in aanmerking genomen. De afschrijving vangt aan het eerste boekjaar na ingebruikname van het actief. Vlottende activa en passiva Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
12
Vlottende activa en passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vorderingen worden gewaardeerd onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid.
-
Reserves De VRH kent (naast specifieke bestemmingsreserves) een aantal reserves. - Algemene reserve betreft het eigen vermogen (weerstandscapaciteit) van de VRH. Overheadtoerekening en vernieuwing BBV De meerjarenbegroting is vervaardigd volgens het vernieuwde Besluit Begroting Verantwoording (BBV). De wijzigingen richten zich met name op: - de opname van uniforme taakvelden (zie bijlage 7.2); - meer inzicht in de kosten van overhead (zie 5.7 overzicht overhead); - opnemen van een geprognotiseerde balans en het EMU-saldo (zie bijlagen 7.7 en 7.8).
en
In deze begroting is een overzicht Overhead opgenomen. Een gevolg van de voorschriften is dat er tussen de producten een andere verrekening ontstaat. De PIJOFACH-kosten (Personeel, Informatievoorziening, Juridisch, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie en Huisvesting) worden niet verdeeld over de producten, maar verantwoord op het overzicht overhead. De kazernes worden conform landelijke richtlijnen toegerekend aan het primair product. Daarnaast worden leidinggevenden volgens de BBV als overhead aangemerkt. Ook deze lasten staan gerubriceerd onder het overzicht Overhead. 3.3
Financiële ontwikkelingen
De verloopstaat geeft de mutaties weer ten opzichte van de vorige begroting 2026 – 2030. Tabel 1. Verloopstaat lasten 2026 naar 2027
Jaarschijf 2026
Begroting 2026
Jaarschijf 2027
128.365
Voorcalculatie trend gemeentelijke bijdrage 2027
128.365 3.493
Nacalculatie trend gemeentelijke bijdrage voorgaande jaren
771
771
Overige ontwikkelingen
2.186
2.036
Weerbaarheidsgelden
580
1.400
131.902
136.065
Begroting 2027
Trend gemeentelijke bijdrage De trendsystematiek voor de VRH is volledig in lijn met de kaderbrief voor gemeenschappelijke regelingen van de gemeenten. De VRH baseert de trend op de indexcijfers loonvoet sector overheid (60%), prijsontwikkeling op overheidsconsumptie (IMOC, 20%) en prijsontwikkeling op overheidsinvesteringen (IBOI, 20%). Het trendpercentage voor 2027 bedraagt 3,06% (€ 3.493.000). De trend voor voorgaande jaren is met 0,68% naar boven bijgesteld (€ 771.000). Tabel 2. Trend Trend
(bedragen in duizenden euro's) 2025 (%)
2026 (%)
Begroting 2026
4,74%
2,14%
CPB indexcijfers 2025
*4,84%
**2,72%
Nacalculatie
0,10%
0,58%
Begroting 2027
0,68%
*CEP maart 2025 /**cMEV aug-sept 2025 conform kaderbrief gemeenten Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
13
t/m 2026
2027(%)
2027
**3,06%
771
3,06%
3.493
Weerbaarheidsgelden Op 15 oktober 2025 zijn door de Minister van Justitie en Veiligheid, het VB en VNG bestuurlijke afspraken gemaakt over weerbaarheid. Onderdeel van deze afspraken is het stapsgewijs ontwikkelen van een landelijk netwerk aan noodsteunpunten. In samenwerking met de inliggende gemeenten zal de VRH een pilot uitvoeren voor één of meerdere lokale noodsteunpunten met bijbehorende coördinatiepunt(en). Voor de in 2026 uit te voeren pilots is € 0,6 mln rijksbijdrage ontvangen. Er is een landelijke projectorganisatie die wordt belegd bij het NIPV. Deze projectorganisatie draagt gedurende de pilotfase zorg voor een landelijk evaluatie en een advies tot inrichting van een landelijk netwerk aan noodsteunpunten. Mede aan de hand van de evaluatie van deze pilots, zal het weerbaarheidsvraagstuk zowel inhoudelijk als financieel landelijk en regionaal verder uitgewerkt moeten worden. Landelijk is € 35 mln beschikbaar. Helder is in elk geval dat de thans beschikbaar gestelde bedragen niet toereikend zijn. Vooralsnog is in deze begroting een raming opgenomen van de beschikbaar gestelde weerbaarheidsgelden ingaande 2027. Op basis van een voorzichtige inschatting zou dit € 1,4 mln voor Haaglanden zijn. Overige ontwikkelingen De overige ontwikkelingen bedragen in 2026 € 2,2 mln en in 2027 € 2,0 mln. De grootste post betreft de verwachte verhoging van de BDUR-gelden.
