CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Eindrapportage - Verdiepend onderzoek haalbaarheid fietsecoduct A13 - 2023-02-08

Raad Beeldvorming 26 oktober 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 146049310.948 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Variant A wordt als voorkeursvariant voor nadere uitwerking geadviseerd. Deze biedt immers betere kwaliteit voor de fiets en gelijke kwaliteit voor ecologie en recreant, voor significant lagere investeringskosten dan variant B. Ook is variant A volledig in te passen op beschikbare grondposities. Samenwerking met Rijkswaterstaat voor het realiseren van ontwerpvariant A is wel noodzakelijk. Rijkswaterstaat kan op dit moment geen voorkeur uitspreken voor een van beide varianten, voordat in beeld is gebracht welke verkeersmaatregelen noodzakelijk zijn per variant en welke effecten op de doorstroming dit heeft. Om hierna gezamenlijk met gemeenten een afweging tussen hinder en kosten van varianten te kunnen maken.

Naast de investeringskosten zijn ook de jaarlijkse beheerlasten van variant A grofmazig geraamd. Hiervoor moet per jaar circa 36.000 euro (ex btw) worden gereserveerd. Dit bedrag bestaat uit een jaarlijks bedrag van 20.500 euro voor instandhoudingskosten voor het kunstwerk en 13.000 euro jaarlijkse kosten voor regulier onderhoud van de wegen (schoonmaken en strooien). De jaarlijkse beheerkosten voor groen en ecologie zijn geraamd op 2.500 euro.

39

5

Opties voor bekostiging

In dit hoofdstuk gaan we in op mogelijk bekostigingsbronnen voor het fietsecoduct. Dit onderzoek doet geen uitspraak over eventueel extra vrij te makelen extra middelen bij de opdrachtgevers van het onderzoek, maar maakt inzichtelijk via welke bekostigingsbronnen de totale bekostiging gerealiseerd kan worden. Dit hoofdstuk beantwoordt onderzoeksvraag 3:

3. Wat zijn de huidige en nieuwe bekostigingsmogelijkheden voor het fietsecoduct en waar liggen eventuele kansen voor subsidie?

5.1

Huidige bekostigingsbronnen

Vanuit de onderzoeken uit 2020 en 2021 zijn de volgende bekostigingsbronnen toegezegd door Delft, Pijnacker-Nootdorp, de MRDH en betrokken partijen vanuit ecologie (alle bedragen ex btw). Tabel 5: Overzicht beschikbare bekostiging 2021 Onderdeel

Leverancier bijdrage

Voorwaarde

Bedrag (x 1 miljoen)

Fietsdeel

Bijdrage Delft

Bijdrage voor fietsdeel

1

Bijdrage Pijnacker-Nootdorp

Bijdrage voor fietsdeel

1

Subsidie MRDH

70% fietsdeel

4,8

Subtotaal Ecologiedeel

6,8 Liquidatie recreatieschap, in

Gelabeld aan dit

handen van Delft

project

Uittreding Rijk uit

Gelabeld aan dit

recreatieschap, in handen van

project

1,3

0,6

Coöperatief Beheer Groengebieden Midden Delfland (CBG) Subtotaal

1,9

Totaal

8,7

Hierbij wordt opgemerkt dat de 70% bijdrage voor een fietsdeel, 4.8 miljoen euro vanuit de MRDH gerelateerd is aan de investeringskosten voor het fietsdeel van een fietsecoduct. Indien een fietsecoduct meer kost, stijgt de mogelijke bijdrage van de MRDH.

40

5.2

Aanvullingen bekostigingsbronnen in 2022 zijn beschikbaar

Als onderdeel van het verdiepend onderzoek is gezocht naar nieuwe bronnen voor bekostiging van het fietsecoduct. Hierbij zijn twee bekostigingsbronnen gevonden.

