CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. ASV PN 2020 met wijzigingen bijhouden

Raad Besluitvorming 11 december 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 16188143.435 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp houdende regels omtrent verstrekking van subsidies (Algemene subsidieverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 20260) Geldend van 01-02-2020 t/m heden Intitulé Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp houdende regels omtrent verstrekking van subsidies (Algemene subsidieverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 20260) De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp; gezien het voorstel van het college van (datum collegebesluit) 17 december 2019 en informatienota’s van 7 januari 2020 en 16 januari 2020; gelet op artikel 149 en 156 van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht; besluit: vast te stellen de Algemene subsidieverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 20260; Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. bestemmingsreserve: een reserve waaraan een concrete bestemming is verbonden; b. de-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU, L352). Tevens steun op basis van verordening met (EU) Nr. 2019 /316, 717/2014 en 2018/1923; c.b.

Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld; d.c. egalisatiereserve: een reserve bedoeld voor het dekken van exploitatierisico’s; e.d. instelling: rechtspersoon zonder winstoogmerk; f.e. onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; g.f. Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; h.g. Wet: de Algemene wet bestuursrecht; i.h. Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Artikel 2. Reikwijdte 1.

Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen; en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).

2.

Ten aanzien van Voor subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Artikel 3. Subsidieregelingen 1.

Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere subsidieregeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

2.

In een subsidieregeling wordt onder meer bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidiehoogte wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.afwijking van het eerste lid, stelt de raad het Subsidiebeleidskader maatschappelijke voorzieningen als mede de Subsidieregeling voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisaties vast.

3.

Indien burgemeester en wethouders subsidie verstrekken waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van extern door de gemeente ontvangen subsidiegelden, is deze verordening niet van toepassing maar de regelgeving van de externe subsidieverstrekker. In gevallen waarin de regelgeving van de externe subsidieverstrekker niet voorziet, is deze verordening van toepassing.

Artikel 4. Staatssteunregels 1.

Voor zover dat voor het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

2.

Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader.

3.

Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.

4.

Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader.

5.

Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1.

De raad kan subsidieplafonds vaststellen.

2.

In dat geval bepalen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.

3.

De raad kan een subsidieplafond verlagen als: a.

het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en

b.

de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.

4.

Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

5.

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Artikel 6. Aanvraag en in te dienen gegevens 1.

Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld, geschiedt dit met gebruikmaking daarvan.

2.

Bij deEen subsidieaanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens overbestaat uit: a.

een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

b.

de doelen en resultaten die met deze activiteiten worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;

c.

een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

d.

als de aanvrager een onderneming is:

I.

een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (deminimisverklaring);

II. e.

als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.

3.

Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar.

4.

Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

Artikel 7. Aanvraagtermijn 1.

Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft ingediend.

2.

Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, dient uiterlijk acht weken voorafgaand aan dat boekjaar te worden ingediend.

3.

Andere aanvragen om subsidie dienen minimaal acht weken voordat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd aanvangen, te worden ingediend.

4.

Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

Artikel 8. Beslistermijn 1.

Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

2.

Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen acht weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

3.

Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

4.

Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag VWEU worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1.

Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als: a. de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; b.

2.

3.

het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

Onverminderd het vorige lid weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader in de volgende gevallen: a.

als subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of

b.

als de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.

Onverminderd de vorige leden kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren als: a.

de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente, haar ingezetenen of de door de gemeente geprioriteerde doelgroepen;

b.

niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;

c.

de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

1.

d.

de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift, waaronder de Wet Bibob;

e.

de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;

f.

in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen;

g.

de activiteiten niet bijdragen aan het beleid van de gemeente zoals vastgesteld in de programmabegroting;

h.

er geen of onvoldoende gemeentelijke financiële middelen beschikbaar zijn;

i.

in het beoogde doel of de voorgenomen activiteit al op een andere wijze in voldoende mate is voorzien.

Naast de weigeringsgronden in de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als: a. de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente, haar ingezetenen of de door de gemeente geprioriteerde doelgroepen; b. niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; c. de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; d. de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift, waaronder de Wet Bibob; e. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen; f. de activiteiten niet bijdragen aan het beleid van de gemeente zoals vastgesteld in de programmabegroting; g. er geen of onvoldoende gemeentelijke financiële middelen beschikbaar zijn; h. in het beoogde doel of de voorgenomen activiteit al op een andere wijze in voldoende mate is voorzien. i. de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het VWEU heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; j. het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. k.

de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader in de volgende gevallen:

I. als subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het steunkader dat van toepassing is, of II. als de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het steunkader dat van toepassing is. III. de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het VWEU heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; 2. Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. 4.

