bijlage 3.1.2. Bijlage 6 bij de toelichting - Verkennend (water)bodemonderzoek
Tekst van het document
Verkennend (water)bodemonderzoek Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) projectnummer 134012
Opdrachtgever:
Gemeente Pijnacker-Nootdorp de heer R. Annaji Postbus 1 2640 AA Pijnacker
Versienummer:
1.1 definitief
Plaats, datum:
Zoetermeer, 17 maart 2014
Boormeester
R. Heitman
Paraaf:
Auteur:
ing. J. den Haan
Paraaf:
Controle:
drs. S.W.M. Luiten
Paraaf:
bk bodem Koraalrood 131 2718 SB Zoetermeer T 079 360 17 00 F 079 360 17 09 info@bkbodem.nl www.bkbodem.nl BK Bodem B.V. IBAN: NL88ABNA0589448188 K.v.K. nr. 34342733
BK Bodem pagina 2 van 27
Inhoudsopgave
pagina
1
Inleiding ......................................................................................................................................... 3 1.1 Uitgangspunten van het bodemonderzoek ...................................................................... 3 1.2 Indeling van de rapportage................................................................................................ 4 2 Vooronderzoek ............................................................................................................................. 5 2.1 Historische en actuele gegevens van de onderzoekslocatie ......................................... 5 2.2 Voorgaand bodemonderzoek op de onderzoekslocatie ............................................... 6 2.3 Historische en actuele gegevens aangrenzende percelen ............................................ 9 2.4 Achtergrondgehalten .......................................................................................................... 9 2.5 Vooronderzoek asbest in waterbodem ............................................................................. 9 2.6 Regionale bodemopbouw en geohydrologie ................................................................ 11 2.7 Onderzoekshypothese en -strategie ................................................................................
11 3 Uitgevoerd bodemonderzoek .................................................................................................. 13 3.1 Onderzoeksmethode ......................................................................................................... 13 3.2 Uitgevoerd onderzoeksprogramma ................................................................................. 13 4 Resultaten .................................................................................................................................... 16 4.1 Ondiepe bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen............................................... 16 4.2 Bodemnormering ................................................................................................................ 17 4.3 Samenvatting toetsingsresultaten .................................................................................... 17 4.4 Interpretatie van de analyseresultaten ............................................................................ 24 4.4.1 Deellocatie 1: gedempte sloten ............................................................................... 24 4.4.2 Deellocatie 1: dammen ............................................................................................. 24 4.4.3 Deellocatie 2: overig terreindeel ..............................................................................
24 4.4.4 Verkennend waterbodemonderzoek ...................................................................... 25 5 Conclusies en aanbevelingen .................................................................................................. 26
Bijlagen 1
Tekeningen 1.1 Topografische ligging 1.2 Overzichtstekeningen 1.3 Kadastrale kaarten 1.4 Locatiefoto's 2 Boorprofielen 2.1 Boorprofielen landbodemonderzoek 2.2 Boorprofielen waterbodemonderzoek 2.3 Dwarsprofielen waterbodemonderzoek 3 Analyserapporten 3.1 Analyserapport grond 3.2 Analyserapport grondwater 3.3 Analyserapporten waterbodem 4 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen 4.1 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen grond 4.2 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen grondwater 4.3 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen waterbodem (toepassen in oppervlaktewater) 4.4 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen waterbodem (verspreiden over aangrenzend perceel) 5 Bodemnormering 6 Overzicht wet- en regelgeving bodem
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 3 van 27
1
Inleiding
In opdracht van Gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft BK Bodem B.V. (BK) in de periode van 16 december 2013 tot 8 januari 2014 een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de toekomstige Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1). Het doel van het verkennend (water)bodemonderzoek is het vaststellen van de huidige milieuhygiënische (water)bodemkwaliteit op de locatie in verband met de voorgenomen realisatie van de Oostelijke Randweg en een Groen-Blauwe zone in de Oude Polder. Deze rapportage heeft betrekking op Fase 1 van de ontwikkelplannen en is globaal gesitueerd tussen de N470 en de Hoogseweg te Pijnacker. Fase 2 is gesitueerd ten noorden van de Hoogseweg, deze percelen worden in een later stadium door Gemeente Pijnacker-Nootdorp verworven. Erkenning Conform het Besluit bodemkwaliteit (hoofdstuk 2) is erkenning verplicht voor personen of bedrijven die (kritische) werkzaamheden met verontreinigde grond en/of baggerspecie uitvoeren en begeleiden. De erkenning voor deze werkzaamheden wordt verleend aan een persoon of instelling door het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM). Voor het uitvoeren van bodemonderzoek beschikt BK Bodem B.V. over personeel dat erkenning op persoonsniveau bezit.
Deze erkenning is gebaseerd op de certificaten verkregen van een certificerende instelling voor de BRL SIKB 2000 protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018 ‘Veldwerk milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’. BK Bodem B.V. is gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000 volgens het procescertificaat VB-075 veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. Onafhankelijkheid In deze context verklaart BK dat hij tot de opdrachtgever in geen andere relatie staat dan die van opdrachtnemer-opdrachtgever. De (senior)veldwerker, waarvan de naam op het voorblad van dit rapport wordt vermeld, verklaart hierbij dat alle kritische functies onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen.
1.1
Uitgangspunten van het bodemonderzoek
Hieronder zijn de uitgangspunten van het verkennend (water)bodemonderzoek genoemd. • Het vooronderzoek moet voldoen aan de Nederlandse Norm 5725 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek” (NEN 5725 uit 2009). • Het verkennend bodemonderzoek moet voldoen aan de Nederlandse Norm “Bodem Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” (NEN 5740 uit 2009). • Het vooronderzoek voor de waterbodem moet voldoen aan de Nederlandse norm 5717 "Bodem -waterbodem- strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek" (NEN 5717 uit 2009). • Het waterbodemonderzoek moet voldoen aan de Nederlandse Norm “Waterbodem onderzoeksstrategie bij verkennend waterbodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem” (NEN 5720 uit 2009).
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 4 van 27
• • •
Op verzoek van de opdrachtgever is de waterbodem niet onderzocht op het voorkomen van asbest conform de NTA 5727. Het onderzoek moet een relatie leggen tussen de oorzaak/bron en de geconstateerde verontreiniging aan de hand van de historische en actuele gegevens. Het bodemonderzoek, de monsterneming en rapportage zijn onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000.
1.2
Indeling van de rapportage
Het bodemonderzoek bestaat uit vijf hoofdstukken. Het vooronderzoek dat omschreven is in hoofdstuk 2 omvat historische en actuele locatiegegevens en gegevens van bodemonderzoeken op aangrenzende terreinen. Verder worden in het vooronderzoek de regionale bodemopbouw, regionale geohydrologie en de onderzoekshypothese en -strategie beschreven. Het uitgevoerde bodemonderzoek wordt beschreven in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het veldwerk, de chemische analyses en de toetsing aan de normering. De conclusies en aanbevelingen van het onderzoek worden weergegeven in hoofdstuk 5.
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 5 van 27
2
Vooronderzoek
Het standaard vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725 en NEN 5717. De gegevens van het vooronderzoek zijn verkregen door middel van: •
een inspectie van de onderzoekslocatie: op 28 november 2013 uitgevoerd door de heer J. den Haan; op 16 december 2013 voorafgaand aan het veldwerk uitgevoerd door de heer R. Heitman;
•
www.bodemloket.nl;
•
het interpreteren van topografische en geohydrologische kaarten;
•
informatie uit het archief Gemeente Pijnacker-Nootdorp: contactpersoon de heer R. Annaji.