Subsidie provincie Zuid-Holland Het fietsecoduct sluit qua ambities aan bij de ambities van Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland en het Landschapspark Zuidvleugel. De provincie Zuid-Holland is plan om van(uit) landschapspark Zuidvleugel een financiële bijdrage te doen voor het realiseren van Toekomstbeeld Schiezone. Dit sluit daarnaast aan bij de doelen en ambities van het bijzonder provinciaal landschap. Het fietsecoduct A13 is er hier een van. Om de eerste projecten van het toekomstbeeld Schiezone te realiseren heeft Gedeputeerde Staten inmiddels in de provinciale begroting 2023-2027 een bijdrage gereserveerd voor een fietsbrug en ecoduct over de A13. Het gaat om een bijdrage van circa €2.000.000 euro, welke via een subsidie aan de te realiseren overheden overgedragen kan worden. In het verdiepend onderzoek is de provincie ZuidHolland actief betrokken, om te zorgen dat de beoogde financiële bijdrage ook daadwerkelijk aan de ecologische en recreatieve ambities van de provincie cq. Toekomstbeeld Schiezone en het bijzonder provinciaal landschap Midden Delfland bijdraagt.

Mogelijke verhoging bijdrage MRDH en gemeente Delft & Pijnacker-Nootdorp voor fietsdeel De subsidievoorwaarden van de MRDH voorzien in het voor 70% vergoeden van de investeringskosten van het fietsdeel van een fietsecoduct. Niet alle investeringskosten zijn echter te realiseren aan de ‘fiets’. Om een verdeling te maken zijn verschillende methodieken toe te passen. De bijdrage van de MRDH is hierbij onderwerp van nader onderzoek van de kostenraming. Hiervoor moeten door MRDH en betrokken gemeenten in het kader van de uitwerkingsafspraken Metropolitane Fietsroutes afspraken worden gemaakt over de subsidiabele kosten. Indien de bijdrage van de MRDH stijgt, moeten de bijdragen van gemeenten Pijnacker-Noordorp en Delft navenant meestijgen om de 30% resterende kosten te dekken.

5.3

Kansen voor subsidies

Door VINU is in samenwerking met het subsidiebureau van de gemeente Delft gezocht naar geschikte subsidie om bij te dragen aan de bekostiging van het fietsecoduct. Hierin is een onderscheid gemaakt tussen subsidies gerelateerd aan mobiliteit, recreatie en ecologie. Daarnaast zijn subsidies voor meerdere doeleinden mogelijk. Het kan gaan om een subsidie voor de realisatie van de ecopassage, de inrichting van aanloopstroken voor dieren of voor subsidies in de beheerfase.

Algemeen aandachtspunt is de uitdaging op het gebied van subsidies in deze fase van het project. Aangezien het plan en ontwerp nog niet duidelijk genoeg zullen zijn voor een concrete subsidieaanvraag, is daadwerkelijke toekenning van subsidie in deze fase niet mogelijk. Daarom is door VINU een overzicht op basis van kans van slagen gemaakt. Het volledige overzicht is in bijlage 8 terug te vinden. Met name subsidies gerelateerd aan ecologie zijn kansrijk om in het vervolg voor additionele bekostiging te zorgen

41

5.4

Conclusie: Er zijn nieuwe bekostigingsbronnen beschikbaar

Met de voorziene bijdrage van beoogde bijdrage van provincie Zuid-Holland van 2 miljoen euro is op dit moment circa 10,7 miljoen euro beschikbaar voor een fietsecoduct.

Variant A

Variant B

Totale investeringskosten

€11.899.355,- ex btw

€15.399.355,- ex btw

Totale bekostigingsbronnen

€10.700.000,- ex btw

€10.700.000,- ex btw

1,2 miljoen euro,- ex btw

4,7 miljoen euro,- ex btw

Totaal tekort

Vanwege de geactualiseerde ramingen is er op dit moment nog steeds een tekort om zowel variant A als variant B te kunnen realiseren.