De toekenning voor 2026 neemt toe met € 0,4 mln. Dit is inclusief gedeeltelijke compensatie van de eerdere 10%-korting. Ingaande 2027 neemt de BDUR nogmaals toe met € 0,8 mln, inclusief volledige compensatie van de eerdere korting. Wel staat hier een taakuitbreiding op het vlak van lokale weerbaarheid tegenover. Ook is de trendmatige verhoging van de BDUR voor 2027 geraamd (€ 0,3 mln). Tevens zijn er bestedingen ten laste van de specifieke reserves geraamd in 2026 (€ 1,4 mln). Het betreft de realisatie van noodstroomaggregaten en bestedingen ter versterking van de crisisbeheersing en informatiepositie. Tot slot nemen de inkomsten ingaande 2026 toe met € 0,4 mln. Het betreft onder meer een bijdrage van de LMS voor de functie van calamiteiten coördinator. Ingaande 2027 neemt de gemeentelijke bijdrage toe vanwege de groei van het aantal inwoners (€ 0,1 mln).
Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
14
3.4
Financiën in hoofdlijnen
Om snel inzicht te geven in de geldstromen van de VRH twee grafieken. Aan welke producten geven we het uit? De grafiek geeft weer dat 74% van het geld naar brandweerzorg gaat. De overige producten krijgen samen 26%. Grafiek 1. Aandeel uitgaven producten
Aandeel uitgaven producten 16% 74% 2% 3% 2% 3%
Brandweerzorg Crisisbeheersing GHOR MKB Gemeentelijke crisisbeh. Overhead
En wat voor kosten betreft het? De personeelskosten (incl. FLO) zijn met 69% de grootste post. De kosten van de 2e loopbaan als onderdeel van de overgangsregeling zijn hier nog niet begroot. De overige 31% betreft kapitaallasten en goederen en diensten. Grafiek 2. Aandeel uitgaven kostensoorten
Aandeel uitgaven kostensoorten 25% 65%
Personeelskosten Overgangsregeling FLO Kapitaallasten
6%
Goederen en diensten
4%
Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
15
4
Paragrafen
4.1
Gemeentelijke bijdrage
De gemeentelijke bijdrage is veruit de grootste inkomstenbron voor de VRH. Grafiek 3 geeft weer dat in totaal 87% van de inkomsten door de gemeenten wordt betaald. Ook het Rijk draagt bij via met name de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR) en de weerbaarheidsgelden. Deze bedragen in totaal 11% waarvan 8% de bijdrage voor rampenbestrijding en 3% voornamelijk BTW compensatie betreft. Grafiek 3. Aandeel inkomsten stakeholders
Aandeel inkomsten stakeholders 2%
11%
Rijk Gemeenten
87%
Overigen
De gemeentelijke bijdrage is voor 2027 geïndexeerd met 3,06% (€ 3.493.000). De trend voor voorgaande jaren is met 0,68% (€ 771.000) bijgesteld. Dit houdt per saldo in een stijging van € 4.264.000. Bijzonder in deze begroting is de incidentele verlaging van de gemeentelijke bijdrage vanwege het ravijnjaar. Het Algemeen Bestuur heeft besloten de voordelig jaarresultaten over 2023 en 2024 in te zetten om de gemeentelijke bijdrage in zowel 2026 (met € 3.312.000) als 2027 (met € 3.015.000) incidenteel te verlagen. In de begroting 2027 is sprake van een bijdrage per inwoner variërend tussen € 71,02 voor Midden Delfland en € 109,23 voor Den Haag. De inwonerbijdrage van Delft bedraagt met € 99,42 ongeveer het gemiddelde van de inwonerbijdrage. De bijdrage van de gemeenten volgt de ontwikkeling van het aantal inwoners. De stijging van het aantal inwoners in Haaglanden bedraagt 0,48% (5.632 inwoners). Het AB heeft bij de vaststelling van het verdeelmodel besloten dat hiervan 75% structureel wordt bezuinigd en 25% wordt doorberekend om regionale ontwikkelingen te bekostigen. Dit resulteert in een stijging van de bijdrage met € 142.000.
Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
16
De verdeelsystematiek De onderliggende verdeelsystematiek, die leidt tot de bijdrage per inwoner, heeft de VRH in de bestuursvergadering in december 2022 herbevestigd. Conform bestuurlijke afspraak wordt dit verdeelmodel in 2026 opnieuw geëvalueerd. De VRH-kosten van de gemeenten bestaan grofweg uit drie onderdelen, boxen genoemd: Box 1
Brandweerzorg De kosten van box 1 worden toegerekend naar brandveiligheidsrisico’s en de mate van verstedelijking. Deze kosten hebben betrekking op de regionale basis brandweerzorg, specialistische brandweerzorg en brandweer Multi kosten. Deze kosten behelzen circa 80% van de gemeentelijke bijdragen in totaal.
Box 2
Algemene kosten De kosten van box 2 zijn gebaseerd op algemeen nut en zijn een gelijk bedrag per inwoner. Deze kosten hebben betrekking op de kosten voor bedrijfsvoering, meldkamer, crisisbeheersing, GHOR en gemeentelijke crisisbeheersing. Deze kosten behelzen circa 20% van de gemeentelijke bijdragen in totaal.
Box 3
Aanvullend maatwerk De kosten van box 3 worden per gemeente afgerekend met de individuele gemeenten. Deze kosten hebben betrekking op de kosten voor de overgangsregelingen (FLO) en een gemeentelijk pluspakket (strandveiligheid in Den Haag).
Tabel 3. Bijdrage per inwoner per gemeente Gemeente
(bedragen in duizenden euro's) Inwoners t.b.v begroting*
2026
2027
2028
2029
2030
2026
2.027
106,32
109,23
109,23
109,23
109,23
568.945
569.076
Zoetermeer
92,65
95,18
95,18
95,18
95,18
129.862
130.850
Delft
96,77
99,42
99,42
99,42
99,42
110.173
110.044
Categorie grootstedelijk Den Haag Categorie stedelijk
Leidschendam-Voorburg
95,02
97,62
97,62
97,62
97,62
78.318
78.915
Rijswijk
102,92
105,73
105,73
105,73
105,73
60.717
61.874
Westland
75,83
77,91
77,91
77,91
77,91
116.916
118.795
Pijnacker Nootdorp
78,13
80,27
80,27
80,27
80,27
58.126
58.749
Wassenaar
91,82
94,33
94,33
94,33
94,33
27.525
27.975
Midden Delfland
69,13
71,02
71,02
71,02
71,02
19.423
19.359
Gemiddelde bijdrage gemeenten
97,56
100,19
100,19 100,19
100,19
1.170.005
1.175.637
Categorie kleinstedelijk
Categorie landelijk
* De bepaling van de aantallen inwoners wordt altijd begin maart uitgevoerd op basis van de laatste gegevens van het CBS over het aantal inwoners per 1 januari 2026.
Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
17
In de volgende tabel is de bijdrage per gemeente weergegeven. Tabel 4. Bijdrage per gemeente Gemeente
(bedragen in duizenden euro's)
2026
2026 reserve
2027
2027 reserve
2028
2029
2030
Categorie grootstedelijk Den Haag
60.489
-1.755
62.159
-1.591
62.159
62.159
62.159
Zoetermeer
12.031
-349
12.454
-319
12.454
12.454
12.454
Delft
10.662
-309
10.941
-280
10.941
10.941
10.941
Leidschendam Voorburg
7.442
-216
7.704
-197
7.704
7.704
7.704
Rijswijk
6.249
-181
6.542
-167
6.542
6.542
6.542
Westland
8.866
-257
9.255
-237
9.255
9.255
9.255
Pijnacker Nootdorp
4.541
-132
4.716
-121
4.716
4.716
4.716
Wassenaar
2.527
-73
2.639
-68
2.639
2.639
2.639
1.343
-39
1.375
-35
1.375
1.375
1.375
114.150
-3.312
117.785
-3.015
117.785
117.785
117.785
Categorie stedelijk
Categorie kleinstedelijk
Categorie landelijk Midden Delfland Totale bijdrage gemeenten
Een bedrag van € 213.000 (€ 0,18 per inwoner) voor de post onvoorzien wordt niet op voorhand in rekening gebracht. Het Algemeen Bestuur heeft in deze opzet de ruimte om eigenstandig te besluiten voor onvoorziene zaken tot maximaal € 213.000 extra te heffen. 4.2
Weerstandsvermogen en beheersing van risico’s
Algemeen In deze paragraaf wordt ingegaan op potentiële risico’s en de vertaling van deze risico’s tot een acceptabel weerstandsvermogen. Risicomanagement is het bewust worden, identificeren, kwantificeren en beheersen van relevante risico’s. De risico’s worden twee keer per jaar geïnventariseerd en geactualiseerd. Vervolgens wordt bepaald of het hier afgedekte, of niet afgedekte risico’s betreft. Voor de niet afgedekte risico’s dient een weerstandscapaciteit te worden aangehouden. Weerstandscapaciteit Op basis van risico-identificatie en de risicomatrix is de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Uitgangspunt hierbij is de statische benadering die ervan uitgaat dat de risico’s zich niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang voor zullen doen. De weerstandscapaciteit binnen de VRH bestaat uit de algemene reserve. Deze reserve dient ter dekking van geïdentificeerde risico’s van materiële aard. Risico’s met een beperkt financieel beslag worden gedekt uit de lopende exploitatie en de post onvoorzien. De toevoeging van een voordelig resultaat aan de algemene reserve is regel tot de algemene reserve het maximum heeft bereikt van 1% van de begrotingsomzet. Het Algemeen Bestuur kan besluiten tot een hogere algemene reserve. De post onvoorzien, groot € 213.000, wordt jaarlijks geïndexeerd.
