Bijlage 3.1 Bijlage bij Nota van beantwoording Zienswijzen geanonimiseerd (1382503)
Tekst van het document
Concept Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp
8
Mooi verhaal maar over hoeveel huizen hebben we het eigenlijk. En wat gaat er mee worden bespaard. Zou graag een overzicht willen met energielabels aantal huizen en jaartallen. Ook met de energie die bespaart zou kunnen worden. De startstrategie geeft een handelingsperspectief voor bewoners en bedrijven. De strategie is gebaseerd op basis van de mate van isolatie van een woning en bepaalt tevens de investering die voor een woning nodig is om aardgasvrij te worden. Het energielabel geeft richting aan de mate van isolatie. Voor matig tot slecht geïsoleerde huizen met label D tot G is het bijna altijd maatschappelijk het goedkoopst om aan te sluiten op een collectief warmtenetwerk. Uitzondering daarop is het buitengebied. Voor redelijk geïsoleerde woningen met label C/D is aansluiten op een midden temperatuur warmtenetwerk vaak het meest rendabel. De startstrategie is niet in beton gegoten voor
Concept Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp
9
2050. Nieuwe inzichten, technieken en een veranderde (regio)omgeving kunnen leiden tot aanpassingen. We gaan nu met een aantal wijken aan de slag die we voor 2030 van het aardgas willen halen en op collectieve warmtenetten willen zetten. Hiervoor maken wij de komende jaren wijkuitvoeringsplannen. Dit zijn tot 2030: •
Klapwijk
•
De Venen Rembrandtpark
• •
De Venen Zonnehof De Venen centrum en Laan van Nootdorp
•
Nieuweveen
•
na 2025 overige wijken in Nootdorp
De gemeente werkt samen in de Warmte samenwerking Oostland (hoe zit de rolverdeling eruit, wat zijn de afspraken en contracten )aan een aansluiting op WarmtelinQ en de aanleg van een gebiedsdekkend warmtenetwerk. Het tempo van de beschikbaarheid van dit netwerk is medebepalend voor de fasering van de warmtebuurten in de kernen Pijnacker en Delfgauw. WARMTE
2019
2030
2040
2050
Vraag
4.104 TJ
3.204 TJ
2.975 TJ
2.750 TJ
800 TJ
1.785 TJ
2.250 TJ
2.750 TJ
19%
55%
75%
100%
Duurzame opwek Percentage duurzaam
Voor de wijken waarvoor individuele oplossingen het beste zijn, gaan we rond 2040 kijken hoe we deze alsnog met elkaar verder kunnen verduurzamen. Koers elektriciteit Het is bijna niet mogelijk om lokaal of regionaal alle elektriciteit duurzaam op te wekken. Dat gaat ten koste van ander grote maatschappelijke waarden zoals het landschap. Dit vraagt dus om het maken van scherpe keuzes. Het opwekken van elektriciteit heeft in tegenstelling tot warmte een (grote) ruimtelijke impact. Zeker omdat we weten dat we alleen met zon op dak de gestelde ambities niet kunnen halen. De inzet is het besparen van de vraag. Daarna wordt elektriciteit zoveel mogelijk lokaal en duurzaam opgewekt. We kunnen niet alle elektriciteit duurzaam lokaal opwekken. Het streven is om circa 60% lokaal op te wekken door middel van zon. Dit is ambitieus, maar niet onrealistisch (haalbaarheid en geld). Voor de duidelijkheid, dit willen we vooralsnog bereiken zonder windenergie. We formuleren voor onszelf de ambitie om 23% van ons eigen elektriciteitsgebruik lokaal zelf op te wekken in 2030. Ook dit is een enorme opgave. Dit betekent dat we met elkaar alle zeilen moeten bijzetten om deze ambitie waar te maken. We zetten vooralsnog alleen in op zon. Dit betekent dat wij onder strikte voorwaarden wel zon op land mogelijk willen maken. We nemen zo onze verantwoordelijkheid en houden ook regie op onze opgave.
