Bijlage 3 - Bijlage bij de regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Ackerswoude 2021 gemeente Pijnacker-Nootdorp status: Voorontwerp datum: 24 juni 2021 IMRO-IDN: NL.IMRO.1926.bp000210050-2001
Opgesteld door:
Janita van Gastel (Juust B.V.)
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
Inhoudsopgave Bijlagen regels
5
Bijlage 1
Nota Parkeernormen
7
Bijlage 2
Waterstructuur Ackerswoude
19
Bijlage 3
Staat van bedrijfsactiviteiten
57
3
gemeente Pijnacker-Nootdorp
4
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
Bijlagen regels
5
gemeente Pijnacker-Nootdorp
6
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
Bijlage 1
Nota Parkeernormen
7
Inleiding Het aantal parkeerplaatsen dat ten behoeve van een te ontwikkelen functie of gebied dient te worden gerealiseerd, wordt bepaald aan de hand van parkeernormen. Een parkeernorm geeft het aantal parkeerplaatsen bij een functie. De binnen de Gemeente Pijnacker-Nootdorp gebruikte parkeernormen lagen voorheen vast in het Integraal Parkeerbeleidsplan, vastgesteld op 26 oktober 2006. De Nota Parkeernormen is tegenwoordig een aparte beleidsregel en wordt als bijlage opgenomen in bestemmingsplannen en de standaardregels stedelijk gebied. Daarnaast wordt de nota ook als bijlage opgenomen in de Bouwverordening die nog altijd een aanvullende werking heeft als (m.n. oudere) bestemmingsplannen niet voorzien in parkeernormen.
Doel van de Nota Doel van de Nota is te zorgen dat bij nieuwbouw of functiewijzigingen van een gebouw of terrein voldoende parkeerruimte op eigen terrein aanwezig is voor de eigen parkeerbehoefte en daarmee parkeeroverlast in de openbare ruimte te voorkomen.
Hoogte van de parkeernormen De parkeernormen in deze nota zijn gebaseerd op de parkeerkencijfers van het CROW1 (CROWpublicatie 182 ‘Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering’). De kencijfers van het CROW zijn nagenoeg de enige kencijfers die landelijk door verkeerskundigen worden gebruikt en die met enige regelmaat worden herzien op basis van parkeeronderzoeken voor de diverse functies. De cijfers hebben daardoor een hoge betrouwbaarheid. Het CROW gebruikt kencijfers en bandbreedtes voor verschillende gebiedstyperingen. Het CROW hanteert verschillende klassen voor de stedelijkheidsgraad van de gemeente. De Gemeente PijnackerNootdorp is daarbij ingedeeld in ‘matig stedelijk’. Daarnaast maakt de CROW binnen de gemeente onderscheid tussen verschillende gebiedstyperingen. Voor de Gemeente Pijnacker-Nootdorp is bepaald dat de hele gemeente in ‘rest bebouwde kom’ valt.2 De reden om van het gemiddelde kencijfer uit te gaan en binnen de gemeente niet verder onderscheid te maken in gebiedstyperingen is dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp een relatief hoog autobezit kent. Er is echter geen reden om als gemeente midden in de Randstad met een zekere mate van verstedelijking en redelijk openbaar vervoer, maar ook met veel buitengebied, het hoogste of het laagste kencijfer als norm te hanteren. Minder realiseren dan de vaste norm mag niet. De parkeernormen zijn in de tabel 2 opgenomen.
Deze Parkeernormen inclusief de tabel voor parkeren op eigen terrein zijn afkomstig uit het Integraal Parkeerbeleidsplan, vastgesteld door de Raad op 26 oktober 2006. Een wijziging van deze normen dient ook vastgesteld te worden door de Raad.
1 CROW staat voor Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek. Het
is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. 2 De verstedelijkingsgraad van de gemeente en de locatie binnen de gemeente bepalen welke kencijfers toegepast moeten worden:
de gemeente Pijnacker-Nootdorp wordt door het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) gecategoriseerd als ‘matig stedelijk’ Tevens is er onderscheid in soort gebied (centrumgebied, schil/overloopgebied, rest bebouwde kom). Het aanbod en kwaliteit van andere vervoerswijzen dan de auto is bepalend voor de keuze van het soort gebied en is derhalve gesteld op ‘rest bebouwde kom’.
2
Gebruik van de parkeernormen Ten aanzien van het gebruik van de parkeernormering zijn de volgende kaders aangegeven: • Het goed kunnen parkeren bij de woonfunctie is van belang. Het streven daarbij is onder normale omstandigheden binnen circa 1 à 2 minuten lopen van de voordeur (ca. 150 meter). • Parkeernormen worden in nieuwe situaties toegepast, evenals bij verbouw en functiewijzigingen. • De parkeercapaciteit moet voldoen aan de parkeernorm en parkeerplaatsen moeten op eigen terrein of binnen het te ontwikkelen plangebied worden aangelegd. • De in tabel 2 aangegeven parkeeraantallen voor bezoekers dienen openbaar toegankelijk te zijn. • Voor diverse parkeervoorzieningen op eigen terrein dienen berekeningsaantallen uit tabel 1 worden gehanteerd. Bedacht moet worden dat het hanteren van deze berekeningsaantallen een zeker risico met zich meebrengt: als bewoners de eigen parkeerplaats (tuinparkeerplaats/carport/ garage/oprit) niet als zodanig gebruiken, dan ontstaan parkeertekorten. De gemeente zal indien parkeerproblemen gemeld worden moeten onderzoeken op het kunnen gebruiken van de eigen parkeerplaats van bewoners, om daarmee een goede parkeerbalans te behouden of te herstellen.
Om vooraf problemen te voorkomen dient verplicht te worden gesteld dat bewoners van een koop- of huurwoningen verplicht een parkeerplaats in het complex zelf huren of kopen, zodat extra parkeerdruk in de omgeving wordt voorkomen.
Parkeervoorziening
Berekeningsaantal Opmerking
Enkele oprit zonder garage/carport
0,8
oprit minimaal 6,0 meter diep3
Lange oprit zonder garage/carport
1,0
oprit minmaal 10 meter diep
Dubbele oprit zonder garage/carport
1,7
oprit minimaal 4,5 meter breed
Garage/carport zonder oprit (bij woning)
0,4
Garagebox (niet bij woning)
0,5
Garage/carport met enkele oprit
1,0
oprit minimaal 6,0 meter diep 4
Garage/carport met lange oprit
1,3
oprit minmaal 10 meter diep
Gezamenlijk parkeerterrein of parkeergarage onder wooncomplex
1,0
Garage/carport met dubbele oprit
1,8
oprit minimaal 4,5 meter breed
Tabel 1. Berekeningsaantallen parkeervoorzieningen (Bron: CROW, publicatie 182)
•
Bij de uitgifte van parkeervergunningen wordt het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein in mindering gebracht op het aantal vergunningen dat uitgegeven kan worden. Op deze wijze wordt de beschikbare parkeercapaciteit zowel op eigen terrein maximaal benut en wordt de capaciteit op maaiveld uitsluitend gebruikt door voertuigen die niet op eigen terrein geparkeerd kunnen worden. Door de kadastrale koppeling kan door de gemeente snel worden gecontroleerd of het perceel beschikt over eigen parkeerplaatsen of niet.
3 Dit cijfer wijkt bewust af van het cijfer in de CROW publicatie 182. Gebleken is dat een oprit van 5 meter te kort is om als volwaardige parkeerplaats te kunnen meetellen 4 Ook dit cijfer wijkt bewust af van het cijfer in de CROW publicatie 182.
3
Te volgen stappen in verschillende situaties
Toevoegen nieuwe functie inclusief grootschalige ontwikkelingen Bij een nieuwe functie dient de parkeerbehoefte te worden berekend en dienen de berekende plaatsen door de ontwikkelde partij te worden gerealiseerd. De parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de norm uit tabel 2. Alle parkeerplaatsen ten behoeve van het plan worden betaald door de ontwikkelende partij. Dit zijn dus de parkeerplaatsen die uiteindelijk op eigen terrein worden gerealiseerd en de parkeerplaatsen die uiteindelijk in openbaar gebied komen te liggen. De plaatsen in openbaar gebied zijn onder meer bedoeld voor bezoekers, waarbij sprake kan zijn van dubbelgebruik van parkeerplaatsen door verschillende functies.