2.1
Historische en actuele gegevens van de onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie bestaat uit een aantal weilanden en voormalige tuinbouwkassen in de Oude Polder te Pijnacker. De locatie heeft een oppervlakte van circa 10 hectare en wordt aan de zuidzijde ingesloten door de N470, aan de noordzijde door de Hoogseweg, aan de westzijde door de Duikersloot en Schie en de bestaande kassen aan de oostzijde. In figuur 2 is de te onderzoeken locatie groen gearceerd, dit betreft alleen fase 1. Fase 2 zal op een later tijdstip worden onderzocht. De onderzoekslocatie bestaat uit weilanden die worden gescheiden door langs- en dwarssloten. Aan de noordzijde van de onderzoekslocatie (langs de Hoogseweg) zijn glastuinbouwbedrijven gevestigd (geweest). Op de locatie zijn drie gedempte sloten aanwezig en twee met asbest en zware metalen verontreinigde dammen. In paragraaf 2.2 onder [2] en [6] zijn de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken ter plaatse van deze dammen samengevat. In figuur 1 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie weergegeven. figuur 1: luchtfoto onderzoekslocatie (bron: Globespotter)
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 6 van 27
De topografische ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1.1. Een overzichtstekening van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 1.2. Het gebied is kadastraal geregistreerd als gemeente Pijnacker, sectie B, nummers 468, 469, 470, 3546, 3550, 4426, 4425, 6179 (bijlage 1.3). figuur 2: onderzoeksgebied fase 1
Het paars/roze gearceerde gedeelte op figuur 2 betreft een opstijgpunt waar de ondergrondse en bovengrondse hoogspanningsverbinding van TenneT tussen Wateringen en Bleiswijk bij elkaar komen. Dit gedeelte van het perceel valt buiten de onderzoekslocatie. Het lichtgroene gedeelte op figuur 2 betreft de te ontwikkelen Groen-Blauwe zone en vormt samen met een gedeelte van het wegtracé de onderzoekslocatie. Het geel gearceerde gedeelte op figuur 2 wordt in de toekomst mogelijk ontwikkeld tot tennispark. Dit gedeelte maakt deel uit van de onderzoekslocatie.
2.2
Voorgaand bodemonderzoek op de onderzoekslocatie
Op de locatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd:
[1] Nulsituatie bodemonderzoek Hoogseweg 14 te Pijnacker, uitgevoerd door Van der Helm Milieubeheer, projectnummer BOP80794, van 9 april 1999.
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 7 van 27
Dit onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van het voormalige glastuinbouwbedrijf achter de woning aan Hoogseweg 14 en heeft zich alleen gericht op de substraatruimte. Uit de resultaten blijkt dat de grond niet is verontreinigd met de geanalyseerde parameters. Het grondwater is sterk verontreinigd met nikkel.
[2] Bodemonderzoek Hoogseweg 2 te Pijnacker, uitgevoerd door Van der Helm Milieubeheer met projectnummer WIP00323, van 29 juni 2000. De aanleiding voor het uitvoeren van dit onderzoek was de voorgenomen bouw van een kas op het perceel achter Hoogseweg 2 en een deel van het huidige weiland. Dit onderzoek heeft zich gericht op een aantal aanwezige dammen. Ter plaatse van dam 1 is de sterk puinhoudende bovengrond sterk verontreinigd met lood, matig verontreinigd met PAK en licht verontreinigd met cadmium, zink, EOX en minerale olie. De ondergrond is niet verontreinigd. De omvang van de verontreiniging met lood is kleiner dan 25 m3. Ter plaatse van dam 2 is de zwak puinhoudende bovengrond licht verontreinigd met cadmium, zink, PAK, EOX en minerale olie. De ondergrond is licht verontreinigd met zink en EOX. Ter plaatse van dam 3 is de bovengrond licht verontreinigd met minerale olie en EOX. Ter plaatse van dam 4 en 5 is de bovengrond licht verontreinigd met EOX. [3] Historisch onderzoek Oude Polder te Pijnacker, opgesteld door Van der Helm Milieubeheer, projectnummer PY040511, van 18 november 2004. Uit dit onderzoek blijkt dat op de onderzoekslocatie diverse verdachte punten aanwezig zijn: • vier gedempte sloten; • acht dammen waarin geen puin of asbest is waargenomen; • twee dammen waarin wel puin, maar visueel geen asbest is waargenomen.
Nabij de onderzoekslocatie zijn meer verdachte punten aanwezig, maar die maken geen onderdeel uit van de ontwikkelplannen. [4] Verkennend onderzoek Oude Polder te Pijnacker, uitgevoerd door Van der Helm Milieubeheer, projectnummer PYO50638, van 10 november 2005. Dit onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van het zuidwestelijk gedeelte van voorliggend onderzoek. Uit dit bodemonderzoek blijkt dat in de gedempte sloot en ter plaatse van de onderzochte dam geen bodemvreemd materiaal is aangetroffen. In de bovengrond van de dam is een licht verhoogd gehalte nikkel en EOX aangetoond. Ter plaatse van de westelijke strook (genaamd ‘Bosmans’) zijn geen van de geanalyseerde parameters aangetoond boven de streefwaarde. Het grondwater is hier licht verontreinigd met nikkel en chroom. Ter plaatse van de oostelijk strook (genaamd Oliveo) is de bovengrond licht verontreinigd met EOX, de ondergrond is licht verontreinigd met EOX, nikkel en lood. het grondwater is hier licht verontreinigd met arseen, chroom, nikkel en tetrachlooretheen. De onderzochte waterbodem wordt ingedeeld in ‘klasse 0’. [5] Verkennend (water)bodemonderzoek Ouder Polder te Pijnacker, uitgevoerd door Van der Helm Milieubeheer, projectnummer PYO60133, van 26 mei 2006.
Dit onderzoek omvat tevens een deel van voorliggende onderzoekslocatie en betreft het zuidelijk deel van de Oude Polder, ter plaatse van de kadastrale percelen 469, 470, 471, 472, 473, 474 en 475. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van het onverdachte terreindeel (weiland) de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met EOX, de ondergrond is licht verontreinigd met EOX. Het grondwater is licht verontreinigd met nikkel en chroom. Plaatselijk is het grondwater matig verontreinigd met nikkel. Ter plaatse van de gedempte sloot is geen bodemvreemd materiaal waargenomen, de bovengrond is licht verontreinigd met nikkel. Ter plaatse van de dammen D, C, en B is puin en plastic waargenomen en een licht verhoogd gehalte PAK en EOX aangetoond.
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 8 van 27
Ter plaatse van dammen B en D is geen asbest aangetoond. Ter plaatse van dam C is asbest aangetoond in een gehalte van 75 mg/kg ds. De onderzochte waterbodem is ingedeeld in ‘klasse 0’. [6] Verkennend bodemonderzoek Oude Polder te Pijnacker, uitgevoerd door Ecobrain, projectnummer 052317, van 12 juni 2006. Dit onderzoek omvat een groot deel van voorliggende onderzoekslocatie en omvat het noordelijk deel van de Oude Polder. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met koper, nikkel, zink en EOX. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met EOX. Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met arseen, chroom, nikkel, zink en/of xylenen. Het slib in de onderzochte watergangen is hoofdzakelijk ‘klasse 0’ en ‘klasse 1’, plaatselijk (watergang aan de noordzijde van de locatie) is slib met ‘klasse 2’ aanwezig. Ter plaatse van de onderzochte dammen zijn overwegend licht verhoogde gehaltes zink, PAK en EOX aangetoond. Ter plaatse van de dam met sleuf S23 en S24 is een sterk verhoogd gehalte lood en PAK en asbest boven de grenswaarde van 100 mg/kg ds. Ter plaats van deze dam is circa 6 m3 sterk verontreinigde grond aanwezig. Verder is ter plaatse van de dam met sleuf S39 en S40 asbest aangetoond boven de grenswaarde van 100 mg/kg ds. Ter plaatse van deze dam is circa 11,5 m3 sterk verontreinigde grond aanwezig.