• • • • •
zon op dak zon op parkeerplaatsen zon op waterbassins zon op overhoeken zon op land
Concept Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp
10
ELEKTRICITEIT
2019
2030
2040
2050
Vraag
1.114 TJ
1.355 TJ
1.500 TJ
1.450 TJ
Lokale duurzame opwek
56 TJ
316 TJ
606 TJ
896 TJ
Percentage duurzaam
5%
23%
40%
62%
De overige duurzame elektriciteit moeten we van buiten de gemeente halen. Omdat grootschalige opwek ruimtelijke impact heeft, is het noodzakelijk om samen te werken en draagvlak te creëren. In regionaal verband is samenwerking nodig om tot afstemming van de plannen te komen. En op lokaal niveau hebben we draagvlak nodig om te komen tot haalbare plannen. Juist bij lokale duurzame opwek van energie is het mogelijk om lokaal eigendom te gebruiken waardoor de lasten en de revenuen terugvloeien naar de lokale gemeenschap. Hoe verder Het Energietransitieplan staat aan het begin van een lang traject om onze ambitie te behalen. Het is een visie die de beste richting is op dit moment. De technieken en wet- en regelgeving ontwikkelen zich snel op zowel lokaal-, regionaal-, landelijk-, Europees- en op wereldniveau. We kunnen niet wachten tot technieken uit zijn ontwikkeld, we moeten nu aan de slag. We hebben oog voor toekomstige ontwikkelingen, het Energietransitieplan is niet in beton gegoten. We actualiseren daarom minimaal één keer per 5 jaar en jaarlijks zullen we de raad informeren over de voortgang. Zou graag een duidelijk stappenplan willen zien. Zonder geld komen we nergens, dus ook een budget. Het uitvoeringsprogramma energie geeft richting aan de korte termijn activiteiten binnen 5 jaar die onze ambities ondersteunen en activeren.
Het uitvoeringsprogramma actualiseren we om de 2 jaar. Voor de organisatie, rollen en verantwoordelijkheden (governance) rondom de warmte als nieuwe (nuts)voorziening, is een eerste aanzet gegeven. Dit is de start van de verkenning met de raad naar de gemeentelijke mogelijkheden. Dit maakt nu geen onderdeel van het Energietransitieplan.
Concept Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp
11
1.
INLEIDING
De energietransitie betekent de overgang van energie uit fossiele brandstoffen zoals aardgas en steenkolen naar volledig duurzaam opgewekte energie. De energietransitie raakt iedereen. Het Nationaal Klimaatakkoord en de gemeentelijke ambities zijn helder. De doelstelling is om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Het jaar 2050 lijkt ver weg, maar de opgave is groot, namelijk het creëren van een nieuwe duurzame energievoorziening. Om dit tijdig te realiseren, is het zaak nu te bewegen en de koers te bepalen. We staan voor een enorme opgave de komende 30 jaar. Stap voor stap willen we actie ondernemen. Samen met de bewoners en bedrijven gaan we naar een fossielvrije samenleving. Niemand zal beweren dat de energietransitie een eenvoudige opgave is. Integendeel, het is een complexe- en ingrijpende opgave. De energietransitie betekent verandering. En veranderingen gaan over het algemeen om diverse redenen traag. Het vraagt om het maken van lastige keuzes, (die alleen de burgers treffen, of niet?)waarbij overheden, burgers en bedrijven op elkaar zijn aangewezen. Een transitie is geen vastomlijnd plan met vooraf planbare route. Een transitie vergt een vergezicht waar we naar toe willen, met zo mogelijk tussendoelen. In kleine stapjes zoeken we steeds de route voorwaarts. De route is hobbelig en kent vele verassingen.