Vervanging bestaande functie door nieuwe Bij functiewijziging wordt de parkeersituatie getoetst aan de parkeernorm in het bestemmingsplan als: • De functie past binnen het bestemmingsplan, maar de gebruiksfunctie wijzigt en/of er vindt een wijziging van aantal m² bvo of het aantal woningen plaats. De parkeerbehoefte moet worden opgevangen op eigen terrein waarbij de parkeernormen worden gehanteerd uit tabel 2. • De functie niet past binnen het bestemmingsplan: er is een wijziging nodig van het bestemmingsplan waarbij de parkeernorm uit de vigerende Nota Parkeernormen wordt gehanteerd. Bij functiewijziging of sloop van bestaande functies komt de parkeerbehoefte van de nieuwe functie in de plaats van de parkeerbehoefte van de oude functie. In principe mag de behoefte van de oude functie worden afgetrokken van de parkeerbehoefte van de nieuwe functie. De benodigde parkeerplaatsen moeten op eigen terrein worden gerealiseerd. Hierbij gelden de volgende kanttekeningen: • De parkeerbehoefte van de oude functie is niet altijd bekend omdat deze lang geleden met oude (meestal lagere) normen is vastgesteld. • Voor de oude functie worden vaak bestaande parkeerplaatsen (al of niet in het openbaar gebied) gebruikt, die ook door andere te handhaven functies in het gebied worden gebruikt, vaak in dubbelgebruik.
Bij het vervangen van een oude door een nieuwe functie moet daarom altijd de parkeerdruk uit de omgeving in beeld zijn om vast te stellen in hoeverre bestaande parkeerplaatsen de druk van de nieuwe functie kunnen opvangen. Bij het bepalen van de behoefte van de nieuwe functie dienen de volgende stappen te worden gevolgd: 1. Wat is de parkeerbehoefte van de oude functie? Als deze niet meer te achterhalen is dient deze te worden bepaald aan de hand van de meest recente norm. 2. Wat is de parkeerbehoefte van de nieuwe functie? Hiervoor de norm uit de Nota Parkeernormen gebruiken die is opgenomen in het bestemmingsplan. Als hierin geen norm is opgenomen geldt de norm uit de bouwverordening. 3. Is de behoefte van de nieuwe functie groter dan de oude functie, dan moeten deze extra plekken op eigen terrein worden gerealiseerd. 4. Is de behoefte van de nieuwe functie lager dan de oude functie, dan hoeven in principe geen extra plekken op eigen terrein te worden aangelegd. Als de resterende behoefte voor de nieuwe functie in openbaar gebied moet worden gevonden, dient gekeken te worden of die resterende plekken in openbaar gebied daadwerkelijk aanwezig en beschikbaar zijn. Anders dienen alsnog extra plekken op eigen terrein te worden gerealiseerd. 5.
In hoeverre ligt de behoefte van de oude functie die ook voor de nieuwe functie geldt op eigen terrein of in openbaar gebied? Als dit plekken in openbaar gebied zijn dan kunnen zij alleen aan de nieuwe functie worden toegerekend als andere functies in de omgeving deze plekken niet nodig hebben. Anders dienen alsnog extra plekken op eigen terrein te worden gerealiseerd. De parkeerdruk en de mate van dubbelgebruik van functies uit de omgeving dient dus bekend te zijn.
4
Kleine functiewijzigingen Bij kleine functiewijzigingen die passen binnen het bestemmingsplan kunnen de volgende stappen worden onderscheiden: 1. Wat is de parkeerbehoefte na functiewijziging? Hiertoe de parkeerbehoefte uitrekenen aan de hand van de Nota Parkeernormen die is opgenomen als bijlage in het bestemmingsplan. 2. Maak een inschatting van de te verwachten extra parkeerdruk. Op welke momenten treedt die op en om welk soort voertuigen gaat het? 3. Bestaat de mogelijkheid om op eigen terrein deze parkeerdruk op te vangen? • Zo ja, dan zijn er geen belemmeringen. • Zo nee of slechts gedeeltelijk, dan moet de inschatting worden gemaakt of door dubbelgebruik van bestaande parkeerplaatsen geen parkeeroverlast van de functiewijziging is te verwachten. Bij dubbelgebruik vormen aanwezigheidspercentages die zijn opgenomen in bijlage 3 een hulpmiddel. • Als er geen overlast is te verwachten, dan zijn er geen belemmeringen, behalve dan dat de gemeente een beperking kan stellen aan het aantal vrije openbare plaatsen (door het hanteren van het maximale kencijfer voorzien van een aannemelijke onderbouwing) voor die nieuwe functie. Dit laatste biedt de mogelijkheid om ook aan anderen die op een later tijdstip een functiewijziging aanvragen, kans te bieden op beschikbare openbare parkeerplaatsen.
Het is belangrijk om bij de vergunning aan te geven welke parkeerafspraken er zijn gemaakt. • Indien er wel parkeeroverlast te verwachten is, dan kan dat een reden zijn om de aanvraag af te wijzen.
Eigenschappen van parkeerplaatsen Naast het realiseren van voldoende parkeerplaatsen in de verschillende hierboven genoemde gevallen is het van belang dat de parkeerplaatsen daadwerkelijk gebruikt kunnen worden. Hiervoor is het noodzakelijk dat ze van voldoende afmeting zijn, over voldoende manoeuvreerruimte om in te parkeren beschikken en vanaf de openbare weg goed bereikbaar zijn. De afmetingen van parkeerplaatsen zijn: • ten minste 2,00 m. bij 5,50 m. bij langsparkeerplaatsen; • ten minste 2,50 m. bij 5,00 m. bij insteekparkeren; • ten minste 3,50 m. bij 5,00 m. bij een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte (voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst). Voor de manoeuvreerruimte gelden de richtlijnen uit de ASVV 2004 5.
Hardheidsclausule ex. Artikel 4.84 Awb Het college handelt overeenkomstig de Nota Parkeernormen, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze Nota Parkeernormen te dienen doelen. Bovendien dient de toepassing van de hardheidsclausule zo beperkt mogelijk te worden gehouden en een algemeen belang te dienen.
5 ASVV staat voor de publicatie “Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom” van de
CROW.
5
Tabel 2 Parkeernormen Parkeernormen woningen Stedelijke zone rest bebouwde kom Woning duur [per woning] 1) norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
2,0
0,3 pp per woning
zowel koop als huur
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
1,8
0,3 pp per woning
zowel koop als huur
matig stedelijk Woning midden [per woning] 1)
matig stedelijk Woning goedkoop [per woning]
1)
matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
1,55
0,3 pp per woning
zowel koop als huur
Kleine woning tot maximaal 65 m2 gebruiksvloeroppervlakte norm
aandeel bezoekers
1,2
0,3 pp per woning
norm
aandeel bezoekers
0,45
0,3 pp per woning
norm
aandeel bezoekers
0,4
0,2 pp per woning
matig stedelijk
opmerkingen
Serviceflat/aanleunwoning 2) [per woning] matig stedelijk
opmerkingen
Kamer verhuur [per kamer] matig stedelijk
opmerkingen
1)
Koopprijsgrenzen “goedkoop, “midden” en “duur” zoals jaarlijks vastgesteld door het stadsgewest Haaglanden bij de regionale prestatieafspraken woningbouw. 2) Zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen (veel gereserveerde gehandicaptenplaatsen, dus minder gecombineerd gebruik mogelijk).
Berekeningsaantallen parkeervoorzieningen (Bron: CROW, publicatie 182) Berekeningsaantal Opmerking
Parkeervoorziening Enkele oprit zonder garage/carport
0,8 1,0
oprit minimaal 6,0 meter diep6 oprit minmaal 10 meter diep
Dubbele oprit zonder garage/carport
1,7
oprit minimaal 4,5 meter breed
Garage/carport zonder oprit (bij woning)
0,4
Lange oprit zonder garage/carport
Garagebox (niet bij woning)
0,5
Garage/carport met enkele oprit Garage/carport met lange oprit
1,0 1,3
Gezamenlijk parkeerterrein of parkeergarage onder wooncomplex
1,0
Garage/carport met dubbele oprit
1,8
oprit minimaal 6,0 meter diep 7 oprit minmaal 10 meter diep
oprit minimaal 4,5 meter breed
6 Dit cijfer wijkt bewust af van het cijfer in de CROW publicatie 182. Gebleken is dat een oprit van 5,0 meter te kort is in volwaardige parkeerplaats te kunnen meetellen. 7 Ook dit cijfer wijkt bewust af van het cijfer in de CROW publicatie 182.