Daarnaast wordt de weerstandscapaciteit gevormd door de deelnemende gemeenten die garant staan voor de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden.
Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
18
Verloop van reserves en voorzieningen De VRH heeft een algemene reserve en een aantal bestemmingsreserves. Het verloop tot en met 2025 is in onderstaande tabel zichtbaar. Voor het verdere verloop wordt verwezen naar bijlage 7.6. Tabel 5. Reserves
(bedragen in duizenden euro's) Eindstand
Toename
Onttrekking
2025
Eindstand
Toename
2026
Onttrekking
Eindstand
2027
Algemene reserve
1.744
355
0
2.099
0
0
2.099
Algemene reserve VRH
1.744
355
0
2.099
0
0
2.099
Bestemmingsreserve LMS
175
0
100
75
0
75
0
Versterking crisisbeheersing
1.030
0
615
415
0
0
415
Realisatie noodstroomaggregaten
0
740
740
0
0
0
0
Pilots noodsteunpunten
0
180
180
0
0
0
0
Verlaging gemeentelijke bijdrage
6.327
0
3.312
3.015
0
3.015
0
Bestemmingsreserves VRH
7.532
920
4.947
3.505
0
3.090
415
Te bestemmen resultaat 2025
1.848
-1.848
0
0
0
0
0
0
573
573
0
0
0
0
11.124
0
5.520
5.604
0
3.090
2.514
Verrekening gemeenten Totaal reserves
Bestemmingsreserve LMS Het beheer van de meldkamer is per 1 januari 2020 overgegaan naar de LMS. De LMS geeft in de ‘bouwplaats’ periode 2020 – 2024 verder gestalte aan de gezamenlijke meldkamers. In deze periode worden rafelranden als gevolg van de overgang afgehecht. Het ministerie van JenV heeft op basis van de afspraken landelijk ‘Uitwerkingskader Meldkamer’ € 0,5 mln. voor achterblijvende kosten overgemaakt (instemming AB 30 mei 2018). Met de vorming van deze reserve kunnen kosten als gevolg van de transitie worden opgevangen. Bestemmingsreserve versterking crisisbeheersing In navolging van de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s zijn landelijk bestuurlijke afspraken gemaakt om de crisisbeheersing en de informatiepositie te versterken. De VRH ontvangt ingaande 2026 structureel € 2,7 mln BDUR specifiek bestemd voor de versterking van de toekomstige crisisbeheersing en de informatiepositie (BDUR-2). De VRH heeft in overleg met politie en gemeenten gekozen voor structurele versterking van de formatie voor crisisbeheersing en informatievoorziening. Niet uitgegeven versterkingsgelden worden toegevoegd aan de reserve en projectmatig besteed in volgende jaren.
Verlaging gemeentelijke bijdrage Het AB heeft op basis van de jaarrekening 2023 besloten (AB april 2024) het voordelig resultaat aan te wenden om via een bestemmingsreserve een incidentele verlaging van de gemeentelijke bijdragen voor het ravijnjaar 2026 te realiseren. Te bestemmen resultaat 2025 Het bestuur van de VRH besluit april 2026 in haar vergadering over de resultaatbestemming.
Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
19
Risico’s Op basis van risico-identificatie en de risicomatrix is de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Uitgangspunt hierbij is de statische benadering die ervan uitgaat dat de risico’s zich niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang voor zullen doen. De weerstandscapaciteit binnen de VRH bestaat uit de algemene reserve. Deze reserve dient ter dekking van geïdentificeerde risico’s van materiële aard. Risico’s met een beperkt financieel beslag worden gedekt uit de lopende exploitatie en de post onvoorzien. De toevoeging van een voordelig resultaat aan de algemene reserve is regel tot de algemene reserve het maximum heeft bereikt van 1% van de begrotingsomzet. De hoogte van de algemene reserve is besloten door het Algemeen Bestuur bij de vaststelling van de jaarrekening 2024. De post onvoorzien, groot € 213.000, wordt jaarlijks geïndexeerd en bedraagt nu € 0,18 per inwoner. Daarnaast wordt de weerstandscapaciteit gevormd door de deelnemende gemeenten die garant staan voor de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden. De VRH onderkent een aantal niet afgedekte risico’s. Hieronder is aangegeven welke risico’s de VRH onderkent en in hoeverre, indien dit risico zich voordoet, een beroep wordt gedaan op de weerstandscapaciteit.
Tabel 6. Risicoberekening
(bedragen in duizenden euro's)
Risico’s versus weerstandscapaciteit Incidentele risico’s Loopbaanbeleid operationele dienst
121
Wet normering rechtspositie ambtenaren
526
Structurele risico’s Niet verzekerbare risico's
167
Ontwikkelingen vrije instroom vrijwilligers
329
Aansprakelijkheid dienstverlening
156
Cyberdreiging / digitale veiligheid
371
Gemiddeld werkgeversrisico WGA/WW
121
PTSS regeling
308
Geïdentificeerde niet afgedekte risico’s – gewenste weerstandscapaciteit
2.099
Beschikbare weerstandscapaciteit
1.744
Voorstel toevoeging uit voordelig resultaat
355
Weerstandscapaciteit na voorgestelde resultaatbestemming
2.099
Incidentele risico’s Loopbaanbeleid operationele dienst Per 1 januari 2006 is de FLO afgeschaft en vervangen door verplicht loopbaanbeleid voor personeel in bezwarende functies. Essentie van het loopbaanbeleid is dat medewerkers twintig jaar werkzaam zijn in een bezwarende functie en daarna overstappen naar een andere functie. Om dit mogelijk te maken investeren medewerker en werkgever in een passende beroepsopleiding. Vanaf 2021 worden er binnen de Veiligheidsregio verschillende initiatieven ontplooid om medewerkers in de operationele dienst hierbij te faciliteren. Binnen de VRH is het project Duurzame Inzetbaarheid gestart, dat zich erop richt dat alle betrokkenen dit jaar het goede (toekomst-) gesprek gevoerd zullen hebben. Ook worden er loopbaanpaden en arrangementen vormgegeven. Daarnaast kan de uitkomst van het Periodiek Preventief Medisch Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
20
Onderzoek (PPMO) aangeven dat het voor een brandweermedewerker verstandig is eerder naar een niet-bezwarende functie door te stromen. Tot nu toe is gebleken dat het percentage uitval door de PPMO zeer beperkt is. Voor enkele medewerkers die niet meer repressief inzetbaar zijn is een passende functie gevonden binnen de VRH. Het risico is berekend op € 121.000. Wet normalisering rechtspositie ambtenaren De Wnra regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde status krijgen als werknemers in het bedrijfsleven. In dit kader komen bijvoorbeeld arbeidsovereenkomsten in de plaats van de huidige eenzijdige aanstellingen en zullen er cao’s moeten worden afgesloten in plaats van eenzijdig vastgestelde rechtspositieregelingen. De regeling is voor de brandweer nog niet van kracht. Binnen de brandweer wordt gewerkt met zowel beroepsmedewerkers als vrijwilligers. Vrijwilligers hebben momenteel een ambtelijke aanstelling, maar onderscheiden zich van andere ambtenaren doordat zij zijn uitgezonderd van veel wettelijke en rechtspositionele bepalingen. De Wnra kan leiden tot het (gedeeltelijk of volledig) einde van het huidige systeem van brandweervrijwilligers en een kostenstijging van 30% tot 50%. Voor de VRH met ruim 300 vrijwilligers zou dit circa € 600.000 per jaar bedragen.