Deze dam is gesitueerd buiten de grenzen van voorliggend onderzoek. Verder blijkt dat het stortmateriaal licht tot sterk is verontreinigd met alle zware metalen, PAK, EOX en minerale olie. Een monster met een sterke carbolineumgeur is licht verontreinigd met arseen, EOX en minerale olie en matig verontreinigd met PAK. Het stortmateriaal is verder verontreinigd met asbest boven de grenswaarde van 100 mg/kg ds. Geraamd wordt dat circa 3.000 m3 sterk verontreinigd stortmateriaal aanwezig is. De stortplaats ligt echter buiten de huidige onderzoekslocatie en het te ontwikkelen gebied van de Groen-Blauwe zone. Van deze stortplaats is een NAVOS rapportage opgesteld, zie [9]. [7] Verkennend bodemonderzoek Oostelijke Randweg te Pijnacker, opgesteld door IDDS met kenmerk 0908B297/COB/rap2.1, van 10 oktober 2010. Dit onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de toekomstige Oostelijke Randweg (oud tracé). Uit de resultaten blijkt dat de bovengrond maximaal licht verontreinigd is met cadmium en kwik. Opgemerkt dient te worden dat geen analyse op organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB) is uitgevoerd op de bovengrond. De ondergrond is maximaal licht verontreinigd met cadmium. Het grondwater is maximaal licht verontreinigd met molybdeen, barium en nikkel. Verder blijkt dat de baggerspecie in de watergangen verspreidbaar is op het aangrenzend perceel en in zoet oppervlaktewater.
[8] BUS melding sanering twee dammen tussen Hoogseweg en N470 in de Oude Polder te Pijnacker, opgesteld door BK Bodem B.V. ingediend op 20 december 2013. Betreft een BUS-melding categorie ‘Immobiel’ voor het saneren van de twee met lood, PAK en asbest verontreinigde dammen, in voorliggend rapport aangeduid als dam 1 en 2. Deze BUS melding is goedgekeurd door Omgevingsdienst Haaglanden met kenmerk ODH-201400003897, d.d. 27 januari 2014. De uitvoering van de sanering van deze dammen is eind maart 2014 gepland.
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 9 van 27
2.3
Historische en actuele gegevens aangrenzende percelen
Ter plaatse van de stortplaats (nabij de Duikersloot) is een bodemonderzoek uitgevoerd: [9] NAVOS locatie-rapportage Pijnacker-Nootdorp Klapwijkseweg, uitgevoerd door Gemeentewerken Gemeente Rotterdam, Wbb loctiecode ZH4750006, van 11 juni 2004. Deze voormalige stortplaats ligt ten noordwesten buiten de grenzen van voorliggend onderzoek,. Uit dit bodemonderzoek blijkt dat de bovengrond matig is verontreinigd met cadmium en nikkel en sterk is verontreinigd met koper, lood, zink en PAK. Het grondwater is matig tot sterk verontreinigd met arseen.
2.4
Achtergrondgehalten
Gemeente Pijnacker-Nootdorp beschikt over een Bodemkwaliteitskaart, opgesteld door Syncera Milieu, projectnummer B05A0364, van 22 december 2005 (geactualiseerd in 2006). Op deze Bodemkwaliteitskaart is de locatie gelegen in zone 18: buitengebied. Zowel de bovengrond (0,0-0,5 m -mv) als de ondergrond (0,5–2,0 m -mv) in deze zone is gekwalificeerd als ‘schoon en P95 <T’. Voor de locatie is geen kwaliteitskaart van de waterbodem opgesteld.
2.5
Vooronderzoek asbest in waterbodem
Het vooronderzoek naar asbest in de waterbodem is uitgevoerd conform de NTA 5727 ‘bodem–monsterneming en analyse van asbest in waterbodem en baggerspecie’. Het onderzoek naar asbest in de waterbodem is gefaseerd opgebouwd en bestaat uit drie deelonderzoeken, te weten: • vooronderzoek naar asbest in de waterbodem; • verkennend onderzoek naar asbest in de waterbodem; • nader onderzoek naar asbest in de waterbodem. In het onderzoeksprotocol van de NTA 5727 ligt de nadruk op het vooronderzoek: de indeling in een onderzoekshypothese verdachte en onverdachte locaties. De volgende punten zijn onderzocht voor het bepalen van de onderzoekshypothese voor asbest: • het onderzoeksgebied is gelegen in agrarisch gebied. • het watertype van de diverse watergangen is kleine slootjes en kanalen. • tijdens de locatie-inspectie zijn door BK geen asbestbeschoeiingen of overhangende dakelementen waargenomen. Daarnaast zijn op de onderzoekslocatie geen illegale stortingen en dempingen waargenomen. Uit het archiefonderzoek blijkt dat er in de directe omgeving geen asbestindustrie of scheepsindustrie is geweest. Verkennend en/of nader onderzoek naar asbest in de waterbodem is alleen noodzakelijk bij verdachte locaties en heeft betrekking op het verdachte deel van de locatie. De locatie-inspectie maakt deel uit van het vooronderzoek naar asbest in de waterbodem.
De locatie-inspectie is gecombineerd met de werkzaamheden voor het verkennend waterbodemonderzoek. BK heeft in aanvulling op de NTA 5727 de watergangen grenzend aan de te onderzoeken watergangen stroomopwaarts visueel geïnspecteerd op asbest.
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 10 van 27
Op basis van het vooronderzoek kan worden gesteld dat de onderzoekslocatie verdacht is op het voorkomen van asbest. Door de aanwezigheid van de twee asbesthoudende dammen is de waterbodem rondom deze dammen verdacht op het voorkomen van asbest. Ter plaatse van de overige watergangen is de waterbodem niet verdacht op het voorkomen van asbest.
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 11 van 27
2.6
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
De regionale bodemopbouw en geohydrologie is ontleend aan de Grondwaterkaart van Nederland, Rotterdam, 37 west, 37 oost, Dienst grondwaterverkenning TNO, oktober 1984. Hieruit blijkt dat de maaiveldhoogte ter plaatse van de onderzoekslocatie zich op circa 2,3 m –NAP bevindt. In tabel 1 is de regionale bodemopbouw samengevat. tabel 1: regionale bodemopbouw Geohydrologische laag
Diepte (m –NAP)
Omschrijving
Stratigrafie
Deklaag 1e Watervoerend Pakket 1e sSheidende Laag
2,3 – 13,0 13,0 – 42,0
Afwisselend leem en veen Matig fijn t/m uiterst grof zand
42,0 – 52,0
Afwisselend klei, veen en leem
Westland formatie Formatie van Kreftenheye Formatie van Kedichem
De stromingsrichting van het freatisch grondwater is niet eenduidig vast te stellen omdat deze afhankelijk is van lokaal aanwezig oppervlaktewater, rioleringen en dergelijke. De stromingsrichting van het grondwater in het Eerste Watervoerend Pakket is westelijk gericht, in de richting van DSM Gist in Delft.
2.7
Onderzoekshypothese en -strategie
Verkennend bodemonderzoek Tijdens het vooronderzoek is informatie naar voren gekomen waardoor plaatselijke de aanwezigheid van een bodemverontreiniging met zware metalen, PAK en asbest op de locatie wordt verwacht vanwege de aanwezigheid van gedempte sloten en dammen. De hypothese is daarom 'verdacht'. Het overige gedeelte van de locatie is niet verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging. De hypothese voor dit gedeelte is daarom ‘onverdacht’. Tijdens het vooronderzoek zijn de volgende deellocaties geselecteerd: • deellocatie 1: vier gedempte sloten en twee puinhoudende dammen • deellocatie 2: overig terreindeel (10 hectare) Voor 'deellocatie 1' is gekozen voor de NEN 5740 strategie 'verdachte locatie, plaatselijke bodembelasting en een duidelijke verontreinigingskern'. Voor 'deellocatie 2' is gekozen voor de NEN 5740 strategie 'grootschalig onverdachte locatie'. Voor deellocatie 2 is met nadruk niet gekozen voor een strategie voor een verdachte locatie met een homogeen verdeelde verontreiniging. Dit, omdat die strategie een veel lagere onderzoekinspanning vereist, waardoor volgens ons geen representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem wordt verkregen. Omdat de locatie is gelegen in voormalig kassengebied, is het analysepakket van de bovengrondmonsters aangevuld met de analyse van organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB’s).
