Bijlage 3.1.1 OBP Oude Polder - Bijlage bij de toelichting
Tekst van het document
Inhoudsopgave Bijlagen
bij de
toelichting
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsprofielen, Aveco de Bondt, mei 2022
Bijlage 2
Visie ontwikkeling, Compositie 5 stedenbouw, juni 2022
Bijlage 3
Verkennend (water)bodemonderzoek, BK Bodem BV, maart 2014
Bijlage 4
Watersleutel, Aveco de Bondt, mei 2022
Bijlage 5
Archeologisch vooronderzoek, RAAP, juni 2021
Bijlage 6
Ecologische risico-inspectie, VanderHelm Milieubeheer BV, juni 2018
Bijlage 7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, De Roever, mei 2022
Bijlage 8
Magneetveldberekening, Energy Solutions, april 2020
Bijlage 9
Akoestisch onderzoek industrielawaai, Peutz, maart 2022
bestemmingsplan "Oude Polder - Dierenpension"
4
Bijlage 1
Gemeente Pijnacker-Nootdorp
Beeldkwaliteitsprofielen, Aveco de Bondt, mei 2022
5
Maximale bouwhoogte
Maximale goothoogte
Bestaande bebouwing
Wandelpad
Duikersloot
Bedrijfswoning met tuin
Heg en geluidswerend scherm
Binnenterrein dierenpension met parkeerplaatsen
Toegangsweg (optioneel)
Dierenbegraafplaats (optioneel)
A
A’
Maximale bouwhoogte
Maximale goothoogte
Groensingel
B
Binnenterrein dierenpension met parkeerplaatsen
Geluidswerend scherm en heg
Groensingel
Toegangsweg
Wandelpad in groensingel
B’ B
A’
A B’
Dierenpension Pijnacker Aanzichten beeldkwaliteit paragraaf Aveco de Bondt bv Postbus 64 7450 AB Holten tel.
: +31 548 8533 33
: info@avecodebondt.nl
website : www.avecodebondt.nl
1:200 0m
2m
4m
6m
8m
A0 10m
bestemmingsplan "Oude Polder - Dierenpension"
8
Bijlage 2
Gemeente Pijnacker-Nootdorp
Visie ontwikkeling, Compositie 5 stedenbouw, juni 2022
9
Analyse Het slagenlandschap is een open weidelandschap met lange sloten en lijnvormige groene landschapselementen met een duidelijke richting. Echter, het landschap voldoet hier niet meer aan. De bebouwing, kassen en grote wegen doorsnijden het landschap en vormen harde randen. Een groene inrichting van het gebied in combinatie met een in vorm en architectuur passende bebouwing helpt bij het benadrukken en de bewustwording van het oorspronkelijke landschap.
Concept 1
Gebiedseigen singels en struweel begeleid en en benadrukken de oostwest richting van het water en daarmee ook het landschap
2
Impressie van bebouwing die qua vorm en architectuur in het landschap past
Het plangebied als schakel tussen Pijnacker en het natuur- en recreatiegebied de Groenzoom
Visie dierenpension te Pijnacker
4 3
Impressie van een inrichting als recreatief ‘uitloopgebied’ met natuur en landschapswaarden voor omwonenden en het bedrijfsleven
2 P
3
4
Het plangebied biedt een uitbreiding van de bestaande recreatieve structuren
Door middel van een analyse is onderzocht of het gebied op bovenstaande kaart, ten oosten van Pijnacker, geschikt is voor de huisvesting van een dierenpension. Hierbij is nagegaan hoe het huidige gebied beleefd wordt en welke kwaliteiten het heeft. Uit de analyse kan geconcludeerd worden dat de karakteristieke openheid en de strakke lange lijnen van het slagenlandschap in de huidige situatie niet meer te beleven zijn. Dit karakteristieke element van het landschap benadrukken is het voornaamste uitgangspunt voor het situeren van de bebouwing. Daarnaast heeft de nieuwe bebouwing voldoende afstand tot de bestaande woonwijk (100 meter) en blijft deze buiten de invloed zone van de hoofspannings(-masten). Ook is met de positionering rekening gehouden met zo min mogelijk zicht op de bebouwing vanaf de N407.
1
Voor Pijnacker biedt de groeninrichting van het gebied recreatieve voordelen. Met de aanleg van wandelpaden in een groen gebied wordt een aantrekkelijke wandelverbinding tussen Pijnacker en het recreatiegebied de Groenzoom gecreëerd. Rondom de bebouwing worden nieuwe rechte singels met bomen en heesters geplant die de bebouwing camoufleren. De lange rechte singels benadrukken de lijnen van het landschap én voegen nieuwe natuurwaarden aan het gebied toe. Vanaf de weg verandert de beleving van een open gebied met bebouwing en kassen aan de randen naar een groene stadsrand. Wanneer de bebouwing IN lijn met het landschap gesitueerd wordt met een passende, sobere architectuur en omringd met robuuste beplanting zal het dierenpension zonder twijfel in het landschap passen.
N 0m
50m
100m
150m
200m
250m
bestemmingsplan "Oude Polder - Dierenpension"
12
Bijlage 3
Gemeente Pijnacker-Nootdorp
Verkennend (water)bodemonderzoek, BK Bodem BV, maart 2014
13
bestemmingsplan "Oude Polder - Dierenpension"
14
Bijlage 4
Gemeente Pijnacker-Nootdorp
Watersleutel, Aveco de Bondt, mei 2022
15
bestemmingsplan "Oude Polder - Dierenpension"
18
Bijlage 5
Archeologisch vooronderzoek, RAAP, juni 2021
Gemeente Pijnacker-Nootdorp
19
RAAP-RAPPORT 5288
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pijnacker Gemeente Pijnacker-Nootdorp Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Colofon Titel: Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pijnacker, gemeente Pijnacker -Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 17-06-2021 Auteur: T.E. de Rijk, RMA Projectcode: GAPI Bestandsnaam: RAAPrap_5288_GAPI_ Autorisatie: drs. J.H.F. Leuvering
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed - of afkeuring van het rapport.