De veiligheidsregio’s hebben uitstel verkregen voor invoering van de Wnra om een oplossing te zoeken voor het knelpunt. Inmiddels hebben in opdracht van de Brandweerkamer van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van JenV onderzoeken plaatsgevonden die zich richten op Europese en internationaalrechtelijke regels in relatie tot de huidige rechtspositie van de brandweervrijwilliger. Uit de onderzoeken blijkt dat, om een onderscheid in rechtspositie tussen vrijwilligers en beroepsbrandweermensen te handhaven, er ook onderscheid dient te zijn in aard van het werk, opleiding en arbeidsomstandigheden. De Minister van JenV doet samen met het Veiligheidsberaad vervolgonderzoek naar de mogelijkheden voor herinrichting van de brandweerzorg in Nederland waardoor het rechtspositionele onderscheid tussen beroepsbrandweermensen en vrijwilligers gehandhaafd kan blijven. Het berekende risico komt uit op € 526.000. Structurele risico’s Niet verzekerbare risico’s Verzekeraars zijn steeds minder bereid om bepaalde risico’s te verzekeren. Zo zijn verzekeraars bijvoorbeeld gestopt met het aanbieden van de verzekering ter dekking van de predispositie voor brandweervrijwilligers.
Predispositie is het risico dat een medewerker onder diensttijd letsel oploopt of overlijdt, zonder dat aangetoond kan worden dat dit veroorzaakt wordt door een dienstongeval. Landelijk heeft de brandweer een waarborgfonds opgericht om deze risico's af te dekken. De VRH is in 2024 geparticipeerd in dit waarborgfonds. Ook is bijvoorbeeld groot molest voortkomend uit terrorismegevolgbestrijding niet verzekerbaar in Nederland. In geval van schade (uitval van materieel en nazorg nabestaanden en personeel) kan een beroep worden gedaan op de Nederlandse Herverzekering maatschappij voor Terrorismeschade (NHT). Buiten dit heeft de veiligheidsregio een financiële buffer nodig om, indien er claims volgen die niet gedekt zijn door een verzekering, deze uit haar eigen middelen te kunnen dragen. Vooralsnog houdt de VRH rekening met een te dragen financieel restrisico van € 167.000. Ontwikkelingen vrije instroom vrijwilligers De VRH hecht er aan de brandweerzorg in Haaglanden te blijven verzorgen door een beroepsbezetting in combinatie met vrije-instroomvrijwilligers. De beschikbaarheid van de vrijwilligers in de dag-situatie wordt een steeds grotere uitdaging. Om de paraatheid te kunnen blijven garanderen wordt het verloop van de vrijwilligers permanent gemonitord en daar waar mogelijk beïnvloed. Naast wervingscampagnes wordt ook het bedrijfsleven actief benaderd.
Zij kunnen medewerkers stimuleren toe te treden tot de brandweer om zodoende de beschikbaarheid te vergroten. Daarnaast zijn vier posten opgeleid om te werken met variabele voertuigbezetting en wordt dagdienstpersoneel opgeleid als brandweervrijwilliger om overdag Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 21 AB 10 april 2026 – versie 1.0
vanuit de Westlandse kazernes in de voertuigbezetting te kunnen voorzien. Dit vergroot onze flexibiliteit. Gezien de landelijke terugloop in aantallen vrijwilligers onderkent de VRH dat ondanks de inspanningen de werving niet volledig zal slagen. Het risico is berekend op € 329.000. Aansprakelijkheid dienstverlening De dienstverlening van de VRH is vastgelegd in procedures. Zo zijn kwaliteit en kwantiteit van de dienstverlening geborgd. Mocht de kwaliteit van de dienstverlening onverhoopt tekortschieten, dan is dit risico deels afgedekt via een WA-verzekering. De ervaring leert dat er sprake is van een restrisico (juridische kosten etc.). In het geval van een grieppandemie is de kwantiteit een risico. In dat geval wordt enerzijds de zorgvraag groter, anderzijds valt veel personeel wegens ziekte uit. Het risico is deels afgedekt door bijvoorbeeld het Draaiboek Grieppandemie en Afschaalmodel Brandweer. Het restrisico wordt geraamd op € 156.000. Cyberdreiging/digitale dreiging Organisaties binnen verschillende overheidslagen zijn slachtoffer geworden of hebben last ondervonden van een cyberaanval. De kans op een cyberaanval op de VRH wordt als reëel ingeschat. De VRH beperkt dit risico door het nemen van technische en organisatorische maatregelen, onder andere middels afspraken met medewerkers, leveranciers en ketenpartners.
