CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Ontwerp meerjarenbegroting 2026-2029 VRH

Raad Besluitvorming 26 juni 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 158942420.765 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ONTWERP MEERJARENBEGROTING 2026 – 2029

‘verbindend vakmanschap in veiligheid en zorg’

Bezoekadres Dedemsvaartweg 1 - 2545 AP Den Haag / Postbus 52155 - 2505 CD Den Haag

Inhoudsopgave

1 1.1 1.2 1.3

Algemeen (blz 4) Inleiding Doelstelling Taken

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Beleidsmatige ontwikkelingen (blz 6) De veiligheidsregio Brandweer Rampenbestrijding en crisisbeheersing GHOR Meldkamers (GnkM en MKB) Gemeentelijke crisisbeheersing

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Programma Veiligheid (blz 10) Raming van lasten en baten Toelichting op grondslagen Financiële ontwikkelingen Financiën in hoofdlijnen

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Paragrafen (blz 15) Gemeentelijke bijdrage Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Overzicht van baten en lasten en toelichting van programmaonderdelen (blz 30) Brandweerzorg Crisisbeheersing en rampenbestrijding Meldkamer brandweer (MKB) Geneeskundige meldkamer (GnkM) Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Gemeentelijke crisisbeheersing Overhead

6

Vaststelling meerjarenbegroting (blz 47)

7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

Bijlagen (blz 48) Kostenverdeelstaat Verdeling naar taakvelden Inkomensoverdracht van het Rijk Investeringsplan Liquiditeitsplanning Reserves en voorzieningen Geprognotiseerde balans EMU saldo Afkortingenlijst

Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

1

Voorwoord De Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) is een wettelijk verplichte gemeenschappelijke regeling die taken uitvoert op het gebied van brandweerzorg, de geneeskundige hulpverlening bij calamiteiten, de regionale rampenbestrijding en crisisbeheersing en (tot 1 april 2025) de meldkamertaak voor ambulancezorg. De gemeenten financieren veruit het grootste deel van de begroting (86%). Gemeenten financieren met name de uitvoering van brandweerzorg, dat 75% van de begroting omvat. De overige taken van de VRH worden (mede) gefinancierd door het Rijk en tot 1 april 2025 de Regionale Ambulancevoorziening Haaglanden (RAVH). De grotendeels gemeentelijke financiering staat als gevolg van het ‘ravijnjaar’ onder druk. Om deze reden hebben de gemeenten in Haaglanden aan alle gemeenschappelijke regelingen – waaronder dus ook de VRH – gevraagd om bezuinigingen (ter waarde van 6,2%) en effecten daarvan in kaart te brengen voor het begrotingsjaar 2026. Als onderdeel van dit verzoek is kritisch gekeken naar de overhead van de VRH. In dit kader is door Adviesbureau Berenschot een benchmark uitgevoerd waarbij de VRH is vergeleken met andere veiligheidsregio’s. Uit deze benchmark blijkt dat de overhead van de VRH met 16% aanzienlijk lager ligt dan het landelijk gemiddelde van 21% bij veiligheidsregio’s.

Deze lage overhead komt voort uit eerdere bezuinigings- en besparingsopdrachten die de VRH heeft uitgevoerd. Vanuit financieel oogpunt zijn hierdoor de besparingsmogelijkheden volledig benut. Tegelijkertijd is ook merkbaar dat een lage overhead de organisatie kwetsbaar maakt. Omdat de begroting van de VRH hoofdzakelijk bestaat uit personele en materiële lasten op het gebied van brandweerzorg, is ook hier kritisch naar gekeken. Hierbij is een vergelijking gemaakt met de overige brandweerkorpsen in Nederland, zowel binnen de G4 1 als daarbuiten. Uitkomst hiervan is dat de kazernes in Haaglanden – in vergelijking met andere regio’s – druk zijn. Deze drukte kan worden verklaard door de compactheid van de regio Haaglanden in combinatie met een hoog aantal inwoners in combinatie met een hoge bevolkingsdichtheid. Deze regionale kenmerken leiden ertoe dat de brandweerzorg op veel plekken in Haaglanden door beroepsmedewerkers moet worden ingevuld. In deze gebieden ligt het aantal meldingen per dag simpelweg te hoog om te kunnen werken met brandweervrijwilligers. Een geheel of gedeeltelijke invulling van brandweerzorg door vrijwilligers is in Haaglanden alleen mogelijk op kazernes in het Westland, Midden-Delfland en Wassenaar.

Voor een aantal kazernes in deze gebieden geldt dat het aantal incidenten dusdanig hoog ligt, dat de grenzen van het werken met vrijwilligers in zicht beginnen te komen. De kosten voor vrijwilligers zijn vanzelfsprekend lager dan de kosten voor beroepsmedewerkers. Een bezuinigings-taakstelling van 6,2% is in de praktijk daarom alleen te realiseren door een beroepskazerne (met bijbehorend personeel 2) te sluiten en naar rato ook bezuinigingen door te voeren in de piketorganisatie en overige afdelingen op gebied van o.a. oefenen, risicobeheersing en operationele voorbereiding. Een sluiting van een kazerne werkt zowel lokaal (directe omgeving van een kazerne) als regionaal door. Vanzelfsprekend betekent het sluiten van een kazerne dat brandweervoertuigen van verder gelegen kazernes moeten komen. Concreet betekent dit dat het langer duurt voordat gestart kan worden met het effectief bestrijden van een incident en/of de gevolgen daarvan. Hoe risicovoller de bebouwing en meer verdicht een gebied is, hoe groter de impact is van deze langere opkomsttijden. Voorbeelden van gebieden met een verhoogd brandrisicoprofiel zijn gebieden met veel oude bebouwing, hoogbouw en portiekwoningen. 1 Regio’s met daarin de 4 grote steden in Nederland (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht). 2 Het invullen van een 24/7 basiseenheid vereist circa 30 fulltime brandweermensen.

Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

2

Dat een sluiting van een kazerne betekent dat het werk moet worden overgenomen door andere kazernes, leidt niet alleen tot langere opkomsttijden. Het leidt ook dat de werkdruk van de te sluiten kazerne moet worden verdeeld over kazernes die toch al bovengemiddeld druk zijn3. Voor een aantal beroepskazernes geldt daarbij dat – in geval van een sluiting – het werk deels bij vrijwillige kazernes terecht komt. Immers, het sluiten van een kazerne betekent niet dat het aantal incidenten als gevolg daarvan verdwijnt: het werkaanbod zal niet dalen door een bezuiniging. Het sluiten van een kazerne vermindert daarnaast ook de mogelijkheden om snel en effectief op te treden bij incidenten die gelijktijdig plaatsvinden, hetgeen in een drukke regio als Haaglanden regelmatig voorkomt. Tot slot vermindert dit ook de slagkracht van de brandweer, oftewel het vermogen om snel, veel brandweervoertuigen naar een incident te kunnen sturen. Een recent voorbeeld hiervan is de grootschalige inzet van de brandweer tijdens de explosie aan de Tarwekamp in Den Haag. Het is als gevolg van de verwachte bevolkingsgroei, toenemende verdichting en risico’s die samenhangen met de energietransitie niet realistisch om te verwachten dat de incidenten qua aantal en impact de komende jaren zullen afnemen. Deze ontwikkelingen geven daardoor op dit moment geen ruimte om te bezuinigen op het brandweerzorg-niveau.

Daarnaast geldt als kanttekening dat deze bezuinigingen hoofdzakelijk in personele kosten moeten worden gevonden, en daarop wet- en regelgeving t.a.v. (gedwongen) ontslagen van toepassing is. Dit betekent dat het niet opportuun is dergelijke bezuinigingen op korte termijn (voor het begrotingsjaar 2026) te realiseren. Het bestuur van de VRH heeft daarom gezocht naar besparingsmogelijkheden die niet het veiligheidsniveau in Haaglanden aantasten. De mogelijkheden die het bestuur van de VRH ziet, leiden ertoe dat de gemeentelijke bijdrage in 2026 met 4% kan worden verlaagd en bestaan uit: 1. Het realistischer en scherper begroten. Dit houdt onder andere in dat: a. niet meer alleen zekere inkomsten, maar ook ingeschatte inkomsten worden begroot; b. gelet op de huidige ontwikkelingen in de markt, vooraf vertragingen in de realisatie van aanbestedingen worden ingeboekt. Met het realistischer en scherper begroten kan (ingaande 2025) een besparing van circa € 1,2 mln (1 %) worden gerealiseerd. Daar staat tegenover dat de begroting door deze maatregel een minder grote mate van zekerheid zal bieden. Gelet op de beperkte weerstandscapaciteit van de VRH, neemt hierdoor de kans op een tekort toe. 2. Het gebruiken van de gevormde bestemmingsreserve 4 om zo de gemeentelijke bijdrage incidenteel te verlagen.

