Bijlage 3: Formats maatregelen jeugd
Tekst van het document
Segment veelvoorkomend: maatregel 1 – Basis GGZ hanteren conformeren aan de zorgverzekeringswet Waarom nemen we deze maatregel? De gemeente biedt haar inwoners de mogelijkheid om GGZ-trajecten te volgen. Dit kunnen ‘basis’ GGZ-trajecten zijn of specialistischer trajecten, ook wel ‘S-GGZ’ genoemd. In het licht van de kostenbeheersing willen wij de diensten die onder de basis-GGZ vallen een scherper afgekaderde omschrijving geven, waarmee het gebruik wordt zoals bedoeld; kortdurend en probleemoplossend. Hoeveel uur kan maximaal onder basis-GGZ geboden worden, welke interventies vallen binnen deze behandeling. Hoe gaan we om met verlenging en met opschalen naar specialistische-GGZ? Dat soort vragen willen we vastleggen in een helder kader dat past binnen de jeugdwet en de bestaande regelgeving en de contractuele afspraken. De afspraken in dit kader gaan we communiceren met de dienstverleners en strikt naleven. De lokale ontwikkeling van deze maatregel en de regionale inspanning op dit gebied lopen hierbij gelijktijdig. Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel? Inwoners krijgen nog steeds de vereiste zorg alleen dan begrensd door waarvoor Basis-GGZ bedoeld is. Mocht S-GGZ nodig zijn voor de inwoner, dan zijn hier aparte trajecten voor met het juiste specialisme die niet worden gedeclareerd volgens basis-GGZ.
Omzet in 2024 behelst 600.000 euro, de ambitie is om 5% te besparen (dit komt uit op 30.000 euro) Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment?
Bruto*: Netto:
2025 €15.000 €6.500
2026 €30.000 €21.500
2027 €30.000 €30.000
2028 €30.000 €30.000
*In 2025 en 2026: 8500 euro per jaar aan investeringen vereist voor regionale inzet vanuit het kernteam. Wat is het verschil ten opzichte van het verleden? De afbakening zal zorgen voor een afname van de kosten van de basis GGZ-trajecten die door de gemeente worden gefinancierd. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners? Kwaliteit van de basis GGZ blijft geborgd en daarmee wordt er gefocust op de problemen waarvoor de basis GGZ bedoeld is; lichte en enkelvoudige problematiek. Ook wordt voorkomen dat binnen de basis GGZ, S-GGZ trajecten worden geboden. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren? Nieuwe afspraken maken met de aanbieders, in samenwerking met het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (SBJH), over de kaders die de gemeente gaat hanteren en in afstemming met de regionale werkgroep het ‘segment veelvoorkomend’ in de regio. Het ontwikkelen van deze maatregel en de twee andere maatregelen van segment veelvoorkomend vraagt regionale inzet van een medewerker van de gemeente voor één dag per week. Ook dient het normenkader te worden aangepast. Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen?
Deze kostenbeheersingsmaatregelen zijn gericht op het lokale niveau. Echter, voor de uitvoering van deze maatregel is ook afstemming met de regio nodig. Wat is de planning en rol van de gemeenteraad? NVT
Segment veelvoorkomend: maatregel 2 – Echtscheidingsproblematiek Waarom nemen we deze maatregel? Ondersteuning bij echtscheidingsproblematiek is een traject dat inwoners kunnen krijgen bij zorgaanbieders (via de gemeente). De zorgaanbieder biedt hierbij bemiddeling tussen ex-partners die in een scheiding zitten. De gemeente betaalt voor deze trajecten een vaste prijs (ongeveer 4300 euro), ongeacht de inspanning die geleverd is. Het komt voor dat de vaste prijs wordt gedeclareerd terwijl in de praktijk slechts één gesprek of enkele gesprek(ken) worden gevoerd. De zorgaanbieders hebben nu ook de mogelijkheid om aanvullende codes aansluitend op de echtscheidingstrajecten aan te bieden, waardoor lange trajecten in het kader van de echtscheiding kunnen ontstaan. Hierdoor is het voor de gemeente niet altijd inzichtelijk welke hulp de inwoner wordt geboden. Ook ziet de gemeente voorbeelden van aanbieders die aanvullende trajecten proberen aan te bieden; bijvoorbeeld aanvullende basis-GGZ trajecten voor de kinderen. Dit blijkt in de praktijk niet altijd nodig. Kosten en praktijk van trajecten: • Een traject kost ongeveer 4300 euro, jaarlijks vinden er gemiddeld tien echtscheidingsproblematiektrajecten plaats die inzichtelijk zijn. Het kernteam ziet echter al jaren voorbeelden waarbij behandeling en begeleiding wordt aangeboden in het verlengde van de echtscheidingsproducten.
