Bijlage 3. Nota van beantwoording - geanonimiseerd nieuw
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp beleid pré-mantelzorgwoningen
Collegebesluit ontwerp: 08-04-2025 Raadsbesluit ontwerp:27-05-2025 Ter inzage ontwerp: 12-06-2025 Collegebesluit vaststelling: 02-09-2025 Raadsbesluit vaststelling: 16-10-2025 Publicatiedatum: ntb
Inleiding Voor u ligt de nota van beantwoording van zienswijzen die zijn ingediend op het ontwerp beleid pré-mantelzorgwoningen dat van 12 juni tot en met 24 juli 2025 ter inzage heeft gelegen. Om de samenleving te attenderen op het ontwerp van het beleid is op 12 juni 2025 een publicatie geplaatst in het gemeenteblad, de Telstar. De woningcorporaties en andere betrokken organisaties zijn apart geïnformeerd. In de periode van zes weken zijn twee zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn samengevat in de nota van beantwoording. Per zienswijze wordt geconstateerd of dit leidt tot een verandering in het beleid prémantelzorgwoningen. De nota van beantwoording maakt onderdeel uit van de stukken die ter besluitvorming aan de gemeenteraad worden aangeboden. Zo kan de raad kennisnemen van de zienswijzen en beoordelen of deze op een goede manier zijn meegewogen.
Overzicht zienswijzen Nummer 1 2
datum 19 juni 2025 17 juli 2025
Indiener zienswijze
adres l
Zienswijze 1: Pré-mantelzorg is meer dan regels De indieners van deze zienswijze geven aan te waarderen dat de gemeente het belang van mantelzorg erkent en ruimte wil bieden aan initiatieven die mensen in staat stellen elkaar op informele wijze te ondersteunen. Echter willen de indieners een kanttekening plaatsen bij de toon en de uitwerking van het beleid. Het kan mantelzorgers ontmoedigen of verdrietig maken wanneer zij geconfronteerd worden met de strakke voorwaarden, afgebakende termijnen en het vooruitzicht dat een woning na verloop van tijd weer gesloopt of ontdaan moet worden van essentiële voorzieningen. Daarnaast geeft de indiener aan dat het schrijnend kan zijn wanneer mensen juist proberen te voorkomen dat zorg te laat ingezet wordt en ze al bij voorbaat moeten aantonen het ooit nodig te zullen hebben. Daarom pleit de indiener voor;
beter te zien is dat het geen technische regeling is, maar dat (pré-) mantelzorg op je pad komt en mensen ermee moeten leven. Reactie gemeente:
1. Een warmere en meer uitnodigende toon, zeker in de publiekscommunicatie; 2. Meer ruimte voor maatwerk en vertrouwen, met gebruik van de hardheidsclausule als actief beleidsinstrument, niet slechts als nooduitgang; 3. Een expliciete erkenning van de emotionele en sociale waarde van mantelzorg, en wat het vraagt van mensen om zich hierop voor te bereiden.
Wij zijn blij dat de indiener van de zienswijze de doelstelling van het beleid waardeert. Met dit beleid verruimen we de mogelijkheden om tot wel 10 jaar voordat er sprake is van mantelzorg een prémantelzorgwoning te realiseren. Het is zeker niet de bedoeling om mantelzorgers te ontmoedigen of verdrietig te maken, maar het is wel van belang om vooraf goed te weten wat wel en niet kan. Alleen dan kan de aanvrager een goede afweging maken. Daarnaast moet het beleid ook een goede basis geven in geval van juridische procedures. Daarom moet het aan bepaalde eisen voldoen. Het voorgestelde gebruik van de hardheidclausule als actief beleidsinstrument begrijpen we, maar een hardheidsclausule is om te voorkomen dat strikte toepassing van het beleid leidt tot onredelijke gevolgen. Wij hebben er vertrouwen in dat het voorliggende beleid voldoende mogelijkheden biedt. Daarnaast zullen we de uitvoering van het beleid actief monitoren. Over twee jaar wordt het beleid geëvalueerd, maar mocht er eerder aanleiding zijn voor aanpassing dan zullen we daarvoor een voorstel doen. De tip over de publiekscommunicatie nemen we mee.
Daarnaast heeft de indiener nog als tip om te verwijzen naar de site van MantelzorgNL. De indiener hoopt dat in het definitieve beleid
Daarnaast vraagt de indiener om een expliciete erkenning van de emotionele en sociale waarde van de mantelzorger op te nemen.
Dit voorstel hebben wij overgenomen en deze expliciete erkenning is opgenomen in inleiding.
