CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Vragen en antwoorden kadernota 2023

Raad Oordeelvorming 4 juli 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen Kadernota en Jaarrekening4.640 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen en antwoorden kadernota 2023 Nr . 1

fractie

Blz.

Vraag

Antwoord college

PvdD

algeme en

Het hoofdlijnenakkoord en het uitvoeringsprogramma zijn leidend bij de prioritering van de inzet van onze (uitvoerings)capaciteit. De opgestelde kadernota bevat voor de opstelling van de begroting 2024 daarvoor alle noodzakelijke uitgangspunten. Wel is er de afgelopen jaren veel inzet nodig gebleken op incidentele taakoverdrachten van het Rijk. Dit leidt soms tot spanning op inzet van beschikbare capaciteit. De impact hiervan nemen wij mee in de Planning & Control cyclus.

2

PvdD

3/4

Welke consequenties hebben de personeelstekorten binnen de gemeente voor de uitvoering van de gemeentelijke taken en het hoofdlijnenakkoord? (Kan alles worden uitgevoerd en levert het misschien extra kosten op voor inhuur, als dit al mogelijk is?) Welke knelpunten zijn er op dit gebied? Hoe worden structurele tekorten voor gemeentelijke kerntaken in de toekomst (2026-2027 e.v.) structureel gedekt?

3

PvdD

4 2e alinea

4

PvdD

4 2e alinea

5

PvdD

5

Waarom worden ambities van het college niet geremd door de onzekere perspectieven die het Rijk biedt? (Je zou toch denken dat hier wel rekening mee wordt gehouden?) Is er inmiddels al meer bekend over de meicirculaire en wat de consequenties hiervan zijn? U stelt voor om een egalisatiereserve in te stellen voor het opvangen van eventuele tekorten in de begroting voor de jaren 2026 en 2027. Dit onder andere om invulling te geven aan een wens van het ministerie van BZK (brief 11 juli 2022)? De structurele tekorten erna, veroorzaakt door verlaging

Voor alsnog is gekozen voor een incidentele dekking door een bestemmingsreserve Egalisatie Begrotingssaldo 2026 en 2027 in te stellen. Dit is in afwachting van de besprekingen tussen VNG en het Rijk over een oplossing van de structurele korting op het gemeentefonds van € 3 miljard euro met ingang van 2026. Het college blijft hierover ook graag in gesprek met de raad. Zie antwoord op vraag 1.

Deze is ontvangen en moet nog worden doorberekend. Wij verwachten de raad over de uitkomsten nog voor de behandeling van de Kadernota 2023 d.d. 4 juli 2023 te informeren. Momenteel is alleen de bestemmingsreserve Egalisatie Begrotingssaldo 2026 en 2027 ingesteld en wordt deze vooralsnog niet ingezet om het begrotingstekort 2026 en 2027 te dekken. Hierdoor blijven voor zowel provincie en het rijk de tekorten zichtbaar en is voor de raad inzichtelijk gemaakt dat de begrote tekorten voor deze twee jaren, indien nodig, uit de algemene reserve kunnen worden gedekt.

Nr .

fractie

Blz.

Vraag

Antwoord college

van de uitkering van het gemeentefonds in combinatie met hoge inflatiecijfers, zijn hiermee echter niet verholpen. Is het strategisch gezien niet beter om het probleem zichtbaar te houden in de begroting zodat de urgentie op provinciaalen rijksniveau beter gevoeld blijft worden? Wat adviseert de VNG ten aanzien van dit probleem en hoe gaan andere gemeenten hier mee om in hun begrotingen? 6

PvdD

7, 2e tabel

Hoe komt het dat de index van de gemeenschappelijke regelingen zo ontzettend hoog is (10,4%)?

7

PvdD

18 2e tabel

Punt 5: waarom wordt de bestemmingsreserve civiele kunstwerken opgeheven en wordt het saldo toegevoegd aan de algemene reserve?

8

PvdD

20

U stelt voor: 'Vanuit de reserve Financiële gevolgen corona is € 1 mln. gestort voor het uitvoeren van actieplan bestaanszekerheid 2023-2024’. Kunt u bevestigen dat de relatie tussen bestaanszekerheid en corona geen 1op-1 relatie is, omdat er meer problemen/crises zijn die de bestaanszekerheid bedreigen, en dit overstorten alleen om pragmatische redenen zo wordt uitgevoerd? Kan punt 10 afschrijvingslasten Groene Wijdte nader worden toegelicht?

