Bijlage 3 -Nota van beantwoording zienswijzen (geanoninmiseerd)
Tekst van het document
Nota van zienswijzen Behoort bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Pijnacker-Nootdorp inzake: Aanvraag omgevingsvergunning (dossiernummer 8824) voor het wijzigen van de bestemming bedrijfswoning naar burgerwoning op het perceel Langelandseweg 18 in Nootdorp. Inleiding Er is een aanvraag omgevingsvergunning ontvangen voor het omzetten van de bestemming bedrijfswoning naar burgerwoning op het perceel Langelandseweg 18 in Nootdorp. Procedure Het college heeft besloten voornemens te zijn aan het project geen medewerking te verlenen. De stukken hebben vanaf 7 juli 2022 gedurende een periode van zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is één zienswijze ontvangen. Inhoud zienswijzen De zienswijze wordt hieronder per thema samengevat. Op de op- en aanmerkingen volgt een reactie van de gemeente. De zienswijze is ingediend door: Zienswijze: Er wordt voldaan aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid. Beantwoording: Door de indiener van de zienswijze wordt gesteld dat door het college een voorwaarde wordt toegevoegd aan de planregels die nergens staat. In de voorwaarden zelf staat uitsluitend en alleen dat het mogelijk is om de bestemming van de woning te wijzigen indien de glastuinbouwactiviteiten behorende bij de bedrijfswoning zijn beëindigd en de gronden, kort gezegd, zijn toegevoegd aan het bedrijf van de buurman.
De woning Langelandseweg 18 was in gebruik als bedrijfswoning en behoorde toe aan het achterliggende tuinbouwbedrijf. Van het beëindigen van de glastuinbouwactiviteiten is geen sprake. Evenmin is sprake van het toevoegen van het bedrijf aan het bedrijf van de buurman. Uit de inventarisatie die voorafgaand aan het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden is gebleken dat er nog steeds sprake was van een relatie tussen de eigenaren van de woning en de achterliggende tuinbouwgronden. Dit wordt vaak aangeduid als de rustende agrariër, die zich langzaam terugtrekt uit de daadwerkelijke bedrijfsvoering en deze overdraagt aan de nieuwe generatie in de familie waarbij het mogelijk en gewenst is om de bedrijfswoning weer als zodanig te gebruiken. Bovengenoemde inventarisatie heeft plaatsgevonden in de periode 2008-2009 en bestond uit twee delen. Naast het bureauonderzoek, dat bestond uit het in beeld brengen van verleende vergunningen, eigendomsverhoudingen tussen woningen en bedrijven en verleende milieuvergunningen heeft een veldinventarisatie plaatsgevonden. Hierbij is buiten ter plaatse onderzoek gedaan. Bij ieder perceel is gekeken of de bedrijfswoning nog steeds een functie vervult of kan vervullen overeenkomstig de bestemming.
De indiener van de zienswijze stelt dat bij het vaststellen van het huidige bestemmingsplan geen enkele bewuste keuze is gemaakt en daarbij is afgezien om de woning te bestemmen als burgerwoning. Hier is geen sprake van. Ten tijde van de bestemmingsplanprocedure was er geen reden om de bedrijfswoning Langelandseweg 18 te bestemmen als burgerwoning. Daarnaast wordt niet voldaan aan de wijzigingsbevoegdheid omdat de gronden, behoudens de bij de bedrijfswoning behorende gronden, niet zijn verkocht ten behoeve van schaalvergroting en/of herstructurering van de glastuinbouw (artikel 4.2.2, derde bulletpoint van de planregels), waardoor de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan niet van toepassing is.
1
Zienswijze: Er is geen sprake van strijd met het beleid. Beantwoording: De indiener van de zienswijze stelt dat het niet de bedoeling is van de planwetgever (de gemeenteraad) dat nooit medewerking wordt verleend aan de wijzigingsbevoegdheid zoals deze in het bestemmingsplan is opgenomen. Door de stelling van het college ‘het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning is om die reden in het algemeen een ongewenste ontwikkeling’ en ‘Gebiedsvreemde functies, die de ontwikkeling voor de sector kunnen belemmeren, worden geweerd’ wordt dit gesuggereerd. Het is juist dat met het bestaan van de wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan de planologische aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemming binnen het gebied waarop de wijzigingsbevoegdheid betrekking heeft in beginsel als een gegeven mag worden beschouwd, indien is voldaan aan de bij het bestemmingsplan gestelde wijzigingsvoorwaarden. Dit neemt echter niet weg dat het bij het vaststellen van een wijzigingsplan gaat om een bevoegdheid en niet om een plicht.
Het feit dat aan de in een bestemmingsplan opgenomen wijzigingsvoorwaarden is voldaan, laat de plicht van het college van burgemeester en wethouders onverlet om in de besluitvorming omtrent de vaststelling van een wijzigingsplan ook na te gaan of uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de betrokken belangen, wijziging van de oorspronkelijke bestemming is gerechtvaardigd (ECLI:NL:RVS:2020:211). Om medewerking te kunnen verlenen aan de wijzigingsbevoegdheid moet voldaan worden aan alle drie de voorwaarden uit artikel 4.4.2 van de planregels. Indien vast is komen te staan dat: - een bedrijfswoning niet meer als bedrijfswoning dienst doet; - het glastuinbouwbedrijf ter plaatse niet meer wordt uitgeoefend, en - de gronden, behoudens de bij de bedrijfswoning behorende gronden zijn verkocht te behoeve van schaalvergroting en/of herstructurering van de glastuinbouw. Hier wordt niet aan voldaan waardoor de wijzigingsbevoegdheid niet van toepassing is. Om die reden heeft het college de aanvraag dan ook aangemerkt als een verzoek om een zogenoemde zware ontheffing waarbij de uitgebreide procedure van toepassing is. Zienswijze Er wordt voldaan aan de richtafstanden.