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Samenvatting In opdracht van de gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft RAAP in juni en juli 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inven tariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pijnacker in de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Het onderzoek vond plaats in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning. Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan:
Het plangebied kenmerkt zich door zijn ligging te midden van het ontgonnen veengebied, nabij een uitloper van de Gantel.
Hoewel tijdens het veldonderzoek een humeus en kalkloze top in de afzettingen van het Laagpakket van Wormer zijn waargenomen, was het niveau deze wadafzettingen waarschijnlijk te nat voor bewoning gezien de slapheid van deze klei. Vandaar dat de lage archeologische verwachting voor de periode neolithicum gehandhaafd kan worden.
Tijdens het veldonderzoek zijn geen tekenen van veraarding van het Hollandveen waargenomen. Vandaar dat ook de lage archeologische verwachting voor de periode bronstijd – vroege ijzertijd gehandhaafd kan worden.
Voor afzettingen in en op de Gantel Laag gold een hoge verwachting voor resten uit de midden ijzertijd tot en met de late middeleeuwen indien kreekoevers van deze afzettingen in het plangebied aanwezig zijn. Tijdens het veldonderzoek zijn op verschillende locaties in het plangebied intacte kreekoevers aangetroffen, met tekenen van bodemvorming in de top (matig stevige klei, ontkalkte top; zie figuur 9). Vandaar dat de lage archeologische verwachting voor deze locaties voor de periode midden ijzertijd tot en met de late middeleeuwen naar middelhoog-hoog kan worden bijgesteld.
Op basis van het historisch kaartmateriaal bleek dat er in de nieuwe tijd tot het zeer recente verleden geen bewoning van het plangebied heeft plaatsgevonden. Tijdens het veldonderzoek geen aanwijzingen gezien voor de aanwezigheid van resten van bewonin g uit de periode nieuwe tijd.
Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied Klapwijk (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Dit kan alleen door de bodemingrepen te beperken tot de verstoorde/opgehoogde bovengrond en het niv eau van de oude bouwvoor. De wadi’s worden tot een diepte van maximaal 1,5 m –mv aangelegd en kabels en leidingen hebben doorgaans een verstoringsdiepte van maximaal circa 1 m –mv. Op verschillende locaties in Klapwijk zijn kreekoevers al binnen deze dieptes aanwezig en worden deze mogelijk door de geplande bodemingrepen verstoord. Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzor g (AMZ) te nemen. Om de gespecificeerde verwachting te toetsen wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een karterende fase van een inventariserend veldonderzoek (figuur 10). Gezien de prospectiekenmerken is
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[3]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
een karterend booronderzoek de geëigende methode voor vervolgonderzoek (zie ook https://pom.cultureelerfgoed.nl). Middels deze methode kan goed in kaart worden gebracht of de verwachte archeologische resten uit de periode midden ijzertijd – late middeleeuwen inderdaad in het plangebied aanwezig zijn. Bij een karterend booronderzoek (karterende boormethode C2) vormen de onderstaande technieken de geëigende onderzoeksmethode: Boortype: Edelmanboor (Ø 12 cm) Boordichtheid en -grid: 20 boringen per hectare (20x25 grid) Waarnemingsmethode: zeven van het opgeboorde sediment over een zeef met maaswijdte van 4 mm, waarna het zeefresidu visueel wordt gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. Boordiepte: tot minimaal 25 cm in de onverstoorde kreekgeulafzettingen. In het overige deel bij het plangebied Oude Polder wordt in het kader van de voorgenomen ophogingen als gevolg van het gebruik van dit gebied als gronddepot geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Op deze locatie zijn weliswaar in twee boringen kreekoevers aangetroffen, maar gezien de stevigheid hiervan lijkt het niet waarschijnlijk dat dit niveau hier door ophogingen verstoord zal worden. Ook voor de exacte locaties in het plangebied waar nu al kabels en leidingen aanwezig zijn en eventueel werkzaamheden gepland worden, wordt geen archeologisch vervolgonderzoek aangera den.
Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Ri jksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente PijnackerNootdorp, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[4]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 5 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 6 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 6 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 9 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 9
2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................... 11 2.1 Methode ............................................................................................................................................ 11 2.2 Aardkundige situatie .......................................................................................................................... 11 2.3 Archeologische gegevens ................................................................................................................... 15 2.4 Historische situatie ............................................................................................................................ 17 2.5 Huidige situatie .................................................................................................................................. 19 2.6 Toekomstige situatie .......................................................................................................................... 21 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................................... 22
3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 26 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 26 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 26 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 30
4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 32 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 32 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 32 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 33
Literatuur .......................................................................................................................................... 35 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ......................................................................................... 36
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[5]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van de gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft RAAP in juni en juli 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pijnacker in de gemeente Pijnacker-Nootdorp (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische bestemmingsplankaart van de gemeente Pijnacker-Nootdorp ligt het plangebied Klapwijk in een zone met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Het beleid voor deze zone schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 1000 m 2 en dieper dan 50 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Deze voorschriften zijn verankerd in het bestemmingsplan Kern Pijnacker Zuid-Zuid-Oost. Op de archeologische bestemmingsplankaart van de gemeente Pijnacker -Nootdorp ligt het plangebied Oude Polder in een zone met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’.
Het beleid voor deze zone schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 200 m2 en dieper dan 30 cm mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Deze voorschriften zijn verankerd in het bestemmingsplan Oude Polder - Dierenpension. Deelgebied Oude Polder is momenteel in gebruik als grasland en gronddepot en heeft een oppervlakte van circa 23.000 m2. De plannen bestaan uit ophoging van maximaal 3 m met overtollige grond uit de naastgelegen wijk. Als gevolg hiervan zal zetting plaatsvinden, waardoor eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied verstoord kunnen worden. In dit deelgebied is reeds op twee plekken een gronddepot aanwezig. In deelgebied Klapwijk, de woonwijk ten noordwesten van deelgebied Oude Polder, zijn diverse bodem ingrepen ten behoeve van de herinrichting van de wijk voorzien (fase 2 t/m 6): aanleg warmte net/gescheiden rioleringsstelsel, de aanleg van enkele wadi’s en het planten van bomen. De ingrepen zijn weliswaar nog niet exact bekend, maar zullen gezien de aanlegdiepte van de wadi’s op circa 1,5 m -mv groter zijn dan de vrijstellingsgrens. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid.