Dit is een maatregel die het VRH-bestuur eerder heeft getroffen om te anticiperen op het ravijnjaar. Dit betekent voor 2026 een verlaging van de bijdrage met € 3,3 mln en voor 2027 met € 3,0 mln. Voor beide begrotingsjaren een incidentele besparing van circa 3%. Deze twee maatregelen komen bovenop de bestaande efficiencymaatregel die is opgenomen in het huidige financieel verdeelmodel 5. In dit model is namelijk ingebouwd dat de mutatie van het aantal inwoners niet voor 100%, maar voor 25% in de inwonerbijdragen wordt verdisconteerd. Hiermee is – op basis van het aantal inwoners dat in de periode 2015-2024 met 100.000 is gestegen in de regio Haaglanden – een besparing van in totaal ruim € 7 mln. gerealiseerd. 3 Deze druk is overigens op dit moment al een nadrukkelijk aandachtspunt in de opgaven waarvoor de

VRH gesteld staat op het gebied van duurzame inzetbaarheid van uitrukpersoneel. 4 Gevormd uit de voordelige rekeningresultaten 2023 (AB-besluit april 2024) en 2024 (AB-besluit april 2025). 5 Conform bestuurlijke afspraak, wordt dit verdeelmodel in 2026 opnieuw geëvalueerd.

Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

3

1. 1.1

Algemeen Inleiding

Voor u ligt de meerjarenbegroting 2026-2029 van de gemeenschappelijke regeling GR Veiligheidsregio Haaglanden (VRH). De VRH is een door de Wet Veiligheidsregio’s verplichte gemeenschappelijke regeling. Nederland telt in totaal 25 veiligheidsregio’s, waarbij elke regio anders is georganiseerd en andere taken kent. Voor de VRH geldt dat deze regionaal de belangen behartigt op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, en geneeskundige hulpverlening. Brandweerzorg In Haaglanden is sprake van één regionaal korps: Brandweer Haaglanden. Binnen de gehele regio ontvangt elke gemeente vergelijkbare brandweerzorg. Voor het 24/7 bestrijden van incidenten bestaat de operationele dienst uit beroepsmedewerkers en vrijwilligers, verdeeld over 23 kazernes. Beiden worden ingezet voor de dagelijkse brandweerzorg, waarbij specialistische taken bij beroeps zijn belegd. De vrijwilligers zijn van groot belang voor het borgen van de slagkracht die nodig is voor de bestrijding van grote en langdurige incidenten. Naast incidentbestrijding is ook risicobeheersing een hoofdtaak. Jaarlijks wordt hiervoor een uitvoeringsprogramma vastgesteld in overleg met de gemeenten. Ook worden de taken van de meldkamer brandweer uitgevoerd.

Geneeskundige hulpverlening De ‘kolom’ Geneeskundige hulpverlening van de VRH bestaat uit de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) en de geneeskundige meldkamer (GnkM), die ook de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) omvat. De GnkM wordt per 1 april 2025 overgedragen aan de gemeente Den Haag/GGD Haaglanden. De GHOR is o.a. verantwoordelijk voor de inzet en coördinatie van het optreden van de geneeskundige (hulp)diensten bij incidenten. Dat betreft onder meer ambulancediensten, ziekenhuizen, huisartsen en GGD. De geneeskundige meldkamer omvat mede de MKA die, op basis van een SLA met de Regionale Ambulancevoorziening (RAV), de ambulancemeldingen verwerkt. Naast een gemeenschappelijke regeling is de VRH ook een regionaal samenwerkingsverband met betrekking tot gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding en crisisbeheersing (‘multidisciplinaire samenwerking’). Gemeentelijke crisisbeheersing Sinds 2010 zijn de gemeentelijke processen zoveel mogelijk geüniformeerd, waardoor de 9 gemeenten als één kolom (de ‘oranje’ kolom genoemd) optreden m.b.t. bevolkingszorg. Hoewel deze ‘kolom’ geen deel uitmaakt van de VRH als gemeenschappelijke regeling, is deze activiteit wel in deze begroting opgenomen omdat deze kolom via de VRH-begroting wordt gefinancierd.

Rampenbestrijding en crisisbeheersing In regionaal verband werken de brandweer, geneeskundige kolom, gemeentelijke crisisbeheersing en de eenheid Den Haag van de Nationale Politie samen op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Hierbij wordt de focus primair gelegd op het dagelijkse werk van de hulpdiensten (“99% van het werk”), en vindt de voorbereiding op rampen en crises als een afgeleide daarvan plaats. Op deze manier wordt voorkomen dat de voorbereiding op rampen en crises op zichzelf staat en onvoldoende aansluit bij het werk van de hulpdiensten. De 4 kolommen vormen de vaste kern van de multidisciplinaire samenwerking, maar deze samenwerking wordt waar nodig per onderwerp verbreed met andere partners, zoals waterschappen. Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

4

1.2

Doelstelling

Verbindend Vakmanschap in Veiligheid en Zorg Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar voor veiligheid en zorg in de regio. Zij bundelt hiervoor de krachten van verschillende partners om samen goed voorbereid te zijn op dagelijkse, maar ook op grootschalige incidenten en deze slagvaardig te bestrijden. Daarbij treedt de VRH op als regisseur bij het organiseren en uitvoeren van de hulpverlening. De doelstelling is verwoord in artikel 2, lid 4 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR). De Veiligheidsregio Haaglanden behartigt de belangen van de gemeenten op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, en geneeskundige hulpverlening.

1.3

Taken

De taken van de VRH staan benoemd in artikel 3 van de GR. Aan het Algemeen Bestuur worden de taken overgedragen zoals genoemd in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s. In aanvulling op de taken die de Veiligheidsregio op het basisniveau voor gemeenten verricht op grond van artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s en het Besluit veiligheidsregio’s (basispakket), kan per gemeente worden overeengekomen dat de Veiligheidsregio ten aanzien van deze taken een hoger voorzieningenniveau levert (pluspakket). In artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s staan de volgende taken: a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid (brandweerzorg); d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het instellen en in stand houden van een brandweer; f. het instellen en in stand houden van een GHOR; g. het voorzien in de meldkamerfunctie; h. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i.

het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.

Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

5

2

Beleidsmatige ontwikkelingen

2.1

De veiligheidsregio

De beleidsmatige ontwikkelingen binnen de VRH spelen zich af binnen de kolommen (brandweer, geneeskundige hulpverlening, gemeentelijke crisisbeheersing en in het verlengde daarvan de multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing, alsook de gemeenschappelijke meldkamer). In de hierna volgende paragrafen worden deze ontwikkelingen nader toegelicht. 2.2

Brandweer

De wereld om ons heen verandert. En ook dichtbij zijn veranderingen voor het optreden van de brandweer waarneembaar. De regio Haaglanden heeft een verscheidenheid aan risico's die in de loop van de tijd zijn geëvolueerd en zich naar verwachting in de toekomst verder zullen ontwikkelen. Er zijn nieuwe risicofactoren bijgekomen, mede ingegeven door de verdere technologisering, energietransitie en mondiale veranderingen. Daarnaast worden risico’s versterkt door de veranderde samenstelling van de maatschappij (denk aan de verdichting en maatschappelijk- en sociale tegenstellingen). De groei van stedelijke gebieden en de toename van het aantal inwoners leiden tot een verhoogde druk op bebouwing, infrastructuren en daarmee vanzelfsprekend ook op de hulpdiensten. Uitval van energieof communicatienetwerken raken al snel duizenden inwoners, organisaties en bedrijven. Maar ook branden en fysieke incidenten hebben al snel een behoorlijke impact. De verdichting en energietransitie leiden ertoe dat het bestrijden van incidenten en de gevolgen daarvan “op straat” steeds complexer worden. Daarom wordt steeds meer van belang dat risico’s “aan de voorkant” worden beheerst, waarbij de brandweer in toenemende mate risicogericht in plaats van regelgericht aan gemeenten adviseert.