Beantwoording Om medewerking te kunnen verlenen aan het omzetten van de bestemming middels een zogenoemde zware ontheffing moet nagegaan worden of uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de betrokken belangen, het verlenen van medewerking is gerechtvaardigd. De indiener van de zienswijze stelt dat indien wordt voldaan aan de richtafstand er medewerking kan worden verleend aan het omzetten van de bestemming. De richtafstand uit de VNG-publicatie (Handreiking) bedraagt 30 meter. In het bestemmingsplan is een richtafstand van 10 meter opgenomen. Hierbij wordt afgeweken van de richtafstand uit VNG-publicatie. Uit metingen is gebleken dat niet wordt voldaan aan de richtafstand uit het bestemmingsplan waardoor niet wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. In beginsel kunnen de richtafstanden uit de Handreiking worden aangehouden. Onder bepaalde omstandigheden is het echter gerechtvaardigd om een grotere of juist een kleinere richtafstand aan te houden. Dit is echter alleen toegestaan indien ondanks de afwijking alsnog een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Bovendien dient dit heel goed onderbouwd te worden door gemeenten. In sommige gevallen is het nodig dat ter onderbouwing een of meerdere onderzoeken, zoals een akoestisch onderzoek, worden uitgevoerd. Door Peutz is, in opdracht van de gemeente, een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd.
Uit dit
2
onderzoek blijkt dat er geen goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd indien medewerking wordt verleend aan het omzetten van de bestemming bedrijfswoning naar burgerwoning. De richtafstanden uit de VNG Handreiking dienen gemeten te worden vanaf de grens van de bestemming die een milieubelastende functie toelaat tot de uiterste situering van de gevel van de woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Er wordt dus niet gemeten vanaf het bedrijfspand, maar vanaf de grens van het bestemmingsvlak. Er bestaat immers altijd een mogelijkheid dat een bedrijf zijn werkzaamheden uitbreidt en hiermee ook de bedrijfsbebouwing wordt vergroot. Hetzelfde principe geldt voor de woning. Er wordt niet gemeten tot de huidige gevel van de woning, maar tot de uiterste situering van de gevel van de woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Kortom, er wordt altijd uitgegaan van de uiterste grenzen. Hiermee moet worden voorkomen dat na uitbreiding van het bedrijf of de woning niet meer aan de richtafstand kan worden voldaan. Aanvragers hebben aangegeven de woning te willen verkopen. De nieuwe bewoners hebben de mogelijkheid om vergunningsvrij (bijbehorende bouwwerken en/of mantelzorgwoning) in de achtertuin te bouwen, waardoor de richtafstand ruimschoots niet wordt gehaald.
Volgens de Afdeling (uitspraak 3 juli 2019, 201806978/1/A1) dient immers te worden uitgegaan van de maximale planologische en vergunningsvrije uitbreidingsmogelijkheden. Dat er op dit moment nog geen concrete plannen zijn voor de bouw van een mantelzorgwoning doet daar niets aan af. De woning Rijskade 16 is niet vergelijkbaar. Voor de woning Rijskade 16 is een wijzigingsplan opgesteld. Voor onderhavige aanvraag is de uitgebreide procedure van toepassing. De naastgelegen inrit maakt onderdeel uit van de inrichting en valt binnen de bestemming “Agrarisch – Glastuinbouw”. Dat de inrit op dit moment niet meer intensief wordt gebruik doet daar niets aan af. De indiener van de zienswijze gaat er in zijn zienswijze aan voorbij dat niet wordt voldaan aan alle drie de voorwaarden uit het bestemmingsplan, en daarmee de wijzigingsbevoegdheid niet van toepassing is, waardoor de verdere bepalingen uit het bestemmingsplan (a. tot en met e. van artikel 4.4.2 niet meer van toepassing zijn). De uitgebreide procedure is immers van toepassing waarbij getoetst wordt of er voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening. Deze toets gaat verder dan de bepalingen uit het bestemmingsplan. Zienswijze Er ontstaat geen onaanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Beantwoording Hier wordt gesteld dat, aangezien in het bestemmingsplan opgenomen is dat de bedrijfsvoering niet onevenredig mag worden aangetast, het aspect van een goede ruimtelijke ordening volledig over het hoofd moet worden gezien. Het aspect goede ruimtelijke ordening is echter van belang om ten behoeve van de betreffende woning een acceptabel woon- en leefklimaat te borgen. Het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning aan de Langelandseweg 18 wordt conform de kwalificatie van het RIVM bestempeld als gedeeltelijk 'matig' en 'redelijk'. Door de indiener van de zienswijze wordt aangegeven dat deze oprit niet wordt gebruikt voor de bedrijfsvoering van het achterliggende bedrijf. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling moet bij het onderzoek dat ertoe dient te beoordelen of ter plaatse van een in een bestemmingsplan voorziene woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, in verband met mogelijke milieuhinder van een nabijgelegen bedrijf, worden uitgegaan van een representatieve invulling van maximale planologische mogelijkheden op het perceel van het bedrijf (ECLI:NL:RVS:2021:2177). Volgens het bestemmingsplan en het Activiteitenbesluit kan deze oprit gebruikt worden ten behoeve van het achterliggende glastuinbouwbedrijf.
3
Conclusie De aanvraag voor het omzetten van de bedrijfswoning naar burgerwoning op het perceel Langelandseweg 18 past niet binnen het gemeentelijk beleid. De zienswijzen geven geen aanleiding om de aanvraag aan te (laten) passen dan wel de aanvraag niet te weigeren.
4