Zo wordt er buitensporig ingezet op (extra) langdurige zorg voor individuele gezinsleden. Hier raakt deze maatregel ook het gedachtegoed normaliseren. Naast de beperkte effectiviteit van deze aanvullende trajecten, zorgt dit voor vertroebeling van de data en monitoring voor het kernteam. Dit omdat niet terug te herleiden is van deze extra zorg naar de oorspronkelijke zorgvraag, namelijk het echtscheidingstraject. • In de praktijk worden trajecten niet altijd volledig benut (soms maar één gesprek). • Soms worden andere codes gebruikt, waardoor er geen duidelijk beeld is van de hoeveelheid echtscheidingsproblematiek. Hiervoor dienen nieuwe afspraken gemaakt te worden met de aanbieders (via het Servicebureau). Bijvoorbeeld over vaste codes, alleen facturatie voor de ingezette hulp en een maximale prijs. Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel? Het product ‘ouderschap blijft’ wordt begrensd. Zolang dit niet gebeurt hebben ouders de mogelijkheid om na een scheiding zonder einddatum door te gaan met de codes op de kosten van de gemeente (via de jeugdzorg). Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment?
Bruto* Netto:
2025 €10.000 €1.500
2026 €15.000 €6.500
2027 €20.000 €20.000
2028 €20.000 €20.000
*In 2025 en 2026 €8500 per jaar aan investeringen vereist voor regionale inzet vanuit kernteam.
Wat is het verschil ten opzichte van het verleden? -Er wordt niet langer meer betaald dan dat er gebruikt wordt. -Er komen niet langer aanvullende trajecten tegen een meerprijs, waarbij de gemeente het overzicht verliest wat onder echtscheidingsproblematiek valt en wat niet. -Er dienen nieuwe afspraken te worden gemaakt met de aanbieders. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners? Vooraf wordt inzichtelijk voor de inwoner wat er maximaal geboden gaat worden. Dit gaat niet ten koste van de kwaliteit voor de inwoner, omdat het ‘ouderschap blijft’ traject tot 23 gesprekken gaat. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren? De gemeente informeert de aanbieders over bovenstaande maatregel. Ook dient dit onderwerp geagendeerd te worden in de regio en in samenwerking met het Servicebureau. Het Servicebureau is de tussenpartij tussen de gemeente en alle zorgaanbieders. Samen met de andere twee maatregelen van segment veelvoorkomend zal een medewerker van de gemeente voor één dag per week aansluiten in de regio. Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen? We schatten het risico laag in. Het risico is dat wanneer deze maatregel niet wordt uitgevoerd, de gemeente extra zorg blijft bekostigen aan zorgaanbieders.
