Bijlage 2A Waterparagraaf
Tekst van het document
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). De Verenigde Vergadering van Delfland heeft in de vergadering van 10 maart 2022 het ‘Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6)’ vastgesteld. Het Hoogheemraadschap van Delfland past zich steeds aan de veranderende omstandigheden aan. Waarom we aan droge voeten en schoon water werken, verandert niet. Wat we daarvoor moeten doen en hoe verandert wel. Dat blijkt ook uit het 6e Waterbeheerprogramma voor de periode 2022-2027, kort gezegd WBP6. De missie van het Hoogheemraadschap van Delfland (droge voeten, voldoende water, schoon water en gezuiverd afvalwater) staat centraal.
Naast een aantal verplichte onderdelen (de Kaderrichtlijn Water, de richtlijn overstromingsrisico’s, de richtlijn zwemwater en Natura 2000), die in het waterbeheerprogramma een plek moeten krijgen, heeft het WBP6 geen vormvereisten. De bedoeling is dat de waterbeheertaken van de waterschappen voor de komende zes jaar op een overzichtelijke manier worden gepresenteerd en dat het concrete maatregelen bevat. Delfland heeft voor het WBP6 een moderne opzet gekozen, namelijk een product met drie verschillende niveaus: WBP6 op hoofdlijnen, thematisch overzicht van maatregelen en activiteiten en de Kennisbank. Eén van de thema’s is klimaatadaptatie en hemelwater. Delfland past het watersysteem aan zodat dit bestand is tegen klimaateffecten. In het dichtbebouwde gebied is het complex en duur om alle opgaven binnen het watersysteem op te lossen: vaak ontbreekt ruimte om nieuw water aan te leggen en is draagvlak voor ingrijpende maatregelen beperkt. De ambitie is zo min mogelijk ontwrichting en schade door extreme weersomstandigheden als gevolg van klimaatverandering (hoosbuien, hitte, droogte) en door klimaateffecten op lange termijn (zeespiegelstijging, bodemdaling, verzilting). Diverse maatregelen zijn in het beheerprogramma opgenomen. Eén van de maatregelen is het vasthouden van neerslag.
In dit geval is het mogelijk om een beperkte extra hoeveelheid regenwater, neerkomend op de weg, af te voeren op nog in te richten naastgelegen plantsoenen. Waterklimaatplan Pijnacker-Nootdorp 2017-2020 De gemeente Pijnacker-Nootdorp en het Hoogheemraadschap van Delfland zien de impact van klimaatveranderingen op hun beheergebied en erkennen dat er nu gehandeld moet worden! Dit is geheel in de lijn van de Regionale Adaptatie Strategie Haaglanden (RAS), het Manifest Klimaatbestendige Stad en de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Overheden hebben hier afgesproken om in 2050 zoveel mogelijk klimaat adaptief te zijn met als tussendoel dat klimaatadaptatie in 2020 onderdeel is van beleid en handelen. Daarom heeft de gemeente samen met Delfland dit Waterklimaatplan 2017-2020 opgesteld waarin naast de maatregelen voor de komende vier jaar ook toekomstige kansen worden benoemd. Integraal waterbeheer in Pijnacker-Nootdorp moet zorgen voor droge voeten, een gezond watersysteem en een optimale beleving van het water. Voor droge voeten zijn de belangrijkste maatregelen: keringen en watergangen op orde houden; water vasthouden waar het valt; het overige water zoveel mogelijk op een plek verzamelen waar het geen overlast veroorzaakt; en als het niet meer regent het water afvoeren.
Om het water vast te houden, gaan ze zoveel mogelijk ontharden en groene daken en waterdoorlatende verharding aanleggen. Om het water te bergen, worden functies van percelen en bestemmingen gewijzigd, verharde oppervlakten afgekoppeld van de gemengde riolering en wordt waterafvoer door infiltratie (WADI) ingezet. Om het water af te voeren, worden grotere duikers aangelegd en watergangen verbreed.
Voor voldoende water zijn de belangrijkste aandachtspunten: verdroging en het inlaten van zoet en schoon water. Voor een gezond watersysteem is de ecologische en chemische waterkwaliteit belangrijk. In het waterklimaatplan zijn geen specifieke maatregelen of kansen opgenomen die van toepassing zijn op het plangebied of in de directe omgeving.