Met opmaak: Inspringing: Links: 1,25 cm, Geen opsommingstekens of nummering

Artikel 10. Verantwoording Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden. Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger 1. De subsidieontvanger doet een onmiddellijk melding aan burgemeester en wethouders in de volgende gevallen: a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend worden niet, niet tijdig of niet geheel verricht; b. er wordt niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen voldaan 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen wordt voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan burgemeester en wethouders. 2. Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld onmiddellijk schriftelijk over: 2.

a.

beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;

b.

relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

Met opmaak: Inspringing: Links: 1,27 cm, Geen opsommingstekens of nummering

c.

ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen;

d.

wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1.

Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.

2.

Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37 eerste lid, van de wet Awb worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

3.

Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.

4.

Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan burgemeester en wethouders een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet Awb voordoet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.

Artikel 13. Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot en met € 10.000 1.

Subsidies tot en met € 10.000 worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen twaalf weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteldHet college kan nader bepalen per subsidieregeling dat er of direct wordt vastgesteld of dat na subsidieverlening een aanvraag tot vaststelling moet worden ingediend;.

2.

Als een ambtshalve verleningsbeschikking de subsidieontvanger verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling plaats binnen twaalf weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tussen € 10.000 en € 50.000 1.

Bij subsidies van meer dan € 10.000 maar ten hoogste € 50.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk twaalf weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.

2.

De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

3.

Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.

Artikel 15. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000 1.

2.

Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 mei van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b.

in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 17 weken na afloop van het betrokken boekjaar;

c.

in andere gevallen uiterlijk 17 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

De aanvraag bevat: a.

een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

b.

een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

c.

een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en

d.

bij subsidies van meer dan € 100.000 een goedkeurende controle- of beoordelingsverklaring van een onafhankelijk accountant.

3.

Wanneer de verklaring van de accountant daartoe aanleiding geeft, vindt nader onderzoek of overleg plaats tussen gemeente en subsidieontvanger op basis waarvan burgemeester en wethouders zich een oordeel kunnen vormen over de besteding van de subsidiegelden.

4.

Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

Artikel 16. Subsidievaststelling subsidies van meer dan € 10.000 1.

Burgemeester en wethouders stellen een subsidie van meer dan € 10.000 vast binnen dertien weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.

2.

Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.

3.

Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a, b of c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.

Artikel 17. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen 1.

Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze.

2.

Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de subsidieregeling voorgeschreven definities.

3.

Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader dat van toepassing is.

Artikel 18. Egalisatiereserve 1.

Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie die meer dan € 50.000 bedraagt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet Awb vormt.

2.

De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan burgemeester en wethouders verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet Awb van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19. Bestemmingsreserves en voorzieningen 1.

Een instelling die een bestemmingsreserve of voorziening wil vormen, dient hiervoor vooraf schriftelijk toestemming te krijgen van burgemeester en wethouders.

2.

Een verzoek tot het vormen van een bestemmingsreserve gaat vergezeld van: a.

een omschrijving van het doel van de reserve;

b.

een meerjarig investeringsplan of onderhoudsplan.

Artikel 20. Liquidatiesaldo 1.

De bestemming van een eventueel batig liquidatiesaldo bij ontbinding van een subsidieontvanger behoeft de voorafgaande goedkeuring van burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders houden daarbij rekening met de herkomst en samenstelling van het liquidatiesaldo.

2.

Burgemeester en wethouders nemen een besluit binnen acht weken na ontvangst van het voorstel van de instelling.

3.

Indien burgemeester en wethouders het voorstel van de instelling afwijzen, geven zij tevens een aanwijzing met betrekking tot de gewenste bestemming.

4.

Indien de instelling binnen een door burgemeester en wethouders te bepalen termijn geen gevolg geeft aan de aanwijzing, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat gehele of gedeeltelijke storting in de gemeentekas plaatsvindt.

5.

Voor het bepalen van het aan de gemeente terug te betalen deel van het liquidatiesaldo, wordt uitgegaan van de verhouding tussen de jaarlijks verstrekte subsidie en de totale inkomsten gedurende de drie jaar voorafgaand aan de liquidatie.

6.

Bij het vaststellen of wijzigen van de statuten van de instelling wordt rekening gehouden met het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 21 Hardheidsclausule

1.

Als een bij of krachtens deze verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of –ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen, kunnen burgemeester en wethouders een andere termijn vaststellen.

2.

In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.

Artikel 22. Slotbepalingen 1.

De Algemene Subsidieverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 202018 wordt ingetrokken.

2.

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking1 januari 2026.

3.

Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 202018 van toepassing.

4.

Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 20260.

Ondertekening Vastgesteld in de openbare vergadering van (datum) 23 januari 2020. drs. B.S.M. Sepers griffier mw. F. Ravestein voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16102153/1