Aangezien voor het deelgebied Klapwijk reeds een recent bureauonderzoek is uitgevoerd (c.f Groenhuijzen, 2020), richt het onderhavige bureauonderzoek zich op deelgebied Oude Polder. Het booronderzoek richt zicht wel op beide plangebieden.
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[6]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. Voorafgaand aan het onderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld en ter goedkeuring aan de bevoegde overheid voorgelegd. Dit PvA is goedgekeurd (op 24-06-2021). Dit PvA diende als uitgangspunt voor het onderzoek. Het onderzoek is bovendien uitgevoerd conform de geldende richtlijnen van de bevoegde overheid. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[7]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Plangebied Klapwijk
Plangebied Oude Polder
Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[8]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Opdrachtgever
Gemeente Pijnacker-Nootdorp
Bevoegde overheid
Gemeente Pijnacker-Nootdorp
Plaats
Pijnacker
Gemeente
Pijnacker-Nootdorp
Provincie
Zuid-Holland
Centrumcoördinaten (X/Y)
90573/447558
Toponiem
Oude Polder en Klapwijk
Kadastrale gegevens
PAK00, B, 3899, 3860, 3901, 4242, 4243, 6179
Oppervlakte plangebied
8 hectare
Afbakening onderzoeksgebied
Tijdens onderhavig bureauonderzoek is het plangebied Oude Polder inclusief een zone van 500 m rondom het plangebied onderzocht. Tijdens het veldonderzoek worden enkel de plangebieden Oude Polder en Klapwijk onderzocht.
Onderzoeksperiode
Juni en juli 2021.
Uitvoerder
RAAP West
Projectleider
T.E. de Rijk
Projectmedewerkers
F. van der Wal & J.A. Wolzak RMsc
RAAP-projectcode
GAPI
ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer
5084098100
Beheer en plaats documentatie
RAAP regio West te Leiden en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.
Tabel 1. Administratieve gegevens.
1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd:
Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het onderzoeksgebied eruit?
Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het onderzoeksgebied overeen met hetgeen op basis van de gespecificeerde archeologische verwachting verwacht werd?
Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?
Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?
Is de bodemopbouw in het onderzoeksgebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?
Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen?
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[9]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Algemeen
Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?
Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?
Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen verwachte resten systematisch opgespoor d worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[10]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.
2.2 Aardkundige situatie Op grote diepte in de ondergrond van het plangebied bevindt zich het pleistocene oppervlak. Dit bestaat uit een glooiend dekzandlandschap dat wordt doorsneden door rivieren. Het was een kaal landschap waarin wind vrij spel had. Het door de wind afgezette zand valt onder de Formatie van Boxtel. Het zand en grind dat afgezet wordt door deze rivieren, behoort tot de Formatie van Kreftenheye. In de winter vielen deze rivieren droog, en werden door zandverstuiving uit deze beddingen rivierduinen opgeworpen. Deze hooggelegen donken (rivierduinen die boven de andere afzettingen uitsteken) waren gunstige locaties voor bewoning tijdens de vroege prehistorie. Op enkele kilometers ten zuiden van het plangebied zijn deze donken mogelijk in de diepere ondergrond aanwezig, maar ter hoogte van het plangebied zijn deze niet bekend worden enkel afzettingen van de Formatie van Kreftenheye verwacht (Kerkhof, 2009). Na het Pleistoceen begint het Holoceen, gekenmerkt door o.a. een permanente temperatuurstijging. Tussen land en zee ontstaat een zone met een zeer vochtig milieu dat uitstekend geschikt is voor veengroei dat zich steeds verder naar het oosten uitbreidde. Dit Basisveen (Formatie van Nieuwkoop) groeide doordat de zeespiegel bleef stijgen, waardoor de zee geleidelijk naar het oosten verplaatste.
In het westen gaat dit gepaard met overstromingen waarbij het zogenaamde Basisveen afgedekt wordt met mariene sedimenten. Ook werd het veen deels geërodeerd door deze afzettingen. In de periode rond 5500 voor Chr. ligt het plangebied in het perimariene gebied, waar voornamelijk rivierafzettingen sedimenteren (Formatie van Echteld, voorheen Afze ttingen van Gorkum). Deze rivieren verlandden en werden geleidelijk opgevuld met klei en veen. Een dergelijke fossiele geul bevindt zich mogelijk in de diepe (> 5m -Mv) ondergrond aan de oostkant van het plangebied (Kerkhof, 2009). In de zone buiten de directe invloed van de rivieren is klei afgezet en vond op grote schaal veengroei plaats. Vanaf circa 4000 voor Chr. komt het plang ebied steeds meer onder de directe invloed van de zee te staan (Laagpakket van Wormer, voorheen Afzettingen van Calais). Hierdoor worden lagunaire en wadsedimenten afgezet. Binnen dit natte landschap bevinden zich hoger gelegen, zandige kreekafzettingen. Omstreeks 3200 voor Chr. is voor de kust een reeks permanente strandwallen
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[11]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
ontstaan, waardoor de afwatering van het binnengebied stagneerde en de geulen verlandden. Het landschap in de omgeving van het plangebied bestaat uit een wadvlakte. Er zijn geen wadgeulsystemen bekend en het is een nat landschap. Door het sluiten van de kust en de afnemende afwatering van het achterland vond wederom op grote schaal veengroei plaats. Tussen circa 2000 en 300 voor Chr. heeft zich op de mariene afzettingen (Formatie van Naaldwijk) een uitgestrekt veengebied gevormd, het zogenaamde Hollandveen (Hollandveen Laagpakket, Formatie van Nieuwkoop). Vanaf circa 1500 voor Chr. nam de mariene invloed in het achter land toe. Tussen circa 1500 en 300 voor Chr. drong de zee via de brede Maasmonding ver het land binnen en er vormden zich stelsels van getijdengeulen zoals de Gantel, die is ontstaan gedurende de ijzertijd, rond 500-200 voor Chr. De afzettingen van de Gantel worden gerekend tot het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk; voorheen Afzettingen van Duinkerke). De oorsprong van het Gantelsysteem ligt tussen Naaldwijk en Monster en de geul loopt in noordoostelijke richting naar Wateringen. Daar buigt het systeem met een flauwe bocht af naar het zuidoosten in d e richting van Delft en verder. Vanuit de hoofdgeul(en) van de Gantel zijn verschillende zijgeulen gevormd.