Een meer risicogerichte aanpak is daarnaast nodig omdat wet- en regelgeving niet gelijk lopen met de snelheid waarmee ontwikkelingen plaatsvinden. Doel van deze advisering is niet alleen een veilige fysieke leefomgeving te bereiken en/ of in stand te houden, maar ook een veilige en effectieve inzet van de brandweer mogelijk te maken. Het Regionaal Uitvoeringsprogramma Risicobeheersing blijft hiervoor het handvat. Daarnaast is in het kader van de inmiddels in werking getreden Omgevingswet een regionale werkwijze1 afgesproken en geïmplementeerd. Deze werkwijze zal de komende jaren – in samenwerking met gemeenten en andere ketenpartners – aan de hand van de opgedane praktijkervaring worden geactualiseerd. Brandweer Haaglanden staat ook voor uitdagingen om de operationele capaciteit op korte en lange termijn gezond en risicogericht op peil te houden. Er is grotere uitstroom ten opzichte van vroeger, ingegeven door veranderde wetgeving over vroegpensioen, maar ook door de maatschappelijk trend van een dynamische loopbaan. Maar we hebben ook te maken met ruimere (landelijke) verlofregelingen en krapte op de arbeidsmarkt. Dit geldt voor het operationeel personeel, maar ook voor overige personeel zoals bij risicobeheersing. Om het brandweerzorgniveau ook in de toekomst te kunnen waarborgen is gestart met het traject ‘Transformatie’.

Het doel van dit traject is om de brandweer (en daarin volgend de VRH) toekomstbestendig te maken in een veranderende wereld. Als organisatie moeten we flexibel kunnen inspelen op de dynamische risico’s van de 21e eeuw, tegelijkertijd een goede werkgever blijven en nog steeds de beste fysieke veiligheidszorg bieden aan bewoners en bezoekers van de regio Haaglanden.

Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

6

2.3

Rampenbestrijding en crisisbeheersing

In regionaal verband werken de brandweer, de GHOR, de negen gemeenten en de politie samen op het gebied van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Als het gaat om crisisbeheersing wordt veel waarde gehecht aan sterke, operationele multidisciplinaire samenwerking tussen kolommen, dagelijks op straat (bij de operationele taakuitvoering).Het individuele vakmanschap van de disciplines vormt een stevig fundament voor de multidisciplinaire samenwerking. Door regionaal samen te werken, wordt ervoor gezorgd dat de hulpdiensten en gemeenten zo effectief mogelijk reageren op een ramp of crisis. Als basis voor de voorbereiding op de incidenten en crises die een multidisciplinair en veelal grootschalig optreden vergen, beschikt de VRH over een regionaal risicoprofiel, een regionaal beleidsplan Rampenbestrijding en Crisisbeheersing en een regionaal crisisplan. Deze plannen zijn begin 2023 door het Algemeen Bestuur van de VRH vastgesteld en lopen tot en met 2026. De komende periode wordt gewerkt aan het actualiseren van deze plannen. Diverse ontwikkelingen hebben effect op de risico’s in de regio en daarmee op het dagelijks werk en de multidisciplinaire samenwerking. Om de kwaliteit van het werk te blijven garanderen moet de veiligheidsregio blijven inspelen op (toekomstige) maatschappelijke trends, ontwikkelingen en wijziging van wet- en regelgeving.

In navolging van de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s6 zijn landelijk bestuurlijke afspraken gemaakt om de crisisbeheersing en de informatiepositie landelijk te versterken. Onderdeel van deze afspraken is een geleidelijk opbouwende structurele toevoeging in de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR) die veiligheidsregio’s van het Rijk ontvangen. De VRH ontvangt tussen 2023-2026 extra gelden in dit kader. Door het Rijk is ten aanzien hiervan nadrukkelijk aangegeven dat het niet de bedoeling is dat de gemeentelijke bijdragen aan veiligheidsregio’s – als effect van de ophoging van de BDUR – worden verlaagd. Leidend is dat de versterking recht moet doen aan de uitdagingen waarvoor zowel de nationale als de regionale crisisbeheersing gesteld staat. De extra gelden zijn daarom ook specifiek bestemd voor de versterking van de boven- en interregionale crisisbeheersing en informatiepositie. De middelen worden ingezet om de slagkracht, flexibiliteit, veerkracht en robuustheid van de regionale crisisorganisatie verder te versterken. Hierop is echter ook een korting van 10% aangekondigd.

GHOR De GHOR opereert op het snijvlak van de domeinen veiligheid, openbaar bestuur en zorg. Actoren binnen deze domeinen dragen bij aan de totstandkoming van beleid, strategie en de dagelijkse praktijk van risicobeheersing, informatiemanagement en crisisbeheersing. Deze publieke taak wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Bestuur en het opperbevel van de burgemeester (bij lokale rampen en crises) of de voorzitter van de Veiligheidsregio (bovenlokale rampen en crises). De GHOR draagt bij aan multidisciplinaire samenwerking en fungeert als de ambassadeur van de zorg richting de domeinen openbaar bestuur en veiligheid. De GHOR geeft leiding en coördineert de zorgketen bij rampen en crises, middels een 24-uurs beschikbaarheid van de piketorganisatie. Hiermee wordt gerealiseerd dat de gezondheidszorg naadloos kan opschalen van dagelijkse zorg naar grootschalige hulpverlening. De omgeving waarin de GHOR opereert verandert snel en wordt complexer. De crises zoals men deze kent uit het verleden veranderen en zullen nog verder gaan veranderen, dit is op de thema’s 6 Wetsbehandeling van de eerste tranche wordt verwacht in het eerste halfjaar van 2026.

Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

7

klimaat, geopolitieke dreiging, energietransitie en stedelijke verdichting. Dit geeft uitdagingen die invloed hebben op de wijze waarop de GHOR-invulling geeft aan haar opdracht. Het omgevingsbeeld van de GHOR is sterk afhankelijk van de samenhang en interactie met een breed scala aan actoren, van GGD GHOR NL tot ministeries, Veiligheidsregio’s en het ROAZ/NAZW. Het is van belang dat de GHOR haar positie in dit netwerk blijft versterken, rekening houdend met de veranderende (geo)politieke, maatschappelijke en organisatorische context. Landelijk wordt al geruime tijd gewerkt aan de wijzigingen in de Wet Veiligheidsregio’s. Er wordt beschreven dat Geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en de voorbereiding daarop een wezenlijk onderdeel zijn van de publieke veiligheidstaken. De GHOR, als onderdeel van de Veiligheidsregio, onder aansturing van de DPG, vervult hierin een onafhankelijke en noodzakelijke regiefunctie. Op dit moment zijn we in afwachting van de vervolgstappen van het kabinet met betrekking tot consultaties op de eerste wetsvoorstellen. De voorstellen voor de artikelen uit de wet die betrekking hebben op de GHOR worden in de loop van 2025 verwacht. De GHOR hernieuwt in 2025 haar meerjarenbeleidsplan voor de beleidsperiode 2026-2030.