Watertoets In 2012 heeft het Hoogheemraadschap de Handreiking watertoets voor gemeenten vastgesteld en daarna regelmatig geactualiseerd. De handreiking is specifiek geschreven voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. Met deze handreiking wordt inzicht gegeven in de wijze waarop het Hoogheemraadschap van Delfland procedureel en inhoudelijk omgaat met de watertoets. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de landelijke en provinciale regelgeving. Met de watertoets wordt gestreefd naar een goede inpassing van water in ruimtelijke planvorming. Voorkomen moet worden, dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen negatieve effecten hebben op het watersysteem. Waar mogelijk moeten kansen worden benut om het watersysteem te verbeteren. Stevige dijken Het plangebied ligt deels in een (regionale) waterkering met een beschermingszone (zie afbeelding 6). Het gaat om het traject 335, 336 en 337 met de poldernaam 'Droogmaking in de Oude Polder van Pijnacker'. Daarnaast ligt het plangebied deels in primair water (leggercode POL21301247).
Afbeelding 6 | Uitsnede Legger (bron: Hoogheemraadschap van Delfland) In de waterstaatswerken wordt met behulp van de Keur maximaal bescherming geboden tegen ongewenste activiteiten en objecten die het functioneren of het beheer van de waterkering in gevaar brengen. Medegebruik van de waterkering voor onderliggende functies als wonen of recreatiegebied
kan onder voorwaarden toegestaan worden. De voorwaarden zijn afhankelijk van de zone waarin het medegebruik plaatsvindt. In deze zone kan medegebruik in principe het functioneren of het beheer van de waterkering in gevaar brengen. Voor de beoordeling of in deze zone medegebruik kan worden toegestaan, is het belangrijk te bepalen hoe het medegebruik is gesitueerd ten opzichte van het leggerprofiel, wat de kenmerken zijn van de waterkering en zijn omgeving, wat de gevolgen van het medegebruik zijn voor het beheer van de waterkering en wat het belang is van het medegebruik. In dit geval is het medegebruik, net als in de bestaande situatie, bestemd voor verkeer. In die zin kan de waterkering blijven functioneren. Echter is het op basis van de Keur verboden om zonder (water)vergunning waterstaatswerken aan te leggen of te wijzigen. In dit geval worden de wegprofielen van de Nieuwkoopseweg, Vlielandseweg en Katwijkerlaan (deels) verbreed en opgehoogd. Voor deze aanpassing is een (water)vergunning benodigd. Voor de kade Nieuwkoopseweg geldt een ophoogopgave voor het Hoogheemraadschap van Delfland. Bij de verzakte woningen Vlielandseweg 155-157 en Nieuwkoopseweg 1 is dat een aandachtspunt qua afwatering in relatie tot vloerpeilen en voordeurdrempels. De reconstructie van het kruispunt beoogt daarom een verlegging van de huidige kruinlijn van de waterkering Nieuwkoopseweg.
Hiervoor wordt los van het bestemmingsplanprocedure bij HH Delfland een procedure doorlopen, waarin ook de omgeving betrokken wordt. Met de voorgenomen kruinverschuiving en ophoging kan het nieuwe maaiveld, dat wil zeggen de bovenkant van de verhardingsconstructie, tot boven de leggerhoogte van 2.10- nap worden aangelegd, zodanig dat er in 30 jaar geen verzakking tot onder de leggerhoogte plaatsvindt. De waterdichtheid van de kade, vanwege de deels waterdoorlatende verhardingsconstructie (zand of puin), kan gegarandeerd worden met de toepassing van kleikisten of alternatieve oplossingen daarvoor. Indicatie beoogde kruinverschuiving:
Lichtblauw is huidige kruin en beschermingszone Donkerblauw is voorgenomen nieuwe kruin en beschermingszone Paars is ontwerp nieuwe situatie
Voorkomen van wateroverlast: Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast en moet worden gecompenseerd door extra waterberging aan te leggen. Daarnaast vindt Delfland het belangrijk dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met hevigere neerslag door klimaatverandering. De watersleutel berekent daarom de benodigde waterberging, zowel voor het compenseren van verharding als om gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Het Hoogheemraadschap van Delfland hanteert als waterbeheerder het ‘stand still’-principe. Elke toename van verhard oppervlak dient gecompenseerd te worden in de vorm van open water of op een andere geschikte wijze. In de bijlage is de watersleutel te vinden. De bestaande harde oppervlakte bedraagt circa 2.051 m². De toekomstige harde oppervlakte bedraagt circa 1.999 m². In de bestaande situatie is het plangebied voor 251 m² onverhard en in de toekomstige situatie is dat 303 m² (zie toelichting tekening bij watersleutel). Conform de watersleutel van Delfland is in de toekomstige situatie een oppervlakte aan waterberging nodig van 156 m². Er wordt 116 m² water gedempt en de extra te realiseren oppervlakte (ontwikkeling en klimaat 2050) is 40 m².