Uit recent onderzoek is gebleken dat er geen sprake was van één hoofdgeul van de Gantel, maar dat het systeem bestond uit meerdere smalle geulen, die mogelijk deels tegelijkertijd actief zijn geweest. Langs deze geultjes zijn lage oeverwallen ontstaan die in de Romeinse tijd geschikt waren voor bewoning. Rond het begin van de jaartelling werd het geulsysteem inactief en vond verlanding plaats. De zandige kreekgeulen kwamen door differentiële klink hoger te liggen ten opzichte van het kleidek daaromheen. Dergelijke kreekruggen vormden vervolgens geschikte bewoningslocaties. Volgens Kerkhof (2009) komt een dergelijke rug op enkele honderden meters ten westen van het plangebied voor en in het plangebied was in deze periode een kwelderlandschap aanwezig ( figuur 2). De afzettingen van het Gantelsysteem zijn vervolgens weer overgroeid geraakt met Hollandveen vanaf de 3e eeuw na Chr. (Kerkhof, 2009). Op basis van de Dino-boringen (e.g. B37F1712, zie laatst paragraaf) is het mogelijk dat het veen later weer ontgonnen is, waardoor de Gantelafzettingen weer aan het oppervlak zijn komen te liggen. Omstreeks 900 na Chr. veroorzaakt het ontstaan van nieuwe Maasmondingen een belangrijke verandering in de afwatering. Hierdoor kunnen de rivieren het over tollige (regen-) water sneller afvoeren.
Ook het veen in het uitgestrekte Hollandse veengebied wordt nu beter ontwaterd en de groei ervan stopt. Het veengebied in het westen van Nederlan d is dan geschikt om te worden ontgonnen. Vanaf de late middeleeuwen verandert het landschap aanzienlijk. Vanuit de bewoningslinten wordt veen op steeds grotere schaal afgegraven. Er ontstaat een plassenlandschap met legakkers (lange akkers waarop veen te drogen werd gelegd). Het vele water en de golfslag veroorzaakt afslag van het land. Vanaf de 18e eeuw vormt het een serieuze bedreiging voor de landwegen en de bewoningslinten en wordt aangevangen met het droogmalen. In deze polders liggen de Afzettingen van Calais weer aan het oppervlak (Kerkhof, 2009). Het plangebied zelf ligt echter niet in een dergelijke droogmakerij. Wel is het mogelijk dat het veen dat de afzettingen van het Gantelsysteem overdekte, verdwenen is door oxidatie (Kruidhof, 2006; Conradi, 2018). Volgens de Bodemkaart (schaal 1:50.000) komen in plangebied Oude Polder waardveengronden voor op zeggeveen, rietzeggeveen of (mesotroof) broekveen/ op bagger, verslagen veen, gyttja of andere
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[12]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
veensoorten. Op de Geomorfologische kaart van Koomen en Maas (2014) is het plangebied Oude polder gelegen in een ontgonnen veenvlakte. Ten slotte is het Dinoloket geraadpleegd (www.dinoloket.nl). In de omgeving van het plangebied zijn enkele boringen beschikbaar (e.g. B37F1712). De gegevens van deze boringen geven een indicatie van de bodemopbouw in het plangebied. Er is vanaf het maaiveld ( op deze boorlocatie op circa 2,6 m NAP) sprake van een afwisseling van klei op veen. De klei direct aan het maaiveld behoort tot het Laagpakket van Walcheren (de Gantel laag; tot 2 m -mv), het tweede kleipakket is geïnterpreteerd als klei behorend tot het Laagpakket van Wormer (van 3,1 – 5,1 m –mv). Op een dieper niveau, variërend van 5,1 - 5,5 meter -Mv, is klei aangetroffen dat is geïnterpreteerd als klei behorend tot de formatie van Echteld.
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[13]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 2. De paleogeografische ontwikkeling van het landschap rond het plangebied (het rode blokje; Vos & de Vries, 2013 ).
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[14]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan
Zie paragraaf 1.1
Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart
Archeologische verwachting: middelhoog/laag.
Gemeentelijke archeologische beleidskaart
Middelhoog, maximale verstoring: 200 m² & 1,00 m -MV
Tabel 2. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.
Bekende archeologische gegevens Monument
Ligging
Complex
Datering
Materiaal
Diepte
Waarde
16192
Strikkade; 150 m O
Kade uit 1447: oostelijke grens ontginning van Pijnacker
1447
Geen vondsten
-
Hoge archeologische waarde
Tabel 3. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en archeologische vondstlocaties in en rond het plangebied.
Wanneer de vindplaatsen en hun landschappelijke inbedding bekeken worden in vergelijking met de situering van het plangebied, dan blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied - op de melding van de Strikkade uit 1447 na – geen archeologische vindplaatsen bekend zijn. Wel zijn een aantal meldingen van archeologische resten op grotere afstand bekend:
ARCHIS3- vondstmelding 3237208100: Het betreft onderzoek dat is uitgevoerd in 1995 bij de bouw van een consistorie bij de Nederlands Hervormde kerk van Pijnacker. Bij het onderzoek zijn resten van een voorganger van de huidige kerk aangetroffen. Deze dateert mogelijk uit de 11e eeuw. Behalve muurwerk is er ook menselijk skeletmateriaal aangetroffen.