Naar verwachting zal de focus op de thema’s uit eerdere beleidsperiodes niet helemaal komen te verliggen, dit is mede afhankelijk van de ontwikkelingen in het wetgevingstraject. De ontwikkeling van het nieuwe meerjarenbeleid vindt plaats in 2025, belangrijke thema’s zijn dan informatiemanagement, risicobeheersing en crisisbeheersing. De exacte thema’s worden gedurende 2025 duidelijk. Landelijk staat het onderwerp “verhogen maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht” hoog op de beleidsagenda. Binnen de VRH – waaronder de GHOR – wordt verkend op welke wijze een bijdrage kan worden geleverd aan deze landelijke doelstelling. Vanuit het feit dat de maatschappij digitaliseert en er een overvloed aan data op instellingen en organisaties af komt, is het de ambitie van de GHOR om deze data om te zetten in bruikbare integrale informatie die tijdens crisis of gebruikt wordt bij de sturingsvraagstukken of prospectief inzicht biedt voor voorbereidingsvraagstukken. De verandering in soorten crises en dreiging hebben de behoefte aan een 24/7 actueel en gedeeld geneeskundig beeld meer dan bevestigd. 2.5

Meldkamers (GnkM en MKB)

De samenleving wordt complexer. In het verlengde daarvan groeit de complexiteit en verbondenheid van de (potentiële) dreigingen met een groeiende maatschappelijke impact. Om onze rol als veiligheidsregio in de samenleving te kunnen blijven vervullen, is een sterke informatiepositie essentieel. De complexiteit vraagt om meer, betere en diepere kennis over de effecten/gevolgen van dreigingen. Eén van de aspecten van deze kennis betreft organisatieoverstijgende informatiedeling tijdens de verschillende fasen van incidentbestrijding en crisismanagement/ -beheersing. Een gezamenlijk en actueel veiligheidsbeeld zorgt ervoor dat – samen met partners – gericht keuzes gemaakt kunnen worden. De Meldkamer speelt in deze ontwikkelingen een cruciale rol. Het Transitieakkoord (TA) ‘Meldkamer van de Toekomst’ uit 2013 is nu in de eindfase beland. Het ICT beheer wordt per 1 januari 2020 uitgevoerd door de LMS. De Gemeenschappelijke meldkamer Den Haag is per mei 2024 aangesloten op de landelijke netwerkomgeving van de LMS. Dit was een belangrijke stap in de verdere integratie en harmonisatie van de meldkamers in Nederland. Ter voorbereiding op deze overgang is de gehele gemeenschappelijke meldkamer verbouwd en voorzien van nieuwe LMS-meldkamerwerkplekken. Deze verbeteringen zorgen voor een moderne en efficiënte werkomgeving. Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

8

De verbouwing viel samen met de plannen van de geneeskundige meldkamer om een ambulance coördinatie centrum (ACC) in te richten. Deze is gerealiseerd in 2024 en operationeel gegaan op 1 januari 2025. Het ACC geeft de mogelijkheid om bij minder urgente zorgvragen makkelijker contact te zoeken met ketenpartners als huisartsen, acute diensten van de GGZ en verloskundigen (zorgcoördinatie). De kwartiermaker van het ACC werkt in nauw contact samen met ketenpartners voor het maken van uniforme zorgpaden. De GnkM is middels een SLA verbonden met de RAV Haaglanden. Met de inwerkingtreding van de nieuwe wet ambulancevoorziening is deze manier van ‘onder-aannemersschap’ niet meer toegestaan. Diverse scenario’s zijn in dit kader onderzocht en inmiddels is door de betrokken besturen het besluit genomen om op 1 april 2025 de MKA organisatorisch onder te brengen bij de Gemeente Den Haag - GGD Haaglanden (het publieke lid van de RAV Haaglanden). Daarmee zal ook de begroting van de GnkM per 1 april 2025 overgaan. Over de kosten van opschaling zijn afspraken gemaakt. De VRH zal hier financieel een bijdrage aan blijven leveren. De kosten worden via de GHOR verrekend. 2.6

Gemeentelijke crisisbeheersing/bevolkingszorg

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren en voorbereiden van de gemeentelijke crisisorganisatie, bevolkingszorg en crisiscommunicatie. Sinds 1 juli 2024 is de vernieuwde organisatie bevolkingszorg operationeel. Op basis van het in 2024 vastgestelde kader wordt in 2025 de organisatie van crisiscommunicatie geactualiseerd. Arbeidsmarktvraagstukken en innovatie maken onderdeel uit van dit traject. Waar nodig en mogelijk worden de verschillende organisatieonderdelen de komende jaren doorontwikkeld in lijn met het landelijke programma implementatie ‘uniform kwaliteitsniveau bevolkingszorg’ en het wijzigingstraject van de Wet en het Besluit veiligheidsregio’s. Daarnaast krijgt de landelijke opdracht in het kader van maatschappelijke weerbaarheid vanaf 2025 een nadrukkelijke plek in de gemeentelijke crisisbeheersing, waarbij een vertaling naar zowel bevolkingszorg en crisiscommunicatie als de gemeentelijke (crisis)organisatie plaatsvindt.

Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

9

3

Programmabegroting Veiligheid

3.1

Raming van lasten en baten

Meerjarenraming van lasten en baten

(bedragen in duizenden euro's)

Rekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

2027

2028

2028

Lasten

123.639

128.332

128.365

128.274

128.274

128.274

Baten

127.010

127.562

124.962

125.259

128.274

128.274

Saldo lasten en baten

-3.371

770

3.403

3.015

0

0

411

770

3.403

3.015

0

0

Mutatie reserves Resultaat

-3.785

0

0

0

0

0

Vennootschapsbelasting

0

0

0

0

0

0

Resultaat na belasting

-3.785

0

0

0

0

0

Raming lasten en baten programma-activiteiten jaarschijf 2026

(bedragen in duizenden euro's) Mutatie

Lasten

Baten

Reserve

Saldo

Brandweerzorg

96.961

93.649

3.312

0

Rampenbestrijding en crisisbeheersing

3.471

3.471

0

0

Meldkamer/MKB

3.722

3.631

91

0

GHOR

2.589

2.589

0

0

Gemeentelijke crisisbeheersing

1.169

1.169

0

0

Overhead

20.246

20.246

0

0

207

207

0

0

128.365

124.962

3.403

0

Bedrijfsvoering onvoorzien Totaal

Financiële ontwikkelingen

(bedragen in duizenden euro's) Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2025

2026

2027

2028

2029

Verloopstaat lasten 2025 naar 2026 Begroting 2025

130.352

130.352

130.252

130.252

130.252

Interne verschuiving tussen producten

0

0

0

0

0

Voorcalculatie trend 2026

0

2.387

2.387

2.387

2.387

-775

-775

-775

-775

-775

Nacalculatie trend voorgaande jaren Overige ontwikkelingen Reëel begroten tgv gemeente Totaal

Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

-45

-2.399

-2.390

-2.390

-2.390

-1.200

-1.200

-1.200

-1.200

-1200

128.332

128.365

128.274

128.274

128.274

10

De VRH heeft voor het jaar 2026 € 3.403.000 aan incidentele baten. Het betreft vrijval van specifieke reserves voor incidentele verlaging van de gemeentelijke bijdrage en lasten. Structureel begrotingssaldo

(bedragen in duizenden euro's) begroting 2025

begroting 2026

begroting 2027

begroting 2028

begroting 2029

Saldo baten en lasten

770

3.403

3.015

0

0

Vrijval reserves

770

3.403

3.015

0

0

Dotatie reserves

0

0

0

0

0

Begrotingssaldo na bestemming

0

0

0

0

0

Overzicht incidentele baten en lasten

(bedragen in duizenden euro’s) begroting 2025

begroting 2026

begroting 2027

begroting 2028

begroting 2029

Incidentele baten: Vrijval reserves

770

3.403

3.015

0

0

Bouwfase LMS

150

91

0

0

0

620

0

0

0

0

Versterking crisisbeheersing en informatiepositie Verlaging gemeentelijke bijdrage Incidentele lasten Saldo incidentele baten en lasten

3.2

0

3.312

3.015

0

0

770

3.403

3.015

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting op grondslagen

De grondslagen zijn gebaseerd op het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). De grondslagen zijn van toepassing voor begroting en jaarrekening. Niet alle grondslagen zijn direct relevant voor de begroting. Algemeen Algemeen uitgangspunt is dat het stelsel van baten en lasten wordt toegepast. Hoofdregel is dat als prijsgrondslag de historische kostprijs inclusief BTW wordt gehanteerd. Op basis van de Wet markt en overheid is getoetst dat de VRH niet als ondernemer voor de vennootschapsbelasting moet worden aangemerkt. Materiële vaste activa Voor de investeringen en kapitaallasten in deze begroting geldt: - De post materiële vaste activa betreft investeringen met economisch nut. - De materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van de oorspronkelijke verkrijgingof vervaardigingprijs en worden als regel annuïtair (panden) of lineair (overig) afgeschreven. - Afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de verwachte technische of economische levensduur. Waardeverminderingen worden onafhankelijk van het resultaat van het begrotingsjaar in aanmerking genomen. De afschrijving vangt aan het eerste boekjaar na ingebruikname van het actief. Vlottende activa en passiva - Vlottende activa en passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vorderingen worden gewaardeerd onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid.