6
Parkeernormen winkels Stedelijke zone rest bebouwde kom Binnensteden/hoofdwinkelgebieden [per 100 m2 bvo1)] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
3,3
85%
1 arbeidsplaats = 40 m2bvo
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
3,25
85%
1 arbeidsplaats = 40 m2bvo
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
7,0
85%
1 arbeidsplaats = 40 m2bvo
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
1,7
35%
1 arbeidsplaats = 30 -50 m2bvo
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
0,2
85%
1 m2 marktkraam = 6 m2 bvo (indien geen parkeren achter kraam dan + 1,0 pp per standhouder extra)
2
Wijk-, buurt- en dorpscentra [per 100 m bvo] matig stedelijk
Grootschalige detailhandel2 [per 100 m2 bvo] matig stedelijk 2
Showroom [per 100 m bvo] matig stedelijk 2
(Week)markt [per 1 m marktkraam]
matig stedelijk 1
bvo = bruto vloeroppervlak; 100 m2 bvo = 60-80 m2 vvo (verkoop (netto) vloeroppervlak). Grootschalige detailhandel: winkelformules die vanwege de omvang en aard van het assortiment een groot oppervlak nodig hebben en welke bij voorkeur gelegen zijn op perifere locaties (bijvoorbeeld grote publiekstrekkende tuin/meubelcentra met (boven)regionale functie. Het gaat niet om standaard bouwmarkten of tuincentra, waarvoor een norm van 2,2 – 2,7 pp per 100 m2 bvo kan worden aangehouden). Perifeer: alle terreinen of locaties binnen de bebouwde kom die niet binnen of nabij een bestaand of gepland winkelgebied liggen. 2
Parkeernormen werkgelegenheid Stedelijke zone rest bebouwde kom (Commerciële) dienstverlening (kantoren met baliefunctie) [per 100 m2 bvo] norm matig stedelijk
3,05
aandeel bezoekers
opmerkingen
20%
1 arbeidsplaats = 25 - 35 m2bvo
2
Kantoren zonder baliefunctie [per 100 m bvo] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
1,75
5%
1 arbeidsplaats = 25 - 35 m2bvo
Arbeidsextensieve/bezoekersextensieve bedrijven (loods, opslag, groothandel, transportbedrijf, et cetera) [per 100 m2 bvo] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
0,85
5%
1 arbeidsplaats = 30 - 50 m2 vo
Arbeidsintensieve/bezoekersextensieve bedrijven (industrie, garagebedrijf, laboratorium, werkplaats, et cetera) [per 100 m2 bvo] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
2,65
5%
1 arbeidsplaats = 25 - 35 m2 vo
Bedrijfsverzamelgebouw [per 100 m2 bvo] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
1,25
10%
1 arbeidsplaats = 25 - 35 m2bvo
7
Parkeernormen onderwijsvoorzieningen Stedelijke zone
Rest bebouwde kom Beroepsonderwijs dag (MBO, ROC, WO, HBO) [per collegezaal] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
opmerkingen totale parkeervraag = collegezalen + leslokalen collegezaal = circa 150 zitplaatsen
20,0
Beroepsonderwijs dag (MBO, ROC, WO, HBO) [per leslokaal] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
opmerkingen totale parkeervraag = collegezalen + leslokalen leslokaal = circa 30 zitplaatsen
6,0
Voorbereidend dagonderwijs (VWO, HAVO, VMBO) [per leslokaal] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
0,75
opmerkingen leslokaal = circa 30 zitplaatsen
Avondonderwijs [per student] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
opmerkingen
0,75
Basisonderwijs [per leslokaal] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
opmerkingen leslokaal = circa 30 zitplaatsen exclusief Kiss & Ride (zie [6.14])
0,75
Crèche/peuterspeelzaal/kinderdagverblijf [per arbeidsplaats] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
opmerkingen arbeidsplaats = maximaal gelijktijdig aanwezig aantal werknemers exclusief Kiss & Ride (zie [6.14])
0,7
Parkeernormen zorgvoorzieningen Stedelijke zone rest bebouwde kom Ziekenhuis1) [per bed] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
1,6
opmerkingen bij vaste bezoektijden het maximum hanteren
Verpleeg-/verzorgingstehuis2) [per wooneenheid] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
0,6
60%
opmerkingen
Arts/maatschap/therapeut/kruisgebouw [per behandelkamer]
matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
1,75
65%
met minimum van 3 parkeerplaatsen per praktijk huisartsenpost ook in avond parkeervraag
1
Voor meer gedetailleerde kencijfers: Bouwmaatstaven voor parkeervoorzieningen in de zorgsector (College voor ziekenhuisvoorzieningen). 2 Niet zelfstandige woning met zorgvoorzieningen. Kencijfers zijn inclusief personeel.
8
Parkeernormen horecagelegenheden Stedelijke zone rest bebouwde kom Café/bar/discotheek/cafetaria [per 100 m2 bvo] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
6,0
90%
norm
aandeel bezoekers
13,0
80%
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
Restaurant [per 100 m2 bvo] matig stedelijk
opmerkingen
Hotel [per kamer] matig stedelijk
opmerkingen
1,0
Parkeernormen sociaal culturele voorzieningen Stedelijke zone rest bebouwde kom Museum [per 100 m2 bvo] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
1,1
95%
norm
aandeel bezoekers
1,1
95%
opmerkingen
Bibliotheek [per 100 m2 bvo] matig stedelijk
opmerkingen
Bioscoop/theater/schouwburg [per zitplaats] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
opmerkingen
0,35
Sociaal cultureel centrum/wijk-/verenigingsgebouw [per 100 m2 bvo] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
2,0
90%
opmerkingen
Parkeernormen sportvoorzieningen Stedelijke zone rest bebouwde kom Gymlokaal [per 100 m2 bvo] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
2,75
95%
gymlokalen zonder avondfunctie: parkeervraag = 0
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
2,75
95%
bij sporthal met wedstrijdfunctie: + 0,1 - 0,2 pp. per bezoekersplaats
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
20
95%
Sporthal (binnen) [per 100 m2 bvo]
matig stedelijk
Sportveld (buiten) [per ha netto speelveldterrein] matig stedelijk
Dansstudio/sportschool [per 100 m2 bvo] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
3,5
95%
9
opmerkingen
Squashhal [per baan] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
1,5
90%
opmerkingen
Tennisbanen [per baan] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
2,5
90%
norm
aandeel bezoekers
7,0
95%
opmerkingen
Golfbaan [per hole] matig stedelijk
opmerkingen
Bowlingcentrum/biljartzaal [per baan/tafel] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
2,0
95%
norm
aandeel bezoekers
0,12
99%
opmerkingen
stadion [per zitplaats] matig stedelijk
opmerkingen
Zwembad [per 100 m2 oppervlak bassin] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
11,0
90%
norm
aandeel bezoekers
0,4
90%
opmerkingen
Manege [per box] matig stedelijk
opmerkingen
Parkeernormen overige voorzieningen Stedelijke zone rest bebouwde kom Evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw [per 100 m2 bvo] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
8,5
99%
opmerkingen
Themapark/pretpark [per ha netto terrein] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
8,0
99%
opmerkingen
Overdekte speeltuin/hal [per 100 m2 bvo] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
7,5
90%
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
Volkstuin [per perceel] matig stedelijk
opmerkingen
0,3
Religiegebouw (kerk, moskee, et cetera) [per zitplaats] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
opmerkingen
0,15
Begraafplaats/crematorium [per gelijktijdige begrafenis/crematie] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
22,5
10
opmerkingen
Tabel 3 Aanwezigheidspercentages
(Bron CROW Publicatie 182)
11
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
Bijlage 2
Waterstructuur Ackerswoude
19
Waterstructuur Ackerswoude Hydraulische toetsing
Gemeente Pijnacker-Nootdorp 16 juni 2014 Definitief rapport BC1698
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
RIVERS, DELTAS & COASTS
George Hintzenweg 85 Postbus 8520 3009 AM Rotterdam +31 10 443 36 66 info@rotterdam.royalhaskoning.com www.royalhaskoningdhv.com Amersfoort 56515154
Documenttitel
Telefoon E-mail Internet KvK
Waterstructuur Ackerswoude Hydraulische toetsing
Verkorte documenttitel
Waterstructuur Ackerswoude
Status
Definitief rapport
Datum
16 juni 2014
Projectnaam
Waterstructuur Ackerswoude
Projectnummer
BC1698
Opdrachtgever
Gemeente Pijnacker-Nootdorp
Referentie
BC1698/R0003/903135/Rott
Auteur(s)
ir. S.H. (Saskia) Vuurens
Collegiale toets
ir. G.J. (Geertjo) van Dijk
Datum/paraaf Vrijgegeven door Datum/paraaf
16 juni 2014 ir. F.J. (Frans) Jorna 16 juni 2014
A company of Royal HaskoningDHV
INHOUDSOPGAVE Blz. 1
INLEIDING 1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Doel Waterhuishouding plangebied Leeswijzer
5 5 5 6 8
2
UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN 2.1 Uitgangspunten 2.2 Randvoorwaarden HH Delfland 2.2.1 Afvoer 2.2.2 Watergangen 2.2.3 Kunstwerken 2.2.4 Beheer en onderhoud
9 9 10 10 12 13 13
3
RESULTATEN HYDRAULISCHE TOETSING 3.1 Variant 1 3.2 Variant 2
15 15 18
4
VOORSTEL NIEUWE WATERSTRUCTUUR 4.1 Watergangen 4.2 Duikers
22 22 23
BIJLAGEN 1. Inrichtingsschets waterstructuur Ackerswoude - Variant 1 & 2 2. Modeluitgangspunten 3. Opstuwing duikers
Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding De gemeente Pijnacker-Nootdorp wil het voormalige glastuinbouwgebied tussen de Klapwijkseweg, de Lange Campen en de Monnikenweg inrichten als woningbouwlocatie, genaamd Ackerswoude. Het gebied wordt in verschillende fasen ontwikkeld, afhankelijk van de vraag naar woningen. Ter onderbouwing aan de bestemmingsplanwijziging (de Watertoets) is het nodig om te onderzoeken of de beoogde waterstructuur van het de woningbouwlocatie Ackerswoude voldoet aan de normen voor verhang en stroomsnelheid van het Hoogheemraadschap van Delfland (hierna te noemen: HH Delfland). Figuur 1.1. Plangebied woningbouwlocatie Ackerswoude.