Het risico van een aanval, waardoor gegevens mogelijk openbaar, ontoegankelijk of onbetrouwbaar worden, is echter nooit volledig te voorkomen. We zien in de afgelopen jaren dat aanvallen complexer worden, waardoor het ontdekken van een lek en het uitvoeren van herstelwerkzaamheden meer capaciteit en expertise vraagt van een organisatie. Financiële gevolgen van een aanval, die ontstaan uit onder andere het doen van onderzoek, het aanschaffen van vervangend apparatuur en het herstellen van de omgeving, worden hiermee groter ingeschat dan voorgaande jaren. Daarnaast bestaat het risico dat er een datalek optreedt. Bij een datalek, dat veroorzaakt kan worden door een cyberaanval maar ook andere oorzaken kan hebben, kunnen persoonsgegevens in handen vallen van derden die geen recht hebben op toegang tot deze gegevens. Het vervolg risico voor de personen kan bestaan uit stigmatisering, schade aan de gezondheid, financiële schade of (identiteit)fraude. Dit kan ook gevolgen hebben voor de VRH. Het totale risico van cyberdreiging/digitale dreiging legt een beslag op het weerstandsvermogen van € 371.000. Gemiddeld werkgeversrisico WGA/WW Voor de gevolgen van arbeidsongeschiktheid van medewerkers, het werkgeversrisico WGA (Wet Gedeeltelijke Arbeidsongeschiktheid), is de VRH eigen risicodrager. Dit is financieel voordeliger dan het volledig te verzekeren.
Met ingang van 2017 is de regelgeving gewijzigd en omvat het eigen risicodragerschap ook de WGA–flex en de ZW. Ook voor de gevolgen van de werkloosheidswet is de VRH verplicht eigen risicodrager, dit betreft zowel tijdelijke als vaste medewerkers. In de budgetten is hier rekening mee gehouden. Echter deze keuze brengt wel een restrisico met zich mee. Het totale beslag op het weerstandvermogen is berekend op € 121.000. Regeling PTSS Landelijk bereikten werkgevers en vakbonden een akkoord over de invoering van de ‘Regeling erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte’. Deze regeling is op 1 februari 2026 officieel van start. Omdat de regeling 5 jaar terugwerkende kracht heeft is de landelijke verwachting dat in het begin veel aanvragen zullen binnenkomen. Op dit moment wordt hard gewerkt om te komen tot een uniforme uitvoering van de Regeling PTSS met een landelijk ondersteuningsbureau. Vanuit goed werkgeverschap zet de VRH in op mentale fitheid tijdens oefendagen, zijn er partneravonden georganiseerd om naasten te informeren en zijn een flyer en poster ontwikkeld met informatie. De mentale fitheid van medewerkers wordt actief gemonitord middels rapportages van de gezondsheidsmonitor en registratie van betrokkenheid Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
22
bij ingrijpende incidenten. Er is nog geen financiële dekking voor de kosten die voortvloeien uit de regeling. Het totale beslag op het weerstandsvermogen is berekend op € 308.000. Overgangsregeling FLO Begin 2018 is het akkoord “Reparatie FLO-overgangsrecht Brandweerpersoneel” door werkgevers en werknemers definitief ondertekend. Een nadere uitwerking van het akkoord betrof nog een tweetal zaken: ”loopbaanbeleid voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006” en “verrekening van de door de werkgever opgebouwde levensloop tegoeden”. Het akkoord is in het voorjaar van 2019 definitief afgerond. Belangrijke essenties van de regeling is dat er in 2020 en 2021 versneld wordt gespaard (gebruik makend van de levensloopregeling) zodat zoveel mogelijk de fiscale boete van 52% wordt voorkomen. Daarnaast is sprake van een netto garantie voor de werknemer. De netto garantie en de complexe regeling maken de uitgaven lastig voorspelbaar. Wijzigingen in (fiscale) regels, maar ook de individuele keuzes van medewerkers (eerder of later uittreden, spaartegoed verdelen over of aan het einde van de FLOperiode) hebben direct effect op de uitgaven. In de nieuwe Cao is de reparatie van het AOW-gat gedicht, waarbij 50% ten laste van de gemeenten wordt gebracht.