Reserves De VRH kent (naast specifieke bestemmingsreserves) een aantal reserves. - Algemene reserve betreft het eigen vermogen (weerstandscapaciteit) van de VRH. Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 11 AB 11 april 2025 – versie 0.4

Overheadtoerekening en vernieuwing BBV De meerjarenbegroting is vervaardigd volgens het vernieuwde Besluit Begroting Verantwoording (BBV). De wijzigingen richten zich met name op: - de opname van uniforme taakvelden (zie bijlage 7.2); - meer inzicht in de kosten van overhead (zie 5.7 overzicht overhead); - opnemen van een geprognotiseerde balans en het EMU-saldo (zie bijlagen 7.7 en 7.8).

en

In deze begroting is een overzicht Overhead opgenomen. Een gevolg van de voorschriften is dat er tussen de producten een andere verrekening ontstaat. De PIJOFACH-kosten (Personeel, Informatievoorziening, Juridisch, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie en Huisvesting) worden niet verdeeld over de producten, maar verantwoord op het overzicht overhead. De kazernes worden conform landelijke richtlijnen toegerekend aan het primair product. Daarnaast worden leidinggevenden volgens de BBV als overhead aangemerkt. Ook deze lasten staan gerubriceerd onder het overzicht Overhead. 3.3

Financiële ontwikkelingen

De verloopstaat geeft de mutaties weer ten opzichte van de vorige begroting 2025 – 2028. De begroting is voor de jaarschijven 2025 en 2026 gedaald. Jaarschijf 2025

Tabel 1. Verloopstaat lasten 2025 naar 2026 Begroting 2025

Jaarschijf 2026

130.352

130.352

0

2.387

Nacalculatie trend gemeentelijke bijdrage voorgaande jaren

-775

-775

Herpositionering geneeskundige meldkamer per 1 april 2025

-3.130

-4.574

Reëel begroten ten gunste van gemeenten

-1.200

-1.200

Overige ontwikkelingen

3.085

2.175

128.332

128.365

Voorcalculatie trend gemeentelijke bijdrage 2026

Begroting 2026

Trend gemeentelijke bijdrage De trendsystematiek voor de VRH is volledig in lijn met de kaderbrief voor gemeenschappelijke regelingen van de gemeenten. De VRH baseert de trend op de indexcijfers loonvoet sector overheid (60%), prijsontwikkeling op overheidsconsumptie (IMOC, 20%) en prijsontwikkeling op overheidsinvesteringen(IBOI, 20%). Het trendpercentage voor 2026 bedraagt 2,14% (€ 2.387.000). De trend voor voorgaande jaren is met 0,69% naar beneden bijgesteld (€ 775.000). Tabel 2. Trend Trend

(bedragen in duizenden euro's) 2024 (%)

2025 (%)

Begroting 2025

5,43%

4,10%

CPB indexcijfers 2024

*5,02%

**3,82%

Nacalculatie

-0,41%

-0,28%

Begroting 2026

-0,69%

*CEP maart 2024 /**cMEV aug-sept 2024 conform kaderbrief gemeenten

Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

12

t/m 2025

2026(%)

2026

**2,14%

-775

2,14%

2.387

Herpositionering geneeskundige meldkamer Het Algemeen Bestuur heeft besloten (AB oktober 2024) de GnkM per 1 april 2025 over te dragen aan de gemeente Den Haag/GGD Haaglanden. De VRH-begroting omvat slechts de periode van januari t/m maart 2025. Als gevolg hiervan zijn de jaarschijven 2025 en 2026 verlaagd met respectievelijk € 3,1 mln en € 4,6 mln. Het personeel en de inkomsten van de RAV gaan ingaande april 2025 over naar gemeente Den Haag/GGD Haaglanden. Reëel begroten ten gunste van gemeenten Het Algemeen Bestuur heeft mogelijkheden gezocht om een bijdrage te leveren aan de taakstelling voor 2026, zonder dat hierbij het veiligheidsniveau wordt aangetast. In de kaderbrief voor de begroting (AB januari 2025) is besloten meer reëel en scherper te begroten. Hiermee is in deze begroting een besparing op de gemeentelijke bijdrage van € 1,2 mln verwerkt. Dit houdt onder andere in dat niet meer alleen zekere inkomsten, maar ook ingeschatte inkomsten worden begroot. Het gaat om een inschatting vóóraf van BDUR verhogingen en de rente-inkomsten (€ 0,7 mln). Daarnaast is gelet op de huidige ontwikkelingen in de markt, vooraf vertraging in de realisatie van geplande investeringen ingeboekt (€ 0,5 mln). Overige ontwikkelingen De overige ontwikkelingen bedragen in 2025 € 3,1mln en in 2026 € 2,2 mln.

De grootste post betreft de trendmatige verhoging van de BDUR en de extra BDUR voor versterking van de crisisbeheersing en de informatiepositie. De door het ministerie van JenV formeel toegekende BDUR bedraagt € 1,0 mln (trend 2024 € 0,5 mln; versterking 2025 € 0,5 mln). Ingaande deze begroting is ook gerekend met vóóraf geraamde BDUR verhogingen € 0,9 mln (trend 2025 € 0,4 mln; trend 2026 € 0,2 mln; versterking 2026 € 0,3 mln). De formele toekenning hiervoor ontvangt de VRH pas van het Ministerie van JenV in juni van het lopende begrotingsjaar. In de decemberbrief 2024 heeft het Ministerie van JenV in de meerjaren prognose ingaande 2026 voor de BDUR een korting van 10% opgenomen. Wat betreft de korting is de inzet van het Ministerie om in de voorjaarsnota komende zomer duidelijkheid te geven hoe dit zal gaan uitwerken. Voor nu staat de korting verwerkt vanaf 2026 in de JenV-begroting en is deze daarom ook verwerkt in de VRH begroting (2026 korting € 0,9 mln). De resterende ontwikkelingen betreffen de incidentele vrijval reserve versterking crisisbeheersing (2025 € 0,6 mln), intensivering van het Haagse pluspakket strandveiligheid (ingaande 2025 € 0,5 mln), raming hogere rente-inkomsten (ingaande 2025 € 0,3 mln), diverse baten (ingaande 2025 € 0,2 mln) en toename van het aantal inwoners (ingaande 2026 € 0,2 mln).

Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

13

3.4

Financiën in hoofdlijnen

Om snel inzicht te geven in de geldstromen van de VRH twee grafieken. Aan welke producten geven we het uit? De grafiek geeft weer dat 75% van het geld naar brandweerzorg gaat. De overige producten krijgen samen 25%. Grafiek 1. Aandeel uitgaven producten

Aandeel uitgaven producten 16% 1%

75%

Brandweerzorg

3%

Crisisbeheersing

2%

GHOR

3%

MKB Gemeentelijke crisisbeh. Overhead

En wat voor kosten betreft het? De personeelskosten (incl. FLO) zijn met 68% de grootste post. De kosten van de 2e loopbaan als onderdeel van de overgangsregeling zijn hier nog niet begroot. De overige 32% betreft kapitaallasten en goederen en diensten. Grafiek 2. Aandeel uitgaven kostensoorten

Aandeel uitgaven kostensoorten 25%

64%

Personeelskosten Overgangsregeling FLO Kapitaallasten

7%

Goederen en diensten

4%

Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

14

4

Paragrafen

4.1

Gemeentelijke bijdrage

De gemeentelijke bijdrage is veruit de grootste inkomstenbron voor de VRH. Grafiek 3 geeft weer dat in totaal 86% van de inkomsten door de gemeenten wordt betaald. Ook het Rijk draagt bij via de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR). Deze bedraagt in totaal 9% waarvan 6% de bijdrage voor rampenbestrijding en 3% voornamelijk BTW compensatie betreft. Grafiek 3. Aandeel inkomsten stakeholders

Aandeel inkomsten stakeholders 5%

9%

Rijk Gemeenten Overigen

86%

De gemeentelijke bijdrage is voor 2026 geïndexeerd met 2,14% (€ 2.387.000). De trend voor voorgaande jaren is met 0,69% (€ 775.000) negatief bijgesteld. Dit houdt per saldo in een stijging van € 1.612.000. Bijzonder voor het jaar 2026 is de incidentele verlaging van de bijdrage vanwege het ravijnjaar. Het Algemeen Bestuur heeft besloten (AB juli 2024) het voordelig jaarresultaat over 2023 in te zetten om de gemeentelijke bijdrage incidenteel te verlagen (€ 3.312.000). Daarnaast is sprake van een structurele bezuiniging van € 1.200.000 en een toename van de bijdrage voor de intensivering van het Haagse pluspakket strandveiligheid. Ingaande 2025 draagt gemeente Den Haag hiervoor € 464.000 meer bij. In de begroting 2025 is sprake van een bijdrage per inwoner variërend tussen € 68.66 voor Midden Delfland en € 105,60 voor Den Haag. De inwonerbijdrage van Delft bedraagt met € 96,12 ongeveer het gemiddelde van de inwonerbijdrage. De bijdrage van de gemeenten volgt de ontwikkeling van het aantal inwoners. De stijging van het aantal inwoners in Haaglanden bedraagt 0,65% (7.552 inwoners). Het AB heeft bij de vaststelling van het verdeelmodel besloten dat hiervan 75% structureel wordt bezuinigd en 25% wordt doorberekend om regionale ontwikkelingen te bekostigen. Dit resulteert in een stijging van de bijdrage met € 182.000.

Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

15

De verdeelsystematiek De onderliggende verdeelsystematiek, die leidt tot de bijdrage per inwoner, heeft de VRH in de bestuursvergadering in december 2022 herbevestigd. Conform bestuurlijke afspraak wordt dit verdeelmodel in 2026 opnieuw geëvalueerd. De VRH-kosten van de gemeenten bestaan grofweg uit drie onderdelen, boxen genoemd: Box 1

Brandweerzorg De kosten van box 1 worden toegerekend naar brandveiligheidsrisico’s en de mate van verstedelijking. Deze kosten hebben betrekking op de regionale basis brandweerzorg, specialistische brandweerzorg en brandweer Multi kosten. Deze kosten behelzen circa 80% van de gemeentelijke bijdragen in totaal.

Box 2

Algemene kosten De kosten van box 2 zijn gebaseerd op algemeen nut en zijn een gelijk bedrag per inwoner. Deze kosten hebben betrekking op de kosten voor bedrijfsvoering, meldkamer, crisisbeheersing, GHOR en gemeentelijke crisisbeheersing. Deze kosten behelzen circa 20% van de gemeentelijke bijdragen in totaal.

Box 3

Aanvullend maatwerk De kosten van box 3 worden per gemeente afgerekend met de individuele gemeenten. Deze kosten hebben betrekking op de kosten voor de overgangsregelingen (FLO) en een gemeentelijk pluspakket (strandveiligheid in Den Haag).

Tabel 3. Bijdrage per inwoner per gemeente Gemeente

2025

(bedragen in duizenden euro's) Inwoners t.b.v begroting 2026

2027

2028

2029

2025

2026

103,88 105,60

105,60

105,60

105,60

566.221

568.945

Zoetermeer

90,50

92,02

92,02

92,02

92,02

128.434

129.862

Delft

94,54

96,12

96,12

96,12

96,12

109.577

110.173

Leidschendam-Voorburg

92,83

94,38

94,38

94,38

94,38

78.229

78.318

Rijswijk

100,58 102,22

102,22

102,22

102,22

59.642

60.717

Westland

74,07

75,32

75,32

75,32

75,32

115.941

116.916

Pijnacker Nootdorp

76,33

77,60

77,60

77,60

77,60

57.932

58.126

Wassenaar

89,69

91,20

91,20

91,20

91,20

27.100

27.525

Midden Delfland

67,53

68,66

68,66

68,66

68,66

19.377

19.423

Gemiddelde bijdrage gemeenten

95,32

96,90

96,90

96,90

96,90

Categorie grootstedelijk Den Haag Categorie stedelijk

Categorie kleinstedelijk

Categorie landelijk

1.162.453 1.170.005

* De bepaling van de aantallen inwoners wordt altijd begin maart uitgevoerd op basis van de laatste gegevens van het CBS over het aantal inwoners per 1 januari 2024. Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

16

In de volgende tabel is de bijdrage per gemeente weergegeven. Tabel 4. Bijdrage per gemeente Gemeente

(bedragen in duizenden euro's)

2025

2026

2026 reserve

2027

2027 reserve

2028

2029

Categorie grootstedelijk Den Haag

58.818

60.079

-1.755

60.079

-1.598

60.079

60.079

Zoetermeer

11.623

11.950

-349

11.950

-318

11.950

11.950

Delft

10.360

10.590

-309

10.590

-282

10.590

10.590

Leidschendam Voorburg

7.262

7.392

-216

7.392

-197

7.392

7.392

Rijswijk

5.999

6.207

-181

6.207

-165

6.207

6.207

Westland

8.588

8.807

-257

8.807

-234

8.807

8.807

Pijnacker Nootdorp

4.422

4.511

-132

4.511

-120

4.511

4.511

Wassenaar

2.430

2.510

-73

2.510

-67

2.510

2.510

1.309

1.334

-39

1.334

-35

1.334

1.334

110.810

113.379

-3.312

113.379

-3.015

Categorie stedelijk

Categorie kleinstedelijk

Categorie landelijk Midden Delfland Totale gemeenten

bijdrage

113.379 113.379

Een bedrag van € 207.000 (€ 0,18 per inwoner) voor de post onvoorzien wordt niet op voorhand in rekening gebracht. Het Algemeen Bestuur heeft in deze opzet de ruimte om eigenstandig te besluiten voor onvoorziene zaken tot maximaal € 207.000 extra te heffen. 4.2

Weerstandsvermogen en beheersing van risico’s

Algemeen In deze paragraaf wordt ingegaan op potentiële risico’s en de vertaling van deze risico’s tot een acceptabel weerstandsvermogen. Risicomanagement is het bewust worden, identificeren, kwantificeren en beheersen van relevante risico’s. De risico’s worden twee keer per jaar geïnventariseerd en geactualiseerd. Vervolgens wordt bepaald of het hier afgedekte, of niet afgedekte risico’s betreft. Voor de niet afgedekte risico’s dient een weerstandscapaciteit te worden aangehouden. Weerstandscapaciteit Op basis van risico-identificatie en de risicomatrix is de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Uitgangspunt hierbij is de statische benadering die ervan uitgaat dat de risico’s zich niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang voor zullen doen. De weerstandscapaciteit binnen de VRH bestaat uit de algemene reserve. Deze reserve dient ter dekking van geïdentificeerde risico’s van materiële aard. Risico’s met een beperkt financieel beslag worden gedekt uit de lopende exploitatie en de post onvoorzien. De toevoeging van een voordelig resultaat aan de algemene reserve is regel tot de algemene reserve het maximum heeft bereikt van 1% van de begrotingsomzet. Het Algemeen Bestuur kan besluiten tot een hogere algemene reserve. De post onvoorzien, groot € 207.000, wordt jaarlijks geïndexeerd.