Lange Campen
Klapwijkseweg en Randstadrail
1.2
Monnikenweg
Doel In deze studie wordt een voorstel gedaan voor de waterstructuur (primaire en secundaire watergangen) en belangrijkste kunstwerken van de woningbouwlocatie Ackerswoude. De watergangen en kunstwerken worden daartoe hydraulisch getoetst aan de normen van HH Delflandi.
i
Het benoemen van maatregelen voor het oplossen van de wateropgave is geen onderdeel van deze studie.
Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott -5-
16 juni 2014
Nadere uitwerking van het ontwerp voor Ackerswoude op niveau van voorontwerp (VO) en definitief ontwerp (DO) zal na afronding van deze studie een vervolg krijgen, afhankelijk van de ontwikkeling van de woningbouw in verschillende projectfasen.
1.3
Waterhuishouding plangebied Huidige situatie Het plangebied Ackerswoude ligt volledig in peilgebied I van de Oude Polder van Pijnacker. Dit peilgebied heeft een peil van NAP -2,70 m (peilbesluit). Op peilvak I watert, ten noordoosten van het plangebied, de droogmaking af via gemaal Molenweg. Peilvak I wordt bemalen door het gemaal aan de Overgauwseweg, ten westen van het plangebied, en watert af op de Pijnackerse Vaart en de noordelijke tak van de bypass in de Zuidpolder van Delfgauw (beoogde situatie 2015). Op dit moment watert peilgebied III nog via Klapwijk af op het plangebied (gemaal Vrouwenrecht van 5 m3/min). HH Delfland is voornemens om dit gemaal op te heffen en peilgebied III aan de zuidzijde te laten afwateren naar peilgebied XVIII als het afwatering naar de Zuidpolder van Delfgauw mogelijk is (bron: Watergebiedsstudie Berkel-Pijnacker, deelrapport 1: actuele situatie (Grontmij, 2008)). In figuur 1.2 is de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied in de huidige situatie weergegeven (bron: GIS gegevens HH Delfland, februari 2013). Figuur 1.2. Huidige waterhuishoudkundige situatie Ackerswoude.
Peilgebied 1 NAP -2,70 m
Stroomrichting
Gemaal Vrouwenrecht
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
Waterstructuur Ackerswoude -6-
Definitief rapport
2 varianten De gemeente Pijnacker-Nootdorp wil de huidige waterstructuur en afwatering in het plangebied Ackerswoude aanpassen om woningbouw mogelijk te maken. Daarbij is het doel om het watersysteem op zodanige wijze aan te passen dat het robuust is en dat woningbouw in verschillende fasen kan plaatsvinden. Daarnaast wil de gemeente Pijnacker-Nootdorp naar de toekomst toe mogelijkheden behouden om het water af te voeren via een andere route, dan nu het geval is, naar de westzijde van de Klapwijkseweg en het spoor van de RandstadRail. De wens van de gemeente PijnackerNoortdorp is namelijk om de watergang aan de oostzijde van de Randstadrail te dempen om ruimte te creëren voor ontwikkeling van het stationsgebied en een verkeersknooppunt. Daarom worden in deze studie twee varianten onderzocht. Eén variant voor de nieuwe waterstructuur voor Ackerswoude met mogelijkheid tot afwatering aan de oostzijde van het spoor van de Randstadrail (variant 1, figuur 1.3a) en één variant zonder deze mogelijkheid (variant 2, figuur 1.3b). Figuur 1.3a. Variant 1 Ackerswoude: afwatering met watergang aan oostzijde spoor Randstadrail.
Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott -7-
16 juni 2014
Figuur 1.3b. Variant 2 Ackerswoude: afwatering zonder watergang aan oostzijde spoor Randstadrail.
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten voor deze studie en de randvoorwaarden vanuit HH Delfland gegeven. In hoofdstuk 3 worden de twee varianten beschreven en volgen de resultaten van de hydraulische toetsing. In hoofdstuk 4 wordt een voorstel gegeven voor de dimensies van de primaire en secundaire watergangen en kunstwerken voor Ackerswoude voor beide varianten. Bij dit rapport behoort tevens een inrichtingsschets van de waterstructuur voor beide varianten (bijlage 1).
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
Waterstructuur Ackerswoude -8-
Definitief rapport
2
UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN
2.1
Uitgangspunten − −
−
Er wordt uitgegaan van de waterstructuur voor Ackerswoude van d.d. 30-08-2012, de essentiekaart (figuur 2.2). Voor instroom vanuit het achterliggende gebied wordt uitgegaan van de gegeven instroomdebieten uit de rapportage ‘hydraulische berekening plan Ackerswoude’ (Advin BV, 2009) (tabel en figuur 2.1). Daarbij is naar de invloed van de nieuwe waterstructuur van de Oostelijke Randweg / Fes-gebied op de instroomdebieten bekeken. Hieruit is opgemaakt dat de instroomdebieten uit 2009 niet gewijzigd hoeven te worden. Er wordt vanuit gegaan dat het gemaal Vrouwenrecht in de huidige situatie loost op het plangebied en wordt daarom meegenomen in de berekening. Het gemaal heeft een capaciteit van 5 m3/min (Advin BV, 2009). Eventuele opheffing van dit gemaal zal positief uitwerken op de hydraulische situatie in het plangebied.
Tabel en figuur 2.1 Modelranden plangebied Ackerswoude. Waterstand
Instroom
benedenrand
(m3/s)
(m NAP) 4
-2,70
27
-2,70
72
0.0375
73
0.4500
74
0.3000
75
0.0650
76
0.0650
77 (gemaal)
0.1100
Totaal
1.0275
instroom
−
−
− −
Binnen de waterstructuur van Ackerswoude wordt uitgegaan van bestaande dimensies van watergangen en kunstwerken (aangeleverd door HH Delfland in GIS bestanden, d.d. 30-1-2013 en 04-02-2013) (zie ook figuur 1.2). Indien er voor de varianten geen bestaande wateren of kunstwerken aanwezig zijn, wordt uitgegaan van de minimale afmetingen voor primaire en secundaire wateren en kunstwerken voorgeschreven in het beleid van HH Delfland (zie ook bijlage 2). Op de inrichtingsschets (bijlage 1) zijn de bestaande, te dempen en de nieuwe watergangen aangegeven. Voor de twee varianten worden de beoogde primaire en secundaire watergangen en kunstwerken hydraulisch getoetst aan de normen van het HH Delfland voor verhang en stroomsnelheid (zie paragraaf 2.2). Er wordt gerekend met een peil van NAP -2,70 m (peilgebied I Oude Polder van Pijnacker). In deze studie worden geen maatregelen benoemd om de wateropgave op te lossen. In het vervolgtraject van de Watertoets zal dit aan de orde komen.
Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott -9-
16 juni 2014
−
−
−
−
−
2.2
Bij de hydraulische toetsing wordt geen rekening gehouden met natuurvriendelijke oevers of ecologische inrichting. Dit kan in een latere fase eventueel gecombineerd worden met de te realiseren waterberging. Er wordt vanuit gegaan dat de onderbemaling van de Lange Campen (peilgebied IC, NAP -2,85 m, en ID, NAP -3,15 m) wordt opgeheven. Eventueel ophoging van laag gelegen delen wordt in het nadere ontwerp uitgewerkt. Er wordt vanuit gegaan dat de onderbemaling aan de Monnikenweg (peilgebied IG, NAP -3,10 m) wordt opgeheven. Eventuele ophoging van laag gelegen delen wordt in het nader ontwerp uitgewerkt. Er bestaat op dit moment onduidelijkheid over de onderbemaling tussen de Monnikenweg en Klapwijk (peilgebied IH, NAP -3,10 m) (zie ook Keurvergunning HH Delfland 789365 / 0980726 HH Delfland, 2009). Eventuele ophoging van laag gelegen delen of behoud van de onderbemaling wordt in het nadere ontwerp verder uitgewerkt. Bij de inrichting van het de waterstructuur is er derhalve rekening mee gehouden dat deze watergang géén hoofdafvoerfunctie krijgt, zodat eventuele aanpassingen geen effect hebben op de (hoofd)waterstructuur en hydraulische toetsing. Er wordt vanuit gegaan dat een nadere uitwerking op niveau voorontwerp (VO) en definitief ontwerp (DO) na afronding van deze studie een vervolg zal krijgen, afhankelijk van de ontwikkeling van de verschillende projectfasen.