De gemeenten hebben conform afspraak dit voorjaar een raming ontvangen op basis van deze recente Cao-afspraken inclusief de loonindexatie. Zeer recent is bekend geworden dat het RVU-heffingspercentage stapsgewijs zal worden verhoogd vanaf 2026 tot uiteindelijk 65% in 2028. Voorjaar 2026 zal een nieuwe raming worden opgesteld voor de gemeenten, te baseren op de nog overeen te komen nieuwe ‘CAO’. De deelnemende gemeenten dragen individueel zorg voor een voorziening voor deze kosten. In die zin is er voor de VRH geen sprake van een financieel risico. De berekening van de benodigde weerstandscapaciteit is als volgt: 1.744 + 355 Ratio weerstandsvermogen = ------------------------ = 1,0 2.099 Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle gekwantificeerde risico’s waarvoor geen bestemmingsreserves of voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn. De ratio is 1,00 en dit betekent dat het weerstandsvermogen precies voldoende is. Volledigheidshalve de toevoeging dat als risico’s zich onverhoopt en tegelijkertijd voordoen en in de maximale omvang, die de gewenste weerstandscapaciteit te boven gaan. Tabel 7. Ratio weerstandvermogen (x) betekenis Betekenis
Ratio weerstandsvermogen
Uitstekend
> 2,0
Ruim voldoende
1,4 < x < 2,0
Voldoende
1,0 < x < 1,4
Matig
0,8 < x < 1,0
Onvoldoende
0,6 < x < 0,8
Ruim onvoldoende
< 0,6
Kengetallen Het rijk heeft een regeling gepubliceerd over financiële kengetallen. Deze kengetallen moeten de gemeenten en gemeenschappelijke regelingen in de begroting en jaarverslag opnemen. Er worden in dit besluit zes kengetallen benoemd. De kengetallen grondexploitatie en Ontwerp meerjarenbegroting VRH 2027-2030 AB 10 april 2026 – versie 1.0
23
belastingcapaciteit zijn voor de VRH niet van toepassing. De overige zijn in onderstaande tabel opgenomen. Tabel 8. Financiële kengetallen rekening 2025
begroting 2026
begroting 2027
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
57,7%
57,6%
59,3%
57,7%
57,6%
59,3%
7,7%
3,8%
1,7%
Structurele exploitatieruimte
1,4%
0,0%
0,0%
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de netto schuldenlast van de VRH ten opzichte van de baten. De schuldquote neemt toe vanwege de toename van langlopende leningen ter financiering van de vervangingsinvesteringen. De schuldquote blijft onder de (gemeentelijke) norm van 90%. De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre de VRH aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. De veiligheidsregio zelf heeft een beperkt eigen vermogen, omdat gemeenten garant staan voor eventuele risico’s. Als gevolg hiervan is een ratio van < 10% aanvaardbaar. De structurele exploitatieruimte geeft aan in hoeverre de VRH tegenvallers kan opvangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. De flexibiliteit is beperkt. 4.3
Onderhoud kapitaalgoederen
Panden De VRH heeft een 25-tal panden in gebruik. De kazernes in Den Haag (6), Delft (1), Rijswijk (1), Leidschendam-Voorburg (1), Pijnacker-Nootdorp (1), Wassenaar (1) en Zoetermeer Oosterheem (1) zijn in eigendom van de VRH. De overige kazernes in Midden-Delfland (3), Westland (7) en Zoetermeer Stadshart (1) worden van de gemeenten gehuurd. Op 4 locaties zijn flexibele kantoor werkplekken beschikbaar. Op diverse kazernes in Midden-Delfland en Westland zijn werkplekken beschikbaar voor opstappers en ondersteuners. Daarnaast zijn er 2 locaties gehuurd in Den Haag, de Yp (etages voor GHOR en opschaling, gehuurd van de politie) en Hoek van Hollandlaan (strandveiligheid, gehuurd van gemeente Den Haag). Op het strand staan ten behoeve van strandveiligheid 4 seizoensposten. In de komende jaren worden hier 2 permanente strandposten gebouwd. Het eind 2024 opgestelde duurzaam meerjarenonderhoudsplan (DMJOP) is in 2025 geactualiseerd. Op basis hiervan is de dotatie aan de voorziening groot onderhoud vastgesteld op € 318.000. Vanaf 2026 wordt het onderhoud gevoerd volgens het geactualiseerde DMJOP. Bij het gunnen van langjarige onderhoudscontracten voor installatieonderhoud is energiebesparing en duurzaamheid een speerpunt. De VRH heeft een Energie Efficiency Richtlijn (EED) audit laten uitvoeren voor alle kazernes/locaties in eigendom.