9

PvdD

20

Voor indexatie volgen de verbonden partijen de actuele prijsontwikkelingen van het Centraal Plan Bureau. Voorheen vormde de meicirculaire hiervoor de basis maar in verband met de prijsstijgingen volgen ook zij de meest actuele CPB verwachtingen. Het beheerplan Civiele kunstwerken 2023-2026 is eind 2022 vastgesteld. Op basis hiervan is vanaf 2023 de voorziening Civiele kunstwerken heropend. Hierdoor kunnen de middelen die tijdelijk in de reserve civiele kunstwerken waren gestort terugvloeien naar de algemene reserve. In december 2022 is het Actieplan bestaanszekerheid 2023-2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin zijn onder andere het besluit opgenomen om € 1 miljoen te onttrekken aan de reserve Financiële gevolgen corona en te storten in de reserve Maatregelen bestaanszekerheid en het besluit dit te verwerken bij de Kadernota 2023. De Kadernota 2023 is het p&c document waarin dit raadsbesluit wordt verwerkt en is in dit geval geen afwegingsmoment.

Afschrijvingslasten voor bepaalde investeringen op sportpark de Groene Wijdte worden gedekt vanuit de bestemmingsreserve. Zodra een investering

Nr .

fractie

Blz.

Vraag

Antwoord college plaatsvindt dient de reserve aangevuld te worden tot aan de hoogte van de boekwaarde. De middelen worden ingezet voor herinrichting van het evenemententerrein rond de IJsbaan in Nootdorp.

10

PvdD

20

Punt 15 Om welke kwaliteitsverbeteringen van de Dobbeplas gaat het hier?

11

FG

4

12

FG

5

13

FG

5

Eerste regel: "Daarnaast worden wij als.....gemeenten": Hoe wordt rekening gehouden met de incidentele en structurele taken die overgedragen worden vanuit het Rijk aan de gemeente? Het lijkt er nu op dat deze uit de kadernota gehouden worden. Wellicht handig door dit wel in te calculeren d.m.v. een schatting die gebaseerd is op historische gegevens. Ik snap dat dit lastig is maar om het volledig buiten beschouwing te laten, lijkt mij niet terecht. In hoeverre is het mogelijk om in de kadernota hier een schatting van op te nemen? Op basis waarvan is de groei van 1,5% gebaseerd? Deze wordt niet toegelicht. Is het mogelijk een tabel op nemen waarin dit percentage nader is uitgewerkt gezien de inkomsten en uitgaven op dit percentage zijn afgestemd (reeds naar jaarstuk 2022 gekeken waar de onderbouwing niet uit te herleiden is). Dit lijkt mij bevorderend t.b.v. de transparantie. Leeswijzer: de jaartallen lijken mij hier niet accuraat. Het hoort hier om begroting 2023 (ipv 2024) te gaan op basis van de jaarrekening 2022 (i.p.v. 2023).

Vooralsnog is gekozen voor een incidentele dekking door een bestemmingsreserve Egalisatie Begrotingssaldo 2026 en 2027 in te stellen. Dit is in afwachting van de besprekingen tussen VNG en het Rijk over een oplossing van de structurele korting op het gemeentefonds van € 3 miljard met ingang van 2026. Het college blijft hierover ook graag in gesprek met de raad.

Is gebaseerd op zowel de particuliere als gemeentelijke meerjarige woningbouw prognose. Zie voetnoot onder eerste tabel pagina zeven, hoofdstuk Financieel kader.

Het woord ‘Begroting 2024’ is correct, het woord ‘Jaarrekening 2023’ moet zijn ‘Jaarrekening 2022’.