Met de kennis van nu en met een zo helder mogelijk vergezicht voor 2050, ligt er een eerste richting, een visie. Toch hebben we dit verhaal energietransitieplan genoemd. Hiermee willen we uitstralen dat we op pad gaan met een concrete opgave, waarin we zeggen 'We zijn van plan om in 2050 CO2neutraal te zijn'. De vraag is dus niet óf we de energietransitie willen/kunnen vormgeven, maar hoe we dit gaan doen en welke uitgangspunten we hierbij hanteren. We weten dat de komende tijd nog vele voorwaarden nader ingevuld moeten worden om te komen tot concrete stappen. We kunnen het ook niet alleen. We zijn afhankelijk van vele partijen. Dit plan geeft de
richting aan die we willen doorlopen, vanuit de rol die
in het klimaatakkoord aan gemeenten is toegedicht. De opgave is groot, maar de stappen zullen klein zijn. Een bundeling van voortvarendheid, daadkracht, investeringen, kennis en kunde is nodig, zowel vanuit de overheid, als vanuit de bewoners en het bedrijfsleven. Zie mijn voorstel
1.1
KLIMAATAKKOORD
Het doel van het Klimaatakkoord en de energietransitie is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. De transitie is in de eerste plaats een maatschappelijke transitie. Burgers en bedrijven staan voor een reeks beslissingen die van invloed zijn op hoe we wonen, hoe we ons verplaatsen, wat we eten, de producten die we kopen en hoe we ons geld verdienen. Meer dan 100 partijen hebben gewerkt aan een samenhangend pakket aan voorstellen waarmee het CO2 -reductiedoel in 2030 is te realiseren. De gemeenten in de vorm van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben ook aan de verschillende ‘tafels’ gezeten, om mee te denken en te schrijven aan het Klimaatakkoord. Het eindresultaat is het Klimaatakkoord dat in juni 2019 is gepresenteerd door het kabinet. Afgesproken is dat gemeenten een grote rol krijgen bij het uitvoeren van de afspraken die gemaakt zijn in het Klimaatakkoord. Bijvoorbeeld als het gaat om het komen tot het verminderen van energieverbruik, het aardgasvrij maken van woningen en lokale opwek Concept Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp
12
van elektriciteit. Overigens wil dat niet zeggen dat de VNG alle afspraken geheel onderschrijft. Natuurlijk zijn er kanttekeningen bij een aantal zaken gezet. Daarnaast zijn randvoorwaarden geformuleerd die nodig zijn om de energietransitie vorm te geven en tot uitvoering over te gaan. Het gaat om onder andere financiële-, juridische- en organisatorische voorwaarden. Bovenal gaat het erom dat we samen, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid, aan de slag gaan. We merken in de praktijk dat we nog maar aan het begin staan van de echte transitie. De weg is nog lang en nog niet alles is uitgewerkt en bekend. Toch gaan we vanaf vandaag nieuwe stappen zetten. Als we dat niet doen, dan struikelen we al bij de start en halen we de tussendoelen en de finish zeker niet. Dit Energietransitieplan is een uitwerking van de afspraken die gemaakt zijn in het Klimaatakkoord: voor eind 2021 heeft elke gemeente een Transitievisie Warmte vastgesteld.
1.2
ONZE OPGAVE EN AMBITIE
Dit is het eerste Energietransitieplan van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Met de kennis en kunde van nu is een visie neergelegd (welke kennis en kunde, hebben we het over informatie verstrekken. Zie ook mijn voorstel), die beschrijft hoe we stap voor stap tot 2050 de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen willen verminderen en de uitstoot van CO2 in 2050 tot nul terug willen brengen. Dit Energietransitieplan kent een visiedeel tot 2050 en een meer concretere uitwerking tot 2030. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat we gezamenlijk een reductie van 49% (t.o.v. 1990) in 2030 willen realiseren.
Figuur 1.1: Energievraag in Pijnacker-Nootdorp 2019 In 2019 verbruikten we met zijn allen 5.783 TJ aan energie, hiervan wekken we 856 TJ duurzaam op, oftewel 14,8% van het totale energieverbruik in onze gemeente. Door ons energiegebruik stoten we 395.000 ton CO2 per jaar uit. Hernieuwbare elektriciteit komt in onze gemeente nu vooral uit zon op dak (56 TJ). Dat is 5,0% van het verbruik (1.114 TJ). We wekken in de gemeente 800 TJ warmte duurzaam op. Dat staat gelijk aan 19,5% van de het verbruik. Deze hernieuwbare warmte komt voornamelijk uit de twee bestaande geothermiebronnen (750 TJ). Dit betekent dat nog een grote Concept Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp
10
opgave voor ons ligt. Met zicht op de realisatie van 2-tal geothermieputten en een steeds stijgend aantal zonnepanelen op daken in de afgelopen jaren, maken we al wel stappen. De aansluiting op WarmtelinQ kan voor een versnelling zorgen. Ook de inzet om de vraag naar energie te reduceren zien we wel terug in de cijfers. De energietransitie vraagt om een versnelling om doelstellingen te halen. In het Energietransitieplan zijn de tussenstappen aangeven: 2030, 2040 en 2050. In een uitvoeringsprogramma en door jaarlijks te monitoren, brengen we activiteiten in beeld en kunnen we tussentijds bijsturen, indien de tussenstappen niet behaald worden.