Daarnaast wordt de weerstands-capaciteit gevormd door de deelnemende gemeenten die garant staan voor de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden. Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

17

Verloop van reserves en voorzieningen De VRH heeft een algemene reserve en een aantal bestemmingsreserves. Het verloop tot en met 2025 is in onderstaande tabel zichtbaar. Voor het verdere verloop wordt verwezen naar bijlage 7.6. Tabel 5. Reserves

(bedragen in duizenden euro's) Eindstand

Toename

Onttrekking

2024

Eindstand

Toename

Onttrekking

2025

Eindstand

2026

Algemene reserve

1.738

6

0

1.744

0

0

1.744

Algemene reserve VRH

1.738

6

0

1.744

0

0

1.744

Bestemmingsreserve LMS

241

0

150

91

0

91

0

Versterking crisisbeheersing

965

568

620

913

0

0

913

Verlaging gemeentelijke bijdrage

3.312

3.015

0

6.327

0

3.312

3.015

Bestemmingsreserves VRH

4.518

3.583

770

7.331

0

3.403

3.928

Te bestemmen resultaat 2024

3.785

-3.785

0

0

0

0

0

10.041

-196

770

9.075

0

3.403

5.672

Totaal reserves

Bestemmingsreserve LMS Het beheer van de meldkamer is per 1 januari 2020 overgegaan naar de LMS. De LMS geeft in de ‘bouwplaats’ periode 2020 – 2024 verder gestalte aan de gezamenlijke meldkamers. In deze periode worden rafelranden als gevolg van de overgang afgehecht. Het ministerie van JenV heeft op basis van de afspraken landelijk ‘Uitwerkingskader Meldkamer’ € 0,5 mln. voor achterblijvende kosten overgemaakt (instemming AB 30 mei 2018). Met de vorming van deze reserve kunnen kosten als gevolg van de transitie worden opgevangen. Bestemmingsreserve versterking crisisbeheersing In navolging van de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s zijn landelijk bestuurlijke afspraken gemaakt om de crisisbeheersing en de informatiepositie te versterken. De VRH ontving in dit kader in 2024 € 2,0 mln extra BDUR specifiek bestemd voor de versterking van de toekomstige crisisbeheersing en de informatiepositie. De VRH heeft in overleg met politie en gemeenten gekozen voor structurele versterking van de formatie voor crisisbeheersing en informatievoorziening. Invulling heeft in de loop van het jaar plaatsgevonden waardoor over 2024 een positief financieel resultaat is ontstaan van € 0,6 mln. Deze geoormerkte middelen worden gereserveerd voor besteding aan het doel versterking van de crisisbeheersing en informatiepositie.

Verlaging gemeentelijke bijdrage Het AB heeft op basis van de jaarrekening 2023 besloten (AB april 2024) het voordelig resultaat aan te wenden om via een bestemmingsreserve een incidentele verlaging van de gemeentelijke bijdragen voor het ravijnjaar 2026 te realiseren. Te bestemmen resultaat 2024 Het bestuur van de VRH besluit april 2025 in haar vergadering over de resultaatbestemming.

Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

18

Risico’s Op basis van risico-identificatie en de risicomatrix is de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Uitgangspunt hierbij is de statische benadering die ervan uitgaat dat de risico’s zich niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang voor zullen doen. De weerstandscapaciteit binnen de VRH bestaat uit de algemene reserve. Deze reserve dient ter dekking van geïdentificeerde risico’s van materiële aard. Risico’s met een beperkt financieel beslag worden gedekt uit de lopende exploitatie en de post onvoorzien. De toevoeging van een voordelig resultaat aan de algemene reserve is regel tot de algemene reserve het maximum heeft bereikt van 1% van de begrotingsomzet. De hoogte van de algemene reserve is besloten door het Algemeen Bestuur bij de vaststelling van de jaarrekening 2023. De post onvoorzien, groot € 207.000, wordt jaarlijks geïndexeerd en bedraagt nu € 0,18 per inwoner. Daarnaast wordt de weerstandscapaciteit gevormd door de deelnemende gemeenten die garant staan voor de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden. De VRH onderkent een aantal niet afgedekte risico’s. Hieronder is aangegeven welke risico’s de VRH onderkent en in hoeverre, indien dit risico zich voordoet, een beroep wordt gedaan op de weerstandscapaciteit.

Tabel 6. Risicoberekening

(bedragen in duizenden euro's)

Risico’s versus weerstandscapaciteit Incidentele risico’s Loopbaanbeleid operationele dienst

118

Wet normering rechtspositie ambtenaren

512

Structurele risico’s Niet verzekerbare risico's

163

Ontwikkelingen vrije instroom vrijwilligers

320

Aansprakelijkheid dienstverlening

152

Cyberdreiging / digitale veiligheid

361

Gemiddeld werkgeversrisico WGA/WW

118

Geïdentificeerde niet afgedekte risico’s – gewenste weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit Voorstel toevoeging uit voordelig resultaat Weerstandscapaciteit na voorgestelde resultaatbestemming

1.744 1.738 6 1.744

Incidentele risico’s Loopbaanbeleid operationele dienst Per 1 januari 2006 is de FLO afgeschaft en vervangen door verplicht loopbaanbeleid voor personeel in bezwarende functies. Essentie van het loopbaanbeleid is dat medewerkers twintig jaar werkzaam zijn in een bezwarende functie en daarna overstappen naar een andere functie. Om dit mogelijk te maken investeren medewerker en werkgever in een passende beroepsopleiding. Vanaf 2021 worden er binnen de Veiligheidsregio verschillende initiatieven ontplooid om medewerkers in de operationele dienst hierbij te faciliteren. Binnen de VRH is het project Duurzame Inzetbaarheid gestart, dat zich erop richt dat alle betrokkenen dit jaar het goede (toekomst-) gesprek gevoerd zullen hebben. Ook worden er loopbaanpaden en arrangementen vormgegeven. Daarnaast kan de uitkomst van het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO) aangeven dat het voor een brandweermedewerker verstandig is eerder naar een niet-bezwarende functie door te stromen. Tot nu toe is gebleken dat het percentage uitval Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

19

door de PPMO zeer beperkt is. Voor enkele medewerkers die niet meer repressief inzetbaar zijn is een passende functie gevonden binnen de VRH. Het risico is berekend op € 118.000. Wet normalisering rechtspositie ambtenaren De Wnra regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde status krijgen als werknemers in het bedrijfsleven. In dit kader komen bijvoorbeeld arbeidsovereenkomsten in de plaats van de huidige eenzijdige aanstellingen en zullen er cao’s moeten worden afgesloten in plaats van eenzijdig vastgestelde rechtspositieregelingen. De regeling is voor de brandweer nog niet van kracht. Binnen de brandweer wordt gewerkt met zowel beroepsmedewerkers als vrijwilligers. Vrijwilligers hebben momenteel een ambtelijke aanstelling, maar onderscheiden zich van andere ambtenaren doordat zij zijn uitgezonderd van veel wettelijke en rechtspositionele bepalingen. De Wnra kan leiden tot het (gedeeltelijk of volledig) einde van het huidige systeem van brandweervrijwilligers en een kostenstijging van 30% tot 50%. Voor de VRH met ruim 300 vrijwilligers zou dit circa € 600.000 per jaar bedragen. De veiligheidsregio’s hebben uitstel verkregen voor invoering van de Wnra om een oplossing te zoeken voor het knelpunt.

Inmiddels hebben in opdracht van de Brandweerkamer van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van JenV onderzoeken plaatsgevonden die zich richten op Europese en internationaalrechtelijke regels in relatie tot de huidige rechtspositie van de brandweervrijwilliger. Uit de onderzoeken blijkt dat, om een onderscheid in rechtspositie tussen vrijwilligers en beroepsbrandweermensen te handhaven, er ook onderscheid dient te zijn in aard van het werk, opleiding en arbeidsomstandigheden. De Minister van JenV doet samen met het Veiligheidsberaad vervolgonderzoek naar de mogelijkheden voor herinrichting van de brandweerzorg in Nederland waardoor het rechtspositionele onderscheid tussen beroepsbrandweermensen en vrijwilligers gehandhaafd kan blijven. Het berekende risico komt uit op € 512.000. Structurele risico’s Niet verzekerbare risico’s Verzekeraars zijn steeds minder bereid om bepaalde risico’s te verzekeren. Zo zijn verzekeraars bijvoorbeeld gestopt met het aanbieden van de verzekering ter dekking van de predispositie voor brandweervrijwilligers. Predispositie is het risico dat een medewerker onder diensttijd letsel oploopt of overlijdt, zonder dat aangetoond kan worden dat dit veroorzaakt wordt door een dienstongeval.