Nr fractie . 14 FG

Blz. 7

15

FG

8

16

FG

11

17

FG

11

Vraag

Antwoord college

Als er rekening wordt gehouden met een groei van 1,5% in de komende jaren en als startpunt wordt het aantal inwoners in 2023 genomen, dient de 1,5% ieder jaar toegepast te worden op de inwoners van dat jaartal en niet slechts op 2023 wat ervoor zorgt dat er een gelijke groei is te zien van 880. Hetzelfde geldt voor de groei in woningen. Waarom is dit lineair toegepast en niet exponentieel? Hoe is er structureel 5,05 miljoen vrijgemaakt en hoe rijmt dit met de aanbiedingsnota? Ik zie dit niet terug in de tabel (in de aanbiedingsnota). Over hoeveel jaren is dit structureel toebedeeld (voor welke periode; bestuursperiode 20212025)? In de tabel inzake prijs- en areaalindexatie 2024-2027, zie ik dat er ruimte in het budget wordt gecreëerd in het jaar 2023 door deze indexatie van EUR 298k. In het kadervoorstel staat dit echter als een daling/last t.a.v. het saldo weergeven van minus EUR 298k. Dit is een verschil van EUR 596k. Wat is het correcte bedrag (is dit een positief bedrag of betreft dit een negatieve mutatie? Is de begroting van 2023 reeds finaal? Want de kadernota is toch input voor de begroting 2023? In dat geval gaat het om de

Jaarlijks komen er 352 woningen bij. Er wordt gerekend met 2,5 inwoners per woning. Dit betekent een groei van 880 inwoners per jaar.

Zie hiervoor de toelichting onder de tabel op pagina 8. Niet alle mutaties worden afzonderlijk in de aanbiedingsnota benoemd. Structureel betekent met ingang van 2023 en verder.

In de tabel inzake prijs- en areaalindexatie 2024-2027 op pagina elf bedraagt de mutatie voor het jaar 2023 voor de indexering -/- € 298 K. Dit heeft geen gevolgen voor het begrotingssaldo, want hierin is rekening gehouden met het juiste bedrag van -/- € 298K, zie eerste tabel op pagina negen.

De primaire begroting 2023 is vastgesteld in november 2022. Met de Kadernota 2023 wordt zowel het begrotingsjaar 2023 gewijzigd en is tevens input voor de meerjarenbegroting 2024-2027.

Nr .

fractie

Blz.

18

FG

11

19

FG

14

20

FG

14

21

FG

16

Vraag Primaire begroting en niet de Begroting 2023. Tabel - Collegebesluiten en actualisatie budgetten sectie lagere rentelasten. Wanneer ik naar de toelichting (p.13) kijk, zou ik als gevolg van lagere rente lasten, een mutatie in de tabel verwachten over de jaren 2023- 2026. Deze zie ik niet terug. Daarnaast zie ik in 2027 een positief bedrag staan van EUR 312k. Waarop is dit gebaseerd? Is de lening nu afgelost en valt er budget vrij? (1) Waarom zit een onttrekking in het baten en lasten stelsel. De dotaties snap ik. Echter de onttrekking heeft toch geen impact op het baten en lasten stelsel? Het is geen baat noch een ontvangst, het is een mutatie in een reservering. (2) Is het mogelijk om een toelichting te ontvangen op de mutatie in de dotatie reserve en onttrekking reserve van -EUR 33.080k respectievelijk EUR 38.100k? In de tabel Mutaties per programma, wordt voor het jaar 2023 een begrotingssaldo opgenomen na bestemming van EUR 2.483k. Deze wijkt af van het voorstel waarin dit saldo EUR 2.484k is opgenomen. Kan dit consistent worden gemaakt? In de tabel Mutaties per programma, wordt voor het jaar 2027 een begrotingssaldo opgenomen na bestemming van minus EUR

Antwoord college

De gevolgen van de aflossingen in de jaren 2023 t/m 2026 zijn reeds verwerkt in vorige begrotingen. Bij de kadernota 2023 wordt de jaarschijf 2027 toegevoegd waarbij de gevolgen van de aflossing over het jaar 2026 worden verwerkt in het jaar 2027. In paragaaf 5.2 is een tabel opgenomen waarin de jaarlijkse aflossing langlopende leningen zijn opgenomen.

Volgens de BBV regels is de onttrekking aan de reserve een inkomst op exploitatie (batenkant). In het verleden is ervoor gekozen de stand van alle reserves per jaar weer te geven en niet de afzonderlijke mutaties. De wens zullen we voor een volgende kadernota meenemen.