Door extra bijdragen van zowel MRDH als betrokken gemeenten Delft & Pijnacker-Nootdorp voor het fietsdeel van het fietsecoduct (hiervan zijn de totale kosten immers hoger geworden) kan het totale fietsecoduct ontwerpvariant A integraal gerealiseerd worden. Het is aan partijen gezamenlijk om deze bronnen vrij te maken.

Daarnaast bieden subsidies, met name gerelateerd aan ecologie, een kans om in de vervolgfase de noodzakelijk bijdragen van gemeenten te verlagen in zowel de realisatie als de beheerfase van het project.

42

6

Conclusies en aanbevelingen

Dit hoofdstuk geeft de belangrijkste conclusies van het verdiepend onderzoek Fietsecoduct A13 weer. De rapport heeft de ondertitel “Geen brug te ver”. Dit omdat het onderzoek aantoont dat het realiseren van een fietsecoduct A13, een integrale oplossing voor mens en dier, geen brug te ver hoeft te zijn voor betrokken overheden. 6.1

Conclusies

In dit verdiepend onderzoek is doorgebouwd op de inzichten van de eerdere onderzoeken uit 2020 en 2021 voor de realisatie van een fietsecoduct over de A13. Een fietsecoduct sluit aan bij belangrijke beleidsambities van gemeenten, MRDH en de provincie Zuid-Holland op het gebied van fiets, natuur & ecologie en recreatie. Met het realiseren van het fietsecoduct A13 worden vele beleidsdoelen behaald. De onderzoeken uit 2020 geven drie schetsontwerpen, een indicatieve kostenraming en heldere onderzoeksvragen als start van dit verdiepend onderzoek. Het integraal reageren van deze verbinding blijft als ambitie overeind.

Onderzoeksvragen 1.

2.

Wat zijn de functionele uitgangspunten van het fietsecoduct? a.

Op welke manier zijn deze uitgangspunten technisch inpasbaar?

b.

Op welke manier zijn deze uitgangspunten ruimtelijke inpasbaar?

Hoe ziet de geactualiseerde kostenraming eruit, waarin alle functionele uitgangspunten in zijn meegenomen?

3.

Wat zijn de nieuwe bekostigingsmogelijkheden voor het fietsecoduct en waar liggen eventuele kansen voor subsidie?

Via desk research en werksessies met een integrale groep beleidsadviseurs zijn de antwoorden op de belangrijkste hoofdvragen opgesteld. Hierbij is nauw samengewerkt met de provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. ipv Delft heeft hierbij de technische ondersteuning geleverd.

Ruimtelijke en technisch inpasbaar Het fietsecoduct A13 is ruimtelijk inpasbaar op het eerder vastgestelde voorkeurstracé B/C rondom de Ackerdijkse weg. Op basis van het hernieuwde PvE zijn twee nieuwe ontwerpvarianten opgesteld die voldoen aan de ambities voor fiets, ecologie en recreatieve verbinding voor voetganger en fiets. Met de ontwerpvarianten zijn belangrijke ruimtelijke risico’s omtrent grondbeschikbaarheid, kabels en leidingen en Het fietsecoduct A13 is ruimtelijk en technisch inpasbaar binnen het voorkeurstracé. Ontwerpvariant A biedt de meeste kwaliteit voor fiets en is ruimtelijk het best inpasbaar.

43

het bouwen boven de A13 afgedekt. Op basis van vervolg moeten maatwerkafspraken met betrekking tot de te volgen ruimtelijke procedures worden vastgesteld. Er is nog geen uiterste realisatietermijn van dit onderdeel van de MFR.