Landelijk heeft de brandweer een waarborgfonds opgericht om deze risico's af te dekken. De VRH is in 2024 geparticipeerd in dit waarborgfonds. Ook is bijvoorbeeld groot molest voortkomend uit terrorismegevolgbestrijding niet verzekerbaar in Nederland. In geval van schade (uitval van materieel en nazorg nabestaanden en personeel) kan een beroep worden gedaan op de Nederlandse Herverzekering maatschappij voor Terrorismeschade (NHT). Buiten dit heeft de veiligheidsregio een financiële buffer nodig om, indien er claims volgen die niet gedekt zijn door een verzekering, deze uit haar eigen middelen te kunnen dragen. Vooralsnog houdt de VRH rekening met een te dragen financieel restrisico van € 163.000. Ontwikkelingen vrije instroom vrijwilligers De VRH hecht er aan de brandweerzorg in Haaglanden te blijven verzorgen door een beroepsbezetting in combinatie met vrije-instroomvrijwilligers. De beschikbaarheid van de vrijwilligers in de dag-situatie wordt een steeds grotere uitdaging. Om de paraatheid te kunnen blijven garanderen wordt het verloop van de vrijwilligers permanent gemonitord en daar waar mogelijk beïnvloed. Naast wervingscampagnes wordt ook het bedrijfsleven actief benaderd. Zij kunnen medewerkers stimuleren toe te treden tot de brandweer om zodoende de beschikbaarheid te vergroten.

Daarnaast zijn vier posten opgeleid om te werken met variabele voertuigbezetting en wordt dagdienstpersoneel opgeleid als brandweervrijwilliger om overdag vanuit de Westlandse kazernes in de voertuigbezetting te kunnen voorzien. Dit vergroot onze flexibiliteit. Gezien de landelijke terugloop in aantallen vrijwilligers onderkent de VRH dat Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 AB 11 april 2025 – versie 0.4

20

ondanks de inspanningen de werving niet volledig zal slagen. Het risico is berekend op € 320.000. Aansprakelijkheid dienstverlening De dienstverlening van de VRH is vastgelegd in procedures. Zo zijn kwaliteit en kwantiteit van de dienstverlening geborgd. Mocht de kwaliteit van de dienstverlening onverhoopt tekortschieten, dan is dit risico deels afgedekt via een WA-verzekering. De ervaring leert dat er sprake is van een restrisico (juridische kosten etc.). In het geval van een grieppandemie is de kwantiteit een risico. In dat geval wordt enerzijds de zorgvraag groter, anderzijds valt veel personeel wegens ziekte uit. Het risico is deels afgedekt door bijvoorbeeld het Draaiboek Grieppandemie en Afschaalmodel Brandweer. Het restrisico wordt geraamd op € 152.000. Cyberdreiging/digitale dreiging Organisaties binnen verschillende overheidslagen zijn slachtoffer geworden of hebben last ondervonden van een cyberaanval. De kans op een cyberaanval op de VRH wordt als reëel ingeschat. De VRH beperkt dit risico door het nemen van technische en organisatorische maatregelen, onder andere middels afspraken met medewerkers, leveranciers en ketenpartners. Het risico van een aanval, waardoor gegevens mogelijk openbaar, ontoegankelijk of onbetrouwbaar worden, is echter nooit volledig te voorkomen.

We zien in de afgelopen jaren dat aanvallen complexer worden, waardoor het ontdekken van een lek en het uitvoeren van herstelwerkzaamheden meer capaciteit en expertise vraagt van een organisatie. Financiële gevolgen van een aanval, die ontstaan uit onder andere het doen van onderzoek, het aanschaffen van vervangend apparatuur en het herstellen van de omgeving, worden hiermee groter ingeschat dan voorgaande jaren. Daarnaast bestaat het risico dat er een datalek optreedt. Bij een datalek, dat veroorzaakt kan worden door een cyberaanval maar ook andere oorzaken kan hebben, kunnen persoonsgegevens in handen vallen van derden die geen recht hebben op toegang tot deze gegevens. Het vervolg risico voor de personen kan bestaan uit stigmatisering, schade aan de gezondheid, financiële schade of (identiteit)fraude. Dit kan ook gevolgen hebben voor de VRH. Het totale risico van cyberdreiging/digitale dreiging legt een beslag op het weerstandsvermogen van € 361.000. Gemiddeld werkgeversrisico WGA/WW Voor de gevolgen van arbeidsongeschiktheid van medewerkers, het werkgeversrisico WGA (Wet Gedeeltelijke Arbeidsongeschiktheid), is de VRH eigen risicodrager. Dit is financieel voordeliger dan het volledig te verzekeren. Met ingang van 2017 is de regelgeving gewijzigd en omvat het eigen risicodragerschap ook de WGA–flex en de ZW.

Ook voor de gevolgen van de werkeloosheidswet is de VRH verplicht eigen risicodrager, dit betreft zowel tijdelijke als vaste medewerkers. In de budgetten is hier rekening mee gehouden. Echter deze keuze brengt wel een restrisico met zich mee. Het totale beslag op het weerstandvermogen is berekend op € 118.000. Overgangsregeling FLO Begin 2018 is het akkoord “Reparatie FLO-overgangsrecht Brandweerpersoneel” door werkgevers en werknemers definitief ondertekend. Een nadere uitwerking van het akkoord betrof nog een tweetal zaken: ”loopbaanbeleid voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006” en “verrekening van de door de werkgever opgebouwde levensloop tegoeden”. Het akkoord is in het voorjaar van 2019 definitief afgerond. Belangrijke essenties van de regeling is dat er in 2020 en 2021 versneld wordt gespaard (gebruik makend van de levensloopregeling) zodat zoveel mogelijk de fiscale boete van 52% wordt voorkomen. Daarnaast is sprake van een netto garantie voor de werknemer. De netto garantie en de complexe regeling maken de uitgaven lastig voorspelbaar. Wijzigingen in (fiscale) regels, maar ook de individuele keuzes van medewerkers (eerder of later uittreden, spaartegoed verdelen over of aan het einde van de FLOperiode) hebben direct effect op de uitgaven.

In de nieuwe Cao is de reparatie van het AOW-gat gedicht, waarbij 50% ten laste van de gemeenten wordt gebracht. De gemeenten hebben een Meerjarenbegroting VRH 2026-2029 21 AB 11 april 2025 – versie 0.4

nieuwe raming ontvangen op basis van deze recente Cao-afspraken inclusief de loonindexatie. De deelnemende gemeenten dragen individueel zorg voor een voorziening voor deze kosten. In die zin is er voor de VRH geen sprake van een financieel risico. De berekening van de benodigde weerstandscapaciteit is als volgt: 1.738 + 6 Ratio weerstandsvermogen = ------------------------ = 1,0 1.744 Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle gekwantificeerde risico’s waarvoor geen bestemmingsreserves of voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn. De ratio is 1,00 en dit betekent dat het weerstandsvermogen precies voldoende is. Volledigheidshalve de toevoeging dat als risico’s zich onverhoopt en tegelijkertijd voordoen en in de maximale omvang, die de gewenste weerstandscapaciteit te boven gaan.

Tabel 7. Ratio weerstandvermogen (x) betekenis Betekenis

Ratio weerstandsvermogen

Uitstekend

> 2,0

Ruim voldoende

1,4 < x < 2,0

Voldoende

1,0 < x < 1,4

Matig

0,8 < x < 1,0

Onvoldoende

0,6 < x < 0,8

Ruim onvoldoende

< 0,6

Kengetallen Het rijk heeft een regeling gepubliceerd over financiële kengetallen. Deze kengetallen moeten de gemeenten en gemeenschappelijke regelingen in de begroting en jaarverslag opnemen. Er worden in dit besluit zes kengetallen benoemd. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de VRH niet van toepassing. De overige zijn in onderstaande tabel opgenomen. Tabel 8. Financiële kengetallen

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15612233/2