De exacte afmetingen van nog te realiseren kunstwerken en de exacte locatie van secundaire watergangen (afhankelijk van de ontwikkeling) worden dan nader uitgewerkt (op basis van beleid HH Delfland).
Randvoorwaarden HH Delfland HH Delfland heeft de randvoorwaarden voor de dimensionering van watergangen en kunstwerken vastgelegd in diverse beleidsregels: -
Beleidsregels Kunstwerken in wateren (2009). Beleidsregels Werken in het profiel van wateren (2009). Beleidsregels Dempen en graven (2009).
Voor deze studie zijn onderstaande randvoorwaarden uit deze beleidsregels van belang. 2.2.1
Afvoer HH Delfland hanteert voor de dimensionering van wateren de afvoernorm. De afvoernorm gaat uit van: -
Onverhard oppervlak: 10 m3/min.100 ha. Verhard oppervlak: 20 m3/min.100 ha.
In paragraaf 2.1 is reeds aangegeven dat voor deze studie gebruik wordt gemaakt van de debietgegevens van de Advin uit 2009, welke gebaseerd zijn op de afvoernorm (zie figuur 2.2).
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
Waterstructuur Ackerswoude - 10 -
Definitief rapport
HH Delfland hanteert in een stationaire afvoersituatie op basis van de afvoernorm (zie kader) de volgende ontwerpnormen voor waterlopen en kunstwerken: -
Verhang van maximaal 0,04 meter per km met een maximum van 20 cm (in primaire en secundaire polderwatergangen). Verval van maximaal 2 mm in duikers tot 20 meter; anders verval 2 mm + het verhang van de watergang. Stroomsnelheid maximaal 0,2 m/s in primaire en secundaire waterlopen en 0,6 m/s in duikers.
Voor de hydraulische berekeningen gaat Delfland in principe uit van het winterpeil en de leggerafmetingen uit het GIS-systeem, waarbij wordt aangenomen dat er geen achterstallig onderhoud is en dat de waterlopen enigszins begroeid zijn (weerstand (kM) 20 m1/3s voor watergangen smaller dan 10 m). Figuur 2.2. Essentiekaart woningbouwlocatie Ackerswoude (bron: gemeente Pijnacker-Nootdorp).
Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott - 11 -
16 juni 2014
2.2.2
Watergangen Primaire watergangen Voor nieuw te realiseren primaire watergangen gelden vanuit HH Delfland de onderstaande beleidsregels. Figuur 2.3. Beleidsregels dempen en graven HH Delfland primair en secundair water (2009).
Op basis van het bovenstaande beleid van HH Delfland wordt voor deze studie van de volgende minimale afmetingen uitgegaan (figuur 2.4). -
Bodembreedte: 1,0 m. Minimale breedte op de waterlijn: 5,0 m. Onder- en bovenwatertalud 1:2. Waterdiepte (ontwerp): 1,0 m. Waterdiepte (aanleg): 1,1 m (0,1 m ruimte voor slibvorming).
Figuur 2.4. Profiel primaire watergangen.
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
Waterstructuur Ackerswoude - 12 -
Definitief rapport
Secundaire watergangen Voor nieuw te realiseren primaire watergangen gelden vanuit HH Delfland de beleidsregels uit figuur 2.3. Op basis van dit beleid wordt voor deze studie van de volgende minimale afmetingen uitgegaan (figuur 2.5). -
Bodembreedte: 0,5 m. Minimale breedte op de waterlijn: 2,5 m. Onder- en bovenwatertalud: 1:2. Waterdiepte (ontwerp): 0,5 m. Waterdiepte (aanleg): 0,6 m (0,1 m ruimte voor slibvorming).
Figuur 2.5. Profiel secundaire watergangen.
2.2.3
Kunstwerken Voor duikers gelden de volgende uitgangspunten (beleidsregels kunstwerken in wateren, HH Delfland, 2009): - Ontwerpafmetingen duikers maximaal 1/3 deel lucht en minimaal 25 cm. - De bodem van de duiker ligt 10 cm boven de leggerdiepte van de primaire watergang. - De minimale afmeting van duikers is als volgt: ∗ Primaire polderwatergangen: Ø 800 mm. ∗ Secundaire watergangen, stedelijk en glastuinbouwgebied: Ø 600 mm. ∗ Secundaire watergangen, perceelsloten in landelijk gebied tot 2,5 m breed: Ø 600 mm. ∗ Overige secundair water: Ø 600 mm.
2.2.4
Beheer en onderhoud Bij de aanleg van nieuwe wateren en het verbreden van bestaande wateren zijn de volgende breedtes van onderhoudsstroken benodigd (beleidsregels dempen en graven, HH Delfland, 2009): Bij wateren met een breedte tot 5 meter is een onderhoudsstrook van 4 m aan één zijde voldoende. De (onderhouds)strook aan de andere zijde kan 1 m breed zijn. Wateren met een breedte tussen de 5 en 10 m moeten aan beide kanten kunnen worden onderhouden. Hiervoor zijn aan weerszijden van de wateren onderhoudsstroken met een breedte van 4 m nodig. Wateren met een breedte groter dan 10 m moeten varend worden onderhouden. Voor varend onderhoud zijn onderhoudsstroken nodig van 1 m aan weerszijden van de wateren.
Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott - 13 -
16 juni 2014
-
Langs een nieuw aan te leggen natuurvriendelijke oever met een plasberm, drasberm of vooroever dient een onderhoudsstrook van 4 meter aanwezig te zijn of vrijgehouden te worden. Natuurvriendelijke oevers met een plasberm, drasberm of vooroever moeten vanaf de kant onderhouden worden. Met varend onderhoud is de kans op beschadiging groot.
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
Waterstructuur Ackerswoude - 14 -
Definitief rapport
3
RESULTATEN HYDRAULISCHE TOETSING
3.1
Variant 1 Voor variant 1 is de nieuwe waterstructuur van Ackerswoude geschematiseerd in Sobek. Op basis van verschillende hydraulische berekeningen is het ontwerp van de waterstructuur geoptimaliseerd, zodat er geen knelpunten ontstaan in stroomsnelheid en verhang. De daarvoor benodigde maatregelen (watergangen en kunstwerken) zijn gegeven op de inrichtingsschets in bijlage 1. In onderstaande figuur 3.1 zijn de volgende belangrijkste veranderingen ten opzichte van de huidige situatie weergegeven: 1. Nieuwe noord-zuid verbinding (primair water) ten zuiden van Lange Campenii, inclusief nieuwe duiker van 2,0 m bij 1,25 m. 2. Nieuwe duiker Klapwijkseweg (Ø 1700 mm) (ter hoogte bedrijf van der Kooy). 3. Nieuwe duiker onder Hageveld (Ø 1700 mm). 4. Opwaarderen aansluitende watergang naar primair water (breedte 5 m, diepte 1 m). 5. Afwaarderen primair water in plangebied naar secundair watergang (functie als hoofdafvoer vervalt). 6. Verdiepen watergang parallel Klapwijkseweg, zowel ten noorden als ten zuiden van de zuidelijke doorgang onder de Randstadrail (naar 1 m diepte). Figuur 3.1. Waterhuishoudkundige situatie met bovengenoemde maatregelen variant 1.
1.Doorverbinding
Lange Campen
Molenlaan 3. Duiker rond 1700 mm
2. Duiker rond 1700 mm
ii
Een nieuwe doorverbinding tussen de twee primaire watergangen kan ófwel op deze locatie worden gerealiseerd ófwel langs de nieuwe Oostelijke Randweg / Fes-gebied (bron: Royal Haskoning, mei 2012). Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott - 15 -
16 juni 2014
De resultaten van de geoptimaliseerde toetsing voor variant 1 zijn gegeven in onderstaande figuren 3.2 t/m 3.4. In bijlage 3 is de opstuwing over de duikers gegeven. Figuur 3.2. Waterstanden (m NAP) stationaire toetsing – variant 1.
Figuur 3.3. Verhang stationaire toetsing – variant 1. Verhang cm/km
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
Waterstructuur Ackerswoude - 16 -
Definitief rapport
Op figuur 3.2 en 3.3 zijn de waterstanden en het verhang weergegeven voor variant 1. Hieruit is op te maken dat over het plangebied het verval (totale opstuwing) 3 cm bedraagt over ca. 1,2 km. Dit komt overeen met een verhang van 2,5 cm/km. Hiermee blijft het verhang binnen de norm van HH Delfland (4 cm/km). Op enkele lokale plaatsen ligt het verhang wat hoger; nabij de noordelijke onderdoorgang met de RandstadRail en in de primaire watergang halverwege het plangebied. Door de beoogde noord-zuid verbindingiii tussen de twee noordelijke primaire watergangen zal het watersysteem robuuster worden dan in de huidige situatie, omdat het water zich goed kan verdelen over de noordelijke en zuidelijke onderdoorgang van de RandstadRail. De afvoerverdeling voor variant 1 is ca. 48/55 (figuur 3.4). Figuur 3.4. Debiet stationaire toetsing – variant 1.