Verkennend waterbodemonderzoek Tijdens het vooronderzoek is informatie naar voren gekomen waardoor de aanwezigheid van een verontreiniging van de waterbodem met organochloor bestrijdingsmiddelen op de locatie wordt verwacht vanwege de ligging in voormalig kassengebied. De hypothese is daarom 'verdacht'.
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 12 van 27
De onderzoeksstrategie voor het verkennend waterbodemonderzoek voor de locatie is gebaseerd op de Nederlandse Norm 5720, strategie 'overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning’. Omdat de locatie is gelegen in voormalig kassengebied, is het analysepakket van de waterbodem aangevuld met de analyse van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s).
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 13 van 27
3
Uitgevoerd bodemonderzoek
De veldwerkzaamheden hebben plaatsgevonden in de periode van 16 tot 20 december 2013 en zijn uitgevoerd door de heer R. Heitman, de heer V. van Straalen en de heer E. Kütük. Het grondwatermonster is conform de norm minimaal één week na plaatsing op 8 januari 2014 genomen door de heren R. Heitman en E. Kütük. De werkzaamheden zijn aangenomen door vestiging Zoetermeer en uitgevoerd door erkend personeel van vestigingen IJmuiden en Udenhout.
3.1
Onderzoeksmethode
Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 - veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek en de bijbehorende protocollen 2001, 2002 en 2003. . Tijdens de boorwerkzaamheden is de grond voortdurend zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van bodemvreemde materialen en verontreinigende stoffen. Er is onder andere gelet op indicaties voor verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten. Om de aanwezigheid van minerale olie en/of vluchtige aromaten te detecteren, is getest op een oliewaterreactie1. Verder zijn bij de uitvoering van het veldwerk het maaiveld (ter plaatse van de boringen) en de opgeboorde grond visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. De visuele inspectie is niet conform de NEN 5707 uitgevoerd en geeft alleen een indicatie van de aan- of afwezigheid van asbest op de locatie. De veldwerkers hebben met goed gevolg de cursus ‘asbest herkennen’ gevolgd. Tijdens de bemonsteringswerkzaamheden is de waterbodem voortdurend zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van waterbodemvreemde materialen en verontreinigende stoffen. Er is onder andere gelet op indicaties voor verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten. Verder is bij de uitvoering van het veldwerk het uitkomende materiaal visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
3.2
Uitgevoerd onderzoeksprogramma
In tabellen 2 en 3 zijn de uitgevoerde werkzaamheden van het verkennend bodemonderzoek en het verkennend waterbodemonderzoek samengevat. tabel 2: uitgevoerd onderzoeksprogramma verkennend bodemonderzoek Deellocaties
Aantal boringen
Deellocatie 1: gedempte sloten en dammen
6 x tot 2,0 m -mv
1
Analyses grond Aantal peilbuizen 4
5 x NEN 5740 standaardpakket grond
Analyses grondwater 4x NEN 5740 standaardpakket grondwater
Een olie-waterreactie kan optreden door potentieel verontreinigde grond te mengen met water. Indien minerale olie aanwezig is, vormt zich een oliefilm of drijflaag. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat naarmate de dikte van de oliefilm of drijflaag toeneemt, het gehalte aan minerale olie eveneens toeneemt. De dikte van de oliefilm of drijflaag wordt in vijf gradaties weergegeven: geen, zwakke, matige, sterke en uiterste olie-waterreactie. Niet alle oliesoorten zijn echter op deze manier visueel waarneembaar. Uit ervaring is gebleken dat zwaardere oliesoorten en synthetische olie (bijvoorbeeld snijolie) visueel slecht tot niet waarneembaar zijn.
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 14 van 27
tabel 2 (vervolg): uitgevoerd onderzoeksprogramma verkennend bodemonderzoek Deellocaties
Aantal boringen
Deellocatie 2: overig terreindeel
5 x tot 2,0 m -mv 39 x tot 0,5 m -mv
m -mv
Aantal Analyses grond peilbuizen 7
Analyses grondwater
6 x NEN 5740 standaardpakket grond + OCB (bovengrond) 5 x NEN 5740 standaardpakket grond (ondergrond)
7 x NEN 5740 standaardpakket grondwater
meters beneden maaiveld de bovenkant van het filter wordt circa 0,5 meter beneden de grondwaterstand geplaatst
Het verkennend waterbodemonderzoek omvat alle watergangen binnen de Groen-Blauwe zone. Omdat de monstervakken volgens de NEN 5720 aaneengesloten moeten liggen, is er voor gekozen om in enkele gevallen ook de tussenliggende watergangen op te nemen in een monstervak. De te onderzoeken watergangen zijn ingedeeld in zes monstervakken met een maximale lengte van 500 meter. tabel 3: uitgevoerd onderzoeksprogramma verkennend waterbodemonderzoek Aantal monstervakken
Aantal steken
Geschat aantal analyses
6
6 x10 tot 0,5 m – in de vaste waterbodem
6 x standaardpakket waterbodem + OCB’s
Alle monstervakken liggen aaneengesloten. In ieder monstervak zijn tien steken tot 0,5 m in de vaste waterbodem genomen. Elke slibsteek is apart in een monsterpot gedaan. In het laboratorium zijn de tien deelmonsters van de sliblaag per monstervak vermengd tot één mengmonster. In totaal zijn zes mengmonsters van de sliblaag geanalyseerd op een standaardpakket waterbodem, aangevuld met analyse op OCB’s. Hoeveelheidsbepaling slib Ter plaatse van de zes watergangen is bepaald hoeveel baggerspecie in de watergang aanwezig is. Totaal zijn per watergang drie dwarsprofielen ingemeten. De dwarsprofielen zijn ingevoerd in het programma Waterbodem Dwarsprofielen Beheer (WDB). De locaties van de dwarsprofielen zijn weergegeven op de tekening met de waterbodemtrajecten in bijlage 1.2, de dwarsprofielen zijn opgenomen in bijlage 2.3. Samenstelling analysepakketten en veldmetingen De samenstelling van het NEN 5740 standaardpakket grond en het NEN 5740 standaardpakket grondwater is vastgelegd in de NEN 5740. Het ‘NEN 5740 standaardpakket grond’ betreft analyse van lutum, organische stof, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK VROM), minerale olie, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) en PCB’s.
Het ‘NEN 5740 standaardpakket grondwater’ betreft analyse van minerale olie, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige chloorkoolwaterstoffen, vluchtige aromaten en naftaleen. Van de grondwatermonsters zijn ook de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EC) bepaald. De mengmonsters van de waterbodem zijn geanalyseerd op het standaardpakket waterbodems (Regionale waterbodem + baggerspecie, “basispakket”) en bestaat uit de volgende parameters: minerale olie (GC), PAK (VROM), metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink en arseen), PCB's (28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180), organische stof (gloeiverliesmethode), lutum en droge stof. Vanwege de ligging in voormalig kassengebied is dit analysepakket aangevuld met analyse op organochloorbestrijdingsmiddelen.
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 15 van 27
De voorbehandeling voor de monsters van grond, grondwater en waterbodem zijn conform AS3000 uitgevoerd. De monsters zijn aangeleverd bij ALcontrol Laboratories B.V. die erkend zijn in het kader van het Besluit bodemkwaliteit voor analyse en conservering van grond, baggerspecie en grondwater onder AS3000. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De locaties van de verrichte boringen, slibsteken en geplaatste peilbuizen zijn aangegeven op de overzichtstekeningen in bijlage 1.2.