In diverse tabellen kunnen afrondingsverschillen ontstaan.

In diverse tabellen kunnen afrondingsverschillen ontstaan.

Nr .

22

fractie

FG

Blz.

18

Vraag 3.844. Deze wijkt af van het voorstel waarin dit saldo minus EUR 3.833 is opgenomen. Kan dit consistent worden gemaakt? In de eerste tabel inzake de actualisatie van de vermogenspositie, spelen de volgende vragen: (1) In punt 12 in de tabel zie ik dat de aanvullende afschrijvingslasten staat van activa in 2023 minus EUR 4.588k omdat dit ten laste gaat van de algemene reserve. Waarom is dit bedrag relatief gezien veel hoger dan in de opeenvolgende jaren: EUR 149k? (2) Dit is geen accurate weergave van de inschatting van de vermogenspositie ook niet voor de jaren 2026 en 2027 gezien er geen rekening wordt gehouden met het te verwachten resultaat. Het toevoegen van het resultaat per jaar heeft een aanzienlijke impact. Is het mogelijk om de situatie met voorgestelde vorming van de reserves te weergeven (voorstel 5 en 6; aanbiedingsnota) in een tabel zodat dit de transparantie ten goede komt? Dit lijkt namelijk dan veel behapbaarder met inachtneming van het geschatte resultaat. (3) Kan het kloppen dat de minnen en plussen zijn omgewisseld tussen de regels 17 en 18? De stortingen horen positieve bedragen te zijn en de onttrekkingen negatief.

Antwoord college

In het bedrag van € 4.588K is een bedrag inbegrepen van € 4.196K voor de dekking van de kapitaallasten voor de verlengde Komkommerweg. In de betreffende tabel is op regel 17 rekening gehouden met het verwacht negatief begrotingssaldo. Daarmee geeft de tabel een accuraat verwachte inschatting van de vermogenspositie.

De betreffende tabel geeft een overzicht van de algemene reserve. Regel 17 betreft het verwerken van het negatief begrotingssaldo, waardoor de algemene reserve lager wordt, dus een min. Regel 18 betreft de inzet van de Egalisatiereserve om het negatief begrotingssaldo te dekken, waardoor de algemene reserve toeneemt, dus een plus. De getallen zijn juist in de tabel.

Nr fractie . 23 s

Blz. 19

24

FG

19

25

FG

19

26

FG

23

27

FG

23

Vraag

Antwoord college

In de tabel boven Hoofdstuk 4.3 klopt het beschikbare weerstandscapaciteittabel per 1 januari 2027 niet. Deze positie dient EUR 87.319 te zijn i.p.v. EUR 86.682. Dit houdt in dat het ratio weerstandsvermogen opnieuw berekend dient te worden voor dit jaar. Klopt dit? Zo ja, wat zijn de nieuwe bedragen? In de eerste alinea van paragraaf 4.3 wordt er verwezen naar paragraaf 3.2. Hoort dit niet 4.2 te zijn. Op welke tabel heeft de toelichting betrekking? Graag t.b.v. transparantie/ inzichtelijkheid verwijzen naar de betreffende tabel. Begin van regel " Doordat de gemeente…Schatkistbankieren". Met welk rente percentage is rekening gehouden? (1) Onder de tabel inzake de schuldpositie, wordt er netto schuld positie van minus EUR 35 miljoen weergeven (dus geen schuld positie), wanneer ik dezelfde methodiek toepas zoals omschreven in de toelichting om de netto schuld positie te berekenen voor 2027, behoort deze EUR 26,7 (EUR 8.334 +-EUR 35.005) miljoen te zijn en geen minus EUR 30,5 miljoen. Klopt dit of dient het anders gelezen/geïnterpreteerd te worden? Graag toelichten. (2) Daarnaast lijkt de laatste zin "De leningportefeuille bedraagt..." niet

Inderdaad dient het beschikbare weerstandscapaciteit € 87,319 miljoen te zijn. Met dit bedrag is echter wel rekening gehouden in de berekende ratio. De vermelde ratio per 31 december 2027 blijft 8,55.