Zienswijze 2 Bedrijfswoningen en bebouwingsmogelijkheden De indieners zijn vader en zoon. Zij zijn al drie jaar met de gemeente in gesprek over een mogelijke mantelzorgwoning. Dit in verband met van de vrouw en moeder van de indieners, beïnvloed de vrouw/moeder dusdanig dat ze op slechte dagen de trap niet op of af kan. Een (pré-)mantelzorgwoning zou een uitkomst zijn voor de vader en moeder. Dit beleid zou voor de indieners zeer welkom zijn, maar er staat een beleidsbepaling in waardoor ze denken net weer mis te grijpen. Namelijk dat mantelzorgwoningen niet toegestaan zijn bij bedrijfswoningen. Met een mantelzorgwoning kan de vader een stuk langer zelfstandig blijven wonen. Het is niet alleen fijn voor de indiener zelf en de buren. Maar het zou de gemeente ook ondersteuning schelen. De indiener woont zelf op en geeft aan dat vanuit deze straat nog wel meer van dit soort situaties zijn. En de ruimte hier is meer dan voldoende. Kortom; een gemiste kans. In de regels staat nu dat een pré-mantelzorg woning niet wordt toegestaan bij een bedrijfswoning. De indieners zijn van mening dat er wel een verschil bestaat tussen een bedrijfswoning op een industrieterrein of een bedrijfswoning dat midden tussen de eigen akkers in staat. Een woning waaromheen ruim voldoende ruimte is, die de bedrijvigheid niet in de weg zit. Gevraagd wordt om bij dit
beleid wel onderscheid te maken en rekening te houden met de ligging van de bedrijfswoning ten op zichtte van de bedrijven. Door de indieners wordt voorgesteld om het beleid op dit punt te wijzigen. Daarnaast geven de indieners aan dat het nu onduidelijk is of een modulaire (tijdelijke) unit meetelt met de maximale bebouwde oppervlakte van een perceel. Graag dit ook duidelijker in de tekst opnemen. Wanneer het meetelt met de maximale bebouwde oppervlakte van het perceel zou de indiener alsnog niet in aanmerking komen voor een pré-mantelzorgwoning. Dan zouden de indieners alsnog misgrijpen. Reactie gemeente Naar aanleiding van deze zienswijze hebben we nogmaals gekeken naar de mogelijkheden om pré-mantelzorgwoningen toe te staan bij bedrijfswoningen. In de glastuinbouwgebieden en op de bedrijventerreinen staat de economische functie centraal. Bedrijven hebben daar de ruimte om te ondernemen. Een prémantelzorgwoning betekent dat bedrijven daar afstand toe moeten houden. We geven prioriteit aan de ruimte om te ondernemen. In het buitengebied zijn de functies meer gemengd. Daar zijn meer mogelijkheden om een pré-mantelzorgwoning toe te staan, ook bij bedrijfswoningen. Bedrijven liggen hier verder uit elkaar en er staan ook al veel burgerwoningen.
Daarom stellen we voor het beleid gewijzigd vast te stellen zodat bij bedrijfswoningen in het buitengebied een pré-mantelzorgwoning kan worden gerealiseerd.
Als aanvullend toetsingscriterium nemen we op dat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering gehinderd mogen worden. Bij bedrijfswoningen in de glastuinbouw en op de bedrijventerreinen blijft het niet toegestaan. Daarnaast is het niet de bedoeling dat het beleid vragen oproept of iets wel of niet is toegestaan. In de pré-mantelzorgsituatie is het niet toegestaan om bovenop de vergunningsvrije regels extra te bouwen. Daarom zullen wij in de tekst een wijziging opnemen waardoor het duidelijker wordt het dit niet is toegestaan. Samenvattend wijzigen wij in de tekst dat het wel is toegestaan bij bedrijfswoningen in het buitengebied om onder voorwaarde een pré-mantelzorgwoning te plaatsen. Daarnaast passen wij de teksten aan door de bebouwingsmogelijkheden duidelijker toe te lichten.
Staat van wijzigingen De staat van wijzigingen is een overzicht van alle aanpassingen die worden gedaan ten opzichte van het ontwerp. Daarmee wordt het voor iedereen inzichtelijk wat er bij vaststelling verandert en waarom. Wijziging 1: Tekstuele aanpassingen Ten opzichte van het ontwerp is het gehele beleid op ondergeschikte punten tekstueel aangepast. Taal- en schrijffouten zijn gecorrigeerd, er wordt niet meer verwezen naar het ontwerp en de datum van het beleid is aangepast naar 2025. Wijziging 2: Verwijzing opgenomen naar zienswijzeperiode Op pagina 3 is een alinea toegevoegd waarin wordt beschreven dat de stukken ter inzage hebben gelegen en dat zienswijzen hebben geleid tot aanpassing. Wijziging 3: Stuk is digitaal toegankelijk gemaakt Het ontwerp beleid was nog niet volledig digitaal toegankelijk. Hierdoor zijn er enkele wijzigingen gemaakt in de lay-out, nummering van het document en in de inhoudsopgave. Wijziging 4: Erkenning voor mantelzorgers Op basis van de zienswijzen die binnen zijn gekomen is er een tekstuele aanpassing gedaan aan de inleiding. In de inleiding is een erkenning opgenomen voor mantelzorgers.
Wijziging 5: Bedrijfswoningen in het buitengebied Op basis van de zienswijzen die binnen zijn gekomen is er een tekstuele aanpassing gedaan. De tekst is gewijzigd waarbij het onder voorwaarde mogelijk is om een pré-mantelzorgwoning bij een bedrijfswoning in het buitengebied toe te staan. Dit is ook in de infographic aangepast. Wijziging 6: Verduidelijking bebouwingsmogelijkheden Op basis van de zienswijzen die binnen zijn gekomen is er een tekstuele aanpassing gedaan. De teksten over de bebouwingsmogelijkheden zijn aangepast en aangescherpt.