1.3
RANDVOORWAARDEN EN UITGANGSPUNTEN
In aansluiting op het Klimaatakkoord zijn vier basisprincipes geformuleerd waar we dit Energietransitieplan en de verdere lokale uitwerkingen steeds weer tegenaan houden.
a. Betaalbaar
We realiseren de opgave op een zo kostenefficiënt mogelijke wijze, zodat de transitie betaalbaar blijft. Dit betekent niet automatisch dat de transitie ook op individueel niveau betaalbaar is. Subsidies en andere financieringsmaatregelen zijn eventueel nodig om de transitie voor iedereen mogelijk te maken. Mijn ervaring tot nu toe is dat je op subsidies niet kan bouwen. Aangezien de regels elk jaar vernaderen is het moelijk om een goed plan te maken. Voorbeeld: vorig jaar werden kozijnen en de voordeur als 2 maatregelen gezien. Hierdoor kon iemand dus alleen de ramen en deur(en) vervangen. Nu dit jaar niet meer (ramen en deuren worden als een maartegel gezien) met het gevolg dat ik dit jaar dus de subsidie mis loop. Kortom het zou fijn zijn als er regels zouden zijn die niet elk jaar zouden veranderen.
b. Eerlijk
De transitie moet op een rechtvaardige wijze gerealiseerd worden. Het Rijk begrijpt het belang van een rechtvaardige verdeling van de lasten voor het draagvlak voor de transitie. Als alle gemeentes de zelfde regels zouden handeren. Voorbeeld: in Denhaag mag je je eigenhuis wel isoleren en krijg je daar subsidie voor. In Pijnakcer nootdorp niet. Hierdoor wordt er dus minder geisoleerd. En nee een bedrijf hoeft volgens de overheid geen speciale papieren te hebben om een huis te isoleren. Deze moet alleen als bouw bedrijf bij de KVK in geschreven staan. Kortom iedereen mag het doen zonalg je maar een KVK hebt behalve de eigenaar van het huis zelf.
c. Haalbaar
We hebben 31 jaar de tijd voor het realiseren van de transitie richting 2050 en die tijd nemen we ook. In de komende jaren ontzorgen we mensen via de wijkaanpak en stimuleren we mensen om op natuurlijke momenten te investeren in de isolatie van hun woningen en in het vergroenen van het wagenpark. Iedereen moet mee kunnen doen aan de transitie. Zie mijn voorstel) In dit Energietransitieplan is aangegeven hoe de hoofdkoers er uit kan zien. Dit is op basis van de concept-Energiemix, de participatie hiervan en nieuwe inzichten van het afgelopen jaar. De hoofdkoers is niet in beton gegoten. Het is te lezen als een richting om houvast te bieden aan de stappen die we nu gaan en moeten zetten. In de Energiemix waren de volgende uitgangspunten voor de energietransitie geformuleerd: •
Voorkom verspilling van warmte en elektriciteit.
•
We zijn als gemeente zoveel mogelijk zelfvoorzienend.
•
Maak het elektriciteitsprobleem niet groter. Beperk de kosten voor de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk. Pas zoveel mogelijk warmteoplossingen toe.
Concept Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp
11
• •
Zorg voor voldoende spreiding en flexibiliteit van warmtebronnen zodat het netwerk robuust is. Zorg dat de warmtevoorzieningen tijdig worden gerealiseerd en we voldoende capaciteit hebben.
•
Beperk de vraag naar groen/hernieuwbaar gas en waterstof voor de verwarming en het maken van elektriciteit. Zet deze energiedragers alleen in voor de pieklast of voor complex te verwarmen gebouwen en gebieden.
•
Zorg voor een breed draagvlak voor de keuzes die we maken.
•
Houdt rekening met de laagst maatschappelijke kosten (graag uitbreiden) voor de hele warmteketen.
Concept Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp
12
•
Iedereen kan meedoen met de warmtetransitie en zorg voor een eerlijke verdeling van de extra kosten.
•
De financiële gevolgen en risico’s moeten behapbaar zijn.