ARCHIS3- vondstmelding 2026022100: bij een (veld)kartering in december 1995 heeft RAAP een Aanvullende Archeologische Inventarisatie(AAI-1) uitgevoerd in het gebied tussen Zoetermeer en Rotterdam ten behoeve van het huidige randstadrailtracé. Doel hiervan was te bepalen welk tracé van de railverbinding tussen beide plaatsen de minste schade zou toebrengen aan de aanwezige archeologische waarden. Op deze locatie zijn bij de veldkartering losse vondsten aangetroffen uit de late middeleeuwen B - vroege nieuwe tijd, langs de Strikkade en mogelijk om woonplaatsen o.b.v. de aanwezigheid van puin.
ARCHIS3- vondstmelding 2832938100: Op de locatie van de Protestantse, of bij de Rooms Katholieke kerk heeft een Romaanse toren gestaan uit de late middeleeuwen A. Deze is ca. 1938 omgevallen en rond 1960 opgeruimd.
ARCHIS3- vondstmelding 3105964100: Terrein met mogelijk de resten van het Huis Ruyven Datering: 13de eeuw of eerder (volgens Cruquius).
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[15]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3 Zaakidentificatienummer
Resultaat/advies
2115933100
Tijdens dit veldkarteringsonderzoek door het Vakt eam Archeologie van de gemeente Delft (Bult & Jogsma, 2005), zijn scherven uit de 17 e tot en met de 20 e eeuw aan het maaiveld aangetroffen vrijwel direct ten noorden van het onderhavige plangebied Oude Polder. Dit materiaal is echter geïnterpreteerd als te r plaatste gedumpt (stads)afval.
2276784100; 2294100100
Tijdens dit booronderzoek ten zuiden van het onderhavige plangebied door Archeologie Delft zijn geen aanwijzingen gezien voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen of bewoonbare lagen (Bac kx & Penning, 2012).
4014743100
Tijdens dit booronderzoek door Transect uit 2016 vrijwel direct ten oosten van het plangebied werd een grotendeels in de bouwvoor opgenomen (dekafzetting van de) Gantellaag waargenomen en zijn geen aanwijzingen gezien voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen.
2027781100; 2035184100
Tijdens dit booronderzoek naar de N470 van RAAP uit 1998 zijn aanwijzingen voor de aanwezigheid van 2 huisplaatsen uit de nieuwe tijd waargenomen, langs de Strikkade op circa 400 m ten zuiden van het plangebied (Jager, 1998).
2415796100
Tijdens dit booronderzoek door Arcadis uit 2013 op circa 200 m ten zuidoosten van het onderhavige plangebied zijn dekafzettingen van de Gantellaag aangetroffen en zijn geen aanwijzingen gezien voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen.
Tabel 4. Overzicht van eerder nog niet besproken, beschikbaar en relevant archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.
Figuur 3. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de directe omgeving van het plangebied.
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[16]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel minder dan voorheen gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden. Uit deze analyse van het historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied Oude Polder op de kaart van Kruikius uit 1712 nog in niet bebouwd gebied gelegen was (figuur 4). Een vergelijkbare situatie lijkt in ieder geval in het plangebied te hebben voorbestaan in de periode 1811 -1832, op basis van de kadastrale minuutkaart uit deze periode en de beschrijving als weiland in de oorspronkelijke aanwijzende tafel (minuutplan Pijnacker, Zuid Holland, sectie B, blad 03, MIN08164B03; beeldbank.cultureelerfgoed.nl; niet in het rapport afgebeeld). Op het latere historische topografische kaartmateriaal is te zien dat het plangebied Oude Polder tot het heden nooit bebouwd is geweest (figuur 5). Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten MIPobjecten of overige bouwhistorische waarden zijn dan ook niet binnen de grenzen van het plangebied bekend.
Figuur 4. Ruwweg de ligging van het plangebied, aangegeven met de rode ellips, op een uitsnede van de kaart van Kruikius uit 1712 (tresor.tudelft.nl).
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[17]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 5. Overzicht van historische kaarten (www.topotijdreis.nl).
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[18]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View, locatiebezoek en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden. Huidig grondgebruik
Gronddepot.
Hoogteligging maaiveld
Circa 3 m –NAP (figuur 6).
Grondwatertrap of -stand
Grondwatertrap I, met een grondwaterstand tussen: <20 cm –mv en <50 cm –mv.
Milieutechnische condities
Aan de noordwestkant van het plangebied Oude Water is een historische bodemonderzoek uitgevoerd en daarmee voldoende onderzocht. Aan de zuidkant is in het kader van de N470 een bodemonderzoek uitgevoerd, waaruit de aanwezigheid van verschillende puinlagen en een stortplaats bleek. Op deze ook daadwerkelijk binnen de grenzen van het onderhavige plangebied gekarteerd zijn, kan niet o.b.v. de beschikbare gegevens uit het Bodemlok et worden vastgesteld (www.bodemloket.nl).
Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)
Geen verwacht.
Locatie en diepte van kabels/leidingen
Zie figuur 7.
Tabel 5. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.
Figuur 6. Het plangebied op het AHN3 (www.pdok.nl).
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[19]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 7. De kabels en leidingen in het onderzoeksgebied.
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[20]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie: Aard
Deelgebied Oude Polder is momenteel in gebruik als grasland en gronddepot en heeft een oppervlakte van circa 20.000 m2. De plannen bestaan uit ophoging van maximaal 3 m met overtollige grond uit de naastgelegen wijk. Als gevolg hiervan zal zetting plaatsvinden, waardoor eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied verstoord kunnen worden. In dit deelgebied is reeds op twee plekken een gronddepot aanwezig. In deelgebied Klapwijk, de woonwijk ten noordwesten van deelgebied Oude Polder, zijn diverse bodem-ingrepen ten behoeve van de herinrichting van de wijk voorzien (fase 2 t/m 6): aanleg warmte-net/gescheiden rioleringsstelsel, de aanleg van enkele wadi’s en het planten van bomen.
Omvang en diepte
De omvang van de wadi’s is nog niet exact bekend, maar deze zullen worden aangelegd tot circa 1,5 m –mv. Rioleringen worden doorgaans op nog grotere diepte aangelegd.