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 16 van 27
4
Resultaten
4.1
Ondiepe bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen
In bijlage 2 is de bodemopbouw van de onderzoekslocatie per boring en slibsteek weergegeven. Hierin zijn ook de zintuiglijke waarnemingen vermeld. Opbouw en zintuiglijke waarnemingen landbodem Uit de boorprofielen blijkt dat de bodem tot 0,5 á 1,5 m -mv hoofdzakelijk uit klei bestaat. Onder de kleilaag bevindt zich een veenlaag die varieert in dikte van 1,0-2,0 meter. Onder deze veenlaag is plaatselijk weer klei aangetroffen tot de maximale boordiepte. Op het noordelijk gedeelte van de locatie (richting de Hoogseweg) bevat de bodem een kleilaag die dikker is dan op het zuidelijk gedeelte (richting de N470) en plaatselijk tot de maximale boordiepte reikt. Op het zuidelijk gedeelte van de locatie is de bovenste kleilaag voornamelijk 0,5 á 1,0 meter dik, waaronder een veenlaag van 1,0–2,0 m -mv wordt aangetroffen. Ter plaatse van de gedempte sloten is geen bodemvreemd materiaal aangetroffen, waarschijnlijk zijn deze sloten gedempt met gebiedseigen grond van de belendende percelen. Ter plaatse van boring 036 (dam 2) bevat de bodemlaag van 0,5–0,8 m -mv een zwakke bijmenging met hout en een matige bijmenging met slib. Ter plaatse van boring 038 (dam 1) bevat de bodemlaag van 0,0–1,0 m -mv een matige bijmenging met metselpuin.
Uit voorgaand onderzoek door Van der Helm (zie paragraaf 2.2 onder [2]) blijkt dat de puinhoudende bovengrond ter plaatse van dam 1 (huidige boring 038) sterk verontreinigd is met lood en matig verontreinigd is met PAK. Verder is in dit onderzoek ter plaatse van dam 2 (huidige boring 036) de zwak puinhoudende bovengrond maximaal licht verontreinigd met cadmium, zink, PAK, EOX en minerale olie. Uit voorgaand onderzoek door Ecobrain (zie paragraaf 2.2 onder [6]) blijkt dat deze dammen sterk verontreinigd zijn met asbest (sleuf S23 en S24). Daarom is besloten om per dam de zintuiglijk meest verdachte bodemlaag te analyseren op een NEN5740 standaardpakket grond ter actualisatie van deze verontreiniging. De opdrachtgever heeft aangegeven dat het actualiseren van de verontreinigingssituatie ten aanzien van asbest niet noodzakelijk is. Deze dammen zullen op korte termijn worden gesaneerd. Tijdens de veldwerkzaamheden is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen op het maaiveld (ter plaatse van de boringen) en in de opgeboorde grond. Opbouw en zintuiglijke waarnemingen waterbodem Uit de boorprofielen blijkt dat de dikte van de sliblaag in de watergangen sterk varieert, plaatselijk (traject 1, slibsteek S109 en S110 en traject 2, slibsteek S201 t/m 205) is geen sliblaag aangetroffen.
Ter plaatse van de overige slibsteken varieert de dikte van de sliblaag tussen 0,05 en 0,6 meter. Tijdens de veldwerkzaamheden is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen aan de waterkant (ter plaatse van de slibsteken) en in het opgeboorde slib. Er zijn geen aanwijzingen om te vermoeden dat in de waterbodem asbestverdacht materiaal aanwezig is.
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 17 van 27
4.2
Bodemnormering
Voor de beoordeling van de bodemkwaliteit worden de resultaten van de chemische analyses van grond- en grondwatermonsters getoetst aan de bodemnormen die zijn vastgesteld in de vigerende wet- en regelgeving, inclusief richtlijnen opgesteld door het ministerie van Infrastructuur en Milieu. BK Bodem maakt gebruik van het toetsprogramma van ALcontrol dat is gevalideerd met behulp van de Bodem Toets en Validatie (BoToVa)-service van het ministerie. De toetsing conform BoToVa is opgenomen in bijlage 4. De analyseresultaten van de waterbodemmonsters zijn getoetst aan de generieke normstelling van het Besluit bodemkwaliteit. De waterbodem is getoetst met behulp van iBever 3.7.105. Het toetsingscriterium dat is gebruikt is “toepassen in zoet oppervlaktewater en verspreiden op aangrenzend perceel”. De toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 4. In bijlage 5 is een uitgebreide toelichting opgenomen over de omrekening naar standaardbodem (conform de Regeling bodemkwaliteit onderdeel III), de geldende (land)bodemnormwaarden en de regels voor het vaststellen van een overschrijding van de normwaarden (conform de Rbk onderdeel IV). Bijlage 6 bevat een overzicht van de wet- en regelgeving voor bodem. De volledige tekst van de bodemnormering is verkrijgbaar via www.overheid.nl.
4.3
Samenvatting toetsingsresultaten
De getoetste (gestandaardiseerde) analyseresultaten en de normwaarden waaraan getoetst is, staan weergegeven in bijlage 4. In tabel 4 en tabel 5 staan de stoffen vermeld waarvan het gehalte of concentratie de normwaarden voor grond en grondwater overschrijden. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn tevens indicatief getoetst aan de normen van het Besluit bodemkwaliteit, deze indicatieve toetsing is in laatste kolom van tabel 4 weergegeven. In tabel 6 is de toetsing van de analyseresultaten van de waterbodem samengevat, in tabel 7 is de bepaling van de hoeveelheid baggerspecie samengevat. Opmerkingen analysecertificaten Op het analysecertificaat van de grondmonsters is aangegeven dat voor benzo(a)antraceen een verhoogde rapportagegrens is genoteerd, als gevolg van een laag droge stof gehalte. Omdat deze verhoogde rapportagegrens niet leidt tot overschrijding van de achtergrondwaarde kan significante invloed van deze verhoging worden uitgesloten. Op het analysecertificaat van het grondwater is aangegeven dat voor tetrachlooretheen in peilbuis 002 een verhoogde rapportagegrens is genoteerd, als gevolg van een storende matrix.
De herkomst van deze storende matrix is niet bekend, op basis van de situering van de peilbuis (weiland) en het feit dat ter plaatse geen bodembedreigende bedrijfsactiviteiten met gechloreerde koolwaterstoffen zijn geregistreerd, kan een bodemverontreiniging met deze stoffen worden uitgesloten. Op de analysecertificaten van de waterbodemmonsters is aangegeven dat voor verschillende parameters een verhoogde rapportagegrens is genoteerd, als gevolg van een laag droge stof gehalte. Omdat deze verhoogde rapportagegrens niet leidt tot overschrijding van de toepassingseis kan significante invloed van deze verhoging worden uitgesloten. De analyseresultaten zijn representatief voor de genomen monsters.