De gemeente heeft een afspraak gemaakt met het waterschap dat het te compenseren water wordt gerealiseerd in het peilgebied 'de Oude Polder van Pijnacker' ter hoogte van de hoek Lange Campen/Zijdeweg in Pijnacker (zie afbeelding 7). De nodige omgevingsvergunningen hiervoor zijn inmiddels verleend.
Afbeelding 7 | Hoek Lange Campen/Zijdeweg Pijnacker (bron: ruinmtelijkeplannen.nl) De watercompensatie is geborgd in de regels behorende bij dit bestemmingsplan. Hiermee wordt voldaan aan de watersleutel.
Watersysteem: Het plaatsen van een stalen damwand langs de Katwijkervaart leidt tot een versmalling van de watergang. De versmalling van de watergang leidt tot het dempen van een gedeelte van de watergang. Om deze demping mogelijk te maken zijn in beleidsregels ‘Dempen en graven’ de toetscriteria opgesteld waaronder dempen toegestaan wordt. De minimale waterbreedte van onderhavige watergang moet normaliter 5 meter zijn/blijven. In dit geval wil HH Delfland, op voorwaarden en ten behoeve van de verkeersveiligheid, instemmen met een minimale waterbreedte van 4,2 meter langs de Vlielandseweg. De hiermee mogelijke verbreding van het fietspad en aanleg van een voetgangersstrook komt de verkeersveiligheid van fietsers en voetgangers ten goede. De rijbaan wordt t.o.v. de oude situatie versmald, naar een volgens richtlijnen vereiste breedte. Grondwater en voorkomen zoetwatertekort: Het dieper plaatsen van de nieuwe stalen damwanden leidt niet tot een significant effect op de grondwaterstand in het bovenste zandpakket en de stijghoogte in het onderliggend pakket. Dit omdat er een dik pakket veen en klei aanwezig is met een zeer geringe horizontale doorlatendheid. In de huidige situatie is wel een interactie aanwezig, tussen de grondwaterstand in het bovenste zandpakket en het oppervlaktewater, door de naden/kieren tussen de betonnen damwandelementen.
De plaatsing van stalen damwanden (nagenoeg waterdicht) heeft mogelijk invloed op de grondwaterstand achter de damwand, wat weer kan leiden tot overlast bij de omliggende panden. Voorgesteld wordt om een (horizontale en infiltrerende) drainageleiding achter de nieuwe damwand te plaatsen. De drain kan in open verbinding worden gelegd met het oppervlaktewater waarmee de interactie tussen grondwaterstand en oppervlaktewater weer hersteld wordt.
Onderhoud en bagger: Delfland is verantwoordelijk voor het onderhoud van het primaire watersysteem en de waterkeringen. Dit betekent dat deze toegankelijk moeten zijn voor onderhoud. Voor het noodzakelijke beheer en onderhoud van het watersysteem is ruimte nodig in de vorm van onderhoudsstroken. Het primaire watersysteem, inclusief de onderhoudsstroken, zijn vastgelegd in de legger. In de toekomstige situatie verandert de onderhoudssituatie niet, behalve dat de watergang langs de Vlielandseweg smaller wordt. Dit is geen beletsel voor het te voeren onderhoud. Een eventuele nieuwe (particuliere) voetgangersbrug over betreffend deel watergang moet voldoen aan de geldende eisen voor doorvaarthoogte. De te maken stalen damwandconstructie komt in onderhoud bij de gemeente.