Invloed op maaiveld en grondwater
Onbekend.
Toekomstig gebruik
Vergelijkbaar met de huidige situatie.
Tabel 6. De toekomstige situatie.
Figuur 8. Inrichtingsplan plangebied Klapwijk.
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[21]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld voor het plangebied Oude Polder. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafhei d van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (laat paleolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager -verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. In het plangebied komen gradiëntsituaties mogelijk voor, in de vorm van de diepgelegen fluviatiele zandafzettingen (fluviatiele afzettingen Formatie van Kreftenheye en eventuele d uinafzettingen).
Vanwege de diepteligging hiervan is echter niet veel bekend over de morflogie van deze afzettingen en zijn vindplaatsen uit deze periode niet bekend ter hoogte van het plangebied. Zodoende geldt voor vindplaatsen van jager-verzamelaars een onbekend archeologische verwachting. Het betreft resten van kampementen uit de periode vanaf het laat paleolithicum tot het neolithicum . Deze vindplaatsen kenmerken zich door een (oppervlakkige) concentratie van vuurstenen werktuigen en afval. Landbouwers Het plangebied kenmerkt zich door zijn ligging te midden van het ontgonnen veengebied, nabij een uitloper van de Gantel. Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds be langrijker factor in de locatiekeuze van de mensen. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. De vindplaatsen uit het neolithicum hebben zich op de hogere en drogere pl aatsen in het toenmalige getijdenlandschap gevestigd. Aangezien uit de directe omgeving van het plangebied geen vindplaatsen uit deze periode bekend zijn en dergelijke bewoningslocaties ook niet bekend zijn, geldt voor deze periode een lage archeologische verwachting voor de afzettingen van het Laagpakket van Wormer.
Vindplaatsen uit deze periode hebben over het algemeen in omvang de grootte van een enkele huisplaats of enkele kampementen en worden gekenmerkt door een spreiding van vondsten, die kunnen bestaan uit vuursteen, houts(kool) en bijvoorbeeld aardewerk. Indien intact veen aanwezig is, met daarbij kenmerken van ontwatering in de vorm van een veraarde top, dan kunnen resten uit de bronstijd – vroege ijzertijd verwacht worden. Aangezien in de directe
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[22]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
omgeving van het plangebied een dergelijk niveau niet bekend is, geldt voor deze periode een lage archeologische verwachting. Vindplaatsen uit de bronstijd kenmerken zich door een lage vondstdichtheid, waarbij gedacht moet worden aan een strooiing van overwegend aardewerk, natuursteen, vuursteen en hout(skool). Vindplaatsen uit de vroege ijzertijd kunnen bestaan uit boerderijplaatsen tot kleine nederzettingen, met een donkere laag. In deze laag kunnen fragmenten aardewerk, natuursteen, metaal, hout(skool) e n baksteen worden aangetroffen. Voor afzettingen in en op de Gantel Laag geldt een hoge verwachting voor resten uit de midden ijzertijd tot en met de late middeleeuwen indien kreekoevers van deze afzettingen in het plangebied aanwezig zijn. Aangezien deze niet worden verwacht in het plangebied, geldt voor deze periode een lage archeologische verwachting. Vindplaatsen uit deze periode hebben doorgaans een oppervlakte van 500 tot 2.000 m². Ze worden doorgaans gekenmerkt door een zichtbare cultuurlaag met von dstspreiding van o.a. aardewerk in een gerijpte oeverwal. Het zal voornamelijk gaan om losse huisplaatsen/boerderijen of een verzameling van enkele boerderijen/huisplaatsen bij elkaar. Binnen de vindplaatsen kan, naast aardewerk, ook hout(skool), natuursteen en metaal voorkomen.
Mogelijk kunnen er ook sporen van agrarisch gebruik zoals greppelsystemen en sporen van percelering aanwezig zijn. Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat er in de nieuwe tijd tot het zeer recente verleden geen bewoning van het plangebied heeft plaatsgevonden en dat het plangebied in deze periode in een polder gelegen was. Wel zijn uit deze periode enkele meldingen van huisplaatsen nabij het plangebied bekend. Zodoende geldt in het plangebied een lage archeologische ver wachting voor resten van uit de periode vanaf de nieuwe tijd. Vindplaatsen uit deze periode hebben doorgaans een oppervlakte van 500 tot 2.000 m². Ze worden doorgaans gekenmerkt door een zichtbare cultuurlaag met vondstspreiding van o.a. aardewerk in een gerijpte oeverwal. Het zal voornamelijk gaan om losse huisplaatsen/boerderijen of een verzameling van enkele boerderijen/huisplaatsen bij elkaar. Binnen de vindplaatsen kan, naast aardewerk, ook hout(skool), natuursteen en metaal voorkomen. Mogelijk kunnen er ook sporen van agrarisch gebruik zoals greppelsystemen en sporen van percelering aanwezig zijn. (Diepte)ligging Het plangebied kenmerkt zich door een gestapeld landschap waarin meerdere archeologische niveaus voorkomen.