Bij uitvoering van deze maatregel blijft aanvullende zorg nog steeds een optie voor inwoners indien noodzakelijk. Wat is de planning en rol van de gemeenteraad? NVT
Segment veelvoorkomend: maatregel 3 – JOH codes (HBO/MBO) Waarom nemen we deze maatregel? Het kernteam biedt hulp aan inwoners van de gemeente van alle leeftijden. Dit kan ook gaan om jeugdigen of ouders met kinderen die hulp behoeven. Deze hulp wordt soms, via de gemeente, aangeboden door zorgaanbieders. Deze zorgaanbieders declareren vervolgens de kosten aan de gemeente door middel van codes. Zo weet de gemeente welke hulp de zorgaanbieder heeft toegepast. ‘Jeugd- en opvoedhulp’ is een vorm van deze codes (hierna: ‘JOH-codes’). JOH-codes zijn bijna twee keer zo duur (bijvoorbeeld € 171) als de begeleidingscodes (bijvoorbeeld €87). De gemeente ziet dat er steeds vaker dat zorgaanbieders declareren op de duurdere trajecten, ondanks dat soms de goedkopere trajecten de effectieve hulp voor inwoner is. Het doel van deze maatregel is om het gebruik van de juiste trajecten en daarnaast de tijdsduur van te trajecten te beperken tot wat noodzakelijk is voor de inwoner. Naast de JOH-codes zal er ook breder gekeken worden naar andere codes. In de productencatalogus van het servicebureau staat per code benoemd wat de doelgroep en eisen zijn. Bij het afgeven van beschikking kan de gemeente de catalogus hanteren om te toetsen welke code het meest passend is.
Op deze manier heeft de gemeente meer proactief in handen welke trajecten worden afgenomen in plaats van dat zij achteraf wordt verrast door duurder of langer ingezette trajecten. Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel? Jongeren ontvangen nog steeds de hulp die de gemeente nodig acht. Daarnaast ontstaat er bewustwording bij aanbieders omdat zij de doelstellingen moeten halen binnen de gestelde termijnen met de codes die daarvoor bedoeld zijn. De maatregel borgt dat aanbieders zich houden aan de vooraf gestelde doelen binnen de gestelde termijnen van het richtinggevend kader van de zorgverzekeringswet.
Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment?
Bruto*: Netto:
2025 €38.500 €30.000
2026 €82.000 €73.500
2027 €107.000 €107.000
2028 €107.000 €107.000
*In 2025 en 2026: €8500 per jaar aan investeringen vereist voor regionale inzet vanuit kernteam. Omzet lokaal 1.9 miljoen euro en in 2024 lokaal een daling van 7 % van omzet, na sterke stijging omzet lokaal in 2023. Aanvullende besparing is 3%. Wat is het verschil ten opzichte van het verleden? Het kernteam toetst in het vervolg de ’VOTS en VOWS’ die worden aangevraagd aan het richtinggevend kader. Een VOT is een ‘verzoek om toewijzing’: dit is voor jeugdigen die worden doorverwezen naar een zorgaanbieder zonder dat de gemeente deze inwoner heeft doorverwezen (maar dus bijvoorbeeld via een huisarts?). Een VOW is een ‘verzoek om wijziging’, dit verzoek dient de gemeente in bij een zorgaanbieder wanneer er wijzigingen dienen plaats te vinden in lopende trajecten. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners? De inwoners krijgen nog steeds de hulp die zij nodig hebben alleen nu binnen de vastgestelde termijn door het Servicebureau. De hulp voor de inwoners wordt hierdoor mogelijk efficiënter. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren? De gemeente informeert de aanbieders over bovenstaande maatregel. Ook dient dit onderwerp geagendeerd te worden in de regio en in samenwerking met het Servicebureau. Samen met de andere twee maatregelen van segment veelvoorkomend zal een medewerker van de gemeente voor één dag per week aansluiten in de regio.
Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen? Het risico kan zijn dat aanbieders aangeven tegen de inwoners dat de gemeente zegt dat de hulp stopgezet moet worden. Hierdoor kunnen inwoners ontevreden zijn met zorg, omdat zij zich niet door de gemeente geholpen voelen. Wat is de planning en rol van de gemeenteraad? NVT
Maatregel 4 – Overbruggingszorg minimaliseren Waarom nemen we deze maatregel? De GGZ kent wachtlijsten waardoor een inwoner niet altijd direct de hulp kan krijgen die hij/zij nodig heeft. Soms kan, ter overbrugging van die wachttijd, door zorgaanbieders tijdelijke zorg worden geboden; dit heet ‘overbruggingszorg’. Het is het kernteam opgevallen dat deze vorm van zorg voor de meeste inwoners niet effectief is omdat de behandeling niet wordt ingestoken omdat er geen echte behandeling wordt geboden. Daarnaast zorgt het bieden van overbruggingszorg voor druk op de wachtlijsten omdat de behandelaar geen nieuwe cliënten in behandeling kan nemen. Hierdoor moeten jeugdigen die reeds zijn aangemeld langer wachten op zorg. Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel? Ten eerste worden jeugdigen sneller geholpen omdat de druk op de wachtlijsten afneemt. Daarnaast zorgt een afname in de overbruggingstrajecten ervoor dat de gemeente minder kosten heeft aan de trajecten. Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment?
Netto:
2025 € niet berekenbaar*
2026 € niet berekenbaar*
2027 € niet berekenbaar*
2028 € niet berekenbaar*
*Het is niet mogelijk om de kostenbesparing terug te herleiden naar enkel de maatregel ‘Overbruggingszorg’. Desondanks is de verwachting dat deze maatregel zal bijdragen aan het verlagen van de kosten. Er wordt dus wel verwacht dat dit een kostenbesparend effect heeft. Wat is het verschil ten opzichte van het verleden? We bieden niet langer standaard overbruggingszorg aan met uitzondering voor jeugdigen waarbij dit noodzakelijk is. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners? Kortere wachtlijsten Jeugdigen die nu tussentijds overbruggingszorg krijgen, krijgen deze (indien mogelijk) niet langer. Alleen voor jeugdigen waarvoor dit noodzakelijk blijkt, wordt overbruggingszorg nog aangeboden. Dit werkt kostenbesparend, omdat er minder lange trajecten worden geboden. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren? Er dienen afspraken met de aanbieders gemaakt te worden waarbij wordt afgesproken dat zij niet langer standaard overbruggingszorg aanbieden aan hun cliënten. Ook dient dit onderwerp geagendeerd te worden in de regio en in samenwerking met het Servicebureau. Het Servicebureau is de tussenpartij tussen de gemeente en alle zorgaanbieders. Er wordt één medewerker beschikbaar gesteld voor de regio voor anderhalf jaar (voor één dag per week).
Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen? NVT Wat is de planning en rol van de gemeenteraad? NVT
Maatregel 5 – jeugdhulp vanuit de regio ‘gezamenlijk toezicht’ Waarom nemen we deze maatregel? Binnen de Wmo (H5) werken lokale toezichthouders samen onder begeleiding/aansturing van een regionale toezichthouder. Dit is nog niet het geval binnen de jeugdhulp. Tot nu toe heeft toezicht binnen de jeugdhulp regionaal geen prioriteit gekregen. Gemeenten hebben een lokale toezichthouder met jeugd als aandachtgebied, maar die opereren los van elkaar. Door gezamenlijk toezicht te hanteren komt er meer toezicht op de zorgaanbieders. Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel? Jeugdhulp (H9) die is ingekocht is betrouwbaar en wordt doelmatig en rechtmatig geleverd. We willen vroegtijdig ingrijpen, problemen en schade voorkomen waardoor schaarse formatie effectiever en efficiënter wordt ingezet. Hierbij wordt gehandhaafd op: -Samenwerking met aanbieders die te vertrouwen zijn. -De doelmatigheid/kwaliteit. Aanbieders leveren goede kwaliteit van zorg voor onze jeugdigen. Zij voldoen en houden zich aan (landelijke en regionale) kwaliteitsnormen. -Rechtmatigheid. We willen oneigenlijk gebruik, misbruik, fraude voorkomen en geen financiële middelen besteden aan malafide zorgaanbieders. Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment?