Kosten Op basis van de ontwerpvarianten is een nieuwe, actuele en grondige SSK-kostenraming opgesteld. Voorkeursvariant A is te realiseren voor 11,9 miljoen euro. Deze raming is uitgebreid in deze fase van een verkenning, met risico-opslagen voor aanwezige kabels en leidingen, noodzakelijke verkeersmaatregelen en het bieden van extra comfort voor de fietser. Ook is een beheerraming opgesteld voor de instandhouding van het fietsecoduct voor deze variant. Hierdoor dient circa 36.000 euro per jaar (ex btw) te worden gereserveerd. De alternatieve variant B, die uitgaat van een totale overspanning over de A13 is realiseerbaar tegen 15,4 miljoen euro aan investeringskosten. Beide ontwerpvarianten gaan uit van een functioneel en doelmatig gebruik van materialen. Met deze ramingen is een compleet beeld ontstaan, waarin recreatie en ecologie volwaardig zijn meegenomen. De iets hogere kosten zijn in lijn met vorige ramingen uit 2020. Via de kostenraming zijn belangrijke toekomstige risico’s afgedekt. Zo zijn er reserveringen opgenomen voor kabels en leidingen, verbeteren van fietscomfort en grondsanering. Ook zijn er kosten opgenomen voor verkeersmaatregelen voor het bouwen boven een snelweg en zijn kosten voor grondverwerving opgenomen. Variant A voor fietsecoduct A13 is te realiseren voor 11,9 miljoen euro. Variant B is te realiseren voor 15,4 miljoen euro.

Beide varianten gaan uit van een functioneel en doelmatig ontwerp. Extra eisen rondom het realiseren van een iconisch ontwerp of landmark brengen extra kosten met zich mee. De huidige ontwerpvarianten lenen zich er wel voor om in de ontwerpfase in te zetten op het gebruik van duurzame materialen en in te zetten op circulariteit.

Bekostiging Dankzij een voorziene bijdrage van 2 miljoen euro door de provincie Zuid-Holland aan het fietsecoduct A13 is er in totaal 10,7 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de integrale oplossing.

Hiermee is de totale bekostiging van variant A een stuk dichterbij. Hier resteert een tekort van 1.2 miljoen euro. Voor variant B resteert een gat van minimaal 4,7 miljoen euro, terwijl de meerwaarde voor fiets, dier en voetganger niet aanwezig is. Subsidies bieden kansen om extra bekostiging voor het fietsecoduct te realiseren, met name gerelateerd aan de invulling van de ecologische ambities.

44

Een extra bijdrage 2 miljoen euro van de provincie Zuid-Holland draagt bij aan de financiële haalbaarheid van het project. Het vraagt een bestuurlijke keuze om ‘over de brug te komen’ met het resterende bedrag en te kiezen voor de voorkeursvariant A.

Als oplegger bij dit verdiepend rapport is een memo bekostiging en governance opgesteld, wat als leidraad kan dienen voor het proces van bekostiging en governance inzake de realisatie van het fietsecoduct A13.

45

6.2

Aanbevelingen

Voor het vervolg van dit project doen wij de volgende aanbevelingen: •

Intensief contact met Rijkswaterstaat voortzetten voor realiseren fietsecoduct met gebruik middenberm A13 voor steunpunt bij voorkeursvariant A

Indien partijen over gaan tot starten van het project fietsecoduct A13 is het wenselijk om intensief contact te behouden met Rijkswaterstaat voor het gebruik maken van de middenberm voor het realiseren van een steunpunt voor het kunstwerk (ontwerpvariant A). Rijkswaterstaat kan op dit moment geen voorkeur uitspreken voor een van beide varianten, voordat in beeld is gebracht welke verkeersmaatregelen noodzakelijk zijn per variant en welke effecten op de doorstroming dit heeft. Om hierna gezamenlijk met gemeenten een afweging tussen hinder en kosten van varianten te kunnen maken. Daarnaast speelt factor tijd een rol; Rijkswaterstaat staat in Zuid-Holland voor een grote onderhouds- en vervangingsopgave en heeft een beperkt aantal ‘timeslots’ per jaar voor ingrijpende verkeersmaatregelen beschikbaar. Realisatie voor 2025 is hierdoor niet mogelijk. •