1.4
WAT VOORAFGING: DE CONCEPT ENERGIEMIX
De concept Energiemix is vorig jaar februari vastgesteld om de gesprekken met de samenleving en onze regionale partners aan te gaan over de mogelijke koers voor de energietransitie. De Energiemix bood enerzijds inzicht in het huidig energieverbruik en anderzijds inzicht in de wijze waarop fossielvrije bronnen zijn in te zetten. Het beschrijft op hoofdlijnen ‘hoe wij de transitie van de energievraag duurzaam en fossielvrij willen invullen’. Daarmee was de concept Energiemix een voorloper van dit Energietransitieplan. De definitieve Energiemix is opgenomen in dit Energietransitieplan in de onderdelen koers warmte en koers elektriciteit.
1.5
OPZET CONCEPT ENERGIETRANSITIEPLAN
Eerst geven we een beeld van de lokale, regionale- en landelijke afhankelijkheden, de energietransitie staat niet alleen. Daarna beschrijven wij de hoofdlijn van de visie, gesplitst in de koers warmte en de koers elektriciteit. De koers warmte is onze Transitievisie warmte. Flexibiliteit is gewenst, beter gezegd noodzakelijk om telkens te kunnen bijsturen op nieuwe kennis en inzichten. Dit vraagt minimaal één keer de vijf jaar een integrale update van het Energietransitieplan. Als uitwerking van dit Energietransitieplan hoort ook een uitvoeringsprogramma, deze zal 2-jaarlijks een update krijgen. Dit uitvoeringsprogramma vertaalt het Energietransitieplan in concrete acties voor de komende 5 jaar voor warmte, elektriciteit en mobiliteit.
1.6
PARTICIPATIE EN DRAAGVLAK
De omschakeling van aardgas naar een andere warmtebron, is een grote uitdaging, ook voor inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties. In PijnackerNootdorp konden zij meedenken over de transitie en daarmee hebben zij meegewerkt aan het tot stand komen van dit plan. De gemeente heeft hiervoor verschillende participatiemiddelen ingezet: 1. Een online vragenlijst: Aardgasvrij Pijnacker-Nootdorp (279 respondenten) 2. Digitale wijkbijeenkomsten: per buurt een webinar (726 deelnemers) 3. Twee ambassadeursbijeenkomsten (42 ambassadeurs) a. Meedenken over de concept Transitievisie Warmte b. Meedenken over de rol van inwoners en communicatie 4. Bijeenkomst met voorzitters ondernemersverenigingen (5 bedrijventerreinen) 5. Nieuwsbrief (129 emailadressen) Het verslag van alle participatie is openbaar en is te downloaden op www.metenergieaandeslag.nl/participatieverslag.
Concept Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp
13
Het concept Energietransitieplan zal ter inzage worden gelegd, op basis van de zienswijzen worden aangepast en definitief worden opgesteld.
2 ENERGIETRANSITIEPLAN IN SAMENHANG De energietransitie staat niet alleen, lokaal, regionaal en landelijk werken we samen om te komen tot een visie en uitvoering van de transitie. In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van deze samenwerkingen en de ontwikkeling van de mogelijke nieuwe Wet collectieve warmtevoorziening.
2.1
AFSTEMMING OMGEVINGSVISIE
De Energietransitie heeft een directe relatie met de Omgevingsvisie. Deze twee trajecten lopen niet voor niets gelijk op. Een aantal keuzes heeft directe gevolgen op het ruimtegebruik, de ruimtelijke kwaliteit, de beleving en andersom. De energiemix kent dus ook een ruimtelijke dimensie die afweging verdient en plaats heeft in een maatschappelijk debat. Dit participatietraject is dan ook grotendeels samen met de omgevingsvisie gedaan. Dit Energietransitieplan is afgestemd op de beelden van de Omgevingsvisie en andersom.