Bruto*: Netto:
2025 €25.000 €15.000
2026 €35.000 € 15.000
2027 € 50.000 € 40.000
2028 €50.000 €40.000
*€ De raming van de investering is gebaseerd op onze bijdrage voor coördinatie op Toezicht Jeugdhulp in regionaal verband voor de jaren 2025 en 2026. Voor de jaren daarna is het vertrekpunt een inzet van twee regionale toezichthouders, dit vraagt een investering van twee keer 100.000 euro en hiervan zijn 5% van deze kosten voor rekening van onze gemeente. De inschatting van de jaarlijkse besparing is 50.000 euro (preventief effect). Dit is lastig te monitoren, omdat nadruk bij deze maatregel op preventie ligt. Dat wil zeggen op het voorkomen van contracteren van niet bonafide organisaties. Wat is het verschil ten opzichte van het verleden? Verzamelen van bewijslast is een tijdrovende klus en doet een groot beroep op lokale capaciteit. Regionaal kan werk verdeeld worden en grondig onderzoek worden gedaan. Meerwaarde van regionale samenwerking is dat je gezamenlijk kunt leren. Het geeft de lokale toezichthouders handvatten zodat zaken aangepakt kunnen worden. Handvatten gaan over: Preventief toezicht; bij toetreding van aanbieders toetsen of zij voldoen aan (kwaliteits)eisen. Dit wordt gedaan door SbJH. Regionaal kan bekeken worden of dit nog verder aangescherpt moet worden en meer aandacht besteden aan criminaliteit en ondermijning. Pro-actief toezicht; onrechtmatig handelen van aanbieders tijdens zorglevering.
Signaal-gestuurd toezicht; bij een melding over iets dat niet goed lijkt te gaan, bijvoorbeeld vanuit toegangen, contractmanagement, externe partner (o.a. politie, oud-medewerker zorgaanbieder) of inwoner. Hier kan het ook gaan om fraude. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners?
Kwalitatief goede zorg. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren? Regionale werkgroep te starten onder leiding van een regionaal toezichthouder en voor iedere gemeente capaciteit hiervoor vrij te maken. Hierin ook de verbinding zoeken met SbJH en lokale contractmanagers en dus regionaal CMT (contractmanagementoverleg). Het contractmanagement en de afhandeling van de financiële verantwoordingen vindt al regionaal plaats. Toezichthouden dient hierin ook een plek te krijgen. Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen? Toezichthouden en vooral aanpakken van fraude bij zorgaanbieders kent een groot afbreukrisico. Het brengt veel onzekerheid bij cliënten, aanbieders en gemeenten. Het vraagt dus zorgvuldigheid. Wat is de planning en rol van de gemeenteraad? NVT
Maatregel 6 – Onderzoeken mogelijkheden voorkeursaanbieders en maximum budgetplafond per aanbieder Waarom nemen we deze maatregel? Vanuit de regio zijn er ongeveer 180 aanbieders gecontracteerd. De gemeente ervaart met bepaalde aanbieders een effectievere en efficiëntere samenwerking dan met andere aanbieders. Ook sluiten sommige aanbieders beter aan bij de visie van de gemeente op het gebied van normalisering en welke hulp het beste ingezet kan worden. Echter ervaart de gemeente dat sommige aanbieders situaties van inwoners meer problematiseren en langer doorbehandelen dan vereist voor het probleem waarvoor de cliënt verwezen. Ook ziet de gemeente dat met een toename van aanbieders dat ook de vraag stijgt. Daarnaast wil de gemeente een plafond aanhouden voor aanbieders zodat enkel met aanbieders wordt samengewerkt die als betrouwbaar en kwalitatief passend worden geacht door de gemeente. Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel? Door deze maatregel te hanteren worden aanbieders geprikkeld om resultaatgericht en efficiënt te werken. Het aantal aanbieders blijft in principe gelijk, maar binnen de contractuele afspraken gaan we op zoek naar de best presterende dienstverleners.
Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment? 2025 2026 2027 2028 Bruto*: €175.000 €350.000 €350.000 €350.000 Netto: €150.000 €325.000 €325.000 €325.000 * €25.000 per jaar nodig als investering. De investering bestaat uit extra personele inzet voor communicatie met aanbieders door kernteam en contractmanagers. Wat is het verschil ten opzichte van het verleden? Het is voor de inwoner duidelijk uit welke aanbieders gekozen kan worden die aansluiten bij de hulpvraag van de inwoner. Voor de gemeente betekent dit dat zij een intensievere samenwerking aangaan met een iets beperkter aantal aanbieders. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners? Het is voor de inwoner duidelijk uit welke aanbieders gekozen kan worden die aansluiten bij de hulpvraag van de inwoner. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren? De komende twee jaar wil de gemeente hier op lokaal niveau mee starten. Deze ervaringen worden meegenomen in regionale voorbereiding (‘herinrichting jeugdhulp / inkoop 2027’). Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen? NVT Wat is de planning en rol van de gemeenteraad? NVT
Maatregel 7 – jeugd – BSO kinderopvang+ Waarom nemen we deze maatregel? Door deze maatregel te nemen wordt voorkomen dat in het vervolg de gemeente de volledige kosten voor de specialistische buitenschoolse opvang moet betalen (voor jeugdigen die niet in aanmerking komen voor de reguliere buitenschoolse opvang). In het kader van normalisering is het normaal dat je als ouders BSO betaald en weer vergoed krijgt van de Rijksoverheid. Dit is hier ook het vertrekpunt. De gemeente vergoed dan in het kader van de Jeugdhulp de extra kosten omdat gebruik gemaakt wordt van specialistische BSO. Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel? De opvang blijft bestaan, enkel komt de bekostiging minder ten laste voor de gemeente. Inwoners krijgen, afhankelijk van hun inkomen een vergoeding van de Rijksoverheid. Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment? 2025 2026 2027 2028 Bruto €10.000 €20.000 €20.000 €20.000 Netto - €5.000 * €0 €20.000 €20.000 *Éénmalig 15.000 euro investering, er is éénmalig een investering van €15.000 vereist (€10.000 voor functioneel applicatiebeheer en kwaliteitsmedewerker en €5.000 voor opvang regulier werk juridisch adviseur).
Wat is het verschil ten opzichte van het verleden? De gemeente zal niet langer het volledige bedrag van de specialistische opvang vergoeden, maar enkel het verschil tussen de reguliere en specialistische buitenschoolse opvang. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners? Inwoners waarvoor nu de specialistische buitenschoolse opvang bekostigd wordt, zullen zelf een deel van de opvang gaan betalen en kunnen zelf hun toeslagen hiervoor aanvragen. Dit is overigens bij alle opvang buiten de Jeugdhulp de normale werkwijze. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren? Deze maatregel wordt nader uitgewerkt in de werkgroep ‘jonge kind’ vanuit het uitvoeringsplan Lokaal Educatieve Agenda (LEA). Ook is éénmalig een investering van 15.000 euro vereist (10.000 euro voor een functioneel applicatiebeheer en kwaliteitsmedewerker en 5.000 euro voor de opvang van regulier werk juridisch adviseur. Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen? Vraagt meer zelfwerkzaamheid van inwoners bij bekostigen van de BSO. Wat is de planning en rol van de gemeenteraad? De regionale werkgroep zal aan de slag gaan met een businesscase. Mogelijk blijkt uit de businesscase dat er een investering nodig is om deze maatregel te realiseren.
Maatregel 8 - Collectieve en contextgerichte inzet op alle scholen Waarom nemen we deze maatregel? Vanuit de Hervormingsagenda Jeugd, Werkagenda inclusief onderwijs 2035 en LEA (Lokaal Educatieve Agenda) stellen we ons als doel dat elke jeugdige zich optimaal of naar vermogen kan ontwikkelen in een inclusieve leeromgeving, waar mogelijk dichtbij huis. Kinderen helpen we individueel in plaats van dat we vanuit de (school)context werken. Om kinderen meer lokaal onderwijs te kunnen laten volgen en om efficiënter en effectiever te kunnen ondersteunen, waar dat nodig is, willen wij drie samenhangende maatregelen realiseren. We willen werken volgens de piramide: 1. Sterke basis t.b.v. regulier basisonderwijs met SMW dichtbij 2. Steun waar nodig t.b.v. leerlingen op SBO Prinsenhof en lokaal basisonderwijs 3. Speciaal als moet t.b.v. leerlingen op SO en VSO cluster 4 door middel van collectief aanbod. *Tekst uit goedgekeurde maatregel 2024: ‘1. Inzet van Schoolmaatschappelijk werk (SMW) om verwijsstromen vanuit de scholen naar de huisartsen te beperken. Hiervoor zet SMW in op het voorkomen en klein houden van problemen. Op direct helpen waar dat passend is en op normaliseren.'
Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel? Beweging van individuele jeugdhulp naar collectieve inzet op school. Kinderen kunnen naar school blijven gaan, bij voorkeur binnen de eigen gemeente. Hiermee verminderen we kosten jeugdhulp en leerlingenvervoer. Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment?
Netto:
2025
2026
2027
2028
€0
€ 37.500
€52.500
€ 82.500
Toelichting: Schoolmaatschappelijk Werk (SMW): •
SMW één dagdeel per week op alle basisscholen in Pijnacker-Nootdorp om problemen vroegtijdig aan te pakken en klein te houden en normaliseren. • Continuering van 1 fte en uitbreiding met 1 fte, gefinancierd uit bestaande subsidiemiddelen. • Het betreft continuering van de huidige inzet op de basis scholen. Besparing is al ingeboekt, dus geen extra opbrengst. 2. SBO Prinsenhof Plusklas: Lokaal aanbod voor kinderen die speciaal onderwijs nodig hebben. •
We verwachten en efficiëntiewinst van 10% te kunnen realiseren. Ook besparing op leerlingenvervoer van netto 10.000 euro per kind per jaar.
•
Bij invulling van vier plaatsen in de plusklas door onze gemeente is de besparing 45.000 euro. Als dit aantal kinderen groeit naar vijf neemt de opbrengst toe naar 55.000 euro enzovoort. • Winst is bovenal kwaliteitswinst voor jonge kinderen, omdat zij geen lange reistijd in het leerlingenvervoer hebben. 3. Speciaal Onderwijs Niveau 4: • Collectieve organisatie van Jeugdhulp op SBO scholen. Bij voorkeur met 1 aanbieder per school. • Start in 2026, kosten 50.000 euro per jaar uit bestaande middelen • Opbrengst 2026: -15.000 euro; 2027: 0 en besparing in 2028: 20.000 euro.
Wat is het verschil ten opzichte van het verleden? 1. Lokaal verhogen van de zichtbaarheid van het kernteam op school, in de vorm van ‘gezichten’ van de schoolmaatschappelijke werkers (SMW-ers). 2. Regionaal worden jeugdigen in groep of vanuit de school geholpen in plaats dat iedere leerlingen zijn eigen hulpverlener in de klas meeneemt. Dus vanuit contextgerichte en collectieve inzet op school. Beide onderdelen doen we om individuele jeugdhulptrajecten te voorkomen. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners? Kinderen en jongeren groeien op in inclusieve leeromgeving, krijgen tijdig passende hulp. De gemeente lost hulpvragen passend en snel op. Daarnaast vangt ze een deel van de hulpvragen af die anders bij de huisarts belanden. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren? -
Reguliere basisscholen; intensiveren smw door collectief en contextgericht werken. Dekkingsvoorstel uit bestaande subsidie of onderwijs middelen - SBO Prinsenhof versterking door 0,5 fte inzet jeugdhulp aanbieder, 50.000 euro. - SO en VSO-cluster 3 en 4, max. 2 fte per scholen (8 scholen), financiering met vijf gemeenten. Dit wordt ook in het meer inhoudelijk collegeadvies uitgewerkt. Alle financiële consequenties (investeringen) worden meegegeven in het proces van de Kadernota 2026. Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen? Het vraagt lange adem en als gemeente openstellen voor wat er in het onderwijs speelt. Wat is de planning en rol van de gemeenteraad? Planning: SBO en SO, VSO-cluster 3 en 4 worden aparte plannen van aanpak per school gemaakt en verloopt inkoop via SbJH en daarvoor specifieke planning. Gemeenteraad: uitbreiden SMW en collectieve inzet op SO/VSO scholen vragen om investeringen.