Delen van inhoud rapportage bij bestaande bestuurlijke gremia in het kader van de Metropolitane Fietsroute en ecologische partijen Bijzonder Provinciaal Landschap Midden Delfland

Het fietsecoduct A13 is een zogenaamde complexe schakel binnen de Metropolitane Fietsroute DelftRotterdam. Met deze rapportage kan de bestuurlijke besluitvorming richting een go/no go moment voor deze route in Q1 2023 worden voorbereid. Het is aan te bevelen om deze rapportage ook met de ecologische partners te delen en te bespreken binnen de samenwerking van het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. Simultaan hieraan kan met de provincie Zuid-Holland de nadere afstemming voor het verstrekken van subsidies worden geformaliseerd. Daarnaast moet deze rapportage aansluiten bij de andere onderdelen van de complexe schakel binnen de MFR, tracédeel 8, 10 en 11. •

Ambtelijke en bestuurlijk bespreken memo bekostiging en governance fietsecoduct A13 met samenwerkingspartners

Aanvullend op dit rapport is een memo bekostiging en governance fietsecoduct A13 opgesteld. Deze memo doet een voorstel voor het reserveren van aanvullende bekostiging bij gemeenten en MRDH om het fietsecoduct A13 te realiseren. Het is aan te bevelen om deze memo op bestuurlijk niveau, in combinatie met deze feitelijke rapportage te bespreken, met alle partijen die een financiële bijdrage aan het fietsecoduct doen zoals de provincie Zuid-Holland of middelen beheren, zoals Staatsbosbeheer en de CBG Midden-Delfland. •

46

Monitoren inflatie en e.v.t. indexeren van kosten

De geraamde investeringskosten zijn gebaseerd op prijspeil 2022. Gezien de grote macro-economische onzekerheid eind 2022 is indexering van kosten de aankomende jaren niet opgenomen in de SSK-raming. Het is niet te zeggen of inflatie en bouwkosten verder stijgen of dalen. Het is belangrijk om deze ontwikkeling te monitoren en eventueel extra financiële reserveringen te doen. •

Kansen voor subsidie voor met name ecologie monitoren en najagen

Indien het project fietsecoduct A13 wordt gestart, is het wenselijk om de kansen op regionale en landelijke subsidies voor met name ecologie actief na te jagen. Dit kan de noodzakelijke bijdrage voor realiserende partijen verminderen of biedt kansen om nog meer kwaliteit toe te voegen aan het fietsecoduct. •

Opstellen landschappelijke inpassingvisie fietsecoduct A13 om sober, functioneel en doelmatig op een goede manier in te passen met goedkeuring van welstand en stedenbouw

Op dit moment is een sober en doelmatig fietsecoduct financieel geraamd. In een volgende fase dient een goede landschappelijke inpassing in het landschap verkend te worden door nauwe afstemming met welstand en stedenbouw. Mogelijk zijn hiervoor aanpassingen noodzakelijk in de materialisering van bijvoorbeeld hekwerken of gekozen vormen.

47

7

Bijlagen 1.

Fietsecoduct A13, draagvlak voor een integrale keuze. VINU, 2021

2.

Uitgangspunten Fietsecoduct A13. Ipv Delft, 2022

3.

Ontwerptekening Variant A+B. ipv Delft, 2022

3a. Ontwerptekening en dwarsprofielen kunstwerk en hellingbaan. ipv Delft, 2022

48

4.

Uitgangspunten kostenraming variant A. Ipv Delft, 2022

5.

SSK-raming ontwerpvariant A. ipv Delft, 2022

6.

Uitgangspunten onderhoudskosten variant A. Ipv Delft, 2022

7.

Fietsecoduct raming onderhoudskosten variant A. Ipv Delft, 2022

8.

Subsidieoverzicht. VINU, 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13282068/2