Dit klopt, dit hoort de verwijzing naar paragraaf 4.2 te zijn.

In beide toelichtingen staat een verwijzing in getallen naar de tabel erboven.

Met 2% op jaarbasis.

De tabel geeft de totaalschuld aan per 31 december van elk jaar. Ook van 2027. De omschreven methodiek is bedoeld om de situatie per 1 januari van 2023 te berekenen.

Nr .

fractie

Blz.

Vraag

Antwoord college

afgemaakt. Klopt het dat het een lening portefeuille van EUR 80,5 miljoen betreft.

De zin is wel afgemaakt, alleen had “de komma” achter € 80 niet geplaatst moeten worden. In de zin had het bedrag € 80 miljoen, € 80,5 miljoen of rond de € 80 miljoen kunnen zijn.

(3) In het kader van transparantie is het goed om de resterende schuld, eind 2027, op te nemen van EUR 25,5 miljoen i.p.v. EUR 25 miljoen is. Graag consistent maken. 28

FG

24

29

FG

25

30

CDA

4

De totale netto-schuldpositie ging van - EUR 35,2 miljoen , wat in feite geen schuldpositie is naar EUR 26,7 miljoen. Het verschil in netto-schuldpositie tussen de jaren 2023 en 2027 is: EUR 61,9 miljoen en geen EUR 5 miljoen. Klopt dit? Zo ja, wat is het effect hiervan op de kadernota? Welke acties worden er genomen t.a.v. het niet behalen van de streefnorm?

U schrijft dat “[d]e ambities van het college niet geremd [worden] door de onzekere perspectieven die het Rijk biedt” gelet op het rijksbesluit t.a.v. het gemeentefonds. Kunt u een aantal van deze ambities noemen die het college voor de huidige collegeperiode nog heeft? Kunt u tevens aangeven in hoeverre de capaciteit (qua fte) binnen de ambtelijke organisatie in staat is

De aangegeven € 25 miljoen is qua richting duidelijk genoeg.

Het antwoord op vraag 27 geeft aan dat € 26,7 miljoen juist is. Daardoor vervalt deze vraag.

De streefnorm is vastgesteld op + 100% als bovengrens van de schuldquote waarbij geldt dat hoe lager hoe beter is. In de tabel is aangegeven dat de schuldquote voor alle jaren lager is dan 0 (nul)% en dit dus meer dan 100% punten afwijkt van de bovengrens van de streefnorm en daarmee beter is dan de streefnorm. Acties zijn daardoor niet nodig. Er is een hoofdlijnenakkoord en een uitvoeringsprogramma door de raad vastgesteld en alle ambities daaruit zijn ook in de voorliggende kadernota verwerkt. Het hoofdlijnenakkoord en het uitvoeringsprogramma zijn leidend bij de prioritering van de inzet van onze (uitvoerings)capaciteit. De opgestelde kadernota bevat voor de opstelling van de begroting 2024 daarvoor alle noodzakelijke uitgangspunten.

Nr .

fractie

Blz.

31

CDA

5

32

CDA

7

33

CDA

7

Vraag om (a) deze ambities te verwezenlijken en (b) of daarin een verschil te bemerken is tussen beleid en uitvoering? En (c) of er in die hoedanigheid ruimte is voor grotere ambities? Bestemmingreserve Egalisatie begrotingssaldo 2026 en 2027. Op welke gronden mag je nu al (in 2023) een reserve vormen om een verondersteld tekort op te vangen? De uitgangspunten voor het meerjarenperspectief bevatten o.a. de groei van het aantal woningen en het aantal inwoners. Het CDA vraagt zich af of de groei van het aantal inwoners gekoppeld is aan de groei van het aantal woningen en zo ja, waarom het college uitgaat van 2,5 inwoner per nieuwbouwwoning (352 woningen/880 inwoners)? Kan het college reflecteren op het woningbouwprogramma dat zij voorstaat gelet op het aantal inwoners per woning? Acht het college het – gelet op het economisch tij en stijgende (hypotheek)rente – haalbaar om 352 woningen per jaar te (laten) stichten? Treft het college maatregelen om (woningbouw)ontwikkelingen toch doorgang te laten vinden in PijnackerNootdorp en zo ja, welke? Ziet het college

Antwoord college

Het vormen en inzetten van een bestemmingsreserve is aan de gemeenteraad en op basis hiervan mag in 2023 reeds een reserve worden gevormd.