2.2
WARMTE SAMENWERKING OOSTLAND
In de Warmte Samenwerking Oostland (WSO) werken we samen aan de verduurzaming van het glastuinbouwgebied, met de glastuinbouw sector (LTO Glastuinbouw Nederland) en de gemeenten Lansingerland, Zoetermeer, Zuidplas, Waddinxveen en onze gemeente. De WSO werkt aan een gebiedsdekkend regionaalnetwerk in Oostland. Dit regionaal transportnetwerk moet zowel lokale bronnen (geothermie) als regionale bronnen (restwarmte) en onderliggende distributienetwerken in de gebouwde omgeving en glastuinbouwgebieden gaan verbinden. De glastuinbouwsector heeft de ambitie om in 2040 al klimaatneutraal te zijn en zet dus volop in op alternatieven warmte-oplossingen. Warmtenetten zijn daarbinnen een onmiskenbaar grote speler in. Om te komen tot een robuust netwerk waarin vraag en aanbod van warmte voor lange tijd is gegarandeerd, is samenwerking op deze regionale schaal van groot belang. Naast de inzet van geothermie, is aansluiting voor 2030 op het regionale transportnetwerk WarmtelinQ de kans om te komen tot een robuust en betrouwbaar warmtesysteem.
2.3
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE (RES)
Samen met 23 gemeenten uit de regio Rotterdam Den Haag, vier waterschappen en de provincie, netwerkbeheerders, maatschappelijke organisaties en ondernemingen, is gekeken naar de mogelijkheden, kansen en voorwaarden voor de Energietransitie. Dit heeft geresulteerd in een Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag 1.0 (RES 1.0). De RES heeft een uitgebreid traject Concept Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp
14
doorlopen van wensen en bedenkingen en informatiebijeenkomsten met de raden. Het is de bedoeling om één keer in de twee jaar de RES te actualiseren. In de regio Rotterdam Den Haag wonen circa 2.3 miljoen mensen, liggen twee grote steden, enkele landelijke gemeenten, een wereldhaven en een toonaangevend glastuinbouwcluster. De grote concentratie van werkgelegenheid en economische activiteit resulteert in beperkte ruimte voor duurzame energieopwekking, maar ook in veel kansen voor bijvoorbeeld rest- en aardwarmte. In de RES is deze regio gekozen voor een haalbare aanpak, die past bij het landschap, de inwoners, de bedrijven en de intrinsieke regionale kwaliteiten. Het is blijvend zoeken naar een evenwicht in verbindingsmogelijkheden tussen energiemaatregelen en andere maatschappelijke opgaven, daarbij rekening houdend met bestaand beleid. We zijn nauw betrokken geweest bij het opstellen van de RES 1.0. De Energiemix inclusief de uitkomsten van het participatietraject uit de Omgevingsvisie heeft als input gediend voor de mogelijkheden van de oplossingen die zijn aangegeven in de RES 1.0. De RES is een visie, gemeenten bepalen en geven ruimte aan de invulling in de Omgevingsvisie en uitvoering in lokale projecten.
2.4
WET COLLECTIEVE WARMTEVOORZIENING
De huidige Warmtewet (2013) is niet meer toegesneden op de noodzaak om de energietransitie en daarbinnen de transitie van de warmtevoorziening te versnellen. Sinds 2019 is daarom gewerkt aan een nieuwe Warmtewet, Wet collectieve warmtevoorziening. In juni 2020 is de concept wettekst in consultatie gegaan. Dit heeft veel reacties opgeleverd, onder andere een uitgebreide reactie vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Ondanks uitvoerige gesprekken tussen het Rijk en de VNG en andere partijen, is het niet gelukt om voor de verkiezingen, mede door de vroegtijdige val van het kabinet, te komen tot een definitieve tekst. Het is nu ongewis wanneer de wet van kracht kan worden, maar belangrijker wat de inhoud van de teksten zullen zijn. Zonder de Wet collectieve warmtevoorziening zijn er wel stappen te zetten in de warmtetransitie, maar een echte versnelling van de warmtetransitie zal alleen mogelijk zijn als de wet van kracht is en flankerend beleid (o.m. woonlastenneutraliteit) geregeld is. De wet beoogt de groei en verduurzaming van collectieve warmtesystemen in de gebouwde omgeving te faciliteren. De wet gaat dus niet over glastuinbouwgebieden en het buitengebied. Om de doelen uit het Klimaatakkoord te bereiken, is het van belang dat het vertrouwen in de warmtemarkt en de bereidheid om te investeren in duurzame collectieve warmtesystemen toenemen, aldus het Rijk.
Het wetsvoorstel bestaat uit vier kerndoelen:
Concept Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp
15
Ik mis hier het plan Dit gaat namelijk niet samen: verbruiker en bedrijven. Zou graag een voorbeeld contract niet waar de bedrijven zich aan moeten houden en welke afspraken er allemaal in staan om de burger te beschermen. 1. Groei van collectieve warmtesystemen door nieuwe spelregels (marktordening) 2. Transparantie in de tariefstelling (daadwerkelijke kosten met redelijk rendement). 3. Het zeker stellen van de verduurzaming. 4. Het aanscherpen van de vereisten voor leveringszekerheid. De maatregelen in de wet moeten leiden tot meer zekerheden en een betere borging van de publieke belangen. -
Voor de verbruikers: die beter beschermd worden tegen misbruik van marktmacht door een warmtebedrijf.
-
Voor warmtebedrijven: die meer zekerheden krijgen en een aantrekkelijker investeringsklimaat.
Concept Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp
16
-
Voor de lokale overheden: die beter regie kunnen voeren op de ontwikkeling en verduurzaming van de (collectieve) warmtevoorziening.
Voor het Energietransitieplan heeft het ontbreken van een adequate wet niet direct invloed, maar wel voor de uitvoering ervan. Vooralsnog moeten we het doen met de huidige wetgeving en trekken we onze eigen route. Natuurlijk wel kijkend met een schuin oog naar de nieuwe wetgeving. Via de VNG, maar ook via andere kanalen, zijn we nauw betrokken bij het borgen van onze gemeentelijke belangen.
2.5
ONDERZOEK NAAR UITVOERINGSKOSTEN
De energietransitie vraagt veel aandacht van ons als gemeente. Daar hebben we financiële middelen voor nodig. Enerzijds om de energietransitie te faciliteren en anderzijds voor nieuwe verantwoordelijkheden en taken. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de gemeenten een regierol krijgen in de energietransitie. Met name als het gaat om de warmtetransitie en daarmee gepaard gaande activiteiten om de gebouwde omgeving van het aardgas af te halen. Dit is een van de grootst maatschappelijke opgaven van de afgelopen decennia. In het Klimaatakkoord is tevens vastgelegd dat gemeenten financiële compensatie krijgen vanuit het Rijk voor deze extra opgave. De VNG heeft laten onderzoeken wat het klimaatakkoord betekent voor de gemeenten en welke financiële middelen dit vraagt. In het rapport “Uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden in 2022 – 2030” is aangegeven dat het klimaatakkoord 14-17 fte extra inzet van een middelgrote gemeente vraagt. De VNG is landelijk in overleg hoe met deze extra inzet om te gaan. Hierover is nog geen duidelijk.
Concept Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp
17
3 KOERS WARMTE In Pijnacker-Nootdorp geldt dat 100% van de warmte in 2050 fossielvrij is. Dit geldt zowel voor de glastuinbouw als voor de gebouwde omgeving. Als eerste zetten wij in op het reduceren van de vraag. Daarnaast zetten we in op een warmtemix van geothermie en restwarmte en zo min mogelijk elektrificatie van de warmtevraag. Dit biedt, met de kennis van nu, de meeste garantie voor een robuust-, betaalbaar-, haalbaar- en eerlijk verhaal. In figuur 3.1 is de trias energetica voor de warmtetransitie in Pijnacker-Nootdorp te zien. Innovaties en andere nationale keuzes op termijn zullen wellicht leiden tot het bijstellen van deze koers. Aan deze gedachtelijn willen we vooralsnog als gemeente vasthouden. Naast collectieve oplossingen laten we ook ruimte om individuele keuzes te maken. Figuur 3.1: Trias energetica voor de warmtetransitie
3.1
UITWERKING VAN DE KOERS WARMTE
3.1.1 Warmtevraag reduceren Warmte die niet gevraagd wordt hoeft ook niet opgewerkt te worden. Diverse maatregelen zijn eenvoudig te realiseren. Dit is mogelijk door middel van isolatie, luchtdicht maken van de woning, warmteterugwinning en betere warmteafgiftemiddelen. Goede isolatie en ventilatie zijn randvoorwaarden om gebouwen, op termijn, duurzaam en comfortabel te verwarmen. Naast isolatie is het ook belangrijk om het cv-systeem en de afgiften beter te regelen. Voor alle warmtebronnen,
Concept Energietransitieplan Pijnacker-Nootdorp
18