Indien natuurlijke afzettingen aanwezig zijn dan ziet de verwachte bodemopbouw er van boven naar beneden als volgt uit: Laagpakket van Walcheren (tot 2 m -mv), op Hollandveen op Laagpakket van Wormer (van 3,1 – 5,1 m –mv), op fluviatiele afzettingen van de Formatie van Kreftenheye (5,1 - 5,5 meter -Mv). Fysieke kwaliteit Aangezien in het plangebied afdekkende pakketten ontbreken is mogelijk sprake van een slechte conservering van de archeologische resten uit de late middeleeuwen – nieuwe tijd. Oude resten onder de Gantellaag zijn mogelijk wel goed geconserveerd. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied is ontgonnen voor de landbouw. Regelmatige landbouwkundige werkzaamheden resulteren meestal in een bouwvoor met een gemiddelde dikte van
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[23]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
30 tot 40 cm. Eventuele archeologische resten zullen tot die diepte verstoord zijn. Met name grondsporen kunnen onder de bouwvoor nog bewaard zijn gebleven. Gespecificeerde archeologische verwachting plangebied Klapwijk Op basis van reeds uitgevoerd bureauonderzoek 1 geldt de volgende archeologische verwachting voor het deelgebied Klapwijk: “Uit het bureauonderzoek is gebleken dat de stratigrafie van het plangebied bestaat uit getijdenafzettingen van het Laagpakket van Wormer (vanaf circa 3.5 m onder maaiveld/5.75 m –NAP), afgedekt door veen van het Hollandveen Laagpakket (vlak onder het maaiveld tot circa 2.0 m onder maaiveld/4.25 m – NAP). Aan de top van de stratigrafie zijn met name kleiige dekafzettingen van de Gantel Laag aanwezig, die volgens de bodemkaart dunner worden richting het zuidwesten. Voor de top van de diepgelegen zandafzettingen (fluviatiele afzettingen Formatie van Kreftenheye, fluviatiele geulafzettingen Formatie van Echteld, en eventuele duinafzettingen) geldt een onbekende verwachting op het aantreffen van resten van tijdelijke bewoning uit de periode Laat-PaleolithicumMesolithicum. Vanwege de grote diepteligging is de morfologie van dit niveau slecht bekend, waardoor ook de archeologische verwachting lastig te bepalen is. Eventueel aanwezige resten bestaan met na me uit verspreidingen van vuursteen.
Dit niveau ligt ver buiten bereik van de voorgenomen werkzaamheden. Voor de top van de getijdenafzettingen van het Laagpakket van Wormer geldt op basis van dit bureauonderzoek een lage tot gematigde verwachting op het a antreffen van sporen en resten van bewoning uit het Neolithicum. Uit de archeologische kennis van de gemeente Pijnacker -Nootdorp is bekend dat de omgeving van het plangebied een zeer nat milieu is geweest dat waarschijnlijk ongeschikt was voor bewoning, waar de lage verwachting op is gebaseerd. Wel kunnen lokale omstandigheden ervoor hebben gezorgd dat bewoning plaatselijk mogelijk was, met name op getijdengeulen in dit laagpakket. Voor eventuele getijdengeulafzettingen geldt daarom een gematigde verwachting, maar deze zijn (nog) niet bekend in het plangebied. Eventueel aanwezige sporen en resten kunnen bestaan uit grondsporen, anorganische resten (aardewerk, natuursteen) en organische resten (hout, houtskool, botmateriaal). Dit niveau wordt in het plangebie d verwacht op circa 3.5 m onder maaiveld (5.75 m –NAP). Er zijn geen bekende verstoringen op dit niveau. Voor de top van het veen van het Hollandveen Laagpakket geldt een lage tot gematigde verwachting op het aantreffen van sporen en resten uit de IJzertijd.
Uit de archeologische kennis van de gemeente Pijnacker-Nootdorp is bekend dat de omgeving van het plangebied een zeer nat milieu is geweest dat waarschijnlijk ongeschikt was voor bewoning, waar de lage verwachting op is gebaseerd. Wel kunnen lokale omstandigheden ervoor hebben gezorgd dat bewoning plaatselijk mogelijk was, met name rond veenontwateringsgeultjes in dit laagpakket. Voor zones rond eventuele veenontwateringsgeultjes geldt daarom een gematigde verwachting, maar deze zijn (nog) niet bekend in het plangebied. Eventueel aanwezige sporen en resten kunnen bestaan uit grondsporen, anorganische resten (aardewerk, natuursteen, metaal) en organische resten (hout, houtskool, botmateriaal). Dit niveau wordt in het plangebied verwacht vanaf vlak onder het maaiveld (in de zuidwestelijke hoek) tot circa 2.0 m onder maaiveld (4.25 m –NAP). Dit niveau kan mogelijk zijn verstoord bij de afzetting van de bovenliggende
1 Groenhuijzen, M., 2020. Archeologisch bureauonderzoek voor het plangebied Pijnacker -Klimaatbestendig Klapwijk, gemeente Pijnacker-Nootdorp. Amsterdam, VUhbs ZAN xxx.
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[24]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Gantel Laag. Wanneer dit niveau vlak onder het maaiveld is gelegen, kan het daarnaast verstoor d zijn geraakt door de bouw van de huidige woonwijk. Voor de bovenliggende kleiige dekafzettingen van de Gantel Laag geldt daarnaast een lage verwachting op het aantreffen van sporen en resten van bewoning uit de periode Romeinse tijd -Late Middeleeuwen. Uit de archeologische kennis van de gemeente Pijnacker-Nootdorp is bekend dat de omgeving van het plangebied een zeer nat milieu is geweest dat waarschijnlijk ongeschikt was voor bewoning, waar de lage verwachting op is gebaseerd. Eventueel aanwezige sporen en resten kunnen bestaan uit grondsporen, anorganische resten (aardewerk, bouwmateriaal, natuursteen, metaal) en organische resten (hout, houtskool, botmateriaal). Dit niveau wordt in het plangebied verwacht vanaf het maaiveld. Dit niveau kan in hoge mate verstoord zijn geraakt door de bouw van de huidige woonwijk, en natuurlijk door de aanleg van de huidige en voormalige sloten. In het bijzonder dienen hierbij de reeds aanwezige bestaande kabels en leidingen genoemd te worden, omdat in deze tracés veelal de werkzaamheden plaatsvinden; hier zal de top van de Gantel Laag waarschijnlijk al verstoord zijn.