Debiet m3/sec
Voor de huidige situatie wordt een afvoerverdeling ingeschat over de noordelijke en zuidelijke onderdoorgang van tussen de 60/40 en 70/30. Deze inschatting is gemaakt op basis van de bestaande waterstructuur en afvoerverdeling zoals bij de uitgangspunten is weergegeven (zie figuur 3.5). Dit is niet berekend. Hieruit kan worden opgemaakt dat voor variant 1 er relatief meer water door de zuidelijke doorverbinding gaat. Dit komt overeen met de wens van HH Delfland, vanwege het feit dat een groter deel van de polder in de toekomst meer in zuidelijke richting gaat afwateren. Daarnaast kan uit de huidige afvoerverdeling ook worden opgemaakt dat nabij de noordelijke onderdoorgang van de Randstadrail in de huidige iii
In plan Ackerswoude dan wel langs de Oostelijke Randweg in het aansluitende Fes-gebied.
Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott - 17 -
16 juni 2014
situatie lokaal het verval ook al rood kunnen oplichten, zoals voor variant 1 het geval is in figuur 3.2.
3.2
Variant 2 Voor variant 2 is als uitgangspunt dezelfde waterstructuur gebruikt als voor variant 1 (inclusief maatregelen), zónder de watergang en duikerverbindingen aan de oostzijde van de Klapwijkseweg. Op basis van verschillende hydraulische berekeningen is het ontwerp van de waterstructuur van Ackerswoude geoptimaliseerd, zodat er geen knelpunten ontstaan in stroomsnelheid en verhang. De daarvoor benodigde maatregelen (watergangen en kunstwerken) zijn gegeven op de inrichtingsschets in bijlage 1. In figuur 3.5 zijn de volgende veranderingen ten opzichte van de huidige situatie weergegeven: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Nieuwe noord-zuid verbinding (primair water) ten zuiden van Lange Campeniv. Nieuwe duiker Klapwijkseweg (2,5 x 1,25 m) (ter hoogte bedrijf van der Kooy). Nieuwe duiker onder Hageveld (nieuwe afmeting 2,5 x 1,25 m). Opwaarderen aansluitende watergang naar primair water (breedte 8 m, diepte 1 m). Afwaarderen primair water in plangebied naar secundair watergang (functie als hoofdafvoer vervalt). Opwaarderen watergang Hageveld naar primair water (breedte 5 m, diepte 1 m). Dempen watergang parallel aan Klapwijkseweg. Vergroten duiker bij Monnikenweg (nieuwe afmeting 2,0 x 1,25 m). Watergang parallel aan Klapwijkseweg (ten zuiden van onderdoorgang RandstadRail) verdiepen tot 1 m en verbreden tot 7 m. De huidige breedte is 6.4 m.
Een verschil met variant 1 is dat in deze variant de nieuwe duikers onder de Klapwijkseweg (ter hoogte bedrijf van der Kooy) en Hageveld niet rond 1700 mm zijn, maar rechthoekig met afmetingen 2,5 m bij 1,25 m. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat deze duiker niet te veel opstuwing geeft. Daarnaast wordt de watergang langs het Hageveld opgewaardeerd tot primaire watergang bij bijbehorende minimale afmetingen. En de opgewaardeerde primaire watergang ten zuiden van de Monnikenweg wordt breder dan in variant 1 (8 m in plaats van 5 m). De resultaten van de geoptimaliseerde toetsing voor variant 2 zijn gegeven in onderstaande figuren 3.6 t/m 3.8. In bijlage 3 is de opstuwing over de duikers gegeven. Op figuur 3.6 en 3.7 zijn de waterstanden en het verhang weergegeven voor variant 2. Hieruit is op te maken dat over het plangebied het verval (totale opstuwing) 3 cm bedraagt over ca. 1,2 km. Dit komt overeen met 2,5 cm/km. Het verhang blijft daarmee binnen de norm van HH Delfland (4 cm/km). Het lokaal hogere verhang nabij de onderdoorgang met de RandstadRail valt net als bij variant 1 op. Dit verhang zal, gezien geschatte afvoerverdeling voor de huidige situatie, nu lokaal ook al rood kunnen oplichten.
iv
Een nieuwe doorverbinding tussen de twee primaire watergangen kan ófwel op deze locatie worden gerealiseerd ófwel langs de nieuwe Oostelijke Randweg / Fes-gebied (bron: Royal Haskoning, mei 2012).
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
Waterstructuur Ackerswoude - 18 -
Definitief rapport
Figuur 3.5. Waterhuishoudkundige situatie met bovengenoemde maatregelen variant 2.
1.Doorverbinding
Lange Campen
8. Duiker 2,0 m x 1,25 m
Molenlaan 3. Duiker 2,5 m x 1,25 m
9. Watergang verdiepen en verbreden
2. Duiker 2,5 x 1,25 m
Figuur 3.6. Waterstanden stationaire toetsing – variant 2.
Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott - 19 -
16 juni 2014
Figuur 3.7. Verhang stationaire toetsing – variant 2. Verhang cm/km
Figuur 3.8. Debiet stationaire toetsing – variant 2.
Debiet m3/sec
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
Waterstructuur Ackerswoude - 20 -
Definitief rapport
De afvoerverdeling over de noordelijke en zuidelijke onderdoorgang van de Randstadrail komt voor variant 2 redelijk overeen met de huidige situatie (geschatte verhouding 60/40 – 70/30). Ten opzichte van de huidige situatie kan in deze variant het water niet meer parallel aan de Klapwijkseweg afwateren, maar via het Hageveld (omgekeerde stroomrichting dan in huidige situatie) en het water zal dan ten zuiden van de Monnikenweg door de nieuwe primaire watergang naar de zuidelijke onderdoorgang met de RandstadRail stromen.
Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott - 21 -
16 juni 2014
4
VOORSTEL NIEUWE WATERSTRUCTUUR Op de kaarten in bijlage 1 is een inrichtingsschets gegeven van de nieuwe waterstructuur en zijn profielen van nieuwe en/of aan te passen watergangen voor variant 1 en 2 gegeven.
4.1
Watergangen Uit de kaarten in de bijlage is op te maken dat een groot deel van de bestaande waterstructuur gehandhaafd blijft. Een gedeelte wordt gedempt. Daarnaast dienen er enkele nieuwe watergangen te worden gerealiseerd (primair of secundair met profiel B/C en D, zie onderstaande figuren) en enkele watergangen te worden verdiept (zie kaartbijlage 1). Alle wateren in peilgebied I worden aangelegd zodat het peil van NAP -2,70 m wordt gefaciliteerd. Voor de randvoorwaarden omtrent de realisatie wordt verwezen naar hoofdstuk 2. Figuur 4.1. Profiel B (5 m breedte) en C (8 m breedte) primair water.
Figuur 4.2. Profiel D secundair water.
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
Waterstructuur Ackerswoude - 22 -
Definitief rapport
4.2
Duikers De nieuw te realiseren duiker onder de Klapwijkseweg heeft in variant 1 een diameter van Ø 1700 mm. Wanneer een deel van de watergang langs de Klapwijkseweg zou worden gedempt (variant 2) zijn twee rechthoekige duikers nodig van 2,5 m bij 1,25 m en dient het zuidelijke deel van de watergang langs de Klapwijkseweg te worden verdiept tot 1 m en verbreed tot 7 m (of een watergang met vergelijkbaar doorstroomprofiel). Ook is in variant 2 het vergroten van de duiker bij de Monnikenweg nodig, de benodigde afmetingen zijn 2 m bij 1,25 m. Daarnaast zijn er in het plangebied met kruisingen van nieuwe wegen ook duikers benodigd. De minimale afmetingen voor primair water is Ø 800 mm en voor secundair water Ø 600 mmv.