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 18 van 27
tabel 4: overschrijding van de normwaarde door gestandaardiseerd gehalte in grond Monstercode
Boringen
Traject (m-mv)
Zintuiglijke waarneming
Deellocatie 1: gedempte sloten en dammen MM01 006, 008 (0,0-0,5) Gedempte sloot, klei, zintuiglijk schoon MM02
024, 025, 026, 060
(0,0-0,5)
Gedempte sloot, klei, zintuiglijk schoon
MM03
046, 047, 048
(0,0-0,5)
Gedempte sloot, klei, zintuiglijk schoon
MM04
036
(0,5-0,8)
MM05
038
(0,0-0,5)
Dam, zwak hout houdend, matig slibhoudend Dam, matig metselpuinhoudend
Deellocatie 2: overig terrein MM06 001, 002, (0,0-0,5) 003, 004, 009 MM07 010, 011, (0,0-0,5) 012, 013, 014, 015, 023, 058 MM08 017, 019, (0,0-0,5) 021, 022, 028, 029, 030, 031, 035
Klei, zintuiglijk schoon
Klei, zintuiglijk schoon
Klei, zintuiglijk schoon
Uitgevoerde analyse
> AW
>T
>I
[mg/kg ds]
[mg/kg ds]
[mg/kg ds]
-
-
Wonen
-
-
-
AW2000
-
-
-
AW2000
-
-
-
AW2000
-
Industrie
[2,7]
Indicatief Besluit bodemkwaliteit
NEN 5740 Standaardpakket grond incl. lutum en organische stof NEN 5740 Standaardpakket grond incl. lutum en organische stof NEN 5740 Standaardpakket grond incl. lutum en organische stof NEN 5740 Standaardpakket grond incl. lutum en organische stof NEN 5740 Standaardpakket grond incl. lutum en organische stof
Molybdeen
PAK Zink
[12,4] [154]
Lood
OCB Pakket, Standaardpakket incl. lutum en organische stof OCB Pakket, Standaardpakket incl. lutum en organische stof
Kwik Molybdeen
[0,159] [2,3]
-
-
Wonen
-
-
-
AW2000
OCB Pakket, Standaardpakket incl. lutum en organische stof
-
-
-
AW2000
[360]
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 19 van 27
tabel 4 (vervolg): overschrijding van de normwaarde door gestandaardiseerd gehalte in grond Monstercode
Boringen
Traject (m-mv)
Deellocatie 2: overig terrein MM09 039, 040, (0,0-0,5) 043, 044, 045 MM10 033, 034, (0,0-0,5) 041, 042, 052, 059 MM11 049, 050, (0,0-0,5) 051, 054, 055, 056, 057, 061 MM12 002, 007 (0,4-1,0) MM13 MM14 MM15 MM16 > AW >T >I -
011, 014, 026, 060 035, 040, 047 053, 056, 061 018, 025
(0,5-1,1)
Zintuiglijke waarneming
Klei, zintuiglijk schoon
Klei, zintuiglijk schoon
Klei, zintuiglijk schoon
Klei, slibhoudend
(0,5-1,0)
Veen, zintuiglijk schoon Klei, zintuiglijk schoon
(0,4-1,0)
Klei, zintuiglijk schoon
(0,5-1,0)
Veen, zintuiglijk schoon
Uitgevoerde analyse
> AW
>T
>I
[mg/kg ds]
[mg/kg ds]
[mg/kg ds]
OCB Pakket, Standaardpakket incl. lutum en organische stof OCB Pakket, Standaardpakket incl. lutum en organische stof OCB Pakket, Standaardpakket incl. lutum en organische stof
-
-
-
AW2000
-
-
-
AW2000
Molybdeen
[1,9]
-
-
Wonen
Standaardpakket incl. lutum en organische stof Standaardpakket incl. lutum en organische stof Standaardpakket incl. lutum en organische stof Standaardpakket incl. lutum en organische stof Standaardpakket incl. lutum en organische stof
Molybdeen
[2,1]
-
-
Wonen
Molybdeen Nikkel -
[2,8] [39,8]
-
-
Industrie
-
-
AW2000
-
-
AW2000
-
-
Wonen
Molybdeen
[1,7]
Indicatief Besluit bodemkwaliteit
: gestandaardiseerd gehalte groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (licht verontreinigd) : gestandaardiseerd gehalte groter dan de tussenwaarde ( (AW + I) / 2) en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (matig verontreinigd) : gestandaardiseerd gehalte groter dan de interventiewaarde (sterk verontreinigd) : geen gestandaardiseerd gehalte boven de betreffende normwaarde
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 20 van 27
tabel 5: overschrijding van de normwaarde door concentratie in grondwater Filterstelling GrondwaterElectrische Grondstand geleidbaarwaterheid mon(m -mv) (m -mv) (µS/cm) stercode Deellocatie 1: gedempte sloten en dammen
Zuurgraad
Troebelheid
Uitgevoerde analyses
002-1-1
1,00-2,00
0,10
2.890
6,90
28.87
NEN 5740 Standaard pakket grondwater
007-1-1
1,00-2,00
0,10
3.121
7,10
88.52
NEN 5740 Standaard pakket grondwater
025-1-1
1,00-2,00
0,20
552
5,90
112
047-1-1
1,30-2,30
0,10
2.272
7,10
58
NEN 5740 Standaard pakket grondwater NEN 5740 Standaard pakket grondwater
(NTU)
>S
>T
>I
[µg/l]
[µg/l]
[µg/l]
-
-
-
-
-
-
Kobalt Barium Tetrachlooretheen Nikkel Molybdeen Barium -
(21) (100) (0,14) (23) (5,7) (66)
Barium Naftaleen
(130) (0,02)
-
-
Nikkel
(19)
-
-
-
-
-
-
-
-
Deellocatie 2: overig terreindeel 011-1-1
1,00-2,00
0,20
479
6,60
72.36
014-1-1
1,00 -2,00
0,20
601
6,20
52.36
018-1-1
1,00-2,00
0,20
739
6,90
34.31
035-1-1
1,30-2,30
0,10
1.998
7,00
155
040-1-1
1,30-2,30
0,10
3.260
7,10
99
NEN 5740 Standaard pakket grondwater NEN 5740 Standaard pakket grondwater NEN 5740 Standaard pakket grondwater NEN 5740 Standaard pakket grondwater NEN 5740 Standaard pakket grondwater
Barium
(92)
-
-
Molybdeen Barium Naftaleen
(6,2) (130) (0,04)
-
-
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 21 van 27
tabel 5: (vervolg):overschrijding van de normwaarde door concentratie in grondwater Filterstelling GrondwaterGrondstand watermon(m -mv) (m -mv) stercode Deellocatie 2: overig terreindeel
Electrische geleidbaarheid (µS/cm)
Zuurgraad
053-1-1
1,30 -2,30
0,20
2.459
7,30
123
NEN 5740 Standaard pakket grondwater
056-1-1
1,00 -2,00
0,20
2.875
7,10
97
NEN 5740 Standaard pakket grondwater
>S >T >I NTU
Troebelheid
Uitgevoerde analyses
(NTU)
>S
>T
>I
[µg/l]
[µg/l]
[µg/l]
-
-
-
-
Nikkel Molybdeen Barium Nikkel Molybdeen Barium
(30) (8) (110) (22) (12) (97)
: concentratie groter dan de streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (licht verontreinigd) : concentratie groter dan de tussenwaarde ( (S + I) / 2) en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (matig verontreinigd) : concentratie groter dan de interventiewaarde (sterk verontreinigd) : geen concentratie boven de betreffende normwaarde : Nephelometric Turbidity Unit; De in de NEN 5744 genoemde (maximale) troebelheid van 10 NTU is slechts indicatief. Als troebelheid hoger dan 10 NTU wordt geconstateerd, kan toch monsterneming plaatsvinden (mits elektrische geleidbaarheid gestabiliseerd is). Pas met de interpretatie van de analyseresultaten kan worden beoordeeld of troebelheid een probleem vormt (conform bijlage C van NEN 5744).