Maatregel 9 - zorgwekkend verzuimers (technische maatregel, wordt al uitgevoerd) Waarom nemen we deze maatregel? Binnen team leerplicht is opgevallen dat het aantal jongeren stijgt dat niet of nauwelijks naar school gaat, ondanks een schoolinschrijving. Dit gaat vaak om jongeren met bijvoorbeeld angstproblemen of autisme. Om deze jongeren te helpen werd hen vaak een GGZ-traject aangeboden. Deze trajecten zijn duur en vaak niet effectief. Sinds 2023 heeft een leerplichtambtenaar de ruimte gekregen om te experimenten met het activeren van jongeren alvorens zij een GGZ-traject krijgen. Onder activeren wordt verstaan: jongeren een beperkt aantal uur per week een passende baan aanbieden onder schooltijd. Deze baan kan gaan om een vrijwilligersplek bij bijvoorbeeld een zorgboerderij, maar ook om een betaalde baan bij bijvoorbeeld een horecagelegenheid. Het blijkt uit evaluatie dat deze manier van activeren goed aansluit bij de jongeren en zelfs vaak effectiever blijkt dan de GGZ-trajecten, waardoor deze regelmatig niet nodig zijn. Wat is het inhoudelijke effect van de maatregel? Jongeren krijgen weer zingeving, een sociale omgeving en dagelijkse structuur. Omdat GGZtrajecten vaak niet of in beperktere mate nodig zijn wanneer jongeren geactiveerd worden brengt dit project ook een kostenbeheersingscomponent met zich mee.
Het doel is te allen tijde dat de jongeren weer teruggaan naar school. De vervolgstap is dat deze werkwijze structureel wordt geborgd in het team leerplicht in samenwerking met het kernteam. Wat is het beoogde maximale financiële effect dat we van deze maatregel verwachten en op welk moment?
Bruto*: Netto:
2025 €400.000 €362.500
2026 €400.000 €362.500
2027 €400.000 €362.500
2028 €400.000 €362.500
*0,44 fte schaal 9 vereist (37.500 euro) structureel. Wat is het verschil ten opzichte van het verleden? Voorheen werden jongeren snel doorgezet naar, door de gemeente bekostigde, dagbesteding- of GGZ-traject. Het is vanuit die trajecten zeer moeilijk om jongeren weer terug naar school te krijgen. Naast het geld besparende element blijkt dat het bij een activeringstraject zij sneller weer terugkeren naar school. Daarnaast ziet leerplicht en het kernteam dat de jongeren weer opbloeien en tot ontwikkeling komen. Wat is het effect van deze maatregel voor de inwoners? Jongeren komen sneller tot ontwikkeling en krijgen weer zingeving, sociale omgeving en dagelijkse structuur in een ‘normale’ omgeving. Wat is ervoor nodig om deze maatregel uit te kunnen voeren? - Het borgen van het activeren van zorgwekkend verzuimers als reguliere werkzaamheden binnen de organisatie (leerplicht en kernteam) voor start van het schooljaar ’25 – ‘26). - Een netwerk van organisaties aangesloten door middel van een samenwerkingsovereenkomst. Om bovengenoemde werkzaamheden structureel uit te voeren in de organisatie is 0,44 extra FTE vereist (0,44 fte schaal 9= 37.500 euro). Wat zijn de risico’s van deze maatregel voor de inwoners, voor de gemeente, voor anderen?
Risico: indien het aantal leerlingen dat in aanmerking komt voor een activeringstraject lager uitvalt dan in 2023 en 2024 heeft dit gevolgen voor de kostenbesparing, waardoor dit mogelijk lager uitvalt. Wat is de planning en rol van de gemeenteraad? N.V.T.