v
Dit zijn minimale afmetingen van de duikers. De werkelijk benodigde afmetingen van nieuw te realiseren kunstwerken kunnen in het ontwerpproces nader worden uitgewerkt. Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott - 23 -
16 juni 2014
Bijlage 1 Inrichtingsschets waterstructuur Ackerswoude Variant 1 & 2
Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
Waterstructuur Ackerswoude - 26 -
Definitief rapport
Bijlage 2 Modeluitgangspunten
Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
Watergangen − Voor te graven water (groen) gelden overal afmetingen voor secundaire watergangen, behalve waar primair is aangegeven. − Voor de afmetingen van de profielen van bestaande watergangen (blauw) is gebruik gemaakt van de volgende informatie: ∗ Breedte op de waterlijn: overgenomen uit shape polderbreedtepunt. ∗ Diepte van de watergang: overgenomen uit legger (kolom: MINDIEP) ∗ Bodemhoogte is vervolgens bepaald door streefpeil (NAP -2.7 m) – waterdiepte. ∗ Bodembreedte is bepaald met talud 1:2 en waterdiepte. − Voor twee profielen (PRO_12 en PRO_54, zie figuur B2.1) resulteerde dit in een negatieve bodembreedte (vanwege erg geringe waterdiepte). Voor deze profielen is de bodembreedte aangenomen op 0.1 m. Talud is aangepast om wel de juiste breedte op de waterlijn te krijgen. Zie figuur B2.1 voor locatie van deze profielen. − Voor twee profielen is het profiel anders bepaald. Het gaat om een beschoeide watergang in het noorden van het plangebied: PRO_29 en PRO_63 zijn geschematiseerd met gedeeltelijk verticale taluds in verband met aanwezige beschoeiing. Zie figuur 3 voor locatie van deze profielen. − Voor profielen waarvoor geen data beschikbaar waren: Tabel B2.1 Codering profielen watergangen Sobek. NODE_ID
Bestaand water, maar zonder
Nieuw water,
profieldefinitie:
profieldefinitie
toegekend profiel (dichtstbijzijnd) 48
PRO_22
49
PRO_38
50
PRO_50
51
PRO_30
52
PRO_69
53
Nieuw secundair
54
Nieuw secundair
55
PRO_24
56
PRO_24
57
PRO_57
58
Nieuw primair
59
Nieuw primair
60
Nieuw secundair
61 62
Nieuw secundair PRO_11
63
Nieuw secundair
64
PRO_12
65
PRO_3
66
Nieuw secundair
67
PRO_37
68
PRO_21
69
PRO_28
70 71
Nieuw secundair PRO_38
Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott -1-
16 juni 2014
Figuur B2.1 Sobek waterstructuur (voorafgaand aan maatregelen varianten), bestaand (blauw), te dempen (rood), te graven (groen).
Figuur B2.2 Ligging profielen.
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
Waterstructuur Ackerswoude -2-
Definitief rapport
Duikers Bestaande duikers uit de gegevens van HH Delfland zijn opgenomen in het model. Tabel B2.2 Ligging en afmetingen bestaande duikers. KDU
KDU
VORM
HGA1
KDU_21300386
rechthoek
KDU_21300387 KDU_21300388
KDU
KDU
KDU
KDU
KDU
BOKBO
BOKBE
LENGT LNGGR
BREED
1.50
-3.55
-3.55
40.04
0.00
2.50
rechthoek
1.50
-3.60
-3.60
31.06
0.00
2.50
rechthoek
1.50
-3.66
-3.66
19.10
0.00
2.50
KDU_21300641
rond
0.50
-3.74
-3.74
53.42
0.00
0.50
KDU_21300647
rond
0.35
-3.45
-3.45
10.27
0.00
0.35
KDU_21300703
rechthoek
1.50
-3.73
-3.73
16.82
0.00
2.50
KDU_21300712
rond
0.50
-3.35
-3.35
33.12
0.00
0.50
KDU_21302065
ei
0.60
0.40
-3.59
-3.59
14.62
0.00
0.00
KDU_21304049
ei
1.25
0.83
-3.58
-3.58
16.56
0.00
0.00
KDU_21304069*
ei
0.07
0.05
-2.77
-2.77
133.33
0.00
0.00
KDU_21304070
ei
0.30
0.20
KDU_21304078
rond
0.50
KDU_21304086
ei
0.70
KDU_21304089
ei
0.30
KDU_21304097** ei
Ei_breed
-3.26
-3.26
26.70
0.00
0.00
-3.76
-3.76
4.04
0.00
0.50
0.47
-3.34
-3.34
35.35
0.00
0.00
0.20
-2.87
-2.87
69.32
0.00
0.00
0.75
0.5
-2.94
-2.94
27.70
0.00
0.00
0.83
KDU_21304576
ei
1.25
KDU_21310241
rechthoek
1.90
-3.57
-3.57
13.55
0.00
0.00
-3.55
-3.55
58.70
0.00
6.00
* inlaat duiker **hoogte aangenomen.
Bruggen In het model zijn geen bruggen gemodelleerd. Eén van de drie bruggen in het gebied betreft een vrije overspanning en zal derhalve niet voor opstuwing zorgen. Van de andere twee bruggen was het type brug onbekend, echter de hoogte van het brugdek was zo hoog dat in ieder geval de hoogte niet voor een vernauwing zal zorgen. Ook de breedte was slechts beperkt kleiner dan de breedte van de watergang ter plaatse, waardoor de opstuwing als gevolg van de brug verwaarloosbaar zal zijn.
Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott -3-
16 juni 2014
Figuur B2.2 Ligging duikers.
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
Waterstructuur Ackerswoude -4-
Definitief rapport
Bijlage 3 Opstuwing duikers
Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
Toetsing duikers Voor de ligging van de duikers zie bijlage 2. De opstuwingen die in rood zijn aangegeven zijn groter dan de norm. De norm is gebaseerd op de uitgangspunten zoals deze in paragraaf 2.2.1 zijn gegeven. Norm
VARIANT 1
VARIANT 2
mm
mm
mm
KDU_21300386
2.8
0
0
KDU_21300387
2.4
1
-
KDU_21300388
2.0
0
-
KDU_21300641
3.3
0
0
KDU_21300647
2.0
0
0
KDU_21300703
2.0
2
2
1
KDU_21300712
2.5
17
0
KDU_21302065
2.0
0
0
2
KDU_21304049
2.0
1
2
1
KDU_21304069
6.5
22
25
KDU_213040703
2.3
2
1
KDU_21304078
2.0
0
0
KDU_21304086
2.6
0
1
KDU_21304089
4.0
1
1
4
KDU_21304097
2.3
0
0
5
KDU_21304576
2.0
8
8
KDU_21310241
3.5
1
0
1 inlaat duiker, deze belemmert de afvoerroute niet. Het plangebied voldoet aan de norm, dus duiker is niet aangepast. 2 maatregel: in variant 2 is deze duiker rechthoekig met afmeting 2,0 m bij 1,25 m. 3 maatregel duiker: in variant 1 is deze duiker rond 1700 mm, in variant 2 is deze duiker rechthoekig met afmeting 2,5 m bij 1,25 m. 4 hoogte aangenomen. 5 duiker niet aangepast, omdat er niets veranderd ten opzichte van de huidige situatie.
Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport
Bijlage 3 -1-
BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
Bijlage 3
Staat van bedrijfsactiviteiten
57
54
Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten Deze bijlage is ontleend aan "Bedrijven en milieuzonering", Sdu Uitgevers bv, Den Haag (2009). Categorale bedrijfsindeling AmerAdviseurs bv R.O. Amersfoort (v1; d.d. 2009) AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW
016
Dienstverlening t.b.v. de landbouw:
016
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m²
30
10
50 10
3.1
2
016
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² 30
10
30 10
2
1
016
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²
30
10
50 10
3.1
2
016
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²
30
10
30 10
2
1
0162
KI-stations
30
10
30 0
2
1
03
VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN
0312
Binnenvisserijbedrijven
50
0
50 10
3.1
1
032
Vis- en schaaldierkwekerijen
032
- visteeltbedrijven
50
0
50 0
3.1
1
08
WINNING VAN ZAND, GRIND, KLEI, ZOUT, E.D.