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 22 van 27
tabel 6: klasse-indeling van de waterbodem per mengmonster Monstervak
Deelmonsters opgenomen in mengmonster
Onderzochte laag
Toepassen in zoet oppervlakte water
1
S101 t/m S108 1
Slib
A
2
S206 t/m S210 2
Slib
3 4 5 6
S301 t/m S310 S401 t/m S410 S501 t/m S510 S601 t/m S610
Slib Slib Slib Slib
Verspreidbaar over Klasse- bepalende parameter aangrenzend perceel Zink, heptachloor, telodrin
Vrij toepasbaar
Verspreidbaar Verspreidbaar
A A Vrij toepasbaar Vrij toepasbaar
Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar
Nikkel, zink molybdeen Cadmium, zink, molybdeen Molybdeen, telodrin Molybdeen, PAK
Zink, telodrin
1 : ter plaatse van de slbsteken S109 en S110 is geen slib aangetroffen 2 : ter plaatse van de slibsteken S201 t/m S205 is geen slib aangetroffen
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 23 van 27
tabel 7: hoeveelheidbepaling slib per monstervak Monstervak
Profiel
1
1.1 1.2 1.3
2
3
4
5
6
Waterbreedte (m)
Lengte profiel (m)
Bagger (m3/m1)
Waterdiepte (m)
Bodemdiepte (m)
4
180
1,5
140
2
2.1 2.2 2.3 3.1
m3 per lengte
1,12
0,5
0,91
201,6
0,1
0,35
0,4
14
140
0
0,25
0,25
0
2
250
0
0,42
0,42
0
1,5
60
0
0,25
0,25
0
2,5
320
0,24
0,36
0,48
76,8
2,5
120
0,31
0,4
0,56
37,2
3.2
2
60
0,34
0,35
0,59
20,4
3.3
2,5
290
0,42
0,35
0,52
121,8
4.1
2,5
240
0,79
0,4
0,82
189,6
4.2
2
200
0,64
0,35
0,76
128
4.3
3,5
120
1,29
0,35
0,76
154,8
5.1
3,5
200
0,83
0,25
0,57
166
5.2
11
180
2,53
0,67
1,15
455,4
5.3
8,5
120
3,29
0,37
0,87
394,8
6.1
5,5
330
1,75
0,3
0,8
577,5
6.2
6
120
1,6
0,8
1,21
192
6.3
7
60
3,49
0,25
0,94
209,4 TOTAAL
Totale hoeveelheid slib per waterbodemtraject
215,6
76,8
179,4
472,4
1.016,2
978,9 2.939,3
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 24 van 27
4.4
Interpretatie van de analyseresultaten
4.4.1
Deellocatie 1: gedempte sloten
Uit de analyseresultaten blijkt dat ter plaatse van de gedempte sloten (MM01 t/m MM03) alleen in MM01 een licht verhoogd gehalte molybdeen is aangetoond. De overig geanalyseerde parameters zijn niet aangetoond in gehaltes die de achtergrondwaarde overschrijden. Het grondwater is maximaal licht verontreinigd met barium, kobalt, nikkel, molybdeen, tetrachlooretheen en naftaleen (zie tabel 6). De herkomst van deze verontreinigingen is onbekend. Waarschijnlijk is de aangetoonde lichte verontreiniging met zware metalen een verhoogde achtergrondconcentratie. Omdat maximaal licht verhoogde concentraties zijn aangetoond, is er geen aanleiding om te vermoeden dat een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is. Het uitvoeren van een nader onderzoek is niet noodzakelijk. De licht verhoogde concentratie tetrachlooretheen in het grondwater van peilbuis 002 betreft een verhoogde rapportagegrens als gevolg van een storende matrix en is hoogst waarschijnlijk geen bodemverontreiniging. 4.4.2
Deellocatie 1: dammen
Verder blijkt uit de analyseresultaten dat ter plaatse van dam 1 (boring 038, MM5) de puinhoudende bovengrond (0,0–0,5 m -mv) licht verontreinigd is met zink en PAK en matig is verontreinigd met lood. Ter plaatse van dam 2 (boring 036, MM4) is de matig slibhoudende ondergrond niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters. Uit voorgaand onderzoek door Van der Helm (zie paragraaf 2.2 onder [2]) blijkt dat de puinhoudende bovengrond ter plaatse van dam 1 (huidige boring 038) sterk verontreinigd is met lood en matig verontreinigd is met PAK. Verder is in dit onderzoek ter plaatse van dam 2 (huidige boring 036) de zwak puinhoudende bovengrond maximaal licht verontreinigd met cadmium, zink, PAK, EOX en minerale olie. De resultaten van voorliggend onderzoek komen grotendeels overeen met die van de voorgaande onderzoeken. Uit voorgaand onderzoek door Ecobrain (zie paragraaf 2.2 onder [6]) blijkt dat beide dammen sterk verontreinigd zijn met asbest (sleuf S23 en S24). Deze dammen zullen naar verwachting in het eerste kwartaal van 2014 worden gesaneerd (volledige verwijdering door middel van ontgraving). Hiervoor is apart van voorliggend rapport een BUS melding ingediend. Daarom is een nader onderzoek naar de verontreinigingen met lood, PAK en asbest ter plaatse van deze dammen niet noodzakelijk. 4.4.3
Deellocatie 2: overig terreindeel
Uit de analyseresultaten blijkt dat de zintuiglijk schone kleiige bovengrond (MM06 t/m MM11) maximaal licht verontreinigd is met kwik, molybdeen en nikkel. In geen van de bovengrondmonsters zijn organochloor bestrijdingsmiddelen aangetoond in verhoogde gehaltes. De zintuiglijk schone kleiige en venige ondergrond (MM12 t/m MM16) is maximaal licht verontreinigd met molybdeen en nikkel.
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 25 van 27
Het grondwater is maximaal licht verontreinigd met barium, molybdeen, nikkel en/of naftaleen. De gemeten gehaltes geven geen aanleiding om te vermoeden dat een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is. Het uitvoeren van nader onderzoek is niet noodzakelijk. De bodemkwaliteit (grond en grondwater) van het overig terreindeel levert geen beperkingen op ten aanzien van de voorgenomen aanleg van de Oostelijke randweg en Groen-Blauwe zone. 4.4.4
Verkennend waterbodemonderzoek
Uit het toetsingsresultaat “toepassen in zoet oppervlaktewater” blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem (sliblaag) in de monstervakken 2, 5 en 6 vrij toepasbaar is in zoet oppervlaktewater. In totaal is 2.071,9 m3 vrij toepasbare bagger aanwezig in deze monstervakken. Het slib in de monstervakken 1, 3 en 4 is toepasbaar als klasse ‘A’. in totaal is 867 m3 klasse A bagger aanwezig in deze monstervakken. Uit het toetsingsresultaat ‘verspreiden over aangrenzend perceel’ blijkt dat het slib in alle monstervakken verspreidbaar is over de aangrenzende percelen. De totale hoeveelheid baggerspecie die aanwezig is binnen de onderzochte waterbodemtrajecten bedraagt 2.939 m3. Opgemerkt wordt dat deze hoeveelheid is gebaseerd op de gedefinieerde waterbodemtrajecten, afhankelijk van de uitvoeringswijze en de te baggeren watergangen kan meer of minder baggerspecie vrij komen.
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 26 van 27
5
Conclusies en aanbevelingen
Met dit (water)bodemonderzoek is de huidige (water)bodemkwaliteit vastgelegd. Voor de deellocatie gedempte watergangen en dammen is de hypothese ‘verdacht’ juist gebleken. Omdat de dammen waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2014 gesaneerd worden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Voor de deellocatie overig terrein is de hypothese 'onverdacht' is niet feitelijk juist gebleken. Omdat maximaal licht verhoogde concentraties zijn aangetoond, is het uitvoeren van een nader (water)bodemonderzoek niet noodzakelijk. Op grond van de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem bestaat volgens ons geen bezwaar voor de voorgenomen realisatie van fase1 van de Oostelijke Randweg en GroenBlauwe zone tussen de Hoogseweg en de N470. Conclusies: Gedempte sloten: • Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt dat in de gedempte sloten geen bodemvreemd materiaal is aangetroffen. • De grond is maximaal licht verontreinigd met molybdeen. Het grondwater is maximaal licht verontreinigd met barium, kobalt, nikkel, molybdeen, tetrachlooretheen en naftaleen. • Het uitvoeren van nader onderzoek is niet noodzakelijk.