De 2,5 inwoners per woning is gebaseerd op historische gegevens.

Het college acht het haalbaar dat er gemiddeld jaarlijks 352 woningen worden gebouwd in de komende 4 jaar, omdat het grondexploitaties van de gemeente of particuliere ontwikkelingen betreft, waarbij er al overeenkomsten zijn gesloten met ontwikkelaars en corporaties. Vooralsnog is het niet nodig dat er extra maatregelen worden genomen. Hieronder treft u de woningbouwprognose voor de jaren 2023 t/m 2026 aan.

Nr .

fractie

Blz.

Vraag

Antwoord college

daarbij een grotere rol weggelegd voor de woningbouwcorporatie(s)?

Project

2023

2024

2025

2026

Gemeentelijke grondexploitaties Ackerswoude

0

17

0

0

Centrumlijn Noord en Zuid

0

420

108

0

Keijzershof - Park van Buijsen

23

0

0

0

Hart van Nootdorp

0

62

50

0

Oude Leede

0

2

0

0

Tuindershof

87

84

106

0

Stanislas 1

0

96

0

0

De Scheg

89

116

118

0

Berkenhof

0

0

0

30

199

797

382

30

Particulier initiatief

Totaal

34

CDA

7

35

CDA

10

Waarom is de stijging bij GR-en voor 2024 zo hoog (10,4%) ten opzichte van de jaren die volgen? Kunt u aangeven wat de stand van zaken is (landelijk) met de Transformatie Beschermd Wonen?

Zie antwoord op vraag zes.

Op 22 mei 2023 is bekend geworden dat het wetsvoorstel woonplaatsbeginsel voor Beschermd Wonen en het daarmee samenhangend nieuw financieel verdeelmodel niet meer op 1 januari 2024 kan ingaan. Dit komt doordat de

Nr .

fractie

Blz.

36

CDA

12

37

CDA

13

38

CDA

18

39

CDA

Alg.

Vraag

U schrijft dat “[h]et totaal van de toegekende subsidies [niet] past binnen de bestaande budgetten 2023.” Welke redenen zijn er voor overschrijving m.b.t. de subsidielijst Maatschappelijke Ondersteuning? Voorziet u dat dit een structureel fenomeen zou kunnen worden? Kunt u aangeven om welke stelposten het gaat wanneer u schrijft over vrijval oude stelposten uit algemene uitkering? Voor de aanleg van de metropolitane fietsroute Delft-Oude Leede-Rotterdam Alexander is een voorziening gevormd van € 2.615.000. Daarnaast ontvangt de gemeente Delft een bijdrage van € 1.020.000 van Pijnacker-Nootdorp voor de werkzaamheden die zij uitvoeren. Wordt deze ongeveer € 1 miljoen uit de voorziening betaald of komt deze nog bovenop de ruim € 2,6 miljoen? In de vorige Kadernota gaf het college in reactie op vragen van het CDA aan dat de

Antwoord college Tweede Kamer het wetsvoorstel niet meer voor het zomerreces kan behandelen. De invoerdatum van 1 januari 2024 is dan niet meer haalbaar. De nieuwe streefdatum wordt nu 1 januari 2025. Ondanks dat onze koers en ambitie rond de transformatie van Beschermd Wonen naar een Beschermd Thuis niet wijzigen (wij volgen de uitvoeringsagenda), verwachten wij dat dit uitstel wel consequenties heeft voor ons proces. Momenteel maken we samen met de andere H5-gemeenten en de VNG inzichtelijk welke consequenties dit zijn. Wij verwachten in ieder geval een wijziging in de (planning van de) implementatie van de lokale toegang. Er is een risico dat dit in volgende jaren ook het geval kan zijn omdat extra inzet van organisaties nodig is gebleken op basis van maatschappelijke ontwikkelingen. Bij de subsidiebeoordeling van het volgende jaar bekijken we deze aanvragen opnieuw.

Dit betreft meerder onderwerpen, waaronder taakmutatie Donorwet, Ambulantisering GGZ. De € 1.020.000 is geen onderdeel van de € 2.615.000.

Het project toekomst tuinbouw is inmiddels afgerond. Het project verbinding tuinbouwondernemers is een continue activiteit geworden. De projecten

Nr .

fractie

Blz.

40

CDA

Alg.

41

D66

4

42 D66

7

43 D66

9

Vraag

Antwoord college

projecten genoemd bij ‘uitvoering Werkboek Oostland’ waren vertraagd (Herstructurering, Tuinbouwjongeren Oostland, Verbinden tuinders en Innovatieve Tuinbouwruimte). Hoe staat het nu met deze projecten? Wat is de status van de cursus Goedkoop Gezonde Voeding die eerder door corona was uitgesteld?

herstructurering en innovatieve tuinbouwruimte lopen door in 2023. Ingeschat wordt dat in ieder geval herstructurering in 2024 ook nog een vervolg krijgt.

Op moment van indienen van deze vragen was de meicirculaire nog niet doorgerekend. Kan het college in een helder schema per programmaonderdeel aangeven wat de wijzigingen ten opzichte van deze kadernota zijn? Kan het college aangeven waar de prijsstijgingen die zijn doorgevoerd bij de gemeenschappelijke regelingen op is gebaseerd? We kunnen de 10,4% niet terugvinden in de genoemde kaderbrief. In hoeverre is de compensatie door het rijk voor loon en prijsontwikkelingen juist

De cursus Goedkoop Gezonde Voeding is in november 2022 voor het eerst gegeven onder de naam ‘’Lekker voor Weinig’’. Per workshopavond is er ruimte voor tien deelnemers. In november zaten alle avonden vol en bleek er veel interesse voor te zijn. In 2023 hebben we dit opnieuw georganiseerd met twee avonden in januari en in maart met zes avonden, tijdens de Week van het Geld. In maart werden de workshops ook voor het eerst op locaties in alle drie de kernen aangeboden (voorheen was dit alleen in Pijnacker). Dat is erg goed bevallen. Er is veel aandacht aan gegeven op diverse sociale media van onder ander Telstar Online, Natuurlijk PN en Bibliotheek Oostland. Het voornemen is om in het najaar van 2023 opnieuw een aantal workshopavonden te organiseren. Dit zal te zijner tijd ook weer via verschillende kanalen bekend worden gemaakt. Zie antwoord op vraag vier.

Zie antwoord op vraag zes.

Dit wordt meegenomen in de informatienota Meicirculaire 2023.

Nr .

fractie

Blz.

44 D66

13

45 D66

18

46

PPN

3 en 10

47

PPN

10

Vraag ingeschat? Zo niet, hoe wordt dat dan verwerkt in het Saldo van de kadernota (staatje blz 9). Kan het college de vrijgevallen oude stelposten uit algemene uitkering benoemen, inclusief bedragen? In de actualisatie vermogenspositie zien we een negatieve trend. Welke beleidsvoornemens lopen hierdoor de komende jaren het gevaar niet uitgevoerd te worden, danwel welke bezuinigingen heeft het college nu voor ogen om de tekorten te dekken, dan wel hoe denkt het college dit te voorkomen? Kan de wethouder het genoemde rijksbesluit t.a.v. het gemeentefonds (nogmaals) uitleggen?

Is er sinds het opstellen van de kadernota een ontwikkeling geweest met betrekking tot de groei van het gemeentefonds in de vorm van een extra eenmalige of structurele oplossing? Welke oplossingen ziet het

Antwoord college

Zie antwoord op vraag 37.

Deze reeks laat zien op welke wijze de algemene reserve (AR) wordt ingezet. De ’negatieve trend’ wordt vooral veroorzaakt door de verwachte negatieve begrotingssaldi 2026 en 2027. Door het inzetten van de AR worden deze saldi aangevuld en daarmee worden (vooralsnog) structurele bezuinigingen voorkomen. De AR kan worden ingezet tot de ondergrens van ‘benodigde weerstandscapaciteit’ is bereikt. In dat geval is de hoogte van de weerstandsratio 1,0. Op pagina 19 is in de tabel te zien dat de komende jaren de hoogte van de weerstandsratio ruim boven de 8,0 blijft. In het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV zijn afspraken gemaakt over de hoogte van het gemeentefonds die hebben geleid tot een structurele afname van het fonds van ongeveer € 4 mrd per jaar m.i.v. 2026 (het zgn Ravijnjaar). Voor 2026 is in de laatste rijksbegroting eenmalig € 1 mrd toegevoegd en in de voorjaarsnota 2023 is aangekondigd deze € 1 mrd m.i.v. 2027 structureel toe te voegen aan het gemeentefonds. Het rijk is van mening dat de gemeenten in 2022 t/m 2025 ruim voldoende geld krijgen via het gemeentefonds en dat zij voor de ‘magere jaren’ 2026 e.v. moeten sparen. Dit is op basis van de begrotingsregel: “structurele kosten moeten worden gedekt uit structurele opbrengsten” niet uit te leggen. De VNG is hierover al geruime tijd met het Rijk in gesprek, met vooralsnog onvoldoende resultaat.

Zie de ai nota betreffende de uitkomsten van de meicirculaire 2023. Voor alsnog is gekozen voor een incidentele dekking door een bestemmingsreserve Egalisatie Begrotingssaldo 2026 en 2027 in te stellen. Dit is in afwachting van de besprekingen tussen VNG en het Rijk over een oplossing van de structurele korting op het gemeentefonds van € 3 miljard met ingang van 2026. Het college blijft hierover ook graag in gesprek met de raad.

Nr .

fractie

Blz.

48

PPN

11

49

PPN

11

50

VVD

11

51

VVD

8

52

VVD

12

53

VVD

25

Vraag college van Pijnacker-Nootdorp om tot een structurele sluitende begroting te komen? Is het eenmalige bedrag voor het wegwerken van de opgelopen werkvoorraad APV vergunningen voldoende, of is hier een structureel budget nodig? Zo nee, door welke maatregel realiseren we dat de werkvoorraad niet weer oploopt? Bij het ‘schatkistbankieren’ wordt gesproken over een hogere opbrengst door hogere rente. Toch neemt het bedrag af. Is hier een uitleg voor? Welk bedrag verwacht het college uit te geven aan de tijdelijke huisvesting van de Jan Janssen hal? Voor gas en elektra is 100% prijsstijging ingeboekt. Is dit voor de jaren daarop ook ingeboekt? Gemeentepolis, kan het college aangeven door hoeveel mensen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening? Woonunits crisisopvang. Worden deze kosten niet vergoed vanuit het rijk?

Antwoord college

Het eenmalige bedrag voor het wegwerken van de opgelopen werkvoorraad is voldoende. Het nieuwe VTH-beleid en VTH-uitvoeringplan worden op dit moment ontwikkeld. Op basis daarvan wordt een inschatting gemaakt of er nog aanvullende structurele capaciteit nodig is op het gebied van APV vergunningen.

Het saldo bij Schatkistbankieren neemt de komende jaren af als onder andere het gevolg van aflossingen op opgenomen langlopende leningen. Wel zijn sinds 2022 door een oplopend rentepercentage de renteopbrengsten toegenomen. Afgerond € 690.000 (incl. niet verrekenbare BTW). Dit is gelijk aan het beschikbare exploitatiebudget, na vaststelling van de Kadernota 2023. In de informatienota met berichtnummer 1263408 kunt u meer informatie vinden over het budget van de tijdelijke sporthal. Ja, de bijstelling van de jaarschijf 2023 van 100% wordt in de jaren daarna meegenomen, zoals gebruikelijk is bij prijsindexering. In 2023 maken 287 kinderen en 385 volwassenen gebruik van de Gemeentepolis (672 totaal). De gemeente krijgt per beschikbaar bed een normbedrag van € 83,- per dag. .De aanschaf van de woonunits vallen onder het normbedrag van €83,-. Er wordt uitgegaan van de dekking van het deel van de afschrijvingslasten waarmee de woonunits in gebruik worden genomen door Oekraïense ontheemden. Voor de rest van het afschrijvingstermijn dient de gemeente de kosten zelf te dekken vanuit bijvoorbeeld huurinkomsten als de woonunits worden ingezet voor andere doeleinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12908605/1