0812
Steen-, grit- en krijtmalerijen (open lucht):
0812
- algemeen
10
100 200 10
4.1
2
Tabel 1: Bedrijven
10, 11 VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN 101, 102
Slachterijen en overige vleesverwerking:
101, 102
- slachterijen en pluimveeslachterijen
100 0
100 50 R
3.2
2
101
- bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval
300 0
100 50 R
4.2
2
101
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. 100 0 > 1000 m²
100 50 R
3.2
2
101
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. 50 <= 1000 m²
0
50 30
3.1
1
101
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. 30
0
50 10
3.1
1
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
LUCHT
GELUID
01
IE
BODEM
STOF
CATEGOR
GEUR
CODE
VERKEER
OMSCHRIJVING GEVAAR
SBI-
55
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
IE
<= 200 m² 101, 102
- loonslachterijen
50
0
50 10
3.1
1
108
- vervaardiging van snacks en vervaardiging van 50 kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m²
0
50 10
3.1
2
102
Visverwerkingsbedrijven:
102
- conserveren
200 0
100 30
4.1
2
102
- roken
300 0
50 0
4.2
1
102
- verwerken anderszins: p.o.> 1000 m²
300 10
50 30
4.2
2
102
- verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m²
100 10
50 30
3.2
1
102
- verwerken anderszins: p.o. <= 300 m²
50
30 10
3.1
1
1031
Aardappelprodukten fabrieken:
1031
- vervaardiging van aardappelproducten
200 50 R
4.2
2
1031
- vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² 50
10
50 50 R
3.1
1
10
300 30
1032, Groente- en fruitconservenfabrieken: 1039 1032, - jam 1039
50
10
100 10
3.2
1
1032, - groente algemeen 1039
50
10
100 10
3.2
2
1032, - met koolsoorten 1039
100 10
100 10
3.2
2
1032, - met drogerijen 1039
300 10
200 30
4.2
2
1032, - met uienconservering (zoutinleggerij) 1039
300 10
100 10
4.2
2
10410 - p.c. < 250.000 t/j 1
200 30
100 30 R
4.1
3 B
10410 - p.c. >= 250.000 t/j 1
300 50
300 50 R
4.2
3 B
10410 - p.c. < 250.000 t/j 2
200 10
100 100 R
4.1
3 B
10410 - p.c. >= 250.000 t/j
300 10
300 200 R
4.2
3 B
10410 Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlij1 ke oliën en vetten:
10410 Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en 2 vetten:
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
LUCHT
CATEGOR
BODEM
VERKEER
STOF
GEUR
GEVAAR
OMSCHRIJVING
CODE
GELUID
SBI-
56
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
IE
2 1042
Margarinefabrieken:
1042
- p.c. < 250.000 t/j
100 10
200 30 R
4.1
3
1042
- p.c. >= 250.000 t/j
200 10
300 50 R
4.2
3 B
1051
Zuivelprodukten fabrieken:
1051
- melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j
50
0
100 50 R
3.2
2
1051
- melkprodukten fabrieken v.c. >= 55.000 t/j
100 0
300 50 R
4.2
3
1051
- overige zuivelprodukten fabrieken
50
50
300 50 R
4.2
3
1052
Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m²
50
0
100 50 R
3.2
2
1052
- consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m²
10
0
30 0
2
1
1061
Meelfabrieken:
1061
- p.c. >= 500 t/u
200 100 300 100 R
4.2
2
1061
- p.c. < 500 t/u
100 50
4.1
2
1061
Grutterswarenfabrieken
50
4.1
2
1062
Zetmeelfabrieken:
1062
- p.c. < 10 t/u
200 50
200 30 R
4.1
1
1062
- p.c. >= 10 t/u
300 100 300 50 R
4.2
2
1091
Veevoerfabrieken:
1091
- drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. < 10 t/u water
300 100 200 30
4.2
2
1091
- mengvoeder, p.c. < 100 t/u
200 50
4.1
3
1091
- mengvoeder, p.c. >= 100 t/u
300 100 300 50 R
4.2
3
1092
Vervaardiging van voer voor huisdieren
200 100 200 30
4.1
2
1071
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
1071
- v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens
30
10
30 10
2
1
1071
- v.c. >= 7500 kg meel/week
100 30
100 30
3.2
2
1072
Banket, biscuit- en koekfabrieken
100 10
100 30
3.2
2
10821 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m²
100 30
50 30
3.2
2
10821 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m²
30
30 10
2
1
10821 - Suikerwerkfabrieken met suiker branden
300 30
50 30 R
4.2
2
200 50 R
100 200 50
200 30
10821 Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
10
LUCHT
CATEGOR
BODEM
VERKEER
STOF
GEUR
GEVAAR
OMSCHRIJVING
CODE
GELUID
SBI-
57
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
IE
10821 - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m²
100 30
50 30 R
3.2
2
10821 - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m²
30
10
30 10
2
1
1073
Deegwarenfabrieken
50
30
10 10
3.1
2
1083
Koffiebranderijen en theepakkerijen:
1083
- theepakkerijen
100 10
30 10
3.2
2
10840 Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden 1
200 30
50 10
4.1
2
1089
Vervaardiging van overige voedingsmiddelen
200 30
50 30
4.1
2
1089
Bakkerijgrondstoffenfabrieken
200 50
50 50 R
4.1
2
1089
Soep- en soeparomafabrieken:
1089
- zonder poederdrogen
100 10
50 10
3.2
2
1089
- met poederdrogen
300 50
50 50 R
4.2
2
1089
Bakmeel- en puddingpoederfabrieken
200 50
50 30
4.1
2
300 30
200 30
4.2
2
11010 - p.c. < 5.000 t/j 2
200 30
200 30 R
4.1
1
11010 - p.c. >= 5.000 t/j 2
300 50
300 50 R
4.2
2 B
1102 t/m 1104
Vervaardiging van wijn, cider e.d.
10
30 0
2
1
1105
Bierbrouwerijen
300 30
100 50 R
4.2
2
1106
Mouterijen
300 50
100 30
4.2
2
1107
Mineraalwater- en frisdrankfabrieken
10
100 50 R
3.2
3
12
VERWERKING VAN TABAK
120
Tabakverwerkende industrie
200 30
50 30
4.1
2
13
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL
131
Bewerken en spinnen van textielvezels
10
50
100 30
3.2
2
132
Weven van textiel:
132
- aantal weefgetouwen < 50
10
10
100 0
3.2
2
132
- aantal weefgetouwen >= 50
10
30
300 50
4.2
3
11010 Destilleerderijen en likeurstokerijen 1 11010 Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: 2
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
0
0
LUCHT
CATEGOR
BODEM
VERKEER
STOF
GEUR
GEVAAR
OMSCHRIJVING
CODE
GELUID
SBI-
58
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
IE
LUCHT
CATEGOR
BODEM
VERKEER
STOF
GEUR
GEVAAR
OMSCHRIJVING
CODE
GELUID
SBI-
133
Textielveredelingsbedrijven
50
0
50 10
3.1
2 B
139
Vervaardiging van textielwaren
10
0
50 10
3.1
1
1393
Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken
100 30
200 10
4.1
2 B L
139, 143
Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen 0 en artikelen
10
50 10
3.1
1
14
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT
141
Vervaardiging kleding van leer
30
0
50 0
3.1
1
141
Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. 10 van leer)
10
30 10
2
2
142, 151
Bereiden en verven van bont; vervaardiging van 50 artikelen van bont
10
10 10
3.1
1 B L
15
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING)
151,15 Lederfabrieken 2
300 30
100 10
4.2
2 B L
151
Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)
50
10
30 10
3.1
2
152
Schoenenfabrieken
50
10
50 10
3.1
2
16
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. 0
50
100 50 R
3.2
2
16101 Houtzagerijen 16102 Houtconserveringsbedrijven: 16102 - met creosootolie
200 30
50 10
4.2
2 B L
16102 - met zoutoplossingen
10
30
50 10
3.1
2 B
1621
Fineer- en plaatmaterialenfabrieken
100 30
100 10
3.2
3 B
162
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout²
0
30
100 0
3.2
2
162
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m²
0
30
50 0
3.1
1
10
10
30 0
2
1
4.1
3
16290 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken 2 17
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN
1711
Vervaardiging van pulp
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
200 100 200 50 R
59
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
STOF
GELUID
1712
Papier- en kartonfabrieken:
1712
- p.c. < 3 t/u
50
30
50 30 R
3.1
1
1712
- p.c. 3 - 15 t/u
100 50
200 50 R
4.1
2
1712
- p.c. >= 15 t/u
200 100 300 100 R
4.2
3
172
Papier- en kartonwarenfabrieken
30
30
100 30 R
3.2
2
17212 - p.c. < 3 t/u
30
30
100 30 R
3.2
2
17212 - p.c. >= 3 t/u
50
30
200 30 R
4.1
2
IE
LUCHT
GEUR
CATEGOR
BODEM
VERKEER
OMSCHRIJVING
CODE
GEVAAR
SBI-
17212 Golfkartonfabrieken:
58
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA
1811
Drukkerijen van dagbladen
30
0
100 10
3.2
3 B L
1812
Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)
30
0
100 10
3.2
3 B
18129 Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
10
0
30 0
2
1 B
1814
Grafische afwerking
0
0
10 0
1
1
1814
Binderijen
30
0
30 0
2
2
1813
Grafische reproduktie en zetten
30
0
10 10
2
2 B
1814
Overige grafische aktiviteiten
30
0
30 10
2
2 B
182
Reproduktiebedrijven opgenomen media
0
0
10 0
1
1
19
AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT/KWEEKSTOFFEN
19202 Smeeroliën- en vettenfabrieken
50
0
100 30 R
3.2
2 B L
19202 Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie
300 0
100 50 R
4.2
2 B L
19202 Aardolieproduktenfabrieken n.e.g.
300 0
200 50 R
4.2
2 B L
200 0
200 200 R
4.1
3 B L
100 30
300 300 R
4.2
2 B L
300 10
200 300 R
4.2
2 B L
20141 - p.c. < 100.000 t/j
100 0
200 100 R
4.1
2 B
20141 - p.c. >= 100.000 t/j
200 0
300 200 R
4.2
3 B
20
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN
2012
Kleur- en verfstoffenfabrieken