Er worden geen sporen en resten van bewoning verwacht uit de Nieuwe Tijd, omdat historische gegevens aantonen dat het plangebied vrijwel uitsluitend in gebru ik is geweest als weiland tot de bouw van de huidige wijk Klapwijk.” Op basis van de geplande bodemingrepen heeft dit geleid tot het volgende advies voor plangebied Klapwijk: “Voor het zuidwestelijke deel van het plangebied wordt geadviseerd vervolgonderzo ek uit te voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek op het moment dat deze werkzaamheden dieper reiken dan 40 cm onder maaiveld. De reden hiervoor is dat beneden deze diepte mogelijk een gematigde archeologische verwachting voorkomt, allereerst op het Hollandveen Laagpakket, en vervolgens op afzettingen van het Laagpakket van Wormer. De afdekkende Gantel Laag, waarvoor slechts een lage verwachting geldt, is op basis van de bekende gegevens hier minder dik dan elders in het plangebied. De grens van 40 cm onder maaiveld is gebaseerd op de geschatte dikte van de bouwvoor, waaronder al snel veen van het Hollandveen Laagpakket kan voorkomen.” Dit vervolgonderzoek is van toepassing op de voorgenomen aanleg van de wadi’s, vijver en overige ontgravingen
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[25]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van het door de bevoegde overheid goedgekeurde PvA (De Rijk, 2021). Het veldonderzoek is uitgevoerd in 3 dagen, tussen 05-07-2021 en 09-07-2021. Het verkennend veldonderzoek had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring en de diepteligging van het verwachte archeologische niveau in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en waar nodig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus. Vanwege de afwijkende vorm en omvang van het plangebied Klapwijk is een afwijkend boorgrid uitgezet waarbij de boringen zo goed mogelijk over het terrein met de geplande bodemingrepen verspreid worden. Door dikke puinlagen in het plangebied zijn boringen 28, 30, 31 en 53 gestuit. In het plangebied Oude Polder zijn de boringen in een 30 x 35 m grid verspreid over het plangebied. Er is geboord tot maximaal 500 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm) en een gutsboor (3 cm).
De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie -instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssyste em van RAAP (Deborah3 zie bijlage 3) en met behulp van RTK-GPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van RTK-GPS. Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betrof, is het opgeboorde materiaal in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken).
3.2 Resultaten 3.2.1
Veldwaarnemingen
De plangebieden lagen er zoals verwacht bij: een woonwijk met parkjes en een gronddepot.
3.2.2
Geologie en bodem
Op grond van de resultaten van het booronderzoek blijkt er, zoals verwacht op basis van het bureauonderzoek, sprake te zijn van een gestapeld landschap in het plangebied. Van boven naar beneden zijn de volgende eenheden te onderscheiden. De bouwvoor en de verstoorde/opgehoogde bovengrond Aan het maaiveld werd in vrijwel alle boringen een laag siltig zand of zandige klei aangetroffen, met daarin wat humus, schelpen-, planten- en roodbakkende bouwpuinresten. Naast grindjes bevat het ook zand-, veen-, en/of kleibrokken. Op basis van deze kenmerken is dit pakket geïnterpreteerd als opgehoogde grond of verstoorde grond. Waarschijnlijk staan deze verstoringen en ophogingen in verband met de aanleg van de wijk Klapwijk en het gronddepot in het plangebied Oude Polder .
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
[26]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Dit pakket van verstoorde en opgehoogde lagen was verspreid over het plangebied zeer verschillend in dikte: tussen circa 10 – 250 cm dik. Overigens zijn door dikke puinlagen in het plangebied boringen 28, 30, 31 en 53 gestuit. De oude bouwvoor In een groot aantal van de boringen in het plangebied Klapwijk werd onder de opgehoogde/verstoorde bovengrond een laag zandige en humeuze klei aangetroffen. Hierin werden o.a. puinfragmenten, wat humus, zand- en kleibrokken en plantenresten aangetroffen. In de basis van deze oude akkerlaag werd in boring 50 ook een enkel fragment dierlijk bot waargenomen. Op basis van deze kenmerken is deze laag geïnterpreteerd als een (oude) akkerlaag, c.q. de bouwvoor voorafgaand aan de recente ophogingen in het plangebied. De top van deze bouwvoor bevindt zich op een diepte vanaf 30 -190 cm –mv (circa 2,9 tot 4,9 m -NAP). Mogelijk zijn deze grote verschillen in de diepteligging van dit niveau het gevolg van de lokaal dikke pakketten opgebracht materiaal, die verzakkingen en compactie van dit oude maaiveldniveau tot gevolg hadden. De afzettingen van het Laagpakket van Walcheren Direct onder de verstoorde/opgehoogde bovengrond of de oude bouwvoor werd in bijna het gehele onderzoeksgebied een pakket siltige of zandige kleilagen aangetroffen.
Deze kleilagen waren bovenin overwegend matig stevig, licht humeus en hebben op een aantal locaties een ontkalkte top. Op de boorlocaties waar deze lagen naast plantenresten ook een lichte humusaanrijking hadden, zijn deze lagen als kwelderafzettingen geïnterpreteerd, behorende bij het Laagpakket van Walcheren. Op de overige locaties waar in dit niveau bijvoorbeeld kalkconcreties zijn waargenomen, maar deze klei verder ‘schoon’ was op een enkele plantenrest of dunne zandlaag na, is dit niveau als een kreekoever van de Gantel geïnterpreteerd (zie voor de dieptes van de top van dit niveau tabel 7). Op enkele boorlocaties (boring 33, 35, 37, 38, 40, 42, 45 ) werden naar beneden toe steeds meer zanden humuslaagjes aangetroffen in de klei. In boring 27, 54, 55 en 56 werden dikke lagen detritusgyttja aangetroffen van geremanieerd veen. Deze beide pakketten afzettingen zijn op basis hiervan geïnterpreteerd als kreekgeulafzettingen. Beide soorten Gantel afzettingen worden gerekend tot de Formatie van Naaldwijk en het Laagpakket van Walcheren.
Diepte top in m –mv
Boornummer
1 11 25 26 29 33 35 37 38 39
0.5 0.75 1.15 1.6 0.9 1.4 0.6 0.95 0.8 0.7
RAAP-rapport 5288 / versie 17-06-2021
Diepte top in m –NAP
-3.557 -3.435 -3.981 -4.153 -3.17 -4.269 -2.984 -3.192 -3.106 -2.97
[27]
Plangebied Oude Polder en Klapwijk te Pij nacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
40 41 42 43 44 45 46 47 48 50 51 52 55 56 57 58