Op basis van deze resultaten zijn er geen beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling Dammen: • Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt dat ter plaatse van dam 1 de puinhoudende bovengrond licht is verontreinigd met zink en PAK en matig is verontreinigd met lood. Uit voorgaand onderzoek (zie paragraaf 2.2 onder [2]) blijkt dat de puinhoudende bovengrond ter plaatse van dam 1 (huidige boring 038) sterk verontreinigd is met lood en matig verontreinigd is met PAK. • Ter plaatse van dam 2 (boring 036) is de matig slibhoudende ondergrond niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters. In voorgaand onderzoek (zie paragraaf 2.2 onder [2]) blijkt dat ter plaatse van dam 2 (huidige boring 036) de zwak puinhoudende bovengrond maximaal licht verontreinigd met cadmium, zink, PAK, EOX en minerale olie. • Uit voorgaand onderzoek (zie paragraaf 2.2 onder [6]) blijkt dat beide dammen (dam 1 en 2) sterk verontreinigd zijn met asbest. • Deze dammen zullen naar verwachting in het eerste kwartaal van 2014 worden gesaneerd (volledige verwijdering middels ontgraving). Hiervoor is apart van voorliggend rapport een BUS-melding ingediend. Daarom is een nader onderzoek naar de verontreinigingen met lood, PAK en asbest op dit moment niet noodzakelijk.
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
BK Bodem pagina 27 van 27
Overig terrein: • Uit de resultaten blijkt dat de zintuiglijk schone kleiige bovengrond maximaal licht verontreinigd is met kwik, molybdeen en nikkel. In geen van de bovengrondmonsters zijn organochloorbestrijdingsmiddelen aangetoond in verhoogde gehaltes. De zintuiglijk schone kleiige en venige ondergrond is maximaal licht verontreinigd met molybdeen en nikkel. • De gemeten gehaltes in de grond zijn hoger dan wat wordt verwacht op basis van de bodemkwaliteitskaart, maar komen overeen met de gemeten gehaltes bij voorgaande onderzoeken. • Het grondwater is maximaal licht verontreinigd met barium, molybdeen, nikkel en/of naftaleen. • De gemeten gehaltes en concentraties geven geen aanleiding om te vermoeden dat een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is. Het uitvoeren van nader onderzoek is niet noodzakelijk. De bodemkwaliteit (grond en grondwater) van het overig terreindeel levert geen beperkingen op ten aanzien van de voorgenomen aanleg van de Oostelijke randweg en Groen-Blauwe zone. Waterbodem: • Uit het toetsingsresultaat “toepassen in zoet oppervlaktewater” blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem (sliblaag) in de monstervakken 2, 5 en 6 vrij toepasbaar is in zoet oppervlaktewater. Het slib in de monstervakken 1, 3 en 4 is toepasbaar in zoet oppervlaktewater als klasse ‘A’.
• Uit het toetsingsresultaat ‘verspreiden over aangrenzend perceel’ blijkt dat het slib in alle monstervakken verspreidbaar is over de aangrenzende percelen. • De totale hoeveelheid baggerspecie die aanwezig is binnen de zes onderzochte waterbodemtrajecten, zoals is weergegeven op de tekening uit bijlage 1.2, bedraagt 2.939 m3. • De gemeten gehaltes geven geen aanleiding om een nader onderzoek uit te voeren. De waterbodemkwaliteit (sliblaag) levert geen beperkingen op ten aanzien van de voorgenomen aanleg van de Oostelijke randweg en Groen-Blauwe zone. Aanbevelingen: • Aanbevolen wordt om de twee met lood en asbest verontreinigde puindammen voorafgaand aan de realisatie van de Oostelijke Randweg te saneren, omdat deze dammen grenzen aan de voorgenomen werkzaamheden. Opgemerkt wordt dat hiervoor reeds apart van voorliggend rapport een BUS-melding is ingediend en goedgekeurd door Omgevingsdienst Haaglanden met kenmerk ODH-2014-00003897, gedateerd 27 januari 2014. De uitvoering van de sanering van deze dammen is eind maart 2014 gepland. Bij werkzaamheden in de bodem dient rekening te worden gehouden met de veiligheidsmaatregelen conform de CROW 132 ‘werken met verontreinigde grond en grondwater’.
De in deze rapportage opgenomen toetsing van toepassing en verspreiden van grond of baggerspecie volgens het Besluit bodemkwaliteit is slechts opgenomen om een indicatie te geven van de mogelijke afvoerbestemming van de grond. De toetsing voldoet niet aan de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit omdat de monstername niet conform AP04 is uitgevoerd. Het bodemonderzoek is een momentopname en een indicatie van de kwaliteit van grond en grondwater. Het bodemonderzoek heeft over het algemeen een geldigheid van twee tot vijf jaar. De exacte geldigheidstermijn is afhankelijk van het bevoegd gezag dat het onderzoek beoordeelt.
Oostelijke randweg in de Oude Polder te Pijnacker (fase 1) Verkennend (water)bodemonderzoek | 134012 | 17 maart 2014
Bijlage
1
Tekeningen
Bijlage
1.1 Topografische ligging Schaal : zie schaallat
Omgevingskaart
Klantreferentie: 134012
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht.
625 m
Schaal 1: 12500
Hier bevindt zich Kadastraal object PIJNACKER B 3550 Klapwijkseweg , PIJNACKER © De auteursrechten en databankenrechten zijn voorbehouden aan de Topografische Dienst Kadaster.
Bijlage
1.2 Overzichtstekeningen Schaal 1 : 2.000
Bijlage
1.3 Kadastrale kaarten Schaal 1 : 3.500 / 3.000
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: 134012 4781 2277 3 33229
2633
2302
4071 19
15 11
4426 4604
7
4975 4605
5984 eg sew g o Ho
4068
3136
6 6
5201 4070 2297 4116
5983 3
4072
4607 4425
eg 2371 ogsew o H 2295
5202
3704 18 3705
2 478 H
2373
22
6
4073
5985
460
eg sew oog
3209 3548
45
7
0 32
47
08 32
4
3549
2266 2257
3547 0
607
3550 3545 2215 4652
3546
4653 467
470 125 123
Dui
104
4237 4236 4233 4235 4234 26
119 117
9 11
sna M sRlaoa anu 2022
13
115
58425841
t 1 607 ersloo k Dui 09
469
1
1
39
n slaa 2 4 ane 40
113 11
1 19 2
40
loot
121
aM
1416
7
6178
103
6179
39
6242
60
44347 4433555443344890 5 43355678 4335 4 35 4 1 4 4335690 4 361 4 4336623 443645 436
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 20 december 2013 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
12345
468
kers
1
2
Ros
4324 4304 4305 4325 4274 4306 42644275 4307 4276 4265 4326 42664277 4308 4278 4267 4327 42684279 4309 4280 4269 4281 4270 4310 4328 4282 4271 4311 42724283 42734294 4312 4329 4295 4284 4313 42854296 4297 4286 4330 4314 4298 4287 4299 4315 4288 4300 4289 4331 4301 4316 42904302 4291 4317 4332 42924303 4293 4318 4333 4319 2 34336 4263 4320 4337 4334 4321 4338 5 4339 242 4353 4322 4335 4340 4341 4323 4342 4346 4343 4344
0m
35 m
175 m
Schaal 1:3500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
PIJNACKER B 3550
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: 134012 3550 3056 3545
55 30
2215 3546
467
470 468
83 60
58425841 469
6178
6179 6242
6243
23
21
13t/m
25
44994487 4994465 4 944 4 494432 49941 4
88 4776
21
5037
13
44 24
13
5040 5042
6087
pad Harg
6085
6088
5844
5045 5004467 5 048 5 049 5
34
5044 15
26
5071
95
Schie
5006612 5 063 5
4777
0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 9 januari 2014 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers