CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Samenwerkingsovereenkomst MFR Delft - Rotterdam Alexander, juli 2022

Raad Beeldvorming 26 oktober 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 14604933.977 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

juli 2022

Samenwerkingsovereenkomst Metropolitane Fietsroute

Metropolitane Fietsroute Delft - Rotterdam Alexander Gemeenten Delft, Lansingerland, Pijnacker–Nootdorp, Rotterdam en Metropoolregio Rotterdam Den Haag

Samenwerkingsovereenkomst Metropolitane Fietsroute Delft – Rotterdam Alexander DE ONDERGETEKENDEN: de publiekrechtelijke rechtspersoon Metropoolregio Rotterdam Den Haag, zetelend te 3014 GN Rotterdam, aan de Westersingel 12 aldaar, in deze vertegenwoordigd namens de voorzitter Bestuurscommissie Vervoersautoriteit door het bestuurscommissielid van de gemeente Ridderkerk (voormalig portefeuillehouder Fiets en verkeersveiligheid), de heer P. Meij, hierna te noemen: ‘MRDH’ en de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Rotterdam, zetelend te 3011 AD Rotterdam, aan de Coolsingel 40 aldaar, in deze namens de burgemeester vertegenwoordigd door de wethouder Mobiliteit, de heer V.P.G. Karremans, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van Burgemeester en Wethouders d.d.………………………………………, hierna te noemen: ‘Rotterdam’, en de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Lansingerland, zetelend te 2662 SB Bergschenhoek, aan de Tobias Asserlaan 1 aldaar, in deze namens de burgemeester vertegenwoordigd door de wethouder Verkeer en Vervoer, de heer S.

Fortuyn, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van Burgemeester en Wethouders d.d.………………………………………, hierna te noemen: ‘Lansingerland’, en de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Delft , zetelend te 2611 BV Delft , aan het Stationsplein 1 aldaar, in deze namens de burgemeester vertegenwoordigd door de wethouder Verkeer en Verkeersveiligheid, mevrouw M. Huijsmans, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van Burgemeester en Wethouders d.d.………………………………………, hierna te noemen: ‘Delft’, en de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Pijnacker- Nootdorp, zetelend te 2641 EZ Pijnacker, aan het Oranjeplein 1 aldaar, in deze namens de burgemeester vertegenwoordigd door de wethouder Mobiliteit, mevrouw I.M.M. Jense – van Haarst, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van Burgemeester en Wethouders d.d.………………………………………, hierna te noemen: ‘Pijnacker-Nootdorp’, waarbij a) Rotterdam, Lansingerland, Delft en Pijnacker-Nootdorp hierna gezamenlijk worden aangeduid als “Gemeenten”;

Pagina 1 van 12

b) MRDH, Rotterdam, Lansingerland, Delft en Pijnacker-Nootdorp hierna gezamenlijk worden aangeduid als de samenwerkende “Partijen”; NEMEN HET VOLGENDE IN OVERWEGING: 1.

De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), vertegenwoordigd door 23 gemeenten in het algemeen bestuur, heeft in 2016 de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid (UAB) 2016-2025 vastgesteld.

2.

In de UAB staat onder andere vermeld: ‘’Het belang dat mensen hechten aan ‘gezond leven’ neemt toe. Dit vertaalt zich onder meer in een grotere bereidheid om te fietsen. Het belang van gezondheid draagt ook bij aan een lagere maatschappelijke acceptatie van overlast als gevolg van verkeer (lucht, geluid, trillingen) en risico’s (verkeersonveiligheid, groepsrisico’s gevaarlijke stoffen).”

3.

In de UAB staat ook de opgave om een Metropolitaan hoofdfietsnetwerk te realiseren (hierna: netwerk). De doelstelling is dat 10% meer inwoners van een woongebied, binnen 45 minuten fietsen een belangrijke economische toplocatie bereiken.

4.

Het netwerk ontsluit de economische kerngebieden en de Metropolitane woongebieden. Met dit netwerk worden inwoners gestimuleerd om de fiets te gebruiken voor woonwerkverkeer. Dat verbetert de bereikbaarheid van de regio, vermindert de CO2-uitstoot en stimuleert mensen om meer te bewegen.

5.

De Bestuurscommissie Vervoersautoriteit (BCVa) heeft op 31 januari 2018 de rapportage ‘Fiets in de MRDH’ vastgesteld. De rapportage is de uitwerking van mogelijke Metropolitane Fietsroutes (MFR’s) waarin op voordracht van de gemeenten vier fietsroutes zijn geprioriteerd. Deze routes scoren hoog op verbetering van de bereikbaarheid van de economische kerngebieden, kennen een samenloop met lopende initiatieven en bezitten ambtelijk draagvlak van de gemeenten. De fietsroute Delft – Rotterdam Alexander, waar deze samenwerkingsovereenkomst op ziet, is één van deze vier routes. Het voorkeurstracé van deze MFR is opgenomen in bijlage 3a.

6.

De BCVa heeft op 6 maart 2019 besloten om de ter beschikking staande subsidieregeling aan te wenden voor de realisatie van de MFR’s en het maximale subsidiepercentage voor aanvragen in de periode tot 1-1-2025 te verhogen van 50% naar 70%. Dit besluit impliceert tevens dat door de BCVa is besloten dat de MFR’s uiterlijk op 1 maart 2026 gerealiseerd moeten zijn (uitgaande van drie maanden voor subsidieverlening en twaalf maanden voor realisatie). De subsidieverlening aan een individuele gemeente staat los van de realisatie van het gehele traject.

7.

In het ‘Besluit van de bestuurscommissie van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag houdende regels omtrent de Uitvoeringsregeling Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag’ (Uitvoeringsregeling) zijn Pagina 2 van 12

voorwaarden opgenomen waaraan voldaan moet worden als een project van een MFR in aanmerking wil komen voor subsidie. Een van de voorwaarden is dat wegbeheerders aantoonbaar samenwerken om het gehele traject van een MFR te realiseren. Een andere voorwaarde is dat het project zo goed mogelijk voldoet aan de eisen voor snelle Fietsroutes uit de Ontwerpwijzer fietsverkeer (351) van de CROW. 8.

De BCVa heeft op 28 oktober 2020 de geactualiseerde ‘handleiding Metropolitane Fietsroutes met bijbehorende infographic’ vastgesteld als hulpmiddel voor gemeenten bij de planuitwerking en realisatie van de MFR’s (zie bijlage 1). De richtlijnen in deze handleiding zijn afgeleid van de bij overweging 7. aangegeven Ontwerpwijzer fietsverkeer van de CROW en biedt gemeenten handvatten voor het bepalen van het voorkeurstracé en voor het uitwerken van de route met de beoogde inrichtingskwaliteit en met aandacht voor thema’s zoals landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing, verkeersveiligheid, het stimuleren van fietsgebruik en duurzaamheid. Deze handleiding wordt voor alle MFR’s gebruikt.

9.

De BCVa heeft voorts op 13 oktober 2021 besloten om Maatwerkafspraken mogelijk te maken voor zogenoemde Complexe Schakels binnen de MFR’s, onder de voorwaarde dat “de bestuurlijke toezegging van gemeenten voor realisatie van de gehele route overeind blijft”. De maatwerkafspraken zien op verlenging van de realisatietermijn specifiek voor de Complexe Schakels en worden apart schriftelijk vastgelegd. Voor deze Complexe Schakels kan, ook na het verstrijken van de deadline zoals aangegeven in overweging 6., aanspraak worden gemaakt op een subsidiepercentage van 70%.

10.

De verkenningsfase waarin Gemeenten en MRDH tot overeenstemming zijn gekomen over het voorkeurstracé, de kostenindicatie en de haalbaarheid van de MFR op schetsontwerpniveau, is bij alle Gemeenten afgerond en Partijen willen de afspraken die in deze fase zijn gemaakt, vastleggen in deze samenwerkingsovereenkomst.

11.

Gemeenten zijn belast met het wegbeheer en het beheer en onderhoud van wegen en fietspaden binnen de eigen gemeentegrenzen en vandaaruit zelf verantwoordelijk voor de verdere planuitwerking, realisatie en het beheer en onderhoud van die delen van een MFR die binnen het eigen grondgebied vallen.

12.

Partijen delen bij het realiseren van de MFR echter ook een gezamenlijk belang wat aangeduid kan worden als ‘gedeeld eigenaarschap’, namelijk dat er binnen afzienbare tijd een hoogwaardige en aaneengesloten MFR gereed komt. Bij volledige realisatie van de MFR draagt deze optimaal bij aan de gestelde beleidsdoelen en is de bruikbaarheid en aantrekkelijkheid van de route optimaal. Daarvoor is commitment nodig van alle Gemeenten.

13.

Om het gedeelde eigenaarschap vorm en inhoud te geven, maken Partijen afspraken, willen ze samenwerken en elkaar helpen in het verdere ontwerp- en realisatieproces.

Pagina 3 van 12

Pagina 4 van 12

KOMEN HET VOLGENDE OVEREEN: Artikel 1 Begrippen De in deze overeenkomst met een hoofdletter beginnende begrippen hebben de volgende betekenis: 1.1.

Best Practice: een techniek, werkmethode, proces of activiteit die zich als effectiever heeft bewezen dan enige andere techniek, methode et cetera. 1.2. Bestuurscommissie Vervoersautoriteit (BCVa): door het algemeen bestuur van de MRDH ingestelde bestuurscommissie ter behartiging van taken op het terrein van verkeer en vervoer, waaronder het ontwikkelen en realiseren van beleid en het nemen van maatregelen ter verbetering van de bereikbaarheid binnen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Het algemeen bestuur van de MRDH heeft aan de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit de wettelijke bevoegdheden van het dagelijks bestuur van de MRDH inzake verkeer en vervoer overgedragen. 1.3. Complexe Schakel: een door Partijen erkend essentieel of complex deel van de Metropolitane Fietsroute zoals uitputtend opgenomen in bijlage 4. Het betreft hier de Complexe Schakels ‘Fietsecoduct A13’, ‘Gelatinebrug’, ‘Burgmanbrug’ en ‘A16 Rotterdam’ 1.4. Kwaliteitsniveau: het kwaliteitsniveau van de Metropolitane Fietsroute zoals wordt bepaald door het zo optimaal mogelijk voldoen aan de richtlijnen van de geactualiseerde Handleiding Metropolitane Fietsroutes, met bijbehorende infographic d.d. 28 oktober 2020 (zie bijlage 1a en 1b). 1.5. Maatwerkafspraken: schriftelijke afspraken over de verlenging van de realisatietermijn van Complexe Schakels. 1.6.

Metropolitane FietsRoute (MFR): de fietsroute waar deze samenwerkingsovereenkomst op ziet, in dit geval de MFR Delft Rotterdam Alexander, en zoals vastgelegd in bijlage 3a. 1.7. Oplevering: de oplevering van een Tracédeel aan de MRDH via een realisatierapportage bestaande uit een eindopname (van het werk buiten), een evaluatie en een financieel eindoverzicht. 1.8. Planuitwerkingsfase: de fase waarin op basis van het schetsontwerp (bijlage 3b) wordt gestudeerd op concrete oplossingen en die leiden tot een voorlopig ontwerp met kostenraming en vervolgens tot een definitief ontwerp met projectraming en een uitvoeringsplanning. 1.9. Subsidieverordening: de Verordening van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam Metropoolregio Rotterdam Den Haag houdende regels omtrent subsidies (Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018)1 . 1.10. Tracédelen: delen van de MFR die in eigendom zijn van één Gemeente en die door die desbetreffende Gemeente worden gerealiseerd. Binnen één gemeente kunnen meerdere tracédelen liggen. 1.11. Uitvoeringsregeling: Besluit van de bestuurscommissie van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag houdende regels omtrent de Uitvoeringsregeling Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag’, 11 april 2018. 2 1

Verordening van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam Metropoolregio Rotterdam Den Haag houdende regels omtrent subsidies (Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018) (overheid.nl) 2 Uitvoeringsregeling Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag (overheid.nl)

Pagina 5 van 12

Artikel 2 Doel 2.1. Op basis van de besluiten van de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit d.d. 31 januari 2018 en 6 maart 2019 hebben Gemeenten zich bestuurlijk gecommitteerd om de volledige Metropolitane Fietsroute uiterlijk 1 maart 2026 aan te leggen. 2.2. Om tot volledige realisatie van de Metropolitane Fietsroute te komen, zorgt iedere Gemeente ervoor dat op uiterlijk 1 maart 2026 de door haar te realiseren Tracédelen van de Metropolitane Fietsroute zijn gerealiseerd in overeenstemming met het kwaliteitsniveau. Hiervoor wordt het schetsontwerp (zie bijlage 3b) als basis genomen. Oplevering van de Tracédelen vindt plaats binnen zes maanden na realisatie, dat wil zeggen uiterlijk op 1 september 2026. 2.3. Om het gestelde in 2.2. te bereiken: - neemt iedere Gemeente tijdig en zelfstandig de benodigde bestuurlijke, beleidsmatige, organisatorische en financiële maatregelen ten behoeve van de Tracédelen; - werken Partijen actief en in goed onderling overleg samen in een samenwerkingsstructuur bestaande uit een Ambtelijke Werkgroep, een Ambtelijke Stuurgroep en een Bestuurlijk Overleg; - zorgen Partijen ervoor dat er binnen hun organisaties voldoende en kwalitatief goede capaciteit beschikbaar is om deze samenwerkingsovereenkomst uit te voeren. Artikel 3 Complexe schakels 3.1.

De uiterste realisatie- en oplevertermijn als aangegeven in 2.2., is niet van toepassing op Complexe Schakels voor zover hierover Maatwerkafspraken zijn gemaakt. 3.2. Een Maatwerkafspraak heeft in ieder geval betrekking op verlenging van de realisatietermijn van de Complexe Schakel en de daarmee gepaard gaande verlengde samenwerking waaronder ook wordt verstaan verlengde subsidiemogelijkheid (zie 7.4.). 3.3. Maatwerkafspraken worden bilateraal voorbereid tussen de MRDH en de betreffende Gemeente(n) en, indien nodig, met derden. De Ambtelijke Werkgroep en de Ambtelijke Stuurgroep worden geïnformeerd en kunnen worden gevraagd om advies, alvorens de Maatwerkafspraak ter vaststelling wordt voorgelegd aan de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit. 3.4. Een Maatwerkafspraak laat onverlet dat overige Tracédelen gerealiseerd worden binnen de termijn van 2.2.. Artikel 4 Kwaliteitsniveau 4.1. Iedere Gemeente streeft in de Planuitwerkingsfase naar een ontwerp dat voldoet aan het Kwaliteitsniveau. 4.2. Indien in de Planuitwerkingsfase blijkt dat (op onderdelen) afgeweken wordt of moet worden van het Kwaliteitsniveau dan legt de betreffende Gemeente een aangepast ontwerp met onderbouwing van de afwijkingen, de oplossingen en compensatiemaatregelen (hierna: afwijkingen) voor in de Ambtelijke Werkgroep. 4.3.

De Ambtelijke Werkgroep bespreekt, onderzoekt en toetst het aangepaste ontwerp en formuleert een voorstel over de afwijkingen aan de Ambtelijke Stuurgroep. Daarbij streeft de

Pagina 6 van 12

4.4.

4.5.

Ambtelijke Werkgroep naar een eensluidend voorstel. Als dat niet mogelijk blijkt dan worden afwijkende standpunten specifiek benoemd. De Ambtelijke Stuurgroep formuleert een advies over de afwijkingen. Daarbij streeft zij, met inachtneming van het gestelde bij 9.5., naar een eensluidend advies. Als dat niet mogelijk blijkt dan worden afwijkende standpunten specifiek benoemd in het advies. Het advies van de Ambtelijke Stuurgroep kan door de betreffende Gemeente gevoegd worden bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in 6.5..

Artikel 5 Go/no-go moment 5.1. Om meer zekerheid te krijgen over de haalbaarheid van realisatie van de Metropolitane Fietsroute, hebben Gemeenten de mogelijkheid om, binnen negen maanden na inwerkingtreding van deze samenwerkingsovereenkomst, het schetsontwerp van de Tracédelen en Complexe Schakels verder uit te werken.. 5.2. Voor het verstrijken van de bij 5.1. genoemde termijn, rapporteren Gemeenten in de Ambtelijke Werkgroep over de uitkomsten van de uitwerking(en). 5.3. Het Bestuurlijk Overleg, met inachtneming van het gestelde bij 10.5., neemt een unaniem go/nogo besluit over realisering van de Metropolitane Fietsroute. 5.4. Het proces van voorbereiding van en advisering over het besluit vindt plaats conform het gestelde in 4.3. tot en met 4.5. met dien verstande dat daar waar ‘afwijkingen’ staat, ‘go/no-go’ gelezen moet worden. 5.5. Gezien het gestelde in 2.1. spant iedere Partij zich tot het uiterste in om te komen tot een go besluit. Een go besluit kan ook inhouden dat Partijen op een andere manier de samenwerking voortzetten. In dat geval wordt deze samenwerkingsovereenkomst overeenkomstig dat besluit gewijzigd. 5.6. Alleen zwaarwegende overwegingen leiden tot een no-go besluit. Als sprake is van een no-go besluit dan beëindigen Partijen de samenwerkingsovereenkomst. Artikel 6 Financiering en subsidie 6.1.

De MRDH verstrekt op grond van artikel 20 van de Subsidieverordening (infrastructurele projecten) ten behoeve van de planvorming en realisatie van de Tracédelen, op aanvraag van een Gemeente, maximaal 70% subsidie. Gemeenten bekostigen zelf de overige minimaal 30% van de planvormings- en realisatiekosten van de Tracédelen. 6.2. Als tegelijkertijd sprake is van toekenning van een subsidie ten behoeve van ‘fiets’ door de provincie Zuid-Holland voor de Tracédelen dan wordt het percentage subsidie van de MRDH verminderd met het subsidiepercentage van de provincie Zuid-Holland. 6.3. Om voor 70% subsidie in aanmerking te komen, moet conform het besluit van de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit d.d. 6 maart 2019, de subsidieaanvraag zijn ingediend vòòr 1 januari 2025. 6.4. Het gestelde in 6.3. geldt niet voor Complexe Schakels waarvoor een Maatwerkafspraak geldt. De uiterlijke indieningstermijn van aanvragen voor subsidie voor een Complexe Schakel wordt bepaald in de Maatwerkafspraak. 6.5. De MRDH legt een voorstel tot meerjarige financiële reservering voor aan de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit bij het ter vaststelling voorleggen van deze samenwerkingsovereenkomst. De reservering is gebaseerd op de kostenraming zoals opgenomen in bijlage 3b. Partijen zijn zich ervan bewust dat deze raming dateert uit 2019 en derhalve onderhevig is aan prijsstijgingen. Pagina 7 van 12

6.6.

De MRDH houdt de subsidieverstrekking uit de financiële reservering bij, signaleert of er extra budget moet worden vastgesteld, rapporteert hierover in de Ambtelijke Stuurgroep en doet voorstellen aan de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit die betrekking hebben op aanvullende financiële reserveringen. Vaststelling van financiële reserveringen gebeurt door het algemeen bestuur.

Artikel 7 Specifieke afspraken Op grond van het gestelde in bijlage 5, zal Rotterdam afwijken van het schetsontwerp bij de locaties De Oude Bovendijk, Polderpad, De Rotte en Tracé Alexander. Artikel 8 Ambtelijke Werkgroep 8.1. Iedere Partij neemt met één lid zitting in de Ambtelijke Werkgroep. Deze persoon heeft de functie als projectleider of (beleids-)adviseur, is primair contactpersoon/aanspreekpunt namens een Partij en heeft geen zitting in de Ambtelijke Stuurgroep. 8.2. Na ondertekening van de SOK, neemt de MRDH het initiatief voor de eerste bijeenkomt van de Ambtelijke Werkgroep. De MRDH is alleen de eerste keer voorzitter. Op de eerste bijeenkomst bepalen Gemeenten in onderling overleg welke Gemeente de vaste voorzitter wordt. 8.3. De Gemeente die voorzitter is, levert ook de secretariële ondersteuning van het overleg (in ieder geval agendavorming, verslaglegging en bijhouden van acties). 8.4. Het voorzitterschap is overdraagbaar aan een andere Gemeente indien de Ambtelijke Werkgroep dat unaniem overeenkomt. 8.5. De voorzitter is eerste aanspreekpunt namens de Werkgroep en kan gevraagd en ongevraagd contact zoeken met de Ambtelijke Stuurgroep. 8.6. De Ambtelijke Werkgroep komt bijeen zo vaak als nodig is maar minimaal eens in de twee maanden. 8.7.

Iedere Gemeente brengt, als projecteigenaar van haar Tracédelen, iedere keer dat de Ambtelijke Werkgroep bijeenkomt, verslag uit van de vorderingen in het doel zoals vastgelegd in artikel 2. Daarbij wordt actief verslag gedaan van in ieder geval de volgende zaken: vorderingen in en de planning van planvorming en/of realisatie van de Tracédelen inclusief gedegen inzicht in de financiële dekking en politieke besluitvorming; gebeurtenissen of omstandigheden die een (mogelijk) risico vormen voor de tijdige realisering van de Tracédelen; benodigde of voorgenomen afwijkingen van het schetsontwerp; problemen bij het behalen van of voorgenomen afwijkingen van het beoogde Kwaliteitsniveau; het ontstaan van meerkosten ten opzichte van de financiële reservering. 8.8. Gemeenten spreken in de Ambtelijke Werkgroep inhoudelijk over de inbreng van iedere Gemeente. Zij geven collegiale hulp, bijstand en advies aan elkaar, delen kennis en ervaringen en wisselen Best Practices uit, onderzoeken of formuleren alternatieven, werken slim samen en/of trekken samen op. Dit alles om elkaar te helpen bij (het oplossen van problemen tijdens) het Planvormingsproces en de tijdige realisatie van de Tracédelen. 8.9. De Ambtelijke Werkgroep kan een externe partij inhuren voor bepaalde taken of rollen (bijvoorbeeld voorzitterschap of onderzoek/advies).

Voor de bekostiging hiervan stellen Gemeenten gezamenlijk budget beschikbaar. Mogelijk dient rekening gehouden te worden met het inkoop- en aanbestedingsbeleid van Gemeenten. Pagina 8 van 12

8.10. In het geval van externe inhuur wordt een gemeentelijke penvoerder aangewezen. Een penvoerder is eerste aanspreekpunt voor de externe en is verantwoordelijk voor het financiële beheer van de plannen die extern worden uitgevoerd. De penvoerder heeft geen zeggenschap over de financiën van Partijen. 8.11. De MRDH, op verzoek van de Gemeenten: - is coördinator van het programma Metropolitane Fietsroutes; - bewaakt het samenwerkingsproces in de Ambtelijke Werkgroep; - houdt het overall overzicht en bewaakt de stand van zaken, de voortgang en de planning van de Tracédelen en van de Metropolitane Fietsroute als geheel; - verzorgt een halfjaarlijkse voortgangsrapportage aan de Ambtelijke Stuurgroep en het Bestuurlijk Overleg; - is centraal aanspreekpunt voor Gemeenten. - bewaakt en toetst afspraken vanuit de subsidiërende rol. Artikel 9 Ambtelijke Stuurgroep 9.1. Iedere Partij neemt met één lid zitting in de Ambtelijke Stuurgroep. Deze persoon is afdelingshoofd/teammanager en is bevoegd om namens zijn of haar organisatie zwaarwegende adviezen uit te brengen en heeft geen zitting in de Ambtelijke Werkgroep. 9.2. De MRDH is voorzitter en levert de secretariële ondersteuning van het overleg (in ieder geval agendavorming, verslaglegging en het bijhouden van acties). 9.3.

De voorzitter is eerste aanspreekpunt namens de Ambtelijke Stuurgroep en kan gevraagd en ongevraagd contact zoeken met de Ambtelijke Werkgroep en met het Bestuurlijk Overleg. 9.4. De Ambtelijke Stuurgroep komt bijeen zo vaak als zij nodig acht maar minimaal twee keer per jaar. 9.5. Partijen zullen in goed overleg en naar alle redelijkheid, alles doen wat nodig is om tot eensluidende adviezen te komen in de Ambtelijke Stuurgroep. Hierbij werken Partijen vanuit gelijkwaardigheid samen met behoud van eigen (wettelijke) verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Als eensluidende advisering niet mogelijk blijkt dan kan een Partij opschalen conform het gestelde in 12.2. 9.6. Ten behoeve van het uitbrengen van haar adviezen, kan de Ambtelijke Stuurgroep de Ambtelijke Werkgroep vragen om aanvullende rapportages. Artikel 10 Bestuurlijk Overleg 10.1. Iedere Partij neemt met één bestuurder zitting in het Bestuurlijk Overleg. De bestuurder heeft een mandaat om besluiten namens zijn of haar organisatie te nemen. 10.2. De MRDH is voorzitter en levert de secretariële ondersteuning van het overleg (in ieder geval agendavorming, verslaglegging en het bijhouden van acties). 10.3. De voorzitter is eerste aanspreekpunt namens het Bestuurlijk Overleg en kan gevraagd en ongevraagd contact zoeken met de Ambtelijke Stuurgroep of de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit. 10.4.

Het Bestuurlijk Overleg komt bijeen zo vaak als zij nodig acht maar minimaal twee keer per jaar, aansluitend op het overleg van de Ambtelijke Stuurgroep. 10.5. Partijen zullen in goed overleg en naar alle redelijkheid alles doen wat nodig is om tot unanieme besluitvorming te komen in het Bestuurlijk Overleg. Hierbij werken Partijen vanuit

Pagina 9 van 12

gelijkwaardigheid samen met behoud van eigen (wettelijke) verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Artikel 11 Beheer en onderhoud Gemeenten zijn na realisering van de Tracédelen verantwoordelijk voor of maken afspraken over het beheer en onderhoud ervan. Gemeenten brengen andere Gemeenten op de hoogte van (gepland) onderhoud waarbij het doel is dat de Tracédelen zo lang mogelijk in een goede staat van onderhoud te laten verkeren waardoor de Metropolitane Fietsroute als geheel gebruikt kan blijven worden voor het doel waarvoor deze is aangelegd. Artikel 12 Geschilregeling en opschaling 12.1. Als er een geschil ontstaat in de Ambtelijke Werkgroep over het niet of niet tijdig (kunnen) realiseren van een Tracédeel, over het niet (kunnen) voldoen aan het Kwaliteitsniveau en/of als een Partij het anderszins niet eens is met (de gang van) zaken dan kan er op verzoek van de desbetreffende Partij opschaling plaatsvinden naar de Ambtelijke Stuurgroep. Daarbij is het mogelijk dat vertegenwoordigers van Partijen (bijvoorbeeld Gemeente en MRDH) op het betreffende niveau eerst of alleen bilateraal met elkaar overleggen. 12.2. Wanneer ambtelijk overleg in of op niveau van de Stuurgroep niet leidt tot een oplossing van het geschil, als er sprake is van politiek-bestuurlijke aspecten of wanneer eensluidende advisering als bedoeld in 9.5.

niet mogelijk blijkt dan kan worden opgeschaald naar het Bestuurlijk Overleg. Ook in dat geval kunnen bestuurlijk vertegenwoordigers van de betreffende Partijen eerst of alleen bilateraal met elkaar overleggen. Artikel 13 Gegevensuitwisseling 13.1. Partijen dragen er zorg voor dat informatie die nodig is om taken van de Ambtelijke Werkgroep en de Ambtelijke Stuurgroep te kunnen uitoefenen (zoals onderzoeken, (concepten van het) voorlopig ontwerp en definitief ontwerp, ramingen et cetera), vrij beschikbaar is voor alle Partijen van deze samenwerkingsovereenkomst. 13.2. Het gestelde in 13.1. geldt niet voor gegevens waarop de Algemene Verordening Gegevensbescherming van toepassing is, zoals persoonsgegevens, of informatie waarop intellectuele eigendomsrechten van een derde berust. 13.3. Partijen nemen vertrouwelijkheid en geheimhouding in acht ten aanzien van vertrouwelijke gegevens zoals ramingen of biedingen. Deze gegevens worden door Partijen niet (onnodig) intern gedeeld en in het geheel niet verstrekt aan derden. Artikel 14 Inwerkingtreding en aanpassingen 14.1. Deze samenwerkingsovereenkomst treedt in werking nadat alle Partijen de overeenkomst hebben ondertekend. 14.2.

Als er gedurende de looptijd van deze samenwerkingsovereenkomst aanpassingen of uitbreidingen nodig zijn in de voorwaarden van deze samenwerkingsovereenkomst, zal het Bestuurlijk Overleg deze door middel van een daartoe strekkend besluit vaststellen. 14.3. Een besluit van het Bestuurlijk Overleg, inhoudende een aanpassing of uitbreiding van de voorwaarden in deze samenwerkingsovereenkomst, wordt als addendum gevoegd bij deze samenwerkingsovereenkomst. Voor Maatwerkafspraken geldt dat deze onderdeel zijn van de Pagina 10 van 12

samenwerkingsovereenkomst nadat daarover een besluit is genomen door de Commissie Vervoersautoriteit. Artikel 15 Contractuele en wettelijke beëindiging 15.1. Deze samenwerkingsovereenkomst eindigt: - op 1 september 2026 (Oplevering) of zoveel later als in de Maatwerkafspraken staat aangegeven; - als hiertoe wordt besloten door Partijen. 15.2. De wettelijke beëindigingsmogelijkheden (bijvoorbeeld artikel 6:258 Burgerlijk Wetboek) en ontbinding ex. artikel 6.265 Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing. Artikel 16 Bijlagen De volgende Bijlagen maken deel uit van deze samenwerkingsovereenkomst: 1a 1b 2a 2b 3a 3b 3c 4. 5.

Handleiding uitwerking Metropolitane Fietsroutes d.d. 28 oktober 2020 Infographic Inrichtingskwaliteit Metropolitane Fietsroutes Producten per projectfase Metropolitane Fietsroutes Producten per projectfasen Kaartbeeld MFR Delft – Rotterdam Alexander Schetsontwerp en kostenraming Verwachte realisatiekosten per plandeel Complexe schakels MFR Delft - Rotterdam Alexander Specifieke afspraken

Pagina 11 van 12

ONDERTEKENING

Gemeente Rotterdam Wethouder V.P.G. Karremans

Gemeente Lansingerland Wethouder S. Fortuyn

…………………………………………….

……………………………………………….

Datum:

Datum:

Gemeente Delft Wethouder M. Huijsmans

Gemeente Pijnacker-Nootdorp Wethouder I.M.M. Jense – van Haarst

…………………………………………….

……………………………………………………

Datum:

Datum:

Metropoolregio Rotterdam-Den Haag Voormalig Portefeuillehouder P. Meij

………………………………………… Datum:

Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13282063/2